Skip to content

Pensioenvermogen 3e kwartaal 2017

________________________________________________________________________

In de periode 1/1 t/m 30/9/2017 nam het pensioenvermogen slechts met 1,3% toe t.o.v. eind 2016 tot ca € 1.668 mld. De actuele dekkingsraad van de pensioenfondsen nam met 6,3% toe tot 108,5%.

De staat der Nederlanden heeft inmiddels een vordering op het pensioenvermogen van € 584 mld. zodat € 1.084 voor de pensioendeelnemers overblijft. De stijging van het pensioenvermogen blijft achter bij het gemiddeld rendement op dat pensioenvermogen, dat volgens de CPB houdbaarheidsommetjes usantieel sinds 2010 5% per jaar bedraagt.

Volgens de misleidende voorstelling van zaken door het CPB en Rutte III is de overheidsschuld eind 2017 € 413,7 mld. (57% bbp_2017) en het overheidsoverschot € 4,4 mld (0,6% bbp_2017). Daar moet je dus de belastingclaim op het pensioenvermogen respectievelijk de mutatie in die claim  even vanaf trekken c.q. bijtellen om een juistere voorstelling van zaken te geven. Voor meer details zie.

Uiteraard hoor je daar nooit iets van terwijl men over 0,1% van het overheidstekort loopt te zanikken,  om over het geneuzel van die macro-economen over het structurele begrotingstekort en het houdbaarheidstekort maar helemaal te zwijgen.

Minister Hoekstra loopt zo in 9 maanden tijd toch zo’n € 15 mld. mis (2,1 % bbp_2017) De toename van de belastingclaim op basis van 5% rendement is immers € 22 mld. in 9 maanden tijd tegenover een werkelijke toename van slechts € 7 mld (1 % bbp_2017).

________________________________________________________________________

Het pensioenvermogen eind 3e kwartaal 2017 bedraagt [1a; 1b]:

(1) Op basis van de gegevens van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen was mijn schatting voor het pensioenvermogen van de pensioenfondsen eerder € 1.320 mld. (werkelijk € 1.314,4 mld.)

(2) Meer historische gegevens over het pensioenvermogen vindt u hier.

______________

Laatst bijgewerk 12 december 2017

[1a] https://www.dnb.nl/binaries/t8.1nk_tcm46-330813.xls?2017121120

[1b] https://www.dnb.nl/binaries/t7.1nk_tcm46-330769.xls?2017121120

[1c] https://www.cpb.nl/persbericht/economie-floreert-krappere-arbeidsmarkt

Advertenties

Calculatieschema zonnepanelen

________________________________________________________________________

Recent ontving ik één offerte voor 15 zonnepanelen. De berekening van de terugverdientijd in de offerte was zo tenenkrommend dat ik zelf maar aan het rekenen geslagen ben. Nu gaat het mij slechts in beperkte mate om de besparing van de electriciteitskosten. Esthetiek, efficiency en controle op de productie per paneel spelen voor mij een belangrijkere rol. Tenslotte wil ik mijn dak niet ontsieren met schots en scheef gelegde zonnepanelen tussen de dakramen.

Bij het offertetraject laat ik ook enkele andere overwegingen de revue passeren. De overheid laat de informatie aan gebruikers gaarne aan de markt en het particulier iniatief over. Consumentenbond en VEH spelen daarbij een dubieuze dubbelrol van intermediair voor leveranciers met aantrekkelijke neveninkomsten en een doelmatige voorlichting aan hun leden. [1]

Voor de goede orde: ik heb geen bal verstand van de techniek, ik kan dan ook alleen maar  rekenen met de informatie die voor mij toegankelijk is. Meten is weten en daar ontbreekt het nogal aan. Enerzijds door de hoge kosten van een onderzoek anderzijds door de snelle veroudering van de data en het testmateriaal.

________________________________________________________________________

De casus

Het betreffende dak is zo’n 10 meter breed en op het relevante deel 7 meter lang. Rekening houdend met esthetische wensen en een flink aantal dakramen kunnen dan ca 15 panelen geplaatst worden.

Primair gaat de vergelijking tussen de Sunpower X21 335 Watt BLK en de LG Neon2 black 320 Watt panelen met een SolarEdge omvormer en optimizer. In Noot [11] is ook nog de calculatie voor deze LG-panelen met de SMA-omvormer opgenomen. In het cijfermateriaal loopt die laatste uiterst economische optie verder mee. Voor de alternatieven is voor het gemak dankbaar gebruik gemaakt van de prijsstelling van ABCzonnepanelen.[2] In werkelijkheid zullen de kosten veelal anders uitpakken.

De volgende relevante informatie is vooraf verzameld:

Tabel 1 basisgegevens

(1) De ligging van het dak is eenvoudig met het kompas van je telefoon of tablet of Google Compass te bepalen.

(2) Voor de hellingshoek heb ik gemakshalve de app van Velux gebruikt. [4] De echte techneuten kunnen aan de hand van ligging, hellingshoek en locatie een correctiefactor op de opbrengst in kWh loslaten. Daarvoor moet je bij een goede leverancier zijn.

(3) Het tarief heb ik bepaald op basis van de voorschotnota 2017. Dankzij het ratjetoe aan overheidsheffingen is het wel even werk om het kWh-tarief voor 2017 uit je nota te herleiden. De leveranciers rekenen in hun rendement plaatjes nog al eens met te hoge en gedateerde energieprijzen. [13]

(4) Mij krijg je met geen stok het dak op. De omvang van het dak heb ik bepaald door het aantal dakpannen te tellen van een zo goed mogelijk gemaakte foto. Door de maten van een blok dakpannen vanuit een raam te meten kun je vervolgens de dakgrootte redelijk nauwkeurig inschatten.

[5] Via de site van Stedin kan men de metergegevens opvragen. [5]

(6) Het aantal panelen is afhankelijk van de esthetische vlakverdeling en de omvang van de panelen. In mijn geval voor de Sunpower panelen 1,559 x 1,046. De oppervlakte is dan 24,5 m2. Met een eventuele speling voor montage en de dakrand moet je dan nog rekening houden, mede i.v.m. stormrisico. De LG panelen zijn 1,686 x 1,016  (25,7 m2) en dat kan net een paneel schelen. Voor de productie gaat het om het nuttige oppervlak, waarnaar je alleen maar kan raden,

De gegevens van de twee te behandelen panelen zijn als volgt.

Tabel 2 Gegevens panelen & omvormer + optimizer

(1) De werkelijk opbrengst in kWh is een educated guess die het beste kan worden overgelaten aan een betrouwbaar installatiebedrijf met uitgebreide ervaring in monitoring. Garantie voor die kWh-opbrengst heb je waarschijnlijk tot de spreekwoordelijke deur.

Volgens mijn offerte is de rekenkundige prognose onder ideale omstandigheden 4.970 kWh, geheel toevallig  praktisch gelijk aan de garantiecapaciteit van de fabriek zoals we nog zullen zien. Maar zoals bijna altijd zijn die omstandigheden niet geheel ideaal, een schoorsteen met schaduw en een niet exacte ligging op het Zuiden. Je rekent je dus snel rijk.

Om de Sunpower panelen niet geheel dood te rekenen gaan we van een 10% hogere opbrengst uit t.o.v. de LG-panelen. [7] De productie van de LG-panelen met Solar Edge omvormer wordt dan ± ≈ ca 4.523 kWh en van de Sunpower panelen is de productie dan praktisch gelijk aan de offerte (4.970 kWh). Er zit overigens nog muziek in de prijs. Zo krijg je bij de Zonnefabriek 1 paneel gratis en ook ABCzonnepanelen is volgens de tabel, overigens met onduidelijke specificaties, goedkoper.

De volgende grafiek maakt duidelijk dat er van een zekere bandbreedte in de uitkomsten per paneel sprake is:

Grafiek 1 Capaciteit van Sunpower en LG-panelen

De fabrieksgegevens zijn ontleend aan de fact sheets. Het “garantie”-rendement van de paneelfabrikant is natuurlijk een farce omdat die door de klant niet te controleren valt. De fabrikant zal ongetwijfeld wijzen op de ligging van de panelen, de hellingshoek, de omvormer (ongetwijfeld onopzettelijk bijna altijd van een andere fabrikant en soms afgeknepen), de maximizer, de kwaliteit van de installatie en bekabeling en als dat niet helpt is er altijd nog het weer.[11]

(2) De BTW is voor de particuliere consument een  kleine kostenpost omdat die BTW grotendeels kan worden verrekend. Voor onze installatie is de BTW-afdracht forfaitair éénmalig € 100. De procedure om e.e.a. terug te krijgen is relatief simpel en vaak helpt de leverancier daarbij. Je hoeft hier zeker geen extra kosten voor te maken. [6]

[3] Naast de kwaliteit van de panelen is ook de kwaliteit van de omvormer maatgevend voor de overall kwaliteit van de installatie. Omdat ik de opbrengst per paneel wil kunnen controleren en in geringe mate last heb van schaduwvorming door mijn schoorsteen kies ik waarschijnlijk voor de PowerEdge. Het schaduwprobleem kan met de SMA-omvormer ook worden opgelost met enkele TIGO optimizers die relatief weinig kosten. [8]

[4] Er wordt vaak geschermd met de opbrengst over een periode van 25 jaar. Maar wat als u om de 10 jaar verhuist zoals de meeste Nederlanders? Krijgt u dan de restwaarde nog terug? Of wat heeft een 67-jarige met gemiddeld nog 13 (m) of 17 (v) levensjaren te gaan aan een terugverdienperiode van 10 jaar als hij daarna pas gaat profiteren? [9]

We kunnen nu aan de hand van bovenstaande gegevens de opbrengst berekenen. We doen dat eerst voor de offerte en daarna voor de LG-versie die, gezien de prijs, voor veel gebruikers economisch aantrekkelijker zal zijn.

Tabel 3 – Calculatieschema 15 Sunpower panelen en SolarEdge omvormer met optimizer

De resultaten kunnen als volgt worden samengevat, waarbij ook de door abczonnepanelen gegeven opbrengsten, voor wat die waard zijn, volgens dezelfde systematiek zijn uitgerekend:

(1) Je kunt dus gerede twijfels over de geclaimde opbrengst in mijn offerte hebben en dat punt zal in vervolg offertes nadrukkelijk aan de orde komen. Een toelichting op de berekening is in noot [12] opgenomen. Die calulaties moet je overigens met een korreltje, zo niet een flinke pot zout, nemen gezien de onzekere kWh-opbrengsten in de loop van de tijd.

(2) Feitelijk kun je de offertes alleen vergelijken door de interne rentevoet (internal rate of return) te bepalen – zie noot [12]. Deze is dan ook in het overzicht opgenomen. Het interne rendement volgens de cijfers van ABCzonnepanelen is 9,47%, gebruiken we de productiecijfers van de offerte dan komen we met de ABCzonnepanelen prijzen op 10,8%.

(3) Het onderhoud van de panelen en de vervanging van de omvormer ( CW € 1.578) worden vaak in de calculatie “vergeten”. Aan een renteberekening om de opbrengsten contant te maken heeft men ook een broertje dood. De spaarrente mag dan laag zijn, de investering in zonnepanelen is niet zonder economische risico’s zodat 3% disconto hier zeker op zijn plaats lijkt. Met de onzekerheid omtrent de verrekening vanaf 2023 zou vanaf die datum een aanzienlijk hogere discontovoet op zijn plaats zijn.

(4) Nominaal begint men pas in het 10e jaar 10 te verdienen. In werkelijkheid (CW) is dat pas in 12e jaar het geval. (In mijn offerte stond: “U speelt al quitte na 4 jaar”. Dat moet uit een andere offerte zijn blijven staan, helaas werd mij die niet aangeboden.)

(5) De stijging van de energieprijzen is een grote gok. De overheid rotzooit maar een beetje aan ten laste van de kleingebruikers en de prijsontwikkeling in de markt is, gegeven de energietransitie, volstrekt onverspelbaar. Uiteraard heeft de kWh-prijs grote invloed op het rendement.[13]

(6) We gaan uit van een technische levensduur van 25 jaar voor de panelen en de optimizer. Wat de economische levensduur van de apparatuur is, blijft een vraag. Het kan natuurlijk zijn dat de invloed van de elektrische auto maakt dat de installatie t.z.t. grondig moet worden herzien.

We zullen nu bezien wat de uitkomsten zijn voor de goedkopere LG-panelen met overigens dezelfde monitoring van alle panelen. De goedkopere versie met SMA-omvormer is in noot [11] opgenomen.

De cijfers voor de LG Neon2 panelen laat zich overeenkomstig berekenen waarbij we de prijs en startproductie gegevens van ABCzonnepanelen gebruiken.

Tabel 4 – Calculatieschema 15 LG Neon2 Black panelen met SolarEdge omvormer met optimizer

De samenvatting luidt:

De cumulatieve verschillen kunnen per vijfjaarsperiode als volgt worden samengevat:

Tabel 5 Verschil in opbrengst Sunpower vs LG

De factor geeft aan in welke mate de Sunpower/SolarEdge combinatie cumulatief beter presteert aan het eind van het 25e jaar. Uiteraard is die calculatie met veel omzekerheid omgeven en praktisch is het cumulatieve redementsverschil in geld over 25 jaar uitgesmeerd verwaarloosbaar.

Dat de SMA- omvormer zonder optimizer en de SolarEdge omvormer met optimizer dezelfde kWh productiecijfers geven valt te bezien en eigenlijk ook te betwijfelen.

Grafisch valt e.e.a. als volgt weer te geven:

Grafiek 2 Cumulatieve productie Sunpower en LG-panelen in kWh

Grafiek 3 Cumulatieve CW netto opbrengst Sunpower en LG-panelen (€’000)

(1) Het zal duidelijk zijn dat de Sunpower configuratie bij de arbitraire aanames op de lange termijn het hoogste productie oplevert. Materieel is er door de hogere investering in de Sunpower panelen maar een uiterst gering en onzeker voordeel in geld. Het aantal geproduceerde kWh’en is substantieel hoger. (14.676 kWh of +13,9%):

Sunpower roomt zijn technische superioriteit financieel dus aardig af ten gunste van zijn aandeelhouders. Mogelijk pikt het installatiebedrijf er ook een graantje van mee. De consument wordt er maar beperkt wijzer van en dat ook nog op de wel zeer lange termijn.

Als je dus de duurdere panelen kiest dan doe je dat bijna uitsluitend voor het milieu en niet voor je portemonnaie. Die hogere opbrengst van ruim 14.676 kWh is echter alleen beter voor het milieu als die kWh’en anders door de energieleverancier vervuilend worden geproduceerd. Als ze voor een koopje in de vorm van schone energie van de Duitsers kan worden betrokkken kun je dat geld beter in je zak houden.

Begin maart 2018 laat ik de zonnepanelen installeren. Deze bijdrage wordt tussentijds geactualiseerd op basis van mijn bevindingen in het aanbestedingstraject zodra ik meer offertes heb opgevraagd. Gezien de beperkte looptijd van de offertes wordt dat pas eind januari 2018.

P.S. Met het inmiddels grote uitstaande zonnepanelen park dat gemonitored wordt,  moet het toch niet al te moeilijk vallen een goede survey naar de kWh-opbrengsten per type paneel uit te voeren. De industrie heeft er duidelijk geen belang bij en de overheid ziet zo te zien ook geen taak weggegelegd om de installatie van zonnepanelen te bevorderen.

__________________

Laatst bijgewerkt 13 december 2017

De gegevens in deze bijdrage zijn ontleend aan de aangegeven bronnen en ik sta op geen enkele wijze in voor de juistheid van deze gegevens. Daarvoor moet u bij uw leverancier en het installatiebedrijf van uw keuze zijn. De consumentenbond heeft het samen met de VEH te druk met zijn eigen winkeltje.

[1] Sites met nuttige informatie over zonnepanelen o.a.:

[a] https://fritts.nl/

[b] https://www.zonnepanelen.net/

[c]  http://www.zonnepaneelwijzer.com/

[d] https://tweakers.net/tag/Zonne-energie/forum/

Je kunt je makkelijk verliezen in allerlei details en minder tijdrovend en effciënter is het om gewoon een offerte aan te vragen bij een goede installateur met een offertebezoek aan huis.  Daarna kun je dan concurrerende offertes aanvragen zonder je eerst uitgebreid te hoeven inlezen.

zie b.v.

http://www.zonnepaneelwijzer.com/inkoop/ervaringen-zonnepanelen/

De volgende site bevat een aardige tool om snel inzicht te krijgen in performance van een aantal panelen. Voor de LG Neon2 kwam men op een productie van 4.657 kWh voor 15 panelen:

https://www.mijnzonnepaneelofferte.nl/

[2] https://solar-box.nl/consumentenbond-en-zonnepanelen/

[3] Het bedrijf ABC panelen staat overigens niet bij de toplijst installateurs [1]

De hier behandelde panelen:

http://abczonnepanelen.nl/sets/sunpower-x21-335wp.html

http://abczonnepanelen.nl/sets.html?cat=57

[4] https://www.velux.nl/service-en-advies/voor-aankoop/dakhelling-meten

[5] https://www.stedin.net/aansluiting/capaciteit/

[6] https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/btw/hoe_werkt_de_btw/voor_wie_geldt_de_btw/eigenaren_van_zonnepanelen

[7] De leverancier Zonnefabriek komt ook ca 8-10% hoger uit. Alleen is niet duidelijke welke panelen als basis dienen.

https://www.zonnefabriek.nl/sunpower-aanbieding/

https://www.sunpowercorp.nl/zonne-energie-panelen-technologie/feiten/

“SunPower verliezen gedurende de eerste 25 jaar gemiddeld slechts 0,25% rendement per jaar. Bron: Jordan, Dirk “SunPower Test Report”, NREL, april 2015; Campeau, Z. et al. “SunPower Module Degradation Rate”, SunPower-whitepaper, 2013.”

Sinds 2013 is er kennelijk niet veel veranderd. Dat heet dan technologische vooruitgang.

[8] https://www.sma-benelux.com/producten/dc-optimizers/tigo-ts4-r.html

[9] http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=37360ned&D1=3&D2=a&D3=a&D4=55&HDR=G1,T&STB=G3,G2&VW=T

[10] http://www.zonuren.nl/nederland/

In mijn offerte werd een verdeling per maand van de opbrengst gegeven die we kunnen vergelijken met het aantal zonuren in de Bildt (1.474 zonuren vs. landelijk 1.521):

Het aantal kWh per zonuur fluctueert natuurlijk gedurende het jaar ( b.v. door hogere efficiency bij lagere temperaturen) en kan als volgt worden berekend:

Met de SMA-omvormer kan men zo toch de totaalopbrengst een beetje monitoren als men het aantal zonuren weet.

[11]Voor de LG- +SMA- installatie wordt het schema dan:

De samenvatting is dan:

De SMA-omvormer zonder optimizer is ca € 380 goedkoper. De startcapaciteit met de SolarEdge omvormer incl. optimizer is 104,7% van de SMA-omvormer. (203 kWh hoger), althans volgens abczonnepanelen. Daar kan je de nodige vraagtekens bij plaatsen op basis van de reviews.

[12] Toelichting op calculaties

(1) De opbrengsten in kWh komen feitelijk per maand binnen in de voorschotnota. Voor het eerst jaar wordt derhalve met een half jaar rente gerekend. Feitelijk zou je met 25*12 dus 300 maandelijkse termijnen moeten rekenen tegen de maandrente (i^(1/12). Het verschil is iv.m. de andere onzekerheden verwaarloosbaar.

(2) Om het interne rendement te berekenen moet je de investering van b.v. € 9.600 stellen t.o.v. van de contante waarde van de netto opbrengstenstroom. Het interne rendement wordt dan bepaald door te berekenen tegen welk percentage die opbrengstenstroom (kWh * tarief – onderhoud)  contant gemaakt moet worden om gelijk te zijn aan de investering van € 9.600. Met behulp van de IRR functie in Excel valt dit dan eenvoudig grofweg te berekenen. In de gegeven voorbeelden is dit gesimuleerd volgens de methodiek in (1).

De interne rendementen vallen zo onderling te vergelijken.

[13] Mijn offerte ging uit van € o,22 per kWh en dat wel met referentie naar het CBS. Dat verhoogt het interne rendement van de optie met Sunpower tot 12% en de CW van de cashflow tegen 3% met € 2.900 (Δ 37%).

Voor de tarieven zie b.v.

https://goedkopeenergieengas.nl/energie/tarieven-energie/

 

The worst advertisement for socialism is its adherents (Orwell).

____________________________________________________________________________

De Raad van commissarissen van PostNL is om één of andere reden een PvdA-bolwerk.[1] Dat het personeelsbeleid van PostNL de laatste jaren uitermate asociaal geworden is, hoeft derhalve niet te verbazen. [2]

Een bewijs daarvoor is weer eens de neergelegde claim van € 5 mln. van het FNV voor het overtreden van de CAO-bepalingen. [3] “Met
specifieke kennis van en aandacht voor de belangen van werknemers” (uit profiel RvC) is het kennelijk al vele jaren uiterst droevig gesteld binnen die onderneming. [4]

____________________________________________________________________________

[1] https://www.postnl.nl/over-postnl/over-ons/onze-governance/raad-van-commissarissen/

Het gaat daarbij om de personen: Jacques Wallage – voorzitter, Eelco Blok, vice-voorzitter, Marc Engel, Agnes Jongerius, Thessa Menssen en Frank Rövekamp.

[a] https://www.geenstijl.nl/4469061/postnl_gebruikt_bijstandsgerec/

[b] https://www.trouw.nl/home/bonden-sluiten-cao-met-postnl-zonder-fnv~af4bc38e/

[c] https://www.youtube.com/watch?v=bOHiG6jfuGA

[d] http://www.hpdetijd.nl/2017-08-08/zelfreflectie-postnl-ontbreekt-wel/

[3] https://www.volkskrant.nl/economie/honderden-pakketsorteerders-lopen-geld-mis-door-schijnconstructie-en-eisen-nu-5-miljoen-van-postnl~a4543207/

[4] https://www.postnl.nl/Images/profielschets-rvc-PostNL-2017-new-code_tcm10-109499.pdf?v=da8b6c1758b4b3b4d009a0affac8e736

La propriété c’est le vol

______________________________________________________________________________

In deze bijdrage laten we zien hoe de linkse coalitie, onder de bezielende leiding van de heren Klaver, Roemer en Asscher een uitspraak van Proudhon (1809-1865) in praktijk brengen met hun ondoordachte voorstel om naast de vermogensrendementsheffing een vermogensbelasting in te voeren en zelf op diefstal uit te gaan. [1]

De maatregel is mede ingegeven door het bekende boek van Piketty, die in hoofdstuk 15 een uiterst vaag en slordig uitgewerkt voorstel doet om het door hem gesignaleerde probleem (r >g) op Europese basis aan te pakken. [2] Dat probleem bestaat in Nederland alleen voor het ondernemingsvermogen en het aanmerkelijk belang vermogen zoals uit de tabel die in noot [2] is toegevoegd duidelijk blijkt. Klaver moet die tabel nog maar eens goed bekijken voor hij weer onzin uitkraamt. Ook partijleider Asscher, van die linkse splinterpartij, kan er zijn voordeel meedoen. In een vorig politiek leven als minister van sociale zaken kreeg hij immers in de Piketty discussie in de Tweede Kamer de volgende passage over zijn lippen:

 “Het kabinet ziet op dit moment dan ook geen indicaties om te veronderstellen dat de vermogensverdeling onevenwichtig is.”

Ascher kan dus mooi in de oppositie aan zijn permanente educatie gaan werken. De adviescommissie kandidaatstelling kan dan voor de volgende verkiezingen een tentamen afnemen.

______________________________________________________________________________

§1 Het voorstel

Regelmatige lezers van deze site weten dat de belasting op kapitaalinkomen in Nederland een ondergeschoven kindje is doordat een substantieel deel van dat inkomen (2014 ca € 200 mld.) nauwelijks belast wordt. Er is dus alle reden om dit probleem eens goed systematisch aan te pakken. Maar zo’n aanpak vereist studie en zweetdruppeltjes van politici. Zoals bekend is dit laatste een uiterst  schaars goed, vooral als daarmee de politici hun clientèle, die zij met voorrang vertegenwoordigen, de Upper Middle Class, getroffen wordt.

Verkiezingsprogramma’s zijn in Nederland gegelegenheidsdocumenten  waaraan je je na de verkiezingen zo weinig mogelijk gelegen moet laten liggen.  De plannen zijn met opzet vaag en worden noodgedwongen iets meer geconcretiseerd door de CPB-doorrekening, als het CPB ten minste oplet. De kiezer maakt uit dat cafetariasysteem een keuze en hoopt dat de partij van zijn keuze zijn afspraken enigszins nakomt. Coalitiebesprekingen zorgen voor de nodige verwatering zodat die  Upper Middle Class meestal goed weg komt.  De ambtenaren toveren na de verkiezingen allerlei alternatieve plannetjes uit hun hoge hoed, waaraan die partijen voor de verkiezingen kennelijk nooit gedacht hebben, en anders heeft de informateur nog zijn geheel eigen inbreng om zijn bedrijfsleven te bevoordelen. Dit hele proces is uitermate behulpzaam bij het uithollen van de democratie.

Nu is bij de linkse samenwerking kennelijk ook sprake van coalitiebesprekingen geweest. Het is daarom goed om even kennis te nemen van de standpunten in de verkiezingsprogramma’s van die individuele partijen om te zien hoe hun gezamenlijk standpunt tot stand is gekomen. Deze kunnen, met voornamelijk dank aan het CPB, als volgt worden samengevat [3]:

(1) Het heeft er dus alle schijn van dat de SP een succesje heeft geboekt en GL en PvdA voor hun voorstel tot vermogensbelasting heeft kunnen winnen. Het CPB kent bij de nieuwe doorrekening een additionele bonus toe van € 0,2 mld extra opbrengst t.o.v een eerdere doorrekening van het verkiezingsprogramma.

Tijdens de algemene beschouwingen kwamen Groenlinks, SP en PvdA met een het volgende gezamenlijke standpunt om naast de vermogensrendementsheffing een vermogensbelasting in te voeren [1]:

Er wordt een vermogensbelasting ingevoerd voor huishoudvermogens van 1 mln euro of hoger. Deze heffing vervangt de vermogensrendementsheffing niet, maar is een parallelle heffing in box 3. Voor huishoudvermogens tussen de één en twee miljoen euro geldt een tarief van 1%, en voor huishoudvermogens vanaf twee miljoen euro geldt een tarief van 2%. Dit is een lastenverzwaring van 1,4 mld euro in 2021. (DLP_113)

Grafisch kan dit voorstel als volgt worden weergegeven:

(1) We gaan er vanuit dat het forfaitaire VRH-rendement het werkelijk bruto rendement benadert, hoewel daar forse kanttekeningen bij te plaatsen zijn.

(2) De beoogde progressie van de samengevoegde VRH & vermogensbelasting blijkt duidelijk. Merk op dat links de lage vermogens wel in de kou laat staan. Zoals bekend geldt grote stelen en kleine stelen en de staat en de grote stelen usantieel het meest.

(3) Als dit forfaitair rendement ook voor het Financieel Toetsingskader gebruikt zou worden zou het Nederlandse pensioenstelsel aardig opknappen en zijn geen herstelplannen meer nodig.

Het effect voor een huishoudvermogen van een echtpaar met een vermogen van € 3.000.000 laat zich als volgt weergeven:

(1) De VRH voor het echtpaar bedraagt € 41.741. Na invoering van de vermogensbelasting is dus  sprake van een toename met 72%.

(2) Het belastingtarief van de VRH bedraagt 30% van het fictief rendement. Fiscalisten claimen altijd dat dit percentage zo laag is omdat de wetgever rekening houdt met de inflatie. Nu ben ik tijdens mijn werkzaam leven bijna geen fiscalist tegengekomen die wel kan rekenen, dus dat ligt, zoals we nog zullen zien, toch even anders.

In elk geval maakt bovenstaand voorstel van het linkse trio dat de kans van slagen om bij de rechter je recht te halen aanzienlijk wordt vergroot zoals het Tweede Kamerlid H. Nijboer bij nader inzien ongetwijfeld zal moeten beamen:

[1] Voor een werkelijk rendement van 2-4% is het linkse voorstel toch redelijk confiscatoir en in strijd met met het eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. [4]

(2) De mensen met alleen spaargeld worden al vele jaren door de overheid bestolen zonder dat de opeenvolgende kneuzen van staatssecretarissen van financiën ( de Jager, Weekers en Wiebes) er een poot naar uitstaken door het belastingstelsel te hervormen en eindelijk van werkelijk behaalde rendementen uit te gaan, iets wat mijn private banker met één vinger in zijn neus doet.

§2 Hoe kom je aan € 3 mld. vermogen?

Nu is het natuurlijk zo dat men in linkse kringen niet zo vertrouwd is met het verwerven van zoveel vermogen. Ik zal daarom enkele mogelijke posten aan de hand doen, die mogelijk aan hun aandacht zijn ontsnapt.

(1) Het kan natuurlijk zijn dat de ouders van de oude generatie in loondienst redelijk (onnodig) spaarzaam waren, snel hun hypotheek hadden afgelost en niet het geld over de balk gooiden aan nieuwe keukens, verbouwingen en andere onzin. Dat geld lieten ze na een flinke aderlating aan de fiscus na aan de kinderen.

(2) Omdat ons echtpaar geen pensioenregeling heeft zoals al die ambtenaren die de politiek ingaan, maken zij geen gebruik van de VRH-vrijstelling en moet het echtpaar met spaargeld zelf hun pensioen opbouwen. Met een beetje pensioen met twee inkomens moet je een fors vermogen opbouwen. Kennisname van de uw- lijfrente-komt-vrij sites leert dat hier best wat geld mee gemoeid is. Als je je geen oor wil laten aannaaien door die financiële maffia zal je daar dus zelf goed voor moeten zorgen. Over al dat inkomen waarmee het vermogen is opgebouwd, werd in het verleden gewoon 72%, 60% en 52% belasting box 1 afgedragen.

(3) Als je om dat pensioen op te bouwen b.v. € 1.200.000 5,5% obligaties in 2000 tegen 90,15% kocht,  zijn die krengen nu zo’n € 600.000 meer “waard” dan nominaal door de daling van de rente. Die € 600.000 is echter gewoon renteloos agio, dat als sneeuw voor de zon verdwijnt tot 2028, waar je wel al die tijd VRH over betaalt.  Je betaalt dus over € 1.800.000 VRH en op voorstel van die linkse rakkers ook nog eens vermogensbelasting.

(4) Nu kan je van een onderwijzer en een overigens uiterst talentvolle VMBO’er niet verwachten dat hij veel van dergelijke financiële finesses begrijpt en dus voor de Bühne maar wat aanrotzooien. Maar van de heer Henk Nijboer die in Leiden heeft gestudeerd had ik, kennelijk ten onrechte, meer brains verwacht.

(5) Gelukkig is er voor ons echtpaar een relatief eenvoudige oplossing om aan de grijparmen van de linkse heren te ontkomen: de beleggingsportefeuille naar box 2 overhevelen geeft een aanzienlijke verlichting, waarbij simultaan het agio in de portefeuille door switchen kan worden verlaagd. Het belastingtarief op de fiscale winst wordt dan onder het 2021 regime 16 % vennootschapsbelasting en 28,5% box 2 belasting in totaal dus 39,94% belasting.

(6) De glijbaan naar belastingvrijdom van C.A. Rijkers is immers nog steeds in volle glorie aanwezig en daar gebeurt geen ruk aan. [5] Ik begrijp dat het tegenwoordig van de sociaaldemocratie te veel gevraagd is om met een redelijk evenwichtig belastingstelsel te komen. Ja, de tijden van Roemers en Vondeling c.s.met degelijke studies: das war einmal.

______________________

Laatste bewerkt 27 november 2017

Zoals u uit de tekst kunt opmaken ben ik dit keer wel belanghebbende.

[1] CPB, “Analyse economische en budgettaire effecten van pakket wijzigingsvoorstellen van GroenLinks, SP en PvdA op het Regeerakkoord”,

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-8nov2017-Analyse-wijzigingsvoorstellen-GroenLinks-SP-PvdA-op-Regeerakkoord.pdf

[2] Thomas Piketty, Kapitaal in de 21e eeuw, “Blauwdruk voor een Europese vermogensbelasting”, blz 630-633

De Nederlandse CBS-vermogensstatistieken zijn uiterst gebrekkig en het vermogen en inkomen uit vermogen wordt systematisch te laag voorgesteld. Als we die statistieken toch gebruiken ontstaat voor de periode 2007-2014 het volgende incomplete beeld:

(1) Met uitzondering van het ondernemingsvermogen (ondenemingsvermogen + aanmerkelijk belang vermogen) is er van een reële toename van het vermogen geen sprake. Dat vermogen valt onder box I, vennootschapsbelasting en box 2 en niet onder de vermogensrendementsheffing. Voor bevoordeling van box 2, inclusief erfrecht, zie noot [5]. Het ondernemingsvermogen wordt fiscaal gewaardeerd en elke gelijkenis met de werkelijke waarde in het economisch verkeer berust op zuiver toeval. Het CBS klooit ook maar wat aan om cijfers in hun statistieken te kunnen opvoeren. Dat geldt zowel voor het inkomen als voor het vermogen.

[3] De uiterst vage passages in de verkiezingsprogramma’s luiden als volgt:

GroenLinks:

Er komt een Piketty-belasting: een progressieve belasting op vermogen op basis van reëel rendement. Wie veel vermogen heeft gaat meer betalen; mensen met enkel wat spaargeld betalen minder.

Met behulp van het CPB is deze wazige tekst veranderd in:

GroenLinks vervangt de huidige vermogensrendementsheffing in box 3 door een vermogensaanwasbelasting en kiest daarbij voor een heffingsvrije voet van 1000 euro. Daarnaast introduceert GroenLinks een progressief tarief in box 3. Voor een vermogensaanwas van 1000 tot en met 20.000 euro geldt een tarief van 35%; voor een aanwas van 20.000 tot en met 60.000 euro geldt een tarief van 42% en voor een aanwas van meer dan 60.000 geldt een tarief van 52%. Tezamen resulteren deze maatregelen in een lastenverzwaring van 0,7 mld euro in 2021. (GL_204)

SP:

We voeren een miljonairsbelasting in. Door de vermogens eerlijker te belasten, is de gewone spaarder beter af. De opbrengsten hieruit kunnen worden besteed aan het verlagen van de lasten voor mensen met een middeninkomen en lager inkomen.

Bij het CPB werd dit:

De SP voert een vermogensbelasting in van 1% voor huishoudvermogens tussen de één en twee miljoen euro, en voor huishoudvermogens vanaf twee miljoen euro geldt een tarief van 2%. Dit is een lastenverzwaring van 1,2 mld euro in 2021. (SP_173)

{In de nieuwe berekening van het CPB levert dat ineens 0,2 mld. meer op}

De SP voert per 2021 een vermogensaanwasbelasting in met een heffingsvrije voet van 200 euro en een tarief van 40%. Dit is een lastenverzwaring van 1,9 mld euro in 2021. (SP_174)

PvdA:

Wij willen dat mensen met vermogen niet langer betalen over hun fictieve rendement in box 3, maar over het werkelijk behaalde rendement over hun spaargelden en beleggingen. Kleine spaarders gaan dan minder betalen, zeer vermogenden meer. Voor vermogens boven de 1 miljoen gaat het tarief in box 3 van 30 procent naar 40 procent.

Bij het CPB werd dit en valt deze post niet terug te vinden:

De PvdA voert een vermogensaanwasbelasting met progressief tarief in per 2021. Voor een vermogensaanwas tot 9250 euro geldt een tarief van 30% en voor vermogensaanwas vanaf 9250 euro geldt een tarief van 40%. Dit is een lastenverzwaring van 0,5 mld euro. Structureel is er sprake van een lastenverzwaring van 0,6 mld euro. (PvdA_237, 238)

[4] “Gezien de rechtspraak van het EHRM meen ik dat een vermogensheffing – inhoudende een inkomstenbelasting en/of vermogens(aanwas)belasting – confiscatoir is wanneer deze van zodanige omvang is dat zij niet kan worden voldaan uit de inkomsten en de al dan niet gerealiseerde waardestijging van het belaste vermogen van de belastingplichtige.”

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:PHR:2016:41

[5] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

Financieeel stabiliteitscomité – aflossingsvrije hypotheek

__________________________________________________________________

Het Financieel stabiliteitscomité (DNB, AFM en MvF) (“comité”) meent op de problematiek van de aflossingsvrije hypotheken te moeten wijzen, daarbij miskennend dat de eigen woning bezitters nog vele jaren door de staat in de watten zal worden gelegd t.o.v. de huurders. [1]

Aan de hand van een casus zullen laten zien dat een extra aflossing momenteel niet echt voor de hand ligt.

__________________________________________________________________

§1 De casus

We gaan uit van de volgende situatie:

(1) Het echtpaar moet nog zien dat zij onder het progresssieve sociale arbeidsklimaat 20 jaar aan het werk blijft. Gezien hun beider inkomen en pensioenopbouw komen ze dan gemiddeld op ca 60% van hun laatstverdiende loon. Volgens de houdbaarheidsstudies van het CPB maken de pensioenfondsen 5% rendement en zal dat dus geen problemen opleveren. Of het CPB het Financieel stabiliteitscomité daarvan ook kan overtuigen is niet geheel duidelijk. Gegeven de door het DNB goedgekeurde herstelplannen pensioenfondsen is er overigens kennelijk geen vuiltje aan de lucht.

(2) De WOZ-waarde is de huidige marktwaarde. Gelukkig loopt de gemeente al jaren achter de feiten aan zodat de werkelijke WOZ-waarde thans slechts € 182.000 is. De werkelijke bijtelling is dus minder.

(3) Uitgaande van 1,7% inflatie en 1% reële stijging per jaar (wonen 4.0) is de WOZ-waarde bij pensionering ca € 443.000. Niet echt iets om dus t.z.t. wakker van te liggen.

De woonlasten laten zich als volgt in kaart brengen:

(1) Gezien een marktconforme huur van 4,5% van de WOZ-waarde of € 11.700 per jaar, woont ons echtpaar uiterst goedkoop tot in lengte van jaren. Daar kun je niet tegenop huren en over die huurlast maakt eigenlijk niemand, behalve de huurder, zich zorgen. De enig zorg is eigenlijk dat ons echtpaar straks door de bank, opgedrongen door de toezichthouders, weer met een aantal stompzinnige vragen wordt lastig gevallen, zoals dat momenteel ook door de private banking afdeling gebeurt over de nieuwe beleggingsrichtlijnen van de AFM.

(2) Door de overgangsregeling zal de hypotheeklast ergens tussen de € 4.436 en € 4.357 inliggen. De commotie over de aanpassing van het  HRA-infuus is dus nergens op gebaseerd.

§2 Spaargeld aanwenden extra aflossing

Stel dat ons echtpaar inmiddels € 100.000 heeft gespaard en zich door het comité laat aanpraten om dit aan te wenden om extra boetevrij af te lossen.

De nieuwe hypotheeklast wordt dan als volgt:

(1) De jaarlijkse last wordt dus € 1.890 lager. Maar daar staat wel de derving van het beleggingsresultaat – zie §3 tegenover.

(2) Het door het comité voorgestane rendement op die € 100.000 is dus ca 1,89%.

§3 Alternatief blijven beleggen

Ons echtpaar kan natuurlijk de € 100.000 ook blijven beleggen. De vraag is dan welk rendement door een goede vermogensbeheerder gemaakt kan worden. Als het rendement van het ABP een yardstick is moet je denken aan een rendement van zo’n 7% over de laatste 20 jaar. Onze Minister van Financiën gaat uit van 5,38%, een percentage dat algemeen door onze parlementariërs wordt overgenomen, en dus wel op realiteit moet berusten, zodat wij wel met 5% mogen rekenen.

Het beleggersalternatief is dus als volgt:

(1) Je moet dus echt op je achterhoofd gevallen zijn om de aanbeveling van het comité op te volgen.

(2) Twintig jaar sparen door de hypotheek te gaan aflossen geeft dus een flinke derving van beleggingsopbrengsten.

§4 De afschaffing van de wet Hillen.

Mensen die hun hypotheek niet aflossen hebben geen last van die maatregel. Gezien de EWF bijtelling van t.z.t. slechts 0,6% van de WOZ-waarde is de bijtelling uiterst gering in vergelijking met de VRH en niet te vergeten de betaalte rente op de hypotheekschuld. Het inkomen eigen woning in de inkomensstatistieken van het CBS is dan ook nog steeds negatief.

Er is dus alle reden dus om de afbouw aanzienlijk te gaan versnellen.

§5 Opheffing van het HRA-infuus

Om de financiële stabiliteit te bevorderen en de druk op de huizenprijzen te verminderen kan, gezien de lage rente, het HRA-infuus natuurlijk ook versneld in b.v. 8 jaar worden opgedoekt, maar daar heeft het comité natuurlijk niet de ballen voor. Het is natuurlijk ook mogelijk dat his masters’ voice een dergelijke conclusie niet opportuun achtte.

§6 Kwaliteit van woning- en vastgoedtaxaties

Het comité meet zich ook een oordeel aan over de kwaliteit van de taxaties. Zoals bekend heeft de markt altijd gelijk, de wetgeving voor taxateurs zal hier helemaal niets aan veranderen. Overheidsbeleid dat de huizenmarkt verruimt zou overigens wel helpen om om te woningprijzen in toom te houden. Daarmee heeft de politiek de afgelopen jaren jammerlijk gefaald, waarbij overcapaciteit door de recessie onbenut bleef en de verhuurdersheffing ook niet echt hielp. Maar wil het comité nu wel of niet dat de huizenprijzen stijgen om de financiële stabiliteit te bevorderen? Dat maakt het niet duidelijk. Het HRA-infuuus is nog steeds goed voor zo’n 15 à 20% onnodig hoge woningprijzen. Daar betaalt de huurder in de vrije sector ook stevig aan mee.

______________

Laatst bijgewerkt 23 november 2017

[1] http://www.financieelstabiliteitscomite.nl/nl/nieuws/nieuwsbericht/45

 

 

 

Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW Q3 2017

______________________________________________________________________________

Het derde kwartaal 2017 nam het pensioenvermogen van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen met € 13,3 mld. toe. De toename had bijna uitsluitend betrekking op de toename van de algemene reserve met € 13,8 mld. Mede dankzij het gebrekkige toezicht van de toezichthouders op de verslaglegging wordt het behaalde rendement in euro’s, m.u.z. van het ABP door de bedrijfspensioenfondsen niet verstrekt. Overigens zijn de kwartaalberichten al vele jaren van een bedroevende kwaliteit gezien het gezamenlijk vermogen van € 754 mld. (103% bbp_2017).

Belangrijke gebeurtenissen in het derde kwartaal waren de geringe stijging van de rekenrente, de waardestijging van de aandelen aan het einde van het kwartaal, het negatieve rendement op de vastrentende waarden en de €/$- valutakoers ontwikkeling.

Ten opzichte van eind 2016 nam het pensioenvermogen van de vijf grote fondsen met € 22,1 mld. toe (3%).

______________________________________________________________________________

§1 Dashboard

Het dashboard kan voor het 3e kwartaal 2017 als volgt worden weergegeven:

Tabel 1 Dashboard pensioenvermogen ABP, PFZW, PMT, PME en bpfBOUW 2017K3

(1) De gecombineerde actuele dekkingsgraad voor de vijf grote fondsen bedraagt 101,3%, dat is 4,2% hoger dan eind 2016.

(2) In het derde kwartaal 2017 nam het pensioenvermogen met € 13,3 mld. toe t.o.v. het 2e kwartaal 2017.  Die toename was € 22,1 mld. (2,9 %) t.o.v. eind 2016.

§2 Relatieve belang van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen

Het relatieve belang van de vijf grote fondsen valt als volgt in te zien:

Tabel 2 Relatieve belang bedrijfspensioenfondsen

(1) Het relatieve belang in het totale pensioenvermogen van alle pensioenfondsen is dus ca 57%. Het aandeel in de beleggingsresultaen schommelt aanzienlijk.

(2) Een projectie met een korreltje zout van het totaale pensioenvermogen van alle pensioenfondsen voor het 3e kwartaal 2017 wordt dus € 1. 320 mld. (754,1/57,1%), een geschatte toename van € 35 mld. t.o.v. eind 2016.

§3 Rendement

Het behaalde rendement van de vijf grote fondsen valt als volgt samen te vattten:

(1) Het rendement op de beleggingen laat dus een dalend verloop zien. Gezien het aanzienlijke belang van de vastrentende waarden in de beleggingsportefeuilles hoeft dat niet te verbazen.

(2) De pensioenbobo’s werden het derde kwartaal gematst door de opleving in de aandelenmarkt en de valutaresultaten. De volgende grafiek laat voor het derde kwartaal het effect zien van de €/$- koers  en de MSCI-index ( 2017K2=100)

Zowel de staat als de pensioendeelnemers kunnen een relatief gering rendement bijschrijven. Bij de CPB-houdbaarheidssommetjes wordt door het CPB uitgegaan van een rendement van 5% p.j.  Op € 741 mld. zou dat voor het 3e kwartaal een rendement van € 9,3 mld. zijn geweest.

(3) Aangezien het ABP het enige fonds is dat behoorlijke rendementscijfers geeft laten we ook nog even het rendement van het ABP voor de jaren 2014 – 2017Q3 per beleggingscategorie zien:

(1) De relevantie van de FTK risicovrije rekenrente valt direct uit de tabel af te lezen: het cumulatieve rendement op de vastrentende waarde is 15% van het totale rendement terwijl die vastrentende waarde ca 37% van de beleggingen uitmaken.

(2) Het belang van aandelen en onroerend goed in de beleggingen is ca 46% en het cumulatieve aandeel in het rendement  70%. De de pensionado’s moeten dankzij het stompzinnige FTK, waar onze politci de volle verantwoordelijkheid voor dragen, maar op een houtje bijten. (geen belanghebbende)

_____________________

Laatst bijgewerkt 17 november 2017

[1] Het vinden van de kwartaalberichten van PMT, PME en bpfBOUW is elk kwartaal weer een zoektocht. Bronnen zijn het eenvoudigst te vinden via de SER publicatie Themabrief pensioenen en AOW, die verder ook nuttige informatie bevat:

http://yourzine.tripolis.com/public/preview?KB2VNgKCf1jPt7UZMjTyy0mB92nq5kGj1Zzg3dQ6PpJyyUEBKujUbvh7H*_mfqVR

 

 

 

Kippige Tweede Kamerleden

____________________________________________________________________

Dit keer een uiterst korte bijdrage voor kippige Tweede kamerleden.

Heel Nederland is zo zoetjes aan bedolven onder de brillen en onze media zijn vergeven van de brillenreclames (het zijn er altijd twee). [1] Dat hebben we kennelijk te danken aan ons fiscale klimaat en onze sovjeteconomie in de zorg met die kostenbeheersende maatregelen van onze zorgverzekeraars. Die markt moet immers zijn werking doen, maar kan dat helemaal niet.[3]

Heel bont maakt de waardevrije wetenschapper  fiscaal jurist Jan Vleggeert van de Universiteit Leiden het die

“begrijpt dat zelfstandige opticiens zo een concurrentienadeel hebben. „Maar grote internationaal opererende bedrijven hebben wel vaker voordelen ten opzichte van de lokale ondernemer. Multinationals kunnen gebruikmaken van de verschillende wetgeving in de verschillende landen. Daar is niet per se iets bijzonders aan de hand. Of dat ook wenselijk is, is een politieke vraag.” [1]

De heer Jan Vleggeert [2] leidt dan ook beroepsgenoten op tot een van de oudste beroepen ter wereld. De draaideur voor belastingadviseurs die belastingdienst heet, zou natuurlijk ook gewoon de belastingwetten kunnen handhaven. Zelfs informateur Zalm denkt, ongevraagd, met het bedrijfsleven mee.

De politieke vraag is natuurlijk een heel andere en wel deze: heeft “ons” parlement nog wel controle over de belastingdienst of is dit een service instituut  van het bedrijfsleven geworden? Dit natuurlijk onder de bezielende leiding van diverse kneuzen van VVD-staatssecretarissen op Financiën. [4]

Het beleid van Rutte III wordt als volgt;

“We willen een eind maken aan de situatie dat firma’s zich alleen op papier in Nederland vestigen om belastingvrij miljoenen te kunnen rondpompen. Wij gaan bij hen belasting heffen, net als bij ieder ander bedrijf. Internationaal zetten wij ons ervoor in dat belastingparadijzen worden aangepakt. Zelf gaan we het goede voorbeeld geven via een bronheffing op rente en royalty’s op uitgaande stromen naar landen met zeer lage belastingen (low tax jurisdictions).”

Daar kan Dijsselbloem een puntje aan zuigen. Rutte III gaat zeker het decennia lange fiscale beleid van de topambtenaren van het Ministerie van Financiën ongedaan maken?  Ook Inspecteurs omscholen die mede om werkgelegenheid te creëren of te behouden met de ondernemers meedenken?  Dan moet die trap van bovenaf wel erg schoon geveegd worden.  Gelooft u dat?

Ik kan dan ook niet wachten op een parlementaire enquête.

________________________________________________________________

Bijgewerkt 21 oktober 2017

[1] NRC, “Felle concurrentiestrijd brillenketens”, https://www.nrc.nl/nieuws/2017/10/20/felle-concurrentiestrijd-brillenketens-13600129-a1578144

Een “politiek” steeds minder correct voorbeeld:

[2] https://www.universiteitleiden.nl/medewerkers/jan-vleggeert#tab-2

[3] Kenneth J. Arrow, “Uncertainty the welfare economics of health care”, The American Economic Review, Bulletin of the World Health Organization,  http://www.who.int/bulletin/volumes/82/2/PHCBP.pdf

[4] Het gebrek aan beleid van die kneuzen werd in diverse bijdragen op deze site behandeld:

De Tax Gap en de Algemene Rekenkamer on 5 december 2016

♦ Panama papers on 11 april 2016

♦ Sinterklaas bestaat getuige ASML on 16 april 2015

♦ De schaamte voorbij (belastingontwijking) on 11 april 2015

♦ Het datamijnenveld bij de belastingdienst on 25 april 2013

♦ De belastingdienst is een bordeel on 29 maart 2015