Spring naar inhoud

Intro en actueel

23 sepember 2020

Op deze site behandelen we een aantal economische onderwerpen die speciaal mijn aandacht hebben. Dat geldt in het bijzonder de pensioenaangelegenheden, de overheidsschuld, de inkomens- en vermogensverdeling en ons belastingstelsel, althans wat daar voor doorgaat. Daarbij wordt cijfermateriaal gebruikt dat hopelijk beter laat zien wat er echt feitelijk gebeurt™. Die cijfers, met mijn analyse, wijken immers nogal af van de cijfers voor b.v. de overheidsschuld en het vermogen die het CBS en in mindere mate het CPB de burgers plegen voor te liegen. De tabellen in deze bijdrage maken dat effect in één oogopslag duidelijk. 

Voor uitgebreidere informatie dient u de bijdragen zelf te raadplegen. Deze worden in het menuscherm onderscheiden in  0. Permanent en 1. Actueel en een overzicht van de bijdragen kunt u zien door op deze links te clicken. De datum in de view achter de documenten is de aanmaakdatum (b.v. bbp 2/10/2017). De datum waarop het document voor het laatst is bijgewerkt staat in het document zelf in de noten (b.v. bbp 30/12/2019). Permanente bijdragen worden regelmatig geactualiseerd, maar zullen niet altijd à jour zijn. We geven op deze pagina slechts enkele kerntabellen. De onderliggende bijdragen geven meer informatie en de referentie naar de bronnen maar zijn niet altijd bij naar de laatste stand van zaken. Op deze pagina wordt de meest actuele data weergegeven zoals die mij op de datum boven aan de pagina bekend zijn. In de tekst zijn vaak links opgenomen naar andere bijdragen: zo kunt u  in zo’n link b.v. zien waarom de 60% EMU-schuld norm een EU invented tradition is.

Alvorens nader in te gaan op de onderbouwing van de cijfers zal ik u eerst even opvrolijken met een grafiek die ontleend is aan het eindresultaat in §4 getiteld Oom Dagobert van deze intro-pagina. De grafiek geeft de samenstelling van de samengevoegde activa van de staat en zijn onderdanen weer:

♦ Zoals u ziet viel het met de schuldpositie van de Nederlandse staat en zijn burgers nogal mee, al wilden onze politici ( incl. die onnozele EU-bobo’s) ons onder dreiging van de schuldenlast  (werkelijk 37% van de activa staat en 23%  van de activa onderdanen) anders doen geloven. Dit om ombuigingen en bezuinigingen af te dwingen. Daarbij komt dat in vergelijking met het buitenland de ambtenarenpensioenen bij het ABP en het PFZW ook nog eens zijn afgefinancierd (netto na aftrek belastingclaim eind 2020K2 nog eens € 445 mld.).

♦ We kunnen direct zien dat de overheid in feite geen schuld heeft: Tegenover die schuld van € 469 mld. staat immers een direct inbare belastingclaim (35%) op het pensioenvermogen van € 546 mld.

♦ Ook de kapitaal- en levensverzekeringen  mitigeren de hypotheekschuld voor een onbekend bedrag. De levenslange huurschuld van de huurders is niet in het vermogensoverzicht opgenomen en dat zou eigenlijk wel moeten, want in “gelul kun je niet wonen” en dan ga je de hypotheekschuld onder aftrek van het HRA-infuus van de EW-bezitters ineens in een geheel ander daglicht zien.

♦ De huishoudens bezitten €3.719 mld. aan activa en € 847 mld. aan schulden. Van de activa neemt het CBS slechts € 2.264 mld. in zijn vermogensstatistieken op. Van het  CBS-vermogen bezit het 10e vermogensdeciel  45,6% van de activa en 18,5% van de schulden. Netto is het 10e deciel aandeel dan 61,8% van het CBS-vermogen. Na correctie van het ab-vermogen is het 10e deciel aandeel 66% en dat wordt zelfs 79% van het vermogen exclusief eigen woning.

♦ Van de overige € 1.455 mld. activa hebben we geen inzicht in de verdeling. Toch meende Asscher namens het kabinet Rutte II te mogen stellen dat “het kabinet op dit moment dan ook geen indicaties ziet om te veronderstellen dat de vermogensverdeling onevenwichtig is.”. Dat kabinet (en andere kabinetten) waren dus stekeblind en stokdoof voeg ik daar aan toe. Van het inkomen uit vermogen volgens het CBS klopt ook al geen hout, zoals we hierna zullen zien. Elke uitspraak over de vermogens- en inkomensverdeling kan dus in elk geval niet worden onderbouwd met het beschikbare cijfermateriaal. Onze media pennen alleen maar de persberichten over. Ook de politieke economen nemen veelal, met gunstige uitzonderingen, een loopje met de waarheid, maar daar zijn het dan ook politieke economen voor.

§ 2.  Beter cijfermateriaal voor pensioenvermogen en overheidsschuld

De volgende grafiek vat de ontwikkeling van het bbp, pensioenvermogen en de EMU-schuld vat in één oogopslag de ontwikkeling voor de periode 2008-2025 samen , voor zover althans beschikbaar:

♦ De belastingclaim op het pensioenvermogen bedraagt 35% en valt eigenlijk direct te innen. We mogen die belastingclaim dus direct van de EMU-overheidsschuld aftrekken.

♦ Het pensioenvermogen steeg in de periode 2009-2019 met 9,0% per jaar. Voor het bbp en de overheidsschuld was die toename respectievelijk 2,1% en 1,0% per jaar. De stijging van het pensioenvermogen is dus buitenproportioneel en deze ontwikkeling drukt het besteedbaar inkomen volstrekt onnodig. Die pensioenregelingen kunnen best een tandje minder als je het eigen huis ook als pensioenregeling ziet en de belasting in box 3 wordt hervormd.

De ontwikkeling van het pensioenvermogen en de overheids-“schuld” voor de jaren 2008 t/m 2020K1 , met wat toeters en bellen kan in tabelvorm als volgt worden weergegeven:

Tabel 1 Gegevens omtrent pensioenvermogen en overheidsschuld 2008-2020K1

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten of in landscape uit te printen)

♦ Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan de bijdragen 1.1. Pensioenvermogen , De werkelijke overheidsschuld en bbp.  De bijdrage 1.0 Serie pensioenen geeft nader inzicht in een aantal deelonderwerpen.

♦ Het huidige pensioenvermogen eind juni 2020 is ongeveer gelijk aan de stand per eind 2019 en bedraagt € 1.817 mld. Daarmee is de achteruitgang in het 1e kwartaal 2020 ingelopen. Dit cijfer is exclusief de derde pensioenpijler die op grofweg € 200 mld. kan worden gesteld. Op het bekende pensioenvermogen rust nog een belastingclaim van ca. 35% dus € 636 mld.. Het bedrag voor de derde pensioenpijler is eigenlijk niet bekend, maar vormt een aardige buffer. Op dat pensioenvermogen wordt jaarlijks een fors rendement gemaakt, waarin de staat meedeelt zonder daarvan een stuiver in zijn boeken te verantwoorden.  In de periode 2008 t/m 2018 werd cumulatief ca. € 715 mld. aan rendement gemaakt op het pensioenvermogen. Het aandeel van de deelnemers was € 465 mld. en van de staat € 250 mld. Van dit behaalde rendement zult u bijna niets in de inkomensstatistieken voor de overheid en voor de burgers van het CBS terugvinden.

♦ De EMU-overheidsschuld bedroeg eind 2019 € 395 mld. en de cumulatieve rentelast 2008-2018 € 102 mld.  In werkelijkheid was dus sprake van een overheidsactief van € 235 mld. (€ 395 mld. – 630 mld.) en werd door de staat in de periode 2008-2018 een niet verantwoorde winst  van ca € 138 mld. op zijn staatsschuld gemaakt naast de inflatiewinst. Ik geloof niet dat ik deze informatie veel heb aangetroffen in de kwaliteitsmedia. “Onze”  politici, de media en het CPB maakten ons alleen maar bang met de hoge staatsschuld en de rentelast.

♦ Als de rente stijgt hebben ze het over de rente op de staatsschuld, nooit over het, overigens moeilijk te bepalen effect, op het rendement op de belastingclaim en die belastingclaim zelf.  Ook bij een daling van het belastingtarief wordt door b.v. het CPB nooit direct rekening gehouden met het effect op de belastingclaim. Een daling met 1% kost direct € 18 mld. aan toekomstige belastingopbrengst, die overigens voor zo’n 70% naar de top 30% inkomens gaat.  Uiteraard wordt dit bij de houdbaarheidssommetjes wel meegenomen.

♦ De EMU-overheidsschuld en het EMU-overheidssaldo, de structurele begrotingsruimte en niet te vergeten het Stabiliteits- en Groeipact krijgen zo een heel eigen betekenis voor de Nederlandse situatie. Deze begrippen zijn door de politici misbruikt om geholpen door het CPB en CBS , onder valse voorwendselen, volstrekt onnodige bezuinigingen en ombuigingen  af te dwingen.  Hierdoor groeide ons bbp ook volstrekt onnodig minder. De medeplichtigen zijn in de appendix van de bijdrage De werkelijke overheidsschuld vermeld, maar er zijn veel meer schuldigen, waaronder in elk geval deze [1].

§ 3 Beter cijfermateriaal voor het vermogen huishoudens en het inkomen uit dat vermogen

De vermogenscijfers van het CBS vereisen de nodige aanpassingen om ze meer met de werkelijkheid in overeenstemming te brengen. Voor de jaren 2018 en 2017 zijn de aanpassingen als volgt:

♦ Uit bovenstaande tabel wordt duidelijk dat het werkelijk vermogen huishoudens en het inkomen uit vermogen nogal afwijken van de cijfers die het CBS ons voorboudt. Het vermogen is aanzienlijk hoger omdat wij met het CPB en het MvF van een ruimer vermogensbegrip uitgaan en het pensioenvermogen meetellen. Dat moet dan wel goed gebeuren dus i.t.t. tot die instanties na aftrek van de daarop rustende belastingclaim. Ook het ab-vermogen was in werkelijkheid twee keer zo hoog. Het inkomen uit vermogen van het CBS is fiscaal gedreven en daarnaast zijn de statistieken bewust incompleet omdat het CBS de middelen niet krijgt van de politiek om beter en vollediger cijfermateriaal te verzamelen en op te leveren.

♦ De vermogencijfers en de toelichting daarop is in de bijlage 2. Vermogen huishoudens opgenomen.

♦ De inkomen uit vermogen cijfers en de toelichting daarop is in de bijlage 3. Inkomen uit vermogen opgenomen.

♦ Het rendement op het deelnemersdeel van het pensioenvermogen fluctueert van jaar tot jaar aanzienlijk.  Het jaar 2018 was een slecht jaar. Als we het jaarlijkse rendement over 10 jaar uitsmeren bedraagt dat rendement voor 2018 € 46,8 mld. (2017: € 41,4 mld.) Die arbeidsinkomensquote (AIQ) mag dus ook wel eens tegen het licht gehouden worden, want het inkomen van de werknemers is echt hoger.

♦ De correctie van het ab-vermogen is ontleend aan de bouwstenenstudie van het MvF en wordt in de bijlage 5.1 Aanmerkelijk belang vermogen behandeld. Het vermogen van het 10e vermogensdeciel bedroeg volgens het CBS Statline op 1/1/2018 € 876 mld. (aandeel 62%), waarvan € 207,9 mld. aanmerkelijk belang vermogen. Bijna het hele hogere MvF ab-vermogen kan aan het echte 10e vermogensdeciel worden toegewezen. Circa 80% van het aanmerkelijk belang is in handen van de top 1% rijkste huishoudens en is daar ook de belangrijkste vermogenscomponent. [5; blz 11]

Het CBS schreef [3, blz 53]:

Het aanmerkelijk belang in vennootschappen  was 9 procent. Het aandeel van het ondernemingsvermogen in de bezittingen was met 3 procent betrekkelijk klein.

Die 9,2 % ab-vermogen was dus eerder 17,7% van de activa (€ 2.264 mld.) of eigenlijk 16,3% van € 2.456 mld. Het ondernemingsvermogen is gebaseerd op de fiscale cijfers uit de aangifte en staat dus ver af van de realiteit tegen actuele waarde. Het CBS kent geen inkomen uit vermogen toe aan de ondernemers. Overigens is ab-vermogen ook gewoon ondernemingsvermogen met dezelfde makke (m.u.z. correctie onroerend goed naar WOZ-waarde voor Nederlands onroerend goed).

Voor deze twee vemogenscategoriën zijn eigenlijk geen reële cijfers beschikbaar. Bladzijde 57 van CBS-publicatie [3] is dus eigenlijk een pack of lies gebaseerd op onjuiste en onvolledige cijfers. We weten het gewoon niet.

♦  Het eigen woning vermogen en het inkomen uit dat vermogen wordt de bijlage 5.2 Vermogen eigen woning nader behandeld. Het CBS sloeg de plank flink mis eerst in de jaren voor 2017 en nu nog steeds hetgeen direct duidelijk wordt uit de discrepantie tussen het CBS fictief inkomen uit EW-vermogen (€ 33,2 mld.) en de hypotheekrentelast (€ 26,4 mld.) met slechts een 54 % hypotheekschuldratio.

♦ Het zal duidelijk zijn dat het bovenstaande vergaande consequenties heeft voor de vermogensverdeling zoals die  jarenlang door het CBS is voorgehouden. Deze informatie werd op enkele gunstige uitzonderingen na, bijna klakkeloos door economen en de media overgenomen. Dat geldt ook voor de verdeling van het inkomen per inkomens- en vermogensdeciel die nogal ver uit elkaar liggen. Dat komt door het onjuiste inkomen uit vermogen maar vooral omdat ruwweg 40% van het vermogen afkomstig is van erfenissen en dus niet aan het huidige inkomen is gelateerd.[2, blz 9]. De verdeling van het vermogen wordt in de bijlage 4. Verdeling vermogen en inkomen uit vermogen huishoudens nader behandeld.

De volgende tabel vat het incomplete beeld samen:

§ 4 Oom Dagobert

Mocht u de komende tijd weer eens worden lastig gevallen over de torenhoge overheidsschuld (CPB-diepdalscenario 2025: 83,7% bbp) of de schulden van de huishoudens door een of andere kneus-econoom of een politicus in diens kielzog, dan kunt u het volgende staatje in uw portefeuile houden om die onzin te weerleggen:

♦ In de inleiding was al een grafiek met deze cijfers opgenomen.

♦ De Overheidsbalans werd behandeld in deze bijdrage.

♦ De cijfers van het CBS zijn hiermee onherkenbaar geworden.  Ik ken weinig politici die met deze gecorrigeerde cijfers werken. Ik ken wel politici die altijd nodeloos klagen over onze staatsschuld en de schulden van de burgers.

♦ Ook de Volkskrant loopt zich al weer warm om de burgers bang te maken met die oplopende staatsschuld. [4] In 1995 bedroeg die rentelast vlg. het CPB € 15,3 mld. (4,7% bbp), in 2020 zal de rentelast € 6,7 mld. (0,8% bbp)  bedragen en in 2025 “stomen we op” naar € 1,8 mld. (0,2% bbp). De EMU-overheidsschuld, dus niet de echte, zal eind 2025 vlg. het CPB € 618 mld. (66,8% bbp) bedragen (1995: € 241 mld. (73,1% bbp); 2019, vòòr Corona, € 395 mld. (47,8% bbp). De daling van die schuld kwam niet doordat we als een gek gingen aflossen: dat hebben we nog nooit gedaan. De “negatieve schuldenspiraal” en het “uiteindelijk faillissement” zullen dus nog wel even op zich doen wachten.

♦ Politici en politieke economen die verantwoord iets willen beweren over de inkomens- en vermogensverdeling moeten eerst maar eens behoorlijk cijfermateriaal ophoesten alvorens gefundeerd uitspraken te doen over de ontwikkeling van beide grootheden. We lieten hier boven zien dat door het CBS het grootste deel van het  inkomen uit vermogen niet in hun inkomensstatistieken wordt verantwoord. Dat geldt ook voor de helft van het huishoudvermogen zelf. De clausulering van de CBS-cijfers had dus wel aanzienlijk steviger gekund: materieel slaan hun cijfers eigenlijk helemaal nergens op.

♦ De CBS publicatie Materiële welvaart in Nederland geeft 04/2020 dus een onvolledig beeld van die welvaart. [3] Een overheid die zijn burgers zo voorliegt, tast ook de immateriële welvaart aan.

♦ Het is tegenwoordig usance dat economen framen (b.v. mevrouw Baarsma) dat de jongeren flink benadeeld worden door de ouderen. Dat is aan de hand van feiten gemakkelijk te weerleggen. De huidige staatschuld is nihil en in feite een actief, kom daar in 1945 eens om (eind 1946 schuld: 132% bbp!). Van een pensioenvermogen hadden we toen nog nauwelijks gehoord. De indexatie-achterstanden zijn inmiddels flink opgelopen (ABP b.v. maximaal 19,1%: PFZW: 18%) en al dat geld blijft dus ‘gewoon’ in de pensioenpot achter ten gunste van de jongere deelnemers. Aan het rendement op het pensioenvermogen (2008-2018 € 715 mld.) kan het niet liggen. De huishoudens met 942.000 hoofdbewoners ouder dan 75, laten 1-1-2018 een vermogen na van € 436 mld. (volgens het CPB teren ze nauwelijks in op dat vermogen).  Het betreft hier dan mede 232.000 woningen met een netto waarde van € 116 mld. Uiteraard zijn deze gegevens gebaseerd op de CBS vermogensstatistieken en daar kan je dus nog het nodige vermogen bij optellen, zoals b.v. het human capital dat zijn opleiding grotendeels heeft genoten dankzij de (belasting-)betaling door de ouderen. Dat de studieschulden zo oplopen kunnen de ouderen ook maar ten dele helpen: de jongeren waren tenslotte te lamlendig voor een studenterevolte zoals dat in de jaren zestig gebruikelijk was en waren D66, Groen-“Links” en b.v. dwaallicht Ewald Engelen eigenlijk ook niet gewoon voor, geheel in strijd met het oikos principe? Voor zover die studieschuld wordt gemaakt voor pretuitgaven heb ik daar maatchappelijk gezien overigens geen boodschap aan.

________________________________

Laatst bijgewerkt  23 september 2020

[1] Rutte I, II en III, een opeenstapeling van leugens

Het leugenachtige karakter van Teflon Rutte blijkt uit onderstaande video die we op grond van de cijfers en de Youtube video september 2009 moeten dateren. Eind 2009 was de officiële EMU-staatschuld € 354,7 mld. en geen € 380 mld. In werkelijkheid was die schuld toen slechts € 78,1 mld. De werkelijke schuld nam in 2010 met € 31,5 mld. af en niet met € 35 mld. toe zoals Rutte claimt. De belastingclaim bleef de daarop volgende jaren fors toenemen (zie tabel §2). We hadden eind 2009 alleen nog maar een schuld omdat de Nederlandse staat € 84,2 mld. in de banken had moeten stoppen. Dat geld kwam overigens grotendeel terug. Ook het rendement op het pensioenvermogen viel in 2008 wat tegen, maar dat grote verlies werd in 2009 procentueel al weer grotendeels goed gemaakt.  Het pensioenvermogen was eind 2009 weer op het niveau van eind 2007.

[2]  P. de Beer c.s., Voor wie is de erfenis? over vrijheid, gelijkheid en familiegevoel, Van Gennep, Amsterdam, 2018

[3]CBS, Materiële welvaart in Nederland 2020, 10 juni 2020

https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2020/24/materiele-welvaart-in-nederland-2020

[4] Het economisch licht van de VK, die van de bijdrage het verstand komt met de jaren weet u wel, liet recent haar licht schijnen over de ontwikkeling van de staatsschuld:

Yvonne Hof, VK, “Hoe Nederland de staatsschuld verhoogt zonder ervan wakker te liggen”, 18 september 2020,

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hoe-nederland-de-staatsschuld-verhoogt-zonder-ervan-wakker-te-liggen~b0ec312e/