Spring naar inhoud

1.7 Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

19 maart 2020

Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie pensioenen. [1] In deze bijdrage, geactualiseerd naar de laatste stand van zaken, zullen we nog eens uiteenzetten waarom we het fiscale misbaksel dat de omkeerregel pensioen heet, zo snel mogelijk moeten opdoeken. De financiële ontwrichting op papier van de overheidsfinanciën maakt dat daar alle reden toe is.

Pensioenbobo’s zijn een warm pleitbezorger van de omkeerregel pensioenen als smeermiddel voor de pensioenplicht.[b.v. 2] Wie zou er immers anders thans nog vrijwillig geld in een pensioenpot stoppen. Indexatie van de pensioenrechten vindt nauwelijks plaats en door de dalende rekenrente en dekkingsgraden worden je bestaande pensioenrechten ook nog eens verlaagd ten gunst van de jongere generatie.

Mochten we vanwege de Corona crisis nog geld nodig hebben, dan kan de regering dat hier vinden i.p.v. voor de tweede keer onnodig de broekriem te laten aanhalen. Maar misschien is het nu niet het juiste ogenblik om de activa van de pensioenfondsen ten gelde te maken? Zo zie je dat al die toezichthouders en de politiek de ballen verstand hebben van de risisico’s die de staat met zijn buitenproportionele belastingclaim loopt.

___________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

De omkeerregel houdt in dat de pensioenpremie aftrekbaar is en dat de uitkering (inclusief behaald rendement!) wordt belast. Die omkeerregel pensioenen is het smeermiddel om de de verplichte deelname aan een pensioenregeling in stand te houden.[2] Het bijkomend voordeel is dat de overheidsfinanciën althans op papier danig uit het lood geslagen wordt zodat men (b.v. de koning op gezag van Rutte) in een niet te ver verleden lekker kon dreigen met onze oplopende staatsschuld en (jawel!) mogelijk oplopende rente. Daar hebben we dus heel wat ombuigingen en bezuinigen aan te danken. Het CBS, DNB, het CPB , de politici en de media bleven mekkeren over ons feitelijk niet bestaande EMU-“tekort”.

De staat maakte immers een aanzienlijk rendement op zijn belastingclaim en ook de pensioenpremie bleef de pensioenpot instromen. Toch moest de broekriem strak worden aangegehaald volgens Rutte en c.s.

We zullen in deze bijdrage dan ook een warm pleidooi houden voor het opdoeken van de omkeerregeling waarbij de bestaande belastingclaim grotendeels wordt ontmanteld. Mocht daar geen draagvlak voor zien dan kunnen we de uitkomsten van dat stelsel in elk geval ordentelijk in de boekhouding van de staat gaan verwerken.

§2 Het pensioenstelsel

Onder het huidige regime wordt jaarlijks de pensioenpremie tegen een bepaald opbouwpercentage (b.v. 1,875% per jaar) over het premieplichtig loon (loon minus AOW-franchise van b.v. € 13.350 berekent. Die premie is sinds 2017 gemaximeerd en in 2020 maximaal zo’n € 7.730.  De pensioenopbouw vermindert het belastbaar inkomen en ook het toetsingsinkomen voor de toeslagen. Over de uitkering wordt geen AOW-premie betaald, wel Zvw-premie. Dit levert over het algemeen een progressievoordeel op. Bij 40 dienstjaren – een uiterst academische grootheid – wordt zo een pensioen opgebouwd van 75% van meestal het gemiddeld genoten loon minus de AOW. De AOW is zogenaamd waardevast, het pensioen volgt de meestal teleurstellende indexatie. Naast de pensioenregeling zijn er andere vermogensbestandelen die voor de oudedagsvoorziening relevant zijn zoals de met het HRA-infuus ondersteunde eigen woning en lijfrenten.

Een verplicht pensioen tot b.v. maximaal bruto 80% van een modaal inkomen of  ca € 18.500 boven de AOW zou ook volstaan. De pensioenpremie is dan ca 1.500 per jaar.  Daarboven mag men het dan lekker geheel zelf uitzoeken. Men zou zelfs kunnen stellen dat een verplicht pensioen dat van een rekenrente van 0,7% uitgaat bij een inflatie van 1,6% in 2020 (CEP 2020) in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het EVRM.

§3 Argumenten voor het opdoeken van de omkeerregel

(1) De overheid heeft zich niet paternalistisch te bemoeien met de wijze waarop de burgers sparen en de belastingheffing met economisch neutraal opereren, waardoor de burger zelf een optimale spaarmix (eigen huis, pensioen, beleggingen, kapitaalverzekeringen, lijfrenten en overige spaarvormen) kan kiezen. Om een na ons de zonsvloed mentaliteit te adresseren kan een sociaal minimum pensioen verplicht worden gesteld (ook voor zzp’ers) te financieren uit het netto beschikbaar inkomen. De AOW die dan wel welvaartsvast moet zijn vormt de bodem en basis, de AOW-franchise moet dan wel aan de werkelijke AOW-uitkering worden gekoppeld.

(2) De staat maakte jaarlijks een rendement op de belastingclaim die de rente op de overheidsschuld verre overtreft. Het pensioenvermogen, en daarmee de belastingclaim, groeide de afgelopen 20 jaar met 5,9% per jaar (CPB: ca  fiftyfifty premie en beleggingsresultaat) exclusief de derde pensioenpijler. Materieel is de overheidsschuld ruim belegd in het pensioenvermogen. De staat heeft nauwelijks iets te zeggen over het beleggingsbeleid en loopt een aanzienlijk oncontroleerbaar risico over dat vermogen. Daarnaast is er een mismatch tussen de looptijd van de staatsleningen en de realisatie van de belastingclaim op de pensioenuitkeringen en wordt er dus renterisico en rendementsrisico gelopen. In de risico-analyse van de staat vindt u hiervan niets terug [2d]

(3) De ontwrichting van de overheidsfinanciën door de omkeeregel pensioenen is althans op papier een feit als je niet ordentelijk boekhoudt en de bevolking voorliegt over de financiële positie van de overheid. Zelf de voormalige directeur van het CPB gaf in haar IMF-lezing een volstrekt onjuiste voorstelling van zaken van de Nederlandse overheidsfinanciën.

(4) Bij de belastingheffing dient de overheid uit te gaan van het matching principle: inkomen wordt belast als het verdiend is en de prestatie wordt geleverd. Het werkgevers- en werknemersdeel van de pensioenpremie is verdiend loon dat direct in de belastingheffing moet worden betrokken tegen het progressieve tarief in box 1 (matching principle & accrual accounting).

(3) Het pensioen moet netto gespaard worden en hoort net als andere vermogenscomponenten onder de vermogensbelasting te vallen. De vrijstelling vermogensrendementsheffing moet dan wel aanzienlijk omhoog, zeker als we en passant de eigen woning ook in de VRH betrekken. De meeropbrengst is gegeven het feit dat rendementen begrepen in de pensioenuitkering al tegen 35% worden belast niet zo hoog als veelal wordt voorgerekend.

(4) Het argument dat het uitstellen van de belastingheffing in de toekomst tot hogere belastinginkomsten zal leiden om de zorgkosten en AOW te betalen snijdt maar beperkt hout. In de toekomst wordt immers ook weer pensioenpremie afgetrokken die berekend wordt over een hopelijk hoger loon.

(5) Onder het huidige systeem heeft de overheid een belastingclaim van zo’n € 705 mld. opgebouwd inclusief de zgn. derde pensioenpijler. Tel je de indirecte belastingen op de bestedingen uit de uitkering mee dan gaat het om z’n € 823 mld. Ook bij de berekening van het houdbaarheidssaldo wordt met deze indirecte belastinginkomsten rekening gehouden. De overheid loopt een onverantwoord beleggingingsrisico over die claim en aan dat risico wordt nauwelijks aandacht besteed. De overheid heeft geen enkele zeggenschap over het beleggingsbeleid van die claim en dat is gezien de kwaliteit van ons overheidsbestuur misschien maar goed ook.

(6) Het is goed om zich te realiseren dat al die gaten in de overheidsfinanciën onstaan door de privileges van de pensioendeelnemers. Burgers die geen pensioenregeling hebben (b.v. zzp’ers), mogen als belastingplichtige allen aan de regeling meebetalen. Voor kleine pensioentjes geldt dat materieel ook. In elk geval is de belastingprogressie een stukje minder dan het CBS ons altijd weer voorschotelt met zijn onvolledige besteedbaar inkomen- en koopkrachtplaatjes om over het inkomen uit vermogen maar te zwijgen.

Dit maakt(e) de pensioenregeling zo aantrekkelijk voor de hogere inkomens:

” De pensioenopbouw is in voorkomende gevallen zodanig groot dat deze niet meer als hoofddoel het bieden van een oudedags- voorziening heeft, maar er veel meer sprake is van vermogensopbouw.” – commissie Van Weeghel 

Voor een deel is dit geadresseerd in een beperking van de pensioenpremieaftrek sinds 2017.

Die gederfde belasting en sociale lasten moet toch worden opgebracht en de huidige generatie betaalt dus twee keer belasting: één keer om de belastingderving nù op te vangen (ook door de niet-pensioendeelnemers) en één keer bij de pensioenuitkering. Het enige dat dus feitelijk wordt omgekeerd is de portemonnee van de belastingbetaler.

In onderstaande opstelling hebben we dan nog niet eens verwerkt dat de belastinginkomsten uit de pensioenuitkeringen sinds 2009 onnodig gedrukt worden door het archaïsche Financieel Toetsingskader (FTK), waardoor elke vorm van indexering achterwege blijft. Voor de gepensioneerden betekent dit dat het uitkering onnodig laag is. Alle belastingbetalers betalen dus onnodig veel belasting om dit gat aan te vullen.

Met de afbouw van de omkeeregel kennen we eindelijk de werkelijke omvang van het pensioenvermogen incl. derde pensioenpijler, iets waar het CBS al die jaren te beduveld voor was c.q. waarvoor het te weinig geld kreeg van de overheid.

§4 De afbouw van de omkeeregel

Bij de verdere uitwerking gaan we ervan uit dat de huidige pensioenregeling met uitzondering van de omkeerregel pensioenen van kracht blijft. De omkeerregel pensioenen valt echter moeilijk ongedaan te maken. Het pensioenvermogen is immers niet geïndividualiseerd per pensioendeelenemer en de progressieve belasting bij uitkering dient in elk geval te worden gehandhaafd omdat die ook bij aftrek van toepassing was.

Het voorstel voor de afbouw is dan als volgt:

(a) Alle pensioenvermogens bij de pensioenlichamen worden eenmalig belast met 30% voorbelasting, vergelijkbaar met de dividendbelasting. onder renteverrekening in vijf jaar om een de beleggingsportefeuille verantwoord te laten afwikkelen. De staat laat dus nog voorlopig 5% in de pensioenpot zitten of toch nog steeds €91 mld.

(b) Op gestorte pensioenpremies wordt door het pensioenlichaam 30% voorbelasting ingehouden.

(c) Rendementen worden door vermogensvergelijking voorbelast tegen 30%.

(d) bij de pensioenuitkering wordt de 30% voorbelasting verrekend, voor de lage uitkeringen kan dat betekenen dat de staat de te veel ingehouden belasting moet aanvullen. De progressie blijft dus gehandhaafd.

(e) Overige  mutaties in het pensioenvermogen worden ook voorbelast. Per saldo ontvangt de overheid dan nog gemiddeld zo’n 5% bij de pensioenuitkering.

De systematiek is vergelijkbaar met de dividendbelasting. De pensioenuitkering blijft dus gelijk aan het oude systeem en de progressie in box 1 blijft gehandhaafd.

Tot het pensioenvermogen verbijzonderd is kan deze interimregeling gehandhaafd blijven. Na de toerekening kan het toekomstige pensioen belastingvrij gespaard worden. Er worden dan twee rekeningen bij het pensioenfonds aangehouden: één voor de oude regeling en één waarbij de pensioenpremie netto wordt afgestort. Bij een eventuele belastinghervorming kunnen de twee regelingen op termijn worden samengevoegd.

De afwikkeling van de overheidsschuld valt dan als volgt samen te vatten:

Toelichting tabel:

(a) Het pensioenvermogen eind 2019 exclusief derde pensioenpijler (ca € 200 mld.)

(b) De belastingclaim op basis van 35% van het pensioenvermogen c.q. bij introductie voorheffing 30% van dat vermogen.

(c) De nominal EMU-schuld eind 2019. Zoals de lezers van deze site weten hebben we al jaren geen overheidsschuld meer, daar hoeven we hier dus geen woorden aan vuil te maken.

(d) De overheidsschuld moet tegen de marktrente uit de markt gehaald worden (agio). Dit is de stand per 09/2019.

(e) Het actief dat nu ten gelde gemaakt kan worden.

(g) Helaas valt het rendement op de belastingclaim weg. Maar de overheid kende dat bedrag toch niet althans hing dat bedrag niet aan de grote klok voor zijn burgers.  Op basis van historische gegevens 2010-2018 was het rendement totaal € 255 mld. of gemiddeld ca € 28 mld. per jaar en daar zit het fantastische jaar 2019 dan nog niet bij.

(h) Door aflossing van de staatsschuld hoeft geen rente meer betaald te worden. De overheid bracht de rente in de periode 2010-2018 € 86 mld. in rekening bij zijn burgers en streek in het geniep het rendement (g) op met een marge van € 169 mld.

(i) en (j) Cijfers van het MvF voor wat ze waard zijn.

(k) Van het bedrag van een eventuele VRH-post is geen chocola te maken: (1) er wordt wel degelijk belasting geheven over rendement in pensioenuitkering; (2) De vermogensrendemntsheffing (VRH) 2020 geheven over het netto pensioenvermogen, zonder verhoging vrijstelling, is ca € 14,2 mld.

Naar de stand per 31/12/2019 komt met de voorheffing van 30% op deze wijze € 545 mld. vrij om de overheidsschuld geheel  af te lossen. Het geld dat overblijft ( € 169 mld.) is deels nodig om het verschil tussen nominale waarde en marktwaarde van de overheidsschuld op te vangen. Over de rest kan dan een politiek besluit genomen worden. 

§5 Gevolgen van de afbouw

De voordelen van opdoeken omkeeregel pensioen:

♦ We hebben geen overheidsschuld meer en betalen dus ook geen rente meer op deze schuld.

♦ Het Stability and Growth Pact (SGP) kan direct de papiervernipperaar in.

♦ Door de afschaffing van de omkeerregel gaat de staat ook meer premies volksverzekeringen en Zvw-premie innen. Thans is sprake van een vermindering van die premieopbrengsten (zie ook “Fiscalisering AOW”) en kan de staat mooi weer spelen met de “suppletie” in de sociale fondsen.

♦ De omkeerregel pensioenen verlaagt het belastbaar inkomen en daarmee ten onrechte het toetsingsinkomen voor de toeslagen. Die regeling moet dus worden aangepast. Het kan geen kwaad om daarbij ook de ondernemersfaciliteiten en de HRA te betrekken die met de pensioenpremie geheel ten onrechte dat toetsingsinkomen substantieel drukken. Met name huurders en werknemers worden zo onevenredig benadeeld.

♦ De overheid kan van de meeropbrengst een forse belastingverlaging in box 1 doorvoeren, waarmee het besteedbaar inkomen flink toeneemt. Alternatief jan het bedrag zichtbaar worden aangewend om een deel van de stijgende AOW- en zorgkosten op te vangen. 

♦ Bij elke procent (toekomstige) belastingverlaging laten onze politici – als de spreekwoordelijke kip zonder kop – bij de huidige regeling ook 1% van het pensioenvermogen of ca € 18 mld. aan belasting  in het afvoerputje verdwijnen, waarvan natuurlijk de Upper Middle Class, de clientèle van het gros van onze politici, bovenmatig  profiteren.

§6 Slot

Zo lang we EU-bobo’s hebben die nodig een elementaire basiscursus balanslezen moeten volgen (zou bij Griekenland ook handig zijn geweest) en een regering die te incompetent is om de werkelijk uiterst gezonde toestand van Rijks’ financiën diplomatiek over het voetlicht te brengen, is het zaak onze schuld af te bouwen en de omkeerregel met de grootst mogelijke spoed af te schaffen. Nu we een EMU-tekort onder de 3% hebben, wordt het zgn. structurele begrotingstekort, een arbitraire rekenexercitie, uit de kast gehaald en wordt Nederland indien niet verder wordt bezuinigd een boete opgelegd.

Het geneuzel van macro-economen, een beroepsgroep die je toch al niet te serieus moet nemen, wordt met hun zorgen rond het structurele begrotingssaldo voor Nederland inmiddels volstrekt lachwekkend. [4]

We hebben natuurlijk wel te maken met een notoir onbetrouwbare overheid (zie het motto van deze site) dus het blijft de vraag of de staat in de toekomst met zijn handen van de netto pensioenen kan afblijven, getuige de (dreigende) pensioenroof in de jaren tachtig en negentig, zal dat moeilijk vallen. [3] De omkeerregel pensioenen zou nodig zijn om de begrotingsdiscipline te handhaven.(DNB)  Het is denkbaar dat onze politici onze staatsschuld weer gaan reanimeren. {Dat valt eenvoudig te voorkomen door grondwettelijke bepalingen terzake op te nemen. (vgl. die Schuldenbremse in Duitsland)}

________________

Laatst bijgewerkt 19 maart 2020

[1] Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie

♦ 1.0 Serie pensioenen

♦ 1.1 Pensioenvermogen

♦ 1.2 Belastingdruk op het pensioenvermogen

♦ 1.3 Rendement pensioenvermogen

♦ 1.4 Pensioenvermogen naar inkomensdeciel

♦ 1.5 Pensioenvermogen 2060

♦ 1.6 Nederland’s pensioenvermogen in Europees perspectief

♦ 1.7 Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

♦ 1.8 Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW

[2]Enkele saillante voorbeelden:

[2a] Interim-advies Adviescommissie uitvoering toeslagen

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/11/14/interim-advies-adviescommissie-uitvoering-toeslagen, blz 6 – te mooi om niet te citeren:

“Inzake de pensioenen, die voor ca. veertien miljard euro gefacilieerd worden, is de commissie van oordeel dat de zogenoemde omkeerregel een groot goed vormt in ons pensioenstelsel. Die omkeerregel leidt er toe dat over afdrachten voor een later pensioen nu geen belasting hoeft te worden betaald maar dat dat pas gebeurt over de uitgekeerde pensioenen. In zijn algemeenheid adviseert de commissie die regel dan ook te handhaven. Daarmee worden belastingopbrengsten ook in de toekomst veilig gesteld.”

Voor een juistere voorstelling van zaken, die een duidelijk onderscheid maakt tussen uitstel en derving  zie [2]

De belastingopbrengsten die uitgesteld worden zijn in de toekomst alleen zeker als niet op dat pensioenvermogen wordt ingeteerd en de progressieve tarieven gehandhaafd blijven, wat met een push voor een vlaktaks geenszins zeker is. Uit het oogpunt van matching is er een duidelijke mismatch tussen de prestatie en inkomen dat thans wordt geleverd en gerealiseerd en de belasting die veel later hopelijk wordt geïnt. Die uitgestelde en gederfde belasting  moet in het hiernumaals wel extra worden opgehoest. Er is dus sprake van een redenering pour les besoins de la cause.

[2b] DNB, “De vermogensopbouw van huishoudens: is het beleid in balans?”,

“Dit speelt ook bij de fiscale subsidies op tweede pijler besparingen (omkeerregel). Met de verplichtstelling draagt de overheid er immers al zorg voor dat huishoudens een aanvullend pensioen opbouwen. Omdat het gemiddelde belastingtarief na pensionering veelal lager ligt dan tijdens het werkzame leven, derft de overheid door de omkeerregel per saldo belastinginkomsten. De omkeerregel kent echter ook voordelen. De omkeerregel stelt een deel van de belastinginkomsten uit, wat de budgettaire druk van de vergrijzing vermindert. Ook stimuleert de omkeerregel pensioenbesparingen voor zzp’ers en de ‘witte vlek’, die uitgezonderd zijn van de verplichtstelling. Tot slot schept de omkeerregel draagvlak voor de verplichtstelling: sparen is verplicht, maar wel goedkoop.”

https://www.dnb.nl/binaries/os13_tcm46-319011.pdf

[2c] CPB, “Fiscale behandeling van pensioenbesparingen”

http://www.cpb.nl/publicatie/fiscale-behandeling-van-pensioenbesparingen-discussie

“Wel is het de vraag of het afzien van heffen op pensioenuitkeringen geloofwaardig is. Dit geldt met name wanneer de pensioenfondsen onverwacht hoge rendementen boeken of wanneer de overheid er bij het schrappen van de omkeerregel onvoldoende in slaagt om haar besparingen voldoende te verhogen om zich in te dekken tegen het wegvallen van de belastingopbrengsten op uitkeringen.”

[2d] http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2015/06/19/kamerbrief-beleidsdoorlichting-risicomanagement-staatsschuld.html

[2e]  (Studiegroep begrotingsruimte #15, blz. 15. https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2016/07/01/studiegroep-begrotingsruimte-meer-rust-en-stabiliteit-in-de-begroting

[3] Ortec, “Het verdwenen pensioengeld”

https://zembla.vara.nl/pdf/Ortec%20finance.pdf

[4] Raymond Gradus, Roel Beetsma, “Bezuinigingen voor volgend kabinet zijn onontkoombaar”, Me Judice, 7 juli 2016

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/bezuinigingen-voor-volgend-kabinet-zijn-onontkoombaar

From → 0. Permanent

2 reacties
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    Wiskundig theoretisch is het kapitaalgedekte stelsel onhoudbaar bij een rente rond de 0%.


    https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/detail/6b01e8bc-db74-4a57-a1dd-11944e5efef9 19 juni 2019

    De heer Omtzigt stelde: als de rente op 0% of lager blijft, is elk kapitaalgedekt stelsel in de problemen. Deelt de regering die opvatting, vroeg hij. Ja, die deel ik. We hebben natuurlijk een heel mooi stelsel met elkaar afgesproken, namelijk een deel omslagstelsel, de AOW, en een deel kapitaalgedekt stelsel in de tweede pijler, juist om verschillende risico’s te kunnen opvangen, zoals demografische risico’s en inflatierisico’s. Het ene kan makkelijker worden opgevangen met een omslagstelsel en het andere makkelijker met een kapitaalgedekt stelsel. Maar als de rente heel lang nul blijft, hebben we met z’n allen een probleem in een kapitaalgedekt stelsel. Dat ben ik met de heer Omtzigt eens. Tegelijkertijd is er dan nog de vraag: hoe ga je om met die 1.500 miljard die we met elkaar hebben opgebouwd? Die vraag blijft natuurlijk wel relevant voor de verdeling van die 1.500 miljard over alle deelnemers.”

Laat een reactie achter op cormol Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: