Spring naar inhoud

Intro en actueel

Op deze site behandelen we een aantal economische onderwerpen die speciaal mijn aandacht hebben. Dat geldt in het bijzonder de pensioenaangelegenheden, de overheidsschuld, de inkomens- en vermogensverdeling en ons belastingstelsel, althans wat daar voor doorgaat.

Voor uitgebreidere informatie en onderbouwing dient u de bijdragen zelf te raadplegen. Deze worden in het menuscherm onderscheiden in  0. Cijfers en 1. Actueel . Het cijfermateriaal wordt onder de tab 0. Cijfers behandeld en dat materiaal wordt regelmatig bijgewerkt. Een overzicht van de bijdragen kunt u zien door op deze menutabbladen te clicken. De datum in de view achter de documenten is de datum van laatste (substantiële) aanpassing.

De volgende onderwerpen breng ik in het bijzonder onder uw aandacht:

Pensioenvermogen

De ontwikkeling van het pensioenvermogen wordt in de bijdrage  Pensioenvermogen nader uiteengezet.

De volgende tabel geeft  het cijfermateriaal voor het pensioenvermogen in samenhang met de overheids-“schuld” en het vermogen huishoudens voor de periode 2008-2020:

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Het Pensioenvermogen bedraagt eind 2020 € 1.961 mld.  Dat cijfer is exclusief de derde pensioenpijler, die i.t.t. tot wat het CBS uit zijn duim zuigt, niet van “relatief kleine omvang” is, maar eerder op ca € 200 mld. moet worden geschat. Belangrijk is daarbij de onstuimige toename van het pensioenvermogen dat in de periode 1995-2020 met 7% per jaar steeg. Het bbp nam in die zelfde periode slechts met 3,5% p.j. toe en de overheidsschuld met 2,5% p.j. Die groei van het pensioenvermogen ontaardde na 2008 in een spurt zoals uit onderstaande grafiek blijkt:

In de periode 2008 – 2019 was het rendement op het pensioenvermogen bij benadering € 917 mld. Van dat rendement komt netto 65% aan de deelnemers toe (€ 596 mld.) en 35% aan de staat  (€ 321 mld.). als onderdeel van de toenemende belastingclaim (€ 686 mld.).  Het pensioenvermogen en de rendementen op dat vermogen komen komen niet in de CBS inkomens- en vermogensstatistieken tot uitdrukking. De arbeidsinkomensquote geeft daarmee ook een volstrekt onvolledig beeld.

Door indexatie-achterstanden  is het pensioenvermogen eind 2020 ca € 50,7 mld. hoger dan met indexatie van de pensioenuitkeringen het geval zou zijn geweest.

Het pensioenvermogen in 2060 kan grofweg worden benaderd op 206 % bbp_2060 of € 5.561 mld. Door die toename van dat pensioenvermogen wordt er dan ook flink wat belastinggeld gespaard (ca. € 1.260 mld.) dat niet aan toekomstige zorgkosten en AOW-uitkeringen kan worden besteed.

Overheidsfinanciën

De overheidsfinanciën zijn in Nederland onlosmakelijk verbonden met de pensioensituatie. De gestorte pensioenpremies en de behaalde rendementen zijn immers vrijgesteld op het moment van realisatie als de prestatie geleverd wordt en worden belast bij uitkering tegen gemiddeld 35% (“omkeerregel pensioenen“). Het is dus een fabeltje van politieke economen dat het pensioenvermogen is vrijgesteld van vermogensbelasting., wel wordt zo progressievoordeel behaald.  Per eind 2020 heeft de overheid een belastingclaim op het pensioenvermogen van ca € 686 mld. Met een EMU-overheidsschuld van € 435 mld. is er dus in feite sprake van een actief van € 251 mld.  Sinds 2006 hebben we materieel geen overheidsschuld meer (zie bovenstaande grafiek).  De overheidsschuld is materieel belegd in de “pensioenpot” en rendeert daar behoorlijk. Uiterst onbehoorlijk is dat de burgers daar zelf niets van merken.

Zoals we boven zagen maakte de overheid in de periode 2008-2019 een rendement van € 321 op zijn belastingclaim. In diezelfde periode betaalde de staat volgens het CPB € 118 mld. aan rente over de overheidsschuld.  Van het rendement verantwoordde de staat geen stuiver in zijn boeken, de rente op de staatsschuld werd wel in de vorm van belastingen in rekening gebracht. Het kleptomane gedrag van de Nederlandse overheid is hiermee overduidelijk in kaart gebracht.  De gederfde belasting door de omkeerregel pensioenen werd dus door de overheid alsnog geïnd en bij leven betaal je ook nog eens belasting over de pensioenuitkering een typisch voorbeeld van dubbel vangen ten gunste van de toekomstige generatie.

De indexatie-achterstanden leidden ook tot belastinguitstel in de orde van grootte van € 17 mld.  Die tekorten moesten wel door de huidige belastingbetalers, ook niet pensioendeelnemers, alsnog worden opgebracht. De overheid loopt geen inkomsten mis en vangt dus twee keer, alweer ten gunste van de toekomstige generatie.

De belastingclaim op het pensioenvermogen in 2060 bedraagt naar schatting 72% bbp_2060. Aangezien de overheidsschuld in dat jaar ca 47,4% bbp_2060 bedraagt is er ook dan geen vuiltje aan de lucht.  Het fabeltje van de omkeerregel pensioenen is dat we al dat belastinggeld op pensioenen nodig hebben om de zorgkosten en de AOW-uitkeringen van de babybomers te kunnen betalen (o.a. DNB).  Die politieke economen “vergeten” er  echter bij te vertellen dat de toekomstige gemiste belastingpenningen inzake gestorte pensioenpremie en rendementen ook weer in het pensioengat verdwijnen door diezelfde omkeerregel. Opdoeken die omkeerregel pensioenen! is dus een logische politieke keuze die veel ellende voorkomt en het besteedbaar inkomen doet toenemen, dat nu onnodig onder druk staat.

Helaas zijn we al die tijd over de staatsschuld door de politiek (Rutte is hiervan een duidelijke vertegenwoordiger), de koning (troonrede 2013)  en de media voorgelogen. Dat heeft veel onnodige ellende veroorzaakt, bbp gekost en de woningmarkt finaal de vernieling ingeholpen.

Vermogen huishoudens

Onderstaande cijfers zijn ontleend aan de bijdrage Vermogen huishoudens en voor een nadere toelichting moet u daar zijn.

Op 21 april deed het CBS een herziene cijferreeks vermogen huishoudens het licht zien in het kader van een achterstallig onderhoudsreparatie. Van het MvF bouwstenenrapport van 1 mei 2020 wisten we immers al dat de CBS aanmerkelijk belang cijfers ondeugdelijk waren.

Het aanmerkelijk belang vermogen nam door de verbetering in de vermogensstatistiek voor 2019 toe met € 147 mld. (+66%) en er kwamen ineens 269.000 ab-huishoudens bij. Het 10e vermogendeciel ging er 13,6% in vermogen op vooruit, want de correctie was vrijwel geheel aan dat deciel toe te wijzen. We werden dus een flink aantal jaren door het CBS op het verkeerde been gezet. U moet er de onderkoelde rapportage van het CBS nog maar eens op nalezen. Nu klopt er wel meer niet aan die vermogens- en inkomen uit vermogen cijfers en het is goed om dat hier weer eens even op een rijtje te zetten. Onze media bestaan immers merendeel uit journaille dat vanuit zijn hangmat alleen de persberichten overpent.

Na deze aanpassingen bezit het 10e vermogensdeciel 62,6% van het vermogen huishoudens en het 10e inkomensdeciel 36,7%. Deze cijfers geven echter een misleidend beeld omdat je immers het netto pensioenvermogen (2018: € 1.007,5 mld.; 2020: € 1274,6 mld.) ook tot het vermogen moet rekenen.  Voor 2018 is het aandeel van het pensioenvermogen in het totale vermogen dan 37,6%.

Dat het pensioenvermogen de vermogensverdeling gelijker maakt mag uit de volgende grafiek blijken:

(Click op de grafiek of Ctrl+ om te vergroten)

Dat tabellen superieur zijn aan mooie plaatjes laat onderstaande tabel zien:

De tabel spaart in elk geval weer een hoop tekst.  Het verschil tussen de top vijf decielen in de verdeling naar inkomen en vermogen zit hem o.a. in de CBS inkomen uit vermogen statistiek, waar geen hout van klopt.

♦ Het inkomen uit vermogen bepaal je door middel van vermogensvergelijking, waarbij kapitaalstortingen en investeringen en onttrekkingen worden geëlimineerd. Een behoorlijk belastingstelsel volgt die mutaties ook,  maar dat hoefde niet van Wiebes.  Toch kon het CBS € 147 mld. aanmerkelijk belang vermogen jarenlang over het hoofd zien. Een dergelijke “toename op papier” in vermogen heeft uiteraard ook consequenties voor het “inkomen  op papier” uit dat ab-vermogen. In werkelijkheid verandert er immers niets. Zo niet bij het CBS: de inkomen uit vermogen cijfers zijn ongewijzigd, want die volgen de fiscale aangifte en dan nog maar ten dele.

Het totale vermogen per 1/1/2019 kan als volgt per vermogensdeciel worden weergegeven:

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

♦ Het veel geciteerde CBS cijfer met een aandeel van het 10e vermogensdeciel van 62,6% in het vermogen is dus volstrekt misleidend. Dat aandeel bedraagt eerder 43,3% na toevoeging van het pensioenvermogen.  Het aandeel van de onderste vijf vermogensdecielen bedraagt na toevoeging van het pensioenvermogen 14,9 % i.p.v. geen vermogen ( -0,4%). Zo gelijk is die vermogensverdeling na toevoeging van het pensioenvermogen dus ook niet.

Inkomen uit vermogen 2019

Het inkomen uit vermogen 2019 laat zich als volgt beter benaderen, want de inkomen uit vermogen cijfers van het CBS (2019: € 28,8 mld.) op € 1.669 mld. vermogen (1/1/2019) zijn inderdaad een lachtertje:

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

♦ De berekening van de aanpassingen is nader toegelicht in de bijdrage vermogen huishoudens. De benadere effecten van de aanpassingen en de toevoeging van het netto rendement pensioenvermogen per vermogensdeciel kunt u in de tabel aflezen. 

♦ Het inkomen uit vermogen 2019 is dus eerder € 88 mld. i.p.v. de € 28,8 mld. die het CBS opvoert. Tel je daar het netto rendement op het pensioenvermogen bij  dan komt dat inkomen voor 2019 op € 244,6 mld., dat is  in totaal € 215,8 mld. hoger. In relatie tot het besteedbaar inkomen van € 347,1 mld. hebben we het dus niet over de postzegelkas.  

♦ Als we willen laten zien “Wat er feitelijk gebeurt.”TM hebben we dus betere inkomens- en vermogensstatistieken nodig dan het CBS momenteel kan opleveren. Een betere clausulering van de cijfers door het CBS was dus best op zijn plaats geweest.