Spring naar inhoud

1.2 Belastingdruk pensioenvermogen

19 maart 2020

______________________________________________________________________________________________________________________________

Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie pensioenvermogen.[1] In deze bijdrage behandelen we de belastingdruk op het pensioenvermogen. De omkeerregel brengt met zich mee dat de belastingheffing op het genoten inkomen dat wordt aangewend voor pensioenopbouw flink wordt uitgesteld/afgesteld en dat de huidige overheidsfinanciën daardoor, althans op papier, flink uit het lood worden geslagen. Dat stelt onze politici ook in staat om de grootst mogelijke onzin over onze staatsschuld te debiteren. Met name Rutte had hier een handje van. Een dergelijk stelsel is in elk geval uitermate geschikt om de burgers de broekriem flink te laten aanhalen met bezuinigingen en ombuigingen, een politiek pleonasme.

Op basis van de artikelen van Jacobs gingen we op deze site uit van een belastingclaim van 35% op het pensioenvermogen. De pensioenuitkering wordt immers tegen 35% belast terwijl de premie tegen gemiddeld 52% wordt afgetrokken. Per saldo derft de schatkist dus 17% van de afgetrokken pensioenpremie. Met die 35% claim is het netto pensioenvermogen vergelijkbaar met andere spaarvermogens. Bij besteding van het vermogen wordt indirecte belastingen betaald. De staat heeft echter onmiskenbaar ook een potentiële vordering op het netto pensioenvermogen voorzover de uitkering wordt gebruikt voor consumptieve bestedingen. Hiervoor kan de staat dus eigenlijk ook nog zo’n 6% belasting inboeken, zodat de totale claim eigenlijk op 41% uitkomt. Dit cijfer is met name relevant als we de financiële positie van de Nederlandse overheid met die van andere landen vergelijken.

Op basis van nadere gegevens b.v. in de miljoenennota 2020 is er geen reden bovenstaande uitgangspunten thans aan te passen. Het zou echter geen kwaad kunnen als het Ministerie van Financiën actuelere cijfers oplevert na de recente belastingverlaging en de verhoging van de BTW. Van het CBS en CPB hebben we op dit punt echter niets te verwachten.

___________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

De omkeerregel pensioen houdt in dat pensioenpremies zonder belastingheffing en heffing volksverzekeringen / sociale premies aan een pensioenlichaam kunnen worden afgedragen binnen het zogenaamde fiscale Witteveen kader. Er is een scala aan mogelijkheden om pensioen op te bouwen naast AOW (1e pijler) en de voor veel werknemers verplichte deelname aan een pensioenregeling bij een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij (tweede pijler) kennen we ook de derde pensioenpijler. Ondernemers kunnen een pensioen reserveren met een Fiscale OudedagsReserve (FOR-faciliteit) of een pensioen opbouwen in eigen beheer. Daarnaast kan men nog een lijfrente afsluiten binnen het zogenaamde fiscale Witteveen kader. Aan die derde pensioenpijler hebben we ook de door de financiële maffia, onder het wakend oog van de toezichthouders, ontwikkelde 7 miljoen woekerpolissen te danken. De pensioenpremie verlaagt ten onrechte ook nog het toetsingsinkomen voor de toeslagen.

Om de belastingdruk in samenhang met de omkeerregel pensioenen te kunnen bepalen moeten we eerst de belastingvrijstelling van de pensioenpremie en de belasting op de pensioenuitkering in kaart brengen. We nemen daarbij aan dat de aftrek pensioenpremie vervalt en de pensioenuitkering derhalve onbelast is, afgezien van een mogelijke belasting van het werkelijk behaalde rendement. Daar moet het Ministerie van Financiën dan wel een regeling voor bedenken en daar zijn ze getuige de vermogensrendementsheffing (VRH) niet zo goed in.

♦ Pensioenpremie niet  langer aftrekbaar:

  1. + Loonbelasting
  2. + premies volksverzekeringen 27,65% over hoger inkomen tot grens
  3. + werknemer + werkgever premie zvw over hoger inkomen tot € 55.927.
  4. + toetsingsinkomen voor de toeslagen ( dus lagere toeslagen) – als normen niet aangepast worden.
  5. +werkgever sociale lasten (AWF,WAO, WIA en ZVW) tot grens per bedrijfstak verschillend

♦ De pensioenuitkering met een progressievoordeel afhankelijk van het inkomen:

  1. – Loonbelasting
  2. – premies volksverzekeringen 9,75% excl. AOW over hoger inkomen tot grens
  3. – pensioen sociale lasten zvw over inkomen tot grens
  4. – toetsingsinkomen voor de toeslagen (dus hogere toeslagen)
  5. – de belasting in box 1 over het rendement op het pensioenvermogen begrepen in de uitkering vervalt (b.v. 3 x de inleg [1])
  6. + het geld dat gespaard wordt als pensioenvermogen zou onder de VRH kunnen en moeten vallen.

De behandeling van de ZVW-premie is in de hierna te behandelen cijfers waar steeds over “belasting” wordt gesproken is in nevelen gehuld. Hierbij gaat het door de uiterst scheve inkomensverdeling van het pensioenvermogen echter bij uitkering slechts om nog geen 1% premie over het hele pensioenvermogen.

Over het pensioenvermogen wordt geen vermogensrendementsheffing (VRH) geheven. Dat wil niet zeggen dat het rendement over het pensioenvermogen niet belast wordt: bij uitkering wordt immers belasting geheven over deze uitkering inclusief het daarin begrepen rendement en wel in in box 1. Dankzij het FTK met zijn belachelijke rekenrente valt dat uitgekeerde rendement vaak nogal tegen, maar wat in het vat zit verzuurt niet en dat geldt zeker voor de overheid die niets te maken heeft met sterftekansen.

Bij de bepaling van het belastingtarief over het pensioenvermogen gaat het om het marginale belastingtarief over de pensioenuitkering. We kunnen daarbij kiezen voor een belastingheffing die het netto pensioenvermogen vergelijkbaar maakt met het overige vermogen of daar bovenop voor een extra heffing op het pensioenvermogen bij besteding van het pensioenvermogen dus inclusief de indirecte belastingen. In het laatste geval moeten we b.v. de BTW nog meenemen, waarbij vooral het hoge BTW tarief van toepassing is omdat het lage BTW-tarief (23% van de bestedingen) al is opgebruikt met de AOW. Je kunt met die berekening dus alle kanten op maar in deze bijdrage volgen we gebruikelijke conventie en zien af van het effect van de indirecte belastingen (zie voor vergelijking met het buitenland deze bijdrage). Door de omkeeregel pensioenen loopt de staat ook indirecte belasting over de pensioenpremie mis, indien het bedrag aan pensioenpremie lager zou uitvallen door minder bovenmatige pensioenregelingen of alternatieve investeringen in b.v. onroerend goed.

Het zal duidelijk zijn dat de bepaling van het belastingeffect van de omkeerregeling geen sinecure is. Gelukkig kunnen we gebruik maken van de gedateerde Kamerbrief uit 2013 [1b], de miljoenennota’s 2020 en 2018 [1c; 1d] en de artikelen van Jacobs over dit onderwerp [3a;3b]. Daar zijn overigens wel de nodige kanttekeningen bij te plaatsen.

Het volgende plaatje is illustratief voor het gemiddelde bruto inkomen van een AOW huishouden (CBS) [1e blz. 31]:

De belastingschijven voor een AOW ‘er zijn voor 2020 als volgt:

Daar komt dan 5,45% Zvw-premie over een inkomen tot € 57.232 bij.  En natuurlijk betaalt men ook nog indirecte belastingen over dat inkomen ( CBS ca 8-9% BTW van de bestedingen [1e blz. 167]). Voor de berekening van de belastingen op de pensioenuitkering gaat het om het marginale tarief over dat inkomen. Ga je uit van een verdeling van het pensioeninkomen tussen de partners van 100%/60% dan wordt tot een gezamenlijk pensioen van € 38.700  in totaal 24,9% aan belasting en premie Zvw ingehouden. Aangezien in de periode 2001-2014 73,6% van de pensioenpremie door 30% van de topinkomens en ca 41% [1b] tegen 52% werd afgetrokken, wordt het gemiddelde belastingpercentage op de uitkeringen toch nog flink opgetrokken.

Invoering van het twee schijventarief leidde volgens het CPB (09/2019 achtergronddocument) tot een structurele belastingverlaging van € 5,1 mld. [1f] Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke verlaging ook direct invloed heeft op de hoogte van de belastingclaim op het pensioenvermogen: elke daling met 1% van het belastingtarief leidt tot een belastingderving van € 18 mld. Daar mag het MvF en het CPB dus in het vervolg ook wel eens aandacht aan besteden.

Als bijvangst van de dividenbelasting papers weten we dat het Ministerie van Financien 27 juni 2017 uitging van een pensioenvermogen van ca € 1.500 mld. en € 450 mld. “toekomstig belastingeld”, het MvF werkt dus kennelijk intern met een belastingtarief van 30%.[1g] Het pensioenvermogen was 30-6-2017 volgens DNB € 1.497 mld., dus ze werken daar met dezelfde pensioenvermogencijfers.

§2 Fiscale regelingen 2015-2020 pensioenen en aanverwante zaken

De Miljoenennota’s 2018 en 2020 geven enig inzicht in het budgettair belang dat met de fiscale regeling van de pensioenen is gemoeid. [2] De opstelling wordt dan als volgt:

(a) In de opstelling van Financiën worden de derving van de belastingen op de pensioenpremie en het innen van de belastingvordering op de uitkering, die niet in de boeken staat, met elkaar verrekend.  Als je deze opstelling volgt moeten alle belastingbetalers in 2020 € 8,7 mld. extra belasting op tafel leggen om het belastinggat in box 1 dat zo ontstaat te vullen. Dat geld wordt doorgeschoven naar de toekomstige generatie.  In werkelijkheid moeten de belastingbetalers € 21.923 mln. op tafel leggen om de derving in 2020 op te vangen (die € 7.427 mln. bezat de overheid al in de vorm van een belastingclaim).

(b) Het belastingtarief op de pensioenpremie is ongeveer 45% [2b]  zodat voor b.v. 2018 sprake is van €  42,6 mld. aan pensioenpremie. Aangezien de pensioenpremie pensioenfondsen voor dat jaar € 32,6 mld. bedraagt komt € 10 mld. voor rekening van andere pensioenregelingen. [4]

(c) De pensioenuitkeringen pensioenfondsen bedroeg in 2018 € 30,9 mld. Tellen we daar ca 15% (ratio pensioenvermogen) bij voor de verzekeringsmaatschappijen dan komen we op totaal € 35,5 mld. aan uitkeringen en is het belastingpercentage 36,3%, 1,3% hoger dan de 35% van Jacobs.

(d) Het pensioenvermogen is vrijgesteld van vermogensrendementsheffing. Bij uitkering wordt het rendement al belast in box 1, zodat in feite sprake zou zijn een flinke dubbele heffing als unverfroren de VRH op pensioenvermogen zou worden ingevoerd. Tevens geldt dat bij invoering van een VRH op pensioenvermogen de vrijstelling VRH vermoedelijk fors omhoog zal moeten, wil de overheid niet het verwijt van kleptocratie krijgen. Dit MvF-cijfer is dus volstrekt misleidend en ook andere publicatie slaan de plank flink mis. [5].

[e] De pensioenpremie bedrijven zal voor 2018 volgens de CPB mev 2020 € 29,2 mld. bedragen. Dat cijfer is bij navraag door mij bij het CPB inclusief rechtsreekse pensioenpremie aan verzekeringsmaatschappijen. De overheid betaalde via het ABP en PFZW gezamenlijk € 15,9 mld. pensioenpremie in 2018, zodat de pensioenpremies bedrijven en overheid al op ≈ € 45,1 mld. uitkomen. Voor rest van de derde pijler pensioenpremies blijft dan niets over. Maar € 45 mld. is dus een mooi ballpark figure. [zie ook 1b]

Overigens bedraagt het aandeel van de pensioendeelnemers (65%) in het pensioenvermogen eind 2019 € 1.180 mld. Een vermogensheffing van gemiddeld ca 1,2% levert dan voor 2020, zonder verhoging van de vrijstelling, € 14,2 mld. aan belasting op. Dan moet de dubbeltelling met box 1 nog geëlimineerd worden. Ik ben te lui om dit te simuleren, maar  het is aannemelijk dat er dan bijzonder weinig overblijft, Gepensioneerden bij PFZW krijgen immers gemiddeld meer dan drie keer zoveel pensioeneuro’s uitgekeerd als ze aan premie hebben betaald en die hele uitkering wordt “gewoon” belast in box 1. [1a]

Er is nog een aspect dat bijzondere aandacht vraagt. Elke verandering van het belastingtarief werkt door in de hoogte van de belastingclaim op het pensioenvermogen. Vanaf 2020 wordt het (gecombineerd) basistarief 37,10 procent en wordt het toptarief 49,5 procent voor inkomen boven de € 68.507. Deze tariefsverlaging werkt ook door in de hoogte van de belastingclaim en laat zich door mij niet kwantificeren.

§3 Het artikel van Jacobs [3a]

Volgens het artikel van Jacobs bedraagt het gemiddelde tarief waartegen pensioenpremies worden afgetrokken volgens het CPB ongeveer 52%. Dat gegeven werd door het CPB op Jacob’s verzoek gegeven. Jacobs meent dat de aangroei van de pensioenvermogens in de pensioenfondsen  onbelast is , in tegenstelling tot bijvoorbeeld spaargeld in Box-3. Zoals we in de inleiding zagen wordt die aangroei echter wel degelijk belast bij uitkering en wel in box 1.  Voor de uitkeringen geldt volgens Jacobs:

De pensioenuitkeringen worden belast. Typisch gebeurt dat tegen lagere tarieven dan waartegen de premies zijn afgetrokken, zo’n 35%. Dat komt omdat het belastbare inkomen tijdens pensionering meestal lager ligt dan het belastbare inkomen tijdens het werkende leven (en dus in lagere schijven valt), maar ook omdat over de eerste twee schijven geen AOW-premies zijn verschuldigd waardoor de tarieven 18%  (CM 17,9%) lager liggen. 

Of die 35%, gezien het belang, ook met het CPB is afgestemd blijkt niet uit het artikel, ik neem aan dat dit het geval is en dat Jacobs niet over een nacht ijs gaat. Dat percentage is uiterst relevant om de belastingclaim op het pensioenvermogen uit te rekenen.

Per saldo heeft de overheid en dus de burgers dus over de pensioenpremie 52% -35% of 17% belasting mis.  Die derving moeten alle belastingbetalers (dus ook de burgers zonder pensioenregeling, zoals veel ZZP-‘ers) jaarlijks ophoesten.  De overheid maakt wel zijn rendement over de belastingclaim, waarvan hij niets verantwoordt, maar brengt wel de rente op de overheidsschuld, die in de pensioenpot is belegd, jaarlijks bij zijn burgers in rekening.

De cijfers van Jacobs in zijn artikel voor 2012 worden dan als volgt:

(a) De pensioenpremie wordt tegen 52% afgetrokken en de pensioenuitkering wordt tegen 35% belast. In het licht van het bovenstaande heb ik zo mijn twijfel over die cijfers. Het effect van de indirecte belastingen wordt niet meegenomen en inmiddels is de pensioenpremie afgetopt, maar we zullen het met deze cijfers en de miljoenennota 2020 moeten doen.

De huidige burgers (ook de niet-pensioendeelnemers) betalen daarmee onnodig veel belastingen ten gunste van de toekomstige generatie.

§4 Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

In de loop van de tijd hebben we heel wat kulredeneringen ter verdediging van de omkeerregel pensioenen de revue zien passeren. [4a]

In de bijdrage Opdoeken die omkeerregel pensioenen! tonen we aan dat het wenselijk is die regeling op te doeken. Om onnodige herhalingen te voorkomen verwijzen we naar die bijdrage.

§5 Slotopmerkingen

In deze bijdrage zagen we een scala aan belastingpercentages langskomen. Het wordt dan ook hoog tijd dat het CPB zijn werk eens doet gegeven het belang van de omvang van die belastingclaim. Als het CBS echt wil laten zien wat er feitelijk gebeurt, mag het wel iets meer vaart zetten achter het integraal in kaart brengen van het pensioenvermogen inclusief de derde pensioenpijler. Aangezien het CBS, naast het CPB, altijd met bruto pensioenvermogen cijfers werkt, zal de belastingdruk wel geen prioriteit hebben.  Ze zitten, als ze dat wel doen, met het probleem waar ze die belastingclaim dan moeten laten. Rutte zal er niet op zitten te wachten, hij heeft al genoeg leugens op zijn konto staan.

Vooralsnog sluiten we aan bij het artikel van Jacobs, waar kennelijk de zegen van het CPB op rust en rekenen we met 35%,  Het MvF kwam, zoals we hiervoor zagen, op 36%. Daarbij geldt sociale lasten: ? en indirecte belastingen: nooit van gehoord.

Na aftrek van de directe belastingen is het pensioenvermogen vergelijkbaar met het andere vermogen: elke besteding van dat vermogen is onderhevig aan indirecte belastingen tenzij de prestatie vrijgesteld is. Voor de vermogenspositie van de staat is het dus van belang, zeker in vergelijking met het buitenland, ook de indirecte belastingclaim in aanmerking te nemen. Aangezien een grove benadering 8% van de bestedingen uitkomt [5b], moet je dus op ca (100%-35%)*8% =5,2% rekenen. Gegeven de BTW-verhoging nadien en de inkomensdaling door pensionering kunnen we dit percentage wel op 6% naar boven afronden. De belastingclaim wordt op deze wijze 41% of  € 744 mld. Inclusief derde pijler pensioenvermogen wordt de claim dan € 826 mld.

Die belastingclaim  kan ook zonder het CPB en CBS worden vastgesteld door de omkeerregel pensioenen integraal op te doeken en de belastingclaim te innen. The proof of the pudding is in the eating en dan kunnen we allerlei arbitraire aannames achterwege laten

Het is een wijd verbreid misverstand dat over het pensioenvermogen geen vermogensbelasting wordt geheven. Van de uitkering maakt het rendement immers een substantieel onderdeel uit. Introductie van vermogens- rendementsheffing over het pensioenvermogen zonder hiervoor te corrigeren getuigt dan ook van kreptocrate. [5a]

Elke verandering van het belastingtarief werkt door in de hoogte van de belastingclaim op het pensioenvermogen. Het wordt tijd dat het CPB dat expliciet in zijn beschouwingen meeneemt. Indirect is dat natuurlijk wel het geval omdat dit doorwerkt in de geactualiseerde berekening van het houdbaarheidssaldo.

________________________________

Laatst bijgewerkt 19 maart 2020

1] Deze bijdrage maakt onderdeel uit van de serie

♦ 1.0 Serie pensioenen

♦ 1.1 Pensioenvermogen

♦ 1.2 Belastingdruk op het pensioenvermogen

♦ 1.3 Rendement pensioenvermogen

♦ 1.4 Pensioenvermogen naar inkomensdeciel

♦ 1.5 Pensioenvermogen 2060

♦ 1.6 Nederland’s pensioenvermogen in Europees perspectief

♦ 1.7 Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

♦ 1.8 Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW

Noten

§1 Inleiding

[1a] PFZW Blog, “Gepensioneerden bij PFZW krijgen gemiddeld meer dan drie keer zoveel pensioeneuro’s uitgekeerd als ze aan premie hebben betaald.”

https://pfzw.typepad.com/blog/2018/08/uitkering-en-inleg.html

[1b] Antwoorden op Kamervragen Miljoenennota 2013

De pensioenpremie bestaat uit premies pensioenfondsen + verzekeringsmaatschappijen + overige regelingen die allemaal van het belastbaar inkomen worden afgetrokken bij de deelnemer en zijn vrijgesteld bij het werkgeversdeel. Op basis van Kamervragen kennen we de volgende gedateerde cijfers (2013) voor de jaren 2013-2017:

“Het bedrag aan pensioenpremies in de tweede en derde pijler loopt volgens het CPB op van 43,4 miljard euro in 2013 naar 48,3 miljard euro in 2017. De budgettaire derving die optreedt als gevolg van deze premies loopt op van 20,0 miljard euro in 2013 naar 21,8 miljard euro in 2017. Uiteraard betreft het hier een partieel budgettair effect: tegenover de kosten van aftrek van pensioenpremies in 2013-2017 staan de belastingopbrengsten over de pensioenuitkeringen. Circa 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent.”

Het tarief op de pensioenpremie zou dan schommelen tussen de 48,3% en 45,1%.

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/09/28/beantwoording-schriftelijke-vragen-miljoenennota-2013.html

[1c] MN 2020, Tabel 9.3.1 Fiscale regelingen 2015-2020, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/begrotingen/2019/09/17/bijlagen-miljoenennota-2020 , blz. 101

[1d] MN 2018, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/begrotingen/2017/09/19/bijlagen-miljoenennota-2018, blz 41.

[1e] https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2019/27/welvaart-in-nederland-2019

[1f] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2018/09/18/ramingstoelichtingen-belastingplan-2019/Ramingstoelichtingen+bij+het+pakket+Belastingplan+2019+inclusief+certificeringsdocument+CPB.pdf

[1g] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/publicaties/2018/04/24/notities-1-m-4-bij-brief-over-dividendbelating/notities-1-m-4-bij-brief-over-dividendbelating.pdf

Om zoeken te voorkomen: Notitie appreciatie VN)-NCW pakket. blz. 73 of document 13/23

§3 Het artikel van Jacobs

[3a] Bas Jacobs, “Pensioenen worden gesubsidieerd met 17 cent per gespaarde euro”,

https://basjacobs.wordpress.com/2014/05/31/pensioenen-worden-gesubsidieerd-met-17-cent-per-gespaarde-euro/

Quotes:

“De Nederlandse fiscus maakt de pensioenpremies aftrekbaar voor de belastingen. Het gemiddelde tarief waartegen pensioenpremies worden afgetrokken bedraagt volgens het CPB ongeveer 52%.* (Die 52% heeft overigens niets te maken met het toptarief in Box-1.) In 2012 kost de aftrek van pensioenpremies zo’n 17,8 miljard euro aan belastinginkomsten. De aangroei van de pensioenvermogens in de pensioenfondsen is onbelast, in tegenstelling tot bijvoorbeeld spaargeld in Box-3.”

* slaat op: “* Deze data heeft het CPB op verzoek gegeven.” Ik weet niet wat het CPB allemaal heeft meegerekend maar dat moet ook wel alle sociale lasten (WN + WG) zijn anders kunnen ze nooit op dat percentage uitkomen. We hebben het wel over het marginale tarief percentage.

(CM: Uiteraard stel je deze informatie niet uit eigen beweging beschikbaar. De burger en de media mochten eens onwelgevallige vragen stellen. Die aangroei wordt, voor zover die wordt uitgekeerd, overigens bij uitkering wel belast tegen het dan geldende box 1 tarief – het is maar wat je onbelast noemt.)

“De pensioenuitkeringen worden belast. Typisch gebeurt dat tegen lagere tarieven dan waartegen de premies zijn afgetrokken, zo’n 35%#. Dat komt omdat het belastbare inkomen tijdens pensionering meestal lager ligt dan het belastbare inkomen tijdens het werkende leven (en dus in lagere schijven valt), maar ook omdat over de eerste twee schijven [CM 2020: tot € 35.376 of € € 34.713) geen AOW-premies zijn verschuldigd waardoor de tarieven 18% (CM 17,9%) lager liggen. In 2012 is de belastingopbrengst van de inkomstenbelasting op de pensioenuitkeringen 11,4 miljard euro.” 

# Helaas ontbreekt hier het sterretje van het CPB.

Het zal duidelijk zijn dat genoemde percentages nogal aan verandering onderhevig zijn door belastingwijzigingen. De de rol van sociale premies b.v. zvw is volstrekt onduidelijk in Jacobs verhaal.  Het pensioengevend inkomen is inmiddels ook fors aangepakt en dit zal invloed hebben op de effectieve belastingpercentages bij aftrek en toekomstige uitkering:

In 2018: € 105.075 (pensioenopbouw dus maximaal 1,875% * € 105.075 = € 1.971)
In 2019: € 107.593 (pensioenopbouw dus maximaal 1,875% * € 107.593 = € 2.018)
In 2020: € 110.111 (pensioenopbouw dus maximaal 1,875% * € 110.111 = € 2.065)

[3b] https://esb.nu/events/overig/20031595/bijlage-bij-jacobs-2017-fundamentele-herziening-van-belastingen-op-kapitaalinkomen-esb-102-4753-416-419

§4 Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

4a] DNB, “De omkeerregel voor pensioenopbouw en de
inkomensverdeling”

Citaat:

Door de omkeerregel wordt de belastinginning uitgesteld. Bij toenemende grijze druk zullen de belastingopbrengsten van pensioenen daarom automatisch toenemen. Met deze opbrengsten kan een flink deel van de door de vergrijzing oplopende zorg- en aow-kosten worden betaald. Hoewel de uitgestelde belastingheffing voor de overheid een verlies aan rentebaten betekent, zorgt de omkeerregel zo wel voor een automatische spaarpot om de kosten van vergrijzing gedeeltelijk op te vangen. In afwezigheid van de omkeerregel zouden belastingsopbrengsten die decennia eerder worden gerealiseerd, moeten worden gespaard voor het moment dat de kosten zich voordoen. Dat zou een zeer strenge begrotingsdiscipline vereisen.

Een absolute kulredenering van DNB die miskent dat de komende generatie die “spaarpot” ook hard, met de hogere pensioenpremie en een hoger inkomen gaat vullen. Nederland staat trouwens bekend om zijn begrotingsdiscipline, zolang de VVD niet in de regering zit. Ik doel daarbij op https://sargasso.nl/staatsschuld-begrotingstekort-en-de-linkse-kabinetten/

§5 Slotopmerkingen

[5a] In de literatuur kom je nog wel eens een onzinnige VRH-belasting berekening tegen b.v.

(a) Bij de overheid zoek je te vergeefs (elke week een andere website):

Commissie van Weeghel.

https://dare.uva.nl/search?identifier=7d16b63e-1198-4bec-baa5-c6a439d2e127

“Ten slotte wordt aangroei van vermogen dat is ondergebracht in een pensioenfonds niet belast, terwijl dit bij een privé-besparing wel zo zou zijn. Voor 2010 ontstaat hierdoor een belastingderving van € 11,6 mld. als wordt uitgegaan van het belasten van de aangroei van het pensioenvermogen in box 3.” [blz. 34]

In werkelijkheid was het aandeel deelnemers in 2010 € 632 mld., inclusief derde pensioenpijler en de VRH dus € 7,6 mld. Het pensioenvermogen was toen € 973 mld.

De commissie houdt dus ook geen rekening met de belasting in box 1 van het rendement begrepen in de pensioenuitkering en miskent vermoedelijk ook het aandeel van de staat in het pensioenvermogen.

(b) https://esb.nu/events/overig/20031595/bijlage-bij-jacobs-2017-fundamentele-herziening-van-belastingen-op-kapitaalinkomen-esb-102-4753-416-419

“Daarnaast derft de overheid 16,7 miljard euro aan belastingopbrengst in box 3 omdat de vermogensgroei in pensioenfondsen niet is belast. Die is gelijkgesteld aan gemiddeld 1,2 procent vermogensbelasting over 1.390 miljard euro aan pensioenvermogen in 2017 (DNB, 2017). Hoewel de heffing in box-3 inmiddels progressief is gemaakt, wordt deze budgettair neutraal ingevoerd in 2017 (Tweede Kamer, 2015). Dit betekent dat het gemiddelde tarief in box 3 over de vermogensgrondslag nog steeds 1,2 procent is.”

Een benadering op basis van de juistere cijfers exclusief een substantieel deel van de derde pensioenpijler is:

Zonder een aanpassing van de vrijstelling VRH is een dergelijk berekening natuurlijk onzinnig. Soortgelijke onzinberekeningen kom je ook nog wel eens tegen als men de eigen woning in box 3 wil onderbrengen.

[5b] Leon Bettendorf, Sijbren Cnossen, Casper van Ewijk, “BTW-verhoging treft hoge en lage inkomens even sterk”, Me Judice, 25 april 2012.

https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/btwverhoging-treft-hoge-en-lage-inkomens-even-sterk

[5c] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/81290NED/table?fromstatweb

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: