Spring naar inhoud

1.5 Pensioenvermogen 2060

19 maart 2020

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie pensioenvermogen.[1] In deze bijdrage behandelen we het pensioenvermogen eind 2060 dat naar de schatting in april 2019 op ca 174 % bbp_2060 uitkomt. De belastingclaim op het pensioenvermogen (35%) bedraagt dan ca 61 % bbp_2060. Aangezien de overheidsschuld bij ongewijzigd beleid volgens het CPB dan 100% bbp_2060 bedraagt, zal de netto werkelijke overheidsschuld op 39 % bbp_2060 uitkomen een stijging van 69% in percentage bbp t.o.v. 2019.

Eind 2020 zal het pensioenvermogen ca 226 % bbp_2020 bedragen. De publicatie Stabiliteitsprogramma Nederland  ging van ca 174 % bbp_2020 uit. Wat het effect is op de geactualiseerde stand 2060 zullen we mogelijk bij de nieuwe publicatie in april 2020 weten.

_________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Hoewel een prognose van het pensioenvermogen per eind 2060 normaal gesproken het papier niet waard zou zijn waarop dit soort exercities gedrukt worden geven we hier toch even het cijfermateriaal weer. Tenslotte willen het CPB en het Ministerie van Financiën dat we hun rekenexercities serieus nemen, waarbij we beide overigens veelal op hun blauwe ogen moeten geloven.  Het CPB  heeft de buitengewoon irritante gewoonte om nooit bbp-standen in zijn houdbaarheidssommetjes te vermelden: de hoogte van het bbp moet de burger dus maar zelf uitdokteren. Daar beginnen wij niet aan.

(a) Van de in April 2019 gepubliceerde publicatie Stabiliteitsprogramma Nederland weten we dat de pensioenreserves pensioenfondsen eind 2060 werd geschat op 148,4 % bbp_2060. [2] Toen deze publicatie werd opgesteld was het pensioenvermogen eind 2018 200 % bbp. Inmiddels is dat percentage opgelopen tot 224%  bbp eind 2019 en is het bbp in 2019 met 4,7 % gestegen.

(b) Op basis van de CPB publicatie Zorgen om morgen weten we dat de overheidsschuld 2060 bij ongewijzigd beleid 100% bbp_2060 bedraagt. [3] Dat bbp gaan wij, als het CPB te lamlendig is om dit te publiceren, ook niet zelf uitrekenen, daarvoor is het verstrekte cijfermateriaal volstrekt onvoldoende. Het houdbaarheidssaldotekort was toen 1,6% bbp of € 16 miljard in 2025.  Volgens het CEP 2020 is dat inmiddels in 2,5 maand tijd (!) teruggebracht met de helft of 0,8% zodat volgens Bartjens € 8 mld. rest. Wat de invloed hiervan is op de overheidsschuld in 2060 is voor mij een raadsel.

§2 Een prognose van het pensioenvermogen 2060 in % bbp.

Cijfermatig valt op basis van de beschikbare informatie de volgende globale opstelling te maken. [2;3;4]:

De () letters verwijzen naar de tabel.

(d) April 2019 werd het pensioenvermogen pensioenfondsen eind 2020 geschat op 174,0 % bbp.[5] Door de florissante 2019 cijfers kan dat cijfer eind 2019, nog geen jaar later, al op 224% bbp_2019 worden gesteld.  Inclusief verzekeringsmaatschappijen en exclusief de zogenaamde derde pensioenpijler is dat percentage ca 226 % bbp_2020 als we van 4% stijging van het pensioenvermogen uitgaan. Het nut van dit soort schattingen is nogal fragwürdig. In elk geval is al sprake van een flinke false start in de berekeningen.

(e) Relatief, in percentage bbp, neemt het pensioenvermogen af door het “wegwerken” van de babyboomers. Dat neemt niet weg dat er nog steeds een forse pensioenpot overblijft die door de toekomstige generatie wordt aangevuld.  Dat we het geld nodig hebben voor de hogere zorgkosten en de AOW-uitkeringen, één van de argumenten voor de omkeerregel pensioenen, is dus maar zeer ten dele waar. Er verdwijnt immers weer een smak belastinggeld in de pensioenpot door gestortte pensioenpremie van de actieve deelnemers, die anders voor dat doel zou kunnen worden gebruikt. [anders 5]

(f) Het jarenlange geneuzel over het houdbaarheidstekort valt met deze cijfers moeilijk te plaatsen zo dat kengetal überhaupt nog enige relevantie heeft. De overheidsschuld eind 2060 van 39% bbp valt ruim binnen de SGP-normen en dat cijfer is inmiddels al weer achterhaald.

(g) De toekomstige ontwikkeling van de belastingclaim onderbouwt nog eens dat de omkeerregel pensioenen met de grootst mogelijk spoed moet worden afgebouwd.

(h) De cijfers van Van Ewijk c.s. [4] mogen dan redelijk in de buurt van de 2019 prognosecijfers komen, er is sinds 2000 zoveel gebeurt (b.v. 2008) dat dit niet de verdienste van die heren is, maar eerder op puur toeval (zie 2020) moet berusten.

(k) Op basis van deze tabel bedraagt de werkelijk overheidsschuld eind 2020 eerder 39% van het bbp_2060 dan de 100% die het CPB voorschotelt.

________________________________

Laatst bijgewerkt 19 maart 2020

1] Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie

♦ 1.0 Serie pensioenen

♦ 1.1 Pensioenvermogen

♦ 1.2 Belastingdruk op het pensioenvermogen

♦ 1.3 Rendement pensioenvermogen

♦ 1.4 Pensioenvermogen naar inkomensdeciel

♦ 1.5 Pensioenvermogen 2060

♦ 1.6 Nederland’s pensioenvermogen in Europees perspectief

♦ 1.7 Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

♦ 1.8 Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW

[2] Stabiliteitsprogramma Nederland  april 2019,

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2019/04/15/stabiliteitsprogramma-2019/stabiliteitsprogramma-2019.pdf , blz. 17

zie ook – voor het onzinnige RvS commentaar die nog steeds neuzelt over de risicovolle financiële positie van de Nederlandse overheid zonder maar één woord te wijten aan het beleggingsrisico van de belastingclaim en het gebrek aan zeggenschap over het beleggingsbeleid van die claim.

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2019Z07707&did=2019D15734

[3] CPB, “Zorgen voor morgen”,

https://www.cpb.nl/zorgen-om-morgen

[4] Preadvies van Casper van Ewijk en Martijn van de Ven, “Pensioenvermogen vanuit macro-perspectief”

Het werkelijke pensioenvermogen eind 2020 bedraagt eerder ca 226 % bbp (vs 172%) en voordat de auteurs zich op de borst gaan slaan, zouden ze, een beetje flauw, de 2008 crisis voorzien hebben?

https://www.cpb.nl/sites/default/files/pensioenvermogen%20vanuit%20macro-perspectief.pdf

[5] DNB, “De omkeerregel voor pensioenopbouw en de
inkomensverdeling”

Citaat:

Door de omkeerregel wordt de belastinginning uitgesteld. Bij toenemende grijze druk zullen de belastingopbrengsten van pensioenen daarom automatisch toenemen. Met deze opbrengsten kan een flink deel van de door de vergrijzing oplopende zorg- en aow-kosten worden betaald. Hoewel de uitgestelde belastingheffing voor de overheid een verlies aan rentebaten betekent, zorgt de omkeerregel zo wel voor een automatische spaarpot om de kosten van vergrijzing gedeeltelijk op te vangen. In afwezigheid van de omkeerregel zouden belastingsopbrengsten die decennia eerder worden gerealiseerd, moeten worden gespaard voor het moment dat de kosten zich voordoen. Dat zou een zeer strenge begrotingsdiscipline vereisen.

DNB miskent dat de komende generatie die “spaarpot” weer flink gaat vullen door de pensioenpremie over het hopelijk hogere inkomen af te storten. Ook zal het FTK er voor zorgen dat rendementen verder worden opgepot. Deze rendementen worden immers alleen gebruikt om het verschil tussen de rekenrente van de pensioenpremie en de vagelijk toegezegde uitkering aan te vullen.

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: