Spring naar inhoud

1.0 Serie Pensioenen

19 maart 2020

__________________________________________________________________________________________________________

In deze serie brengen we een aantal geactualiseerde bijdragen over pensioenen wat systematischer bij elkaar, opgedeeld in subthema’s. Het belang van het pensioenvermogen voor de burgers en de staat is zeer groot. Het is dan ook zaak om een poging te doen het beschikbare cijfermateriaal systematisch bij elkaar te brengen. Helaas is dat het CBS niet gelukt ondanks het feit dat het claimt zich bezig te houden met Wat er Feitelijk gebeurt.Als verzachtende omstandigheid kan daarbij worden aangevoerd dat het CBS van de politiek ook de middelen niet krijgt om zijn taak naar behoren uit te voeren – zie de Piketty discussie in de Tweede Kamer. Opzet kan daarbij niet bewezen worden maar is wel aannemelijk.  

Als u kennis neemt van deze bijdragen zult u zien dat het mij ook niet gelukt is een duidelijk beeld te krijgen. Het onderliggende cijfermateriaal is daarvoor te onvolledig en te weinig systematisch.

__________________________________________________________________________________________________________

De serie Pensioenen is onderverdeeld in de onderstaande bijdragen. Door de opdeling kunnen de gevens in de toekomst eenvoudiger worden geactualiseerd.

1.1 Pensioenvermogen

Het pensioenvermogen bedraagt eind 2019 € 1.815 mld., een forse stijging van 17,1% t.o.v. 2018, exclusief de zogenaamde derde pensioenpijler. Dat geld is maar ten dele (€ 1.180 mld.)  van de pensioendeelnemer, de staat heeft immers een forse belastingclaim (€ 635 mld.) op dat vermogen, waarvan hij overigens niets in zijn boeken verantwoordt.

In de periode 2010-2019 nam het pensioenvermogen met 8,7% per jaar toe. Het bbp nam in diezelfde periode slechts met 2,6% per jaar toe.

De omvang van de derde pensioenpijler, hoewel volgens het CBS van “relatief geringe omvang”, is ruwweg toch nog € 200 mld., maar dat bedrag is uiterst matig onderbouwd en dus niet meegenomen in de cijfersopstellingen van het pensioenvermogen.

1.2 Belastingdruk op het pensioenvermogen

De staat heeft een belastingclaim op het pensioenvermogen die door Jacobs, in consultatie met het CPB, op ca 35% wordt gesteld. Het Ministerie van Financiën gaat van 30% uit, maar toont in de MN 2020 36%. In de bijdrage Belastingdruk op het pensioenvermogen laten we zien dat de belastingclaim eerder € 109 mld. hoger (6%) uitvalt dan die 35% als je rekening houdt met de indirecte belastingen die op de pensioenuitkeringen drukken. Dat doet het CPB immers met zijn houdbaarheidssommetjes ook.

Inclusief de derde pensioenpijler komen we dan op een belastingclaim van € 826 mld. in plaats van € 635 mld. Één procent tariefeffect (b.v. door een belastingverlaging) komt dan overeen met een claim van € 20,2 mld. Het wordt dus hoog tijd dat hier eindelijk eens wat duidelijkheid over komt.

Door de omkeerregel loopt de staat een substantieel deel van de belasting op het pensioenpremie-inkomen mis door het progressie-effect tussen storting en uitkering. (17% of ca 7,6 mld. per jaar)

1.3 Rendement pensioenvermogen

In de periode 2006-2018 bedroeg het rendement op het pensioenvermogen ca € 800 mld.  Het aandeel van de staat was € 280 mld. Hiervan werd nauwelijks iets in de boeken verantwoord. Uiteraard werd de rente in die periode (€ 86 mld.) over de overheidsschuld , die in de pensioenpot werd belegd, wel bij de burger in rekening gebracht. De pensioendeelnemers zagen hun rendement  (€ 520 mld.) grotendeels verdwijnen in het zwarte gat van de rentetermijnstructuur door de dalende rente en de daarmee samenhangende toename van de verplichtingen volgens de politiek bepaalde FTK-regels.

Het rendement over 2019 is nog niet bekend. Indicatief is het rendement van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen (§ 1.8 – 17,6%) en de toename van het gehele pensioenvermogen in 2019 (€ 265 mld.)

1.4 Pensioenvermogen naar inkomensdeciel

We weten dat 73,6% van de pensioenpremie in de periode 2001-2014 door 30% van de huishoudens werd afgetrokken van het belastbaar inkomen. We weten ook dat ca 41% van de pensioenpremie tegen 52% werd afgetrokken. Inmiddels is dat cijfer door de maximering van de pensioenpremie wat gedateerd.

Dat geeft een redelijk inzicht in de verdeling van het bruto pensioenvermogen en veel globaler in de netto verdeling van dat vermogen per inkomensdeciel. Redelijk gelijk verdeeld zal dat bruto pensioenvermogen dus niet zijn, ook niet na heffing van de belasting in box 1 op de uitkering.

1.5 Pensioenvermogen 2060

Door het uitfaseren van de vergrijzingsgolf zal het percentage van het pensioenvermogen in percentage van het bbp geleidelijk dalen van 224% bbp in 2019 tot ca. 174% in 2060. Eind 2060 is de belastingclaim dan 61% van het bbp, nog steeds een fors bedrag, dat in mindering kan worden gebracht op de belastingschuld van 100% bbp in 2060. De omkeerregel pensioenen leidt dus wel tot extra inkomen in de komende decennia, maar de actieve beroepsbevolking bouwt ook weer pensioenreserves op en die uitgestelde/gederfde belasting moet dan weer door alle burgers worden opgebracht. Op het eerste voordeel wordt altijd omstandig gewezen, over de opbouw zwijgt men liever.

1.6. Nederland’s pensioenvermogen in Europees perspectief

In de diverse Europese landen is het opgebouwd pensioenvermogen aanzienlijk lager. Gegeven de hoogte van het pensioenvermogen, de daarop rustende belastingclaim en de afgefinancierde ambtenarenpensioenen is het een grof schandaal dat Nederland ooit door de Europese Commissie is lastig gevallen over zijn materieel niet bestaande overheidsschuld. Als we vergelijken met het buitenland dient die belastingclaim daarbij ook nog eens inclusief indirecte belastingen te worden bepaald en is de claim dus € 236 mld. hoger.

1.7 Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

In deze bijdrage laten we zien hoe de belastingclaim onder handhaving van de bestaande progressie met onmidellijke ingang grotendeels kan worden geïnd. Voor het opdoeken van de omkeerregel pensioenen is veel te zeggen omdat we dan de staatsschuld kunnen aflossen en de jaarlijkse bate die dat met zich meebrengt in de vorm van een belastingverlaging aan de burgers kunnen teruggeven. Het Stabiliteits- en Groeipact kan dan voor Nederland de papiervernietiger in. Er moet dan nog wel even een politiek besluit worden genomen over de resterende pot van € 78 mld.

Mochten we vanwege de Corona crisis nog geld nodig hebben, dan kan de regering dat hier vinden i.p.v. voor de tweede keer onnodig de broekriem te laten aanhalen. Maar misschien is het nu niet het juiste ogenblik om de activa van de pensioenfondsen ten gelde te maken? Zo zie je dat al die toezichthouders en de politiek de ballen verstand hebben van de risisico’s die de staat met zijn buitenproportionele belastingclaim loopt.

1.8 Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW

Per kwartaal volgen we in deze bijdrage de kwartaalberichten van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen. Aangezien die fondsen ca 57% van het pensioenvermogen van alle pensioenfondsen voor hun rekening nemen geeft dat een redelijk representatief beeld van de totale ontwikkeling.

Het jaar 2019 was voor de vijf bedrijfspensioenfondsen ABP, PFZW, PMT, PME en bpfBOUW weer eens een meer dan voortreffelijk jaar met een gemiddeld rendement van zo’n 17,6%. (2018: ≈ -1,3 %)

__________________

Laatst bijgewerkt 19 maart 2020

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: