Spring naar inhoud

1.1 Pensioenvermogen

19 maart 2020

_________________________________________________________________________________________________________________________

Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie pensioenenen. [1] In deze bijdrage behandelen we de omvang van het pensioenvermogen gedurende de periode 2006-2020 en enkele gerelateerde statistische gegevens. In §6 geven de historische reeks voor de jaren 1995-2019.

Een belangrijke reden om de ontwikkeling van het pensioenvermogen te monitoren is dat de staat een fors aandeel in dat pensioenvermogen heeft met zijn belastingclaim op dat vermogen. Dat aandeel wordt veelal laag ingeschat op 30-35%. Het  pensioenvermogen vormt daarnaast veelal het belangrijkste vermogensbestanddeel van de pensioendeelnemers

Het pensioenvermogen is in 2019 met 17,1% gegroeid (€ 265 mld.) tot het nauwelijks te bevatten bedrag van € 1.815 mld., 244% van het bbp_2019. Van dat pensioenvermogen komt ca € 635 mld. toe aan de staat en ca € 1.180 mld. aan de pensioendeelnemers.

Het pensioenvermogen nam in 2019 met €  265 mld. fors toe (2018: € -10,9 mld.). Het jaar 2019 was daarmee een bijzonder goed jaar met de grootste stijging in de geschiedenis. (zie §5) Het jaar 2014 kwam in de buurt met een stijging van € 209 mld. en een rendement van € 186 mld.

Voor de zogenaamde derde pensioenpijler kunnen we grof geschat nog een bedrag van € 200 mld. pensioenvermogen bijtellen.

_________________________________________________________________________________________________________________________

1 Inleiding

In Nederland kennen we een aantal pensioenpijlers. De eerste pijler is de AOW, die historisch gezien geheel ten onrechte veelal waardevast wordt verondersteld. (Verbon) De tweede pijler is het veelal verplichte collectieve werknemerspensioen bij pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. De derde pensioenpijler is een ratjetoe aan diverse vrijwillige fiscaal gefaciliteerde regelingen zoals lijfrenten, banksparen, de deels afgebouwde pensioenen in eigen beheer, de Fiscale OudedagsReserve (FOR), etc. Die FOR moet dan nog wel in een pensioen worden omgezet. Hoewel dat bij behoorlijk bestuur natuurlijk een koud kunstje zou zijn geweest, wordt hiervan door de overheid geen behoorlijke statistiek bijgehouden. Op die omvang gaan we in §4 nader in. De omvang van de derde pensioenpijler mag dan volgens het CBS van relatief kleine omvang zijn [1a], toch hadden we door gebrekkig toezicht met 7 miljoen (!) woekerpolissen te maken.

De omvang van het pensioenvermogen laat zich het best benaderen aan de hand van de DNB-statistieken die superieur zijn aan de data die het CBS in het verleden ophoestte. [2a; 2b] We geven ook de data van het CBS en in diens kielzog het CPB, twee handen op één buik als het om onduidelijke onvolledige statistieken op het pensioenterrein gaat. Omdat de statistieken van CBS noch met het pensioenvermogen noch met het rendement op dat pensioenvermogen rekening houden verschijnt hiervan niets in de boeken van de staat en ook niet in het inkomen van de pensioendeelnemers. Het is dus geen wonder dat het besteedbaar inkomen al jaren stevig onder druk staat. Dat inkomen wordt ook nog grotendeels in het buitenland gemaakt.

De omvang van het pensioenvermogen is vergeleken met het buitenland uitzonderlijk hoog. Daarbij zijn onze ambtenarenpensioenen bij het ABP en PFZW ook nog eens afgefinancierd (eind 2019 na aftrek belastingclaim € 458 mld.). Het blijft uitermate verbazingwekkend dat Nederland op gezag van de Europese Commissie door de corrective arm met zijn excessive deficit procedures van het Stability and Growth Pact (SGP) werd lastig gevallen. Een basiscursus elementair boekhouden had die Europese commissie, onze regering en de Kamerleden uit hun nachtmerrie kunnen halen om over onze media maar te zwijgen. De Nederlandse burgers hadden ook een stuk rustiger geslapen.

§2 Het pensioenvermogen

Het pensioenvermogen eind 2019 bedraagt € 1.815 mld., een stijging van 17,1% t.o.v. 2018 (€ 1.550 mld.). Dat pensioenvermogen is exclusief de toch redelijk omvangrijke derde pensioenpijler die voor 2019 op grofweg € 200 mld. kan worden ingeschat. (§ 4).

De staat heeft een belastingclaim van 35% of € 635 mld. (2018: € 543 mld.) op dat vermogen zodat voor de deelnemers € 1.180 mld. (2018: €1.007 mld.) overblijft. De hier niet opgenomen belastingclaim op het derde pensioenpijler vermogen bedraagt ca. € 70 mld.

De overheidsschuld bedraagt eind 2019 € 396 mld. In werkelijkheid is dus sprake van een actief groot € 239 mld. Er is derhalve perspectief om de overheidsschuld in één klap volledig af te bouwen.  Van wat er overblijft, kan dan nog een aardig feestje worden gebouwd.

Het pensioenvermogen 2006-2019 valt als als volgt te specificeren:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Toelichting kolom Ref in tabel

[b] DNB Pensioenvermogen zoals dat in de balans van de pensioenfondsen staat vermeld.[5a] De splitsing tussen de algemene reserve en pensioenverplichtingen en daarmee de dekkingsgraad wordt vertekent door het politiek bepaalde Financieel Toetsingskader (FTK).

[e] DNB Pensioenvermogen pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen [5b], exclusief zogenaamde derde pensioenpijler.

[f] Wat rest voor deelnemers na aftrek belastingclaim [g]

[g] Aandeel staat is belastingclaim van 35% op het pensioenvermogen 2019: € 636 mld. De in het overzicht niet meegenomen belastingclaim op de zogenaamde derde pensioenpijler is niet meegenomen (ca € 70 mld.). Ook is geen rekening gehouden met de indirecte belastingen op de toekomstige pensioenuitkeringen. (9% van (100-35)% = 5,9% van het pensioenvermogen)

[l] Levensverzekeringen volgens DNB statistiek levensverzekerings- maatschappijen. [5b]

[n] CBS Pensioenaanspraken van werknemers op werkgevers, pensioenfondsen en levensverzekeraars (collectieve contracten), de zogenaamde tweede pensioenpijler [5d]

[o] CBS Levensverzekeringen en lijfrente rechten op levensverzekeraars.[5d]

[p] Het CPB rekent dus levensverzekeringen mee. In welke mate over een deel nog belasting verschuldigd is, is mij niet bekend.

[t] Het verschil schommelt van jaar tot jaar en het is mij niet duidelijk waarom die verschillen soms zo gering uitvallen gegeven de nogal verschillende systematiek. [2a]

[n} tot [t] zodra het CBS met zijn 2019K4-cijfers komt worden de gegevens aangevuld.

De explosieve toename van het pensioenvermogen 1995-2019, vooral na 2008, valt als volgt grafisch weer te geven:

[a] Voor de verschillen tussen de DNB-cijfers en de CBS-cijfers zie §5.

(b) De gemiddelde toename was in de periode 1996 – 2009 4,8 % per jaar inclusief het jaar 2008. In de periode 2010-2019 was sprake van een toename van 8,7 % per jaar.

Omdat de toename van het pensioenvermogen buitenproportioneel is duiken we even wat dieper in de belangrijkste componenten van die toename en wel vanaf 2001. Die gegevens zijn ontleend aan de DNB statistieken (§5) en de CBS statistiek besteedbaar inkomen [2b]. De laatste statistiek loopt flink achter omdat we een  nauwelijks functionerende belastingdienst hebben.

a) De rechter kolommen geven de pensioenpremie en de uitkeringen zoals die in de CBS statistiek besteedbaar inkomen is opgenomen. [2b] De CBS-pensioenuitkeringen  zijn inclusief de lijfrenten. Ook die CBS-pensioenpremiedata geeft de stand laag weer, Zo bedroeg die premie voor 2013 eerder in totaal € 43,4 mld. i.p.v. € 38,5 mld. in de tabel.

(b)  Het rendement 2019 voor pensioenfondsen komt om ondeugdelijke redenen pas medio september 2020 beschikbaar. Wel weten we dat de vijf grote pensioenfondsen in 2019 17,6 % rendement maakten op dat vermogen. Het rendement moet dus aanzienlijk zijn, wat ook blijkt uit de toename van het pensioenvermogen.

Het verloop van de pensioenpremie en uitkeringen 1997-2018 van de pensioenfondsen is als volgt:

Cumulatief overtrof het totaal van de pensioenpremies de totale uitkeringen dus met € 68 mld. Overigens zegt dat niets, de twee stromen hebben slechts op de zeer lange termijn iets met elkaar te maken. Het geeft alleen aan dat het pensioenvermogen hierdoor per saldo ook toenam.

De ontwikkeling van het pensioenvermogen laat zich aan de hand van een samenvatting van de staat van baten en lasten 2003-2018 van de pensioenfondsen enigszins analyseren aan de hand van deze staat [3a]:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Aan het rendement heeft het dus het afgelopen jaren ondanks 2008 niet gelegen! We kunnen de pensioen-“problemen” geheel aan het FTK toeschrijven  resulterend in de mutatie in de technische voorzieningen, die het hele rendement opslokt..

§4 Omvang derde pensioenpijler

Hoewel het dus volgens het CBS gaat om pensioenvermogen van “relatief geringere omvang”. [1a] willen we toch een indicatie krijgen van die omvang. Ter Relde kwam in een inmiddels uiterst gedateerde notitie voor Eurostat. [4a] op 10% van de uitkeringen. Als we dit percentage (afgeleid 11,1 %) hanteren op het pensioenvermogen pensioenfondsen gaat het eind 2019 dus om € 157 mld.

Er is weinig informatie beschikbaar over de omvang van de derde pensioenpijler pensioenvermogen. De overheid (b.v. MvF) heeft gewoon weg geen flauw benul omtrent de omvang van dat totale pensioenvermogen dat je uit allereli hoeken en gaten bij elkaar moet rapen. Zo moest Wiebes bijvoorbeeld bekennen bij de discussie in de Kamer in 2014 over de omvang van de pensioenen in eigen beheer dat er geen recente info beschikbaar was.  Het ging daarbij toch niet om de postzegelkas en in 2009(!) om € 73 mld. In de periode 2017-2019 is een deel met de gebruikelijke box 2 fiscale smeermiddelen afgebouwd, een deel zou overigens wegens te gering vermogen toch nooit tot uitkering komen.

We kunnen echter wel een indicatie van de omvang geven op basis van twee redes van Knot in 2012 [4b] en de relatie pensioenpremie pensioenfondsen t.o.v. de totale pensioenpremie die van het belastbaar inkomen wordt afgetrokken. Als we die gegevens in één tabel combineren krijgen we het volgende beeld:

(a) Op basis van Knot’s cijfer van 212% bbp_2012 komen we op een totaal pensioenvermogen van de derde pensioenpijler van € 181 mld. in 2012. Dat is 19% van het pensioenvermogen pensioenfondsen. en ruim 16% boven het pensioenvermogen 2012 zoals dat in de DNB-statistieken werd vermeld. De “relatief kleine omvang” van het CBS is dus inderdaad tamelijk relatief.

(b) De ratio pensioenpremie overig/pensioenpremie pensioenfondsen is ca 28%, dat is inclusief de pensioenpremie betaald aan verzekeringsmaatschappijen, waarvan de omvang mij niet bekend is.  De Kamervraag heeft betrekking op een antwoord op Kamervragen over pensioenaftrek. [zie] De ratio pensioenvermogen verzekeringsmaatschappijen/ pensioenvermogen pensioenfondsen is zo’n 15%. Dit laat dan ca. 13% voor de rest.  Het derde pijler pensioenvermogen is dan ca € 200 mld. en de belastingclaim daarop ca € 70 mld.

§5 Historische tijdreeks pensioenvermogen

De tijdreeks pensioenvermogen 1995-2019 kan als volgt worden samengevat:

(1) De eerste kolom geeft de in deze bijdrage gehanteerde pensioenvermogen cijfers 1995-2019 weer. Voor de jaren 1995- 2005 wordt gebruik gemaakt van de CBS-cijfers Pensioenaanspraken plus algemene reserve pensioenfondsen. Daarna worden de DNB-cijfers gehanteerd bestaande uit pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen.. Onvermijdelijk sluiten de twee cijferreeksen niet geheel aan. Dat geldt met name voor het pensioenvermogen verzekeringsmaatschappijen vòòr 2006, waarbij 2007 en 2008 door mij ingeschat zijn.

(2) De referenties in de tabel verwijzen naar de noten bij §5.

(3) Het verschil tussen de CBS en DNB cijfers is cf. de eerder getoonde grafiek verwaarloosbaar m.u.z. de jaren 2006 en 2007.

§6 Kanttekeningen bij het cijfermateriaal

Blijkens het antwoord op kamervragen miljoenennota 2020 [6a] wordt er hard gewerkt aan het pensioenvermogencijfer:

Antwoord op vraag 52

Hoe staat het ervoor met het onderzoek naar vermogensongelijkheid in Nederland? Wat zijn de meest actuele cijfers? Wanneer komt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met een nieuwe manier van meten waarbij ook pensioenaanspraken zijn meegenomen?

Pensioenaanspraken worden momenteel door het CBS niet tot het vermogen gerekend omdat het hier om geblokkeerd vermogen gaat waarover mensen niet vrijelijk kunnen beschikken. De meeste Nederlanders hebben evenwel pensioen opgebouwd en dit vertekent het beeld, zeker in internationale vergelijkingen. Het CBS werkt momenteel aan deze nieuwe vermogensstatistieken inclusief pensioenaanspraken. Dit is echter een ingewikkelde klus, bijvoorbeeld omdat het totale pensioenvermogen moet worden toegewezen aan individuele personen. Het CBS hoopt in de loop van volgend jaar deze nieuwe vermogensstatistieken te kunnen publiceren.

Hopelijk wordt dan ook de zgn. derde pensioenpijler meegenomen. Ben benieuwd hoe en of het CBS de netto pensioenaanspraken exclusief belastingen gaat bepalen of dat het CBS het bij bruto houdt.  Ook ben ik nieuwsgierig waar het CBS dat aandeel van de overheid dan is zijn statistieken gaat verdonkeremanen.

Het in de deze pensioenbijdragen gehanteerde cijfermateriaal is gebrekkig en valt als het CPB en CBS hun werk wel goed zouden doen aanmerkelijk te verbeteren. Dat is aanzienlijk nuttiger dan veel tijd te besteden aan uiterst arbitraire houdbaarheidssommetjes waarvan de uitkomst regelmatig aanzienlijk fluctueert zodat we te maken heb met het houdbaarheidssaldo van de maand. [6b e.v.]  Die fluctuaties komen door de gewijzigde veronderstellingen en niet in de laatste plaats door de gewijzigde uitgangssituatie. Het stuwmeer van het pensioenvermogen (ca 225% bbp) speelt daarbij een niet onbelangrijke rol. Het wordt dus tijd dat een aantal problemen worden aangepakt:

(a) Een volledige inventarisatie van het pensioenvermogen zodat dit behoorlijk in kaart kan worden gebracht;

(b) De invloed van het volstrekt lachwekkende FTK en de verdeling van de inkomsten over de tijd. Eens zal het pensioenvermogen toch dienen te worden geïndividualiseerd om generatieproblemen te voor komen. In het huidige stelsel worden toekomstige generaties (zie de indexatie-achterstanden) onmiskenbaar bevoordeeld door behaalde rendementen naar de uiterst verre toekomst te verschuiven.

(c) De bepaling van het effectieve belastingtarief op de pensioenuitkeringen om de omvang van de claim eindelijke eens behoorlijk vast te stellen.

(d) Indien de claim is vastgesteld kan de vraag worden opgeworpen of die oeverloze rekensommetjes en de cry wolf benadering van onze “overheidsschuld” nog steeds nodig is en of we politici die zich daarmee bezig houden niet af moeten danken. Dank voor de bewezen diensten lijkt mij daarbij niet nodig omdat zij mede verantwoordelijk zijn voor de afbraak van de overheidsdiensten met hun volstrekt onnodige ombuigingen en bezuinigingen. [2]

________________________________________

Laatst bijgewerkt 19 maart 2020

1] Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie

♦ 1.0 Serie pensioenen

♦ 1.1 Pensioenvermogen

♦ 1.2 Belastingdruk op het pensioenvermogen

♦ 1.3 Rendement pensioenvermogen

♦ 1.4 Pensioenvermogen naar inkomensdeciel

♦ 1.5 Pensioenvermogen 2060

♦ 1.6 Nederland’s pensioenvermogen in Europees perspectief

♦ 1.7 Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

♦ 1.8 Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW

Bronnen

§1 Inleiding

[1a] https://www.cbs.nl/-/media/imported/documents/2015/36/2015-totale-pensioenaanspraken-van-nederland-in-beeld.pdf, blz. 6

§2 Pensioenvermogen

[2a] https://www.cbs.nl/nl-nl/deelnemers-enquetes/deelnemers-enquetes/bedrijven/onderzoek/lopend/pensioenaanspraken

[2b] CBS, “Samenstelling inkomen; particuliere huishoudens, kenmerken, 2001-2014”,

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70991ned/table?fromstatweb

§3 Staat van baten en lasten Pensioenfondsen

[3a] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/baten-en-lastenrekening-pensioenfondsen/dataset/dd3f0062-f6b5-4ba7-9838-c3f81f7698c2

§4 Omvang derde pensioenpijler

4a] Gedateerd en alleen indicatief:

Pension schemes and pension projections in the EU-27 Member States — 2008-2060 -Netherlands (Report prepared by Harry ter Rele)

“The third and fourth pillar in the Netherlands are relatively small. Together, they provide
around 10% of pension income”

Als we dit eind 2019 relateren aan het pensioenvermogen dan gaat het dus om 10% van het totale pensioenvermogen dat dus (10/9)* 1815 en dus € 2.017 mld. bedraagt.  Het derde pijler pensioen is dan € 202 mld. (11,1%).

https://ec.europa.eu/economy_finance/publications/pages/publication16034_en.pdf
Blz. 281

4b] Brief Wiebes d.d. 2 juni 2014, kenmerk DB/2014/208M:

“Alle directeuren-grootaandeelhouders samen hadden op basis van cijfers uit 2009 een pensioenvoorziening in eigen beheer van circa € 31 miljard op basis van de fiscale waarde. De totale pensioenvoorziening op basis van de commerciële waarde bedroeg circa € 73 miljard. Bij de raming van de commerciële waarde van de pensioenvoorziening is uitgegaan van een rente van 2%, een jaarlijkse indexatie na pensioeningangsdatum van 2% en een leeftijdscorrectie van vijf jaar.”

Dat zijn de gegevens voor 2009 bij een wetsbehandeling in 2014, kennelijk kon Wiebes geen recentere gegevens ophoesten.

[4c] De data voor de zogenaamde derde pensioenpijler ontbreekt.

Dankzij een tweetal lezingen van Klaas Knot in 2012 [4d; 4e] weten we dat de omvang van die pijler toen ca 16% van het bbp_212 bedroeg of € 181 mld.  Knot gaf immers in zijn rede voor Hommer en een RUG alumni presentatie in Washington aan dat het totale pensioenvermogen 2012 inclusief derde pijler 212 % bbp bedroeg. In de tijd dat hij die rede hield werd uitgegaan van een bbp van € 599 mld. zodat het pensioenvermogen eind 2012 dus € 1.270 mld. bedroeg, per saldo blijft dan € 181 mld. over voor de derde pensioenpijler. De verbazing van Preesman [4e] over Knot’s pensioencijfer deelde ik destijds geheel.[4e]

[4d] Klaas Knot, “Stilstand op een hoog niveau”, http://www.dnb.nl/binaries/speech%20Klaas%20Knot%20-%20Stilstand%20%20op%20een%20hoog%20niveau_tcm46-297988.pdf , blz 5.

Citaat: ” ons collectieve pensioenvermogen van bijna 1.300 miljard”

Evenzo:

[4e] Klaas Knot,  “De spaarzin en schuldenlast van de Familie NL”, http://www.dnb.nl/binaries/Speech%20afscheid%20Jan%20Hommen_tcm46-297055.pdf

De verbazing over de achterbakse informatieverstrekking van de overheid deel ik met:

[4f] Voor de behandeling Van Knot’s lezingen in de media:

Leen Preesman, “Onduidelijkheid over herkomst 300 miljard pensioenvermogen”

De heer Preesman doelde hierbij op de 300 miljard boven de “bekende” € 966 mld. van de pensioenfondsen en kwam zo op € 1.266 mld. , akelig dicht bij de eerder vermelde € 1.270 mld.

https://pensioenpro.nl/ipn/30007800/onduidelijkheid-over-herkomst-300-miljard-nederlands-pensioenvermogen (betaalmuur)

§5 Historische tijdreeks pensioenvermogen

Referenties in tabel:

[5a] https://statisk.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-pensioenfondsen-jaar-breukvrij/dataset/7f1c8359-f083-43e0-ac59-762e84c40bdf/resource/5d1bf2b2-48d5-4c4e-924b-836a6f25bd70

[5b] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-verzekeringsinstellingen-jaar/dataset/0d7365b8-1f9d-45d4-9836-5949d3df784a/resource/997b00c2-2155-4ffd-9dce-96ae3cf0251b

[5c] DNB tabel vermogens huishoudens t11.1nk_tcm46-330565 (voor als hij verdwijnt). Deze tabel wordt niet geactualiseerd omdat het CBS “het” zogenaamd heeft overgenomen, alleen valt “het” in het doolhof dat Statline heet niet te vinden.

[5d] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84099NED/table?ts=1537513970100https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84099NED/table?ts=1537513970100tie

Deze gegevens worden ook door het CPB gebruikt. Zie de CPB notitie van

Arjan Lejour,  “Indicatoren vermogensongelijkheid”, 11 september 2018, blz. 2 noot 4.

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-11sept2018-Indicatoren-vermogensongelijkheid.pdf

Voor het verschil tussen de DNB-cijfers en de CPB-cijfers zie grafiek 1.

[5e] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/7118shfo/table?fromstatweb

[6] Kanttekeningen bij het cijfermateriaal

[6a] Antwoorden miljoenenennota 2020

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/09/27/1antwoorden-miljoenennota-2020

[6b] Dick van Wensveen, “Houdbaarheidssaldo: een misleidend kompas voor het begrotingsbeleid”, Me Judice, 29 augustus 2017.

https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/houdbaarheidssaldo-een-misleidend-kompas-voor-het-begrotingsbeleid

[6c] Bas Jacobs, “Stop met zaaien van verwarring over houdbaarheidssaldo”, Me Judice, 12 september 2017.

https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/stop-met-zaaien-van-verwarring-over-houdbaarheidssaldo

[6d] Raymond Gradus, Roel Beetsma, “Houdbaarheidssaldo uitstekend kompas voor begrotingsbeleid”, Me Judice, 5 september 2017.

https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/houdbaarheidssaldo-uitstekend-kompas-voor-begrotingsbeleid

[6e] https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/66127/2018_09_13_Proefschrift_Wimar_Bolhuis_oeeindversie_verdedigingoe1.pdf?sequence=1

[6f] https://www.volkskrant.nl/economie/cpb-waarschuwt-politiek-twintig-dure-grijze-jaren-voor-de-boeg~bcff32c1/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Op het beroep van de jongeren op de zorg en de daarmee stijgende zorgkosten (RIVM) uiteraard geen woord.

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: