Spring naar inhoud

3. Inkomen uit vermogen

1 september 2020

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de Serie Vermogen huishoudens.

Volgens de CBS publicatie Materiële welvaart in Nederland 2020 maakten de huishoudens in 2018 op een vermogen van € 1.417 mld., of eigenlijk € 1.609 mld. als je de aanmerkelijk belang correctie van het MvF meeneemt, een inkomen van slechts € 22,2 mld. Op de activa van de huishoudens (€ 2,456 mld.) werd een inkomen € 49,2 mld. gemaakt. De huishoudens hebben immers een forse hypotheekschuld van € 726 mld., waarover € 26,4 mld. aan hypotheekrente werd betaald.

Dat CBS inkomen uit vermogen is slechts ten dele gebaseerd op werkelijke cijfers en veelal ontleend aan fiscale gegevens uit de aangiften. Ook het CBS werkt met schattingen en wel voor het inkomen eigen woning (€ 33,2 mld. op € 1.333 mld. vermogen) en het inkomen uit aanmerkelijk belang (€ 8,5 mld. op zoals in de MvF bouwstenen studie bleek € 400 mld. ab-vernogen. Daarnaast neemt het CBS aan dat de aangiftecijfers betrouwbaar zijn, aangezien de belastingdienst een bordeel is, is dat nog maar zeer de vraag.

Het CBS probeert ons wijs te maken dat de huishoudens op € 1.417 mld. vermogen in 2018 een inkomen maken van € 22,2 mld. We lopen wat voor de muziek uit en laten in het volgende staatje zien hoe we in deze bijdrage tot betere cijfers komen:

♦ Het inkomen uit vermogen 2018 is dus eerder € 88,9 mld. (2017: 138,8 mld.) dan de € 22,2 mld. (2017: € 21 mld.) die het CBS opvoert. Het CBS heeft daarbij een traditie hoog te houden, in de jaren voor 2017 maakte het CBS het nog bonter zoals in de bijdrage inkomen uit vermogen 2011-2014 is uiteengezet.

♦ Het inkomen uit vermogen is door mij ruwweg bepaald op basis van een aantal aannames, die hieronder worden toegelicht, en mijn cijfers moeten dus met een flinke korrel zout genomen worden.  Voor de cijfers van het CBS valt het  zout echter niet aan te slepen. Met een beetje cijferbeoordeling had het CBS zich toch wel even achter de oren mogen krabben.

♦ Het inkomen uit pensioenvermogen was voor 2018 negatief.  Als je het rendement op het pensioenvermogen voor elk jaar over 10 jaar zou uitsmeren komt het bruto inkomen uit pensioenvermogen van de deelnemers voor 2018 op € 46,8 mld. uit. (2017: € 41,4 mld.) De arbeidsinkomensquote (AIQ) is dus ook nodig aan herzieing toe.

♦ Over het additionele inkomen hoeft m.u.z. van het inkomen uit pensioenvermogen en het ab-inkomen geen belasting berekent te worden. De belasting op beide inkomensbronnen wordt langdurig uitgesteld en voor het ab-vermogen wordt in deze bijdrage geen belastingcorrectie toegepast, dan moet eerst het box 2 regime maar eens worden genormaliseerd. ________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Het inkomen uit vermogen 2018 volgens het CBS:

Het inkomen uit vermogen 2018 volgens het CBS (groen) en de benodige aanpassingen van die cijfers  kan als volgt worden weergegeven:

Tabel  1 inkomen uit vermogen 2017 en 2018 in € mld.

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Bij dit cijfermateriaal kunnen de volgende kanttekeningen gemaakt worden:

(a) Het CBS is zoals we in de inleiding al melden nooit goed geweest in het bepalen van het inkomen uit eigen woning.  De eigen woning  wordt in 2018 voor 54,4% gefinancierd met hypotheken waarover € 26,4 mld. aan hypotheekrente betaald wordt. Voor 100% eigen woning bezit wordt door het CBS 33,2 mld. inkomen uit vermogen opgevoerd. Het inkomen vermogen voor de eigen woning kan voor het gefinancierde deel minimaal gesteld worden op de betaalde hypotheekrente. Als we dat criterium ook voor het met eigen vermogen gefinancierde deel aanhouden dan komt het inkomen uit vermogen eigen woning al op € 41,1 mld. In de literatuur kun je een scala aan rendementspercentages aantreffen waarop we in een toekomstige bijdrage eigen woning verder ingaan. Hier sluiten we aan bij de cijferopstelling in [2] op blz. 31 met een huur van 5% van de WOZ-waarde. [2] Zo’n 20% van de huur is nodig voor kosten als onderhoud, OZB en dergelijke kosten. Deze kosten kunnen we echter ruim wegstrepen tegen de jaarlijkse waardestijging van 4,74%.[2] De eigen woning is naast een investeringsgoed ook een consumptiegoed, dus daar laten we het maar bij. Het inkomen uit eigen woning komt dan op € 67,7 mld. i.p.v. de € 33,3 mld. die het CBS opvoert.

(b) Het aanmerkelijk belang vermogen is voor 80% in handen van de top 1% vermogens. De politiek heeft er ter bescherming van de Upper Middle Class geen belang bij het inkomen uit dit vermogen en het vermogen zelf enigszins juist weer te geven. Je moet het CBS dan ook het geld onthouden om dit goed uit te zoeken. [verslag Piketty discussie Tweede Kamer] Sinds kort weten we dat het aanmerkelijk belang eerder ca. € 400 mld. bedraagt dan de € 207,8 mld, die het CBS ons voortovert. Uiteraard heeft dit ook conseqenties voor de hoogte van het inkomen uit dat vermogen.  Nu is het inkomen uit aanmerkelijk belang vermogen in de statistieken sterk afhankelijk van het fiscale regime in box 2, dat het dividend belast dat de ab-aandeelhouder zich zelf voor dat jaar gunt, sterk afhankelijk van dat zelfde regime. Met de werkelijkheid heeft dat natuurlijk niets uitstaande. Het inkomen uit aanmerkelijk belang bedraagt volgens het CBS voor 2018 € 8,5 mld. Gaan we uit van de 7% rendement volgens de commissie parameters pensioenfondsen dan is dat inkomen eerder € 28 mld. Dat meerdere inkomen en het hogere vermogen komt voor ca 95% de top 10% vermogens toe. Daar komen we in de bijdrage vermogensverdeling nader op terug.

(c) Ook voor overig onroerend goed gaan we van een rendement van 5% uit. (commissie parameters 4,8% met een voorzichtige risico-inschatting). [5] Dat rendement komt dus op € 8,7 mld.  i.p.v. € 4,0 mld.

(d) Het CBS neemt alleen de directe opbrengst op effecten mee. Uit de analyse van het rendement pensioenvermogen weten we dat het rendement inclusief indirecte opbrengsten conservatief ruim het dubbele bedraagt. (In de periode 2006-2018 maakten de pensioenfondsen bruto een direct rendement van € 301 mld. en een indirect rendement van 405 mld.)

(e) Voor de kapitaal- en levenverzekeringen gaan we van 4% rendement uit. Je kunt zeggen, zoals het CBS doet, dat je de bedragen niet weet, maar wij hechten eraan een indicatie te geven.

[f] De cijfers voor het rendement op het pensioenvermogen zijn ontleend aan de bijdrage Pensioenvermogen. Het rendement op het pensioenvermogen schommelt van jaar tot jaar zeer aanzienlijk. Het rendement moet worden toegerekend aan de deelnemers (65%) en aan de staat i.v.m. de belastingclaim van 35%  op dat vermogen door de omkeerregel pensioenen.

(g) Van het inkomen uit effecten wordt alleen de directe opbrnegsten meegenomen. Wij hebben dit bedrag bij gebrek aan gegevens maar verdubbeld om de indirecte opbrengsten mee te nemen. Dat is conservatief gezien de pensioenfondsen cijfers [1.3 Rendement pensioenvermogen]

(h) Merk op dat het CBS geen inkomen uit vermogen aan het ondernemingsvermogen toekent.  De methode die het MvF voorstelt om eerst het rendement op vermogen te bepalen en dan de rest als arbeidsinkomen aan te merken had het CBS hier ook kunnen hanteren. In 2018 bedroeg het inkomen van de zelfstandige ondernemer € 57,4 mld. en van de overige zelfstandigen € 2,6 mld. Een deel van dit inkomen zal toch als inkomen uit vermogen moeten worden aangemerkt.  In 2014 bedroeg dat inkomen nog respectievelijk € 46,3 en € 2,7 mld.

Grafisch kan het inkomen uit vermogen excl. rente voor de jaren 2014-2018 dan als volgt worden weergegeven:

Grafiek 1 aangepast inkomen uit vermogen exclusief rente 

We hebben het dus niet over de postzegelkas al wil het CBS dat gezien hun cijfers doen geloven.

Op grond van het bovengestelde kan het inkomen uit vermogen 2014-2018 als volgt worden weergegeven:

Tabel 2 Aangepast inkomen uit vermogen 2014 – 2018 in € mld. 

♦ Het blijft een ruwe benadering en ik ruil deze graag in voor betere cijfers, maar de cijfers van het CBS slaan werkelijk nergens op. Het bruto-inkomen 2018 bedroeg volgens het CBS € 531,1 mld. en het besteedbaar inkomen € 326,1 mld. De aanvullingen zijn dus materieel voor het inkomensplaatje. De aanvullingen hebben geen consequenties voor de belastingheffing m.u.z. van het rendement op pensioenvermogen dat bij uitkering wordt belast. Over het addionele ab-inkomen is wel belasting verschuldigd, maar alleen als dat wordt uitgekeerd. Dwaallichten willen overigens nog wel eens beweren dat de pensioenen vrijgesteld zijn van vermogensbelasting. §3 Geeft een m.i.z. betere presentatie van het inkomen uit vermogen en de effecten op het bruto-inkomen.

♦ Voor de verdeling van het aangepaste inkomen uit vermogen per vermogens- en inkomensdeciel zie deze bijdrage .

§2 Belasting inkomen vermogen 2018 volgens het MvF [2]

Het Ministerie van Financiën heeft er belang bij om de belasting op het vermogen zo hoog mogelijk voor te stellen om de indruk te wekken dat het al die jaren niet op zijn handen heeft gezeten. Het ministerie heeft derhalve de belastingbedragen op inkomen uit vermogen uit alle hoeken en gaten er met de haren bijgesleept en komt voor 2018 tot de volgende cijferopstelling, een potje Chinees rekenen, met een belastinglast van € 38,3 mld.. En passant geven ze daarbij (met dank) ook nog hun visie op het vermogen 2018 mee, daarbij suggerend dat beide cijfers iets met elkaar uitstaande hebben:

Tabel 3 MvF Belastingen op kapitaal en vermogen in Nederland volgens bouwstenen rapport ( wordt gepresenteert als één tabel zoals hieronder)

(a) De suggestie die van dit MvF-staatje uitgaat is dat op een inkomen uit een vermogen van € 2.906 mld. een belasting van € 38,3 mld. wordt geheven. Volgens ons bloedeigen CBS is dat inkomen uit vermogen slechts € 22,2 mld., waarbij het rendement pensioenvermogen en het inkomen uit het hogere aanmerkelijk belang vermogen nog niet in aanmerking is genomen.  Uiteraard worden we hiermee volstrekt op het verkeerde been gezet.

(b) De totale vennootschapbelasting 2018 bedroeg volgens het CBS € 23 613 mln. Gemakshalve heeft het MvF dus de hele vennootschapsbelasting opbrengt ogenschijnlijk gekoppeld aan het vermogen van de Nederlandse huishoudens. De logica daarvan ontgaat mij volkomen.

(c) Zoals aangegeven wordt een belangrijk deel van de dividenbelasting verrekend met de belasting in box 1 en de vennootschapsbelasting, voorzover die dividendbelasting niet door het buitenland wordt betaald. Die belasting is dus voor binnenlands gebruik geen belasting. De buitenlanders betalen ca 1,4 mld. dividendbelasting en die moet je dus helemaal niet meerekenen.

(d) Onroerendezaakbelasting is onderdeel van de gemeentelijke belastingen. Je betaalt onroerendezaakbelasting wanneer je eigenaar of gebruiker van een pand bent. Die gemeentelijke belastingen kun je heffen over vermogen of naar inkomen: het eindeffect is hetzelfde de hogere inkomens betalen het meest en wel progressief.

(e) De overdrachtsbelasting betaal je alleen als je koopt of verhuist. Die belasting heb ik al 33 jaar niet betaald. (gemiddeld is dat 8 jaar).

(f) De box 2 belasting 2018 bedraagt 25% van het ab-inkomen (dividend en vervreemdingswinst). Het gaat dus om € 11,6 mld. belastbaar inkomen.  Op € 400 mld. ab-vermogen is dat niet al te  veel.

(g) Box 3 inkomen is dus na vrijstelling ca 13,7 mld. forfaitair inkomen uit vermogen.

§3 Alternatieve presentatie inkomen uit vermogen en bruto-inkomen.

We kunnen de presentatie van de bij elkaar geharkte aanpassing van de cijfers ook integeren in die cijfers en daarnaast het inkomen uit vermogen en het bruto-inkomen beter laten aansluiten bij mijn realiteit, die hopelijk ook meer aansluit bij de uwe:

Tabel 4 Alternatieve presentatie van het inkomen uit vermogen en bruto-inkomen 2014-2018

♦ Er word uitgegaan van een ongewijzigde belastingheffing. Dat is niet reëel maar dat is de veronderstelling dat het belastingstelsel snel zal worden hervormd ook niet.

♦ Doorgerekend valt dan het nieuwe inkomen uit vermogen en het bruto-inkomen te bepalen. Het zal duidelijk zijn dat de cijfers nogal afwijken van de CBS presentatie, maar ik begin ze eindelijk wel wat beter te begrijpen. Om ze nog beter te begrijpen heb je echter betere statistieken nodig. Overigens, als je naar het herziene bruto-inkomen in % van het bbp voor de jaren 2014-2018 kijkt, zijn die cijfers eigenlijk wel zo logisch? Het rendement op het pensioenvermogen wordt natuurlijk wel grotendeels in het buitenland gemaakt. Ik ben geen macro-econoom en weet dus niet hoe die cijfers precies in het bbp zitten en ben te lui om dat in het doolhof dat Statline heet uit te zoeken.

♦ Het inkomen gerelateerd aan pensioenen is allereerst de pensioenpremie die geen aftrekpost  van het besteedbaar inkomen is maar gewoon inkomen in het jaar dat het loon/de winst wordt genoten en de prestatie is geleverd. De pensioenuitkering is geen inkomen maar het opnemen van spaargeld. (eerder gestorte premie (was inkomen) en in belangrijkere mate rendement op het pensioenvermogen). Dat rendement is vrijgesteld van belastingen in box 3 maar wordt gewoon belast tegen gemiddeld ca. 35% in box 1 bij de uitkering. Dat vergeten bosjes economen als ze ons de box 3 derving op pensioenvermogen weer eens voortoveren (zie ook bijlagen MN 2020). Het rendement op pensioenvermogen is inkomen in het jaar dat het rendement gemaakt wordt. Daar gaat dan wel belasting vanaf en die voeren we hier tegen een tarief van 35% op (cf. het percentage bij uitkering). Uiteraard raken we dan jaarlijks het belastinginkomen op de pensioenuitkering kwijt. Daar staat tegenover dat we dan ook geen overheidsschuld meer hebben. en dus geen rente op de staatsschuld meer betalen.

♦ Door het reële inkomen uit vermogen eigen woning te bepalen onstaat een aanzienlijk hoger inkomen. Het MvF bouwstenen rapport doet een aantal voorstellen waarbij aansluiting bij het werkelijke inkomen en de werkelijk betaalde interest de meest logische is om box 3 perikelen te voorkomen. Het MvF heeft een bedroevend track record in het bepalen van forfaitair inkomen en rekent veelal naar zich toe. Een inkomen eigen woning 2018 in box 1 van € 40,2 mld. levert tegen het huidige tarief (gemiddeld ca 43%) indicatief €  17,3 mld. belasting op. Dat steekt schril af tegen de € 7,4 mld. onder het huidige regime. [6] De hypotheekrente dient, net als de huur uit het besteedbaar inkomen te worden betaald.  Nederlands koopkrachtplaatjes die hier geen rekening meehouden kunnen zo de stortkoker in.

♦ De pensioenpremie wordt tegen 52% afgetrokken en de pensioenuitkering wordt tegen 35% belast – zie.  Jaarlijks derft de staat in het huidige regime als pensioensmeergeld 17% (52% – 35%) van de pensioenpremie aan belastingen. Aan de daardoor hogere belastingen door die derving (2018: ca € 7,6 mld. op basis van € 45 mld. premie) betalen ook de niet-pensioendeelnemers vrolijk mee. De pensioenregelingen met hun 70% van het gemiddeld loon, naast de AOW, kunnen dus best een tandje lager. Het rendement op het pensioenvermogen wordt dus even als zwart inkomen  buiten de statistieken van het CBS en het MvF gehouden.

♦ De effecten op het besteedbaar inkomen laten zich moeilijker bepalen: je moet dan de pensioenuitkeringen netto elimineren en alle belastingconsequenties, deels met aannames, integraal doorrekenen. Daarnaast mag je natuurlijk het rendementen op het pensioenvermogen maar ten dele meenemen.  In de periode 2008-2018 werd € 715 mld. rendement gemaakt op het pensioenvermogen, € 465 mld. voor de deelnemers en € 250 mld. voor de staat.  Van die € 465 kwam een klein deel in de pensioenuitkeringen 2009-2018 tot uitdrukking. De rest verdween in het door de politiek bepaalde FTK-afvoerputje met zijn rentetermijnstuctuur, waardoor ook nog eens forse indexatie-achterstanden onstonden. Ook de staat gebruikte een verdwijntruc door de staatsschuld ogenschijnlijk  te laten oplopen en het overschot stiekum te verbergen.

♦ Als je het rendement op het pensioenvermogen voor elk jaar over 10 jaar zou uitsmeren komt het bruto inkomen uit pensioenvermogen van de deelnemers voor 2018 op € 25,2 mld. uit. (2017: € 22,3 mld.)

__________________________________

Laatst bijgewerkt 21 september 2020

[1]CBS, “Inkomen van huishoudens; inkomensbestanddelen, huishoudenskenmerken”, 13 november 2019

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84493NED/table?ts=1598815886283

[2] MvF, “Belasten van vermogen”, 1 mei 2020

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/05/18/belasten-van-vermogen

en voor een nadere toelichting op de correctie van de waarde van het aanmerkelijk belang vermogen zie

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/05/18/belasten-van-inkomen-uit-aanmerkelijk-belang

[3] CBS, “Documentatie Vermogens van huishoudens (revisie 2017)”,

https://www.cbs.nl/-/media/cbs%20op%20maat/microdatabestanden/documents/2016/53/integraal-vermogensbestand-microdata.pdf?la=nl-nl

[4] Kamervragen van de leden Merkies en Karabulut

https://www.mejudice.nl/docs/default-source/bronmaterialen/kamervragen-naar-aanleiding-mj-stuk.pdf

[5] Advies commissie-parameters

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/06/11/advies-commissie-parameters

[6] HRA € 26,4 mld @ 43% = 11,4 mld. Netto aftrek MvF € -8,2 mld. (tabel 3). Bijtelling is dus € 3,2 mld. belastingen of @43% € 7,4 mld. inkomen. Dat is het netto effect van bijtelling EWF + wet Hillen.

 

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: