Spring naar inhoud

Introductie en actuele data

§1 Introductie

Het motto van deze site is dat regeringen liegen. De Nederlandse regering is daarop geen uitzondering hetgeen onder andere blijkt uit het feit dat onze habituele leugenaar van overheidswege al 8 jaar  minister-president  is.[1] Op deze site behandelen we een aantal economische onderwerpen die speciaal mijn aandacht hebben. Dat geldt in het bijzonder de pensioenaangelegenheden, de overheidsschuld en de inkomens- en vermogenverdeling. Belangrijk is daarbij het cijfermateriaal dat monopolistisch met de pretentie Wat er feitelijke gebeurt™ door het CBS wordt aangeleverd. Hetzelfde geldt voor het CPB, waarvan de directeur, als zij een lezing houdt voor het IMF, aantoonbaar aan geschiedvervalsing doet. Ook de media schrijven klakkeloos de persberichten van de overheid over en verspreiden daarmee onnodig vaak nepnieuws doordat zij de verstrekte overheidsinformatie onvoldoende checken en analyseren.

We geven op deze pagina enkele tabellen en grafieken uit een aantal geselecteerde voornameljk permanente bijdragen die inzicht geven wat deze site zoal te bieden heeft. In het menu heeft u verder toegang tot de bijdragen met een meer permanent karakter (0. Permanent) en bijdragen met actuele onderwerpen. (1. Actueel). De bijdragen met een meer permanent karakter worden van tijd tot tijd geactualiseerd. De noten aan het slot van de bijdragen geven de bronvermelding.

Kernthema is dat het geld in Nederland over de drempels klotst maar dat de regering de groots mogelijke moeite doet om ons aan te praten dat de schuldpositie van de overheid en de huishoudens zorgelijk is. Daarbij wordt informatie verstrekt die op zijn minst onvolledig is en gezien de omvang van die omissies zelfs met opzet misleidend genoemd mag worden.

§2 Tabellen en grafieken

( Voor alle tabellen en grafieken geldt Click op de afbeelding of Ctr+ om te vergroten)

§2.0 Algemeen

De paarse lijn in bovenstaande grafiek geeft het totale pensioenvermogen weer. Deze nam in de periode 2007 t/m 2017 met 6,7 % per jaar toe tot € 1.561 mld. eind 2017. In diezelfde periode steeg het bbp met 2,1 % per jaar. Het CBS doet alsof dat pensioenvermogen van niemand is, of eigenlijk alsof het pensioenvermogen geen vermogen is. Elke Nederlander (en het CPB sinds vrij recent [2]) weet beter. Het pensioenvermogen kan voor 35% aan de staat worden toegerekend omdat die een belastingclaim van gemiddeld dat percentage heeft op het pensioenvermogen. Per saldo bezitten de pensioendeelnemers gezamenlijk dan de overige 65%. Als je deze cijfers toepast op de overheidsschuld heeft de staat ineens geen schuld meer, maar eind 2019 zelfs een actief van € 197 mld. Het staatsvermogen stijgt overeenkomstig van € 183 naar € 768 mld. eind 2016. De huishoudens hebben ineens een vermogen van € 2.037 of eigenlijk € 2.283 mld. want zoals we nog zullen zien was het CBS enkele posten “vergeten” en kwam maar op € 1.157 mld., exclusief pensioenvermogen. Vergeten is niet het juiste woord: het CBS krijgt gewoon te weinig geld van de overheid om de juiste cijfers op te leveren. In bovenstaande grafiek is uitsluitend het effect van het meenemen van het pensioenvermogen op de cijfers weergegeven. De overheidsdata zijn dus voor deze onderwerpen dus bewust misleidend. (QED) Hoe misleidend blijkt uit de onderstaande meer volledige cijferopstelling:

De toelichting op de cijfers is in diverse bijdragen uiteengezet. Als je deze cijfers gaat hanteren kun je natuurlijk geen bezuinigingen en ombuigingen (een pleonasme) meer afdwingen. We zijn dan ook door Balkenende IV, Rutte I, II en III, met een collaborerende pers, behoorlijk in het ootje genomen.

Als het IMF en de OESO weer eens opmerkingen maken over de schuldpositie van de Nederlandse huishoudens vergeten ze twee zaken: 1) het aandeel in de pensioenvermogens van de staat en zijn burgers en 2) het feit dat een huurder in de vrije sector materieel een even grote zo niet hogere schuld heeft als de eigen woningbezitter met een zware hypotheek. Met dit verschil dat de laatste lagere woonlasten heeft i.v.m. het HRA-infuus.

LINKS: Pensioenvermogen 2019Overheidsschuld  ; Overheidsbalans 2016/2017 ; Vermogen huishoudens 31-12-2015 (“2016”)

§2.1 Pensioenvermogen

Het pensioenvermogen bedroeg eind 2017 € 1,560,6 mld. Dat pensioenvermogen zal eind 2019 ca € 1.700 mld. bedragen. Daar komt nog grofweg € 170 mld. bij voor de de derde pensioenpijler, die we overigens hier niet verder zullen meenemen gezien de onbekende omvang en de vele wijzigingen sinds 2010. De belastingclaim op dat vermogen (incl. derde pijler) komt dan op ca € 650 mld. Daarmee is de overheidsschuld meer dan volledig (ca 1,6 x) in het pensioenvermogen belegd. Het rendement op het pensioenvermogen bedroeg voor 2017 ca € 84 mld. (2016 € 130 mld.) Het pensioenvermogen steeg in de periode 2007-2017 met 6,7% per jaar, terwijl het bbp in die periode met 2,1% per jaar steeg

LINK: Pensioenvermogen 2019

§2.2 bbp 1814-2020

De groei van het bbp is eigenlijk van relatief recente datum en de toename bbp sinds 1950 is een stuk kleiner als je voor inflatie corrigeert (≈ fifty-fifty) :

Mede door het aanhalen van de broekriem bleef de groei van het bbp achter t.o.v. het buitenland.

LINK: Bruto binnenlands product (bbp) 1814 – heden

§2.3 Overheidsschuld

De overheidsschuld zal eind 2019 ca € 396 mld. bedragen. Daar staat dan een belastingclaim op het pensioenvermogen van € 593 mld. tegenover. De overheidsschuld is dus materieel meer dan geheel in de pensioenpot belegd en er is in feite dan sprake van een actief groot € 197 mld. Het zal duidelijk zijn dat met een relatief lage stijging van de belastingclaim in 2017 met € 24 mld. er ook geen sprake kan zijn van een overheidssaldo van maar € 8 mld. Het rendement op de belastingclaim bedroeg in 2017 € 29,3 mld. Dat rendement verdween als onderdeel van de toename van de belastingclaim ook in de pensioenpot en daarvan verschijnt niets in de boeken van de overheid. De rente op de overheidsschuld groot € 7,3 mld., die dus geheel in de pensioenpot was belegd, werd wel bij de belastingbetalers in rekening gebracht. Sinds 2006 hebben we eigenlijk geen overheidsschuld meer: de hobbel in 2008 werd veroorzaakt door de bankencrisis toen de staat tijdelijk financiële vaste activa moest verwerven. Dat de Europese commissie geen balans kon lezen en ons excessive deficit procedure oplegde omdat Rutte, de Jager en Dijsselbloem het niet konden/wilden uitleggen is een andere zaak.

In de periode 2006-2017 betaalde de staat € 128 mld. rente op zijn overheidsschuld en bracht dat bedrag door belastingheffing in rekening bij zijn burgers. De staat belegde die schuld in het pensioenvermogen en maakte daarop in die zelfde periode een rendement van € 281 mld. Die beleggingsopbrengst werd door de staat redelijk stiekem geparkeerd in de pensioenpot zonder daarvan iets in zijn boeken te verantwoorden. Achterbaks, grenzend aan oplichting zou ik tegen onze politici willen zeggen en ondertussen maar janken over onze staatsschuld en de burger de broekriem laten aanhalen. [1]

LINK: Overheidsschuld

§2.4 Overheidsbalans 2006-2016

Het vermogen van de overheid komt eind 2016 op € 768 mld.  i.p.v. de € 183 mld. die het CBS voortovert. De belastingclaim op het pensioenvermogen groot € 522 mld.  eind 2016 is ten onrechte niet in de balans opgenomen. Daarnaast staat de schuld gewaardeerd op marktwaarde 2016 : € 63 mld. te hoog. De belangrijkste mutaties in 2016 zijn een vermindering van de olie en gasvoorraad van € 62 mld. en een toename van de belastingclaim op het pensioenvermogen van €47 mld.

LINK: Overheidsbalans 2016/2017

§2.5 Ontwikkeling vermogensverdeling 2006-2016

Het vermogen huishoudens bedroeg 1/1/2016 eerder € 2.283 mld. dan het CBS-cijfer van € 1.157 mld. Dat krijg je als het aandeel in het pensioenvermogen, de levensverzekeringen en de kapitaalverzekeringen niet meetelt.  Asscher stelde dat het kabinet (Rutte II) op dit moment dan ook “geen indicaties had om te veronderstellen dat de vermogensverdeling onevenwichtig is.” Dat krijg je als je b.v. ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen op fiscale waarde waardeert  i.p.v. de waarde in het economisch verkeer en daarnaast een aantal posten over het hoofd ziet. Met het huidige CBS-cijfermateriaal valt er weinig zinnigs te zeggen over de vermogensverdeling, al is die op die basis al onevenwichtig genoeg. (top 20% heeft 85% naar vermogensdeciel en 51% naar inkomensdeciel).  Het CBS inkomen uit vermogen 2014 bedroeg na CBS-revisie € 21,2 in plaats van de eerder opgevoerde € -4,4 mld. hetgeen het CBS zonder blikken noch blozen vermeldde. Een blind paard kon immers zien dat dit inkomen nergens op sloeg. Eerder moet je echter denken aan een inkomen uit vermogen in 2014 van ca € 165 mld. Over de inkomensverdeling valt met dergelijke cijfers eigenlijk ook niks zinnigs te zeggen.

De geel gemarkeerde posten zijn de highlights.

Inkomen uit vermogen 2011-2014

LINK: Vermogen huishoudens 31-12-2015 (“2016”) ; Inkomen uit vermogen 2011-2014

§2.6 Effect pensioenstelsel op de belastingdruk in % bbp

Als je als OECD de belastingdruk tussen landen vergelijkt, moet je natuurlijk wel rekening houden met de specifieke situatie per land. Nederland kent de omkeerregel pensioenen hetgeen inhoudt dat de pensioenpremie vrijgesteld is van belastingheffing en dat de pensioenuitkering (deels pensioenpremie, deels rendement) wordt belast. De zgn. vrijstelling van vermogensrendementsheffing van het pensioenvermogen is dus zeer betrekkelijk. Het belastingtarief bij de premie is gemiddeld 52% en bij uitkering 35% zodat sprake is van een belastingderving van 17% (cf. Jacobs). Als je de belastingheffing van een jaar vergelijkt met het bbp moet je dus rekening houden met de toekomstige belastingheffing over het in het lopende jaar genoten inkomen. Overigens wordt er geen belastingheffing uitgesteld: de belasting die niet wordt geheven over het inkomen dat voor pensioenen is gereserveerd wordt in het lopende jaar alsnog geïnd om de uitgaven te dekken. Zo leidt het nalaten van indexering van de pensioenuitkeringen ook in het lopende jaar tot extra belastingheffing. Burgers die geen pensioenregeling hebben betalen wel fors mee aan de hogere belastinglast die door de omkeerregel pensioenen wordt veroorzaakt. Aangezien het pensioenvermogen ook in de toekomst blijft stijgen (2060: ca € 4.300 mld.), stijgt ook de belastingclaim en kan van een bijdrage aan de stijgende AOW en zorgkosten geen sprake zijn zoals vaak ten onrechte wordt beweerd. Een gevolg is dat inkomen dat nu wordt verdiend later alsnog wordt belast en dat het effectieve belastingtarief uitgedrukt in % bbp ( inclusief in dat jaar vediend inkomen) dus hoger uitvalt dan uit de statistieken van de overheid blijkt. Het huidige pensioenstelsel leidt dus tot overdracht van pensioenvermogen van oud naar jong, i.p.v. het omgekeerde zoals door door het framen van invloedrijke jongeren klakkeloos door de pers wordt overgenomen.

LINK: Een analyse van de OECD belastingdruk in Nederland ; Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

§2.7 Kwartaalberichten bedrijfspensioenfondsen ABP, PFZW, PMT, PME en BpfBOUW

De vijf grote bedrijfspensioenfondsen nemen 57% van het pensioenvermogen van de pensioenfondsen voor hun rekening. Daarom worden de kwartaalberichten van die pensioenfondsen gevolgd op dit web om de vinger aan de pols te houden. Dit terwijl die kwartaalberichten van matige kwaliteit zijn en de toezichthouders (AFM en DNB) dus hun werk niet goed doen. Rendementen in bedragen worden alleen door het ABP vermeld en de bestuurders van het ABP en PFZW zijn niet in staat om aan hun pensioendeelnemers uit te leggen waarom er niet geïndexeerd kan worden, terwijl het toch volstrekt duidelijk is dat dit aan de politiek en aan de politiek allèèn te wijten is met hun van overheidswege opgelegde Financieel ToetsingsKader en de daarbij horende fiscale voorschriften. Onderstaande grafiek laat immers zien dat er met de behaalde rendementen sinds 2003 niets mis is. Het overrendement t.o.v. de calculatierente voor de pensioenpremie wordt opgepot en van risicovrij beleggen is terecht volstrekt geen sprake. Gegeven de inflatie is verplichte deelname aan het pensioenfonds onder het huidige regime misbruik van overheidsmacht, waarvoor de politiek in hoge mate verantwoordelijk is. Dit klemt te meer daar de politiek al sinds de bankencrisis op zijn handen zit bij dit onderwerp.

Het behaalde cumulatief voorschrijdend meetkundig rendement van de fondsen en de ABP-rekenrente per jaar gedurende 2003-2018K3 blijkt uit de volgende grafiek, waarbij dat rendement gedurende de hele periode voor geen van de fondsen inclusief 2008 (-17,2%) onder de 4% kwam:

LINKS: Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW Q3 2018 ; De politiek heeft heel wat over het pensioen uit te leggen ; Door het FTK geautoriseerde diefstal ; Verschuiving pensioenvermogen door daling rekenrente

_________________________________

Laatst bijgewerkt 5 januari 2019

[1] Het leugenachtige karakter van Teflon Rutte blijkt uit onderstaande video die we op grond van de cijfers in 2008 moeten dateren. Eind 2008 was de officiële staatschuld 350 mld. In werkelijkheid was die schuld slechts € 105 mld. Dat kwam dan alleen nog omdat de Nederlandse staat € 85 mld. in de banken had moeten stoppen aangezien het particulier initiatief zijn zaken weer eens niet op orde had. De Telderstichting, hoe kan het ook anders, schoof de schuld volledig in de schoenen van de toezichthouder en de overheid. Dat geld kwam overigens grotendeel terug zoals we in § 2.3 Overheidsschuld zien. Ook het rendement op het pensioenvermogen viel in 2008 wat tegen ( €-107 mld.) , maar dat grote verlies werd in 2009 al weer grotendeels goed gemaakt, zodat het pensioenvermogen weer op pijl kwam.

De VVD-staatsschuldmeter is dan ook op wonderbaarlijke wijze verdwenen, zoals dat ook om duidelijke reden met de VVD-poster Hypotheekrente staat als een huis het geval is. Bedoeld zal overigens zijn een huis in Groningen. Over het chronische geheugenverlies van de heer Rutte tijdens de dividenbelasting perikelen hebben we het dan maar even niet. Maar dit NRC-commentaar is te mooi om niet even te citeren:

“Zo nu en dan wordt in Den Haag het verhaal verteld over de ambtenaar die van zijn nerveuze minister de vraag kreeg wat deze moest antwoorden over een netelige kwestie. „Als u het eens probeert met de waarheid”, antwoordde de man. Wellicht is dit een idee voor premier Rutte.”

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/26/dividendbelasting-probeer-het-eens-een-keer-met-de-waarheid-premier-rutte-a1600953

zie ook: https://fd.nl/economie-politiek/1241805/rutte-liegen-is-geen-doodzonde

[2] CPB, Arjan Lejour,  “Indicatoren vermogensongelijkheid”, 11 september 2018,

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-11sept2018-Indicatoren-vermogensongelijkheid.pdf

Advertenties