Skip to content

Door FTK geautoriseerde diefstal

________________________________________________________________________________________

Pensioenexperts Mensonides en Frijns hielden de eigenschappen van de rekenrente van het huidige Financieel Toetsingskader (FTK) nog eens goed tegen het licht. “De huidige FTK-regels hebben geleid tot een ongekend oppotten van pensioengelden. Een beter te verdedigen rekenrente zou de gemiddelde dekkingsgraad kunnen verhogen met 10 tot 20 procentpunten”. [1a] Eerder sprak Han de Jong al zijn verbazing uit over “het achterwege laten van een hervorming van de rekenrentesystematiek terwijl Nederland in internationaal verband zich als braafste jongen van de klas met de laagste rekenrente arm rekent.” [1b] Wat er overigens braaf is aan het bestelen/ (verduisteren van geld) van pensioendeelnemers met ingegane pensioenen valt dan nog wel uit te leggen.

In deze bijdrage laten we zien hoeveel geld de pensioendeelnemers bij benadering aan uitkering in de periode 2008-2017 volstrekt onnodig misliepen.  Ook laten we zien hoeveel geld de overheid extra oppotte in die periode ten last van de belastingbetalers dankzij het FTK-“stelsel”.

________________________________________________________________________________________

§1 Wat wordt er gestolen van de pensioendeelnemer?

De pensioenrechten van de deelnemer wordt momenteel nauwelijks geïndexeerd voor inflatie of loonstijging. Inmiddels is het ambitieniveau van de meeste fondsen teruggeschroefd naar het volgen van de inflatie. Gezien de hoogte van die inflatie en de rendementen op het pensioenvermogen moet een dergelijke indexering een niet al te moeilijke opgave zijn, Recent is er dan ook (weer eens) op gewezen dat het hoog tijd wordt de rekenrente te herzien. [1a; 1b] Maar de politiek zit liever op zijn handen.

Voor de jonge pensioendeelnemer geldt dat het geld dat in de pensioenpot blijft zitten in de toekomst tot uitkering kan komen en over dat geld wordt wel rendement gemaakt. Dat geldt niet voor de oudere pensioendeelnemer die dat geld niet in zijn graf kan meenemen.

Op basis van een pensioen van € 10.000 in 2007 kan de volgende globale opstelling worden gemaakt van de inmiddels gederfde indexatie:

(a) Het voorbeeld in de linker kolommen is gebaseerd op de ABP-cijfers waarbij tot en met 2015 geïndexeerd werd op basis loonstijging en daarna op basis van prijsinflatie. De rechter kolommen gaan uit van indexering voor prijsinflatie CBS. Voor de jaren 2018-2022 is 1,7% prijsinflatie aangehouden. Aangenomen is dat tot en met 2022 niet tot indexering kan worden overgegaan.

(b) De cumulatieve indexatieachterstand is dus fors. Uit een eerdere berekening weten we wie dit opgepotte geld t.z.t. zullen incasseren.

(c) Op termijn veroorzaken die FTK-regeltjes dus ruim een kwart te laag pensioen.

§2 Wat wordt er gestolen van de huidige belastingbetalers?

Door het achterweg blijven de indexering van de pensioenuitkeringen loopt de staat in het lopende jaar inkomsten- en indirecte belastingen mis over die uitkeringen. Op termijn maakt het voor de staat, afgezien van het renteverlies, niets uit omdat voor de staat geldt dat wat in het vat zit niet verzuurt. Voor een begrotingsevenwicht dient echter de uitgestelde belasting wel op andere wijze te worden geïnd en dat gaat dan weer ten laste van de huidige belastingbetalers.

(a) De pensioenuitkeringen 2017-2022 is een stelpost. Als de indexering wel had plaats gevonden zouden de pensioenuitkeringen overeenkomstig hoger zijn uitgevallen. De staat had dan meer directe en indirecte belastingen geïnd.[3] Door het nalaten van indexering worden die belastingen nu opgepot in de pensioenpot, de belastingclaim blijft immers in tact.

(b) Voor 2017 wordt zo ca € 1.637 mln. directe en ca €  243 mln. indirecte belastingen minder geïncasseerd en die belasting zal dus op andere wijze moeten worden geheven.  Die belastingderving neemt toe door de cumulatieve indexatie-achterstand en eind 2017 gaat het dus cumulatief om ca € 10.794 mln. belasting. Dat loopt op tot ruim € 23 mld. in 2022.

Geen wonder dat het besteedbaar inkomen dan ook onder druk staat. Al dat pensioengeld wordt daarnaast aan de Nederlandse economie onttrokken: het pensioenvermogen wordt immers grotendeels (86%) in het buitenland belegd.[4]

_______________________

Laatst bijgewerkt 20 februari 2018

(Disclosure: Geen belanghebbende, m.u.z. belastingbetaler natuurlijk)

[1a] Jelle Mensonides, Jean Frijns, “Collectief pensioenstelsel verdient een beter toezichtskader”, Me Judice, 19 februari 2018.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/collectief-pensioenstelsel-verdient-een-beter-toezichtskader

[1b] Han de Jong, “De hervorming van een goed pensioenstelsel”, Me Judice, 30 januari 2018.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-hervorming-van-een-goed-pensioenstelsel

[2] https://www.abp.nl/over-abp/financiele-situatie/indexatie.aspx

[3] Voor de directe belastingen gaan we uit van 35% over de uitkeringen. De indirecte belastingen zijn ca 8% van het besteedbaar inkomen dus ca 8% van 65% van de uitkeringen. Uiteraard een grove benadering om de gedachten te bepalen. Onze overheidsinstellingen maken alleen rekensommetjes voor de gevestigde orde en zoeken dit nooit goed uit.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/btwverhoging-treft-hoge-en-lage-inkomens-even-sterk

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/26/lage-inkomens-betalen-relatief-veel-indirecte-belasting

[4] https://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/dnbulletin-2013/dnb295699.jsp

Advertenties

Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW Q4 2017

______________________________________________________________________________

Deze bijdrage geeft weer een korte samenvatiing van de kwartaalberichten 4e kwartaal 2017, die voor PFZW, PMT, PME en bpfBouw door de gebrekkige informatievoorziening overigens nauwelijks de naam kwartaalbericht verdienen.

In het vierde kwartaal 2017 nam het pensioenvermogen van de grote vijf met € 25,7 mld. toe t.o.v. het 3e kwartaal 2017.  Die toename was € 47,8 mld. (6,5 %) voor heel 2017 t.o.v. 2016.

Nederland is met z’n pensioenselsel niet alleen het braafste jongetje van de klas zoals de Jong stelt [2] maar ook het stompzinnigste jongetje van de klas zoals  we aan de hand van de historische ABP-cijfers weer eens laten zien.

______________________________________________________________________________

§1 Dashboard

Het dashboard voor het 4e kwartaal 2017 luidt als volgt:

Tabel 1 Dashboard pensioenvermogen ABP, PFZW, PMT, PME en bpfBOUW 2017K4

(1) De gecombineerde actuele dekkingsgraad voor de vijf grote fondsen bedraagt 104,0%, dat is 6,8% hoger dan eind 2016.

(2) In het vierde kwartaal 2017 nam het pensioenvermogen met € 25,7 mld. toe t.o.v. het 3e kwartaal 2017.  Die toename voor het hele jaar was € 47,8 mld. (6,5 %) t.o.v. eind 2016.

§2 Relatieve belang van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen

Het relatieve belang van de vijf grote fondsen valt als volgt in te zien:

Tabel 2 Relatieve belang bedrijfspensioenfondsen

(1) Het relatieve belang in het totale pensioenvermogen van alle pensioenfondsen is dus ca 57%. Het aandeel in de beleggingsresultaen schommelt aanzienlijk.

(2) Een projectie met een korreltje zout van het totaale pensioenvermogen van alle pensioenfondsen voor het 4e kwartaal 2017 wordt dus ca € 1. 360 mld. (780/57,4%), een geschatte toename van € 75 mld. t.o.v. eind 2016.

§3 Rendement

Het behaalde rendement van de vijf grote fondsen valt als volgt samen te vattten:

(1) Het rendement op de beleggingen laat dus een dalend maar vooral grillig verloop zien. Gezien het aanzienlijke belang van de vastrentende waarden in de beleggingsportefeuilles hoeft dat niet te verbazen.

(2) Aangezien het ABP het enige fonds is dat behoorlijke kwartaal rendementscijfers geeft laten we ook nog even het rendement van het ABP voor de jaren 2014 – 2017 per beleggingscategorie zien:

(1) De relevantie van de FTK risicovrije rekenrente valt direct uit de tabel af te lezen: het cumulatieve rendement op de vastrentende waarde is 22% van het totale rendement terwijl die vastrentende waarde ca 35% van de beleggingen uitmaken.

(2) Het belang van aandelen en onroerend goed in de beleggingen is ca 45% en het cumulatieve aandeel in het rendement 66%. De de pensionado’s moeten dankzij het stompzinnige FTK, waar onze politci de volle verantwoordelijkheid voor dragen, maar op een houtje bijten. (geen belanghebbende) – zie ook [2]

Die stompzinnigheid mag uit de volgende grafiek blijken voor de ABP-deelnemers:

(1) De grafiek geeft het 10-jaars rendement voor de jaren 1993-2002 t/m 2008-2017. Het rampjaar 2008 maakt dus onderdeel uit van de cijfers. In slechts twee jaar duikt het 10-jaarsrendement onder de 4% (2008 & 2009).

(2) Mocht u tegenwerpen dat het ABP niet representatief is voor de behaalde rendementen dan moet u deze grafiek die de 5-jaars gemiddelde rendementen van de fondsen voor de jaren 2007-2017 weergeeft maar eens in ogenschouw nemen:

Elke pensioendeelnemer kan voor zijn eigen fonds een dergelijke grafiek opstellen. Ik zou zeggen maak hiervan een blowup en ga ermee op het Frederiksplein en het Binnenhof staan. [3]

De noodzaak daarvan wordt direct duidelijk door het volgende citaat uit het PFZW kwartaalbericht:

” Eind 2017 ligt de beleidsdekkingsgraad van PFZW voor het derde opvolgende jaaronder de grens van het dekkingstekort van 104,2%. Als de  beleids-dekkingsgraad tot en met eind 2020 onder deze grens blijft, moeten de pensioenen worden verlaagd.”

Nog een citaat uit dat kwartaalbericht:

“Jaarlijks gemiddelde rendement vanaf 1971: 8,2%. Tienjaars gemiddelde rendement: 6,2% (C.M: N.B inclusief 2008)

_____________________

Laatst bijgewerkt 18 februari 2018

[1] Het vinden van de kwartaalberichten van PMT, PME en bpfBOUW is elk kwartaal weer een zoektocht. Bronnen zijn het eenvoudigst te vinden via de SER publicatie Themabrief pensioenen en AOW, die verder ook nuttige informatie bevat:

http://yourzine.tripolis.com/public/lastmailingsnapshot?mt=newsletter&gId=ceQ+JVRSnQ0qAmdP7jvR4A&scId=oolHzkjXv4Su6MTRAoQG0w

[2] Han de Jong, “De hervorming van een goed pensioenstelsel”,

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-hervorming-van-een-goed-pensioenstelsel

[3] Beware fellow plutocrats, the pitchforks are coming

 

 

Vermogen huishoudens 31-12-2015 (“2016”)

__________________________________________________________________________________

Traditiegetrouw vatten we hier de ontwikkeling van het huishoudvermogen per 31-12-2015 (“2016”) weer samen n.a.v. de CBS publicatie met de prikkelende maar toch wel wat verhullende kop: “Vermogen huishoudens bijna 10 procent hoger in 2016” [1a]

Die ontwikkeling van het huishoudvermogen kan zonder de gebruikelijke tekstbrei als volgt worden weergegeven:

(1) Zoals uit de bijdrage pensioenvermogen blijkt fluctueert de mutatie in het pensioenvermogen van jaar tot jaar aanzienlijk. In 2015 nam het totale pensioenvermogen maar met € 29 mld. toe. (2014: € 233 mld.)

De Nederlandse burger staat er dus al vele jaren uitstekend voor, al zou je dat op grond van de uitlatingen in het verleden van onze kennelijk met een bipolaire stoornis behepte politici (himmelhoch jauchzend zum Tode betrübt) niet zeggen.  Voor de volledigheid nemen we ook nog even het aandeel van de burger in het overheidsvermogen mee.

Het CBS vermogen 2016 is per 1.1.2016 en dus feitelijk per 31-12-2015. In §3 geven we een aantal tabellen  met de ontwikkeling van de vermogensverdeling die het CBS in zijn tekst even achterwege liet. Maar zoals Asscher al namens het kabinet Rutte II zei: “Het kabinet ziet op dit moment dan ook geen indicaties om te veronderstellen dat de vermogensverdeling onevenwichtig is”.

De top 20% vermogens nemen respectievelijk 86% van de stijging vermogen 2015 exclusief eigen woning en 97% van die stijging voor de periode 2005-2015 voor hun rekening. Helaas werd die vermelding in het videootje van Peter Hein van Mulligen even achterwege gelaten. [1a]

In §4 gaan we nader in op de gebrekkige belastingheffing op dit vermogen.

__________________________________________________________________________________

§1 Het totale plaatje per 31-12-2015

(1) Het pensioenvermogen is ontleend aan de bijdrage Pensioenvermogen en gesplitst in het aandeel van de staat (35%) en het aandeel van de pensioendeelnemers. De overheidsschuld is de EMU-overheidsschuld en is dus gecorrigeerd naar nominale waarde i.p.v. marktwaarde. [1c] Voor het staatsvermogen zie de bijdrage Overheidsbalans.

(2) Het overig vermogen is inclusief overige schulden (€ 97,9 mld en de inmiddels mede dankzij die progressieve politici oplopende studieschulden (€ 13,9 mld.)

(3) Hoewel  onze economen, de toezichthouder DNB en natuurlijk onze nepmedia blijven zeuren over de torenhoge schulden van de Nederlandse burgers is de samengevoegde schulden/activa ratio toch slechts 28%. Er zijn weinig landen die zich hiermee kunnen meten.

§2 Het huishoudvermogen 2006- 2015.

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(1) Het ondernemingsvermogen bestaat uit het aanmerkelijk belang vermogen en het ondernemingsvermogen. De waardering van dit vermogen is fiscaal gedreven [1a2] en elke gelijkenis met de reële waarde in het economisch verkeer berust op zuiver toeval. (zie)

(2) Voor de hoogte van de kapitaalverzekeringen zie [2]: start in 2012 met € 80 mld. oplopend tot € 135 mld. in 2018.

De samenstelling van het vermogen voor de periode 2005 – 2015 kan als volgt worden weergegeven:

(1) In de grafiek zijn de aandeelpercentages voor 2005 en 2015 vermeld. Daarnaast is de toename per jaar weergegeven. De top van het gele segment markeert de grens van het door het CBS aangemerkte huishoudvermogen.

(2) Het overige vermogen (2015: € 500 mld.) wordt door de staat in belangrijke mate belast met de vermogensrendementsheffing die wordt geheven op basis van een forfaitair rendement. Naast de toename van dit vermogen met 1% per jaar moet je natuurlijk ook rekening houden met het gedurende het jaar gerealiseerde inkomen. (zie de bijdrage inkomen uit vermogen (revisited).  De staat claimt dat het niet doenlijk is om het werkelijke rendement te belasten, zoals veelal wel in het buitenland gebeurt. (cf. CPB-studie) Naast deze leugenachtige voorstelling van zaken (zie het motto van deze site) is ook sprake van expropriatie voor een grote groep belastingplichtigen. Het CBS wees er immers al op dat de inflatie gedurende 2008 – 2015 ruim 20 percent was.[1a]. De inflatie gedurende de periode 1/1/2016 – 31-12-2015  was 17,8% of 1,7 % per jaar.[1d]

(3) Eigen woning (€ 1.113 mld; hypotheek: € 696 mld.)

In de periode 2005-2015 nam de eigen woning bruto met € 81 mld. toe en de hypotheekschuld met € 207 mld. af.

(4) De forse toename van het pensioenvermogen leidt niet alleen bij de huishoudens tot een toename van het vermogen, ook de overheid hamstert flink mee, hetgeen leidt tot een onverantwoorde druk op het besteedbaar inkomen. Dit klemt te meer daar de derving/uitstel belastingheffing door de omkeerregel pensioenen door alle burgers moet worden opgebracht, De volgende grafiek maakt dit duidelijk:

§3 Enkele gegevens inzake de ontwikkeling van de vermogensverdeling

De gegevens zijn ontleend aan [1a]. Deze analyse had niet misstaan in het CBS-perbericht.

Tabel 3.1 Ontwikkeling vermogen naar vermogensbestanddeel

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(1) De top 20% vermogens nemen respectievelijk 86% van de stijging vermogen 2015 exclusief eigen woning en 97% van die stijging voor de periode 2005-2015 voor hun rekening. Een substantiële rol daarbij speelt het ondernemingsvermogen met een stijging van respectievelijk € 20,5 mld (2015) en € 103,8 mld. (2005-2015). En dan hebben we het nog maar over de fiscale cijfers en niet over de werkelijke waardestijging van dat vermogen in het economisch verkeer. [1a2]

Tabel 3.2 verdeling vermogen per vermogensdeciel 2005-2015

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Tabel 3.2 verdeling vermogen per vermogensklasse 2005-2015

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(1) De Quote 500 ging voor 2015 uit van een vermogen van € 91,9 mld. (2014: € 83,3 mld.) voor wat dat getal waard is.

(2) Nadere gegevens van de miljonairs zijn als volgt samen te vatten:

Tabel 3.4 Vermogensverdeling naar inkomens- en vermogensdeciel 2015

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(1) De top 10% vermogens hebben een aandeel van 66,3% van het vermogen; de top 10% inkomens hebben een aandeel in het vermogen van 36%. Deze discrepantie heeft in elk geval te maken met het gebrekkige inkomensbegrip voor het inkomen uit vermogen, dat veel te laag wordt voorgesteld.[3]

Grafisch kan de verdeling voor 2015 als volgt worden weergegeven:

(1) De verdeling van het pensioenvermogen naar inkomensdeciel is een grove benadering – zie de bijdrage pensioenvermogen. Hierbij is gerekend met een netto pensioenvermogen na aftrek van een doorsnee belasting- en sociale premie- tarief van 35%. In werkelijkeheid hebben we natuurlijk te maken met een progressief belastingtarief.

Als je de verdeling van het pensioenvermogen bij de vermogensverdeling naar vermogen telt wordt de laatste verdeling natuurlijk gelijker, maar wat bewijst dat eigenlijk? Bovendien moet je dat natuurlijk dan wel goed doen.[4]

§4 Belasting op inkomen uit vermogen

Het Nederlandse belasting-“stelsel” kent een in Europees perspectief relatief lage belasting op kapitaalinkomen van 12,1 % dat is 15,4% van de belastingopbrengst. Daar staat op Europees niveau een belasting op kapitaalinkomen van 31,4 % of 21,6% van de belastingopbrengst tegenover. [5, blz 416] Het bewust achterwege laten van een ordentelijke belastingheffing op vermogen bevordert de ongelijke verdeling van het vermogen en de recente vermindering van de dividendbelasting met € 1,5 mld. is weer een stap in die verkeerde richting. De bijdrage Inkomen uit vermogen (revisited) geeft een kwantitatieve opsomming van de belangrijkste belastinganomalieën in de vermogensbelasting. In het geciteerde artikel van Jacobs vindt u in tabel 2 een opsomming van de huidige belasting op kapitaalinkomen in 2016. Wat de belastingopbrengst wordt na zijn fundamentele herziening moet u zelf maar eens uitrekenen.

Alleen voor pensioenen en eigen woning komt Jacobs al op zo’n € 34,3 mld. meer belastingopbrengst zodat de box 1 tarieven met 9% kunnen dalen. [5, blz 417] Een typisch voorbeeld van een grote stappen snel thuis benadering. De box 1 belastingopbrengst stelt Jacobs dus op een onwaarschijnlijk hoog bedrag van € 381 mld. [zie [6] voor de begrotingscijfers 2018]. Hij moet er natuurlijk wel even bijvertellen dat de pensioenuitkeringen naar beneden gaan, ook van de kleine pensioenen. Ook de sociale premies en toeslagen moeten in het plaatje worden betrokken. De vrijstelling vermogensbelasting  zal daarnaast ook wel moeten worden bijgesteld.

Zelf kom ik op basis van de mij bekende gegevens op de volgende uitkomsten in € mld.:

Deze pensioenrendement uitkomsten fluctueren dus nogal van jaar tot jaar en de schatting van Jacobs is aan de lage kant.

De arbeidsinkomensquote (AIQ) geeft door al die omissies ook een volstrekt vertekend beeld. Zo genieten b.v. de pensioendeelnemers jaarlijks een van VRH-vrijgesteld rendement op hun aandeel in het pensioenvermogen dat toch echt aan de werknemers moet worden toegerekend. Voor een overzicht van die vorstelijke, maar ten dele tot uitkering komende, rendementen zie §5 in de bijdrage Pensioenfondsen. De staat prikt ook nog een aardig vorkje mee zonder dat inkomen overigens op te voeren.

Het wachten is dus op de belastinghervormingen van Rutte III, die wel net zo succesvol zullen zijn als de belastinghervormingen van Rutte I en II. Noot [7] verwijst naar een artikel van Koen Caminada met een forse belastinghervorming van € 59 mld. om de gedachten te bepalen.

________________________

Laatst bijgewerkt 11 februari 2018.

[1a] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/06/vermogen-huishoudens-bijna-10-procent-hoger-in-2016

[1a2] Toelichting op waardering van het vermogen door het CBS.

https://www.cbs.nl/-/media/cbs%20op%20maat/microdatabestanden/documents/2018/06/vehtab.pdf

“Vanaf 2007 wordt de waarde van het aanmerkelijk belang vastgesteld op basis van het vennootschapsvermogen {uit de vennootschapsbelasting [ CM: n.b. – bij navraag CBS – dit is het fiscaal vermogen en dus niet het commerciële vermogen]} en de verdeling van het aandelenbezit over verschillende (directeur-) grootaandeelhouders. Het aanmerkelijk belang wordt vastgesteld door per bedrijf het fiscale ondernemingsvermogen te verdelen over de aanmerkelijk-belang-houders. Deze verdeling gebeurt conform het opgegeven aandelenbezit in de vennootschapsbelasting of de gegevens van de Kamers van Koophandel. Als het aandelenbezit niet bekend is, dan wordt bij besloten vennootschappen ervan uitgegaan dat het hele vermogen gelijk is verdeeld over de aanmerkelijk-belang-houders. Het onroerend goed in de vennootschap wordt gewaardeerd volgens de actuele WOZ-waarde.”

“Voor de bepaling van de hoogte van het ondernemingsvermogen wordt gebruik gemaakt van de winstaangiftegegevens van ondernemers. Het ondernemingsvermogen wordt opgenomen vanuit de vermogensvergelijking, die is opgenomen in deze winstaangifte. [ CM: n.b. dit is het fiscaal vermogen en dus niet het commerciële vermogen] Globaal wordt de winst aan de hand van deze gegevens als volgt bepaald: winst is gelijk aan de waarde van de onderneming aan het einde van het jaar plus privé stortingen minus privé onttrekkingen minus de waarde van de onderneming aan het begin van het jaar. Vanaf 2007 wordt het onroerend goed binnen het ondernemingsvermogen gewaardeerd volgens de actuele WOZ-waarde”

[1b] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83834NED/table?ts=1518009496921

[1c] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82567ned&D1=0&D2=0&D3=a&D4=83,88-89,93,l&HDR=G3,G1&STB=T,G2&VW=T

[1d] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=83131ned&D1=0-1,4-5&D2=0&D3=129,247-286&HDR=T&STB=G1,G2&VW=T

Index 2005: 84,88 en 2015 100. Derhalve per jaar (100/84,88)^0,1-1.

[2] Als het CBS zijn werk niet goed kan doen doordat het rijk onvoldoende middelen ter beschikking stelt, zul je je als burger moeten behelpen:

Salverda,  https://www.wimdreesfonds.nl/uimg/wds/b51992_att-tvof-editie-jaargang-46-2014-nummer-3.pdf , blz 85

“Ten tweede wordt een belangrijke vorm van vermogen niet waargenomen, doordat ze buiten de heffing van de inkomstenbelasting valt. Dat geldt met name voor de depots van spaarhypotheken. Het daarin opgespaarde bedrag is onlangs geschat op 80 miljard euro aan het eind van 2012, en groeit naar verwachting tot 135 miljard euro in 2018”

Bij gebrek aan beter deze cijfers aangehouden. Specifiek aan de eigen woning gekoppeld gaat het om:

“Op basis van een eerdere uitvraag onder verzekeraars, raamt DNB dat er op dit
moment 32 tot 37 miljard euro aan kapitaal is opgebouwd in KEW-polissen. ”

en

” De waarde van deze polissen zal volgens ramingen van het Verbond gedurende de looptijd oplopen tot 200 miljard. Ongeveer 20% van de KEW-polissen betreft beleggingshypotheken. De overige 80% betreft (een combinatie van) spaar- en levenshypotheken. “

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-192774.pdf

[3] CBS LOGO: Voor wat er feitelijk gebeurt 

[4] http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogen-in-nederland-gelijker-verdeeld-sinds-eind-negentiende-eeuw

Nog eens uitvoerig geciteerd in:

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2014/09/16/kamerbrief-over-de-nederlandse-vermogensverdeling/kamerbrief-over-de-nederlandse-vermogensverdeling.pdf

Zie blz. 10.  Zoals bekend is de contante waarde van geld dat door het FTK nooit tot uitkering komt overigens nihil. (geen belanghebbende)

Het pensioenvermogen 2012 wordt hier gesteld op 49% van € 2.587 mld. of € 1.268 mld. (tabel 2, blz. 10). Natuurlijk is dat weer eens bruto en is het aandeel van de staat hier niet vanaf getrokken, zodat slechts 65% of € 824 mld. overblijft. Dat is € 153 mld. lager dan ik voor dat jaar opvoer, maar het CBS heeft natuurlijk weer geen rekening gehouden met de derde pensioenpijler, door Knot voor dat jaar overigens gesteld op € 181 mld. 

Dat de regering 100% van het pensioenvermogen toerekent aan de burgers is consistent met het motto van deze site en volstrekt misleidend.

[5] Bas jacobs, “Fundamentele herziening van belastingen op kapitaalinkomen”, ESB  Jaargang 102 (4753) 7 september 2017

https://esb-binary-external-prod.imgix.net/hBbetx0KhFK5-BJhYJ5g8mlzSTY.pdf?dl=Jacobs%20(2017)%20Fundamentele%20herziening%20van%20belasting%20op%20kapitaalinkomen%20ESB4753%20416-419.pdf

[6] http://www.rijksbegroting.nl/2018/kamerstukken,2017/9/20/kst237146_2.html

[7] Koen Caminada, “De tragiek van gefaalde ambities en gemiste kansen rond belastinghervorming”, Me Judice, 23 september 2015.

Caminada komt daarbij op € 18,3 mld. voor de eigenwoning, € 7,3 mld. voor de huurwoning, € 9,5 mld. voor het opdoeken van ondoelmatige aftrekposten en slechts € 3,8 mld. voor pensioensparen. De overige posten moet u zelf maar nalezen.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-tragiek-van-gefaalde-ambities-en-gemiste-kansen-rond-belastinghervorming

Vooral vermogende ouderen vrijgesteld van woningforfait

__________________________________________________________________

In een recent publicatie van het CBS wordt gesteld dat vooral vermogende ouderen vrijgesteld worden van het woningforfait. In werkelijkheid ligt natuurlijk het gros van de zogenaamde eigen woning eigenaren aan het overheidsinfuus.

Het is verbazingwekkend dat de mensen zich nog steeds opwinden over een onbetrouwbare overheid, hetgeen gezien het motto van deze site toch al jaren een pleonasme is. Elke redenering van een politicus is immers altijd pour les besoins de la cause en die vermindering van de dividendbelasting moest toch ergens van betaald worden?

__________________________________________________________________

Het CBS meldt op basis van de gegevens in de maattabel:

“Bijna 22 procent van de 4,3 miljoen huishoudens met een eigen woning maakte in 2016 gebruik van de vrijstelling van het eigenwoningforfait. Van de helft van deze huishoudens was de hoofdkostwinner 68 jaar of ouder, het doorsnee vermogen was ruim 93 duizend euro”

Onderstaande tabel laat zien hoe de bijtelling eigenwoningforfait voor 2018 geregeld is.

Het gevolg van de Wet Hillen is dat je bij een hypotheekrente van 3,1% en een huis in de categorie € 75.000 – € 1.060.000 niets te maken met de bijtelling EWF tot een hypotheekbedrag van 22,6% van de WOZ-waarde. Weliswaar heb je dan ook geen HRA.

De eigen woning kan worden opgevat als een consumptiegoed of een vermogensgoed. In de eerste situatie wordt de hypotheekrente niet afgetrokken en vindt er ook geen bijtelling EWF plaats. In het tweede geval wordt de economische huurwaarde van de woning (ca 4,5% WOZ-waarde) als inkomen gerekend en mag je de kosten van de eigen woning incl. hypotheekrente aftrekken.[2]

Het huidige hybride eigen woning stelsel is een grabbelton om de welgestelde eigen woning bezitter in elk opzicht te ontzien. Alle hypotheekrente die het eigen woning forfait overstijgt wordt ten onrechte afgetrokken.

We vatten de CBS-gegevens van de maattabel [1] even gecomprimeerd samen, het totaal aantal huishoudens 2016 bedraagt overigens 7.721.000:

Op basis van zijn eigen maattabel  had het CBS dus ook de volgende conclusies kunnen trekken:

(a) De eigen woning bezitter profiteert aanvankelijk fors van de hypotheekrenteaftrek, voornamelijk door een veel te lage bijtelling van het eigen woning forfait die bij lange na de betaalde hypotheekrente niet compenseert, laat staan dat deel (gemiddeld 34% 2014) van de eigen woning dat met eigen vermogen is gefinancierd.

{zie de bijdrage Inkomen uit vermogen (revisited)}

(b) Het is redelijk normaal om in dertig jaar je volledige hypotheek af te lossen. Als je dat op 65-jarige leeftijd nog  niet volbracht hebt dan is dat een typisch voorbeeld van eigen schuld dikke bult. Het is dan ook helemaal niet logisch dat aan eigen woning bezitters op die leeftijd nog hypotheekrenteaftrek wordt gegeven. Die zelfde hypotheekrenteaftrek zorgt er immers mede voor dat die hypotheek niet eerder werd afgelost. Politieke partijen als de VVD en het CDA (beide van die “Wet Hillen”) zijn hier in belangrijke mate verantwoordelijk voor.

(c) De CBS vermogencijfers zijn uiterst incompleet. (zie de bijdrage Vermogen huishoudens 31-12-2014 “2015”) en zullen gezien de hoogte van het pensioenvermogen, kapitaalverzekeringen etc. voor boven 65-jarigen aanzienlijk hoger uitvallen. Die kapitaalverzekeringen worden ook nog ten dele aangehouden om de hypotheek af te lossen. [3] De cijfers in de maattabel zijn dus volstrekt onvolledig.

Met de kapitaalverzekeringen eigen woning is een totaal bedrag tussen de € 32 tot 37 miljard gemoeid op termijn oplopend tot het luttele bedrag van zo’n € 200 miljard. [4] Het aandeel pensionado’s is mij niet bekend.

(d) De CBS besteedbaar inkomen cijfers zijn ook volstrekt misleidend. Voor een uitgebreide behandeling zie de bijdrage Inkomen uit vermogen (revisited) . Het volstaat hier door er op te wijzen dat het besteedbaar inkomen voor 2014 (laatst bekende inkomensstatistiek) inclusief een hypotheekrente aftrek van € 31,5 mld. en bijtelling inkomen uit vermogen eigen huis van € 29,9 mld. en dus per saldo op een negatief inkomen eigen woning van -€ 1,6 mld. uitkomt. De bijtelling op basis van 4,5% WOZ-waarde had voor 2014 overigens € 45,7 mld. bedragen. In Chinees rekenen excelleert het CBS.

Dat er van het gemiddeld besteedbaar inkomen geen hout klopt, blijkt ook uit de tabel. Dat krijg je als je het inkomen uit vermogen systematisch onvolledig en dus onjuist voorstelt.

Een verantwoorde conclusie trekken op basis van deze CBS-cijfers is dus niet mogelijk of het moet zijn dat bijna alle beter gesitueerden (de zgn U.M.C) op een of andere manier aan het HRA-infuus liggen. Dat is nu eenmaal één van de anomalieën in ons belastingstelsel. Daarvan is de vrijstelling EWF van de Wet Hillen slechts een relatief onbetekenend privilege.

____________________

Laatst bijgewerkt 1 februari 2018

Disclosure: Ik profiteer al sinds 2003 van die belachelijke Wet Hillen, kennelijk  ingegeven door CDA-rentmeesterschap. Zoals bekend zorgen rentmeesters historisch gezien altijd goed voor zichzelf. (vgl ook Louis Paul Boon, Pieter Daens)

[1] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/05/vooral-vermogende-ouderen-vrijgesteld-van-woningforfait

[2] Die 4,5% WOZ-waarde is een gedateerd CPB-cijfer waarmee huurders nog wel eens mee worden lastig gevallen. In werkelijkheid is de WOZ-waarde ca 20% opgedreven door de hypotheekrenteaftrek en dat is al in dit cijfer gecorrigeerd. De commissie parameters pensioenfondsen rekent met 5% rendement voor onroerend goed. De belastingdienst denkt dat ik fluitend 5,38% maakt over mijn vermogen.

[3] https://www.homefinance.nl/nieuws-blog/blogberichten/4125/dnb-laat-zich-horen/

Het voorstel van DNB is natuurlijk niet geheel belangeloos, want dit ontlast de balans van de banken ……… en daarna schaffen we de Wet Hillen af. Q.E.D – zie het motto van deze site.

[4] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-192774.pdf,

“Op basis van een eerdere uitvraag onder verzekeraars, raamt DNB dat er op dit
moment 32 tot 37 miljard euro aan kapitaal is opgebouwd in KEW-polissen. ”

en

” De waarde van deze polissen zal volgens ramingen van het Verbond gedurende de looptijd oplopen tot 200 miljard. Ongeveer 20% van de KEW-polissen betreft beleggingshypotheken. De overige 80% betreft (een combinatie van) spaar- en levenshypotheken. “

Calculatieschema zonnepanelen

____________________________________________________________________________

Recent heb ik besloten om dan toch maar zonnepanelen te laten installeren. De calculatieschema’s die ik langs heb zien komen om het rendement van die investering te berekenen waren van een dusdanig tenenkrommende kwaliteit dat ik zelf maar eens aan de slag gegaan ben. Deze bijdrage is daarvan de neerslag.

De consumentenbond gaat uit van een terugverdientijd van ongeveer 6 jaar. De diverse offertes die ik zag langskomen reppen over een terugverdienperiode van van 4 jaar (nota bene de duurste offerte en volstrekt bezijden de waarheid) oplopend tot ca 6 tot 7 jaar.

Het spreekwoord de cost gaet voor de baet uyt is ook hier van toepassing. De conclusie kan voor mijn installatie kort zijn, het rendement is zo’n 5,8% p.j. voor de eerste 12 jaar en dus niet om over naar huis te schrijven. De Minister van Financiën en nog wat van die nitwits in Den Haag denken overigens dat ik sowieso fluitend 5,38% op mijn vermogen maak, daar heb ik dus helemaal geen zonnepanelen voor nodig.

Als de electriciteitsmaatschappij ook nog eens groene stroom levert is er ook geen milieuvoordeel.

____________________________________________________________________________

Mijn keuze is gevallen op LG Neon2 black 320 zonnepanelen met enphase M250 micro omvormers. De keuze is gemaakt op grond van esthetische overwegingen. Ook wil ik geen lelijke leidingen door mijn huis hebben lopen. Het calculatieschema wordt dan als volgt:

(click op tabel of CTRL+ om te vergroten)

Als toelichting op die calculatie kan het volgende dienen:

(1) Relevante berekeningen

De volgende grootheden worden in het calculatiemodel berekend:

♦ De opbrengst in kWh op basis van de degradatiegegevens van de fabrikant en de opgave van de installateur o.a rekening houdend met ligging dak t.o.v. het zuiden, hellingshoek dak en geografische locatie. Een dakschaduw simulatie hebben we maar achterweg gelaten omdat monitoring per paneel toch al gewenst werd.

♦ De nominale opbrengst minus de kosten (investering en onderhoud) voor de eerste 12/25 jaar.

♦ De contante waarde van de netto inkomensstroom voor de eerste 12/25 jaar.

♦ De interne rentevoet {internal rate of return (IRR)} voor de eerste 12/25 jaar.

(2) De kWh-opbrengst van zonnepanelen 

Aan de eerste 25 jaar wordt in de diverse calculatieberekeningen van de installatiebedrijven onevenredig veel aandacht besteed. Het is immers maar de vraag wat de economische levensduur van de installatie is (overgang auto op batterijen, technologische ontwikkeling in het algemeen en een notoir onbetrouwbare overheid voor de teruglevering en de hoogte van de energiebelasting). Voor de gebruiker zijn de oncontrolleerbare tegen elkaar opbiedende garantiebepalingen van de panelen- en omvormerfabrikanten daar ook op afgestemd, anders valt er immers helemaal niets te verdienen aan die zonnepanelen en kun je je geld economisch gezien beter in je zak houden. Als de electriciteitsmaatschappij ook nog eens groene stroom levert, hoef je de zonnepanelen ook niet voor het milieu aan te leggen. Dat klemt des te meer daar de salderingsregeling voor de nabije toekomst door nauwelijks verbazend politiek geklungel ook niet bekend is.

De opbrengst van de panelen laat zich aan de hand van hellingshoek dak, ligging t.o.v. het zuiden en breedtegraad globaal berekenen. [3] In mijn geval is die opbrengst berekend door de leverancier op  4.430 kWh., 92,3% van de Pmax van 320 Watt per paneel. LG garandeert onder optimale condities het eerste jaar 98% van Pmax met elk volgend jaar een degradatie van 0,55%. Uiteraard is de werkelijke capaciteit lager als die zonnepanelen op het dak in de zomerzon liggen te braden. (Pmpp -0,37%/°C voor mijn panelen). Bij een temperatuur van 65° Celsius leveren de panelen dan 14,8% minder stroom op ( 656 kWh). Ook is er gedurende de dag nog wat schaduw door een schoorsteen.

Die garantie van de fabrikant valt derhalve niet te controleren en is dus van nul en generlei waarde, maar ziet er leuk uit in de folders.

De geschatte kWh-opbrengst in relatie tot de zonne-uren kan als volgt worden weergegeven [6]:

Daarnaast moet je natuurlijk nog rekening houden met eventuele schaduw op de panelen gedurende een deel van de dag. Overigens kent Nederland voor ca 50% van de dag alleen diffuus licht zonder harde schaduw. [6] De zonnepaneelboeren verkopen echter al te graag optimizers en micro omvormers om de effecten van een tikkeltje schaduw te mitigeren. Of u die investering terugverdient met optimisers t.o.v. de huidige slimmere panelen en stringomvormers moet u maar eens laten voorrekenen.[7]

Ik kan de opbrengst met mijn systeem monitoren. Gelukkig hoef je dat materieel maar gedurende de periode april t/m september te doen.

(3) KWh-tarief

Ik betrek mijn energie bij EON. Volgens het door EON als voorbeeld gehanteerde berekening is het kWh tarief € 0,23.[1] Telefonisch overleg met EON bevestigde mijn vermoeden dat deze voorstelling van zaken misleidend is. De vaste kosten blijven uiteraard ongewijzigd. In werkelijkheid krijg ik € 0,18 per kWh incl. BTW voor mijn geleverde energie terug, zo lang het verbruik tenminste meer bedraagt dan de teruglevering. Dat scheelt uiteraard een slok op een borrel.

De tariefopbouw is door mij als volgt berekend uit de jaarnota’s:

Een belangrijk deel van de opbrengst bij teruglevering is dus de energiebelasting naast het hoge BTW-tarief. Wat er op termijn met de vermindering energiebelasting gaat gebeuren is een vraag die ook uitstaat. Alle reden om dus minstens met een discontovoet van 5% te rekenen.

Volgens het NIBUD is het gemiddeld verbruik 2.990 kWh per huishouden. [2] Voor een eerste levensbehoefte is het belastingaandeel  electriciteit na vermindering van 57% buitengewoon hoog, dat geldt overigens in nog sterkere mate voor het gas (59%). Nu moet je natuurlijk wel een normaal gebruik hanteren. Voor een vierpersoonshuishouden wordt dat belastingpercentage voor elektriciteit bij normaal gebruik van 4.155 kWh [2] altijd nog een belachelijke 41 %. Dat plaatst de recente grachtengordel discussie van o.a. D66 en GL over het lage BTW-tarief in perspectief en toont in elk geval het sociale karakter van de geitenwollen sokken milieubeweging.

Grafisch kan de samenstelling van de kWh-prijs als volgt worden weergegeven:

Voor de gebruiker is de vermindering energiebelasting in 2018 een vast bedrag van € 308,54 exclusief BTW.[2] Voor het teruglevering tarief zijn de variabele energiekosten, de energiebelasting en de BTW daarover alleen relevant.

(4) Exploitatiekosten

De exploitatiekosten bestaan in mijn geval uit onderhoud van de panelen en vervanging van twee micro omvormers en na 12 jaar het Envoy kastje. Ook laat ik de panelen om de drie jaar nakijken en schoonmaken. Uiteraard vergeten de leveranciers en ook anderen [4] bijna altijd dit soort kosten in hun opbrengstenplaatje mee te nemen. 

Zouden we gebruik maken van een string omvormer dan moet die na ca 12 jaar vervangen worden (ca € 1.000). Vullen we het calculatieschema in voor een dergelijke omvormer dan wordt de initiële investering € 6.672 en de interne rentevoet voor een 12-jaarsperiode slechts 4,2%. Hopelijk werkt die nieuwe omvormer dan nog wel samen met de in het verleden geïnstalleerde optimizers.

We gaan er natuurlijk wel van uit dat de fabrikanten gedurende de installatieperiode blijven bestaan of in elk geval overgenomen worden en dat de installed base dan blijft ondersteund. Wat de garantie op termijn waard is, valt derhalve nog te bezien gezien de verliesgevendheid van de belangrijkste spelers en de continuïteit van het installatiebedrijf.

(5) Discontovoet en interne rentevoet

Het is te doen gebruikelijk in de zonnepanelenmarkt om met de spaarrente te rekenen en daar dan ook nog de vermogensrendementsheffing (VRH) bij te betrekken.[4] Ik doe aan die onzin niet mee. Een investering in zonnepanelen is een lange termijn investering waarbij de rentevoet en de VRH-regeling uiterst ongewis zijn. Die VRH is voor de kleine spaarders toch al een vorm van gelegaliseerde diefstal door de overheid, zeker als je ook de inflatie meerekent. In het calculatieschema werken we met 5%, een heel laag percentage om het rendement van een uiterst risicovolle investering te berekenen.

De interne rentevoet voor de 12-jaarstermijn en 25-jaars termijn valt te berekenen door de contante waarde van netto inkomensstromen (investering, onderhoud en opbrengsten) contant te maken tegen die rentevoet. Aan de 12-jaars interne rentevoet kan meer waarde worden toegekend dan een berekening voor een uiterst ongewisse 25-jaars periode.

(6) Conclusie

Met deze toelichting kunnen we de calculatieresultaten als volgt samenvatten:

(a) Aan die zonnepanelen valt dus binnen een redelijke terugverdientermijn nauwelijks iets te verdienen. Nominaal is de terugverdientermijn ca negen jaar en tegen een discontovoet van 5% zelfs ca twaalf jaar.

(b) Mocht u toch zonnepanelen kopen dan doet u dit bijna uitsluitend voor het milieu. De electriciteitsmaatschappij moet dan wel “vuile” stroom blijven opwekken.

_______________________

Laatst bijgewerk 23 januari 2018

[1] https://www.eon.nl/energieproducten/zonnepanelen/kosten-en-besparingen/terugleveren-en-salderen/

Die € 0,23 per kWh slaat in mijn situatie nergens op – zie tabel boven in (3).

[2] https://www.nibud.nl/consumenten/energie-en-water/

Bij een gemiddeld elektriciteitstarief voor 2018 van 21,01 eurocent per kWh en vastrecht van € 24,88 per maand (incl. 21% BTW). Inclusief de jaarlijkse belastingteruggave van € 373,33 (2018). Afgeronde bedragen.

Gemiddeld is het verbruik per huishouden 2.990 kWh. Met een verbruik van 6.631 kWh zit ik dus  3.626 kWh boven de norm. (3.005 kWh – 2 personen)

[3] Hulpmiddelen om de opbrengst in te schatten:

https://www.eclecticsite.be/topZon.htm

http://pvwatts.nrel.gov/pvwatts.php

http://www.innozaam.com/kennis/het-kennisrijk/tools/e-installatie-tools/berekeningen-zonnepanelen/

Tool: http://re.jrc.ec.europa.eu/pvgis/apps4/pvest.php#

https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/zonnepanelen/zonnepanelen-kopen/kosten-en-opbrengst-zonnepanelen/

Commercieel maar wel informatief:

http://mastersinsolar.nl/zonnepanelen-kopen/opbrengst-zonnepanelen/

Je kunt ook gewoon redelijk conservatief van 85% uitgaan. Met een monitoring systeem kun je dan ex post vaststellen in welke mate u en uw installateur misgekleumd hebben.

[4] https://www.ftm.nl/artikelen/wordt-rijk-koopt-allen-zonnepanelen?share=1

Op de berekening van Fransman valt het volgende af te dingen:

(a) Het gaat om 16 panelen met een netto capaciteit van kennelijk 4.000 Watt. Dat is netto 250 Watt per paneel. Bruto is dat dus ca 278 Watt  (250/0,9) per paneel. Per € 1.000 investering leveren zijn panelen het eerste jaar dus 769 kWh op, voor mijn panelen is dat slechts € 656 kWh.

(b) De levensduur van de installatie wordt gesteld op 20 jaar. Dat mag voor de panelen opgaan, voor de omvormer (ca € 1.000 met installatie) is dat eerder 10 jaar. Je moet dus de investering overeenkomstig ophogen. De panelen zijn kennelijk geheel onderhoudsvrij onder het motto “voor niets gaat de zon op”.

(c) De hier gehanteerde kWh-prijs is 22 eurocent.

(d) De degradatie per jaar is toch snel 0,6% per jaar. Na 10 jaar leveren de panelen dus  maar  ca 93% van Pmax op.

(e) Het feit dat de overheid per saldo steelt van de spaarders met de VRH en de lage rente ( & vergeet de inflatie niet) moet je natuurlijk niet bij het rendement van de panelen gaan optellen.

(f) Gegeven de risico’s (b.v. salderingsregeling) wil ik een risicopremie op mijn investering. Het rendement is dus geen pure winst.

(g)  Als lokkertje worden ook nog het gebruik van batterijen opgevoerd om de zonnevrije periode te overbruggen. Dat slaat natuurlijk voorlopig helemaal nergens op:

https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/zonnepanelen/zonnepanelen-kopen/energieopslag-thuis-zonnestroom/

(h) Fransman komt met bovenstaande makke in de berekening op een rendement van 13,1% als je van 100% eigen geld uitgaat. Met financiering wordt dat dan 10,9%.

[5] Om even wat offertes op een rijtje te zetten:

(a) Het zal duidelijk zijn waarom de Sunpower X21 panelen zijn afgevallen. Die Amerikaanse fabrikant is kennelijk al een tijdje van het padje [link]. Met de meeropbrengst in kWh maak je als consument de extra upfront kosten nooit goed.  In the long run we are all dead is ook hier van toepassing.

(b) De opbrengst van die zonnepanelen in je eigen specifieke situatie zul je echt zelf moeten uitzoeken aan de hand van een aantal rekenregels. [zie [3]] De garantieopbrengst van de panelenfabrikant is overigens nietszeggend, want hoe kun je verhaal halen op basis van de garantieopbrengst onder werkelijke bijna nooit optimale omstandigheden?

(c) Het rendementsverschil per type omvormer is bijna zeker groter dan uit bovenstaand staatje (niet) blijkt. Het schaduweffect valt daarnaast voor een leek nauwelijks in te schatten en is afhankelijk van de optimalisatie van de panelen zelf, de omvormer en eventuele optimizers, veelal van verschillende leveranciers.

(d) De ervaring van de offertebezoeken leert dat de montage (montagemateriaal. bedrading e.d.) per leverancier nogal verschilt. Als je geen onnodig breekwerk in huis wilt hebben is het zaak je goed te laten adviseren. Misschien is de keuze van de installateur wel de belangrijkste keuze.

[6] http://www.zonuren.nl/nederland/

[7] https://fritts.nl/een-beetje-schaduw-op-een-zonnepaneel-is-zo-erg-niet/

 

Kerngegevens bbp, pensioenen en overheidsschuld

_______________________________________________________________________

Het wordt een nogal tijdrovende klus om elke keer dat het CPB en het CBS weer cijfers ophoesten de diverse bijdragen volledig te actualiseren. Dat doe ik in het vervolg maar één keer per jaar als de jaarcijfers bekend worden. Deze bijdrage geeft in het vervolg de meest actuele tussentijdse cijfers, te beginnen met de decemberraming 2017.[2]

Met de cijfers zoals die door het CPB en CBS worden voorgeschoteld zijn twee forse problemen. 1) Er wordt geen rekening gehouden met de belastingclaim op het pensioenvermogen en de mutatie in die claim. 2) De bepaling van dat pensioenvermogen op basis van de beschikbare statistieken is uiterst onvolledig en laat zich moeilijk prognotiseren. In deze bijdrage wordt de door mij een schatting gemaakt op basis van de wel beschikbare informatie. Voor nadere details zie de bijdrage Pensioenvermogen.

Zonder deze aanvulling is de voorstelling van zaken van de EMU-overheidsschuld en het EMU-overheidstekort volstrekt misleidend. Het spreekt vanzelf dat we tegenover de wel verantwoorde rente op de staatschuld het niet verantwoorde rendement van de staat op de belastingclaim op het pensioenvermogen moeten stellen. De overheidsschuld is immers meer dan geheel belegd in het aandeel van de staat in dat pensioenvermogen. De bijdrage overheidsschuld geeft hiervan een historisch overzicht.

_______________________________________________________________________

§1 Inleiding

Het monitoren van de financiële positie van de overheid is niet goed mogelijk als de ontwikkeling van de 35% belastingclaim op het pensioenvermogen niet wordt meegenomen. [1] Deze bijdrage corrigeert het onjuiste en misleidende beeld van de overheidsschuld zoals de burgers dat door de overheid, politici en media regelmatig krijgen voorgeschoteld en waaraan we de jongste recessie in belangrijke mate te danken hebben.[1;6]

De volgende grafiek maakt direct duidelijk wat er bedoelt wordt met monitoren:

De groene lijn geeft de werkelijke overheidsschuld (actief) weer. In §4 kunt u zien hoeveel er van die bankencrisis activa inmiddels al weer is teruggehaald. Er is dus al weer jaren sprake van een actief en eigenlijk is dat actief sinds 2006 nooit weggeweest als je tenminste ordentelijk boekhoudt. Amsterdamse macro-economen en de directeur van het CPB kraamden dan ook de grootst mogelijke onzin uit.[6]

§2 bbp 2017 en 2018

Omdat het CPB uiterst schaars is met de bbp cijfers zelf, geef ik die maar even tenslotte is het handig als je de overheidsschuld en het overheidstekort ook zelf direct kan uitrekenen aan de hand van CPB tabel 1: [3] 

Voor de  meer uitgebreide historische bbp-data zie

§3 Pensioenvermogen 30-9-2017 en eind 2018

Zonder de stand van het pensioenvermogen te kennen krijg je natuurlijk geen juist inzicht in de werkelijke, uiterst rooskleurige, stand van de overheidsfinanciën. Nu ken ik die exacte stand ook niet, maar een grove benadering is als volgt:

Het moge duidelijk zijn dat de mutaties van jaar tot jaar sterk fluctueren. De schatting van het pensioenvermogen voor 2017 en 2018 is gebaseerd op de stand per 30-9-2017 en een toename van 5% per jaar. Volgens het CPB is het rendement op het pensioenvermogen sinds 2010 onveranderd 5% per jaar. In de periode 2007-2016 nam het pensioenvermogen jaarlijks met 7,1% toe (inclusief 2008).

Voor de meer uitgebreide historische pensioendata zie

Per kwartaal wordt ook de financiële positie van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen ABP, PFWZ, PMT, PME en bpfBOUW bijgehouden – zie. Dat is nuttig omdat die fondsen ca 57% van het pensioenvermogen van de pensioenfondsen beheren en de ontwikkelingen dus versneld kunnen worden gevolgd.

§4 Overheidsschuld en overheidstekort 3e kwartaal 2017 en eind 2018

Geschat slaat op de belastingclaim op het pensioenvermogen eind 2017 en 2018. De EMU-schuld cijfers voor die jaren zijn van het CPB.[2]

Voor de meer uitgebreide historische werkelijke overheidsschuld en overheidstekort data zie

§5 Houdbaarheidssaldo

Onmiskenbaar zijn de overheidsschuld en het pensioenvermogen belangrijke elementen in de ontwikkeling van het houdbaarheidssaldo.

In de decemberraming 2017 wordt geen aandacht besteed aan dit thema. Aangezien het pensioenvermogen in 2017 nauwelijks stijgt had hier wel enige aandacht aan mogen worden besteed. Het pensioenrendement blijft immers achter bij de 5% rendement dat in de houdbaarheidsstudie wordt gebruikt.

Voor de meer uitgebreide historische data inzake het houdbaarheidssaldo zie.

____________________

Laatste bijgewerkt 6 januari 2018

[1] Het monitoren van de omvang van de belastingclaim op het pensioenvermogen is om de volgende reden noodzakelijk:

De belastinginkomsten loon- en inkomstenbelasting voor 2017 bedroegen ca € 98,8 mld. De jaarlijkse pensioenpemie bedraagt ca € 45 miljard en is feitelijk gedurende dat jaar genoten inkomen waarop de staat € 7,7 mld. belasting- en premie inkomen definitief laat liggen (progressie-effect 17%) en €  15,7 mld. uitstelt (35% bij uitkering). In totaal laat de staat dus in dat begrotingsjaar € 23,4 mld. inkomsten lopen uit hoofde van de omkeerregel pensioenen. Aangezien we geen overheidstekort meer hebben, wordt die € 23,4 mld. wel door de staat verhaald op zijn burgers in het zelfde begrotingsjaar resulterend in voor dat jaar onnodig hoge belastingen. De omvang van deze enorme spaarpot, van een potje kun je niet spreken, wordt daarnaast voor de burgers verborgen gehouden.

Daarnaast wordt natuurlijk door de staat een rendement gemaakt op de belastingclaim op het pensioenvermogen (in doorsnee gemiddeld 5% van € 584 mld. dus ruim € 29 mld.) waarvan in het jaar dat het rendement wordt behaald ook niets in de boeken van de staat verschijnt.  De rentelast (2018: € 6 mld.) op de staatsschuld, die materieel in de pensioenvermogens wordt belegd, wordt wel in de boeken opgenomen, zodat van een forse mismatch sprake is. De staatsfinanciën worden dus, althans op papier,  door de omkeerregel pensioenen volledig uit het lood geslagen en voor het juiste beeld moet je dit blijven corrigeren.

Ook het Stabiliteits en Groeipact houdt met deze specifiek Nederlandse situatie geen rekening. Maar hoe kan het ook anders: ziet U Rutte dit in Brussel uitleggen, zo hij het politiek al zou willen uitleggen? Bezuinigingen kun je er in elk geval niet mee afdwingen.

Voor een uitgebreide toelichting zie de bijdrage Opdoeken die omkeerregel pensioenen!.

[2] In een grijs verleden heb ik het CPB hierop al eens gewezen, maar zij gaven aan de noodzaak daar niet van in te zien en die pennenlikkers nemen natuurlijk klakkeloos de layout over van de laatste versie. Dit terwijl bijna elk cijfer in percentage van het bbp wordt uitgedrukt. (zie b.v. ook de houdbaarheidsstudies), Uiteraard kun je de cijfers zelf berekenen uit de jaarlijkse groei- en inflatiecijfers en de laatst bekende CBS-stand als je de berekeningsmethodiek ten minste kent.

https://www.cpb.nl/cijfer/kortetermijnraming-december-2017

[4 §2]  CBS bbp statistiek

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82601NED/table?ts=1513924324482

en CPB – periodiek niet altijd naar de laatste stand:

https://www.cpb.nl/cijfer/lange-tijdreeksen-overheidsfinancien

[4 §3] DNB pensioenstatistieken:

https://www.dnb.nl/binaries/t8.1nk_tcm46-330813.xls?2017121120

https://www.dnb.nl/binaries/t7.1nk_tcm46-330769.xls?2017121120

[[4 §4] CBS overheidsschuld statistiek

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82565NED/table?ts=1513801075526

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/51/overheidsschuld-daalt-naar-57-procent-van-het-bbp

[5] Bas Jacobs,”De rekening van Rutte”, https://basjacobs.wordpress.com/2016/09/19/de-rekening-van-rutte/

Zie ook de bijdrage Bruto binnenlands product (bbp) 1814 – heden 

en wel §4 aldaar.

[6] Bij voorbeeld:

Raymond Gradus, Roel Beetsma, “Bezuinigingen voor volgend kabinet zijn onontkoombaar”, Me Judice, 7 juli 2016.

Laura van Geest  in haar Know the past lezing, een vrij grove vorm van geschiedvervalsing.

De belastingdienst (revisited)

___________________________________________________________________________

Uit de diverse bijdragen op deze site weten we dat de belastingdienst een bordeel is. [1]  Dat is in belangrijke mate, zo niet grotendeels, te wijten aan de slechte controle van onze Tweede en Eerste kamer op de regering, die deze open wond jaren heeft laten dooretteren.

Het recente, door Wiebes onder de pet gehouden, debacle van de inning van de erfbelasting is daarvan een pregnant voorbeeld. Als zelfs het clubblaadje de accountant schrijft dat de Tweede Kamer laaiend is over de computerproblemen bij de belastingdienst dan is er wel wat aan de hand.[2] Primair hebben de burgers echter alle reden om laaiend te zijn op de Tweede kamer die al jaren op zijn handen zit en niet ingrijpt door b.v. een parlementaire enquête te houden.

Ook zonder ICT-problemen is het erfrecht overigens een hoofdpijndossier dat nodig op de helling moet om de rechtsongelijkheid te adresseren. [6]

___________________________________________________________________________

§1 Inleiding

De Tweede Kamer, opvallend genoeg de coalitiepartijen voorop, is volgens de NRC geschrokken en eist nadere opheldering over de problemen van de inning van de schenk- en erfbelasting.[3]  „Dat het een janboel is bij de Belastingdienst wisten we toch al?, was het commentaar van Henk Nijboer. Nu klopt dat laatste want we hebben al vele jaren kneuzen van Staatsecretarissen van Financiën {de Jager (2007-2010), Weekers (2010-2014) en Wiebes (2014-2017)}, die van de belastingdienst een bordeel gemaakt hebben. [2] Ik kan me overigens niet herinneren dat Nijboer, PvdA-kamerlid sinds 2012, veel moeite heeft gedaan om van die kneuzen af te komen.

Ook van Weyenberg (D66) was van mening dat Staatssecretaris Snel het “dramatischer aantrof dan hij had gedacht”. Nu zit Van Weyenberg ook pas sinds 2012 in de Tweede Kamer en hij heeft kennelijk nog niet genoeg inwerktijd gehad om al die rapporten over de belastingdienst tot zich te nemen. [4] Hij was dan ook niet in staat om zijn partijgenoot Snel tijdig en adequaat te informeren over de puinhoop bij de belastingdienst. Overigens had Snel (ambtenaar ministerie van Financiën, vanaf 1995 en plaatsvervangend directeur-generaal fiscale zaken, ministerie van Financiën, tot 2009) ook gewoon de krant kunnen lezen of contact kunnen houden met zijn oud-collega’s.

Kamerlid Omtzigt (2003 – heden !), nooit te beroerd om oppositie te voeren en nogal gehandicapt door regelmatig opspelend Mild Cognative Impairment (MH17) stelde dat „de top van de Belastingdienst in de afgelopen jaren niks heeft geleerd”. Dat geldt kennelijk ook voor de opeenvolgende staatsecretarissen. Minister Wiebes mag zich inmiddels van Rutte bezig houden met de zware klus van de energietransitie. Met een IQ van 500 zal hij al zijn hersencellen hard nodig hebben, hopelijk gebruikt hij ze deze keer wel goed.

Dat de belastingdienst niet geheel op orde is, weet de Tweede Kamer al jaren. Omdat bijna alle politieke partijen pakjes boter op hun hoofd hebben wordt een parlementaire enquête al velen jaren vooruit geschoven. De trappen worden nooit van bovenaf schoongeveegd en het Rijk loopt daardoor vele miljarden mis.

§2 De opbrengst erf- en schenkbelasting

Maar hoe groot is dat ICT-probleem eigenlijk? Het gaat normaal jaarlijks om zo’n 140.000 erfenissen en op basis van de 20/80-regel dek je dan 80% van de belastinginkomsten af door 20% van de aanslagen met voorrang te behandelen. Omdat de vermogens notoir scheef zijn verdeeld is dat dekkingspercentage in geld voor die 20% nog veel hoger. Laten we dus even naar de werkelijke cijfers kijken.

De meest recente cijfers over erfenissen zijn uit 2014 en kunnen als volgt worden samengevat [5]:

(1) Door je te concentreren op de erfenissen groter dan € 100.000 (ruim 25 % van de erfenissen) hark je dus bijna 87% van de belasting binnen. Wiebes had er dus best wat harder aan mogen trekken.

(2) De fiscus schijnt een achterstand te hebben van € 450 mln. in de heffing van de erfbelastingheffing. Blijkens de miljoenennota 2015 bedroeg de schenk- en erfbelasting opbrengst in 2014 € 1.606 mln. Stellen we het aandeel van de erfbelasting arbitrair op 87% dan gaat het dus voor 2014 in totaal om ca € 1.390 mln.

____________________

Laatste bijgewerkt 18 december 2017

[1] Bij voorbeeld: Het datamijnenveld bij de belastingdienst

en De belastingdienst is een bordeel.

[2] https://www.accountant.nl/nieuws/2017/12/kamer-laaiend-over-nieuw-probleem-fiscus/

[3] https://www.nrc.nl/nieuws/2017/12/14/menno-snel-overvallen-door-problemen-bij-fiscus-a1585058

[4] Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan

[a] De door het Ministerie van Financiën aan de ABVA-KABO uitbestede  rijksideëenbus:

https://www.fnv.nl/zoeken?query=belastingdienst+rapporten&cname=default

[b] De Algemene Rekenkamer die zijn jarenelange bevindingen zo wollig en de kool en geit sparend opschreef dat zij die mede aan de hand van [a] moest verduidelijken:

Algemene Rekenkamer, “Handhaving belastingdient”, http://www.rekenkamer.nl/dsresource?objectid=25006&type=org , 30 november 2016.

[c] https://www.rekenkamer.nl/actueel/nieuws/2017/10/11/rapport-over-tussenstand-vernieuwing-van-belastingdienst

[d] https://www.accountancyvanmorgen.nl/2017/10/11/rekenkamer-vernieuwing-belastingdienst-traag-kosten-en-baten-onduidelijk/

[e] https://www.volkskrant.nl/economie/belastingdienst-ziet-zelf-inning-kan-gevaar-lopen~a4511741

” ‘De continuïteit van het inningsproces is niet gegarandeerd.’ De dienst stelt dat kennis over de huidige, vaak oude systemen, in hoog tempo schaarser wordt, doordat de mensen die ermee kunnen werken met pensioen gaan of ontslag hebben genomen. Een fors deel van de systemen voldoet volgens de huidige normen niet meer, maar belastingambtenaren moeten ermee blijven werken omdat vernieuwing uitblijft.”

[5] Ook het CBS heeft zijn eigen bordeel dat (vernieuwde) Statline heet. Als u geschiedenis wilt schrijven kunt u daar terecht:

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/navigatieScherm/zoeken?searchKeywords=nalatenschappen

De cijfers worden zogenaamd elk jaar bijgehouden, maar 2011 is het laatste jaar dat beschikbaar is en zo erg loopt de belastingdienst ook weer niet achter.

Een CBS-gelegenheidswerkje over dit onderwerp dat Statline nog niet heeft gehaald is:

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/05/minder-vermogen-nagelaten-in-2014

En hier zijn de geciteerde cijfers aan ontleend.

[6] Ook zonder ICT-problemen is het erfrecht belastingtechnisch een hoofdpijn dossier:

[a] http://www.andredevos.nl/artikelen/23/erfbelasting-daalt-met-half-miljard

[b] Arie C Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”

https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf