Spring naar inhoud

1.5 Pensioenvermogen 2060

26 augustus 2020

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie pensioenvermogen.[1]

Laat mij beginnen met te stellen  dat zowel de berekening van het houdbaarheidssaldo als de berekening van het pensioenvermogen eind 2060 hobby horses zijn van macro-economen met een hubris complex, die van overheidswege te veel rekentuig ter beschikking hebben gekregen. Een glazenbol, een dobbelsteen en een telraam volstaan voor een dergelijke exercitie. Bovendien gaan die berekeningen uit van ‘constante arragementen’,subjectief ingevuld al naar gelang het uitkomt. Dat zijn de constante arrangementen van de politiek, met de onbekende waan van de dag en b.v. crisissen  vergelijkbaar met die van 2008 & 2020.

In deze bijdrage behandelen we het totale pensioenvermogen exclusief de derde pensioenpijler eind 2060 dat op basis van het cijfermateriaal van april 2020 op ca 194% bbp_2060 uitkomt. De belastingclaim op het totale pensioenvermogen (35%) bedraagt in 2060 ca 68 % bbp_2060. Al het gejeremieer over hogere zorgkosten en vergrijzing is dus nergens op gebaseerd: er wordt maar zeer beperkt ingeteerd op de belastingclaim pensioenen door de afnemende vergrijzing. [5]

We gaan er vanuit in onze opstelling vanuit dat het pensioenvermogen na het herstel in het tweede kwartaal 2020 [5] ongeveer gelijk zal zijn aan de stand eind 2019. Zoals in [2a]  uiteengezet zijn er een groot aantal onzekerheden met betrekking tot de zoals gewoonlijk, uiterst onstabiele cijfers.

In 2019 nam het pensioenvermogen met € 251 mld. toe en de belastingclaim met € 88 mld. Een dergelijke mutatie laat zien dat het onderliggende cijfermateriaal voor het stabiliteitsprogramma  van elke stabiliteit is ontbloot. Het cijfermateriaal wordt mede opgesteld voor “onze” EU-bobo’s. Uiteraard houden deze EU-onbenullen daarbij geen enkele rekening met de specifiek Nederlandse situatie, waarbij de Nederlandse overheid als oom Dagobert Duck in het geld zwemt.

_________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Hoewel een prognose van het pensioenvermogen per eind 2060 normaal gesproken het papier niet waard zou zijn waarop dit soort exercities gedrukt worden geven we hier toch even het cijfermateriaal weer. Tenslotte willen het CPB en het Ministerie van Financiën dat we hun rekenexercities serieus nemen, waarbij we beide overigens veelal op hun blauwe ogen moeten geloven.  Het CPB  heeft de buitengewoon irritante gewoonte om nooit bbp-standen in zijn houdbaarheidssommetjes te vermelden: de hoogte van het bbp moet de burger dus maar zelf uitdokteren. Daar beginnen wij hier niet aan. [zie 6]

Het aantal boven 65-jarigen schommelt in de periode 2040-2060 tussen de 26,1% en 26,3%  van de totale bevolking (2010: 16,2%). [2a]

Van de in April 2019 gepubliceerde publicatie Stabiliteitsprogramma Nederland weten we dat de pensioenreserves pensioenfondsen eind 2060 werd geschat op 148,4 % bbp_2060. [2b] Inmiddels is dat cijfer in 2020 opgelopen naar 180,7% bbp mede door de behaalde resultaten in 2019 (+17,4% pensioenvermogen pensioenfondsen).[2a] Over de overheidsschuld eind 2060 valt momenteel niets zinnigs te zeggen. De publicatie [2a] geeft hier merkwaardigerwijs helemaal geen informatie over. Daarvoor moet men b.v. [3] raadplegen, hoewel dat cijfer (2060 : 100% bbp_2060) natuurlijk inmiddels volstrekt achterhaald is.

§2 Een prognose van het pensioenvermogen 2060 in % bbp.

Cijfermatig valt op basis van de beschikbare informatie de volgende globale opstelling te maken. [2a; 2b]:

(a) April 2019 werd het pensioenvermogen pensioenfondsen eind 2020 geschat op 174,0 % bbp.[5] Door de florissante 2019 cijfers kan dat cijfer eind 2019, nog geen jaar later, al op 200,5% bbp_2020 worden gesteld.  Inclusief verzekeringsmaatschappijen en exclusief de zogenaamde derde pensioenpijler is dat percentage ca 215 % bbp_2020 als we van 0% stijging van het pensioenvermogen t.o.v. 2019 uitgaan. Het nut van dit soort schattingen is dus nogal fragwürdig. Dat is zeker het geval als je ontwikkeling van het bbp 2020 kent, dat zo te zien als een koeienstaart zal groeien.

(b) Relatief, in percentage bbp, neemt het pensioenvermogen af door het “wegwerken” van de babyboomers. Dat neemt niet weg dat er nog steeds een forse pensioenpot overblijft die door de toekomstige generatie wordt aangevuld.  Dat we het geld nodig hebben voor de hogere zorgkosten en de AOW-uitkeringen, één van de argumenten voor de omkeerregel pensioenen, is dus maar zeer ten dele waar. [4] Er verdwijnt immers in de toekomst weer een smak belastinggeld in de pensioenpot door gestortte pensioenpremie van de actieve deelnemers. Dat belastinggeld had beter voor een andere doel kunnen worden gebruikt. Die pensioenpremie van de pensioendeelnemer voor een deel overigens ook gezien de daadwerkelijk uitgekeerde rendementen.

Het pensioenvermogen en de belastingclaim op dat vermogen stegen in de periode 2011-2020 met 7,4% per jaar. Het bbp nam in die zelfde periode slechts met 2,7% per jaar toe.

(c) Het jarenlange geneuzel over het houdbaarheidstekort valt met deze cijfers moeilijk te plaatsen zo dat kengetal überhaupt nog enige relevantie heeft. De overheidsschuld bestaat rekening houdend met de belastingclaim immers in het geheel niet.

(d) De toekomstige ontwikkeling van de belastingclaim onderbouwt nog eens dat de omkeerregel pensioenen met de grootst mogelijk spoed moet worden afgebouwd.

________________________________

Laatst bijgewerkt 26 augustus 2020

1] Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie

♦ 1.0 Serie pensioenen

[2a] Stabiliteitsprogramma Nederland  april 2020,

Er is daarbij gebruik gemaakt van tabel 4.1.

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/04/09/stabiliteitsprogramma

Bij navraag bij het MvF moet de een na laatste pagina van dit document als volgt te worden gelezen:

Kopie van SGP_tabel_houdbaarheid_maart2020

[2b] Stabiliteitsprogramma Nederland  april 2019,

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2019/04/15/stabiliteitsprogramma-2019/stabiliteitsprogramma-2019.pdf , blz. 17

[3] CPB, “Zorgen voor morgen”,

https://www.cpb.nl/zorgen-om-morgen

[4] DNB, “De omkeerregel voor pensioenopbouw en de inkomensverdeling”

Citaat:

Door de omkeerregel wordt de belastinginning uitgesteld. Bij toenemende grijze druk zullen de belastingopbrengsten van pensioenen daarom automatisch toenemen. Met deze opbrengsten kan een flink deel van de door de vergrijzing oplopende zorg- en aow-kosten worden betaald. Hoewel de uitgestelde belastingheffing voor de overheid een verlies aan rentebaten betekent, zorgt de omkeerregel zo wel voor een automatische spaarpot om de kosten van vergrijzing gedeeltelijk op te vangen. In afwezigheid van de omkeerregel zouden belastingsopbrengsten die decennia eerder worden gerealiseerd, moeten worden gespaard voor het moment dat de kosten zich voordoen. Dat zou een zeer strenge begrotingsdiscipline vereisen.

DNB vertelt hier, uiteraard bewust en dus te kwadertrouw, slechts de helft van het verhaal. De huidige en toekomstige generatie gaat immers de pensioenspaarpot weer flink aanvullen met toekomstige pensioenpremie met opgebouwde en deels ten onrechte niet uitgekeerde rendementen (FTK). Het Ministerie van Financiën is daarbij de stille achterbakse vennoot die de rente op de oveheidsschuld bij de burgers jaarlijks in rekening brengt  in de vorm van onnodig hoge belastingen, maar het rendement op zijn staatsschuld, die in het pensioenvermogen is belegd, niet in de boeken verantwoord en in het geniep oppot. Met deze mismatch kan de staat de burgers weer een poot uidraaien en ook nog bezuinigingen en ombuigingen opleggen vanwege die hoge staatsschuld met zijn ondraaglijke “rentelast”.

[5] https://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/statistisch-nieuws-2020/dnb389680.jsp

[6] Als we toch een gooi moeten doen dan is het bbp_2060 € 2.430 mld. (als de euro nog bestaat) en het totale pensioenvermogen opgelopen tot € 4.714 mld. op basis van 1% groei en 1,7% inflatie. Het pensioenvermogen neemt dan toch nog met 2,4% per jaar toe met deze aannames..

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: