Skip to content

Samenvatting

Met behulp van deze pagina krijgt u snel toegang tot de belangrijkste bijdragen op deze site. Door op ⊕ te clicken komt u bij de bijdrage. De inleiding licht de twee kernpunten die ik op deze site wil maken toe.

1. Inleiding

Het motto van deze site is governments lie, een stelling die bijna universele geldigheid heeft. De Nederlandse regering, in het bijzonder Rutte I en Rutte II, vormt hierop helaas geen uitzondering. Het CBS, CPB en DNB zijn hier als serviele waterdragers fors medeplichtig aan. Ook de media hebben een flinke partij boter op het hoofd en hebben daarmee hun publieke taak ernstig verzaakt. Het gaat mij hierbij in het bijzonder om de stand van de overheidsfinanciën door de miskende effecten van het Nederlandse pensioenstelsel en het redelijk onrechtvaardige belastingstelsel dat voor de grote vermogens leidt tot een glijbaan naar belastingvrijdom.(C.A. Rijkers) Doordat het CBS zijn inkomens- en vermogensgegevens aan die belastingheffing ontleend zijn die gegevens onvolledig en onbetrouwbaar en daarmee ook onjuist. Deze thema’s komen regelmatig, als een rode draad, in de diverse bijdragen op deze site terug. Met enig spitwerk kan je de leugens van de overheid overigens veelal wel ontrafelen.

Aan de hand van een grafiek en enkele tabellen vatten we de highlights hier kort samen. Vervolgens geven we de belangrijkste conclusies uit de diverse bijdragen op deze site.

1.1 Overheidsschuld zal eind 2018 geen  € 410 mld. bedragen  maar in feite is sprake van een actief groot € 211 mld. door de belastingclaim van € 621 mld. op het pensioenvermogen 

De grote leugen van Pinokkio Rutte c.s. inzake onze overheids-“schuld” en daarmee onlosmakelijk verbonden onze “rentelast” op die “schuld” kan in één grafiek worden weerlegd:

(click op grafiek of CTRL+ om te vergroten)

Het zal duidelijk zijn dat de substantiële toename van het pensioenvermogen  1987-2016 van € 1.489 mld. grote gevolgen heeft gehad voor de stand van de netto-overheidsschuld (€ 521 mld.). Daarmee hangt het door de overheid genoten – niet in de boeken verantwoorde –  rendement op die belastingclaim samen. Het pensioenvermogen steeg in de periode 1987-2016 met 8,4% per jaar, het bbp steeg in diezelfde periode met 4,1% per jaar.  Materieel zijn de overheidsschuld en de per saldo overtollige kasmiddelen belegd in het pensioenvermogen. De rentelast op die overheidsschuld wordt wel jaarlijks opgevoerd, de rendementen gaan de pensioenpot in en komen daar voorlopig niet uit. Het risico dat de staat op de belastingclaim loopt is aanzienlijk. Over het beleggingsbeleid van zijn pensioenvermogenaandeel heeft de staat los van  het toezicht van DNB niets te vertellen, een democratisch deficiet van de eerste orde. De cijfers van de staat  zijn daarmee bewust misleidend, geheel conform het motto van deze site.

De leugenachtige voorstelling van zaken door het CBS en CPB van de stand van de overheidsfinanciën laat zich overigens op eenvoudige wijze redresseren door de omkeerregel pensioenen integraal op te doeken zoals in deze bijdrage  uitvoerig is uiteengezet. De Nederlandse burger zou daarmee aanzienlijk beter af zijn.

1.2 Pensioenvermogen eind 2017K2 €  1,649 mld. (aandeel staat € 577 mld. en aandeel pensioendeelnemers € 1.072 mld.) 

Het pensioenvermogen voor de periode 2006 -2016 dat aan de eerder gegeven grafiek mede ten grondslag ligt, luidt als volgt:

(click op tabel of CTRL+ om te vergroten)

Het zal duidelijk zijn dat dit opgebouwde pensioenvermogen een fors effect heeft op de stand van de overheidsfinanciën en het besteedbaar inkomen van de pensioendeelnemers. Tevens dient het gedefde belastinggeld door de omkeerregel pensioenen door de huidige generatie belastingbetalers op andere wijze te worden opgebracht, voornamelijk door de onnodig hoge belasting op arbeidsinkomen. (zie 1.3). Het besteedbaar inkomen van alle belastingbetalers wordt zo flink gedrukt.

1.3 Vermogen eind 2014 € 3.114 mld. (aandeel staat € 852 mld. en aandeel burgers € 2.262 mld.)  en 

Er valt dus nogal wat vermogen en inkomen uit dat vermogen buiten de inkomens- en vermogensstatistieken maar helaas ook buiten de belastingheffing. De belasting op belast inkomen (lees vooral arbeidsinkomen) mag hier grotendeels voor opdraaien. Uiteraard vallen de politici en de media ons veelal alleen lastig met de rode schuldcijfers.

2. Samenvatting uit bijdragen (voor link naar onderliggende bijdrage zie ⊕)

2. 1 OVERHEIDSSCHULD EN OVERHEIDSFINANCIËN

♦ De recent geactualiseerde bijdrage overheidsschuld laat traditioneel zien hoe het Nederlandse volk systematisch wordt voorgelogen over de stand van Rijk’s financiën. Dat komt doordat de effecten van de omkeerregel pensioenen van het Nederlandse pensioenstelsel voor wat betreft overheidsschuld, overheidssaldo, rentelast overheidsschulden en daarmee samenhangend het rendement op de belastingclaim op het pensioenvermogen, niet in de cijfers van het CPB, CBS en de overheid zelf tot uitdrukking komen. Of daarbij opzet in het spel is om bezuigingen af te dwingen is niet duidelijk, in elk geval is wel sprake van opzettelijke en grove misleiding. 

♦ Het staatsvermogen eind 2016 bedraagt € 837 mld., dat is € 628 mld. meer dan het CBS opgeeft (€ 199 mld.). Dat staatsvermogen bleef mede door de relatief geringe toename van de belastingclaim op  het pensioenvermogen in 2016 (€ 50 mld.) praktisch gelijk. De ontwikkeling van de waardering van de gasvoorraad had een negatief effect op de 2016 vermogensontwikkeling van de staat van bijna €60 mld. De contante waarde van de inkomensstromen uit hoofde van opgewekte wind- en zonne-energie staat overigens niet op de balans.

♦ Bij de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s speelt het houdbaarheidstekort een zekere rol. Van 2010 tot heden nam het houdbaarheidssaldo toe van -4,5% naar + 0,5% bbp, een toename van 5% bbp. Dat mag opmerkelijk heten omdat overheidsschuld in die periode afnam van -5,5% bbp naar een actief van +20,8% bbp of met 26,3% bbp. Ergens zit er dus een flink lek in de CPB doorrekening.

2.2 PENSIOENEN

Het pensioenvermogen pensioenfondsen steeg in 2016 met € 115.3 mld. (2015: € 16,7 mld.) naar € 1.296,8 mld. Het netto beleggingsrendement bedroeg in 2016 €  118,9 mld. (2015: € 15,9 mld.) Aan pensioenpremie werd in 2016 € 29 mld. ontvangen (2015: € 28,8 mld.) en  € 28,9 mld. uitgekeerd. (2015: €  27,9 mld.) 

♦  Het pensioenvermogen van de vijf grote pensioenfondsen nam in het 1e halfjaar 2017 met slechts € 8,8 mld. toe (0,6% op jaarbasis). Dat kwam mede door de slechte rendementen in beide 2017 kwartalen, Hoeveel dat rendement in werkelijkheid was in echt geld wordt de deelnemers onder het toeziend oog van AFM en DNB systematisch (m.u.z. ABP) onthouden.

♦ Het pensioenvermogen bedraagt eind juni 2017 ca € 1.649 mld., een uiterst geringe vooruitgang van € 2 mld. t.o.v.  2016. Van dat pensioenvermogen is ca 35% of € 577 mld. van de staat en ca 65% of € 1.072 van de pensioendeelnemers. Sinds 2006 is het pensioenvermogen met € 820 mld. toegenomen of 6,8% per jaar. Daarvan profiteerde de staat met € 287 mld. De toename van het pensioenvermogen wordt binnen het FTK zo optimaal mogelijk opgepot. Tevens laten we zien hoe de pensioenpremie en daarmee indirect het pensioenvermogen per inkomensdeciel verdeeld is. Vergelijking met het buitenland laat zien dat de Nederlandse pensioensituatie uitzonderlijk is en daarmee ook de stand van de overheidsfinanciën. 

♦  Het pensioenvermogen zal eind 2060 ca € 5.389 mld. bedragen en de belastingclaim dus € 1.886 mld. De pensioenpotten raken dus voorlopig niet leeg. 

♦ Er is veel voor te zeggen om de omkeerregel pensioenen geheel op te doeken. Met de vrijkomende middelen kan de overheidshuishouding geheel op orde worden gebracht en de intergenerationele verdeling van de lasten wordt een stuk rechtvaardiger en doorzichtiger. Tevens is een forse belastingverlichting in box 1 mogelijk. ⊕

♦ Toen onze parlementariërs de nieuwe AOW-wet aannamen hadden ze wel direct op 2 november de AOW Memorial Day kunnen instellen om al die zielen, waaronder die van buitengewoon veel deplorables, te herdenken die wel al die jaren AOW- en pensioenpremie betaalden, maar daar helaas niet of onvoldoende van zullen genieten.

♦ De AOW-leeftijd eind 2051 voor jaarlaag 1986 bedraagt 71,5 jaar en zal door ca 8,7% (m) en 5,9% (v), van de 65-jarigen niet worden gehaald. Slechts 66% (m) en 76 % (v) van de 65-jarigen zullen meer dan tien jaar van hun AOW-uitkering genieten. Onder het oude AOW-regime genoot 84% (m) en 89% (v) van tien jaar AOW of meer. Die verhoging van de AOW-leeftijd slokt 6,5 jaar van de gezondste pensioenjaren op. De 20% minstverdienenden hadden eind 2015 maar 8,3 gezonde jaren te gaan. Het aantal AOW-uitkeringsjaren voor een 71,5-jarige zal eind 2060 zal rond de 18,5 (m) en 20,5 (v) liggen. Hiervan zijn dan ≈ tien jaren gezond. Eind 2015 bedroegen deze cijfers 18,3 (m) en 21,0 (v), waarvan 11,2 (m) en 11,7 (v) jaren gezond waren.

♦ In de periode 2008-2015 maakten de vijf grote fondsen € 241,6 mld. rendement maar verdween € 308,5 mld. in het afvoerputje dat rentetermijnstructuur heet en dat we ook wel als een zwart gat kunnen aanmerken. Dat afvoerpotje is overigens een onjuiste voorstelling van zaken: door de kunstmatig lagere rekenrente worden de historisch behaalde rendementen doorgeschoven naar de volgende generatie, die toch nog durft te klagen dat de pensionado’s de pensioenpot leegroven. {geen belanghebbende}

♦ De AOW-verplichtingen 2013 (meest recente berekening) bedragen volgens het CBS € 1.356 mld. rekening houdend met de belastingen over die uitkeringen op basis van de Eurostat systematiek is dat ca € 658 mld., toch 698 mld. lager dan het CBS ons weer eens voorschotelt.

2.3 INKOMEN EN VERMOGEN

♦  Na revisie van de inkomen uit vermogen cijfers door het CBS is het inkomen uit vermogen voor 2014 niet langer € -4,4 mld. maar + 21,2 mld. Dat cijfer is overigens helemaal niet volledig en ligt eerder in de orde van grootte van € 200 mld. voor 2014. Het belangrijkste verschil (€ 123,5 mld.) daarbij is het rendement op het pensioenvermogen van de huishoudens. Primair inkomen en besteedbaar inkomen geven door de vele omissies een volstrekt onvolledig beeld. Ook over de inkomens- en vermogensontwikkeling valt door al die leemtes in de CBS-statistieken nauwelijks iets zinnigs te zeggen. 

♦ De Kapitaalinkomensquote, de reciproke van de arbeidsinkomensquote, steeg in de periode 1990 – 2016 van ≈ 19,6% (oud) naar 24,1% (nieuw). De inkomensontwikkeling van de factor arbeid werd gedrukt door de inkomensontwikkeling van de zelfstandigen die onder het nieuwe regime wel aan de factor arbeid wordt toegerekend. We zijn dus een aantal jaren door het CPB en CBS op het verkeerde been gezet. Dat kwam goed uit in het kader van de van overheidswege bevordere loonmatiginging. De factor arbeid maakte de afgelopen decennia wel een fors rendement op het pensioenvermogen, net als de overheid overigens. Dat bruto rendement, ca 24% van het arbeidsinkomen, wordt usantieel in die cijfers niet meegenomen en ook onder de motorkap gehouden. 

♦ Het besteedbaar inkomen volgens het CBS steeg in de periode 2001-2014 met 2,6% % per jaar. Gegeven een inflatie van 1,87% en een productiviteitsstijging van 1% per jaar is dat niet om over naar huis te schrijven.

♦ Het gezamenlijk vermogen van de burgers (nieuwe opzet) en de staat nam in 2014 toe met € 252 mld. of 8,8% van € 2.861 mld. naar € 3.113 mld. Het totale pensioenvermogen nam in 2014 met € 233 mld. toe en de bruto waarde eigenwoning met € 30 mld. Het vermogen van de huishoudens nam met € 202 mld. toe (9,7%), waarvan € 152 mld. pensioenvermogen.Het CBS vermogen huishoudens nam slechts met 37,3 mld. (3,6%) toe tot € 1.062 mld.

♦ Het vermogen huishoudens volgens de CBS statistieken bedraagt eind 2014 € 1,062 mld. een toename t.o.v. de nieuwe cijfers 2013 van € 37 mld. Ten opzichten van de oude cijfers 2013 was er een afname van het vermogen in 2013 van € 94,3 mld. (-8,4%) , die door het CBS grotendeels werd weggemoffeld. Het werkelijke vermogen ligt eind 2014 op ca  € 2.262 mld. Een grafiek laat zien dat de vermogens zeer scheef verdeeld zijn. Er wordt ook een grove benadering gegeven van de verdeling van het pensioenvermogen per inkomensdeciel voor de werknemers pensioenen.

♦ Door die gebrekkige CBS vermogensstatistieken valt er, al pretendeert het CBS anders, weinig te zeggen over de ontwikkeling van de vermogens van het 10e vermogensdeciel, de vermogens > € 1 mln. en de vermogensontwikkeling in het algemeen gedurende de periode 2006 – 2014.

♦ De quote 500 nemen 97 % van het vermogen van de 0,1% CBS-topvermogens (ca 7.500 huishoudens) voor hun rekening, zodat er voor de rest nauwelijks iets overblijft. Nu weten we dat beide cijfers nergens op slaan. Van Quote kan dat door de aanpak nauwelijks anders, van ons CBS mag je echter meer verwachten.

♦ Het armoede-onderzoek van het SCP rammelt aan alle kanten omdat wordt uitgegaan van een arbitrair basisbudget zonder een relatie te leggen met het wettelijk sociaal minimum.

♦ Gedurende de periode 1977–2011 is de ongelijkheid van marktinkomens in Nederland significant en structureel gegroeid, vooral voor looninkomens aan de top. De Palma index is volgens de CBS redelijk klein in vergelijking met andere landen en stabiel sinds 2000. Onduidelijk is welk peer land het CBS toen het dit opschreef voor ogen had. In de ranglijst voor inkomensongelijkheid scoort Nederland 9e in het recent uitgebrachte Oxfam rapport en op de Palma index scoort Nederland 12e volgens de OECD. 

2.4 EIGENHUIS EN HUUR

♦ Het HRA-infuus bedraagt 28,8% (40,5% belasting) respectievelijk 35,4% (52% belasting) van de koopprijs van een huis. Hiervan heeft een substantieel deel van respectievelijk 67% en 73% betrekking op de vaak vergeten subsidie vrijstelling VRH als we even van het EWF afzien. De zgn. “aanpak” van de hypotheekrenteaftrek door verlaging van het tarief van de aftrek heeft, mede door de Wet Hillen, nog nauwelijks effect. Gaan we uit van een reëler VRH-percentage dan is het voordeel zo’n 25% van de koopprijs. In deze bijdrage is ook het jaarlijkse calculatieschema hypotheekrenteaftrek (HRA) opgenomen.

♦ Dankzij het CPB kan een ieder nu uitrekenen wat hij aan zijn eigen huis verdient door zijn nettolasten als eigenaar te vergelijken met de marktconforme jaarhuur, die volgens een uiterst fragwürdige CPB-model ≈ € 6.126 +1,9% van de WOZ-waarde bedraagt. [, noot 2 voor kanttekeningen]

2.5 BELASTINGEN

♦ Het Algemene Rekenkamer rapport laat zien dat we een Nederland i.t.t. bijvoorbeeld de UK geen flauw benul hebben van de omvang van onze totale schaduweconomie, die volgens internationale gegevens, twijfelachtig op 9% (2015) wordt geschat. Wel kennen we de BTW gap, die voor 2014 10,4% van de te verantwoorden BTW-opbrengst bedraagt of € 5 mld. (UK: 10,14%) Het helpt daarbij natuurlijk niet dat de belastingdienst jaarlijks slechts ca 10% van de noodzakelijke boekenonderzoeken in het fraudegevoelige MKB-segment uitvoert. Met € 252 per controle-uur opbrengst, kun je best wat extra controle-ambtenaren aannemen (voorkeur) of zelfs inhuren.

♦ Gedurende de periode 1995 – 2015 stegen het bbp en de belastingen en sociale premies voor de overheid beide met 3,7% per jaar. Om te zien wat er werkelijk gebeurde moet je echter naar het onderliggende cijfermateriaal kijken.

♦ De fiscale belasting op vermogens is in Nederland uiterst particularistisch geregeld. We weten inmiddels dat Wiebes niet kan (re-)organiseren maar ook zijn nieuwe tarieven voor de vermogensrendementsheffing laten zien dat hij uitstekend jezuïtisch naar zich toe kan rekenen terwijl het toch redelijk eenvoudig is om de meeste vermogenscomponenten op basis van de werkelijke inkomsten te belasten, zoals ook in het buitenland gebruikelijk is.

♦ Het aantal zelfstandigen rijst de pan uit. Wiebes kan Asscher natuurlijk zo uit de brand helpen door werknemers dezelfde fiscale faciliteiten te geven als die zelfstandigen op grond van artikel 1 van de grondwet.

♦ Het CPB sluit in haar conclusie van een studie naar het optimale belastingtarief niet uit “dat het huidige toptarief ongeveer opbrengstmaximaliserend is”, terwijl het in dezelfde studie schreef dat “het opbrengstmaximaliserende toptarief in Nederland ongeveer 49% is“. Omdat sprake was van een uiterst fragwürdige panelstudie, sluit ik bij het CPB eigenlijk niets meer uit.

♦ De internationale aanpak van de belastingontwijking is illusoir gezien het belang van wereldspelers en de politieke partijen die in de Angelsaksische landen in het zadel zitten.

♦ Zoals we in de rapporten van de onbezoldigde interne controledienst van de belastingdienst Abvakabo hebben kunnen lezen is de belastingdienst een bordeel met een zeer incompetente leiding. Weekers en Wiebes waren dus gewaarschuwd.

2.6 BBP

♦ De historische bbp-cijfers met groei en inflatie zijn in deze bijdrage opgenomen. De vergelijking met het buitenland laat zien dat Nederland onder Rutte I en II slecht presteert en veel bbp is kwijtgeraakt.

♦ Al u vindt dat ons bbp momenteel weinig groeit, moet u eens naar het verloop van het bbp 1814-2021 kijken.

2.7 EU

♦ Door de Brexit ontvangen de overige 27 EU-landen op basis van de 2017 cijfers netto ca € 10.520 mln. minder inkomsten. Het Nederlandse aandeel daarin zal op basis van constante arrangementen ca € 635 mln. bedragen.

♦ Er staat een premie op het voeren van een slechte overheidsboekhouding als je je EU-bijdrage wil minimaliseren. Hoe zwarter hoe beter.

2.8 DEFENSIEUITGAVEN

♦ De Nederlandse begroting voor defensie voor 2017 bedraagt ruim € 8,5 mld. en moet van de NATO en de meeste politieke partijen, onze schoothondjes van de VS, in 2024 naar 2% van het bbp dat dan ca  € 914,7 mld. zal bedragen. De defensie-uitgaven 2024 bedragen dan €18,3 mld. dat is 223% van de defensie-uitgaven 2016. De vereiste stijging van de defensie-uitgaven in zeven jaar is dus € 9,8 mld., een stijging van 11,6 % per jaar!

♦ Aan ontwikkelingshulp geeft Nederland 55% van zijn defensieuitgaven uit. Voor de USA is dat maar 5%. Als we de defensieuitgaven vergelijking met het buitenland mogen we deze cijfers wel eens meenemen. [ §1.3]

2.9 OVERIG

♦ De doorrekening verkiezingsprogramma’s 2017.

♦ In de periode 2008- 2016K3 nam het aantal werknemers en zelfstandigen in totaal met slechts 19.000 toe. Het aantal werkzamen bij de overheid nam in de periode 2013-2016K3 met 105.000 af, waarvan 86.000 mensen in de zorg.

♦ Politieke partijen die schamperen over het aantal werknemers dat zich in een vakbond organiseert, moeten eerst eens naar hun eigen ledenaantal kijken. Met de ijzeren wet van de oligarchie heeft zo’n lidmaatschap overigens ook nauwelijks zin. Deze bijdrage laat zien dat het relatieve ledenaantal van de vakbonden in 2016 nauwelijks afnam.

Advertenties