Spring naar inhoud

1.3 Rendement pensioenvermogen

19 maart 2020

______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie pensioenvermogen [1] en behandelt het rendement op het pensioenvermogen. We weten dat het pensioenvermogen in 2019 met € 265 mld. toenam en dat veruit het grootste deel van de toename betrekking heeft op rendement. Omdat het toezicht op de pensioenfondsen te wensen overlaat kennen we dat cijfer pas medio september 2020. De toename van het pensioenvermogen is natuurlijk wel een indicatie en anders kunnen we ons licht opsteken bij de vijf grote bedrijfspensioenfondsen die ca 57% van het pensioenvermogen voor hun rekening nemen en in 2019 ca 17,6% rendement maakten.

De staat boekt van zijn aandeel op het rendement nauwelijks een stuiver, de pensioendeelnemers zagen het rendement grotendeel verdwijnen in het rentetermijnstructuur zwarte gat onder het FTK-regime.

______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Het rendement op het pensioenvermogen pensioenfondsen is te splitsen in directe opbrengsten en indirecte opbrengsten. Daarnaast worden kosten gemaakt. Met name de indirecte opbrengsten (waardewijzigingen en valutaverschillen) fluctueren aanzienlijk van jaar tot jaar. Voor de vastrentende waarde geldt dat zolang die waarden worden aangehouden het agio over de looptijd van de lening als sneeuw voor de zon verdwijnt.

§2 Benaderd rendement bekend pensioenvermogen

We kennen de rendementen 2006 t/m 2018 van de DNB statistieken. Daarnaast wordt natuurlijk rendement gemaakt op het aanzienlijk geringere pensioenvermogen van de verzekeringsmaatschappijen, dat we kunnen inschatten. Tezamen kennen we dan het rendement op het bekende pensioenvermogen.  Hiervan komt de deelnemers 65% toe en de staat 35%. Dit geld komt beschikbaar bij uitkering, het rendement is natuurlijk feitelijk genoten in het jaar waarin het rendement wordt gemaakt. Bij een behoorlijk pensioensysteem zou dat rendement na aftrek van de noodzakelijke technische premies ook in rekening-courant worden bijgeschreven.

Het rendement voor de periode 2006-2018 valt als volgt te benaderen, gesplitst in aandeel staat en aandeel pensioendeelnemers:

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) In totaal werd in de periode 2008-2018 dus een rendement van ca. € 799 mld. gemaakt, waarvan aan de staat € 280 mld. valt toe te rekenen.

(b) Van het rendement moet dus € 519 mld. aan de factor arbeid worden toegerekend. De arbeidsinkomensquote (AIQ) is hiermee wel grondig aan revisie toe,

(c) Door het nalaten van de indexaties wordt een belangrijk deel van de beleggingsopbrengsten aan de deelnemers onthouden en daarmee opgepot voor toekomstige generaties. Deze door het FTK gelegaliseerde diefstal valt de politiek grotendeels te verwijten en deels natuurlijk ook de vakbeweging die dit liet gebeuren.

§3 Balans pensioenfondsen

De gecomprimeerde balans van de pensioenfondsen voor de jaren 2008-2018 in € mld.:

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Op grond van de balansen kan de actuele dekkingsraad 1997-2019 van de pensioenfondsen gezamenlijk als volgt worden weergegeven:

We kunnen dus rustig stellen dat het aan de behaalde rendementen 1997-2019 niet gelegen heeft dat de dekkingsgraad er eind 2019 zo slecht voorstaat. Het is een gevolg van een potje Chinees rekenen zoals dat door DNB wordt voorgeschreven.

§4 Rendement pensioenvermogen pensioenfondsen

Het rendement pensioenfondsen 2007-2018 kan als volgt worden weergegeven:

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Zoals we in de inleiding beschreven lijkt het jaar 2019 nog een beter jaar te worden dan het jaar 2014.

De cumulatieve beleggingsopbrengst 1997-2018 voor de pensioenfondsen kan als volgt grafisch worden weergegeven gesplitst in directe en indirecte beleggingsopbrengsten:

De splitsing directe en indirecte beleggingsopbrengst is respectievelijk 46% en 54%. De twee ontlopen elkaar cumulatief dus niet zo veel. Het verloop in de tijd van de indirecte beleggingsopbrengsten is echter veel grilliger.

_________________________________

Laatst bijgewerkt 19 maart 2020

1] Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie

♦ 1.0 Serie pensioenen

♦ 1.1 Pensioenvermogen

♦ 1.2 Belastingdruk op het pensioenvermogen

♦ 1.3 Rendement pensioenvermogen

♦ 1.4 Pensioenvermogen naar inkomensdeciel

♦ 1.5 Pensioenvermogen 2060

♦ 1.6 Nederland’s pensioenvermogen in Europees perspectief

♦ 1.7 Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

♦ 1.8 Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW

Bronnen:

[2] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/baten-en-lastenrekening-pensioenfondsen/dataset/dd3f0062-f6b5-4ba7-9838-c3f81f7698c2

Van een aantal tellingen in de staat van baten en lasten valt nauwelijks chocola te maken. Ik zal u hiermee niet lastig vallen. Aangenomen is dat geselecteerde individuele regels wel juist zijn.

[3] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-pensioenfondsen-jaar-breukvrij/dataset/7f1c8359-f083-43e0-ac59-762e84c40bdf/resource/5d1bf2b2-48d5-4c4e-924b-836a6f25bd70

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: