Spring naar inhoud

2. Vermogen huishoudens

30 augustus 2020

_______________________________________________________________________________________________________________________________

Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de Serie Vermogen huishoudens.

De CBS publicatie Materiële welvaart in Nederland van april 2020 stelde dat het vermogen huishoudens in 2018 € 1.417 mld. bedroeg.[1] Op 1 mei 2020 (sic) deed het Ministerie van Financiën (MvF) de publicatie “Belasten van vermogen” het licht zien die dat vermogen eerder op € 2.906 mld. stelde, materieel een verdubbeling van het CBS-vermogen.[3] Deze publicatie nam een pensioenvermogen van € 1.338 mld. i.t.t. het CBS terecht wel in de vermogensopstelling mee.

Daarnaast onthulde de publicatie dat het aanmerkelijk vermogen na een wat grondiger analyse eerder op € 400 mld. moest worden gesteld dan de € 207,8 mld. die het CBS aanhield. We zijn daarmee jaren door het CBS op het verkeerde been gezet. Het 10e vermogensdeciel zag daarmee zijn totale vermogen met ca. € 184 mld. toenemen (+21%) en de vermogensverschillen namen daarmee ook toe. Het 10e vermogensdeciel neemt nu 78% van het vermogen exclusief eigen woning voor zijn rekening (was 74%). Van het MvF ab-vermogen is 80% in handen van de top 1% vermogens.[3]

In deze bijdrage geven we een opstelling van het vermogen huishoudens met een aantal aanpassingen waaronder het netto pensioenvermogen na aftrek van 35% belastingclaim zoals dat uit de bijdrage 1.1 Pensioenvermogen blijkt.  Deze benadering wordt al een aantal jaren op deze site gehanteerd. Uiteraard maken we ook gebruik van de nieuwe MvF ab-vermogen cijfers.

______________________________________________________________________________________________________________________________

§1 inleiding

Het vermogen van de huishoudens in kaart brengen is geen sinecure. Een beschrijving van de CBS systematiek treft u hier aan. [4]. Daar staan ook de waarderingsgrondslagen nader uiteengezet.  De CBS cijfers worden in belangrijke mate ontleend aan de fiscale cijfers. Dat betekent dat alle makkes die in de dataverzameling door de fiscus en niet te vergeten leemten in de fiscale wetgeving veelal onverkort in de cijfers van het CBS doorwerken. [5] Daarnaast wordt het CBS in een aantal gevallen door de politiek – al of niet bewust-  te weinig geld beschikbaar gesteld om behoorlijke statistieken op te leveren.[2] Tenslotte kan je zonder goede cijfers geen beleid voeren, maar misschien wil je dat beleid helemaal niet veranderen en bestaande privileges handhaven?

“Er worden alleen vermogens verwerkt die ook bekend zijn bij het CBS en de Belastingdienst, terwijl dat niet altijd het geval is.”[3]  De schaduweconomie (ca 9% bbp) is niet onaanzienlijk. Stille en geheime reserves komen o.a. niet tot uitdrukking in b.v. het aanmerkelijk belang vermogen en ondernemingsvermogen. Dat geldt dus ook voor het inkomen uit dergelijke vermogens.

Al met al leidt dit ertoe dan over de vermogens- en inkomensverdeling aanmerkelijk minder harde conclusies vallen te trekken dan het CBS en de politiek veelal doen. [2]

§2 Ontwikkeling vermogen huishoudens 2007-2018

De ontwikkelingen van het vermogen volgens het CBS, aangevuld met mij bekende gegevens, die niet in een dergelijk overzicht zouden mogen ontbreken, luidt als volgt:

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

♦ Het huishoudvermogen per 1/1/2018 is dus 203% hoger dan het CBS opgeeft (€ 2.872 mld. i.p.v. € 1.417 mld.).  Dat komt met name omdat het pensioenvermogen door het CBS van wege een jezuïtische redenering nog steeds niet tot het vermogen wordt gerekend. [1] Het CPB is inmiddels om omdat een internationale vergelijking van de vermogens dan helemaal nergens op slaat. [5] Ook het Ministerie van Financiën rekent het pensioenvermogen tot het vermogen.[3] De hoogte van het pensioenvermogen huishoudens en het bedrag aan levensverzekringen is ontleend aan de bijdrage 1.1 Pensioenvermogen die deze gegevens aan DNB-statistieken ontleent. Dat het pensioenvermogen niet ter vrije beschikking staat mag duidelijk zijn, dat geldt overigens evenzeer voor het vermogen dat voor een pensioen in de privésfeer wordt aangehouden en wat dacht u van de eigen woning? Dit schijnt de politici, met hun comfortabele ambtenarenpensioenen, nogal eens te vergeten. [2]

Het CBS gaat eind 2017 uit van een bedrag aan levensverzekeringen en lijfrentes van € 152,0 mld. Daar moet dan nog de belastingclaim op de lijfrenten nog vanaf. Wij hebben het DNB-bedrag van € 124,4 mld. aangehouden.

♦ De inflatie in de periode 1/1/2007 – 1/1/2018 bedroeg meetkundig een luttele 1,4% per jaar. [7] Bij de gegeven stijgingspercentages is geen rekeningen gehouden met onderlinge verschuivingen tussen de rubrieken.

♦ Als je dat pensioenvermogen tot het vermogen rekent, moet je dat wel goed doen dus na aftrek van de daarop rustende belastingclaim (ca 35%) en daar hebben de overheidsinstellingen wel eens moeite mee, want waar moet je dan het geld, dat de staat toekomt, in de boeken van de overheid verantwoorden?  Je kan dat geld, inmiddels € 636 mld., natuurlijk in mindering van de overheidsschuld brengen, maar waarmee kan je dan de burgers nog bezuinigingen en ombuigingen afdwingen? Bovendien moet je dan het jaarlijkse substantiële rendement op die belastingclaim ook in de boeken gaan verantwoorden en dat geeft maar vragen over de rentelast op de staatsschuld, die in dat pensioenvermogen is belegd en wel jaarlijks bij de burgers in rekening wordt gebracht.

♦  Het aanmerkelijk belang vermogen blijkt inmiddels volgens het Ministerie van Financién in 2017 € 400 mld. te bedragen in plaats van de € 190,4 mld. die het CBS voor 2017 opvoert. [zie noot 3] Die rond € 400 mld.  (CBS: €  207,8 mld.) hebben we in onze opstellingen ook voor 2018 aangehouden. Aangezien 80% in handen is van de top 1% [3] heeft dit consequenties voor de vermogensverdeling. Daar  dat vermogen ook nog eens in het verleden moet zijn opgebouwd heeft dat ook gevolgen voor het inkomen uit vermogen in vorige perioden die het CBS kennelijk zijn ontgaan. De CBS-toelichting op pagina 13 geeft in elk geval weinig houvast. Men kan eerder concluderen dat de waardering van het aanmerkelijk belang door het CBS gebaseerd is op kabbalisiek en dat deze waardering weinig uitstaande heeft met de waarde in het economisch verkeer.  Dan is de Quote 500 soms een betere bron. De waarde van de aanmerkelijk belang aandelen is door het daaraan verbonden zeggenschapsrechten veelal hoger dan de rendementswaarde of het zichtbaar eigen vermogen.

♦  De bedragen voor de kapitaalverzekering zijn ontleend aan een artikel van Salverda [8] en dat bedrag is tamelijk gedateerd. Het weglaten van deze cijfers is echter een nog slechtere keuze.

♦  Bij de waardering van de eigen woning, het overig onroerend goed  en de waarde van het aanmerkelijk belang dient er rekening mee te worden gehouden dat volgens DNB de taxatiewaarde van het onroerend goed systematisch te hoog is. [9] Die cijfers zijn ook nog eens opgefokt door het HRA-infuus (ca 12%).

§3 Aanvullende gegevens op basis van MvF publicatie [3]

We verwezen al naar de vermogensopstelling van het Ministerie van Financiën.[3] De aansluiting met de CBS-cijfers [1] en mijn cijfers is als volgt:

♦ Hoewel mijn totaal cijfers en de MvF totaal cijfers materieel praktisch gelijk zijn is de opbouw van de cijfers nogal verschillend.

§4 Oom Dagobert

Als we de vergelijking met de burgers in het buitenland willen maken dan moeten we natuurlijk ook het vermogen van de staat meetellen. In dat geval wijken onze cijfers nog meer af van de cijfers die het CBS en het CPB ons jaarlijks voorschotelen:

(a) De cijfers van het CBS zijn hiermee onherkenbaar geworden.  Ik ken weinig politici die met deze gecorrigeerde cijfers werken. Ik ken wel politici die altijd nodeloos  en oeverloos klagen over onze staatsschuld en de schulden van de burgers.

(b) Die schulden van de eigen woning bezitter zijn lager door de kapitaalverzekeringen {2018: ca. ≈ 135 mld.) [8]  Daar staat tegenover dat de schuld van een 30-jarige huurder in de vrije sector er ook mag zijn: ca. € 815.000.  en daar staan geen stenen tegenover.

___________________________________________

Laatst bijgewerkt 20 september 2020

Bronnen

{1] CBS, Materiële welvaart in Nederland 2020, 10 juni 2020

https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2020/24/materiele-welvaart-in-nederland-2020

De cijfers voor het huishoudvermogen zijn overigens gebaseerd op de Statline gegevens van 18 november 2019

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83834NED/table?ts=1578138431231

[2] Aanhangsel bij de handeling, # 2286

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20142015-2286.html

“Het kabinet (CM Rutte II – bij monde van Asscher) ziet op dit moment dan ook geen indicaties om te veronderstellen dat de vermogensverdeling onevenwichtig is.”

zie ook

https://www.rijksbegroting.nl/2014/kamerstukken,2015/2/5/kst205221.html

“Het is niet correct dat er niets bekend is over de lange termijnontwikkeling van de vermogensverdeling. De studie van Wilterdink18 geeft een beeld van de vermogensongelijkheid op de lange termijn. Wel kunnen er vragen gesteld worden bij de achterliggende data bij deze reeks, die is gebaseerd op de gegevens over de vermogensbelasting. Hierbij geldt, zoals Wilterdink zelf ook aangeeft, dat de onbetrouwbaarheid van deze cijfers sinds halverwege de jaren zestig is toegenomen en dat deze cijfers alleen gebruikt kunnen worden om een globaal beeld te geven. Dit algemene beeld is geenszins suggestief, gezien het brede gebruik van deze cijfers in academische kringen. Dit is ook aangegeven in de brief van het kabinet van 17 november 2014 naar aanleiding van vragen van de Eerste Kamer over de vermogensverdeling.”

We weten die academische kringen voor zover ze hun vak serieus nemen dan ook de grootst mogelijke moeite doen om die cijfers van het CBS aan te vullen en van de broodnodige kanttekeningen te voorzien.

b.v.

https://www.mejudice.nl/auteurs/detail/wiemer-salverda

https://www.mejudice.nl/auteurs/detail/alman-metten

Bas van Bavel: http://dspace.library.uu.nl/handle/1874/307569

[3] MvF, “Belasten van vermogen”, 1 mei 2020

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/05/18/belasten-van-vermogen

en voor een nadere toelichting op de correctie van de waarde van het aanmerkelijk belang vermogen zie

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/05/18/belasten-van-inkomen-uit-aanmerkelijk-belang

“Het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst hebben onderzoek gedaan om dit probleem tenminste ten dele op te lossen. De balanswaarde van binnenlands vastgoed en binnenlandse
deelnemingen is voor zover mogelijk aangepast aan de waarde economisch verkeer. Voor andere stille reserves (zoals goodwill en de economische waarde van buitenlandse beleggingen) kan geen correctie worden bepaald. Bij de aanpassing is als volgt te werk gegaan: De waarde van binnenlands vastgoed is zo mogelijk in overeenstemming gebracht met de actuele WOZ-waarde. In
het geval van binnenlandse deelnemingen is de actuele (fiscale) waarde van het eigen vermogen van de dochtervennootschap ontleend aan de Vpb-aangifte van die dochteronderneming. Dit klinkt eenvoudiger dan het is. Sommige ab-houders bezitten structuren van vennootschappen waarbij het uiteindelijk eigendom via vele tussenholdings loopt en waarbij bovendien in verschillende holdings geparticipeerd wordt. Op basis van deze exercitie resulteert een schatting van de waarde van het ab-vermogen in de orde van grootte van € 400 miljard in 2017. Dit is aanzienlijk meer dan de  schatting in de vermogensstatistiek van het CBS21 (€ 190 miljard in 2017) of de optelling van alle vermogens van ondernemingen met tenminste één natuurlijk persoon als ab-houder (€ 263 miljard in 2017, zie tabel 2.4 hieronder).”

Hoewel dit de 2017 bedragen betreffen zijn de gegevens om praktische redenen aan de 2018 CBS cijfers gekoppeld om een zo actueel mogelijk beeld te schetsen. Het vermogen is dus vermoedelijk te laag voorgesteld.

[4] CBS, “Documentatie Vermogens van huishoudens (revisie 2017)”,

https://www.cbs.nl/-/media/cbs%20op%20maat/microdatabestanden/documents/2016/53/integraal-vermogensbestand-microdata.pdf?la=nl-nl

5] Beperkingen van de CBS-vermogenscijfers.

Het CBS zegt over zijn cijfers:

“Bij het vaststellen van de fiscale hypotheekschuld zijn eventueel opgebouwde tegoeden bij spaar- en beleggingshypotheken niet meegenomen omdat het CBS tot op heden geen toegang heeft gekregen tot de onderliggende gegevens. Ook worden pensioenaanspraken en andere aanspraken van sociale zekerheid niet tot het vermogen gerekend, omdat deze collectief worden geregeld en niet op persoonsniveau toerekenbaar zijn, of overdraagbaar van persoon op persoon.”

Er zijn nog aanzienlijk meer kanttekeningen bij de CBS-cijfers te maken. Zonder te streven naar volledigheid zijn die:

♦ De pensioenaanspraken per persoon zijn het CBS bruto bekend. Uiteraard wordt dit vermogen bij overlijden wel “van persoon op persoon” overgedragen, alleen niet volgens de erflijn. Overigens is dat voor een deel van de derde pensioenpijler wel het geval. Op die aanspraken moet nog bij uitkering de progressieve belasting in box 1 in mindering worden gebracht, een exercitie die alleen het CBS/CPB  bij benadering kan uitvoeren.

♦ Ook de minister van financiën heeft de spaar- en beleggingshypotheek cijfers niet, terwijl die gegevens voor de controle door de belastingdienst toch uiterst nuttig zouden zijn: hoe wil je anders de vermogensdoorrekening een beetje controleren?

♦ Het ondernemingsvermogen en het aanmerkelijk belang vermogen worden gewaardeerd op basis van historische fiscale cijfers en wijken daarmee nogal af van de waarde in het economisch verkeer, zonder rekening te houden met stille reserves, goodwill, patenten e.d. Uiteraard valt dit bedrag ook door het CBS niet te bepalen of te benaderen. Daarbij valt ook nog op te merken dat het ab-belang wordt bepaald aan de hand van de enkelvoudige balans, waarbij het binnenlands onroerend goed gewaardeerd wordt op WOZ-waarde.

[6] CPB, Arjan Lejour,  “Indicatoren vermogensongelijkheid”, 11 september 2018,

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-11sept2018-Indicatoren-vermogensongelijkheid.pdf

[7] CBS consumentenprijsindex

https://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=83131NED&D1=0&D2=0&D3=142,285&HDR=T&STB=G1,G2&VW=T

[8] W. Salverda, “Ongelijkheid na de financiële crisis”

https://www.wimdreesfonds.nl/uimg/wds/b51992_att-tvof-editie-jaargang-46-2014-nummer-3.pdf

“Ten tweede wordt een belangrijke vorm van vermogen niet waargenomen, doordat ze buiten de heffing van de inkomstenbelasting valt. Dat geldt met name voor de depots van spaarhypotheken. Het daarin opgespaarde bedrag is onlangs geschat op 80 miljard euro aan het eind van 2012, en groeit naar verwachting tot 135 miljard euro in 2018”

[9] DNB Bulletin, ” De kwaliteit en onafhankelijkheid van woningtaxaties”

https://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/DNBulletin2019/dnb382679.jsp

“De taxatiewaarde blijkt in zo’n 95% van de gevallen gelijk aan of hoger dan de koopsom te zijn. Dit duidt op systematische overwaardering.”

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: