Skip to content

Kerngegevens bbp, pensioenen en overheidsschuld

_______________________________________________________________________

Het wordt een nogal tijdrovende klus om elke keer dat het CPB en het CBS weer cijfers ophoesten de diverse bijdragen volledig te actualiseren. Dat doe ik in het vervolg maar één keer per jaar als de jaarcijfers bekend worden. Deze bijdrage geeft in het vervolg de meest actuele tussentijdse cijfers, te beginnen met de decemberraming 2017.[2]

Met de cijfers zoals die door het CPB en CBS worden voorgeschoteld zijn twee forse problemen. 1) Er wordt geen rekening gehouden met de belastingclaim op het pensioenvermogen en de mutatie in die claim. 2) De bepaling van dat pensioenvermogen op basis van de beschikbare statistieken is uiterst onvolledig en laat zich moeilijk prognotiseren. In deze bijdrage wordt de door mij een schatting gemaakt op basis van de wel beschikbare informatie. Voor nadere details zie de bijdrage Pensioenvermogen.

Zonder deze aanvulling is de voorstelling van zaken van de EMU-overheidsschuld en het EMU-overheidstekort volstrekt misleidend. Het spreekt vanzelf dat we tegenover de wel verantwoorde rente op de staatschuld het niet verantwoorde rendement van de staat op de belastingclaim op het pensioenvermogen moeten stellen. De overheidsschuld is immers meer dan geheel belegd in het aandeel van de staat in dat pensioenvermogen. De bijdrage overheidsschuld geeft hiervan een historisch overzicht.

_______________________________________________________________________

§1 Inleiding

Het monitoren van de financiële positie van de overheid is niet goed mogelijk als de ontwikkeling van de 35% belastingclaim op het pensioenvermogen niet wordt meegenomen. [1] Deze bijdrage corrigeert het onjuiste en misleidende beeld van de overheidsschuld zoals de burgers dat door de overheid, politici en media regelmatig krijgen voorgeschoteld en waaraan we de jongste recessie in belangrijke mate te danken hebben.[1;6]

De volgende grafiek maakt direct duidelijk wat er bedoelt wordt met monitoren:

De groene lijn geeft de werkelijke overheidsschuld (actief) weer. In §4 kunt u zien hoeveel er van die bankencrisis activa inmiddels al weer is teruggehaald. Er is dus al weer jaren sprake van een actief en eigenlijk is dat actief sinds 2006 nooit weggeweest als je tenminste ordentelijk boekhoudt. Amsterdamse macro-economen en de directeur van het CPB kraamden dan ook de grootst mogelijke onzin uit.[6]

§2 bbp 2017 en 2018

Omdat het CPB uiterst schaars is met de bbp cijfers zelf, geef ik die maar even tenslotte is het handig als je de overheidsschuld en het overheidstekort ook zelf direct kan uitrekenen aan de hand van CPB tabel 1: [3] 

Voor de  meer uitgebreide historische bbp-data zie

§3 Pensioenvermogen 30-9-2017 en eind 2018

Zonder de stand van het pensioenvermogen te kennen krijg je natuurlijk geen juist inzicht in de werkelijke, uiterst rooskleurige, stand van de overheidsfinanciën. Nu ken ik die exacte stand ook niet, maar een grove benadering is als volgt:

Het moge duidelijk zijn dat de mutaties van jaar tot jaar sterk fluctueren. De schatting van het pensioenvermogen voor 2017 en 2018 is gebaseerd op de stand per 30-9-2017 en een toename van 5% per jaar. Volgens het CPB is het rendement op het pensioenvermogen sinds 2010 onveranderd 5% per jaar. In de periode 2007-2016 nam het pensioenvermogen jaarlijks met 7,1% toe (inclusief 2008).

Voor de meer uitgebreide historische pensioendata zie

Per kwartaal wordt ook de financiële positie van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen ABP, PFWZ, PMT, PME en bpfBOUW bijgehouden – zie. Dat is nuttig omdat die fondsen ca 57% van het pensioenvermogen van de pensioenfondsen beheren en de ontwikkelingen dus versneld kunnen worden gevolgd.

§4 Overheidsschuld en overheidstekort 3e kwartaal 2017 en eind 2018

Geschat slaat op de belastingclaim op het pensioenvermogen eind 2017 en 2018. De EMU-schuld cijfers voor die jaren zijn van het CPB.[2]

Voor de meer uitgebreide historische werkelijke overheidsschuld en overheidstekort data zie

§5 Houdbaarheidssaldo

Onmiskenbaar zijn de overheidsschuld en het pensioenvermogen belangrijke elementen in de ontwikkeling van het houdbaarheidssaldo.

In de decemberraming 2017 wordt geen aandacht besteed aan dit thema. Aangezien het pensioenvermogen in 2017 nauwelijks stijgt had hier wel enige aandacht aan mogen worden besteed. Het pensioenrendement blijft immers achter bij de 5% rendement dat in de houdbaarheidsstudie wordt gebruikt.

Voor de meer uitgebreide historische data inzake het houdbaarheidssaldo zie.

____________________

Laatste bijgewerkt 6 januari 2018

[1] Het monitoren van de omvang van de belastingclaim op het pensioenvermogen is om de volgende reden noodzakelijk:

De belastinginkomsten loon- en inkomstenbelasting voor 2017 bedroegen ca € 98,8 mld. De jaarlijkse pensioenpemie bedraagt ca € 45 miljard en is feitelijk gedurende dat jaar genoten inkomen waarop de staat € 7,7 mld. belasting- en premie inkomen definitief laat liggen (progressie-effect 17%) en €  15,7 mld. uitstelt (35% bij uitkering). In totaal laat de staat dus in dat begrotingsjaar € 23,4 mld. inkomsten lopen uit hoofde van de omkeerregel pensioenen. Aangezien we geen overheidstekort meer hebben, wordt die € 23,4 mld. wel door de staat verhaald op zijn burgers in het zelfde begrotingsjaar resulterend in voor dat jaar onnodig hoge belastingen. De omvang van deze enorme spaarpot, van een potje kun je niet spreken, wordt daarnaast voor de burgers verborgen gehouden.

Daarnaast wordt natuurlijk door de staat een rendement gemaakt op de belastingclaim op het pensioenvermogen (in doorsnee gemiddeld 5% van € 584 mld. dus ruim € 29 mld.) waarvan in het jaar dat het rendement wordt behaald ook niets in de boeken van de staat verschijnt.  De rentelast (2018: € 6 mld.) op de staatsschuld, die materieel in de pensioenvermogens wordt belegd, wordt wel in de boeken opgenomen, zodat van een forse mismatch sprake is. De staatsfinanciën worden dus, althans op papier,  door de omkeerregel pensioenen volledig uit het lood geslagen en voor het juiste beeld moet je dit blijven corrigeren.

Ook het Stabiliteits en Groeipact houdt met deze specifiek Nederlandse situatie geen rekening. Maar hoe kan het ook anders: ziet U Rutte dit in Brussel uitleggen, zo hij het politiek al zou willen uitleggen? Bezuinigingen kun je er in elk geval niet mee afdwingen.

Voor een uitgebreide toelichting zie de bijdrage Opdoeken die omkeerregel pensioenen!.

[2] In een grijs verleden heb ik het CPB hierop al eens gewezen, maar zij gaven aan de noodzaak daar niet van in te zien en die pennenlikkers nemen natuurlijk klakkeloos de layout over van de laatste versie. Dit terwijl bijna elk cijfer in percentage van het bbp wordt uitgedrukt. (zie b.v. ook de houdbaarheidsstudies), Uiteraard kun je de cijfers zelf berekenen uit de jaarlijkse groei- en inflatiecijfers en de laatst bekende CBS-stand als je de berekeningsmethodiek ten minste kent.

https://www.cpb.nl/cijfer/kortetermijnraming-december-2017

[4 §2]  CBS bbp statistiek

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82601NED/table?ts=1513924324482

en CPB – periodiek niet altijd naar de laatste stand:

https://www.cpb.nl/cijfer/lange-tijdreeksen-overheidsfinancien

[4 §3] DNB pensioenstatistieken:

https://www.dnb.nl/binaries/t8.1nk_tcm46-330813.xls?2017121120

https://www.dnb.nl/binaries/t7.1nk_tcm46-330769.xls?2017121120

[[4 §4] CBS overheidsschuld statistiek

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82565NED/table?ts=1513801075526

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/51/overheidsschuld-daalt-naar-57-procent-van-het-bbp

[5] Bas Jacobs,”De rekening van Rutte”, https://basjacobs.wordpress.com/2016/09/19/de-rekening-van-rutte/

Zie ook de bijdrage Bruto binnenlands product (bbp) 1814 – heden 

en wel §4 aldaar.

[6] Bij voorbeeld:

Raymond Gradus, Roel Beetsma, “Bezuinigingen voor volgend kabinet zijn onontkoombaar”, Me Judice, 7 juli 2016.

Laura van Geest  in haar Know the past lezing, een vrij grove vorm van geschiedvervalsing.

Advertenties

De belastingdienst (revisited)

___________________________________________________________________________

Uit de diverse bijdragen op deze site weten we dat de belastingdienst een bordeel is. [1]  Dat is in belangrijke mate, zo niet grotendeels, te wijten aan de slechte controle van onze Tweede en Eerste kamer op de regering, die deze open wond jaren heeft laten dooretteren.

Het recente, door Wiebes onder de pet gehouden, debacle van de inning van de erfbelasting is daarvan een pregnant voorbeeld. Als zelfs het clubblaadje de accountant schrijft dat de Tweede Kamer laaiend is over de computerproblemen bij de belastingdienst dan is er wel wat aan de hand.[2] Primair hebben de burgers echter alle reden om laaiend te zijn op de Tweede kamer die al jaren op zijn handen zit en niet ingrijpt door b.v. een parlementaire enquête te houden.

Ook zonder ICT-problemen is het erfrecht overigens een hoofdpijndossier dat nodig op de helling moet om de rechtsongelijkheid te adresseren. [6]

___________________________________________________________________________

§1 Inleiding

De Tweede Kamer, opvallend genoeg de coalitiepartijen voorop, is volgens de NRC geschrokken en eist nadere opheldering over de problemen van de inning van de schenk- en erfbelasting.[3]  „Dat het een janboel is bij de Belastingdienst wisten we toch al?, was het commentaar van Henk Nijboer. Nu klopt dat laatste want we hebben al vele jaren kneuzen van Staatsecretarissen van Financiën {de Jager (2007-2010), Weekers (2010-2014) en Wiebes (2014-2017)}, die van de belastingdienst een bordeel gemaakt hebben. [2] Ik kan me overigens niet herinneren dat Nijboer, PvdA-kamerlid sinds 2012, veel moeite heeft gedaan om van die kneuzen af te komen.

Ook van Weyenberg (D66) was van mening dat Staatssecretaris Snel het “dramatischer aantrof dan hij had gedacht”. Nu zit Van Weyenberg ook pas sinds 2012 in de Tweede Kamer en hij heeft kennelijk nog niet genoeg inwerktijd gehad om al die rapporten over de belastingdienst tot zich te nemen. [4] Hij was dan ook niet in staat om zijn partijgenoot Snel tijdig en adequaat te informeren over de puinhoop bij de belastingdienst. Overigens had Snel (ambtenaar ministerie van Financiën, vanaf 1995 en plaatsvervangend directeur-generaal fiscale zaken, ministerie van Financiën, tot 2009) ook gewoon de krant kunnen lezen of contact kunnen houden met zijn oud-collega’s.

Kamerlid Omtzigt (2003 – heden !), nooit te beroerd om oppositie te voeren en nogal gehandicapt door regelmatig opspelend Mild Cognative Impairment (MH17) stelde dat „de top van de Belastingdienst in de afgelopen jaren niks heeft geleerd”. Dat geldt kennelijk ook voor de opeenvolgende staatsecretarissen. Minister Wiebes mag zich inmiddels van Rutte bezig houden met de zware klus van de energietransitie. Met een IQ van 500 zal hij al zijn hersencellen hard nodig hebben, hopelijk gebruikt hij ze deze keer wel goed.

Dat de belastingdienst niet geheel op orde is, weet de Tweede Kamer al jaren. Omdat bijna alle politieke partijen pakjes boter op hun hoofd hebben wordt een parlementaire enquête al velen jaren vooruit geschoven. De trappen worden nooit van bovenaf schoongeveegd en het Rijk loopt daardoor vele miljarden mis.

§2 De opbrengst erf- en schenkbelasting

Maar hoe groot is dat ICT-probleem eigenlijk? Het gaat normaal jaarlijks om zo’n 140.000 erfenissen en op basis van de 20/80-regel dek je dan 80% van de belastinginkomsten af door 20% van de aanslagen met voorrang te behandelen. Omdat de vermogens notoir scheef zijn verdeeld is dat dekkingspercentage in geld voor die 20% nog veel hoger. Laten we dus even naar de werkelijke cijfers kijken.

De meest recente cijfers over erfenissen zijn uit 2014 en kunnen als volgt worden samengevat [5]:

(1) Door je te concentreren op de erfenissen groter dan € 100.000 (ruim 25 % van de erfenissen) hark je dus bijna 87% van de belasting binnen. Wiebes had er dus best wat harder aan mogen trekken.

(2) De fiscus schijnt een achterstand te hebben van € 450 mln. in de heffing van de erfbelastingheffing. Blijkens de miljoenennota 2015 bedroeg de schenk- en erfbelasting opbrengst in 2014 € 1.606 mln. Stellen we het aandeel van de erfbelasting arbitrair op 87% dan gaat het dus voor 2014 in totaal om ca € 1.390 mln.

____________________

Laatste bijgewerkt 18 december 2017

[1] Bij voorbeeld: Het datamijnenveld bij de belastingdienst

en De belastingdienst is een bordeel.

[2] https://www.accountant.nl/nieuws/2017/12/kamer-laaiend-over-nieuw-probleem-fiscus/

[3] https://www.nrc.nl/nieuws/2017/12/14/menno-snel-overvallen-door-problemen-bij-fiscus-a1585058

[4] Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan

[a] De door het Ministerie van Financiën aan de ABVA-KABO uitbestede  rijksideëenbus:

https://www.fnv.nl/zoeken?query=belastingdienst+rapporten&cname=default

[b] De Algemene Rekenkamer die zijn jarenelange bevindingen zo wollig en de kool en geit sparend opschreef dat zij die mede aan de hand van [a] moest verduidelijken:

Algemene Rekenkamer, “Handhaving belastingdient”, http://www.rekenkamer.nl/dsresource?objectid=25006&type=org , 30 november 2016.

[c] https://www.rekenkamer.nl/actueel/nieuws/2017/10/11/rapport-over-tussenstand-vernieuwing-van-belastingdienst

[d] https://www.accountancyvanmorgen.nl/2017/10/11/rekenkamer-vernieuwing-belastingdienst-traag-kosten-en-baten-onduidelijk/

[e] https://www.volkskrant.nl/economie/belastingdienst-ziet-zelf-inning-kan-gevaar-lopen~a4511741

” ‘De continuïteit van het inningsproces is niet gegarandeerd.’ De dienst stelt dat kennis over de huidige, vaak oude systemen, in hoog tempo schaarser wordt, doordat de mensen die ermee kunnen werken met pensioen gaan of ontslag hebben genomen. Een fors deel van de systemen voldoet volgens de huidige normen niet meer, maar belastingambtenaren moeten ermee blijven werken omdat vernieuwing uitblijft.”

[5] Ook het CBS heeft zijn eigen bordeel dat (vernieuwde) Statline heet. Als u geschiedenis wilt schrijven kunt u daar terecht:

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/navigatieScherm/zoeken?searchKeywords=nalatenschappen

De cijfers worden zogenaamd elk jaar bijgehouden, maar 2011 is het laatste jaar dat beschikbaar is en zo erg loopt de belastingdienst ook weer niet achter.

Een CBS-gelegenheidswerkje over dit onderwerp dat Statline nog niet heeft gehaald is:

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/05/minder-vermogen-nagelaten-in-2014

En hier zijn de geciteerde cijfers aan ontleend.

[6] Ook zonder ICT-problemen is het erfrecht belastingtechnisch een hoofdpijn dossier:

[a] http://www.andredevos.nl/artikelen/23/erfbelasting-daalt-met-half-miljard

[b] Arie C Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”

https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

Pensioenvermogen 3e kwartaal 2017

________________________________________________________________________

In de periode 1/1 t/m 30/9/2017 nam het pensioenvermogen slechts met 1,3% toe t.o.v. eind 2016 tot ca € 1.668 mld. De actuele dekkingsraad van de pensioenfondsen nam met 6,3% toe tot 108,5%.

De staat der Nederlanden heeft inmiddels een vordering op het pensioenvermogen van € 584 mld. zodat € 1.084 voor de pensioendeelnemers overblijft. De stijging van het pensioenvermogen blijft achter bij het gemiddeld rendement op dat pensioenvermogen, dat volgens de CPB houdbaarheidsommetjes usantieel sinds 2010 5% per jaar bedraagt.

Volgens de misleidende voorstelling van zaken door het CPB en Rutte III is de overheidsschuld eind 2017 € 413,7 mld. (57% bbp_2017) en het overheidsoverschot € 4,4 mld (0,6% bbp_2017). Daar moet je dus de belastingclaim op het pensioenvermogen respectievelijk de mutatie in die claim  even vanaf trekken c.q. bijtellen om een juistere voorstelling van zaken te geven. Voor meer details zie.

Uiteraard hoor je daar nooit iets van terwijl men over 0,1% van het overheidstekort loopt te zanikken,  om over het geneuzel van die macro-economen over het structurele begrotingstekort en het houdbaarheidstekort maar helemaal te zwijgen.

Minister Hoekstra loopt zo in 9 maanden tijd toch zo’n € 15 mld. mis (2,1 % bbp_2017) De toename van de belastingclaim op basis van 5% rendement is immers € 22 mld. in 9 maanden tijd tegenover een werkelijke toename van slechts € 7 mld (1 % bbp_2017).

________________________________________________________________________

Het pensioenvermogen eind 3e kwartaal 2017 bedraagt [1a; 1b]:

(1) Op basis van de gegevens van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen was mijn schatting voor het pensioenvermogen van de pensioenfondsen eerder € 1.320 mld. (werkelijk € 1.314,4 mld.)

(2) Meer historische gegevens over het pensioenvermogen vindt u hier.

______________

Laatst bijgewerk 12 december 2017

[1a] https://www.dnb.nl/binaries/t8.1nk_tcm46-330813.xls?2017121120

[1b] https://www.dnb.nl/binaries/t7.1nk_tcm46-330769.xls?2017121120

[1c] https://www.cpb.nl/persbericht/economie-floreert-krappere-arbeidsmarkt

The worst advertisement for socialism is its adherents (Orwell).

____________________________________________________________________________

De Raad van commissarissen van PostNL is om één of andere reden een PvdA-bolwerk.[1] Dat het personeelsbeleid van PostNL de laatste jaren uitermate asociaal geworden is, hoeft derhalve niet te verbazen. [2]

Een bewijs daarvoor is weer eens de neergelegde claim van € 5 mln. van het FNV voor het overtreden van de CAO-bepalingen. [3] “Met
specifieke kennis van en aandacht voor de belangen van werknemers” (uit profiel RvC) is het kennelijk al vele jaren uiterst droevig gesteld binnen die onderneming. [4]

____________________________________________________________________________

[1] https://www.postnl.nl/over-postnl/over-ons/onze-governance/raad-van-commissarissen/

Het gaat daarbij om de personen: Jacques Wallage – voorzitter, Eelco Blok, vice-voorzitter, Marc Engel, Agnes Jongerius, Thessa Menssen en Frank Rövekamp.

[a] https://www.geenstijl.nl/4469061/postnl_gebruikt_bijstandsgerec/

[b] https://www.trouw.nl/home/bonden-sluiten-cao-met-postnl-zonder-fnv~af4bc38e/

[c] https://www.youtube.com/watch?v=bOHiG6jfuGA

[d] http://www.hpdetijd.nl/2017-08-08/zelfreflectie-postnl-ontbreekt-wel/

[3] https://www.volkskrant.nl/economie/honderden-pakketsorteerders-lopen-geld-mis-door-schijnconstructie-en-eisen-nu-5-miljoen-van-postnl~a4543207/

[4] https://www.postnl.nl/Images/profielschets-rvc-PostNL-2017-new-code_tcm10-109499.pdf?v=da8b6c1758b4b3b4d009a0affac8e736

La propriété c’est le vol

______________________________________________________________________________

In deze bijdrage laten we zien hoe de linkse coalitie, onder de bezielende leiding van de heren Klaver, Roemer en Asscher een uitspraak van Proudhon (1809-1865) in praktijk brengen met hun ondoordachte voorstel om naast de vermogensrendementsheffing een vermogensbelasting in te voeren en zelf op diefstal uit te gaan. [1]

De maatregel is mede ingegeven door het bekende boek van Piketty, die in hoofdstuk 15 een uiterst vaag en slordig uitgewerkt voorstel doet om het door hem gesignaleerde probleem (r >g) op Europese basis aan te pakken. [2] Dat probleem bestaat in Nederland alleen voor het ondernemingsvermogen en het aanmerkelijk belang vermogen zoals uit de tabel die in noot [2] is toegevoegd duidelijk blijkt. Klaver moet die tabel nog maar eens goed bekijken voor hij weer onzin uitkraamt. Ook partijleider Asscher, van die linkse splinterpartij, kan er zijn voordeel meedoen. In een vorig politiek leven als minister van sociale zaken kreeg hij immers in de Piketty discussie in de Tweede Kamer de volgende passage over zijn lippen:

 “Het kabinet ziet op dit moment dan ook geen indicaties om te veronderstellen dat de vermogensverdeling onevenwichtig is.”

Ascher kan dus mooi in de oppositie aan zijn permanente educatie gaan werken. De adviescommissie kandidaatstelling kan dan voor de volgende verkiezingen een tentamen afnemen.

______________________________________________________________________________

§1 Het voorstel

Regelmatige lezers van deze site weten dat de belasting op kapitaalinkomen in Nederland een ondergeschoven kindje is doordat een substantieel deel van dat inkomen (2014 ca € 200 mld.) nauwelijks belast wordt. Er is dus alle reden om dit probleem eens goed systematisch aan te pakken. Maar zo’n aanpak vereist studie en zweetdruppeltjes van politici. Zoals bekend is dit laatste een uiterst  schaars goed, vooral als daarmee de politici hun clientèle, die zij met voorrang vertegenwoordigen, de Upper Middle Class, getroffen wordt.

Verkiezingsprogramma’s zijn in Nederland gegelegenheidsdocumenten  waaraan je je na de verkiezingen zo weinig mogelijk gelegen moet laten liggen.  De plannen zijn met opzet vaag en worden noodgedwongen iets meer geconcretiseerd door de CPB-doorrekening, als het CPB ten minste oplet. De kiezer maakt uit dat cafetariasysteem een keuze en hoopt dat de partij van zijn keuze zijn afspraken enigszins nakomt. Coalitiebesprekingen zorgen voor de nodige verwatering zodat die  Upper Middle Class meestal goed weg komt.  De ambtenaren toveren na de verkiezingen allerlei alternatieve plannetjes uit hun hoge hoed, waaraan die partijen voor de verkiezingen kennelijk nooit gedacht hebben, en anders heeft de informateur nog zijn geheel eigen inbreng om zijn bedrijfsleven te bevoordelen. Dit hele proces is uitermate behulpzaam bij het uithollen van de democratie.

Nu is bij de linkse samenwerking kennelijk ook sprake van coalitiebesprekingen geweest. Het is daarom goed om even kennis te nemen van de standpunten in de verkiezingsprogramma’s van die individuele partijen om te zien hoe hun gezamenlijk standpunt tot stand is gekomen. Deze kunnen, met voornamelijk dank aan het CPB, als volgt worden samengevat [3]:

(1) Het heeft er dus alle schijn van dat de SP een succesje heeft geboekt en GL en PvdA voor hun voorstel tot vermogensbelasting heeft kunnen winnen. Het CPB kent bij de nieuwe doorrekening een additionele bonus toe van € 0,2 mld extra opbrengst t.o.v een eerdere doorrekening van het verkiezingsprogramma.

Tijdens de algemene beschouwingen kwamen Groenlinks, SP en PvdA met een het volgende gezamenlijke standpunt om naast de vermogensrendementsheffing een vermogensbelasting in te voeren [1]:

Er wordt een vermogensbelasting ingevoerd voor huishoudvermogens van 1 mln euro of hoger. Deze heffing vervangt de vermogensrendementsheffing niet, maar is een parallelle heffing in box 3. Voor huishoudvermogens tussen de één en twee miljoen euro geldt een tarief van 1%, en voor huishoudvermogens vanaf twee miljoen euro geldt een tarief van 2%. Dit is een lastenverzwaring van 1,4 mld euro in 2021. (DLP_113)

Grafisch kan dit voorstel als volgt worden weergegeven:

(1) We gaan er vanuit dat het forfaitaire VRH-rendement het werkelijk bruto rendement benadert, hoewel daar forse kanttekeningen bij te plaatsen zijn.

(2) De beoogde progressie van de samengevoegde VRH & vermogensbelasting blijkt duidelijk. Merk op dat links de lage vermogens wel in de kou laat staan. Zoals bekend geldt grote stelen en kleine stelen en de staat en de grote stelen usantieel het meest.

(3) Als dit forfaitair rendement ook voor het Financieel Toetsingskader gebruikt zou worden zou het Nederlandse pensioenstelsel aardig opknappen en zijn geen herstelplannen meer nodig.

Het effect voor een huishoudvermogen van een echtpaar met een vermogen van € 3.000.000 laat zich als volgt weergeven:

(1) De VRH voor het echtpaar bedraagt € 41.741. Na invoering van de vermogensbelasting is dus  sprake van een toename met 72%.

(2) Het belastingtarief van de VRH bedraagt 30% van het fictief rendement. Fiscalisten claimen altijd dat dit percentage zo laag is omdat de wetgever rekening houdt met de inflatie. Nu ben ik tijdens mijn werkzaam leven bijna geen fiscalist tegengekomen die wel kan rekenen, dus dat ligt, zoals we nog zullen zien, toch even anders.

In elk geval maakt bovenstaand voorstel van het linkse trio dat de kans van slagen om bij de rechter je recht te halen aanzienlijk wordt vergroot zoals het Tweede Kamerlid H. Nijboer bij nader inzien ongetwijfeld zal moeten beamen:

[1] Voor een werkelijk rendement van 2-4% is het linkse voorstel toch redelijk confiscatoir en in strijd met met het eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. [4]

(2) De mensen met alleen spaargeld worden al vele jaren door de overheid bestolen zonder dat de opeenvolgende kneuzen van staatssecretarissen van financiën ( de Jager, Weekers en Wiebes) er een poot naar uitstaken door het belastingstelsel te hervormen en eindelijk van werkelijk behaalde rendementen uit te gaan, iets wat mijn private banker met één vinger in zijn neus doet.

§2 Hoe kom je aan € 3 mld. vermogen?

Nu is het natuurlijk zo dat men in linkse kringen niet zo vertrouwd is met het verwerven van zoveel vermogen. Ik zal daarom enkele mogelijke posten aan de hand doen, die mogelijk aan hun aandacht zijn ontsnapt.

(1) Het kan natuurlijk zijn dat de ouders van de oude generatie in loondienst redelijk (onnodig) spaarzaam waren, snel hun hypotheek hadden afgelost en niet het geld over de balk gooiden aan nieuwe keukens, verbouwingen en andere onzin. Dat geld lieten ze na een flinke aderlating aan de fiscus na aan de kinderen.

(2) Omdat ons echtpaar geen pensioenregeling heeft zoals al die ambtenaren die de politiek ingaan, maken zij geen gebruik van de VRH-vrijstelling en moet het echtpaar met spaargeld zelf hun pensioen opbouwen. Met een beetje pensioen met twee inkomens moet je een fors vermogen opbouwen. Kennisname van de uw- lijfrente-komt-vrij sites leert dat hier best wat geld mee gemoeid is. Als je je geen oor wil laten aannaaien door die financiële maffia zal je daar dus zelf goed voor moeten zorgen. Over al dat inkomen waarmee het vermogen is opgebouwd, werd in het verleden gewoon 72%, 60% en 52% belasting box 1 afgedragen.

(3) Als je om dat pensioen op te bouwen b.v. € 1.200.000 5,5% obligaties in 2000 tegen 90,15% kocht,  zijn die krengen nu zo’n € 600.000 meer “waard” dan nominaal door de daling van de rente. Die € 600.000 is echter gewoon renteloos agio, dat als sneeuw voor de zon verdwijnt tot 2028, waar je wel al die tijd VRH over betaalt.  Je betaalt dus over € 1.800.000 VRH en op voorstel van die linkse rakkers ook nog eens vermogensbelasting.

(4) Nu kan je van een onderwijzer en een overigens uiterst talentvolle VMBO’er niet verwachten dat hij veel van dergelijke financiële finesses begrijpt en dus voor de Bühne maar wat aanrotzooien. Maar van de heer Henk Nijboer die in Leiden heeft gestudeerd had ik, kennelijk ten onrechte, meer brains verwacht.

(5) Gelukkig is er voor ons echtpaar een relatief eenvoudige oplossing om aan de grijparmen van de linkse heren te ontkomen: de beleggingsportefeuille naar box 2 overhevelen geeft een aanzienlijke verlichting, waarbij simultaan het agio in de portefeuille door switchen kan worden verlaagd. Het belastingtarief op de fiscale winst wordt dan onder het 2021 regime 16 % vennootschapsbelasting en 28,5% box 2 belasting in totaal dus 39,94% belasting.

(6) De glijbaan naar belastingvrijdom van C.A. Rijkers is immers nog steeds in volle glorie aanwezig en daar gebeurt geen ruk aan. [5] Ik begrijp dat het tegenwoordig van de sociaaldemocratie te veel gevraagd is om met een redelijk evenwichtig belastingstelsel te komen. Ja, de tijden van Roemers en Vondeling c.s.met degelijke studies: das war einmal.

______________________

Laatste bewerkt 27 november 2017

Zoals u uit de tekst kunt opmaken ben ik dit keer wel belanghebbende.

[1] CPB, “Analyse economische en budgettaire effecten van pakket wijzigingsvoorstellen van GroenLinks, SP en PvdA op het Regeerakkoord”,

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-8nov2017-Analyse-wijzigingsvoorstellen-GroenLinks-SP-PvdA-op-Regeerakkoord.pdf

[2] Thomas Piketty, Kapitaal in de 21e eeuw, “Blauwdruk voor een Europese vermogensbelasting”, blz 630-633

De Nederlandse CBS-vermogensstatistieken zijn uiterst gebrekkig en het vermogen en inkomen uit vermogen wordt systematisch te laag voorgesteld. Als we die statistieken toch gebruiken ontstaat voor de periode 2007-2014 het volgende incomplete beeld:

(1) Met uitzondering van het ondernemingsvermogen (ondenemingsvermogen + aanmerkelijk belang vermogen) is er van een reële toename van het vermogen geen sprake. Dat vermogen valt onder box I, vennootschapsbelasting en box 2 en niet onder de vermogensrendementsheffing. Voor bevoordeling van box 2, inclusief erfrecht, zie noot [5]. Het ondernemingsvermogen wordt fiscaal gewaardeerd en elke gelijkenis met de werkelijke waarde in het economisch verkeer berust op zuiver toeval. Het CBS klooit ook maar wat aan om cijfers in hun statistieken te kunnen opvoeren. Dat geldt zowel voor het inkomen als voor het vermogen.

[3] De uiterst vage passages in de verkiezingsprogramma’s luiden als volgt:

GroenLinks:

Er komt een Piketty-belasting: een progressieve belasting op vermogen op basis van reëel rendement. Wie veel vermogen heeft gaat meer betalen; mensen met enkel wat spaargeld betalen minder.

Met behulp van het CPB is deze wazige tekst veranderd in:

GroenLinks vervangt de huidige vermogensrendementsheffing in box 3 door een vermogensaanwasbelasting en kiest daarbij voor een heffingsvrije voet van 1000 euro. Daarnaast introduceert GroenLinks een progressief tarief in box 3. Voor een vermogensaanwas van 1000 tot en met 20.000 euro geldt een tarief van 35%; voor een aanwas van 20.000 tot en met 60.000 euro geldt een tarief van 42% en voor een aanwas van meer dan 60.000 geldt een tarief van 52%. Tezamen resulteren deze maatregelen in een lastenverzwaring van 0,7 mld euro in 2021. (GL_204)

SP:

We voeren een miljonairsbelasting in. Door de vermogens eerlijker te belasten, is de gewone spaarder beter af. De opbrengsten hieruit kunnen worden besteed aan het verlagen van de lasten voor mensen met een middeninkomen en lager inkomen.

Bij het CPB werd dit:

De SP voert een vermogensbelasting in van 1% voor huishoudvermogens tussen de één en twee miljoen euro, en voor huishoudvermogens vanaf twee miljoen euro geldt een tarief van 2%. Dit is een lastenverzwaring van 1,2 mld euro in 2021. (SP_173)

{In de nieuwe berekening van het CPB levert dat ineens 0,2 mld. meer op}

De SP voert per 2021 een vermogensaanwasbelasting in met een heffingsvrije voet van 200 euro en een tarief van 40%. Dit is een lastenverzwaring van 1,9 mld euro in 2021. (SP_174)

PvdA:

Wij willen dat mensen met vermogen niet langer betalen over hun fictieve rendement in box 3, maar over het werkelijk behaalde rendement over hun spaargelden en beleggingen. Kleine spaarders gaan dan minder betalen, zeer vermogenden meer. Voor vermogens boven de 1 miljoen gaat het tarief in box 3 van 30 procent naar 40 procent.

Bij het CPB werd dit en valt deze post niet terug te vinden:

De PvdA voert een vermogensaanwasbelasting met progressief tarief in per 2021. Voor een vermogensaanwas tot 9250 euro geldt een tarief van 30% en voor vermogensaanwas vanaf 9250 euro geldt een tarief van 40%. Dit is een lastenverzwaring van 0,5 mld euro. Structureel is er sprake van een lastenverzwaring van 0,6 mld euro. (PvdA_237, 238)

[4] “Gezien de rechtspraak van het EHRM meen ik dat een vermogensheffing – inhoudende een inkomstenbelasting en/of vermogens(aanwas)belasting – confiscatoir is wanneer deze van zodanige omvang is dat zij niet kan worden voldaan uit de inkomsten en de al dan niet gerealiseerde waardestijging van het belaste vermogen van de belastingplichtige.”

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:PHR:2016:41

[5] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

Financieeel stabiliteitscomité – aflossingsvrije hypotheek

__________________________________________________________________

Het Financieel stabiliteitscomité (DNB, AFM en MvF) (“comité”) meent op de problematiek van de aflossingsvrije hypotheken te moeten wijzen, daarbij miskennend dat de eigen woning bezitters nog vele jaren door de staat in de watten zal worden gelegd t.o.v. de huurders. [1]

Aan de hand van een casus zullen laten zien dat een extra aflossing momenteel niet echt voor de hand ligt.

__________________________________________________________________

§1 De casus

We gaan uit van de volgende situatie:

(1) Het echtpaar moet nog zien dat zij onder het progresssieve sociale arbeidsklimaat 20 jaar aan het werk blijft. Gezien hun beider inkomen en pensioenopbouw komen ze dan gemiddeld op ca 60% van hun laatstverdiende loon. Volgens de houdbaarheidsstudies van het CPB maken de pensioenfondsen 5% rendement en zal dat dus geen problemen opleveren. Of het CPB het Financieel stabiliteitscomité daarvan ook kan overtuigen is niet geheel duidelijk. Gegeven de door het DNB goedgekeurde herstelplannen pensioenfondsen is er overigens kennelijk geen vuiltje aan de lucht.

(2) De WOZ-waarde is de huidige marktwaarde. Gelukkig loopt de gemeente al jaren achter de feiten aan zodat de werkelijke WOZ-waarde thans slechts € 182.000 is. De werkelijke bijtelling is dus minder.

(3) Uitgaande van 1,7% inflatie en 1% reële stijging per jaar (wonen 4.0) is de WOZ-waarde bij pensionering ca € 443.000. Niet echt iets om dus t.z.t. wakker van te liggen.

De woonlasten laten zich als volgt in kaart brengen:

(1) Gezien een marktconforme huur van 4,5% van de WOZ-waarde of € 11.700 per jaar, woont ons echtpaar uiterst goedkoop tot in lengte van jaren. Daar kun je niet tegenop huren en over die huurlast maakt eigenlijk niemand, behalve de huurder, zich zorgen. De enig zorg is eigenlijk dat ons echtpaar straks door de bank, opgedrongen door de toezichthouders, weer met een aantal stompzinnige vragen wordt lastig gevallen, zoals dat momenteel ook door de private banking afdeling gebeurt over de nieuwe beleggingsrichtlijnen van de AFM.

(2) Door de overgangsregeling zal de hypotheeklast ergens tussen de € 4.436 en € 4.357 inliggen. De commotie over de aanpassing van het  HRA-infuus is dus nergens op gebaseerd.

§2 Spaargeld aanwenden extra aflossing

Stel dat ons echtpaar inmiddels € 100.000 heeft gespaard en zich door het comité laat aanpraten om dit aan te wenden om extra boetevrij af te lossen.

De nieuwe hypotheeklast wordt dan als volgt:

(1) De jaarlijkse last wordt dus € 1.890 lager. Maar daar staat wel de derving van het beleggingsresultaat – zie §3 tegenover.

(2) Het door het comité voorgestane rendement op die € 100.000 is dus ca 1,89%.

§3 Alternatief blijven beleggen

Ons echtpaar kan natuurlijk de € 100.000 ook blijven beleggen. De vraag is dan welk rendement door een goede vermogensbeheerder gemaakt kan worden. Als het rendement van het ABP een yardstick is moet je denken aan een rendement van zo’n 7% over de laatste 20 jaar. Onze Minister van Financiën gaat uit van 5,38%, een percentage dat algemeen door onze parlementariërs wordt overgenomen, en dus wel op realiteit moet berusten, zodat wij wel met 5% mogen rekenen.

Het beleggersalternatief is dus als volgt:

(1) Je moet dus echt op je achterhoofd gevallen zijn om de aanbeveling van het comité op te volgen.

(2) Twintig jaar sparen door de hypotheek te gaan aflossen geeft dus een flinke derving van beleggingsopbrengsten.

§4 De afschaffing van de wet Hillen.

Mensen die hun hypotheek niet aflossen hebben geen last van die maatregel. Gezien de EWF bijtelling van t.z.t. slechts 0,6% van de WOZ-waarde is de bijtelling uiterst gering in vergelijking met de VRH en niet te vergeten de betaalte rente op de hypotheekschuld. Het inkomen eigen woning in de inkomensstatistieken van het CBS is dan ook nog steeds negatief.

Er is dus alle reden dus om de afbouw aanzienlijk te gaan versnellen.

§5 Opheffing van het HRA-infuus

Om de financiële stabiliteit te bevorderen en de druk op de huizenprijzen te verminderen kan, gezien de lage rente, het HRA-infuus natuurlijk ook versneld in b.v. 8 jaar worden opgedoekt, maar daar heeft het comité natuurlijk niet de ballen voor. Het is natuurlijk ook mogelijk dat his masters’ voice een dergelijke conclusie niet opportuun achtte.

§6 Kwaliteit van woning- en vastgoedtaxaties

Het comité meet zich ook een oordeel aan over de kwaliteit van de taxaties. Zoals bekend heeft de markt altijd gelijk, de wetgeving voor taxateurs zal hier helemaal niets aan veranderen. Overheidsbeleid dat de huizenmarkt verruimt zou overigens wel helpen om om te woningprijzen in toom te houden. Daarmee heeft de politiek de afgelopen jaren jammerlijk gefaald, waarbij overcapaciteit door de recessie onbenut bleef en de verhuurdersheffing ook niet echt hielp. Maar wil het comité nu wel of niet dat de huizenprijzen stijgen om de financiële stabiliteit te bevorderen? Dat maakt het niet duidelijk. Het HRA-infuuus is nog steeds goed voor zo’n 15 à 20% onnodig hoge woningprijzen. Daar betaalt de huurder in de vrije sector ook stevig aan mee.

______________

Laatst bijgewerkt 23 november 2017

[1] http://www.financieelstabiliteitscomite.nl/nl/nieuws/nieuwsbericht/45

 

 

 

Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW Q3 2017

______________________________________________________________________________

Het derde kwartaal 2017 nam het pensioenvermogen van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen met € 13,3 mld. toe. De toename had bijna uitsluitend betrekking op de toename van de algemene reserve met € 13,8 mld. Mede dankzij het gebrekkige toezicht van de toezichthouders op de verslaglegging wordt het behaalde rendement in euro’s, m.u.z. van het ABP door de bedrijfspensioenfondsen niet verstrekt. Overigens zijn de kwartaalberichten al vele jaren van een bedroevende kwaliteit gezien het gezamenlijk vermogen van € 754 mld. (103% bbp_2017).

Belangrijke gebeurtenissen in het derde kwartaal waren de geringe stijging van de rekenrente, de waardestijging van de aandelen aan het einde van het kwartaal, het negatieve rendement op de vastrentende waarden en de €/$- valutakoers ontwikkeling.

Ten opzichte van eind 2016 nam het pensioenvermogen van de vijf grote fondsen met € 22,1 mld. toe (3%).

______________________________________________________________________________

§1 Dashboard

Het dashboard kan voor het 3e kwartaal 2017 als volgt worden weergegeven:

Tabel 1 Dashboard pensioenvermogen ABP, PFZW, PMT, PME en bpfBOUW 2017K3

(1) De gecombineerde actuele dekkingsgraad voor de vijf grote fondsen bedraagt 101,3%, dat is 4,2% hoger dan eind 2016.

(2) In het derde kwartaal 2017 nam het pensioenvermogen met € 13,3 mld. toe t.o.v. het 2e kwartaal 2017.  Die toename was € 22,1 mld. (2,9 %) t.o.v. eind 2016.

§2 Relatieve belang van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen

Het relatieve belang van de vijf grote fondsen valt als volgt in te zien:

Tabel 2 Relatieve belang bedrijfspensioenfondsen

(1) Het relatieve belang in het totale pensioenvermogen van alle pensioenfondsen is dus ca 57%. Het aandeel in de beleggingsresultaen schommelt aanzienlijk.

(2) Een projectie met een korreltje zout van het totaale pensioenvermogen van alle pensioenfondsen voor het 3e kwartaal 2017 wordt dus € 1. 320 mld. (754,1/57,1%), een geschatte toename van € 35 mld. t.o.v. eind 2016.

§3 Rendement

Het behaalde rendement van de vijf grote fondsen valt als volgt samen te vattten:

(1) Het rendement op de beleggingen laat dus een dalend verloop zien. Gezien het aanzienlijke belang van de vastrentende waarden in de beleggingsportefeuilles hoeft dat niet te verbazen.

(2) De pensioenbobo’s werden het derde kwartaal gematst door de opleving in de aandelenmarkt en de valutaresultaten. De volgende grafiek laat voor het derde kwartaal het effect zien van de €/$- koers  en de MSCI-index ( 2017K2=100)

Zowel de staat als de pensioendeelnemers kunnen een relatief gering rendement bijschrijven. Bij de CPB-houdbaarheidssommetjes wordt door het CPB uitgegaan van een rendement van 5% p.j.  Op € 741 mld. zou dat voor het 3e kwartaal een rendement van € 9,3 mld. zijn geweest.

(3) Aangezien het ABP het enige fonds is dat behoorlijke rendementscijfers geeft laten we ook nog even het rendement van het ABP voor de jaren 2014 – 2017Q3 per beleggingscategorie zien:

(1) De relevantie van de FTK risicovrije rekenrente valt direct uit de tabel af te lezen: het cumulatieve rendement op de vastrentende waarde is 15% van het totale rendement terwijl die vastrentende waarde ca 37% van de beleggingen uitmaken.

(2) Het belang van aandelen en onroerend goed in de beleggingen is ca 46% en het cumulatieve aandeel in het rendement  70%. De de pensionado’s moeten dankzij het stompzinnige FTK, waar onze politci de volle verantwoordelijkheid voor dragen, maar op een houtje bijten. (geen belanghebbende)

_____________________

Laatst bijgewerkt 17 november 2017

[1] Het vinden van de kwartaalberichten van PMT, PME en bpfBOUW is elk kwartaal weer een zoektocht. Bronnen zijn het eenvoudigst te vinden via de SER publicatie Themabrief pensioenen en AOW, die verder ook nuttige informatie bevat:

http://yourzine.tripolis.com/public/preview?KB2VNgKCf1jPt7UZMjTyy0mB92nq5kGj1Zzg3dQ6PpJyyUEBKujUbvh7H*_mfqVR