Spring naar inhoud

Intro en actueel

Geactualiseerd 5 september 2019

1 Introductie

Op deze site behandelen we een aantal economische onderwerpen die speciaal mijn aandacht hebben. Dat geldt in het bijzonder de pensioen aan-gelegenheden, de overheidsschuld, de inkomens- en vermogensverdeling en ons belastingstelsel, althans wat daar voor doorgaat. Daarbij wordt cijfermateriaal gebruikt dat hopelijk laat zien wat er feitelijk gebeurt en die cijfers met mijn analyse wijken nogal af van de cijfers die het CBS en CPB de burgers plegen voor te schotelen.

Voor uitgebreidere informatie dient u de bijdragen zelf te raadplegen. Deze worden onderscheiden in 0. Permanent : bijdragen die periodiek worden bijgewerkt en 1. Actueel : bijdragen waarvoor dat niet geldt. Permanente bijdragen worden regelmatig geactualiseerd, maar zullen niet altijd  à jour zijn. De gegevens op deze pagina geven de meest actuele data weer zoals die mij op de datum bovenaan de pagina bekend zijn.

We geven onderstaand enkele kernpunten uit de bijdragen weer. De links verwijzen naar de bijdragen zelf. In de appendix is een overzicht van een aantal relevante bijdragen opgenomen per thema.

2. Het pensioenvermogen en de overheidsschuld

In de afgelopen decennia is in Nederland een enorme pensioenpot opgebouwd (eind juni 2019 ca € 1.743 mld.), waarvan de omvang door onvolledige statistieken slechts bekend is voor de pensioenfondsen en de verzekeringsmaatschappijen dankzij de toezichthouder DNB. [1b] In de bijdrage Historische data pensioenen is de historische opbouw van dit vermogen nader uiteengezet. Inmiddels bedraagt dat vermogen ca 216 % van het bbp_2019, zelfs als je de zgn. derde pensioenpijler niet meerekent. Door het niet meenemen van deze pijler is het pensioenvermogen uiterst conservatief bepaald.

De staat heeft een niet in zijn boeken verantwoorde belastingclaim in de orde van grootte van 35% van dat pensioenvermogen (30-6-2019: € 610 mld.), dat bij uitkering belast wordt in box 1 (eerder gestorte pensioenpremies en maar een fractie van de rendementen door indexatie-achterstanden).

Grafisch valt het verloop van het pensioenvermogen, de overheidsschuld en de belastingclaim op het pensioenvermogen in percentage van het bbp voor de jaren 2006-2020 als volgt weer te geven:

Door de buitensporige stijging van het pensioenvermogen (2006-2018: 6,1% p.j.) wordt erg veel belastingheffing langdurig uitgesteld. Hiermee vult de staat zijn wangzakken zonder dat dit in de huidige belastingdruk tot uitdrukking komt. Wel moeten de huidige belastingbetalers die uitgestelde belasting volstrekt onnodig gedeeltelijk ophoesten om de begroting sluitend te krijgen.

In de periode 2008-2014 kwam de netto overheidsschuld niet boven de 16,9 % bbp uit (2008: € 110 mld.), en zoals aangegeven in de grafiek werd dat met name veroorzaakt door de bankencrisis 2008. Dat geld kwam al vrij snel met rendement grotendeels terug. Voor de overheidsfinanciën was de 2008 crisis derhalve much ado about nothing culminerend in CPB’s bangmakerij met referentie naar de This time is different publicatie (zie CEP 2009).

Het zal duidelijk zijn dat we het afgelopen decennium door de politiek, het CPB,  het CBS en niet te vergeten de media flink zijn voorgelogen. Nederland werd als maar rijker terwijl de buikriem fors moest worden aangehaald omdat onze politici niet konden boekhouden. Dat kostte ons ook flink wat bbp en daarmee belastinginkomen. Aan die bezuigingen hebben we ook nog een verdere ontwrichting van de woningmarkt door wanbeleid te danken.

Dit klemt te meer daar de overheid, die zijn overheidsschuld meer dan geheel in het pensioenvermogen heeft belegd en op de belastingclaim op dat pensioenvermogen een fors rendement behaalde, waarvan het cumulatieve effect sinds 2006 – 2017 als volgt kan worden weergegeven:

Naast de claim op het pensioenvermogen zelf, heeft de overheid van het rendement op die claim, cumulatief 2006-2017 ca € 281 mld., niets in de boeken verantwoord. Wel heeft de staat zijn betaalde interest op de overheidsschuld (cumulatief € 129 mld.) bij de burgers als belasting in rekening gebracht. ( # matching principle)

Niet geheel duidelijk is waarom Nederland de afgelopen jaren is lastig gevallen met het Stabiliteits- en GroeiPact gezien bovenstaande cijfers. Dat klemt te meer daar ook de Nederlandse ambtenarenpensioenen geheel bij het ABP en PFZW zijn afgefinancierd, een fenomeen dat bij de meeste Eurolanden geheel onbekend is. Een mogelijke verklaring is dat dit de Nederlandse politiek wel goed uitkwam om bezuinigingen en ombuigingen (een pleonasma) af te dwingen, geheel volgens het motto van deze site. Aangezien Nederland overigens slechts in 43 van de 204 jaar sinds 1814 aan de 60% SGP-norm voldeed mogen we wel van een door de EU invented tradition [4] spreken.

De staat loopt natuurlijk een aanzienlijk beleggingsrisico over de belastingclaim op het pensioenvermogen. In de jaarlijkse miljoenennota lees je alleen maar iets over het renterisico op de staatsschuld. Als binnenkort gekort moet worden op de pensioenrechten zal de staat ook moeten inleveren en moet hij een deel van zijn niet geboekte claim afboeken.

Samenvattend geven we enkele kengetallen:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Onderaan de tabel is het pensioenvermogen van de 5 grote bedrijfspensioenfondsen opgenomen. Gezien het belang (ca 57% van het pensioenvermogen van alle fondsen) worden deze fondsen per kwartaal op deze website gevolgd in de bijdrage dashboard.

Het zal duidelijk zijn dat het Nederlandse pensioenstelsel een flinke aanslag pleegt op het besteedbaar inkomen van zijn burgers en daarnaast de overheidsfinanciën, althans op papier, finaal uit het lood slaat. Dit pleit er in elk geval voor om de omkeerregel pensioenen zo snel mogelijk op te doeken.

Het pensioenvermogen blijft ook in de toekomst aanzienlijk toenemen (2060: ca €4.600 mld. !). Dat we de belastingclaim op dat vermogen nodig hebben om de hogere zorgkosten en AOW uit de belastingopbrengsten te betalen kunnen we dus wel naar het rijk der fabelen verwijzen: vooralsnog loopt de belastingclaim alleen maar op.

3. Het vermogen en het inkomen uit vermogen van de huishoudens.

De meest recente statistiek inzake het vermogen van de huishoudens dateert van 19 februari 2019 en betreft het vermogen per 1/1/2017.  Dat vermogens volgens de CBS statistieken is uiterst onvolledig. Dat geldt ook voor het inkomen uit vermogen dat nogal fiscaal gedreven is en, gegeven ons belastingstelsel ook onvolledig wordt weergegeven. Enige conclusie over de verdeling van het vermogen en daarmee ook de inkomensverdeling als gevolg van dat vermogen  is dan ook gebaseerd op drijfzand.  De huidige CBS statistieken zijn daarvoor volstrekt ontoereikend.

Met het CPB zijn wij van mening dat het pensioenvermogen tot het vermogen van de huishoudens moet worden gerekend.[3] De daad bij het woord voegen is natuurlijk een andere zaak. Ook het rendement op het pensioenvermogen is onderdeel van het inkomen van de huishoudens en daarvan zie je in de statistieken ook nauwelijks iets terug. Uiteraard moet dan wel 35% van dat vermogen en rendement aan de staat worden toegerekend, iets wat het CBS en CPB [3] zoals we eerder zagen nogal eens “vergeten”. Voor de bepaling van het besteedbaar inkomen, dient dan ook met de belasting rekening worden gehouden. Dit verhoogt de belastingdruk die in de Nederlandse statistieken in de OESO internationale vergelijking dan ook te laag wordt voorgesteld.

Aangezien 73% van de pensioenpremies 2001-2014 werd afgetrokken door de top 30% inkomens zal het pensioenvermogen ook redelijk scheef verdeeld zijn. Hoe scheef valt nauwelijks vast te stellen, omdat van het pensioenvermogen nog de progressieve belastingclaim in box 1 dient te worden afgetrokken.

Zoals het CBS ook aangeeft zijn een aantal vermogenscomponenten niet in het vermogen opgenomen omdat die het CBS niet bekend zijn. Het CBS krijgt te weinig middelen van de overheid om die statistieken te verbeteren. Daarnaast wordt b.v. voor ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen gewaardeerd op fiscale grondslag en die grondslag is finaal losgezongen van de waarde in het economisch verkeer (zie de bijdrage Vermogen Quote 500 vs CBS huishoudvermogen). Aangezien de top 10% vermogens 91,9% van dat vermogen bezitten, heeft dit consequenties voor de vermogensverdeling aan de top.

Ook hier geven we samenvattend wat kengetallen die noodgedwongen aanzienlijk gedateerd zijn:

(Click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Het inkomen uit vermogen is zelfs na de forse correctie van het CBS zelf nog steeds aanzienlijk te laag. De effecten zijn met heel veel slagen om de arm – zie de bijdrage inkomen uit vermogen 2011-2014 – als volgt:

Hoe je initieel met droge ogen kon opschrijven dat het inkomen uit vermogen stelselmatig negatief was, zal altijd wel een raadsel blijven, maar de huizenbezitters moest natuurlijk de hand boven het hoofd worden gehouden. Het is duidelijk dat de CBS inkomen uit vermogen cijfers volstrekt bezijden de waarheid zijn. Bovenstaande rendementscijfers zijn uiteraard berekend over het herziene inkomen uit vermogen en zijn voor een aantal vermogenscomponenten nog steeds te laag. Het hoge pensioenvermogen rendement in 2014 werd met name door het rendement op vastrentende waarden veroorzaakt en is derhalve geflatteerd (amortisatie agio). (zie ook)

De arbeidsinkomensquote wordt in het licht van het rendement op het pensioenvermogen ook een nogal misleidende grootheid.

Latere informatie is niet beschikbaar omdat de CBS-gegevens aan de belastinggegevens worden ontleend en, zoals bekend, functioneert die dienst niet al te best. 

4. Belastingen

Een fors aantal bijdragen is aan de belastingen geweid. Ook hier geldt dat de informatie om de eerder genoemde reden tamelijk gedateerd is. In de appendix is een lijst met onderwerpen en thema’s opgenomen.

5. Overige onderwerpen

Incidenteel passeert ook een andere onderwerpen de revue als de actualiteit daar aanleiding toegeeft en het onderwerp mijn belangstelling heeft. Dat is b.v. het geval voor het JSF-schandaal en de volstrekt belachelijke NAVO 2%-norm.

______________________________________________

Laatst bijgewerkt 5 septemeber 2019

[1] Bronnen

In de bijdragen wordt vaak gebruik gemaakt van de volgende gegevens

[1a] CPB

[1a1] Lange termijn gegevens gebruikt voor 1814 – 1970

https://www.cpb.nl/cijfer/lange-tijdreeksen-overheidsfinancien

[1a2] Lange termijn gegevens 1970 – 2018

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/verzamelde_bijlagen_CEP_2019.xlsx

[1a3] Meeste recente raming: augustus 2019

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/Kerngegevenstabel%202017-2020%2C%20plus%20koopkracht_0.pdf

[1b] DNB

[1b1] Pensioendata

https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/?theme=pensioenfondsen

[1b2] Balansen pensioenfondsen

https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-pensioenfondsen-jaar-breukvrij/dataset/7f1c8359-f083-43e0-ac59-762e84c40bdf/resource/5d1bf2b2-48d5-4c4e-924b-836a6f25bd70

[1b3] Balansen verzekeringsmaatschappijen

https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-verzekeringsinstellingen-jaar/dataset/0d7365b8-1f9d-45d4-9836-5949d3df784a/resource/997b00c2-2155-4ffd-9dce-96ae3cf0251b

[1b4] Kwartaal pensioenfondsen

https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-pensioenfondsen-kwartaal-breukvrij/dataset/0c3e2b24-63e3-4b61-8d78-87fc0b3b2e2d/resource/886821b7-4c50-42bc-8b43-260af7ddbbe7

[1b5] Kwartaal verzekeringsmaatschappijen

https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-verzekeringsinstellingen-kwartaal-breukvrij/dataset/766753b6-21c4-41fe-a6d9-0f591f99ecaf/resource/edfeaede-cb25-4170-9266-9eb609e13305

[1b6] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/baten-en-lastenrekening-pensioenfondsen/dataset/dd3f0062-f6b5-4ba7-9838-c3f81f7698c2

[1b7]Financiële positie van pensioenfondsen (Maand)

https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/financi-le-positie-van-pensioenfondsen-maand/dataset/9e3b30ca-a670-4e4e-ae03-af3ac5fb879a

[1c] CBS Statline ( voor zover te vinden in dat doolhof)

Het CBS heeft een bloedhekel aan doorlopende cijferreeksen. Voor dat doel zijn de cijferreeksen in [1a] dan ook beter bruikbaar.

[1c1] Overheidsschuld

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84118NED/table?ts=1565898215385

[1c2] Opbouw binnenlands product (bbp); nationale rekeningen

[2a] CBS Vermogen huishoudens
Het CPB komt hierbij op een pensioenvermogen van € 1.157 mld per eind 2016 en dat cijfer via een omweg ontleend aan CBS statline (zie bijdrage) is uiteraard ten onrechte bruto.
[4] Eric John Ernest Hobsbawm, Terence Ranger , The Invention of
Tradition, Cambridge University Pres, 1983.

Appendix  Opsomming van de meer relevante bijdragen:

§2 Het pensioenvermogen en de overheidsschuld

§2. 1 Algemeen
bbp 1814 – heden
Overheidsschuld
§2.2 Pensioenen
Historische data pensioenen
Pensioenvermogen
Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW K2 2019
Pensioenfondsen
Opdoeken die omkeerregel pensioenen!
Overheidsbalans

§3 Het vermogen en het inkomen uit vermogen van de huishoudens

Vermogen huishoudens 31-12-2016 (“2017”)
Inkomen uit vermogen 2011-2014
Vermogensverdeling
De makke van de CBS-vermogensstatistiek

§4 Belastingen

§4.1 Belastingdienst
De belastingdienst (revisited)
De belastingdienst is een bordeel
Het datamijnenveld bij de belastingdienst 
§4.1 Belastingen 2014 (meest recente jaar 24 augustus 2018)
Belasting traject bruto-netto 2014
Belasting inkomen uit onderneming 2014
Belasting box 2 2014
Belasting box 3 2014
§4.3 Overige belasting bijdragen
Zogenaamd “ongebruikelijke” transacties
Belastingschijven 2019 
De Tax Gap en de Algemene Rekenkamer
Calculatieschema hypotheekrenteaftrek 2019
De WOZ-waarde en onze betrouwbare overheid
Erfbelasting
Nagelaten vermogen 2015
Sinterklaas bestaat getuige ASML
Advertenties