Skip to content

Samenvatting

Met behulp van deze pagina krijgt u via de

♦ rubriek Vers van de pers of geactualiseerd en

♦ beknopte samenvatting

snel toegang tot de belangrijkste bijdragen op deze site. Door op ⊕ te clicken komt u bij de bijdrage. De inleiding licht de kernpunten toe.

Vers van de pers of geactualiseerd

♦ Gedurende de periode 1977–2011 is de ongelijkheid van marktinkomens in Nederland significant en structureel gegroeid, vooral voor looninkomens aan de top. De Palma index is volgens de CBS redelijk klein in vergelijking met andere landen en stabiel sinds 2000. Onduidelijk is welk peer land het CBS toen het dit opschreef voor ogen had. In de ranglijst voor inkomensongelijkheid scoort Nederland 9e in het recent uitgebrachte Oxfam rapport en op de Palma index scoort Nederland 12e volgens de OECD. 

♦ Het staatsvermogen eind 2016 bedraagt € 837 mld., dat is € 628 mld. meer dan het CBS opgeeft (€ 199 mld.). Dat staatsvermogen bleef mede door de relatief geringe toename van de belastingclaim op  het pensioenvermogen in 2016 (€ 50 mld.) praktisch gelijk. De ontwikkeling van de waardering van de gasvoorraad had een negatief effect op de 2016 vermogensontwikkeling van de staat van bijna €60 mld. De contante waarde van de inkomensstromen uit hoofde van opgewekte wind- en zonne-energie staan overigens ook niet op de balans.

♦ De Kapitaalinkomensquote, de reciproke van de arbeidsinkomensquote, steeg in de periode 1990 – 2016 van ≈ 19,6% (oud) naar 24,1% (nieuw). De inkomensontwikkeling van de factor arbeid werd gedrukt door de inkomensontwikkeling van de zelfstandigen die onder het nieuwe regime wel aan de factor arbeid wordt toegerekend. We zijn dus een aantal jaren door het CPB en CBS op het verkeerde been gezet. Dat kwam goed uit in het kader van de van overheidswege bevorderde loonmatiginging. De factor arbeid maakte de afgelopen decennia wel een fors rendement op het pensioenvermogen, net als de overheid overigens. Dat bruto rendement, ca 24% van het arbeidsinkomen, wordt usantieel in die cijfers niet meegenomen en ook onder de motorkap gehouden. 

1. Inleiding

Het motto van deze site is all governments lie, een stelling die bijna universele geldigheid heeft. De Nederlandse regering, in het bijzonder Rutte I en Rutte II, is hierop zeker geen uitzondering. Het CBS, DNB en CPB zijn hier als serviele waterdragers fors medeplichtig aan. Ook de media hebben een flinke partij boter op het hoofd en hebben daarmee hun publieke taak verzaakt. Het gaat mij hierbij in het bijzonder om de stand van de overheidsfinanciën door de miskende effecten van het Nederlandse pensioenstelsel en het redelijk onrechtvaardige belastingstelsel dat voor de grote vermogens leidt tot een glijbaan naar belastingvrijdom.(C.A. Rijkers) Doordat het CBS zijn inkomens- en vermogensgegevens aan die belastingheffing ontleend zijn die gegevens onvolledig en onbetrouwbaar en daarmee ook onjuist. Deze thema’s komen regelmatig, als een rode draad, in de diverse bijdragen op deze site terug. Vragenderwijs kun je met enig spitwerk de leugens van de overheid overigens veelal wel ontrafelen. Er volgen nu een aantal vraagpunten over de twee gememoreerde thema’s:

1.1 Pensioenvermogen en overheidsfinanciën

De volgende vragen komen bij dit onderwerp op:

♦ De kernvraag is natuurlijk: waarom moet de staat eind 2060 € 2.900 mld. overhouden? Zijn politici die dit kennelijk laten gebeuren niet rijp voor opname in een inrichting?  

♦ Hoe groot is het pensioenvermogen per eind 2016?

♦ Sommige zelfbenoemde deskundigen beweren dat de pensioenpotten op termijn leeg zullen zijn, wat is het pensioenvermogen dan naar schatting eind 2060?

♦ Waarom worden die statistieken van het totale pensioenvermogen zo slecht door het CBS bijgehouden?

♦ Hoe groot is die belastingclaim van de staat op het pensioenvermogen eigenlijk?

♦ Hebben we dus eigenlijk wel een overheidsschuld en een overheidstekort of moeten we eerder spreken van een overheidsactief en een overheidsoverschot? 

♦ Belegd de staat zijn overheidsschuld dus eigenlijk niet gewoon in het pensioenvermogen? Waarom heeft de overheid geen moer te vertellen over het beleggingsbeleid van zijn vermogen? Hoeveel rendement maakt de staat op zijn belastingclaim en waarom staat hier niets van in de boeken, terwijl de rentelast op de overheidsschuld wel jaarlijks wordt genomen? 

♦ Door de belastingderving op de pensioenpremies (52% – 35% = 17%) en belastinguitstel (35%) op de pensioenuitkering moet die lagere belastingopbrengst door hogere belastingen in het hiernumaals worden gecorrigeerd hetgeen leidt tot onnodig hoge belastingen. Is deze vraag recent ter goedkeuring aan het volk voorgelegd? ⊕

♦ Hebben we die belasting op de toekomstige pensioenuitkeringen niet nodig om de AOW en de hogere zorgkosten te kunnen betalen? Wordt bij deze stompzinnige redenering dan ook rekening gehouden met de gederfde belasting op de pensioenpremies die dan b.v. in 2040 worden betaald en de pensioenpot ingaan of zijn die nodig om in 2100 de AOW en zorgkosten te kunnen betalen ? 🙂 

♦ Als de belastingclaim op het pensioenvermogen zo hoog is en in de loop van de tijd zo fors is gestegen, hoe komt het dan dat het houdbaarheidssaldo in de periode 2010 – 2021 zo gering is toegenomen?  Heeft het er niet alle schijn van dat het CPB dus niet kan rekenen? 

♦ Waarom mag de directeur van het CPB mevrouw Laura van Geest het volk systematisch voorliegen in haar geschiedenisles? Als ze tijdens haar lezing niet loog, maar gewoon niet wist waarover ze het had, een eigenschap die bij macro-economen nogal eens voorkomt, waarom zit ze daar dan nog? Het volgen van een elementaire basiscursus boekhouden zou haar kennelijke kennisleemte aanvullen.

♦ Hoe komt het dat de media medeplichtig zijn in het systematisch voorliegen van het Nederlandse volk? 

♦ Hoe lossen we het hier gesignaleerde probleem (omkeerregel pensioenen) zo snel mogelijk op? ⊕

♦ Door de onjuiste voorstelling van zaken hebben de Nederlandse politici forse bezuinigingen en ombuigingen doorgevoerd. In welke mate heeft dat beleid de omvang van het Nederlandse bbp volstrekt onnodig gedrukt?

♦  Hoe is het pensioenvermogen bij benadering verdeeld over de inkomensdecielen? 

♦  Waarom kunnen die door DNB goedgekeurde herstelplannen van de pensioenfondsen eigenlijk direct de stortkoker in?

1.2 Vermogen en inkomen uit vermogen

De volgende vragen komen bij dit onderwerp op:

♦ Nederland gaat gebukt onder enorme schulden, maar hoe groot is het vermogen van de staat en zijn burgers eigenlijk als we het CBS niet op hun blauwe ogen geloven?

♦ Hoe is dat vermogen van de burgers samengesteld? 

♦ Het inkomen uit dat vermogen is volgens het CBS voor 2014 negatief € 4,4 mld, maar hoeveel is dat inkomen in werkelijkheid en wat zegt dat over de vermogens- en inkomensverdeling? 

♦ Elke gelijkenis tussen de Quote 500 vermogens en de CBS-vermogensstatistieken berust op zuiver toeval. Wat is daarvoor de verklaring en wat zegt dat over de CBS-cijfers? ⊕

2. Samenvatting

2. 1 OVERHEIDSSCHULD EN OVERHEIDSFINANCIËN

♦ De bijdrage overheidsschuld is geactualiseerd en die bijdrage laat traditioneel zien hoe het Nederlandse volk systematisch wordt voorgelogen over de stand van Rijk’s financiën eind 2016 voor wat betreft overheidsschuld (actief € 148 mld.), het overheidstekort (afname schuld 2016 € 60 mld.), waarvan een winst van de overheid op de belastingclaim op het pensioenvermogen die de rentelast van die schuld verre overtreft (€ 24 mld.) Eind 2021 zal de belastingclaim op het pensioenvermogen zijn opgelopen tot ca € 774 mld., een toename t.o.v. 2006 van € 484 mld. Het Groei-en Stabiliteitspact kan voor Nederland nu echt wel de shredder in en onze politici en de media doen er goed aan het Nederlandse volk, op het gevaar te worden beschuldigd van alternative facts, hiermee niet langer lastig te vallen.

♦ Het staatsvermogen eind 2016 bedraagt € 837 mld., dat is € 628 mld. meer dan het CBS opgeeft (€ 199 mld.). Dat staatsvermogen bleef mede door de relatief geringe toename van de belastingclaim op  het pensioenvermogen in 2016 (€ 50 mld.) praktisch gelijk. De ontwikkeling van de waardering van de gasvoorraad had een negatief effect op de 2016 vermogensontwikkeling van de staat van bijna €60 mld. De contante waarde van de inkomensstromen uit hoofde van opgewekte wind- en zonne-energie staan overigens ook niet op de balans.

♦ Bij de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s speelt het houdbaarheidstekort een zekere rol. Van 2010 tot heden nam het houdbaarheidssaldo toe van -4,5% naar + 0,5% bbp, een toename van 5% bbp. Dat mag opmerkelijk heten omdat overheidsschuld in die periode afnam van -5,5% bbp naar een actief van +20,8% bbp of met 26,3% bbp. Ergens zit er dus een flink lek in de CPB doorrekening.

PENSIOENEN

♦  Het pensioenvermogen van de vijf grote pensioenfondsen nam in het 1e kwartaal 2017 met € 11,8 mld. toe (1,6% of 6,4% op jaarbasis). In vergelijking met het 1e kwartaal 2016 zijn de rendementspercentages lager, hoeveel dat in echt geld is mogen de deelnemers van de fondsen (m.u.z. ABP) niet weten. Toezichthouders AFM en DNB vinden dat kennelijk nog steeds uitstekend en doen dus niet waar voor ze betaald krijgen.

♦ Het pensioenvermogen bedraagt eind 2016 ca € 1.653 mld., een vooruitgang van € 151 mld. (10,1 %) t.o.v.  2015. Van dat pensioenvermogen is ca 35% of € 579 mld. van de staat en ca 65% of € 1.075 van de pensioendeelnemers. Sinds 2006 is het pensioenvermogen in tien jaar tijd met € 828 mld. toegenomen of 7,1% per jaar. Daarvan profiteerde de staat met € 288 mld. De toename van het pensioenvermogen wordt binnen het FTK zo optimaal mogelijk opgepot.

♦ Toen onze parlementariërs de nieuwe AOW-wet aannamen hadden ze wel direct op 2 november de AOW Memorial Day kunnen instellen om al die zielen, waaronder die van buitengewoon veel deplorables, te herdenken die wel al die jaren AOW- en pensioenpremie betaalden, maar daar helaas niet of onvoldoende van zullen genieten.

♦ De AOW-leeftijd eind 2051 voor jaarlaag 1986 bedraagt 71,5 jaar en zal door ca 8,7% (m) en 5,9% (v), van de 65-jarigen niet worden gehaald. Slechts 66% (m) en 76 % (v) van de 65-jarigen zullen meer dan tien jaar van hun AOW-uitkering genieten. Onder het oude AOW-regime genoot 84% (m) en 89% (v) van tien jaar AOW of meer. Die verhoging van de AOW-leeftijd slokt 6,5 jaar van de gezondste pensioenjaren op. De 20% minstverdienenden hadden eind 2015 maar 8,3 gezonde jaren te gaan. Het aantal AOW-uitkeringsjaren voor een 71,5-jarige zal eind 2060 zal rond de 18,5 (m) en 20,5 (v) liggen. Hiervan zijn dan ≈ tien jaren gezond. Eind 2015 bedroegen deze cijfers 18,3 (m) en 21,0 (v), waarvan 11,2 (m) en 11,7 (v) jaren gezond waren.

♦ In de periode 2008-2015 maakten de vijf grote fondsen € 241,6 mld. rendement maar verdween € 308,5 mld. in het afvoerputje dat rentetermijnstructuur heet en dat we ook wel als een zwart gat kunnen aanmerken. Dat afvoerpotje is overigens een onjuiste voorstelling van zaken: door de kunstmatig lagere rekenrente worden de historisch behaalde rendementen doorgeschoven naar de volgende generatie, die toch nog durft te klagen dat de pensionado’s de pensioenpot leegroven. {geen belanghebbende}

♦ De AOW-verplichtingen 2013 (meest recente berekening) bedragen volgens het CBS € 1.356 mld. rekening houdend met de belastingen over die uitkeringen op basis van de Eurostat systematiek is dat ca € 658 mld., toch 698 mld. lager dan het CBS ons weer eens voorschotelt.

INKOMEN EN VERMOGEN

♦ De Kapitaalinkomensquote, de reciproke van de arbeidsinkomensquote, steeg in de periode 1990 – 2016 van ≈ 19,6% (oud) naar 24,1% (nieuw). De inkomensontwikkeling van de factor arbeid werd gedrukt door de inkomensontwikkeling van de zelfstandigen die onder het nieuwe regime wel aan de factor arbeid wordt toegerekend. We zijn dus een aantal jaren door het CPB en CBS op het verkeerde been gezet. Dat kwam goed uit in het kader van de van overheidswege bevordere loonmatiginging. De factor arbeid maakte de afgelopen decennia wel een fors rendement op het pensioenvermogen, net als de overheid overigens. Dat bruto rendement, ca 24% van het arbeidsinkomen, wordt usantieel in die cijfers niet meegenomen en ook onder de motorkap gehouden. 

♦ Het besteedbaar inkomen volgens het CBS steeg in de periode 2001-2014 met 2,6% % per jaar. Gegeven een inflatie van 1,87% en een productiviteitsstijging van 1% per jaar is dat niet om over naar huis te schrijven.

♦ De cijfers bruto-inkomen, primair inkomen, besteedbaar inkomen en niet te vergeten de koopkrachtplaatjes zijn allemaal mede gebaseerd op het inkomen uit vermogen cijfer van het CBS dat eigenlijk nergens op slaat. Het inkomen uit vermogen is zo’n € 106 mld. hoger dan het CBS opgeeft (€ -4,4 mld.) Voor de hogere inkomens en vermogens zijn die cijfers dan ook volstrekt misleidend. Hoog tijd voor een belastinghervorming

♦ Het gezamenlijk vermogen van de burgers (nieuwe opzet) en de staat nam in 2014 toe met € 252 mld. of 8,8% van € 2.861 mld. naar € 3.113 mld. Het totale pensioenvermogen nam in 2014 met € 233 mld. toe en de bruto waarde eigenwoning met € 30 mld. Het vermogen van de huishoudens nam met € 202 mld. toe (9,7%), waarvan € 152 mld. pensioenvermogen.Het CBS vermogen huishoudens nam slechts met 37,3 mld. (3,6%) toe tot € 1.062 mld.

♦ Het vermogen huishoudens volgens de CBS statistieken bedraagt eind 2014 € 1,062 mld. een toename t.o.v. de nieuwe cijfers 2013 van € 37 mld. Ten opzichten van de oude cijfers 2013 was er een afname van het vermogen in 2013 van € 94,3 mld. (-8,4%) , die door het CBS grotendeels werd weggemoffeld. Het werkelijke vermogen ligt eind 2014 op ca  € 2.262 mld. Een grafiek laat zien dat de vermogens zeer scheef verdeeld zijn. Er wordt ook een grove benadering gegeven van de verdeling van het pensioenvermogen per inkomensdeciel voor de werknemers pensioenen.

♦ Door die gebrekkige CBS vermogensstatistieken valt er, al pretendeert het CBS anders, weinig te zeggen over de ontwikkeling van de vermogens van het 10e vermogensdeciel, de vermogens > € 1 mln. en de vermogensontwikkeling in het algemeen gedurende de periode 2006 – 2014.

♦ De quote 500 nemen 97 % van het vermogen van de 0,1% CBS-topvermogens (ca 7.500 huishoudens) voor hun rekening, zodat er voor de rest nauwelijks iets overblijft. Nu weten we dat beide cijfers nergens op slaan. Van Quote kan dat door de aanpak nauwelijks anders, van ons CBS mag je echter meer verwachten.

♦ Het armoede-onderzoek van het SCP rammelt aan alle kanten omdat wordt uitgegaan van een arbitrair basisbudget zonder een relatie te leggen met het wettelijk sociaal minimum.

♦ Gedurende de periode 1977–2011 is de ongelijkheid van marktinkomens in Nederland significant en structureel gegroeid, vooral voor looninkomens aan de top. De Palma index is volgens de CBS redelijk klein in vergelijking met andere landen en stabiel sinds 2000. Onduidelijk is welk peer land het CBS toen het dit opschreef voor ogen had. In de ranglijst voor inkomensongelijkheid scoort Nederland 9e in het recent uitgebrachte Oxfam rapport en op de Palma index scoort Nederland 12e volgens de OECD. 

EIGENHUIS EN HUUR

♦ Het HRA-infuus bedraagt 28,8% (40,5% belasting) respectievelijk 35,4% (52% belasting) van de koopprijs van een huis. Hiervan heeft een substantieel deel van respectievelijk 67% en 73% betrekking op de vaak vergeten subsidie vrijstelling VRH als we even van het EWF afzien. De zgn. “aanpak” van de hypotheekrenteaftrek door verlaging van het tarief van de aftrek heeft, mede door de Wet Hillen, nog nauwelijks effect. Gaan we uit van een reëler VRH-percentage dan is het voordeel zo’n 25% van de koopprijs. In deze bijdrage is ook het jaarlijkse calculatieschema hypotheekrenteaftrek (HRA) opgenomen.

♦ Dankzij het CPB kan een ieder nu uitrekenen wat hij aan zijn eigen huis verdient door zijn nettolasten als eigenaar te vergelijken met de marktconforme jaarhuur, die volgens een uiterst fragwürdige CPB-model ≈ € 6.126 +1,9% van de WOZ-waarde bedraagt. [, noot 2 voor kanttekeningen]

BELASTINGEN

♦ Het Algemene Rekenkamer rapport laat zien dat we een Nederland i.t.t. bijvoorbeeld de UK geen flauw benul hebben van de omvang van onze totale schaduweconomie, die volgens internationale gegevens, twijfelachtig op 9% (2015) wordt geschat. Wel kennen we de BTW gap, die voor 2014 10,4% van de te verantwoorden BTW-opbrengst bedraagt of € 5 mld. (UK: 10,14%) Het helpt daarbij natuurlijk niet dat de belastingdienst jaarlijks slechts ca 10% van de noodzakelijke boekenonderzoeken in het fraudegevoelige MKB-segment uitvoert. Met € 252 per controle-uur opbrengst, kun je best wat extra controle-ambtenaren aannemen (voorkeur) of zelfs inhuren.

♦ Gedurende de periode 1995 – 2015 stegen het bbp en de belastingen en sociale premies voor de overheid beide met 3,7% per jaar. Om te zien wat er werkelijk gebeurde moet je echter naar het onderliggende cijfermateriaal kijken.

♦ De fiscale belasting op vermogens is in Nederland uiterst particularistisch geregeld. We weten inmiddels dat Wiebes niet kan (re-)organiseren maar ook zijn nieuwe tarieven voor de vermogensrendementsheffing laten zien dat hij uitstekend jezuïtisch naar zich toe kan rekenen terwijl het toch redelijk eenvoudig is om de meeste vermogenscomponenten op basis van de werkelijke inkomsten te belasten, zoals ook in het buitenland gebruikelijk is.

♦ Het aantal zelfstandigen rijst de pan uit. Wiebes kan Asscher natuurlijk zo uit de brand helpen door werknemers dezelfde fiscale faciliteiten te geven als die zelfstandigen op grond van artikel 1 van de grondwet.

♦ Het CPB sluit in haar conclusie van een studie naar het optimale belastingtarief niet uit “dat het huidige toptarief ongeveer opbrengstmaximaliserend is”, terwijl het in dezelfde studie schreef dat “het opbrengstmaximaliserende toptarief in Nederland ongeveer 49% is“. Omdat sprake was van een uiterst fragwürdige panelstudie, sluit ik bij het CPB eigenlijk niets meer uit.

♦ De internationale aanpak van de belastingontwijking is illusoir gezien het belang van wereldspelers en de politieke partijen die in de Angelsaksische landen in het zadel zitten.

♦ Zoals we in de rapporten van de onbezoldigde interne controledienst van de belastingdienst Abvakabo hebben kunnen lezen is de belastingdienst een bordeel met een zeer incompetente leiding. Weekers en Wiebes waren dus gewaarschuwd.

BBP

♦ De historische bbp-cijfers met groei en inflatie zijn in deze bijdrage opgenomen. De vergelijking met het buitenland laat zien dat Nederland onder Rutte I en II slecht presteert en veel bbp is kwijtgeraakt.

♦ Al u vindt dat ons bbp momenteel weinig groeit, moet u eens naar het verloop van het bbp 1814-2021 kijken.

EU

♦ Door de Brexit ontvangen de overige 27 EU-landen op basis van de 2017 cijfers netto ca € 10.520 mln. minder inkomsten. Het Nederlandse aandeel daarin zal op basis van constante arrangementen ca € 635 mln. bedragen.

♦ Er staat een premie op het voeren van een slechte overheidsboekhouding als je je EU-bijdrage wil minimaliseren. Hoe zwarter hoe beter.

OVERIG

♦ Doorrekening verkiezingsprogramma’s 2017.

♦ In de periode 2008- 2016K3 nam het aantal werknemers en zelfstandigen in totaal met slechts 19.000 toe. Het aantal werkzamen bij de overheid nam in de periode 2013-2016K3 met 105.000 af, waarvan 86.000 mensen in de zorg.

♦ Politieke partijen die schamperen over het aantal werknemers dat zich in een vakbond organiseert, moeten eerst eens naar hun eigen ledenaantal kijken. Met de ijzeren wet van de oligarchie heeft zo’n lidmaatschap overigens ook nauwelijks zin. Deze bijdrage laat zien dat het relatieve ledenaantal van de vakbonden in 2016 nauwelijks afnam.

♦ De Nederlandse begroting voor defensie voor 2017 bedraagt ruim € 8,5 mld. en moet van de NATO en de meeste politieke partijen, onze schoothondjes van de VS, in 2024 naar 2% van het bbp dat dan ca  € 914,7 mld. zal bedragen. De defensie-uitgaven 2024 bedragen dan €18,3 mld. dat is 223% van de defensie-uitgaven 2016. De vereiste stijging van de defensie-uitgaven in zeven jaar is dus € 9,8 mld., een stijging van 11,6 % per jaar!

♦ Aan ontwikkelingshulp geeft Nederland 55% van zijn defensieuitgaven uit. Voor de USA is dat maar 5%. Als we de defensieuitgaven vergelijking met het buitenland mogen we deze cijfers wel eens meenemen. [ §1.3]