Spring naar inhoud

Intro en actueel

De rode tekstdelen geven de link naar de onderliggende bijdragen.

Deze pagina is geactualiseerd voor het CEP 2020 en de pensioendata 31/12/2019 voor zover beschikbaar.  De bijdrage pensioenen is geheel geactualiseerd.  Het aanmerkelijk belang vermogen is ook aangepast op basis van de de belastingstudie van 1/5/2020. Een recente inmiddels geactualiseerde bijdrage waarin we aandacht besteden een het sterftecijfer door het Corona-virus treft u hier aan. 

Vanaf heden (25/4/2020) t/m medio september 2020 zal deze website m.u.z. van deze pagina niet nader worden geactualiseerd. Gezien het hopelijke goede weer kan ik mijn tijd voorlopig beter gebruiken. Die cijfers geven in deze barre tijden toch maar de waan van de dag weer. Of ik daarna nog tot actualisatie van de permanente pagina’s zal overgaaan zal dan nader worden bekeken. 

Op deze site behandelen we een aantal economische onderwerpen die speciaal mijn aandacht hebben. Dat geldt in het bijzonder de pensioenaangelegenheden, de overheidsschuld, de inkomens- en vermogensverdeling en ons belastingstelsel, althans wat daar voor doorgaat. Daarbij wordt cijfermateriaal gebruikt dat hopelijk beter laat zien wat er echt feitelijk gebeurt™. Die cijfers, met mijn analyse, wijken nogal af van de cijfers over b.v. de overheidsschuld en het vermogen die het CBS en het CPB de burgers plegen voor te liegen. De tabel in §2 maakt het effect in één oogopslag duidelijk.

Voor uitgebreidere informatie dient u de bijdragen zelf te raadplegen. Deze worden in het menuscherm onderscheiden in  0. Permanent en 1. Actueel en een overzicht van de bijdragen kunt u zien door op deze links te clicken. De datum in de view achter de documenten is de aanmaakdatum (b.v. bbp 2/10/2017). De datum waarop het document voor het laatst is bijgewerkt staat in het document zelf in de noten (b.v. bbp 30/12/2019). Permanente bijdragen worden regelmatig geactualiseerd, maar zullen niet altijd  à jour zijn.  We geven op deze pagina slechts enkele kerntabellen en een grafieken. De onderliggende bijdragen geven meer informatie en referentie naar de bronnen maar zijn niet altijd bij naar de laatste stand van zaken. Op deze pagina wordt de meest actuele data weergegeven zoals die mij op de datum boven aan de pagina bekend zijn. In de tekst zijn vaak links opgenomen naar andere bijdragen: zo kunt u  in de aangegeven link b.v. zien waarom de 60% EMU-schuld norm een EU-invented tradition is.

§ 2.  Cijfermateriaal pensioenvermogen, overheidsschuld en overheidsvermogen

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

♦ Het pensioenvermogen bedraagt eind 2019 € 1.815 mld., een stijging van € 265 mld. t.o.v. 2018. De stijging in 2019 is de grootste stijging ooit. Dit cijfers is exclusief de derde pensioenpijler die grof geschat op € 200 mld. kan worden gesteld.

♦ Zoals in de tabel valt af te lezen steeg in de periode 2006-2019 het bbp met 2,8% per jaar, de overheidsschuld met 2,6% per jaar en het pensioenvermogen met een buitenproportionele 6,9% per jaar.

♦ De staat heeft een belastingclaim op dat pensioenvermogen van 35% of € 635 mld. een toename van € 93 mld in 2019.  Gegeven de EMU schuld van € 395 is er al vele jaren geen overheidsschuld meer, maar is eerder sprake van een overheidsactief van € 240 mld. eind 2019. Die 35% is vermoedelijk te laag als je sociale lasten en met name de verdeling van de pensioenpremie per inkomensdeciel in aanmerking neemt. Tevens zou je feitelijk ook de indirecte belastingen op de besteding van de uitkeringen (ca 6% van het pensioenvermogen) moeten meenemen. Het wordt dan ook hoog tijd dat het CPB dat cijfer, gezien het belang, eens deugdelijk onderbouwd.

♦ Het rendement op het pensioenvermogen voor 2019 komt pas medio september 2020 beschikbaar  maar zal gezien de toename van het pensioenvemogen met € 265 niet gering zijn. In de Miljoennota 2020 zal u die spread van de staat niet terug zien. je moet je burgers tenslotte dom houden.  Cumulatief werd in de jaren 2006-2018 een rendement door de overheid gemaakt van € 279 mld. op zijn aandeel in de pensioenpot en werd € 136 mld. aan rente op de staatsschuld betaald. Die rente werd jaarlijks bij de burger in rekening gebracht, van het rendement werd tittel noch jota in de boeken verantwoord. De staat liep dus binnen voor € 143 mld. aan marge. In totaal nam de belastingclaim in die periode met € 294 mld. toe.

♦ De pensioenen van de Nederlandse ambtenaren zijn ook nog eens afgefinacierd, kom daar in het buitenland eens om. Daar kunt u eind maart 2020 nog eens netto € 415 mld. , na aftrek belastingclaim, voor inboeken.

♦ De EMU-overheidsschuld en het EMU-overheidssaldo, de structurele begrotingsruimte en niet te vergeten het eerder genoemde Stabiliteits- en Groeipact krijgen zo een heel eigen betekenis voor de Nederlandse situatie. Deze begrippen zijn misbruikt om volstrekt onnodige bezuinigingen en ombuigingen onder valse voorwendselen af te dwingen waardoor ons bbp ook nog eens minder groeide. Een aantal medeplichtigen  zijn in de appendix in de bijdrage De werkelijke overheidsschuld vermeld, maar er zijn veel meer schuldigen.

♦ De pensioendeelnemers maakten in de periode 2006-2018 ca € 519 mld. aan rendement (65%). De pensionado merkte daar nauwelijks iets van terwijl ook de actieve deelnemers veelal naar hun indexatie konden fluiten. In de inkomensstatistieken van het CBS kwam dit inkomen ook nauwelijks voor.

♦ Het houdbaarheidstekort halveert ten opzichte van december 2019 en komt thans uit op 0,8% bbp. In december 2019 werd voor 2060 nog een overheidsschuld van 100% bbp voorzien, wat die stand nu wordt is in nevelen gehuld. Je moet over meevallers natuurlijk niet al te duidelijk communiceren. Het pensioenvermogen zal ca. 174% bbp in 2060 bedragen zodat de belastingclaim dan op ca. 61 % bbp uitkomt. Over onze staatsschuld hoef je je dus, anders dan onze grote staatsman [1], geen zorgen te maken.

♦ Op basis van de cijfers t/m maart 2020 van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen kunnen we inschatten dat het pensioenvermogen van de pensioenfondsen met zo’n € 133 mld. is gedaald en dat  Hoekstra zo’n € 47 mld. aan belastingclaim is kwijt geraakt. Dat krijg je als je als overheid je risicoanalyse niet op orde hebt.

♦ Als het “zwaarste” corona scenario van het CPB wordt bewaarheid dan zijn we ca. zes jaar reële groei bbp kwijt eind 2021 en bedraagt de overheidsschuld weer ruim 73% bbp, gelijk aan het jaar 1995. Het verschil is wel dat we in 1995 € 16,2 mld. rente op de overheidsschuld betaalden.

§ 3 Vermogen Huishoudens

Een reëler plaatje van het vermogen huishoudens dan het CBS voorschotelt kan als volgt worden weergegeven (meest recente data):

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Bij die CBS vermogen van huishoudens cijfers zijn de nodige kanttekeningen te plaatsen.

♦ De inflatie in de periode 2009-2017 bedroeg totaal 13,8% of meetkundig 1,45 % per jaar. Bij het beoordelen van de vermogensontwikkeling dient rekening te worden gehouden met een mogelijke verschuiving in de loop van de tijd tussen de vermogenscomponenten onderling.

♦Het vermogen huishoudens per 1/1/2018 bedroeg volgens het CBS € 1.416,9 mld. Dat vermogen bedroeg echter eerder bijna het dubbele of € 2.678,7 mld. doordat je 65% van het pensioenvermogen en het verzekeringsvermogen uit levens- en kapitaalverzekeringen moet meerekenen. Daarmee zijn die cijfers echter nog geenszins volledig en juist.

♦ Het eigen woning vermogen bedraagt 1/1/2018 € 607,6 mld., een WOZ-waarde van € 1.333,5 mld. minus een hypotheekschuld van € 725,9 mld. Die hypotheekschuld nam in de periode 1/1/2009-1/1/2018 met € 112 mld. toe en de WOZ-waarde met € 101,9 mld. Er wordt veel drukte gemaakt over de hoge – veelal af te lossen – nominale schulden van de eigen woning bezitter, waar je overigens ook de hypotheekrente minus het netto HRA-infuus nog moet bijtellen. Vergeten wordt dan echter dat een 30-jarige huurder met een sociale maandhuur van € 650 een levenslange nominale huurschuld van totaal ca € 840.000 heeft en daarvan staat helemaal niets in het CBS-vermogensoverzicht. Bij de woningbezitter staat daar tenminste nog de waarde van zijn eigen huis tegenover.

♦ Door het CBS wordt het pensioenvermogen i.t.t. het CPB  ten onrechte niet tot het vermogen gerekend.  Als je dat vermogen  wel aan de huishoudens toerekend moet je dat echter doen onder aftrek van de gemiddelde 35% belastingclaim op dat pensioenvermogen en dat “vergeten” onze instellingen nogal eens. De vermogensverdeling van het netto pensioenvermogen is problematisch aangezien je dan van het bruto vermogen nog de “progressieve” belasting in box 1 moet aftrekken. Wel weten we dat tot voor kort 41 procent van de pensioenpremies werd afgetrokken tegen een belastingtarief van 52 procent.

♦ Om een juist inzicht te krijgen in het vermogen moet je dat natuurlijk waarderen op de waarde in het economisch verkeer en deze waarde staat nogal ver af van de fiscale waarde die veelal door het CBS wordt gehanteerd. Dit geldt in het bijzonder voor het ondernemingsvermogen en het aanmerkelijk belang vermogen. De gehanteerde waarde van het vermogen werkt ook door in het inkomen uit dat vermogen. De Quote 500 is natuurlijk een speeltje maar komt soms dichter bij de waarheid dan het CBS.

♦ Bij de stelling dat de vermogensverdeling evenwichtig is zoals o.a. Asscher namens het kabinet stelde in de Piketty discussie, vallen de nodige kanttekeningen te plaatsen. Zo is  74% van het vermogen exclusief eigen woning per 1/1/2018 in handen van het 10e vermogens-deciel. (2006: 68,5%)  Aangezien 91,8% van het ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang in handen is van dat zelfde deciel en de waardering van dat vermogen aanzienlijk te laag is, heeft dat consequenties voor de vermogensverdeling.

♦ Dat een niet te verwaarlozen deel van het vermogen in de schaduweconomie wordt aangehouden mag de pret niet drukken. Noch het CBS noch het CPB maken veel werk van het in kaart brengen van die schaduweconomie.

♦ De vermogensverdeling naar inkomensdeciel wijkt nogal af van de verdeling per vermogensdeciel . Één van de oorzaken is de krakkemikkige inkomen uit vermogen statistiek van het CBS. Het inkomen van vermogen wordt te laag voorgesteld door de particularistische bepaling van het CBS van het  inkomen uit eigen woning. Daarnaast wordt de indirecte beleggingsopbrengsten op effecten en het rendement op levens- en kapitaalverzekeringen gemakshalve weggelaten. Ook de inkomsten uit onderneming en aanmerkelijk belang wordt veel te laag voorgesteld. Het spreekt vanzelf dat dit ook effect heeft op de inkomensverdeling.

Update:

Sinds 1 mei 2020 weten we dankzij de belastingstudie dat we jaren door het CBS  en de regering zijn voorgelogen en dat het aanmerkelijk belang vermogen fiscaal plotsklaps aanzienlijk hoger uitvalt, overigens los van de stille en geheime reserves – zoals b.v. goodwill en patenten:

” Op basis van deze exercitie resulteert een schatting van de waarde van het
ab-vermogen in de orde van grootte van € 400 miljard in 2017. Dit is aanzienlijk meer dan de schatting in de vermogensstatistiek van het CBS (€ 190 miljard in 2017) ”

Het vermogen van het 10e vermogensdeciel bedroeg volgens het CBS Statline op 1/1/2018 € 876, mld., waarvan € 199 mld. aanmerkelijk belang vermogen. In werkelijkheid was dat totale vermogen dus ca € 88 mld. hoger (10%) en bedroeg het aanmerkelijk belang vermogen in totaal dus 30% van het totale vermogen voor dat 10e vermogensdeciel. En al die macro-economen maar conclusies trekken over de vermogens- en inkomensverdeling op basis van dit krakkemikkige CBS-cijfermateriaal.

De vermogensverdeling wordt zo weer een stukje schever. Tegen zeg 5,6% (VRH)rendement hebben we het dan ineens ook over ca € 22,4 mld. inkomen uit box 2 vermogen (tegen 7% € 28 mld.), waarvan fiscaal slechts een fractie in box 2 wordt verantwoord.

♦ De makkes in de statistiek inkomen uit vermogen zijn overeenkomstig aan te treffen in de belastingheffing op het inkomen uit het vermogen. Ons belastingstelsel ontziet immers het inkomen uit vermogen by design m.u.z. van een deel van de vermogensrendementsheffing op spaargeld.

4. Inkomen uit vermogen

Ook het inkomen uit vermogen (meest recente data) zoals dat door het CBS wordt voorgesteld is allerminst compleet en kan wel wat aanpassing gebruiken. De cijfers zijn redelijk arbitrair en hier en daar grof geschat maar laten aanzienlijk beter zien wat er er feitelijk gebeurt™:

♦ Het inkomen uit vermogen wordt door he CBS veel te laag voorgesteld en bedraagt voor 2014 eerder  € 47,3 mld. dan de € 21,2 mld. van het CBS na revisie. [voor revisie € -4,4 mld. (sic)] Tel je het aandeel in het inkomen uit het pensioenvermogen  voor dat jaar mee (een uitzonderlijk goed jaar) dan kom je zelfs op € 168 mld. inkomen uit vermogen. De definitie van arbeidsinkomensquote (AIQ) is daarmee ook nodig aan herziening toe en zou toch minstens het aandeel van de werknemers in het rendement op het pensioenvermogen moeten meenemen.

Link naar de bijdrage Inkomen uit vermogen 2011-2014. De rendement op het pensioenvermogen cijfers zijn uiteengezet in de bijdrage Pensioenvermogen.

________________________________

Laatst bijgewerkt 20 mei 2020

[1] Rutte I, II en III, een opeenstapeling van leugens

Het leugenachtige karakter van Teflon Rutte blijkt uit onderstaande video die we op grond van de cijfers en de Youtube video september 2009 moeten dateren. Eind 2009 was de officiële EMU-staatschuld € 354,7 mld. en geen € 380 mld. In werkelijkheid was die schuld toen slechts € 78,1 mld. De werkelijke schuld nam in 2010 met € 31,5 mld. af en niet met € 35 mld. toe zoals Rutte claimt. De belastingclaim bleef de daarop volgende jaren fors toenemen (zie tabel §2). We hadden eind 2009 alleen nog maar een schuld omdat de Nederlandse staat € 84,2 mld. in de banken had moeten stoppen. Dat geld kwam overigens grotendeel terug. Ook het rendement op het pensioenvermogen viel in 2008 wat tegen, maar dat grote verlies werd in 2009 procentueel al weer grotendeels goed gemaakt.  Het pensioenvermogen was eind 2009 weer op het niveau van eind 2007.