Spring naar inhoud

Pensioenvermogen 2060

20 april 2021

____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie pensioenvermogen.[1]

Laat mij beginnen met te stellen  dat zowel de berekening van het houdbaarheidssaldo als de berekening van het pensioenvermogen eind 2060 hobby horses zijn van macro-economen met een hubris complex, die van overheidswege te veel rekentuig ter beschikking hebben gekregen. Een glazenbol, een dobbelsteen en een telraam volstaan voor een dergelijke exercitie. Bovendien gaan die berekeningen uit van ‘constante arrangementen’, subjectief ingevuld al naar gelang het uitkomt. Dat zijn de constante arrangementen van de politiek, met de onbekende waan van de dag en b.v. crisissen  vergelijkbaar met die van 2008 & 2020.

In deze bijdrage behandelen we het totale pensioenvermogen exclusief de derde pensioenpijler eind 2060 dat op basis van het cijfermateriaal van april 2021 op ca 206% bbp_2060 uitkomt. De belastingclaim op het totale pensioenvermogen (35%) bedraagt in 2060 ca 72 % bbp_2060. Al het gejeremieer over hogere zorgkosten en vergrijzing is dus nergens op gebaseerd: er wordt immers maar zeer beperkt ingeteerd op de belastingclaim pensioenen door de afnemende vergrijzing.  De overheidsschuld volgens het vrij recente basispad (MLT 2022-2025) bedraagt dan 47,4% bbp_2060. 

In 2019 nam het pensioenvermogen met € 251 mld. toe en de belastingclaim met € 88 mld. Een dergelijke mutatie laat zien dat het onderliggende cijfermateriaal voor het stabiliteitsprogramma  van elke stabiliteit is ontbloot. Het cijfermateriaal wordt mede opgesteld voor “onze” EU-bobo’s. Uiteraard houden deze EU-onbenullen daarbij geen enkele rekening met de specifiek Nederlandse situatie, waarbij de Nederlandse overheid als oom Dagobert Duck in het geld zwemt en de ambtenarenpensioenen i.t.t. het buitenland ook nog eens zijn afgefinancierd.

_________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Hoewel een prognose van het pensioenvermogen per eind 2060 normaal gesproken het papier niet waard zou zijn waarop dit soort exercities gedrukt worden geven we hier toch even het cijfermateriaal weer. Tenslotte willen het CPB en het Ministerie van Financiën dat we hun rekenexercities serieus nemen, waarbij we beide overigens veelal op hun blauwe ogen moeten geloven.  Het CPB  heeft de buitengewoon irritante gewoonte om nooit bbp-standen in zijn houdbaarheidssommetjes te vermelden: de hoogte van het bbp moet de burger dus maar zelf uitdokteren.

Het aantal boven 65-jarigen schommelt in de periode 2040-2060  praktisch constant rond de 26,1%  van de totale bevolking (2010: 16,2%). [2a]

§2 Een prognose van het pensioenvermogen 2060 in % bbp.

Cijfermatig valt op basis van de beschikbare informatie de volgende globale opstelling te maken. [2a; 2b]:

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

♦ Uitgaande van de gegeven reserve pensioenfondsen (2021-2060) kunen we het totale pensioenvermogen benaderen. Uitgaand van 3% toename in het bbp na 2025 kennen we ook bij benadering het bbp. Met een electronisch telraam kunnen we dan de rest berekenen.

♦ Relatief, in percentage bbp, neemt het pensioenvermogen af door het “wegwerken” van de babyboomers. Dat neemt niet weg dat er nog steeds een forse pensioenpot overblijft  (2060: € 5.561 mld.) die immers door de toekomstige generatie wordt aangevuld.  Dat we het geld nodig hebben voor de hogere zorgkosten en de AOW-uitkeringen, één van de argumenten voor de omkeerregel pensioenen, is dus maar zeer ten dele waar. [4] Er verdwijnt immers in de toekomst weer een smak belastinggeld in de pensioenpot door gestortte pensioenpremies en rendementen van de actieve deelnemers. De smoes dat dit nodig is voor de kosten 2060-2100 lijkt mij wat al te ver gezocht., maar dat kan je wel aan de pensioenmaffia overlaten. Het belastinggeld had beter voor een andere doel kunnen worden gebruikt. Die pensioenpremie van de pensioendeelnemers voor een deel overigens ook gezien de daadwerkelijk uitgekeerde rendementen.

Het pensioenvermogen en de belastingclaim op dat vermogen stegen in de periode 2011-2020 met 7,4% per jaar. Het bbp nam in die zelfde periode slechts met 2,7% per jaar toe.

(c) Het jarenlange geneuzel over het houdbaarheidstekort valt met deze cijfers moeilijk te plaatsen zo dat kengetal überhaupt nog enige relevantie heeft. De overheidsschuld bestaat rekening houdend met de belastingclaim immers in het geheel niet.

(d) De toekomstige ontwikkeling van de belastingclaim onderbouwt nog eens dat de omkeerregel pensioenen met de grootst mogelijk spoed moet worden afgebouwd.

________________________________

Laatst bijgewerkt 20 april 2021

1] Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie 1.0 Serie pensioenen

[2a] Stabiliteitsprogramma Nederland  april 2021,

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/04/19/stabiliteitsprogramma-2021

[2b] Stabiliteitsprogramma Nederland  april 2020,

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/04/09/stabiliteitsprogramma

[3] DNB, “De omkeerregel voor pensioenopbouw en de inkomensverdeling”

Citaat:

Door de omkeerregel wordt de belastinginning uitgesteld. Bij toenemende grijze druk zullen de belastingopbrengsten van pensioenen daarom automatisch toenemen. Met deze opbrengsten kan een flink deel van de door de vergrijzing oplopende zorg- en aow-kosten worden betaald. Hoewel de uitgestelde belastingheffing voor de overheid een verlies aan rentebaten betekent, zorgt de omkeerregel zo wel voor een automatische spaarpot om de kosten van vergrijzing gedeeltelijk op te vangen. In afwezigheid van de omkeerregel zouden belastingsopbrengsten die decennia eerder worden gerealiseerd, moeten worden gespaard voor het moment dat de kosten zich voordoen. Dat zou een zeer strenge begrotingsdiscipline vereisen.

DNB vertelt hier, uiteraard bewust en dus te kwadertrouw, slechts de helft van het verhaal. De huidige en toekomstige generatie gaat immers de pensioenspaarpot weer flink aanvullen met toekomstige pensioenpremie met opgebouwde en deels ten onrechte niet uitgekeerde rendementen (FTK). Het Ministerie van Financiën is daarbij de stille achterbakse vennoot die de rente op de overheidsschuld bij de burgers jaarlijks in rekening brengt  in de vorm van onnodig hoge belastingen, maar het rendement op zijn staatsschuld, die in het pensioenvermogen is belegd, niet in de boeken verantwoord en in het geniep oppot. Met deze mismatch kan de staat de burgers weer een poot uidraaien en ook nog bezuinigingen en ombuigingen opleggen vanwege die hoge staatsschuld met zijn ondraaglijke “rentelast”.

Aangezien de overheid de stukken als ze die al niet zwart lakt in elk geval wegmaakt op het internet:

https://docplayer.nl/6608064-De-omkeerregel-voor-pensioenopbouw-en-de-inkomensverdeling.html

From → 0. Cijfers

7 reacties
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    ABP boekt in Q1 2021 een vermogenswinst van 7%. (33 miljard)
    DNB gaat in de rentetermijnstructuur over heel 2021 uit van -0,5%

    Zoals Bernard van Praag stelde in Me Judice

    We hebben een omslagstelsel met een buffer van 1800 miljard.

    https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/drie-maal-meer-pensioenvermogen-maar-toch-een-lager-pensioen

  2. Dhr JC Kortekaas permalink

    Q1 2021 Steeg het vermogen van ABP met 33 miljard van 466 miljard naar 499 miljard.

    https://www.abp.nl/over-abp/financiele-situatie/actuele-financiele-situatie/

    Dit zit vast niet in het 2060-model van CBS.

    Inmiddels zit de hervorming van de pensioenen in de Haagse modder.

    Consultants blijven uren schrijven, hoe nu verder met de 1800 miljard 2e pijler?

    https://fd.nl/economie-politiek/1381070/nieuwe-pensioenstelsel-vertraagd-mvd1caTRtYWL

    • Die 1% rendement zit echt wel in het model, zo goed waren die 1e kwartaalcijfers nu ook weer niet door het renteverlies op het agio langlopende leningen.

  3. Dhr JC Kortekaas permalink

    CPB en KNMI lijken wel op elkaar.
    CPB tast in het duister over de economie van 2021 maar weet alles van 2060
    KNMI weet niets over het plotselinge koude weer van april 2021 maar alles over 2060.

  4. Adriaan permalink

    Indexeren zou het niet aantasten is slechts een fractie.

  5. Dhr JC Kortekaas permalink

    CPB kent exact de stand van de economie in 2060 maar niet die van 2022.
    Zo ook het KNMI, die de koudegolf van april 2021 niet zag aankomen maar wel het klimaat van 2060 kan vooruit rekenen.

    Pieter Hasekamp dan maar, maart 2020.

    Gebruik de deelknoppen op FD.nl om dit artikel te delen via Whatsapp, Twitter, Facebook, LinkedIn of e-mail. Het kopiëren van artikelen om met anderen te delen of te gebruiken voor geautomatiseerde verwerking is een inbreuk op onze Algemene Voorwaarden en ons auteursrecht en dus niet toegestaan. Wilt u artikelen delen met anderen en/of gebruiken voor geautomatiseerde verwerking, dan kunt u onder voorwaarden rechtstreeks een licentie bij FD verkrijgen. Neem voor meer informatie contact op met klanten@fdmediagroep.nl. U kunt de link naar dit artikel wél delen met anderen. Gebruik daarvoor: https://fd.nl/economie-politiek/1339377/cpb-recessie-zet-mogelijk-door-tot-in-2021-ttd1caTRtYWL

    Centraal Planbureau bereidt Nederland voor op barre tijden
    Jule Hinrichs 26 mrt ’20

    Deel via WhatsApp
    Deel via Twitter
    Deel via Facebook
    Deel via LinkedIn
    Deel via E-mail

    Bewaar artikel in Mijn Nieuws

    Eenrichtingsverkeer en afstand houden bij een Jumbo-supermarkt in Amsterdam om coronabesmetting te voorkomen. Het CPB schetste donderdag een somber beeld over de Nederlandse economie. Foto: Roger Cremers voor het FD
    In het kort
    Het Centraal Planbureau komt met sombere scenario’s voor de Nederlandse economie.
    Door de coronacrisis is er reëel gevaar dat de economische klap nog harder zal zijn dan in 2009, en de krimp tot halverwege 2021 doorzet.
    De staatsschuld loopt op maar blijft beheersbaar, de werkloosheid nadert in het slechtste geval de 10%.
    Nederland gaat door een gezondheidscrisis en daar zou wel eens een zware economische crisis op kunnen volgen. Het Centraal Planbureau bereidt het land voor op wat er nog kan komen. Dat doet het donderdag met de publicatie van vier scenario’s. Een recessie komt er sowieso aan, en in de ongunstigste twee scenario’s komt de neergang van de economie pas in de loop van volgend jaar ten einde.

    De rekenmeesters van het kabinet willen geen uitspraak doen over de waarschijnlijkheid van de verschillende scenario’s. Maar directeur Pieter Hasekamp kan zich vinden in een kwalificatie dat het CPB Nederland voorbereidt op zwaar weer: ‘Dat is zo ja, er is alle reden tot bezorgdheid. Hele sectoren van de economie die stilvallen. Bedrijven die aankloppen bij de overheid en aangeven dat ze ernstig in de problemen komen.’

    Klap kan heel hard zijn
    Er is veel onzeker, zegt Hasekamp in een telefonische toelichting, maar potentieel zou de klap van de coronacrisis heel hard kunnen zijn. In het gunstigste geval veert de economie al in het derde kwartaal van dit jaar weer op, in het ongunstigste scenario ontstaan er problemen in de financiële sector, loopt de werkloosheid hoog op en verslechtert het internationale economische beeld verder.

    De krimp van de economie kan dit jaar uitkomen op tussen de 1,2% en 7,7%. In het ongunstigste scenario zou de economie tot halverwege 2021 blijven krimpen en komt de krimp op in totaal zo’n 10% uit. Dat zou ruimschoots het dubbele zijn van de schade die de recessie van 2008 en 2009 de economie heeft toegebracht.

    Hasekamp ziet overeenkomsten en verschillen met de vorige recessie. ‘Het gaat in beide gevallen om recessies, maar toen kwam de dreun vanuit de economie zelf, uit de financiële infrastructuur. Nu staat de economie er beter voor, is de werkloosheid laag, zijn de banken gezonder en de overheidsfinanciën sterker. Als het allemaal zou meevallen, kunnen bedrijven zich ook snel herstellen. Ik zou niet te veel vergelijken met 2008. De uitgangspositie is echter beter.’

    Grootste onzekerheden
    Het verloop van de pandemie, de duur van de door overheden opgelegde contactbeperkingen en de effectiviteit van het steunbeleid noemt het CPB de grootste onzekerheden. Het bureau zegt dat een zo zware aanbod- en vraagschok slechts ten dele met overheidsmaatregelen kan worden opgevangen.

    ‘Dat er door de overheid liquiditeit beschikbaar wordt gesteld is verstandig’, vindt Hasekamp, ‘Maar bepalend is nu de snelheid van de uitvoering. Als de klap hard uitvalt en inkomens van mensen in een aantal sectoren wegvallen, kan het beleid dat slechts ten dele opvangen.’

    Hasekamp waarschuwt dat in de ongunstigste variant de investeringen sterk terugvallen, met 34,6% dit jaar en in 2021 nog eens met 23,8%. Hij zegt dat er zich dan geen start-ups meer zullen aandienen en dat de overheid de wegvallende bedrijfsinvesteringen niet kan overnemen. ‘Dan kom je dus in de situatie dat schoolverlaters geen baan meer vinden.’

    Werkloosheid
    De werkloosheid loopt in het lichtste scenario slechts beperkt op, maar stijgt in het zwaarste scenario tot 9,4% van de beroepsbevolking in 2021. Over februari van dit jaar kwam de werkloosheid nog uit op een uitzonderlijk lage 2,9%.

    De grote mondiale economische instituten zoals het IMF en de Oeso moeten nog met bijgestelde verwachtingen komen. De Wereldhandelsorganisatie liet woensdag weten een sterke neergang van de wereldhandel te voorzien. Het Franse economisch bureau Insee meldde donderdag dat de economische activiteit en de consumptieve bestedingen in Frankrijk zijn gezakt naar ongeveer 65% van het gebruikelijke niveau.

    Het Duitse economisch instituut IW zei donderdag in een slechtste scenario uit te gaan van een krimp van de Duitse economie met 10%. Daarbij gaat het IW ervan uit dat Duitsland tot eind juni op slot zit in een lockdown.

    In de scenario’s waarin de coronacrisis langer aanhoudt en de wereldeconomie sterker in de problemen brengt, laat het CPB de eurozone onbesproken. ‘Dat klopt en er zijn inderdaad nog verschillen tussen de eurolanden’, zegt Hasekamp, ‘Maar we hebben geleerd van de vorige crisis. Er is nu een noodfonds ESM dat benut kan worden en de Euroese Centrale Bank heeft razendsnel ruim liquiditeit beschikbaar gesteld. En er zijn op dit moment geen problemen met landen om toegang te krijgen tot de kapitaalmarkt.’

    Donderdag werd duidelijk dat de ECB hard intervenieert en vooral staatsobligaties uit de zuidelijke Europese landen opkoopt.

    Jule Hinrichs

    Meest gelezen

    Originele link van het artikel: https://fd.nl/economie-politiek/1339377/cpb-recessie-zet-mogelijk-door-tot-in-2021-ttd1caTRtYWL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: