Skip to content

Fransman’s politieke compromis

___________________________________________________________________________________________________________________________________________

Het Nederlandse pensioenstelsel heeft veel overeenkomst met de Hotel California song (1976) van de Eagles:

“You can check out any time you like
But you can never leave!”

Fransman heeft aanvankelijk in ESB en later op de Mejudice site herhaald, een belangwekkend artikel geschreven over zijn gewenste pensioenhervorming. De discussie daarover komt nog steeds tergend langzaam op gang.

Voor zover mij dat mogelijk valt, zal ik in deze bijdrage nader ingaan op zijn voorstel. Daarbij zal ik proberen het voorgestelde scenario zo goed en zo kwaad als dat gaat te volgen. Tevens zullen we nagaan welke “forse voordelen” met zijn plan te behalen zijn.

___________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Het voorstel

Voorafgaand Fransman’s artikel lezen wordt ten zeerste aanbevolen. [1] De belangrijkste uitgangspunten zijn:

1) De tweede pensioenpijler opsplitsen in 2a) een pensioen tot een aftoppingsgrens van ca € 27.000, dus ca € 10.000 per jaar ( ca 70% van de pensioendeelnemers) ; 2b) het overige pensioen voor de toppers tot de huidige fiscale grens (ca 30% van de pensioendeelnemers).

2) Voor 2a) blijft het oude regime in stand met de doorsneeproblematiek, betere rechten voor hogere inkomens en vrouwen, rekenrente, indexatie of eerder geen indexatie. Wel wordt de premie meer kostendekkend door een hoger premiedekkingsgraad van minimaal 90% en de AOW-franchise gestandaardiseerd i.p.v. het huidige ratjetoe. Het beleggingsbeleid is conservatief en zou overwegend moeten bestaan uit obligaties {zie [4] voor detaillering}, hetgeen nogal afwijkt van de bestaande situatie. Kortom reden genoeg voor de pensioendeelnemers om te blijven demonstreren.

Onze toppers hebben in de nieuwe opzet, als ik het goed begrijp, drie pensioenpotjes: 2a), 2b1): oud collectief, en 2b2) de nieuwe individuele pensioenpot op basis van de nieuwe premie. Simpeler wordt er het in elk geval niet op. Als het vermogen van groep 2b onder het oude FTK blijft vallen verandert er voor dat deel van het pensioenvermogen ook niets.

Mocht daar dispensatie voor komen dan kan dat pensioenvermogen ook risicovol worden belegd en kan ook met 4,5% rekenrente worden gerekend. {update zie echter [4]} Een tekort is toch voor eigen rekening. Eigenlijk is die hele rekenrente dan je reinste flauwekul. Als de rente voor die premie ook op 4,5% wordt gesteld, wel zo logisch, dan kan de premie flink dalen en kan de schatkist eerder incasseren.

3) De toppers doen tot € 27.000 inkomen mee met 2a) en voor de rest met 2b). Zij krijgen  een eigen pensioenpotje voor de nieuwe opbouw dat bij overlijden voor pensioendatum overerfbaar is. Een nabestaanden pensioen tijdens de opbouw en een arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn optioneel. (voor 2a) verplicht)

De mazzel die de toppers in de schoot geworpen krijgen is dat het juk van de FTK-rekenrente -de zogenoemd risicovrije rente- materieel vervalt:

“De nominale garantie (CM: hoezo?) vervalt en daarom kan de rekenrente hier dan ook hoger zijn. Daarvoor worden de waarden van de commissie parameters gebruikt, of een langdurig voortschrijdend gemiddelde van historische rendementen met een afslag van 25 procent. Dat komt in beide gevallen uit op circa 4,5 procent. Het beleggingsbeleid is offensiever: naar verwachting zal de portefeuille overwegend bestaan uit zakelijke waarden.” (CM: zie ook [4])

4) Voor beide groepen blijft het langleven risico (binnen de groep) gedeeld. Dit houdt in dat de 2a) groep niet langer hoeft mee te delen in het langleven risico van een substantieel deel van het pensioen van de 2b) groep.

5) Om de pil voor 2a) te vergulden  wordt het volgende breinbrekertje voorgesteld:

“Het splitsen van het bestaande stelsel in combinatie met het hanteren van een hogere rekenrente voor inkomens die die risico’s ook daadwerkelijk kunnen dragen heeft natuurlijk het grote voordeel van een hogere dekkingsgraad. Die hogere dekkingsgraad kan het beste verdeeld worden over de twee nieuwe stelsels. Dat wordt zodanig verdeeld dat de dekkingsgraden na verdeling weer exact gelijk zijn aan elkaar. Daardoor wordt niemand beter of slechter van de splitsing.”

Voor deze splitsing worden een zestal scenario’s gegeven, waarvan we er de eerste uitlichten:

Tabel 1 politiek compromis

(a) De berekening (verdeling surplus door rekerente) van Fransman is voor mij, als leek op pensioengebied, helaas niet te volgen, maar kennelijk wordt 2a) er qua algemene reserve 10 wijzer van (toename activa 80 – 70; pensioenvermogen ongewijzigd 70 +10 blijft 80) en groep 2b weer volgens Fransman niet slechter (pensioenvermogen 17,25 +2,55 = 19,8, dus wel 10,2 kwijt t.o.v. 30). Meestal is het ook zo dat als er twee ruilen er één moet huilen. In elk geval moet de som van de bezittingen voor en na verdeling gelijk bijven.

(b) In het onderste deel van de tabel is door mij berekend wat de dekkingsraad wordt als de uitkering gelijk blijft en de rekenrente van 1,5% naar 4,5% gaat bij een duration van 19 jaar voor het keuze pensioen. Was dit voor het hele pensioenvermogen gebeurd dan was de dekkingsgraad 126,7% geworden.  Groep 2a) moet echter terug in zijn hok en krijgt dus, zonder uiterst arbitraire herverdeling, weer een dekkingsgraad van 100% en indexatie met sint-juttemis. Bij een reëlere rekenrente van 3% zou de dekkingsgraad op 113 zijn uitgekomen.

De allocatie van het surplus zoals Fransman die voorstelt heb ik onderaan de tabel aangegeven. Ik kom echter tot een andere uitkomst (106,7 vs 115). Overigens ontgaat mij de logica van die verdeling. Groep 2a) heeft immers tegen 4,5% rekenrente nog steeds het zelfde potentieel als onder de bestaande regeling.

(c) Indexatie keuzepensioen vindt pas vanaf 120% onder het FTK van Fransman plaats en dan ook nog geleidelijk, met 10% van het surplus per jaar. [4] Dus zelfs met 4,5% rekenrente mag je met de huidige stand niet indexeren. Althans als je het voorstel tot verdeling van het surplus tussen groep 1) en 2) volgt. Je weet dus bij voorbaat dat je geld nalaat voor de overige deelnemers tenzij die 20% buffer opgaat aan langlevenrisico.

Fransman meent dat hij met zijn voorstel de volgende problemen oplost:

(1) Indexering kan voor groep 2a) sneller plaats vinden, ten dele door premieverhoging.

(2) Opheffing van de doorsneepremie voor groep 2b) maakt dat een substantieel deel van het tekort van zo’n € 100 mljard onder tafel verdwijnt. Voor 2a) en 2b1) blijft de problematiek gehandhaafd. 2b2) krijgt de rechten waarvoor hij betaalt, naar een eventuele claim uit het verleden kan hij fluiten.

(3) Fransman laat de mogelijkheid open de € 27.000-grens op te trekken naar het modale inkomen. Dat modale inkomen ontwikkelde zich de afgelopen jaren als volgt:

(a) Met vallen en opstaan met een grove afronding was de groei dus 1,8% per jaar. De inflatie in de periode (2002-2017) was 1,67% per jaar. Als voor het basispensioen de modale inkomensgrens wordt aangehouden is het deelnemersbestand redelijk constant.

§2 Kanttekeningen

(1) De verdeling 70%-30% zal afhankelijk zijn van het fonds. Aangezien tot voor kort 73% van de pensioenpremie van de belasting werd afgetrokken door 30% van de pensioenhuishoudens zou ik dat nog wel eens goed gecheckt willen hebben:

(2) De doorsneepremieproblematiek is dus helemaal niet opgelost, hoogstens onder tafel geschoven.

(3) De 2a) groep kan voorlopig naar indexering fluiten ondanks de behaalde rendementen in de afgelopen tien jaar. Binnenkort geldt voor de grote groep 2a) en 2b1) dat men ernstig aan aan afstempeling van rechten moet gaan denken.

(4) De rechten gerelateerd aan het 2b1) vermogen blijven in het voorstel uiterst vaag. Ik neem aan dat zij delen in het “hoge” rendement maar het aandeel van de deelnemers daarin in de loop van de tijd blijft in nevelen gehuld, zoals onder het oude stelsel.

(5) Zo’n 181 pensioenfondsen hebben te maken met een herstelplan.  Een doelbewuste vergroting van het risico is in zo’n situatie niet toegestaan. (art. 16 lid 4 FTK). Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke vergroting van het risicio impliciet begrepen is in het voorstel de rekenrente voor het keuzepensioen (2b1 ?) en 2b2) te verhogen. Ik denk dan ook niet dat DNB hier blij mee zal zijn.

(6) De aanname dat de belegging in obligaties conservatief is, lijkt een wat boute uitspraak. Het risico is  zeker onder de huidige omstandigheden niet gering. [5] De beleggingsresultaten van de grote pensioenfondsen waren zeker niet gehaald als deze pensioenfondsen Fransman’s voorstel in het verleden hadden moeten volgen. Om voor “overwegend” zakelijke waarden 4,5% te kiezen is zeker offensief te noemen.[4] Een rekenrente is sowieso  moeilijk te verenigen met een eigen pensioenpot. Onder aftrek van kosten en een verzekeringspremie voor langlevenrisico komt immers het rendement op beleggingen geheel de eigen pensioenpot toe en bij overlijden na pensionering de andere deelnemers.

(7) Het aantal examentrainingen voor de GL-kwetsbaarheidstest van 70-jarigen zal zeker toenemen als Fransman’s voorstel om de pensioenpot bij voortijdig sterven te laten erven doorgang vindt. [2]

(8) Voor de goede orde geven we nog even de rendementshistorie van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen weer:

Tabel 2 rendement vijf grote pensioenfondsen 2003-2017

Toch jammer als voor je basispensioen dergelijke rendementen door de neus geboord worden. [2;4] Er is dus helemaal niets mis met de rendementen van die pensioenfondsen, al willen sommige debielen op het internet ons anders doen geloven. Er is wel heel veel mis met het door de politiek opgelegde Financieel ToetsingsKader.

§3 Alternatieve beleggingsmogelijkheden

Fransman doet net of het pensioenstelsel zaligmakend is. Die toppers met hun keuze pensioen hadden natuurlijk ook gewoon kunnen beleggen als er geen sprake was van gedwongen winkelnering. Uiteraard betaal je dan wel vermogensrendementsheffing en forse beheerskosten. We pikken er twee ter indicatie uit: Robeco en Nationale Nederlanden en dan alleen omdat ik deze gegevens snel bij elkaar kon harken.

3.1. Robeco

Het resultaat van Robeco vanaf oktober 2012 is als volgt:

Grafisch kan het rendement als volgt worden weergegeven:

Het rendement bedraagt sinds de start tot en met 18 mei 2018 voor respectievelijk defensief, neutraal en offensief 4,31%, 5,69% en 7,19% per jaar.

De kosten zijn hier fors hoger dan de commissie parameters hanteert. [4] Voor aandelen is dat bv. maar 25 basispunten.

3.2 Nationale Nederlanden

“Alle kosten (?) waaronder 1% beheerkosten zijn hiervan afgetrokken.” – de kosten zijn dus hier in elk geval ook veel hoger dan de commissie parameters aanhoudt. Als ik toezichthouder bij de AFM zou ik Ralph Hamers als strafwerk 500 x de tekst “Ralph moet eindelijk eens transparant zijn” laten inleveren.

Sommige beleggingsfondsen zijn dus, ondanks de kosten, een reëel alternatief. Buiten het langleven risico en het nabestaanden pensioen is er dan ook geen enkele reden om voor de toppers het verplichte systeem in tact te houden. Als je partner een goede eigen pensioenregeling heeft is het nabestaandenpensioen ook volledig achterhaald.

§4 De hervorming kan een stuk steviger

(1) Het huidige pensioenvermogen is bovenmatig, er wordt onnodig opgepot en de omkeerregel pensioenen ontwricht de overheidshuishouding en leidt tot een onnodig hoge belastinglast voor de huidige generatie. Voor het nieuwe keuzepensioen kan de omkeerregel pensioenen onmiddellijk worden opgedoekt en het belastingnadeel als belastingverlaging worden teruggegeven. Elk nadeel heeft zijn voordeel krijgt zo weer inhoud. Het keuzepensioen wordt dus netto gespaard.

(2) Er is derhalve veel te zeggen voor het voorstel van Fransman om een verplichte pensioenregeling te beperken tot het modaal inkomen, ook voor zzp’ers, en het keuzepensioen een werkelijk vrije keuze te maken. De governance moet dan wel goed geregeld worden. Werkgevers en vakbonden moeten niets meer te zeggen over dat nieuwe pensioenfonds dat is een zaak van de deelnemers en de overheid door wetgeving om te bewaken dat het pensioengeld niet wordt verjubeld.

(3) Een logische organisatiestructuur voor een pensioenfonds lijkt een coöperatie. Die organisatievorm wordt dan verplicht voorgeschreven inclusief de governance.

(4) Er komt een staatscommissie die de knelpunten in de pensioenproblematiek adresseert. De samenstelling van die commissie is nogal problematisch omdat men enerzijds kennis moet hebben om de belangen te wegen en anderzijds zelf veelal in enige vorm een belang heeft. Die commissie kan ook met een dit keer praktisch rekenrente voorstel komen. Omdat de pensioenen geenszins zeker zijn, is de keuze van een risico vrije rente in elk geval van de pot gerukt.  De beleggingen worden ook niet risicovrij belegd, want dan zou al dat geld in een gefortificeerde kluis zijn opgeslagen met een flink leger ter bewaking. Overigens zou de overheid dankzij de inflatie dan nog een flink deel wegstelen.

(5) Werknemers brengen hun verplichte basispensioen onder bij het pensioenlichaam van hun keuze. Voor de overdracht komen regels. Uiteraard is die overdracht ook mogelijk als de dekkingsraad bij het overdragende fonds lager dan 100 wordt. Dat is immers misschien juist een reden om over te stappen. (Hotel California)

(6) Zo de markt niet komt met een acceptabele langlevenrisico verzekering is er een taak weggelegd voor de overheid met een maximum verzekerd bedrag van 2 x modaal. Het is voor mij de vraag of de markt dit überhaupt kan: de risico’s liggen immers eenzijdig bij de verzekeraar, tenzij een epidemie uitbreekt. Dan lijkt een collectieve Intergenerationele risicospreiding voor de hand.

(7) Het basispensioen blijft vrijgesteld van vermogensrendementsheffing anders is het pensioen gegeven de lage rendementen en niet te vergeten de inflatie helemaal uiterst onaantrekkelijk. Het gemaximeerde keuzepensioenpotje valt wel onder de vermogensrendementsheffing, als die ten minste eens op basis van werkelijk rendement wordt geheven. De grens voor de vermogensrendementsheffing wordt flink opgetrokken, waarbij ook de eigen woning en hypotheek wordt meegenomen. Men kan zelf een keuze maken of men zijn geld stopt in de pensioenpot of b.v. besteed aan het aflossen hypotheek of zo maar gewoon gaan potverteren. Het basispensioen is immers het vangnet om te voorkomen dat ten onrechte een beroep wordt gedaan op de verzorgingsstaat.

Het is goed dat Fransman de discussie weer heeft aangezwengeld. De politiek heeft er tot op heden bijzonder weinig van gebakken.

___________________

Laatste bijgewerkt 21 mei 2018

Disclosure: Ik ben geen belanghebbende in de pensioendiscussie.

[1] Robin Fransman, “Een politiek compromis over pensioenhervorming is haalbaar”, Me Judice, 17 mei 2018.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/een-politiek-compromis-over-pensioenhervorming-is-haalbaar

[2] Marcel Lever, “Reactie op het artikel Een politiek compromis voor pensioenhervorming is haalbaar””,

https://esb.nu/blog/20040998/reactie-op-het-artikel-een-politiek-compromis-voor-pensioenhervorming-is-haalbaar

[3a] https://www.robeco.nl/beleggen/beleggingsfondsen/fondsinformatieWT.jsp?isin=NL0010220810

[3b] https://www.nn.nl/Particulier/Beleggen/Beheerd-Beleggen/Rendement.htm

[4] Inmiddels verduidelijkt door:

Denk bijvoorbeeld aan 55% staatsobligaties, 25% vastrentend zakelijk, en 20% aandelen.  (conservatief)

en

15% staatsobligaties, 25% vastrentend zakelijk, en 60% aandelen. (dynamisch)

https://esb.nu/blog/20040998/reactie-op-het-artikel-een-politiek-compromis-voor-pensioenhervorming-is-haalbaar

Waarmee de percentages toch wat anders uitpakken:

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-308035.pdf

De rendementsuitkomsten voor het keuzepensioen komen dus lager uit op 3,84%. Dankzij 40% meer aandelen is het rendement dynamisch bruto 1,76% hoger dan conservatief.

Rekenend met de thans lagere rente op staatsleningen komen we voor conservatief en dynamisch na afslag zelfs uit op respectievelijk 1,6% en 3,4% rendement. Er valt dus 33% minder surplus te verdelen t.o.v. mijn oorspronkelijk 6,3 berekening.

[5] https://www.marketwatch.com/story/say-goodbye-to-the-golden-age-of-stock-and-bond-returns-2016-04-27

Advertenties

NATO military expenditure 2017

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________

On May 2, 2018 SIPRI published its update of the SIPRI Military Expenditure Database. [1a] Earlier that year on March 15, 2018 NATO issued its Defense Expenditure of NATO Countries (2010-2017) report. [1b] It is time to update our graphs and tables to enhance our understanding of the continued warmongering of our local politicians since the NATO Wales summit declaration in 2014. [2] This updates our previous superseded post, this time in English to facilitate access by our usual visitors abroad on this particular subject.

AS SIPRI indicated the military expenditure in current USD for 2017 was highly impacted by the overall depreciation of the US dollar. As we are mainly concerned with the European military burden we put the emphasis on figures denominated in euros.

“Today, NATO faces the greatest security challenges in a generation—including terrorism, cyber and hybrid threats and a more assertive Russia.” “NATO’s Command Structure is under the authority of the Military Committee.”[11] We will show that in view of the current European military expenditure this committee should be sacked on the spot if they cannot organize a proper defense for the current money made available by the European let alone the US tax payers.

________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Introduction

Rather than an unreadable text summary the following table sums up the development of NATO military expenditure 2008-2017 and some friends:

Table 1 Summary military expenditure NATO & some friends

(a) Market exchange rates are more commonly used to compare international defense expenditure, however the outcome in comparing spending between countries over time tends to be volatile. [11] In table 2 we overcome this problem partly by using the same 2017 exchange rate for all years.

(b) From the above it can be concluded that the USD might not be the most appropriate currency to report  European defense expenditure. In table 4 we use the euro for those figures. The same applies for China for the euro. Incidentally, as shown in §1, the euro might be more appropriate to report Russia’s military expenditure.

The definition of military expenditure varies quite considerably between the statistics of the Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) and the International Institute for Strategic Studies (IISS) and of course the NATO. The definition of military expenditure changes over time and differs between countries. [11] The pension cost of retired military personnel f.i., although sometimes included, does not provide much firepower. Paramilitary forces when judged to be trained, equipped and available for military operations are included in military expenditure by SIPRI. This affects amongst other countries with a (semi-)fascist or similar history. The absence of reliable, open available figures allows only an educated guess for some key countries.

Efficiency is also a major factor which is not reflected in the spending. The US army probably is not more efficient then the US car and steel industry. In the good old times the DDR was a showcase for the communist bloc. The Supergau Deutsche Einheit showed us what the actual performance of the DDR was. It is highly unlikely that Russia’s economy has become significant more competitive since. [12] Maybe we should increase Chinese defense expenditure figures with a factor for its productivity. This factor could be provided by Apple, but to do that we need reliable defense figures first.

§2 Russia

Russia’s military expenditure based on the SIPRI data can be graphed as follows [1a;1d]:

Chart 1 Russia’s military expenditure 2008-2017 (SIPRI)

(a) The growth rate is only meaningful if the baseline is indicated. In 2008 Russia’s military expenditure amounted to $ 56,2 bn (real money € 38,4 bn) and in 2017 $ 66,3 bn  (€ 61,1 bn) Exchange rates are by nature arbitrary, particularly for military goods.[3] The relevance of USD figures is consequently at least obscure.

(b) On the right side of the graph the compound annual growth rates are indicated. The inflation adjustment is based on the CPI per OECD-data set. An inflation factor for military goods could and probably would be significantly different. The growth rate, adjusted for inflation, is overall in line with the growth rate in euros. The RUB rates of exchange are based on SIPRI-data set, the USD /Euro rates and vice versa are based on the NATO-data set. [1d]

(c) A significant portion of the Russian defense expenditure should be allocated to contain China, which military expenditure amounts in 2017 to some $150-230 bn. or 2,5-3,4 times Russia. (2008: ≈ 2,3 times). Naturally China’s defense budget increase gives some relieve for the NATO budget.

(d) Alternative data

It is remarkable that I have not been able to trace a NATO estimate of Russia’s military expenditure. One would think that you cannot have a strategy without such data. We therefore have to rely upon SIPRI data like the World Bank [4] or data from the International Institute for Strategic Studies (IISS), both based in Sweden. For the remarkable differences in those figures and the NATO figures see table 3.

“After large real-terms defense-spending cuts of 10% in 2016 and 9% in 2017, Russia is looking to stabilize its total military expenditure at around US$59 bn per annum from 2018 to 2020”, according to an IISS statement.[6]

The European Defence Agency (EDA) is an intergovernmental agency of the Council of the European Union that also provides data. The Defence Data Portal is fine example of the deficiency of that Council and totally out of date. [9]

§3 Overall picture
Table 2 Development military expenditure NATO 2008-2017

(Click on table or CTRL + to enlarge)

(a) This key table compares military expenditure in local currency, USD en current 2017 USD for the years 2008, 2016 and 2017.  The substantial differences between NATO and SIPRI figures show that bureaucrats can fight their own war based on definitions.

(b) As can be seen military expenditure comparisons over the years on the basis of then current USD exchange rates are as useful as an ashtray on a motorbike. For analysis purposes of the European military expenditure we therefore switch to euros in table 3.

(c) The compound growth rate based on local currency expenditure gives a better picture of the actual growth. For hyperinflation countries like Russia the amounts should be adjusted for inflation – see chart 1.

(d) It is the Tragedy of Great Powers that they waste a lot of money on the military. Only a part of the US budget should be rightfully allocated to NATO commitments. Which part is anybody’s guess. Europe might not be a bunch of “shithole nations” but we come pretty close in Galicula Trump’s view and it is thought that this put some pressure on the European NATO budget. At the other hand the overseas excess cash of tax haven moneys of US multinationals give some reassurance . That the USA, with NRA support, is overdoing it a little bit might be become obvious from the following chart of military expenditure 2017 (SIPRI data):

Chart 2 World military expenditure 2017

The SIPRI database for 2017 adds up to € 1.701 bn and not $ 1.739 bn as mentioned in the SIPRI fact sheet. [1a]

(e) It is remarkable that we as tax payers have to rely upon third parties to get some insight in the military expenditure of our major adversaries. It is further remarkable that some estimates are apparently not worth the paper it’s written on:

Table 3 Military expenditure 2017 SIPRI, IISS and Nato in USD bn

§4 European NATO Countries
Table 4 Military expenditure NATO Europe in € bn

(Click on table or CTRL + to enlarge)

(a) The last column shows the military expenditure at the higher of actual cost or 2% GDP. I do not know what the European politicians at the Wales Summit were smoking when they decided to “commit” to the 2% GDP military expenditure. I see no reason why we would have to spend 5 times the Russian military budget to feel more save.

(b) I am aware that Russia employs significant more military personal but what use is it to have drug addict, alcoholic Oblomovs under arms? (Chechen)

§5 The Netherlands

In the Netherlands it is a show of virtue to comply with international obligations, in part to secure favors and international jobs for our politicians. [7]

If the Wales Summit Declaration [2]  is taken seriously, which is highly unlikely, the Dutch military expenditure will have to increase in the period 2018-2024 by 11,9 % p.a.:

Table 4 NATO commitment The Netherlands € bn

A proper justification for such an increase is until to date lacking. In part it seems to relate to the illegitimate behavior of certain Russian oligarchs in charge in the Kremlin, although they have partly settled in Londongrad enjoying all the facilities of the City.[10]

This lack of strategy is highly consistent with the way the JFS F-35 lightning II melon, was dealt with. The Netherlands committed to buy 85 → 68 → 61 → 37 planes for an amount of € 4,521 mio, without a proper strategy analyses of our long-term military requirements. The number of planes was gradually reduced to 37 and the current budget amounts to some € 5,2 bn. [8] Further it is still uncertain whether all 37 planes can be bought for this buckshee.

Chart 3 Dutch military expenditure 1995-2017 in € mio.

(a) Other expenditure includes, among other, formalization of policies, which must be tactical as a defense strategy is lacking, and legislation on defense matters. It is likely that legal compliance is also included as there were some major incidents. The “other” percentage of total expenditure varies from year to year but a percentage of 19.5% in 2012 is certainly excessive and can only be explained based on the following chart, which unfortunately is in Dutch, and has a certain resemblance with a South American Banana Republic:

Chart 3 Dutch military budget 2018 in € mio

A summary is as follows:

Talbe 5 Dutch military budget 2018 in € mio

(a) With a budget like this, I would keep the whole damn thing secret.

___________________

Last Update May 22, 2018

Sources

[1a] SIPRI, relevant publications:

https://www.sipri.org/media/press-release/2018/global-military-spending-remains-high-17-trillion

https://www.sipri.org/sites/default/files/2018-05/sipri_fs_1805_milex_2017.pdf

https://www.sipri.org/databases/milex

[1b] NATO, “Defence Expenditure of NATO Countries (2010-2017)”

https://www.nato.int/cps/en/natohq/news_152830.htm

The cut-off date for information used in this report was 9 February 2018. Figures for 2017 are estimates.

1c] NATO, “Defence Expenditures of NATO Countries (2008-2015)”

https://www.nato.int/cps/su/natohq/news_127537.htm

[1d] https://data.oecd.org/price/inflation-cpi.htm#indicator-chart

The table below summarizes the rates used:

[2] NATO, “Wales Summit Declaration – Issued by the Heads of State and Government participating in the meeting of the North Atlantic Council in Wales”

https://www.nato.int/cps/ic/natohq/official_texts_112964.htm

[3] https://www.sipri.org/databases/milex/frequently-asked-questions#PPP

Question # 12

[4] The World Bank, “Military expenditure (% of GDP)”

https://data.worldbank.org/indicator/MS.MIL.XPND.GD.ZS

[5] https://www.iiss.org/-/media//documents/publications/the%20military%20balance/mb18/top-15-defence-budgets-2017.jpg?la=en

[6] https://www.iiss.org/-/media//documents/publications/the%20military%20balance/mb18/the-military-balance-2018-further-assessments.pdf?la=en

[7] https://www.state.gov/r/pa/ei/bgn/3204.htm

Even if a war is illegal like in Iraq there is open and secret support. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2010/01/12/rapport-commissie-davids

and https://www.vn.nl/de-hoop-scheffer-en-de-old-boys/

[8] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/12/07/beantwoording-kamervragen-over-jsf-toestellen

https://www.rtlnieuws.nl/nederland/jsf-wat-een-enorm-hoofdpijndossier

[9] https://www.eda.europa.eu/info-hub/defence-data-portal

[10] Margaret Hodge, “This is how to curb Putin: stop welcoming Russian kleptocrats.”

https://www.theguardian.com/commentisfree/2018/mar/16/how-to-curb-putin-russian-kleptocrats-salisbury-dirty-money

and

Moscow’s Gold: Russian Corruption in the UK

with a lovely quote:

“there is a view that basically we—the UK—are suckers, and that you can take advantage of all the freedoms and legal protections you have here while stealing at home. So you steal in a place of legal nihilism and you offshore in a place of legal solidity”

https://publications.parliament.uk/pa/cm201719/cmselect/cmfaff/932/93202.htm

[11] Ministry of Defense, “Finance and Economics Annual Bulletin International Defence 2017”

https://www.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/file/662991/Finance-economics_annual_statistical_bulletin_international_defence_2017-_November_Revision.pdf

[12] Susanne Oxenstierna, “Russia’s defense spending and the economic decline”,  Journal of Eurasian studies, November 3, 2015.

https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1879366515000287

and

https://www.clingendael.org/sites/default/files/pdfs/20111129_clingendaelpaper_mdehaas.pdf

Quote page 34

[13] https://www.nato.int/nato_static_fl2014/assets/pdf/pdf_2018_02/1802-Factsheet-NATO-Command-Structure_en.pdf

De loonkloof volgens het CBS

____________________________________________________________________________

Het CBS publiceerde, kennelijk ter gelegenheid van 1 mei, een artikel over de zogenaamde loonkloof. De onderaan het artikel geciteerde CBS-publicaties is voor een belangrijk deel van eerdere datum. [1] Daar maakten Salverda en Van Bakel al eens eerder gehakt van. [6]

Eerst gaan we in op de definitie, die direct al laat zien dat er een merkwaardige omissie in het cijfermateriaal zit. Vervolgens gaan we ook nog even in op de begrippen bruto-inkomen [2b] en besteedbaar inkomen [2c], begrippen met een particularistische CBS-kleuring die het beeld nogal vertroebelen. Voor een uitgebreider commentaar hierop zie de bijdrage Inkomen uit vermogen (revisited).

Aan de hand van een casus laten we zien dat het bruto jaarloon van de toppers mogelijk toch een dipje opgelopen heeft door de aftopping van de pensioenpremie per 1/1/2015, zonder dat het CBS hieraan overigens aandacht besteed, omdat  het CBS het “werkgeversdeel” van de pensioenpremie niet meetelt. Voor zover die toppers zelf hun loon vaststellen, zullen zij dit overigens wel gecorrigeerd hebben. De bruto-loonkloof wordt echter wel onjuist berekend en de netto loonkloof, mede door de omkeerregel pensioenen , overigens ook.

_________________________________________________________________________

Repeat a lie often enough it becomes the truth. Dit is een stelling die momenteel dagelijks in praktijk wordt gebracht in de US. Ook het CBS heeft wat oude informatie hergebruikt om wat misinformatie rond te strooien over de ontwikkeling van de inkomensverdeling.[1a vs 6] Zoals hier herhaaldelijk aangetoond weet het CBS helemaal niet wat die juiste inkomensverdeling is, laat staan hoe die zich ontwikkelt. Bovendien geldt dat als je in de vermogenssfeer een aantal posten mist of onjuist presenteert, het daaruit voortvloeiende inkomen ook op drijfzand is gebaseerd. Daarvoor heb je goede inkomens- en vermogensstatistieken nodig en niet de informatie die het CBS bij elkaar harkt aan de hand van gebrekkige onvolledige fiscale gegevens, onder vergaande budgetbeperkingen.[3]

We proberen wat lijn te brengen in de woordenbrei van het CBS. De belangrijkste gegevens uit het artikel laten zich als volgt samenvatten:

Tabel 1 Kengetallen 2017 en 2010

(a) Hierbij is het van belang om kennis te nemen van de definitie bruto-jaarloon. Zo wordt het werkgeversdeel pensioenpremie ten onrechte niet tot het inkomen gerekend. [2] De CBS behandeling van de werknemersdeel van de pensioenpremie in het netto loonkloof traject is onduidelijk. Vermoedelijk is die premie afgetrokken zodat het inkomen te laag wordt voorgesteld, de belasting daarover is wel verschuldigd en dat stelt het inkomen weer te hoog voor. De behandeling van aandelen optieplannen onttrekt zich ook aan de waarneming naast het inkomen dat mogelijk door die 5.000 toppers in het buitenland wordt genoten.

(b) looninkomen is natuurlijk maar een deel van het verhaal. Aanmerkelijk belang inkomen en inkomen uit vermogen ( inclusief indirecte vermogensopbrengsten (ca 60% bij pensioenfondsen), die het CBS niet kent) zal voor die 5.000 toppers geen onbelangrijke post zijn. In het artikel zul je vergeefs naar een opmerking hierover zoeken.

(c) Het zogenaamde glazen plafond komt ook in een ander licht te staan (tabel 1) als we het percentage vrouwen in de top vergelijken met percentage vrouwen met een full-time baan.

En passant stelt het CBS ook nog even [1a]:

(1) dat de ongelijkheid in besteedbaar inkomen van huishoudens tussen 2001 en 2015 vrijwel niet veranderd is en

(2)  “Voor herverdeling stegen de inkomensverschillen uit loon, winst en vermogen wel, maar door toenemende herverdeling via sociale uitkeringen, belastingen en premies werd deze stijging gecompenseerd,”

Dit weet het CBS helemaal niet omdat het CBS de juiste inkomenscijfers ook niet kent. Het is in elk geval twijfelachtig omdat het CBS in het besteedbaar inkomen de HRA (stijging 2001- 2014 72%, ondanks rentedaling), het door het CBS berekende te lage inkomen eigen woning en de fors gestegen pensioenpremie (werknemer en werkgever) [5] mede in aanmerking neemt naast de belastingeffecten daarover.

Het verloop van de bruto loonkloof 2010-2017 is als volgt:

(a) Het verloop 2014-2015 vraagt om een verklaring, die ik in de CBS cijfers eigenlijk niet tegenkwam. Laten we daarom wat dieper in de cijfers duiken, voor zover dat overigens mogelijk is.

Met een cijfervoorbeeld kun je aanschouwelijk maken wat er onder het macro-cijfermateriaal schuil gaat en we kiezen hiervoor het jaar 2014. We gaan daarbij uit van een top bruto jaarsalaris van € 272,000 en een daarmee corresponderend mediaan jaarsalaris van € 43.871. De eerste “bezit”” een huis van € 1,2 mln. met een overeenkomstige hypotheek, de tweede een huis van € 225.000 met dito hypotheek. De huurder in de vrije sector houden we maar even buiten beeld, want die hangt niet aan het HRA-infuus en heeft van de overheid dan ook niets te verwachten. Beide werken in een ziekenhuis en hebben dus dezelfde pensioenregeling. Raet proforma staat ons weer bij met de berekeningen van de 2014 cijfers, dat scheelt een hoop uitzoekwerk. [3] De uitkomsten zijn dan als volgt:

Tabel 2 De loonkloof 2014

We lichten de cijfers voor onze topper toe. De cijfers voor het mediaan inkomen zijn overeenkomstig bepaald.

(a) We gaan uit van het bruto salaris en corrigeren vervolgens de posten pensioenpremie en eigen woning. Over het bruto salaris wordt zonder aftrekposten 48,9% belasting betaald.

(b) Het bruto salaris waar het CBS mee rekent voor de loonkloof is exclusief de door de werkgever betaalde pensioenpremie.[2] Dat inkomen moeten we dus nog even bijtellen en dat verhoogt het bruto salaris met 13,9%! Aangezien de pensioenpremie tot en met 2014 niet gemaximeerd werd, telt dat bedrag flink mee. (totale premie, inclusief werknemersdeel 2014 € 74.520) Vanaf 1/1/2015 daalt het maximum salaris waarover pensioen wordt opgebouwd naar € 100.000. Wat de salariële consequenties zijn voor 2015 en volgende jaren weet ik niet maar het bruto salaris zal ongetwijfeld stijgen, ten slotte ben je niet voor niets topper.

Met behulp van Raet proforma laten we het salarisstrookje van onze topper voor de jaren 2006-2018 even doorrekenen om te zien of er nog meer verstorende posten in de loon(kloof)berekening zitten:

Tabel 3 Het loonstrookje van de topper op basis van alle jaren € 272.000 brutoloon.

De aftopping van de pensioenpremies heeft dus nogal wat consequenties voor de inkomensstatistieken. Of die ook consequenties heeft voor het inkomen valt te bezien. Ik denk niet dat de toppers het erbij laten zitten. De ambtenaren waren echter niet in staat om de gedaalde pensioenpremie te cashen.

Het is overigens maar goed dat het CBS de jaren 2000 t/m 2006 niet heeft meegenomen bij de loonkloof berekeningen. De pensioenpremies PFZW waren toen aanzienlijk lager [4b]:

De vertekening van de inkomensstatistieken door de onjuiste behandeling van pensioenpremies (en pensioenuitkeringen) moet dus nodig worden aangepakt. Het betreft hier immers het sparen van inkomen en het opnemen van spaargeld (inclusief deels onbelast rendement) , waarbij ook nog rekening moet worden gehouden met het belastingeffectbij storting en opname. Het inkomen wordt verdiend als de prestatie wordt geleverd en de pensioenpremie wordt afgestort. Door het achterwege laten van indexatie wordt het sparen (voor de jongeren) nog versterkt en het inkomen (rendement)  te laag voorgesteld.

In de bijdrage Pensioenvermogen 2017 toonden we al eens aan dat 73% van de pensioenpremie 2001-2014 groot € 411 mld. gestort wordt door het 8e t/m het 10e inkomensdeciel, dus 30% van de huishoudens. De vertekening van het inkomens- en vermogensplaatje is dus substantieel.

(c) Het effect op het bruto-inkomen en besteedbaar inkomen van de eigen woning moet je natuurlijk even elimineren om de cijfers vergelijkbaar te maken met die van de huurder. De bijtelling EW door het CBS is te laag zoals we in een eerdere bijdrage aantoonden: we herhalen hier even de tabel:

Tabel 4 Het EW-infuus 

Het CBS is zeer genereus ook na de aanpassing van het inkomen eigen woning: de hypotheekrente mag je aftrekken en de bijtelling is lager dan de hypotheekrente.  Die bijtelling is voor 2014 ca 2,95% van de WOZ-waarde. De huurder mag alles (m.u.z. huurtoeslag) zelf betalen uit zijn besteedbaar inkomen. You have lies, damned lies, and statistics en dan heb je ook nog de statistieken van het CBS.

In tabel 2 hebben we daarom de HRA geëlimineerd en het belastingvoordeel laten staan. We hadden ook voor een reële bijtelling kunnen kiezen, maar die berekeningen worden nooit door de overheid geactualiseerd. (2008: 5,7%/1,2 ≈ 4,5% WOZ-waarde). Die factor 1,2 had te maken met het opdrijven van de huizenprijzen door de HRA, een factor waarmee ook de huurder in de vrije sector mee te maken heeft.

Zonder mesjogge belastingstelsel zou ik, als ik als topper de loononderhandelingen zou moeten voeren, het volgende staatje opstellen:

(a) Ik zou, als topper er toch voor zorgen dat ik die € 26.849 (€ 37.260 – € 10.411) of 8,7% verlaging in 2015 alsnog binnenharkte. Ons soort mensen zorgt toch altijd goed voor zichzelf? Blijft de vraag waarom het CBS hier geen woord aan vuil maakte?

(b) Ik zou wel mijn netto pensioenbreuk aanvullend regelen zodat ik mijn bestedingspatroon kon handhaven. Helaas mis ik dan wel de fiscale faciliteiten.

(c) De woning is een consumptiegoed geworden. Overheveling naar box 3 heeft gezien de hypotheekschuld overigens het zelfde effect.

(d) Helaas miste ik in de toelichting van het CBS het effect van de pensioenpremie in 2015.

(e) Met handhaving HRA-infuus bedraagt het bruto-inkomen voor 2014 € 309.260 en de belastinglast € 151.989 waarvan € 113.238 over 2014 betaald wordt en € 38.751 bij de pensioenuitkeringen. Voor 2015 zijn de bedragen respectievelijk € 282.411 bruto-inkomen en € 138.170 belastingen.

(f) Hervorming van het belastingstelsel levert dus op zichzelf al voldoende smeergeld op.

_______________________

Laatst bijgewerkt 8 mei 2018

[1] Bronnen CBS:

[1a] 1/5/2018: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/18/verschil-in-loon-tussen-top-en-gewone-werkneme

[1b] 1/5/2018: De arbeidsmarkt in cijfers 2017

[1c] 30/4/2018: Pleidooi voor consistente reeks inkomensongelijkheidcijfers

[1d] 13/4/2018: Loonkloof bedrijven 2010-2017

[1e] 18/4/2018: Jaarloon van werknemers

[1f] 14/9/2017: Inkomensongelijkheid en herverdeling 2001-2015

Met [1f] is al eerder de kachel aangemaakt in de bijdrage Inkomen uit vermogen (revisited)  mede n.a.v. deze ongedateerde paper :  Revisie inkomensstatistiek  rond september 2017.

zie ook: http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/cbs-meet-meer-ongelijkheid-maar-verkoopt-het-als-minder

[2a] CBS tekst ( rood italics aangebracht)
Loonkloof

De loonkloof wordt per bedrijf berekend als het gemiddeld bruto jaarloon van de vijf topverdieners ten opzichte van het jaarloon op voltijdbasis van de gewone werknemers bij het desbetreffende bedrijf. Als maatstaf voor de gewone werknemer geldt per bedrijf de baan waarvoor geldt dat de helft van de werknemers bij het bedrijf meer verdient (op voltijdbasis), en de andere helft minder verdient. Dit is de mediaan. In de gemiddelde loonkloof van de grootste duizend bedrijven telt elk bedrijf voor één.Het bruto jaarloon omvat naast het basisloon ook de bijzondere beloningen zoals vakantiegeld, dertiende maand en bonussen. De werkgeverspremies voor de sociale premies ten laste van de werkgever, zoals het werkgeversdeel van de pensioenpremies, zijn buiten beschouwing gelaten.

Commentaar:

Het is overigens een wijdverbreid misverstand dat die premies werkgeverspremies zijn, ze komen gewoon ten laste van de loonruimte en worden dus materieel door de werknemer betaald. Daarnaast staat tegenover die premies een prestatie en vormen die premies dus inkomen.

Sinds waneer is het werkgeversdeel pensioenpremie geen loon meer? Het gaat daarbij niet om de postzegelkas. (2015: € 19,4 mld.), waarvan een substantieel deel (73%) voor de hogere inkomens.

[2b & 2c] Bruto-inkomen en besteedbaar inkomen

De meest inclusieve definitie van bruto-inkomen en besteedbaar inkomen is overigens deze opstelling in CBS Statline:

http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70991ned&D1=2&D2=16-125&D3=0&D4=a&HDR=G3,T,G2&STB=G1&VW=T

Je hoeft dan alleen nog maar te bedenken wat het CBS vergeten is of ten onrechte heeft opgenomen.

[2b] CBS definitie Bruto-inkomen

Het primair inkomen vermeerderd met uitkeringen inkomensverzekering, uitkeringen sociale voorziening, gebonden overdrachten en ontvangen inkomensoverdrachten.

Het primair inkomen bestaat uit de beloning voor het beschikbaar stellen van arbeid en kapitaal.

Een onvolledige toelichting is:

Toelichting
Het primair inkomen bestaat uit de beloning van werknemers, rente, dividenden, en uit belastingen en subsidies op productie en invoer.

Het inkomen uit onderneming en vermogen wordt hier nogal onvolledig weergegeven.

[2c] CBS definitie Besteedbaar inkomen

Het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen.

[3] https://www.cbs.nl/nl-nl/corporate/2018/18/pleidooi-voor-consistente-inkomensongelijkheidcijfers

De zelffelicitatie is tenenkrommend te meer daar: “Wij zouden bijvoorbeeld heel blij zijn met cijfers over vermogensongelijkheid door de tijd heen. Maar we begrijpen dat het CBS beperkte capaciteit heeft om die data samen te stellen. Daarom is het zo interessant om samen op te trekken.’”

Dat slaat natuurlijke mede op de Piketty discussie in de Tweede Kamer. Een door de kiezers de woestijn ingestuurde Minister van Sociale zaken stelde toen:“Het kabinet ziet op dit moment dan ook geen indicaties om te veronderstellen dat de vermogensverdeling onevenwichtig is.” en dan stel je natuurlijk ook geen geld beschikbaar om dat verder uit te zoeken.

[4a]  https://www.raet.nl/bruto-netto-salaris-berekenen

en

[4b] https://www.pfzw.nl/Werkgevers/premie-en-factuur/premiepercentages-en-franchises/Paginas/premiepercentages.aspx

1/1/2001 bedroeg de pensioenpremie nog maar 5,1%.

[5] https://www.pfzw.nl/Werkgevers/premie-en-factuur/premiepercentages-en-franchises/Paginas/premiepercentages.aspx

[6] Wiemer Salverda en Bas van Bavel, “CBS meet méér ongelijkheid, maar verkoopt het als mínder”,

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/cbs-meet-meer-ongelijkheid-maar-verkoopt-het-als-minder

 

Dividendbelasting

_______________________________________________________________________________

Er is recent nogal wat opschudding ontstaan over de dividendbelasting en de daaraan ten grondslag liggende documentatie. In deze bijdrage gaan we nader in op de documentatie en waar nodig, zonder dat ik er echt verstand van heb, op de WOB-procedure.

_____________________________________________________________________________

§1 Inleiding

  1. De afschaffing van de dividendbelasting schijnt te gaan om een belastingderving van € 1,4 mld. per jaar. In Europa hebben we te maken met een rat race to the bottom van de belastingtarieven, waarbij Monaco-on-Thames met Brexit een leidende rol speelt. Juncker (“don’t measure my credibility on the basis of my tax past”) is het bestrijden van belastingparadijzen toebedeeld, dus we weten wat daar van terecht komt. De Europese politieke partners van Rutte’s coalitiegenoten zullen zich de benen uit hun lijf lopen om het het Europese bedrijfsleven zo prettig mogelijk te maken. De dividendbelasting was dus waarschijnlijk toch al geen lang leven meer beschoren. Gaan we uit van 5 jaar en een discontovoet van 0,8% dan hebben we het toch over € 6,9 mld, en niet over € 1,4 mld. zoals nu geframed wordt en door de pers braaf wordt overgepend.
    Het CPB maakt regelmatig houdbaarheidssommetjes die gebaseerd zijn op een discontovoet van 5% en een inflatie van 2%. Als we even CPBtje spelen dan is de staat, bij constante arrangementen, dus tot en met 2040 € 22,3 mld. kwijt en tot 2060 zelfs € 34 mld. Ik ben dan ook benieuwd wanneer we weer de broekriem moeten gaan aanhalen. Buma moet maar vast bij zijn partijgenoot Gradus te rade gaan.[2]
  2. Naar ik begrijp maakt de overlegde documenten 1-12 geen onderdeel uit van het formatiedossier omdat die informatie niet voldoet aan de eis dat zij door de (in)formateur zijn opgevraagd.
  3. De informateur was de heer Gerrit Zalm, vanaf mei 2013 Non-executive Director van Shell en het ligt dus niet in de rede dat hij als informateur informatie op ging vragen over de dividendbelasting. Het ligt zelfs niet in de rede dat een discussie daarover in zijn aanwezigheid plaats vindt en naar ik moet aannemen is dit ook niet het geval geweest. Uiteraard bood dit heugelijke feit Rutte de mogelijkheid om alle informatie over de dividendbelasting buiten het formatiedossier te houden. Kijk, zo regel je dat!
  4. Wiebes kon als demissionair staatssecretaris Financiën dan ook rustig zijn gang gaan om een “partijdocument” op te stellen. Dat document zou toch geen onderdeel uitmaken van het formatiedossier. Overigens is het terecht dat Rutte stelt dat dit document niet hoeft te worden overlegd als Wiebes uitsluitend gebruik heeft gemaakt van bestaande overheidsdocumenten, die zelfstandig aan een WOB procedure zijn onderworpen. Dat laat zich echter uitsluitend beoordelen als die door Wiebes gebruikte documenten ook onderdeel uitmaken van de overlegde documenten 1-10 en 12, en dat is kennelijk niet het geval.
  5. Nu had Wiebes twee petten op en winkelde hij nogal selectief in de ambtelijke stukken. Ook had hij als demissionair staatsecretaris toegang tot alle stukken en daarnaast de ambtenaren op Financiën persoonlijk. Hij had overigens meer gehad aan de ambtenaren op Economische Zaken, die graag met het internationale bedrijfsleven meedenken en daar kennelijk ook door ons voor worden betaald. De heren Buma, Pechtold en Segers hadden dus per definitie een informatie-achterstand om over de overige Tweede Kamerleden van de oppositie maar te zwijgen.
  6. De overlegde documentatie is zo’n rommelig geheel dat de fractievoorzitters van VVD, CDA, D66, en CU rustig konden claimen dat zij die stukken nooit gezien hadden. Een dergelijke bewering is immers uitermate logisch als je de kwaliteit van het bij elkaar geraapte zooitje ziet. Een verklaring dat zij de stukken wel uitgebreid hadden bestudeerd zou pas echt volstrekt ongeloofwaardig zijn overkomen. Jan Pedant, Pechtold dus, kon makkelijk die agnostische houding aannemen.
  7. Als een CFO van één en van die door Rutte hoog gewaardeerde multinationals een dergelijk brei had opgeleverd zou de CEO de stukken op de hoofd- of zijtafel hebben neergekwakt met de mededeling dat het huiswerk over moest en dat bij nog zo’n flutverhaal de CFO naar zijn aandelenopties kon fluiten.  Het is geen wonder dat met een dergelijke kwalitatief droevig stemmende documentatie de formatie 208 dagen in beslag nam.
  8. Dat er een aantal bewindslieden bij multinationals gewerkt hebben is geen bewijs op zich dat de multinationals het land regeren: het bewijst eerder dat die multinationals zich gelukkig mogen prijzen dat deze brekebenen niet langer bij hun in dienst zijn.
  9. Hetzelfde geldt overigens voor het VNO-NCW stuk dat kennelijk door een middenstander in elkaar is geflanst. Het is een grof schandaal dat dure door de belastingbetaler betaalde ambtenaren en onze bewindslieden zich met dergelijk crap moeten bezighouden en alleen te verklaren als je alle ruimte aan het bedrijfsleven wilt geven. Als CEO van een grote onderneming zou ik mijn ogen uit de kop schamen als zo’n krakkemikkige organisatie mij vertegenwoordigde.

§2 De documenten.

  1. Om precies te zien welke documenten nu wel of niet verstrekt zijn moet je de WOB-uitspraak [1d] minitieus leggen naast de door Rutte overlegde documenten. Dat is niet iets dat je in verloren uurtje doet en het is dus volstrekt duidelijk waarom Rutte zijn stukken pas zo laat beschikbaar stelde. Het is ook duidelijk waarom het debat al de volgende dag moest plaats vinden. Tijd voor reflectie is alleen Rutte gegegeven, hoewel hij die tijd kennelijk slecht gebruikte.
  2. De nummering
    De doorlopende nummering van overheidsdocumenten is blijkens de overlegde documenten uiterst slecht geregeld. Het moet een peulenschilletje zijn om bij het opstellen van documenten rekening te houden met het later onttrekken van pagina’s aan de WOB-procedure. Bij mijn weten is een adequaat toezicht hierop in de WOB-procedure niet geregeld. Gezien het motto van deze site en de huidige politieke moraal is dat zorgelijk.
  3. De burgers betalen de overheidsfunctionarissen en er bestaan derhalve geen privé documenten als deze functionarissen input hebben geleverd voor een document, zoals mevrouw Marijnissen terecht stelde in het dividendbelasting debat. Het staat de fractievoorzitters en de regering niet vrij om naar believen documenten als privé te classificeren als ambtenaren hier op verzoek input voor geleverd hebben. Er is dan sprake van het achteroverdrukken van overheidsgeld, in een aantal gevallen kennelijk door de WOB geautoriseerd.
  4. De beslissing op WOB-verzoek inzake dividendbelasting laat zien dat de wet een wassen neus is, die je op alle mogelijke manier kunt saboteren. [1d]. De beste methode om overheidsdocumenten achter te houden is om op elke gevoelige pagina voldoende persoonlijke beleidsopvattingen te droppen, die vervolgens weg te lakken en met de motivering dat de rest van het document “geen zinnige en samenhangende informatie meer bevat” het hele document vervolgens onder de pet te houden. [7] Van de documenten 1-12 is die samenhang voor een groot aantal pagina’s zonder weglakking al niet aanwezig. Omdat de staat op de stukken zit, kan onder het mom van persoonlijke beleidsopvattingen bijna alles voor publicatie worden tegengehouden. Beroep is mogelijk, maar zonder stukken is verweer nauwelijks te leveren. Het lekken naar de media en een goede klokkenluidersregeling is een veel effectiever middel en de WOB-wet kan wat mij betreft dan ook de shredder in. Nederlanders dienen zich, onder sancties, aan de wet te houden. De regering komt in Nederland overal mee weg en staat in feite, geheel ondemocratisch, bijna altijd boven de wet.
  5. Het huidige website overheidsbeleid maakt overigens dat je wel gedwongen wordt om een WOB-verzoek in te dienen. [4]
    De meest logische benadering zou natuurlijk zijn dat alles wat openbaar is op het web wordt gezet en daar ook vindbaar blijft. Er moet dan op het document gemotiveerd worden waarom het niet openbaar is. Gebeurt dat ten onrechte, te toetsen door de rechter, dan kan de verantwoordelijke bewindspersoon zijn biezen pakken, uiteraard zonder wachtgeld en met een forse boete.
  6. Klaver had natuurlijk gezien de aard van [1d] volstrekt gelijk dat de regering de WOB-beslissing naar de Kamer had moeten sturen. Die beslissing bestond immers uit aanzienlijk meer dan alleen een afwijzing – {zie ook c) interne stukken ten behoeve van de kabinetsformatie pagina 6 van 9}. Misschien kan de heer O.F.V. de Bruijne wat aan zijn permanente educatie gaan doen? Misschien kan zijn team ook een geheugentraining gaan volgen: er moet toch iemand op Financiën zijn geweest die zich 18/3/2018 ineens kon herinneren dat die 29 documenten die boven tafel kwamen officieel helemaal niet bestonden?
  7. Het komt kennelijk frequent voor dat bewindslieden overleggen in besprekingen met belastingplichtige ondernemingen.[1d] Ik zou zeggen dat die belastingplichtige ondernemingen zich in geval van vragen kunnen vervoegen bij de belastingtelefoon geheel conform artikel 1 van de grondwet. Die belastingplichtige ondernemingen komen dan ook niet in de verleiding bewindslieden, hoe subtiel ook, te chanteren.

§3 Analyse

  1. De dividendbelasting wordt door het CBS en in de miljoenennota altijd bruto opgevoerd, maar gaat in feite substantieel ten laste van de getoonde belastingopbrengst inkomstenbelasting en in geringere mate ten laste van de opbrengst vennootschapsbelasting. De meest recent beschikbare cijfers zijn als volgt [3]:
    Ter vergelijking is een benadering op basis van de miljoenennota 2018 opgenomen die redelijk in de buurt komt van de € 1,4 mld. Van de 15% dividendbelasting blijft zo’n 6% over. Daar moet je dan nog van aftrekken wat de buitenlandse fiscus voor de buitenlandse aandeelhouder voor zijn rekening neemt.[6]
    De verlaging van de dividendbelasting in 2006 (Wijn (CDA) – ABN-AMRO) van 25% naar 15% kostte destijds (2006) ook € 730 mln.
  2. Dit is geheel andere koek dan dit onzinnige ad nauseum herhaalde grafiekje in document #1, #5, #6,#7 en #11:
  3. Een deel van de fluctuatie in de dividendbelasting wordt veroorzaakt doordat de aanmerkelijk belang aandeelhouder van tijd tot tijd een kluifje krijgt toegeworpen met een tijdelijke verlaging van het box 2 tarief. Je moet je U.M.C.- kiezersvolk w.o. de Zuidas-loonslaven, natuurlijk ook behagen:
  4. Als het bedrijfsleven zo nodig gematst moest worden had men ook de vennootschapsbelasting verder kunnen verlagen. De relatie VPb/dividenbelasting is als volgt:
    Ik heb geen zin om dat uit te zoeken, maar EZ had beter eerst even kunnen kijken naar de payout ratio om te zien of die Engelse aandeelhouders bij de dividenduitkering geen oor aangenaaid kregen.
  5. Bas Jacobs heeft zich uitgesloofd om het voorstel om de dividendbelasting af te schaffen tot de grond toe af te branden. Ik ga de argumenten in zijn artikel hier niet herkauwen. [5]
  6.  Voor een benadering van het niet kunnen verrekenen van de dividendbelasting in het buitenland zie het artikel van SOMO. [6] Om een probleem van ca € 0,3 mld. dividendbelasting op te lossen wordt € 1,4 mld. belasting opgeofferd. Of die die hele € 0,3 mld. bij de buitenlandse aandeelhouders netto binnenkomt, valt dan overigens nog te bezien. De regeltjes daarvoor ken ik niet, voor een deel zal dat in elk geval door de UK dividend allowance wel het geval zijn.[6b]
  7. Het in elkaar geflanste memo #11 van Wiebes laat ook zien hoe weinig informatie de staat eigenlijk beschikbaar heeft over de bijdrage van de multinationals aan de Nederlands economie. Inzicht in hun effectieve belastingtarief in Nederland en  een overzicht welke subsidies ze allemaal opstrijken inclusief tax rulings douceurtjes zijn er natuurlijk niet, mede ruimhartig gefaciliteerd door art 67 AWR. Een verouderde analyse van het effectieve belastingtarief van de AEX-bedrijven liet overigens zien dat het effectieve overall belastingpercentage voor 2011 aardig in de pas loopt en dat er vooral sprake was van buitenlandse faciliteiten.{ Zie ook [8].}
  8. Door zijn hangmat ambtenaren is b.v. de informatie voor ASM in Wiebes’ informatiesheet verrassend leeg. Wel wordt gewezen op de technologische sleutelrol, ruimhartig gefaciliteerd door een trits aan subsidies. Voor een analyse van het Sinterklaas karakter van die regelingen zie de bijdrage Sinterklaas bestaat getuige ASML.
  9. Een goede belastingadviseur verplaatst overigens dergelijke gesubsidieerde know-how weer voor een vriendenprijsje (niet voor de adviseur) naar een belastingvriendelijk gastland. De ruling praktijk helpt daar graag bij en de kans dat zo’n regeling in de kleine steekproef van de Algemene Rekenkamer valt is praktisch nihil en zelfs dan maakt dat eigenlijk niets uit.
  10. Als die hoofdkantoren van de multinationals werk creëren dan heeft die werkgelegenheid toch vooral betrekking op chauffeurs, koks, tuinmannen en au pairs uit de Filippijnen. Door die verfoeide 30%-regeling komt er zelfs weinig loonbelasting extra binnen en een goede tax ruling en tax planning doet de rest. (Die 2 miljoen banen van Buma waren er al, en bij elke overname door multinationals door b.v. de Chinezen komen er weer van dat soort banen “bij”. Onze technologie zal binnenkort wel geheel naar China verdwijnen.)

________________

Laatste bijgewerkt 29 april 2018

[1] Bronnen

[1a] Kamerbrief

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2018/04/24/kamerbrief-over-dividendbelasting/kamerbrief-over-dividendbelasting.pdf

[1b] Inventarislijst

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2018/04/24/inventarislijst-behorend-bij-brief-over-dividendbelasting

[1c] Notities  1- 4

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2018/04/24/notities-1-m-4-bij-brief-over-dividendbelating

[1d] Notities 5-12

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2018/04/24/notities-5-t-m-12-bij-brief-over-dividendbelating

[1e] Besluit Wob-verzoek inzake dividendbelasting

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/wob-verzoeken/2018/03/16/besluit-inzake-wob-verzoek-inzake-dividendbelasting/Besluit+Wob-verzoek+inzake+dividendbelasting.pdf

[2] Raymond Gradus, Roel Beetsma, “Houdbaarheidssaldo uitstekend kompas voor begrotingsbeleid”, Me Judice, 5 september 2017.

[3] In antwoord op Kamervragen mevrouw Leijten (SP) 14/11/2017

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/brieven/2017/11/14/schriftelijke-antwoorden-dividendbelasting/schriftelijke-antwoorden-dividendbelasting.pdf

Dat geen recenter cijfers beschikbaar zijn komt omdat in Nederland de belastinginning uitgaat van een haalschuld, waarbij voor het indienen van de aangifte ongelooflijk lange uitsteltermijnen gelden. Het gevolg is dan ook dat de CBS statistieken gigantisch achterlopen. Misbruik van de bijzondere omstandigheden bepaling in het BW geeft dan ook nog de mogelijkheid om de opstelling van de jaarrekening te traineren.

[4] Tegenwoordig krijg ik vermoedelijk in het kader van bevordering van de WOB-verzoeken de volgende mededeling. Je moet als overheid je burgers tenslotte kort aan het lijntje houden:

Het ging hier om een document over de vpb belastingopbrengst.

[5] Bas jacobs, “Blind gokken met de dividendbelasting”,

https://personal.eur.nl/bjacobs/dividend.pdf

[6a] SOMO, Rodrigo Fernandez en Vincent Kiezebrink, “Afschaffing van de dividendbelasting: wie wint er nou?”, 15/11/2017.

https://www.somo.nl/nl/afschaffing-van-de-dividendbelasting-wie-wint-er-nou/

en voor de dividend allowance:

[6b] https://www.gov.uk/tax-on-dividends

[7] Enkele staaltjes:

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/02/19/altijd-gedoe-over-de-gehanteerde-laklijn-6778120-a1546741

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/02/19/wat-vastligt-kan-uitlekken-6777832-a1546739

[8] https://www.unilever.com/sustainable-living/what-matters-to-you/tax.html

zie echter ook:

http://multinationales.org/The-CEO-of-Unilever-receives-a

http://www.ethicalconsumer.org/ethicalcampaigns/taxjusticecampaign/taxavoidancerankings.aspx

En voor Buma: Je hoeft niet eens in Nederland gevestigd te zijn om Nederlandse belasting te ontgaan:

Bron NYT, 18/10/2016: https://www.nytimes.com/2016/10/18/opinion/the-big-companies-that-avoid-taxes.html

Die belastingtarieven zijn overigens voor een deel zo laag omdat de winst nog niet naar de US is gerepatrieerd en in het buitenland gebruik gemaakt wordt van belastingparadijzen. Als dat geld wel naar de US gehaald wordt, moet er in de US belasting over betaald worden. Door een anomalie in de US-verslaglegging wordt de noodzakelijke voorziening niet in de jaarrekening getroffen onder de aanname dat het geld zeer langdurig in het buitenland circuleert. De management optieplannen profiteren bovenmatig van deze feature (P/E-ratio), want de markt heeft natuurlijk altijd gelijk. Voor nadere informatie zie de bijdrage De schaamte voorbij (belastingontwijking)

Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW Q1 2018

_____________________________________________________________

Het rendement was voor alle vijf grote bedrijfspensioenfondsen het 1e kwartaal 2018 negatief. Het pensioenvermogen van deze fondsen daalde in het 1e kwartaal 2018 met € 5,0 mld., waarvan € 8,7 mld. algemene reserve. (heel 2017 toename € 47,8 mld.) Aangezien deze vijf fondsen ca 57% van het pensioenvermogen van alle pensioenfondsen uitmaken (zie §4), belooft dat weinig goeds voor het pensioenvermogen van alle pensioenfondsen gezamenlijk voor het 1e kwartaal 2018.

Als we dit bedrag extrapoleren dat zijn de pensionfondsen € 8,8 mld. kwijt geraakt en minister Hoekstra dus €3,1 mld. belastingclaim, 2,2 x het dividendbelasting douceurtje. Als daarvan stukken op het departement van Financiën slingeren, dan zal MP Rutte daar heus geen herinnering aan hebben. Ik wed dat Hoekstra het zelfs niet in de gaten heeft.

De beleidsdekkingsgraad van deze fondsen, m.u.z. bpfBOUW ligt al enkele jaren onder de 104,3% zodat het steeds waarschijnlijker wordt dat in 2020 tot een verlaging van de pensioenen moet worden overgegaan.

Gaan we uit van een gemiddeld laag rendement van 5%, zoals het CPB sinds 2010 in zijn houdbaarheidsstudies doet, dan hadden de vijf grote fondsen samen € 9,75 mld. rendement moeten maken. Dankzij het voortreffelijke gebrek aan toezicht van DNB en de AFM op de kwartaalberichten kunnen we niet zeggen hoeveel verlies de grote fondsen in het 1e kwartaal 2018 werkelijk maakten. Wat dat toezicht van DNB en AFM voorstelt mag Joost weten.

Door indexatie-achterstanden hebben de vijf grote bedrijfspensioenfondsen in de peride 2009-2017 een bedrag van ca 10,9 mld. aan pensioenen niet uitgekeerd waarmee ook € 3,8 mld. belastingheffing langdurig wordt uitgesteld. Voor alle pensioenfondfondsen gezamenlijk kunnen die bedragen worden gesteld op € 20 mld. respectievelijk € 7 mld.  Dat belastinggeld moet wel door alle burgers worden opgebracht zodat de hele Nederlandse bevolking te lijden heeft van het onzinnige FTK-stelsel.

Nick Hanauer [5] blijft derhalve onverkort actueel voor de pensionado’s.

____________________________________________________________

§1. Dashboard 1e kwartaal 2018
§2. Korting pensioenen

Indien de beleidsdekkingsraad in vijf opeenvolgende jaren < 104,3 moet het pensioenfonds overgaan tot korting. In het dashboard is te zien in welke mate het pensioenfonds er kritisch voorstaat.[2]

De cumulatieve indexatie-achterstanden zijn als volgt [3]:

Gezien de indexatieachterstanden is het effect van het nalaten van indexatie voor de jaren 2008-2017 substantieel en ook de schatkist draagt daarbij zijn steentje bij. (35%) De omvang van de voorwaardelijke verplichting uit hoofde van na-indexatie, die overigens meer het karakter van een natuurlijke verbintenis krijgt, wordt helaas niet in de jaarrekeningen vermeld.

Als de pensioenuitkeringen van de vijf grote fondsen wel voor de inflatie waren geïndexeerd hadden de gepensioneerden in de periode 2009-2017 grofweg € 10,9 mld. meer aan bruto pensioenuitkering ontvangen. [4] De schatkist was er althans op CBS/DNB/CPB-papier ook € 3,8 mld. (35%) beter van geworden. Materieel maakt het natuurlijk niet uit want die € 3,8 mld. zit nu verscholen in de belastingclaim op het pensioenvermogen en de actieve pensioendeelnemers ontvangen hun deel t.z.t. misschien nog wel. Alleen hebben de nabestaanden van de gepensioneerden, die in de periode 2009-2017 “de groep verlieten” (Hoekstra), nog geen bedankbriefje van de jongeren gehad.

Voor alle pensioenfondsen gezamenlijk uitgaande van het achterwege laten van indexatie in de periode 2009-2017 hebben we het over een derving aan pensioenuitkeringen van ruwweg € 20 mld. Voor het jaar 2017 alleen is de derving ca €4,1 mld. (13,7%) op € 29,8 mld. werkelijke uitkeringen.  Dit is gebaseerd op basis van een indexatie voor inflatie. In werkelijkheid zullen sommige fondsen wel geïndexeerd hebben. Daar staat tegenover dat veel fondsen tot 2015 de schone schijn ophielden van een theoretische indexatie op basis van de loonontwikkeling. Blijft de vraag wie heeft het belastinguitstel van die € 7 mld. (35%) opgehoest en waarom hebben we daar niets over gehoord?

§3. Relatieve belang vijf grote bedrijfspensioenfondsen

§4. Historisch rendement vijf grote pensioenfondsen

(a) Gelukkig is het pensioenvermogen kennelijk niet risicovrij belegd, anders hadden de pensioenfondsen al veel eerder tot afstempeling van de pensioenrechten moeten overgaan.

(b) Zoals bekend staan de beste stuurlui altijd aan wal. Het is dan ook usance op het internet om te katten op de pensioenfondsbesturen over de performance van de pensioenfondsen. Bovenstaand staatje laat zien dat daar weinig aanleiding toe is. Veel van die katters zijn overigens jongere waardevrije wetenschappers die vooral heel goed aan hun eigen portemonnaie denken. Katten op de politiek is meer op zijn plaats, zeker gezien het door die politici opgelegde krankzinnige FTK met toezicht door DNB.

______________

Laatste bijgewerkt 23 april 2018

Disclosure: Mijn echtgenote noch ik “genieten”  materieel van een pensioen en ik ben dus geen belanghebbende. 

[1] Bronnen

[1a] https://www.abp.nl/over-abp/financiele-situatie/kwartaalberichten.aspx

[1b] https://www.pfzw.nl/over-ons/dit-presteren-we/paginas/kwartaalberichten.aspx

1c] https://www.bpmt.nl/actueel/pmt-gevaar-voor-verlaging-pensioen-nog-niet-geweken#.WttKX4huaHs

[1d] https://www.metalektropensioen.nl/nieuws/herstel-pme-stagneert-dekkingsgraad-nog-net-boven-100

[1e]https://www.bpfbouw.nl/over-bpfbouw/nieuws/nieuwsoverzicht/dekkingsgraad-stijgt-in-eerste-kwartaal-2018.aspx

[2] DNB, https://www.dnbpensioenfonds.nl/uitleg-dekkingsgraad

De minimaal vereiste dekkingsgraad geeft de minimaal benodigde buffer weer. Als de beleidsdekkingsgraad hieronder komt, is er sprake van een dekkingstekort. Het fonds heeft dan te weinig vermogen om de pensioenen in de toekomst uit te kunnen betalen. Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende 5 jaar onder de minimaal vereiste dekkingsgraad blijft, moet het pensioenfonds de opgebouwde pensioenaanspraken verminderen (korten). Na het korten moet de beleidsdekkingsgraad gelijk zijn aan de minimaal vereiste dekkingsgraad.

[3a] ABP

https://www.abp.nl/over-abp/financiele-situatie/indexatie.aspx

Op basis van de eigen tekst had het ABP moeten vermelden gemiddelde stijging van de lonen voor de jaren 2008-2015 en inflatie voor de jaren 2016 en 2017. De indexatie ambitie is een volstrekt raadsel en kennelijk legt men de lat “gewoon” wat lager. De 13,46% laat zich dan ook niet narekenen op basis van de door ABP verstrekt informatie.

[3b] PFZW

https://www.pfzw.nl/over-ons/over-ons/indexering-van-het-pensioen/Paginas/default.aspx

[3c] PMT

Jaarverslag 2016:

[3d] PME

https://www.metalektropensioen.nl/ik-ontvang-een-uitkering/pensioen?sqr=indexatie#!step:3825d16137

[3e] bpfBouw

BpfBOUW verhoogt pensioenen

Het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (bpfBOUW) maakt bekend dat het de pensioenen gedeeltelijk verhoogt. Per 1 januari krijgen gepensioneerden en (gewezen) deelnemers er 0,59% bij.

Deze verhoging is mogelijk omdat de financiële gezondheid van bpfBOUW in 2017 verder is verbeterd. De dekkingsgraad, op basis waarvan het bestuur deze beslissing neemt, is 115,1%. Dat betekent dat voor elke euro aan pensioenverplichtingen ruim 1,15 euro in kas zit. Dat is voldoende om de pensioenen gedeeltelijk te verhogen. De maximaal wettelijk toegestane verhoging is 0,59%.

We streven naar volledige toeslagverlening van de pensioenen in de toekomst. Daarvoor is nog verder herstel van de financiële positie nodig. Mieke van Veldhuizen, bestuursvoorzitter van bpfBOUW: “We zijn blij dat we de pensioenen van onze deelnemers per 1 januari kunnen verhogen. Ook in 2018 en daarna zullen wij blijven bouwen aan een goed en betaalbaar pensioen voor al onze deelnemers.”

Daarnaast voor indexatie achterstand:

https://www.bpfbouw.nl/images/factsheet-bpfbouw-q4.pdf

[4] Door de uitkeringen 2009-206 te indexeren voor inflatie, minus verleende indexatie, en het totaal bedrag te vergelijken met de werkelijke uitbetalingen kan je dit effect berekenen. Aangenomen is dat de uitkeringen 2017 := uitkeringen 2016.  Omdat de aanspraken ook worden geïndexeerd werkt de indexatie door voor de nieuwe pensionado’s. Voor 2017 alleen is het effect bruto ca € 2,2 mld. op € 17,2 mld. uitkeringen (12,8%). Dit effect is puur inflatie (schoon 13,8%) er wordt geen rekening gehouden met loonstijgingen.

[5] Beware fellow plutocrats, the pitchforks are coming

Vermogen en inkomen ouderen

_______________________________________________________________

Onze minister van Financiën heeft ons, mede naar aanleiding van vragen van het 1e Kamerlid  Van Rij, geïnformeerd over de inkomens- en vermogenspositie van ouderen. [1] Daaraan vooraf ging de uitgebreidere informatievoorziening door het CBS op 7 maart 2018, zodat de heer Van Rij materieel al door de overheid bediend was. [2] Hoeksta kon immers door het gebrekkige cijfermateriaal ook niet veel informatie toevoegen.

Bij die informatievoorziening zijn zoals trouwe lezers van dit blog weten de nodige kanttekeningen te plaatsen. De inkomens- en vermogensstatistieken van het CBS zijn uiterst gebrekkig en veelal gebaseerd op fiscale gegevens. [3] De heer Hoekstra heeft een belastingdienst geërfd die veel weg heeft van een bordeel en ons huidige belastingstelsel heeft ook nog veel weg van een Emmenthaler, met een belastingstelsel dat voor de hogere vermogens gelijkenis vertoond met een glijbaan naar belastingvrijdom. (A.C. Rijkers) [4]

Uiteraard heeft dit vergaande consequenties voor de kwaliteit van het cijfermateriaal dat zonder blikken en blozen en niet voorzien van de nodige kanttekeningen wordt overlegd om de inkomens- en vermogens van de ouderen in kaart te brengen.

_______________________________________________________________

§ Inleiding

Alvorens het cijfermateriaal in §2 te verstrekken gaan we eerst in op een aantal knelpunten in het vermogens- en inkomenscijfermateriaal.

Toerekening van het vermogen naar generatie is een weinig nuttige bezigheid gezien ons oikos stelsel. Op termijn komt immers het vermogen van de ouderen via het erfrecht aan de jongeren toe. “Mensen hebben over het algemeen nog relatief veel van hun vermogen bij overlijden, veelal in de vorm van een eigen woning” [1], zodat we de contante waarde van dat vermogen nu al aan de jongeren kunnen toe rekenen. Die contante waarde is door de rentedaling van de laatste jaren fors gestegen, zodat de jongeren er flink op vooruit zijn gegaan. Daar gaat natuurlijk nog wel de erfbelasting af, voor zover die binnen ons belastingstelsel ten minste verschuldigd is door de vrijstellingen en soms eeuwig durend afstel van vooral het ondernemings- en aanmerkelijk belang vermogen. Ook moeten die kneuzen van de belastingdienst natuurlijk wel in staat zijn om de erfbelastingaanslag op te leggen.

Als we gebruik maken van de begrippen bruto-inkomen en besteedbaar inkomen is het goed om kennis te nemen van de opbouw en definities van deze inkomens. In de bijdrage Besteedbaar inkomen 2014 is dit nader uiteengezet en is ook meer in detail aangegeven welke anomalieën in de CBS-cijfers zijn aangetroffen. Ook zijn de leemtes in het inkomen uit vermogen nader gekwantificeerd in de bijdrage inkomen uit vermogen (revisited). De bevindingen waren dusdanig dat eigenlijk geen conclusie valt te trekken over de inkomensontwikkeling in de tijd en per inkomensgroep.

Het grootste activa van de boven 65-jarigen, hun aandeel in het pensioenvermogen na aftrek van de belastingclaim eind 2017 ca € 1.117 mld., wordt door het CBS niet als vermogen beschouwd hoewel een belangrijke deel binnen afzienbare tijd onderdeel zal uitmaken van het besteedbaar inkomen. (eigen definitie CBS letterlijk: “op korte of middellange termijn kan worden omgezet worden in consumptieve bestedingen of leidt tot inkomsten die deel uitmaken van het inkomensbegrip besteedbaar inkomen”). Door het Financieel ToetsingsKader pensioenen (FTK) met die lage rekenrente heeft inmiddels een substantiële herverdeling tussen de “jongeren” en de “ouderen” plaats gevonden in het voordeel van de jongeren. Ook dankzij het FTK is de (na-)indexatie veelal achterwege gelaten en komt het rendement op termijn grotendeels –  zo niet geheel – aan de jongeren toe en niet in de huidige inkomenscijfers tot uitdrukking, een soort geautoriseerde diefstal van gepensioneerden, die al of niet voortijdig de pijp uitgaan.

Het inkomen uit vermogen is gebaseerd op “ons” belasting-“stelsel” en is daarmee uiterst onvolledig en deels forfaitair vastgesteld. Het leeuwendeel van het rendement op pensioenvermogen pensioenfondsen (2007-2016 € 577 mld.)  dat niet in de huidige pensioenuitkeringen tot uitdrukking komt zit ook niet in de inkomenscijfers. Het gaat daarbij dus niet om de postzegelkas.

In gelul kun je niet wonen en de ontwikkeling van de waarde van het eigen huis heeft derhalve maar beperkte relevantie. Het woongenot wordt in Nederland overigens uiterst laag ingeschat getuige het lage eigenwoningforfait en de Wet Hillen. De hypotheekrente wordt wel voor de volle mep van het bruto-inkomen afgetrokken en uiteraard is het belastingvoordeel begrepen in de post belastingen. Het bruto-inkomen en het besteedbaar inkomen zijn dus inclusief aftrek hypotheekrente en door CBS berekende te lage bijtelling inkomen uit eigen woning. De huurder betaalt de huur (waarvan substantieel aandeel rente) uit zijn besteedbaar inkomen, wel wordt de huursubsidie bij zijn bruto-inkomen geteld. Als we de inkomens van EW-bezitters (van eigendom kan men veelal niet spreken) en huurders vergelijken is dus sprake van een appels en peren vergelijking. De (upper) middle class zorgt altijd goed voor zichzelf. Aangezien de boven 65-jarigen een woningbezit van 63 % kennen is dit effect niet te verwaarlozen Het fenomeen van de aflossingsvrije hypotheek is daarbij ook nog relevant.

Over de waarden van het ondernemingsvermogen en het aanmerkelijk belang vermogen kunnen we kort zijn: die zijn klakkeloos overgepend uit de fiscale aangifte op grond van fiscale waarderingsregels, waarbij sind kort alleen de waarde van het onroerend goed wordt aangepast naar de WOZ-waarde. Elke gelijkenis met de waarde in het economisch verkeer berust dan ook op zuiver toeval.[7]

Elke gehuwde Nederlander krijgt als hij de AOW-leeftijd van zeg 67 jaar bereikt een vermogen van de overheid toegekend ter grootte van ca € 109.000 (m)/ € 121.000 (v), netto na aftrek in te houden belastingen en sociale premies. Voor een ongehuwde Nederlander ligt dit bedrag nog hoger. Dat geldt niet voor de geïmmigreerde buitenlanders die met een AOW-gat zitten. Uiteraard besteed Hoekstra geen aandacht aan deze specifieke ouderenproblematiek [1]

Doordat het CBS van het ministerie van Economische zaken om duidelijke redenen onvoldoende middelen krijgt om een volledige vermogensstatistiek bij te houden (zie Piketty discussie in Tweede Kamer) zijn een aantal vermogenscomponenten niet bekend (b.v. kapitaalpolissen). Ook de schaduweconomie (≅ 9%) maakt dat de statistieken per definitie onvolledig zijn.

De ouderen houden relatief een hoog banksaldo aan. Met de forfaitaire vermogensrendementsheffing heeft het Ministerie van Financiën een bresje geslagen in dat vermogen door de rentedaling, zeker als je ook nog de weliswaar beperkte inflatie ( 2006:100; 2017: 119) in aanmerking neemt.

Zoals het CBS terecht opmerkt hangt de stijging van het besteedbaar inkomen van ouderen “mede samen met de toename van het aantal vrouwen die naast hun AOW een aanvullend pensioen ontvangen.” Het gemiddelde uitkeringsniveau wordt daarmee echter wel gedrukt. Daarnaast zijn de toetredende ouderen hoger opgeleid en hebben zij meer pensioen opgebouwd dan eerdere generaties.

Inkomen uit vermogen is  maar ten dele opgenomen in de inkomenscijfers. Te denken valt daarbij aan de omvangrijke indirecte beleggingsopbrengsten effecten, stille reserves en werkelijk inkomen aanmerkelijk belang en ondernemingsvermogen, werkelijk inkomen overig onroerend goed, etc.

Die padvinders van het CBS menen dat het noodzakelijk is om bepaalde gegevens achter te houden omdat “het cijfer onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim is”. Vermoedelijk vanwege dat geheim is het b.v. niet mogelijk het dividend uit aanmerkelijk belang van b.v. zo’n 15.000 (2014) ouderen te achterhalen. (zie tabel 2.03). Het inkomen uit aanmerkelijk belang cijfer van het CBS is overigens per definitie onbetrouwbaar als je de vermogenswinsten niet meeneemt.(zie ook [7])

§2 De cijfers

In deze paragraaf verstrekken we het cijfermateriaal in tabellen en grafieken met geringe toelichting. We maken daarbij onderscheid tussen twee groepen: de huishoudens waarvan de leeftijd van de hoofdbewoner jonger of gelijk aan 65 jaar is (< 65) en de ouderen die de 65-jarige leeftijd hebben bereikt of ouder zijn. (>=65). Het aantal huishoudens waarvan de hoofdbewoner ouder is steeg sinds 2006 met 25,1% en het aantal huishoudens met jongere hoofdbewoner steeg slechts met  1,5%, een gevolg van de vergrijzing en de geringere verjonging. Daarom ligt de nadruk van het cijfermateriaal op gemiddelden per huishouden en is vergelijking van absolute cijfers niet zo zinvol.

Tabel 2.01 Gemiddeld vermogen huishoudens 2015 en 2005 in €’000

(click op tabel of CTRl+ om te vergroten)

Tabel 2.02 Mediaan vermogen 2015 en 2005

(a) Voor het mediaan vermogen geldt dat 50% van de populatie een geringer vermogen heeft dan de mediaan.

(b) De inflatie in de periode 2006-2015 bedroeg 1,85% per jaar. De inflatiecorrectie hebben we dan ook maar niet op deze cijfers los gelaten, ook Hoekstra zwijgt immers als het graf over dat effect en de cijfers zijn zo al rood genoeg. [1]

In de cijfers is een eigenaardige ontwikkeling van het aanmerkelijk belang vermogen te constateren die nadere analyse vraagt (geel gemarkeerd tabel 2.01 ). Deze cijfers zijn immers met wat gegoochel aan de CBS-cijfers ontleend en berekend omdat het CBS die cijfers achterhoudt om haar moverende redenen. (“”het cijfer onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim”). Die cijfers zijn dan als volgt:

(click op tabel of CTRl+ om te vergroten)

Tabel 2.03 Aanmerkelijk belang 75-85 jarigen

(a) De toename van het gemiddeld aanmerkelijk belang vermogen is dus op zijn minst opmerkelijk. Door de afrondingen van de cijfers in het cijfermateriaal is sprake van een bandbreedte in de berekening van het gemiddeld vermogen. Dit verklaart de kleine vrschillen met de CBS-cijfers. Salverda heeft er overigens al eens op gewezen dat de aantallen ab-houders van jaar tot jaar merkwaardig fluctueren, terwijl het CPB juist beweert dat die keuze vrij stabiel is. Overigens klopt de waardering van het ab-belang voor geen hout. [7]

Tabel 2.03a Aanmerkelijk belang inkomen

(a) Bovenstaand overzicht laat speculatief en indicatief het gemiddeld inkomen uit aanmerkelijk belang vermogen zien per leeftijdscategorie. Uitgegaan wordt van een rendement van 7%, conform de commissie parameters FTK voor aandelen.

(b) Het dividend ab-aandeelhouders laat zien wat jaarlijks in box 2 wordt verantwoord als het de ab-aandeelhouder belieft. CBS: “Het betreft hier reguliere en vervreemdingsvoordelen van aanmerkelijk belang. Het waargenomen bedrag van inkomen uit aanmerkelijk belang is om conceptuele en statistische redenen voor hooguit een miljoen euro in het inkomen geteld.”. De laatste zin heb ik drie minuten op mij in laten werken en toen ben ik tot de conclusie gekomen dat dit concept mijn bevattingsvermogen te boven gaat.

Als het belastingtarief incidenteel lager uitvalt, stijgt het dividend en daarmee het bruto-inkomen aanzienlijk.

(c) Het aantal huishoudens met ab-vermogen neemt met 5,6% per jaar toe het vermogen met 7,4% per jaar.

Tabel 2.04 Vermogensverdeling ouderen 31-12-2014

(a) Deze gevens zijn alleen t/m 2014 beschikbaar. in de oude Statline [3a2]

(b) Deze tabel moet u als volgt lezen:

Voorbeeld >= 75 jarigen met een aanmerkelijk belang vermogen: 25% van de >=75-jaren met een aanmerkelijk belang vermogen heeft een ab-vermogen kleiner dan € 146.300 en 50% (mediaan) heeft een ab-vermogen kleiner dan 465.000.

Gegeven een gemiddelde van € 3.758.600  heeft de overige 50% ab-houders dus aanmerkelijk meer. 

Grafiek  2.05 Gemiddeld bruto-inkomen 2001-2014

(a) Na inflatie correcte (2001-2014 1,27; 1,87% per jaar) blijft er weinig toename van het bruto-inkomen over. Het bruto-inkomen zegt overigens niet zoveel omdat het inkomen eigen woning en de hypotheekrente, maar ook de huursubsidie begrepen zijn in dit inkomen. Daarnaast wordt de pensioenpremie afgetrokken van het bruto-inkomen, terwijl dit toch echt een vorm van (bruto) sparen is. Voor de pensioenuitkering geldt dat dit in feite het opnemen van bruto spaargeld is, waar nog de belasting af moet.

Grafiek  2.06 Gemiddeld besteedbaar inkomen 2001-2014

(a) Ook voor het besteedbaar inkomen geldt dat dit een weinig zeggende grootheid is (zie bruto-inkomen), waarbij de belastingeffecten EW-forfait, hypotheekrente, Wet Hillen (fiscaal) naast de pensioenpremie meelopen in de post belastingen.

Grafiek 2.07 De eigen woning als onderdeel van het bruto-inkomen 2001-2014

(a) Het verschil in hypotheekrenteaftrek tussen de generaties werkt door op de ontwikkeling van het bruto- en besteedbaar inkomen. Het inkomen EW, hoewel door het CBS veel te laag voorgesteld, is voor alle groepen veel gelijker. De ratio hypotheek/WOZ-waarde EW bedroeg eind 2014 48% (2006: idem). Op basis van 4,5% WOZ-waarde zou het inkomen eigen woning € 47 mld. (€ 11,1 dzd per huishouden) bedragen.

(b) Het netto-effect van de eigenwoning posten is voor de ouderen verwaarloosbaar, dat geldt niet voor de jongeren. Als de “ïnkomens”-ontwikkeling wilt volgen zul je dus de eigen woning posten moeten elimineren of nog beter de eigen woning bijtelling op een reële basis gaan berekenen.

Tabel 2.08 Inkomen uit vermogen 2001-2014 in € mln.

(click op tabel of CTRl+ om te vergroten)

Tabel 2.09 Inkomen uit vermogen per huishouden 2001-2014

Grafiek 2.10 Gemiddelde pensioenpremie per huishouden

(a) De pensioenpremie is gewoon bruto-inkomen en de forse stijging gedurende 2001-2014 van 7,1% per jaar drukt het gemiddeld bruto-inkomen 2014 exclusief EW van alle huishoudens met € 4.700. Dat effect is voor de jongeren nog groter maar laat zich op basis van het cijfermateriaal niet berekenen. Logischer en juister zou een presentatie zijn die deze premie uit het besteedbaar inkomen laat betalen omdat in feite sprake is van sparen. De inkomenspositie met huishoudens die geen pensioenregeling betalen wordt dan ook vergelijkbaar. Het belastingeffect zou je dan echter wel moeten corrigeren.

(b) De pensioenpremie kost de schatkist ca 17% aan belastingopbrengst terwijl daarnaast gemiddeld zo’n 35% aan belastingheffing wordt uitgesteld, los van de indirecte bestedingseffecten.

Grafiek 2.11 Gemiddelde pensioenuitkering per huishouden 2001-2014 in €’000

(a) De ontwikkeling van de gemiddelde totale uitkering zal mede betrekking hebben op de niet hoofdbewoners. Het effect van de ouderen “die de groep verlaten” (Hoekstra) is ook niet te verwaarlozen. Voor de minder gefortuneerde ouderen met een lage opleiding geldt nog steeds dat het aantal levensjaren fors lager uitvalt. Uiteraard heeft dit ook consequenties voor de de ontwikkeling van het gemiddelde vermogen van de langer levende groepen.

(b) Over de pensioenuitkering wordt ook belasting betaald. In feite is de uitkering een opname van spaargeld gevormd uit inkomen dat als pensioenpremie in het verleden is afgedragen, rendementen op het pensioenvermogen en technische resultaten, voor zover dat binnen het huidige FTK tot uitkering komt. Zoals eerder aangegeven stijgen de uitkeringen doordat mensen die recent met pensioen gingen in doorsnee een hogere uitkering genieten.  Daar tegenover staat dat partners met een parttime inkomen veelal een lagere pensioengrondslag hebben.

Grafiek 2.12 Gemiddelde AOW- en pensioenuitkering 2001-2014.

(a) In deze grafiek is de gemiddelde pensioenuitkering (∆ 1,92% p.j.) en AOW-uitkering (∆ 2,2% p.j.) weergegeven.  Voor de totaalcijfers (∆ 2% p.j.) is ook de inflatiecorrectie weergegeven, zodat een reële groei van 0,19% p.j. overblijft. De opgelopen indexatie-achterstand heeft inmiddels een fors effect op de pensioenuitkering en de schatkist.

Tabel 2.13 Ontwikkeling pensioenuitkeringen ouderdomspensioen ABP 2012-2014

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) Het ABP heeft op zijn site een overzicht geplaatst van de hoogte van de ouderdomspensioenen per leeftijdscategorie. Het geeft ook een betere kijk op Hoekstra’s al te rooskleurige vervangingsratio’s. De uitkeringen stijgen niet door indexatie maar door de mutaties in het deelnemersbestand.

(b) Als de Nederlandse ouderen “het goed doen” is dat kennelijk niet van toepassing op Hoekstra’s ambtenaren. Ik ben immers niet zo onder de indruk van de hoogte van die uitkeringen. Daarbij moet ook nog in aanmerking genomen worden dat er inmiddels een cumulatieve indexatie-achterstand is opgebouwd van 13,46% vanaf 2011 (2009 en 2010 worden dan nog even vergeten). Die cijfers zijn ook nog geflatteerd omdat sinds 2015 op basis van de prijzen in de sectoren overheid en onderwijs (niet) wordt geïndexeerd i.p.v. de ontwikkeling van de lonen.

(c) Als het ABP deze cijfers ook nog eens voor 2006 en 2001 beschikbaar zou stellen zouden we kunnen zien hoe de ontwikkeling op lange termijn werkelijk was en die naast Hoekstra’s florissante cijfers zetten.

§3 Conclusies

(1) Als we werkelijk conclusies willen trekken omtrent de inkomens en vermogensverdeling moet de informatieverstrekking flink op de schop. Echt inzicht in de ontwikkeling van inkomen en vermogen krijg je overigens alleen als je dezelfde personen in de tijd volgt.

(2) Een analyse per generatie is nauwelijks interessant. Het vermogen van de 240.500 hoofdbewoners huishoudens die boven de 85-jarigen zijn {aantal verwachte levensjaren <= 6-7 jaar} bedroeg eind 2015 € 46 mld. en wordt binnen afzienbare tijd de jongeren in de schoot geworpen. Die € 151,5 mld. van de 75-85 jarigen komt ook weldra aan de beurt. In totaal gaat dat samen om 17% van het totale vermogen en 9,2% van het aantal woningen (een mooie doorstart) en 9,7% van de waarde van die woningen. Hoekstra gaat daar ook van profiteren – als hij ten minste zijn belastingdienst op orde krijgt.

(3) De ontwikkeling van het gemiddeld bruto-inkomen exclusief eigen woning is als volgt:

(a) Het reële bruto-inkomen exclusief eigenwoning steeg voor de periode 2001-2014 in totaal met 0,4% per jaar, voor de ouderen was dat 1,1% en voor de jongeren 0,5%.

(b) In dit bruto-inkomen van de huishoudens is de pensioenpremie nog steeds afgetrokken en de pensioenuitkering meegeteld, hoewel in feite sprake is van respectievelijk sparen respectievelijk ontsparen. Het inkomen werd immers genoten toen de prestatie in het actieve leven werd geleverd. Zoals we zagen is in beide gevallen sprake van een relatief hoge stijging door toename van de pensioenpremie van de actieve werknemers  en stijging van de pensioenuitkering door nieuwe toetreders.

[4] De ontwikkeling van het gemiddeld vermogen exclusief eigen woning, ondernemings- en aanmerkelijk belang vermogen voor de periode 2006-2015 is als volgt:

(a) Het vermogen exclusief eigenwoning en ondernemingsvermogen daalde voor de periode 2006-2014 in totaal reëel met 1,1% p,j., voor de ouderen was dat 0,8% p.j. en voor de jongeren zelfs 1,8 % p.j.

(b) Met deze grafiek kon Hoekstra natuurlijk niet komen, hij zou eens haast moeten maken met belasting op inkomen uit vermogen op basis van het werkelijk behaalde reële rendement.

__________________

Laatst bijgewerkt 19 april 2018

[1] W.B. Hoekstra, Minister van Financiën, brief Tweede Kamer, “Inkomens- en vermogenspositie van ouderen”, 8 april 2018,

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2018/04/09/kamerbrief-inkomens-en-vermogenspositie-van-ouderen/kamerbrief-inkomens-en-vermogenspositie-van-ouderen.pdf

[2] CBS, “Ontwikkeling inkomen en vermogen 65-plussers na ’95”’. 7 maart 2018, https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/10/ontwikkeling-inkomen-en-vermogen-65-plussers-na-95

[3] Bronnen

[3a1] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83834NED/table?ts=1523895426213

en

[3a2] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=03725SVH&D1=0%2c2%2c4%2c7&D2=a&D3=0%2c20&D4=2&HDR=T&STB=G1%2cG2%2cG3&VW=T

[3b] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70991ned&D1=2&D2=16-125&D3=0&D4=a&HDR=G3,T,G2&STB=G1&VW=T

[4] zie de volgende bijdragen op deze site voor inkomens- en vermogenscijfers

♦ Besteedbaar inkomen 2014 (meest recente cijfers)

♦ Vermogen huishoudens 31-12-2015 (“2016”)

♦ Inkomen uit vermogen

♦ Inkomen uit vermogen revisited  (met een actualisatie van de gebrekkige cijfers)

Belastingdienst: zie de bijdragen

♦ vooral : Het datamijnenveld bij de belastingdienst

♦ De belastingdienst (revisited)

♦ De belastingdienst is een bordeel

[5] ABP, “Statistische bijlage jaarverslag 2016”,

http://jaarverslag.abp.nl/docs/ABP_stat_info_pop_2016/index.php?nr=37&r_code=ABP_stat_info_pop_2016

Hopelijk blijft de link deze keer wel in tact – voor de zekerheid heb ik dit document maar vast geborgd.

[6] https://www.pensioenfederatie.nl/stream/fiscaalkaderpensioenen-verbond-pensioenfederatie-maart2017def.pdf/20170919162247

[7] Wiemer Salverda, Bas van Bavel, “CBS meet méér ongelijkheid, maar verkoopt het als mínder”, Me Judice, 4 april 2017.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/cbs-meet-meer-ongelijkheid-maar-verkoopt-het-als-minder

Overheidsschuld 2017

___________________________________________________________________________

De Nederlandse overheidsschuld bestaat if feite niet en is meer dan geheel belegd in het pensioenvermogen. Daarnaast wordt de jaarlijke rente over die schuld wel geboekt, maar het behaalde rendement op de belastingclaim op dat pensioenvermogen weer niet, een soort boekhouden door Dummies

Deze bijdrage geeft, zo goed en zo kwaad als dit gaat met het beschikbare cijfermateriaal, inzicht in de stand van de overheidsschuld eind 2017 doorlopend tot 2022. Die stand wijkt nogal af van de schuld zoals die ons regelmatig door het CPB, CBS en niet te vergeten door de media wordt voorgeschoteld. Dat komt omdat ten onrechte geen rekening wordt gehouden met de jaarlijks oplopende belastingclaim op het pensioenvermogen.

Die belastingclaim bedraagt ca 35% van dat pensioenvermogen (2017: € 1.717 mld.) en dus € 601 mld. Omdat onze EMU-schuld eind 2017 € 416  mld. bedraagt kunnen we dus eigenlijk per saldo helemaal niet van een schuld kunnen spreken, maar eerder van een netto actief groot € 185 mld.

Al die jaren zijn we dus door Balkenende en Rutte I & II c.s. op het verkeerde been gezet en hebben we volstrekt onnodig de broekriem moeten aanhalen. Ook de non compliance van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) volgens “onze” EU-bobo’s komt hiermee in een volkomen ander daglicht te staan en moet eerder worden toegeschreven aan de vergaande incompetentie van onze politici.

Jaarlijks loopt de staat binnen door het rendement op zijn belastingclaim die de rentelast op de overheidsschuld jaarlijks verre overstijgt. Om dan nog over een overheidstekort te spreken is een gotspe. Macro-economen verdiepen zich graag in de problematiek van de structurele begrotingsruimte (CPB- en EU-versie), een arbitraire grootheid die gezien de stand van de overheidsfinanciën voor Nederland volstrekt irrelevant is.[6]  Het structurele saldo wordt berekend door het feitelijke saldo te corrigeren voor incidentele factoren en de conjuncturele component. Die berekening wordt gemaakt door dezelfde macro-economen die de 2008-crisis niet zagen aankomen.

Aanvulling: Dankzij de uitgelekte notities over de dividendbelasting weten we inmiddels dat het Ministerie van Financiën 27 juni 2017 intern rekent met een pensioenvermogen “pensioenfondsen” van ca € 1.500 mld. en “toekomstig belastinggeld” van € 450 mld. (30%) Ook dit moest kennelijk onder de pet gehouden worden. [8]  Aangezien Rutte, Wiebes en c.s. hun stukken nooit lezen zullen zij hier ook geen kennis van genomen hebben. Het gebrek aan kennis is ook de reden dat Rutte het Nederlandse volk al decennia bang maakt met de niet bestaande staatsschuld. In werkelijkheid gaat het juni 2017 eerder om een een pensioenvermogen van € 1.654 mld en een belastingclaim van ca € 579 mld. (35%)  want bij het MvF kunnen ze ook niet rekenen. Als Rutte het eens een keer wil proberen met de waarheid (NRC) kan hij beginnen met de overheidsschuld.

___________________________________________________________________________

§1 Overheids-“schuld”

Onderstaande grafiek geeft het verloop van onze overheids-“schuld” weer:

(a) Alleen door de investering in financiële activa van € 85 mld. kwam onze werkelijke overheidsschuld sinds 2006 in 2008 even in het rood. We moesten dus alleen de broekriem aanhalen om dit bedrag te kunnen ophoesten, terwijl we dit bedrag natuurlijk gewoon weer bij de banken terughaalden. Kijk dat bedoel ik nu, anders dan mevrouw Laura van Geest van het CPB, met knowing the Past.[4] Ook moet je kennelijk niet bij het CBS zijn voor wat er feitelijk gebeurd™.

In tabelvorm ziet het verloop van de overheidsschuld 1995-2022 er als volgt uit:

Tabel 1 Verloop Overheidsschuld 1995-1992 in € mld.

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) Dit lijstje haal ik altijd te voorschijn als iemand weer eens begint te zaniken over onze overheidsschuld. Het plaatst ook de schuldencrisis die we geen bankencrisis mogen noemen (zie gele markering) in perspectief. In elk geval heeft onze overheidsschuld en het SGP er helemaal niets mee van doen.

Het pensioenvermogen en daarmee de belastingclaim nam in de periode 2006-2017, dus inclusief 2008,  met 6,8% per jaar toe. De toename van het pensioenvermogen voor de periode 2018-2022 schatten wij op 5% per jaar, gelijk aan het door het CPB aangehouden rendement op dat pensioenvermogen in hun houdbaarheidsstudies. Als die toename goed is ingeschat bedraagt het overheidsactief eind 2022 ca € 385 mld.

(b) De toename financiële vaste activa 2008 – 2017 bedroeg netto € 12,9 mld., zodat een groot deel van die in 2008 ontstane schuld is afgelost.

(c) Door de lage rente bedraagt de marktwaarde van de overheidsschuld eind 2017 € 469 mld., dat is € 52,4 mld. hoger dan de EMU-overheidsschuld. Deze grootheid is alleen relevant als de schuld uit de markt gehaald wordt, maar is natuurlijk wel bruikbaar om het overheidsvermogen in de overheidsbalans te drukken [1b]:

Het CBS heeft dan in zijn balans nog geen rekening gehouden met de AOW-verplichting die natuurlijk ook een vordering is op de toekomstige belastingbetaler. Die berekening van een reële AOW-verplichting van de staat kun je overigens ook niet aan het CBS overlaten.

§2 Overheids-“tekort”

Met de ontwikkeling van de belastingclaim in ons achterhoofd kunnen we het overzicht van de cumulatieve ontwikkeling van het overheidstekort 2006-2022 wel achterwege laten.

Die toename van het overheidstekort is er alleen maar als je geen rekening houdt met de toename van de belastingclaim op het opgespaarde pensioenvermogen. Economen en politici die zich druk maken over het cumulatieve overheidstekort zijn, zo niet blind aan het linkeroog (€ 85 mld. financiële activa), in elk geval blind aan het rechteroog waardoor hun de ontwikkeling van de belastingclaim ontgaat (zie tabel 1).

(b) We kunnen e.e.a. ook grafisch weergeven voor de periode 1996-2022 in € mld.

(1) Het geneuzel van die macro-economen over het EU-structurele begrotingssaldo wordt uit de grafiek ook direct duidelijk. (zie ook [6]). De CPB-versie van het “structurele” begrotingssaldo heb ik maar weggelaten.

(2) In 2014 was de toename van de belastingclaim € 81 mld. (v.n.l. “winst” vastrentende waarden). Macro-economen doen huilie huilie over een EMU-saldotekort van € 15,2 mld. of structureel € 2 mld. in dat zelfde jaar.

(2) In de periode 2007-2017 bedroeg het cumulatieve EMU-saldo € -149 mld. (zie tabel 1) en het structurele EC-begrotingssaldo € -90 mld. Hier stond een toename van de belastingclaim op het pensioenvermogen van € +310 mld. tegenover. Een knappe, maar niet zo verstandige, prestatie gedurende de 2008 crisis. Als het structurele begrotingssaldotekort hoger uitvalt doen sommige CDA-macro-economen huilie huilie, toen het lager uitviel gingen ze extra bezuinigen. [6]

§3 De dreigende ondragelijke interestlast op onze overheids-“schuld” bij een rentestijging

In de miljoenennota 2018 stond de volgende passage:

“Het houdbaarheidsoverschot van nu betekent dat de huidige collectieve voorzieningen betaalbaar blijven, zonder dat het nodig is om de belastingen te verhogen of de rekening door te schuiven naar volgende generaties via een hogere overheidsschuld. Dat is belangrijk, want als de staatsschuld blijft stijgen, rijzen de rentelasten van de overheid op een gegeven moment de pan uit. Dan riskeert de overheid een opwaartse spiraal van hogere uitgaven en een nog hogere staatsschuld.”

Deze stelling wordt vaak verkondigd door de heer Rutte als hij wijst op het risico van een rentestijging en ook de Koning mocht het Nederlandse volk op gezag van een habitueel liegende Rutte [3] op een dwaalspoor zetten, zo niet voorjokken. Het probleem van de rentelast is overigens niet zo groot, anders zou het niet de grootst mogelijke moeite kosten om een betrouwbare cijferreeks van de rentelast op onze staatsschuld boven tafel te krijgen. [2]

In 1995 bedroeg de rentelast € 16,7 mld. of 5,1% bbp.[2] Zouden we in 2017 dat zelfde percentage bbp aan interest hebben betaald dan was de interestlast € 37,8 mld. geweest in plaats van nu € 6,4 mld.  In 1995 betaalden we die interest onder Zalm fluitend, die politieke watjes anno 2018 kunnen ons hier alleen maar bang mee maken.

De wedervraag zou natuurlijk ook kunnen luiden: wat gebeurt er met het rendement op de belastingclaim op het pensioenvermogen als de rente stijgt?  Maar die vraag wordt natuurlijk nooit gesteld door de media. De volgende tabel laat de importantie van die vraag zien:

(a) Het zal op basis van deze tabel duidelijk zijn dat het rendement op het pensioenvermogen, dat voor 86% in het buitenland is belegd, een grote rol speelt bij een gezonde ontwikkeling van de overheidsfinanciën. Zolang de pensioenrechten niet worden afgestempeld blijft de belastingclaim in tact.

(b) Een (gedeeltelijke) indicatie van de effecten van 1% rentestijging vindt u in een vrij recente DNB-publicatie. [7] Uiteraard dalen de vastrentende waarden in waarde, hoeveel hangt mede af van de indekking van het renterisico. De aandelen dalen volgens DNB met ≈15% in waarde.

Zonder rekening te houden met de daling van in waarde van de activa stijgt de dekkingsgraad met zo’n 12- 15% door de daling van de pensioenverplichtingen. De pensioenverplichtingen (-) en algemene reserve (+) zijn echter communicerende vaten binnen het pensioenvermogen dat per saldo daardoor niet verandert. Wel ontvangen de gepensioneerden en daarmee de staat eerder hun geld door mogelijke (na-)indexatie.

Hoe een en ander per saldo uitpakt zal per pensioenfonds verschillen. Uiteraard bewaakt DNB dit in het kader van hun beoordeling en toetsing van de herstelplannen van de pensioenfondsen al hoewel je daar de nodige kanttekeningen bij kan plaatsen. Toch blijft het vreemd dat de staat materieel niets te vertellen heeft over het beleggingsbeleid inzake zijn belastingclaim van toch € 601 mld., een democratisch deficit van de eerste orde.

Overigens kan die rente op de overheidsschuld best weer wat stijgen zonder dat de overheidsfinanciën in de knel komen zoals uit het historisch verloop van de rentelast in % bbp blijkt:

Maar ja, de meeste mensen klagen over hun geheugen en niet over hun verstand.

§4 Stabiliteits- en Groeipact (SGP)

Zoals bekend zijn de onzinnige SGP-eisen een overheidstekort van maximaal 3% bbp en een overheidsschuld van maximaal 60% bbp. Laten we eerst kijken naar de historische relevantie van die 60%-eis  aan de hand van de volgende grafiek van de Nederlandse overheidsschuld in % bbp [1d]:

(Click op grafiek of Ctrl+ om te vergroten)

Het ligt dus niet zo voor hand om Nederland de 60%-norm op te leggen: er werd in het verleden ook nauwelijks aan voldaan. (in slechts 21% van de jaren) Het zal op basis van het voorgaande duidelijk zijn dat Nederland thans ruim aan die norm voldoet (netto een actief) als je ten minste ordentelijk boekhoudt (matching principle) en dat vermogen hebben macro-economen kennelijk niet van huis uit meegekregen.

Daarnaast heeft Nederland ook het pensioen van zijn overheidsdienaren volledig af gefinancierd. Het gaat hierbij om een netto bedrag van ca € 394 mld. eind 2017:

(a) Uiteraard hebben we onze belastingclaim op dat pensioenvermogen dan al in mindering gebracht om dubbeltellingen te voorkomen.

(b) Vraag aan de EU-commissie: kunt u één land in de EU aanwijzen wiens overheidsfinanciën er zo goed voor staan en waarom legde u eigenlijk Nederland de excessive deficit procedure indertijd op? Dat Rutte en de heren de Jager/ Dijsselbloem dit niet goed konden uitleggen is natuurlijk geen geldige reden.

§5 Enkele misverstanden over de belastingclaim pensioenvermogen

Regelmatig worden mij in de discussie een aantal tegenwerpingen gemaakt die ik hier even kort behandel.

§5.1 Belastingclaim is nodig om toekomstige AOW- en zorgkosten te kunnen betalen

Om deze stelling op zijn waarde te kunnen inschatten moeten we natuurlijk eerst de ontwikkeling van die belastingclaim in de toekomst kennen. Die wordt ons door de politiek onthouden en moeten we dus zelf even zo goed en zo kwaad als dat gaat reconstrueren. Het verwachte verloop – met veel slagen om de arm – van die belastingclaim luidt als volgt:

De belastingclaim is dus gevangen in het zwarte gat dat pensioenvermogen heet en die claim loopt alleen maar op, netto komt dat geld dus niet uit de pensioenpot en kan derhalve ook niet bijdragen aan de opvang van de vergrijzingskosten. De toekomstige generatie stort immers ook pensioenpremie over een hopelijk hoger inkomen. De zorgkosten stijgen overigens niet alleen door de vergrijzing maar ook door technologische ontwikkelingen en de ook de jongeren zorgen voor een aardige kostenstijging. [Zie – Bijdrage grijsgedraaide grammofoonplaat].

§5.2 Geen schuld nalaten aan volgende generatie?

De vraag die eerst beantwoord moet worden is welke generatie eerder zo gek was om ons geen schuld na te laten. De grafiek in §4 gaf daarop al het antwoord.

Uitgaande van een genormaliseerde overheidsschuld van 40% bbp, kunnen we eind 2017 dus € 483 mld. potverteren en de toekomstige generatie nog steeds, historisch gezien, een uiterst florissante overheidshuishouding nalaten. Het actief eind 2017 groot € 190 mld. kan zonder meer direct aan de huidige belastingbetalers worden teruggegeven. We laten dan geen schuld na en daarmee is de toekomstige generatie wel genoeg gematst.

§6 Conclusie

We hebben al vele jaren geen overheidsschuld en zullen door het rendement op de belastingclaim op het pensioenvermogen voorlopig ook wel in werkelijkheid een positief overheidssaldo hebben. De huidige belastingen zijn daarnaast onnodig hoog omdat de belastingderving (17%)  en het belastinguitstel (35%) veroorzaakt door de omkeerregel pensioenen moet worden opgevangen. Alleen voor de pensioenfondsen  ging het in de periode 2006-2017 om een bedrag van € 158 mld. aan derving en € 326 mld. aan uitstel van belastingen. Het cumulatieve overheidstekort was in die periode € 149 mld., zodat in die periode € 335 mld. onnodig te veel belasting werd betaald.[5]  Opdoeken die omkeerregel pensioenen!, die de overheidsfinanciën- althans op papier – volledig uit het lood slaat, blijft dus het motto.

Bovenstaand cijfermateriaal is in een aantal gevallen noodzakelijkerwijs gebaseerd op grove schattingen die ongetwijfeld onvolkomenheden zullen bevatten. Maar als je als burger door de overheid systematisch wordt voorgelogen, zul je wat moeten. Het wordt dan ook hoog tijd dat de overheid wel de juiste cijfers ophoest. De vraag alleen is wie dat moet doen: het CPB en CBS hebben zich immers voor deze taak, gezien hun past performance, volstrekt gediskwalificeerd. De politiek, onze grootste bron van nepnieuws, kun je dit kennelijk ook niet toevertrouwen. Over “onze” media doen we er maar het zwijgen toe.

_________________

Laatst bijgewerkt 25 april 2018

[1] Bronnen

Aangezien CBS opendata i.t.t. CBS Statline de selecties niet vasthoudt in de links zult u de selectie zelf moeten aanpassen.

[1a] Overheidsschuld mutaties 1995-2017 – sector overheid

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82565NED/table?ts=1520271585649

[1b] Overheidsschuld tegen marktwaarde

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82567NED/table?ts=1521490101162

[1c] CPB data 1814-2018

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82902NED/table?ts=1521490635697

[1d] CPB data 1970-2022

https://www.cpb.nl/sites/default/files/CPB-Boek-21-Middellangetermijnverkenning-2018-2021-kader-pag-30.pdf

en

Verzamelde_bijlagen_CEP_2018_0 (1), bijlage 11

[1e] Bijlage E4 Kerngegevens collectieve sector (MEV_2016) voor structurele begrotingssaldo 1995.

[2] De staat der Nederlanden is nogal scheutig in het verstrekken van cijfermateriaal inzake de rentelast op de overheidsschuld. In onze speurtocht naar de juiste cijfers hebben we zes cijferreeksen [2a t/m 2f] kunnen ontdekken. Hierbij lijkt [2b] geactualiseerd in [2c] de juiste keuze op grond van deze publicatie van het CBS:

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2014/20/historisch-lage-rentelasten-voor-overheid-in-2013

Door deze keuzes te combineren (zie kleuren in tabel), hebben we hopelijk een redelijk betrouwbaar beeld van de werkelijke interestlast. We komen dan tot de volgende tabel:

De over de in 2008 verkregen financiële activa ontvangen rente zou eigenlijk in mindering op de interestlast moeten worden gebracht. Aangezien het CBS alleen een cijferbrei oplevert met weinig analyse kan ik die correctie zelf niet maken.

Bronnenmateriaal interestlast overheidsschuld:

[2a] Memorandumposten – werkelijke rente-inkomsten en werkelijke rente-uitgaven  – als leek zou je zeggen dat dit de cijfers moeten zijn:

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82563NED/table?ts=1521553435283

[2b] Nieuwe cijferreeks in Opendata

Vooral de omschrijving inkomen uit vermogen is erg verhelderend.

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82563NED/table?ts=1521553435283

[2c] Oude cijferreeks uit CBS Statline – deze publicatie is jaren door mij gebruikt en schijnt tot voor kort de juiste cijfers te geven.

Omdat die heldere omschrijving hier terugkomt weten we dat we de juiste rubriek in [2b] te pakken hebben. – zie hierboven de CBS-publicatie “Historisch lage rentelasten voor overheid in 2013”

http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=81191NED&D1=43&D2=0&D3=0-35,40,45,50,55,60,65,70,75,l&HD=140509-0948&HDR=G1&STB=T,G2

[2d] Het Ministerie van Financiën (toch ambtenaren zat) heeft noch een boodschap aan de cijfers van het CBS noch aan die van het CPB en geeft weer een eigen cijferreeks om de Tweede Kamer te informeren.

Antwoord vraag 32 door MvF:

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2016/09/30/bijlage-1-antwoorden-kamervragen-miljoenennota-2017/bijlage-1-antwoorden-kamervragen-miljoenennota-2017.pdf.

Tenslotte vermelden we ook twee versies van het CPB. [2e en 2f]. De cijferchaos is daarmee compleet. Als ik de overheid was zou ik mij niet zo druk maken over de rentelast van de staatsschuld maar eerder over het aan de burgers verstrekte cijfermateriaal. Maart 2018 heeft het CPB zijn cijferreeks voor de periode 1970- 2022 gepubliceerd. Uiteraard wijken deze cijfers [2f[ af van een eerdere publicatie in 2017 [2e].

Op zich is het een goed idee om doorlopende cijferreeksen op te stellen: de CBS-statistieken Statline en Opendata zijn immers zoekplaatjes maar dan moeten die cijfers natuurlijk wel kloppen en en oude jaarlagen niet wijzigen zonder toelichting.

[2e] CPB jaren 1970-2022

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/data-figuren-cep2018_0.xlsx

[2f] CPB jaren 1814-2018

https://www.cpb.nl/cijfer/lange-tijdreeksen-overheidsfinancien

Samenvattend kunnen de diverse gegevens inzake de interestlast op de overheidsschuld als volgt grafisch worden weergegeven:

Ik zou zeggen roept u maar. De Kamerleden lijken door het MvF in 2017 op het verkeerde been te zijn gezet.

[3] Onze Koning op voorspraak van Rutte en Dijsselbloem:

“Momenteel betalen alle Nederlanders samen – zelfs bij de huidige lage rentestand – 11 miljard euro per jaar aan rente over de overheidsschuld. Als de schuld groeit en de rente stijgt, gaat die rentelast steeds zwaarder drukken op economische groei, op betaalbaarheid van voorzieningen en op de inkomens van mensen.” {troonrede 2013}

De Koning had natuurlijk, geadviseerd door de Raad van State, even nagelaten om te vragen bij de heren Rutte en Dijsselbloem wat er eigenlijk zou gebeuren met het rendement op het pensioenvermogen onder die omstandigheden. Zelfs ons CPB had aan die vraag een hele kluif gehad gezien de wereldwijde spreiding van de beleggingen van die pensioenfondsen (84% in het buitenland belegd).

En voor Rutte enkele Pinokio-voorbeelden:

https://fd.nl/economie-politiek/1241805/rutte-liegen-is-geen-doodzonde

en in commissie met de ministers Ollongren en de Jonge

https://www.vpro.nl/zondag-met-lubach/kijk/afleveringen/seizoen-8/aflevering-7.html , Rutte 3:13

en het stiekem achterhouden van rapporten:

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/03/28/privacy-bij-antiterreur-loopt-achter-a1597556

en tot slot deze:

https://www.daskapital.nl/3628401/rutte_liegt_over_rente_staatss/

(Met das Kapital’s opmerking over het CBS kan men alleen maar instemmen. Met opendata is het er niet op vooruitgegaan: doorlopende cijferreeksen blijven een absolute ramp)

[4]Laura van Geest , “Sound Public Finances Experience with Fiscal Institutions in the Netherlands “,

https://www.imf.org/external/np/seminars/eng/2015/capdr/pdf/lvangeest.pdf

Ik doel hierbij in het bijzonder op slide 7, een typisch voorbeeld van geschiedvervalsing.

[5] Het bedrag van € 335 mld. is natuurlijk demagogisch omdat eerst de belastingderving van € 158 mld. moet worden geïnd. Aangezien ca 73% van de pensioenpremie door 30% van de huishoudens werd afgetrokken, zullen de topinkomens daar echter het meeste van betalen.

Daarnaast hadden we dan natuurlijk in de periode 2006-2017 ook geen belasting over de pensioenuitkeringen ontvangen. Voor de periode 2006-2014 bedroegen die uitkeringen € 324 mld. Tellen we daar nog eens schattenderwijs € 126 mld. bij voor 2015-2017 dan gaat het om 35% belasting over € 450 mld. of € 158 mld. minder belastinginning.

Het netto sommetje wordt dan grofweg +158 derving+326 uitstel -149 EMU-tekort -158 uitkeringen = € 177 mld. te veel belastingen door de omkeerregel pensioenen.

[6]Het overheidssaldo behoeft geen nadere toelichting en is gewoon de resultante van het huishoudboekje van de staat. Anders ligt dat met het begrip structurele begrotingsssaldo  dat door macro-economen wordt bepaald door,  gegeven de conjunctuur, de output gap te bepalen en daar de zogenoemde begrotingselasticiteit op los te laten. Daarnaast wordt rekening gehouden met de eliminatie van incidentele budgettaire baten en kosten. Diezelfde economen die de crisis van 2008 niet zagen aankomen mogen de output gap bepalen en u begrijpt wat daarvan dus terecht komt. Incidenteel is alles wat niet in het budget zit. Gezien het geringe belang van het cumulatieve resulterende verschil zal het duidelijk zijn dat een dergelijk berekening economisch gezien niet erg doelmatig is.

https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/memo72.pdf

Bas Jacobs lijkt zich druk te maken over een procentje meer of minder (structureel) begrotingssaldo (welke dan ook, macro-economie lijkt wel een ijscobar) in % bbp. In het licht van de mutatie in de belastingclaim in die zelfde periode is dat echter zoals we boven zagen peanuts:

https://mobile.twitter.com/_basjacobs/status/977503967679787009/photo/1

zie ook onze habituele zwartkijkers en marktfundamentalisten:

Raymond Gradus, Roel Beetsma, “Houdbaarheidssaldo uitstekend kompas voor begrotingsbeleid”, Me Judice, 5 september 2017.

en natuurlijk ook de nuance

CPB, “Enthousiasme bekoeld over indicator structureel overheidstekort , CPB Policy Brief 2014/07.

https://www.cpb.nl/publicatie/enthousiasme-bekoeld-over-indicator-structureel-overheidstekort

[7] DNB, “Rentestijging: een alternatief scenario”,

https://www.dnb.nl/binaries/EOV_december%202017_tcm46-369845.pdf

[8] Notities 1-4 bij brief over dividendbelasting

In de onsamenhangende en renundante in elkaar geflanste informatieset pagina 73

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2018/04/24/notities-1-m-4-bij-brief-over-dividendbelating