Spring naar inhoud

Vermogen huishoudens 31-12-2017 (“2018”)

7 januari 2020

_______________________________________________________________________________________________________________________________

Deze bijdrage behandelt het vermogen van de huishoudens per eind 2017. Het CBS heeft het systematisch over het Vermogen van huishoudens 2018 en we zullen hun terminologie verder volgen. [1] Om de Babylonische spraakverwarring echter te voorkomen werken we met het “vermogen 2018” en de “toename van het vermogen in 2017”.

Zoals we zullen zien hebben de CBS vermogenscijfers en het inkomen uit  dat vermogen slechts beperkt  iets uitstaande met de werkelijkheid. De geldt zowel voor de vermogenscijfers zelf (§1) als voor het inkomen uit dit vermogen (§8). Daarmee is elke vergaande conclusie omtrent de inkomens- en vermogensverdeling op basis van de CBS-cijfers gebaseerd op drijfzand.

_______________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Het vermogen van de huishoudens bedraagt voor 2018 eerder € 2.680 mld. dan de € 1.417 mld. die het CBS ons voorhoudt. Het belangrijkste verschil is natuurlijk het deel (65%) van het pensioenvermogen dat aan de pensioendeelnemers valt toe te rekenen en met een gemiddelde jaarlijkse toename van 6,7 % sinds 1/1/2007 (incl. 2008!) schiet dat natuurlijk lekker op.

Het vermogen van de staat en zijn burgers bedraagt in totaal eerder netto € 3.475 mld. eind 2017 dan de € 1.614 mld. die het CBS en het Ministerie van Financiën ons voorschotelen. Die jankverhalen over onze schuldpositie (schuldratio 27,5%) is dan ook nergens voor nodig:

De inflatie in de periode 2007-2017 bedroeg in totaal 20,5 % en per jaar 1,7% (index 2007: 85,82; 2017: 101,7). Voor 2017 was de inflatie ook 1,7 %. [1c] Het vermogen moet dus minstens met deze cijfers stijgen om dat vermogen in stand te houden. Zoals bekend heeft de fiscus hier geen boodschap aan. Officieel is de inflatie in de belastingtarieven verrekend, maar bent u ooit een fiscalist tegengekomen die wèl kon rekenen? Met ingang van 2021 betaal je als belegger met 1,7% inflatie en een bruto rendement van 5,33 % een reëel belastingtarief van 49,3 % en maakt dan een netto rendement van 1,84%. Macro-economen kunnen ook niet rekenen en betogen dat het optimale belastingtarief voor inkomen uitvermogen zo’n 30%- 35% bedraagt, anders vluchten al die kapitaalbezitters naar het buitenland. Kijk daar kun je die fiscalisten nu weer wel voor gebruiken.

De samenstelling van het vermogen zal in de loop veranderen en de toename van een vermogenscomponent kan dus mede veroorzaakt worden door veranderingen in de samenstelling van het vermogen. In de periode 2007-2017 nam het aantal huishoudens met 9,5% (673.600) toe. Voor de vergelijking kun je dus beter met het gemiddelde vermogen per huishouden werken.

§2 Het Huishoudvermogen 2007-2018

De ontwikkeling van het huishoudvermogen in 2017 kan als volgt worden samengevat [2a]:

♦ Een substantieel deel van het CBS-vermogen excl. EW  (21,5 %) wordt nog teeds als bank- en spaarsaldo aangehouden. Dat dit vermogen nauwelijks vooruitgaat hoeft, gegeven de rentstestand en de VRH-heffing, niet te verbazen.

♦ Het pensioenvermogen van de deelnemers (65%) steeg in de periode 2007-2017 met € 518,1 mld. of met 6,7% per jaar. Dit vermogen maakt 38 % van het totale vermogen huishoudens uit.

♦ Het eigen woning vermogen nam in 2017 netto met € 111,4 mld. (22,5 %) toe. De eigen woning maakt netto  43 % van het CBS-huishoudvermogen 2018 uit. (2017: 48%). De gemiddelde waarde van de eigen woning bedroeg in 2018 € 303.100 (2017: € 275.200). Er is in 2018 dus een flinke inhaalslag gemaakt -(zie §4).

♦ Het CBS vermogen excl. eigen woning nam in 2017 met 36,2 mld. (4,7%) toe. Van die stijging had € 22,1 mld. (61%)  betrekking op het ondernemingsvermogen. De stijging van het ondernemingsvermogen incl. aanmerkelijk belang vermogen van 6,2% per jaar mag er dan ook zijn. Maar aan dit cijfer kan door de gebrekkige veelal fiscaal ingegeven waardering [1b] maar een beperkte waarde worden toegekend.

♦ Het ondernemingsvermogen en aanmerkeljk belang vermogen wordt in §8 behandeld.

De samenstelling van het huishoudvermogen kan voor de jaren 2007-2018 als volgt worden weergegeven [2a]:

(click op de tabel of Ctrl + om vergroten):

♦  Het pensioenvermogen  en de levensverzekering cijfers zijn ontleend aan de bijdrage Pensioenvermogen.

♦ De benaderde kapitaalverzekering cijfers zijn pas vanaf 2012 beschikbaar en de verticale lijn in de tabel duidt daarop. De kapitaalverzekering cijfers zijn wat verouderd en gebaseerd op een artikel van Salverda, bij gebrek aan beter.[2c]

§3 Het pensioenvermogen

Het pensioenvermogen en de verdeling daarvan ontlenen we aan de bijdrage pensioenvermogen §6. Dat pensioenvermogen kun je aan de huishoudens toerekenen na aftrek van de belastingclaim op dat vermogen van ca 35%. De verdeling van het pensioenvermogen naar inkomensdeciel kun je grof benaderen aan de hand van de cumulatieve jaarlijkse pensioenpremies per inkomendeciel. Deze gegevens zijn voor de jaren 2001 t/m 2014 beschikbaar. De verdeling van het pensioenvermogen is in §5 nader uitgewerkt. Daarbij zou je eigenlijk rekening moeten houden met de progressieve belastingclaim op het pensioenvermogen, die door het belastingtarief bij uitkering overigens niet per inkomensdeciel valt te verzijzonderen.

Het CPB is inmiddels van mening dat je het pensioenvermogen wel in het vermogen moet meenemen.[1d] Dat instituut doet dat overigens nog steeds bruto want anders moet je de staat zijn aandeel toerekenen en dan kon Laura van Geest de burgers niet langer bang maken met de niet bestaande staatsschuld en het ditto overheidstekort.

Inzicht in de omvang van de zgn. derde pensioenpijler ontbreekt. Zo moest Wiebes tijdens de pensioenen in eigen beheer discussie b.v. toegeven dat zijn meest recente cijfer uit 2009 stamde.

§4 De eigen woning

Prijsstijgingen en -dalingen van woningen hebben grote invloed op het vermogen van huishoudens.[4b] De waarde van de eigen woning wordt vastgesteld op basis van de waarde van de woning
opgegeven voor de berekening van het huurwaardeforfait in de inkomstenbelasting of de WOZ-waarde indien deze niet uit de aangifte blijkt. [1c] Die WOZ-waarde is altijd de waarde van 1 januari het jaar ervoor. Dat betekent dat deze 1 tot 2 jaar achterloopt op de marktwaarde. In een markt met veel prijsschommelingen kan deze dus behoorlijk afwijken van de marktwaarde. (NVM-site). Daar voeg ik aan toe dat de praktijk leert dat er veelal sprake is van overheidswillekeur met nog al eens een afwijkende waardering voor vergelijkbare of gelijke huizen. Dien te gevolge is er een complete industrie ontstaan om de bezwaarschriften te helpen indienen bij onze geheel betrouwbare overheid.

De volgende vergelijking geeft  enig inzicht in de ontwikkeling van de WOZ-waarde en de verkooprijzen voor de jaren 2006-2018 [2a]:

♦ CBS:

“De WOZ-waarde volgt de prijsontwikkeling van bestaande koopwoningen met ongeveer een jaar vertraging. Deze vertraging komt doordat woningen op 1 januari worden getaxeerd naar de waarde van 1 januari van het voorgaande jaar. ” [4b]

Deze toelichting verklaart slechts een deel van het verschil.

♦De stijging van de gemiddelde WOZ-waarde van alle woningen in de periode 2006-2017 bedroeg 0,8 % per jaar, materieel had die stijging echter pas in 2017 plaats. De gemiddelde WOZ-waarde heeft dus de inflatie niet bijgehouden en had in 2018 eerder € 326.100 moeten bedragen. Dat de woningwaarde het vermogen omhoog zou stuwen, zoals het CBS stelt, is dus lichtelijk overdreven.

♦ Het nut van bovenstaande vergelijking is natuurlijk sterk afhankelijk van de mix van huizenvoorraad en die van de verkoopwoningen. Zonder deze te kennen is een vergelijking niet goed mogelijk en valt de indicatie dat de WOZ-waarde hoger ligt dan de verkoopprijs niet te verifiëren.

Zonder afschaffing van het HRA-infuus komt er overigens van bezitsvorming door eigen woningbezit bijster weinig terecht [2a]:

♦ Het hoeft dus niet te verbazen dat veel welgestelden voor afschaffing van het HRA-infuus  zijn, mits die hogere belastingopbrengst wordt doorgegeven in de vorm van een tariefsverlaging in box 1.

§5 De verdeling van het vermogen

Dit is een weinig interessant onderwerp als je Asscher van het kabinet Rutte II mag geloven. [5c]

De vermogensverdeling kan je bezien per inkomensdeciel en vermogensdeciel. De laatste verdeling is aanzienlijk schever, mede omdat het inkomen uit vermogen niet echt lekker in de CBS-cijfers tot uitdrukking komt. Ook heeft de vermogensverdeling naar generatie te maken met inkomenseffecten.

Grafisch laat zich e.e.a. als volgt in kaart brengen [2a]:

♦ Het 2018 vermogen is dus schever verdeeld dan het 2007 vermogen. Dat geldt in versterkte mate voor het vermogen per vermogensdeciel.

Als we §3 nader uitwerken gebaseerd op de gegevens in de bijdrage Pensioenvermogen en de verdeling van het pensioenvermogen mede in aanmerking nemen, krijgen we het volgende beeld:

♦ Aangezien in de periode 2001-2014 73,2% door de top 30% inkomens en 8,3% door de 50% lage inkomens werd afgetrokken, kunnen we gevoeglijk aannemen dat ook het pensioenvermogen naar inkomensdeciel behoorlijk scheef verdeeld is en dat blijkt ook op basis van de grafiek in §5 die op deze data is gebaseerd. Overigens moet wel in aanmerking worden genomen dat het pensioenvermogen netto wordt gemaakt op basis van een gemiddeld belastingtarief van 35%. In werkelijkheid wordt de uitkering progressief belast in box 1 en is de verdeling dus minder scheef.

Het verschil in verdeling van het vermogen per inkomens- en vermogensdeciel valt ook voor de belangrijkste vermogenscomponenten nader toe te lichten [2a]:

♦ CPB:

“Mensen starten hun leven zonder vermogen. Over de jaren heen bouwen ze vermogen op vanuit genoten inkomen, ontvangen schenkingen en erfenissen en door de waardestijging van de eigen woning en het rendement op hun overige vermogen. Dat de vermogensongelijkheid groter is dan de inkomensongelijkheid, is dan ook niet vreemd” [6a]

De gebrekkige inkomensstatistieken zal echter ook wel iets met het verschil in de vermogensverdeling naar inkomen te maken hebben. (zie ook §8)

§6 Vermogen ouderen

Het CPB kwam onlangs tot de conclusie dat de oudjes nauwelijk interen op hun vermogen en dat de erfenissen nauwelijks invloed hebben op de vermogensverdeling. [6a] Aangezien de erfenissen naast de partner veelal naar de jongeren gaan en na besteding van een deel van de erfenis ca 40% van het vermogen uitmaken wordt een niet onbelangrijk deel van de vermogensongelijkheid doorgeschoven.[6b] Aangezien het CPB in zijn studie volstrekt voorbij gaat aan de makke in de CBS-vermogensstatistiek en het huidige belastingstelsel volgens Rijkers een glijbaan naar belastingvrijdom is [6c], ga ik maar niet nader in op die CPB-studie.

De vermogensontwikkeling van de boven 65-jarigen 2007-2018 is als volgt [2a]:

♦ Gezien de toename van het aantal huishoudens heeft het alleen zin om naar de ontwikkeling van het gemiddelde vermogen te kijken. Materieel is voor alle vermogenscomponenten sprake van een achteruitgang van het gemiddelde vermogen, gezien de inflatie in de periode 2007-2017 (20,5%).

§7 Gemiddeld en mediaan vermogen 2007- 2018 [7a]

Het aantal huishoudens nam in de periode 2007-2018 met 673,600 toe. Als de vermogensontwikkeling wilt volgen moet je dus van het gemiddelde en mediaan vermogen per huishouden uitgaan. Het gemiddelde totaalvermogen is echter bij een zo scheve vermogensverdeling een nietszeggende grootheid. Het aantal huishoudens in de noemer varieert bij elk afzonderlijk vermogensbestanddeel ook nog eens aanzienlijk.

De ontwikkeling van het gemiddeld en mediaan vermogen 2007-2017 en 2017-2018 wordt dan als volgt [2a]:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

♦ De ontwikkeling kun u in tabel zelf nalezen: het aanmerkelijk belang vermogen en uiteraard de ontwikkeling van het pensioenvermogen springen eruit.

♦  Het 9e en 10e vermogendeciel bezitten in 2018 97,8 % van het aanmerkelijk belang vermogen. Dat vermogen is aanzienlijk te laag gewaardeerd tegen fiscale boekwaarde (zie ook [7c]).

De ontwikkeling van het gemiddeld vermogen en mediaanvermogen voor de jaren 2007-2018 is als volgt [2a]:

♦ Het gemiddeld vermogen inclusief eigen woning nam in de periode 2007-2017 met een schamele 5,7 % toe (0,5 % per jaar). In 2017 nam dat vermogen met 10,8 % toe. Het overeenkomstige mediaan vermogen nam in die periode met -9,6% af (-0,9 % per jaar). In 2017 nam dat mediaan vermogen met 35,7 % toe.

De ontwikkeling van het gemiddeld vermogen en mediaanvermogen voor het vermogen exclusief eigen woning voor de jaren 2007-2018 is als volgt [2a]:

♦ Het gemiddeld vermogen exclusief eigen woning nam in de periode 2007-2017 met 17 % toe (1,4 % per jaar). In 2017 nam dat vermogen met 4% toe. Het overeenkomstige mediaan vermogen nam in die periode met 6,4 % toe (0,6 % per jaar). In 2017 nam dat mediaan vermogen met 3,5 % toe.

§8 Ondernemings- en aanmerkelijk belang vermogen

Het ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen wordt gewardeerd op het zichtbaar eigen vermogen zoals dat blijkt uit de fiscale aangiften m.u.z. van het onroerend goed dat door het CBS tegen de WOZ-waarde wordt gewaardeerd. 1c] Dividend zou uit het vermogen moeten worden ontrrokken – zie [7b] voor kritsche kanttekening. Met niet in de boeken verantwoorde goodwill, octrooien en patenten en stille en geheime reserves kan het CBS natuurlijk geen rekening houden, maar hij kan wel nadrukkelijker vermelden dat die niet in zijn cijfers zijn opgenomen en dat het ondernemingsvermogen (incl aanmerkelijk belang vermogen) en de mutatie daarin aanzienlijk hoger kan uitvallen dan in de statistieken tot uitdrukking komt. Ook zou het CBS naar de commerciële waardering zoals vermeld in de aangifte, kunnen kijken i.p.v. de fiscale cijfers uit de aangifte klakkeloos overpennen. Voor de waardering van het aanmerkelijk belang vermogen en kanttekeningen – zie ook Salverda [2c].  Indicatief kan men ook naar de Quote cijfers kijken in een wat verouderde bijdrage.

De ontwikkeling van het gemiddeld vermogen en mediaanvermogen voor het aanmerkelijk belang vermogen voor de jaren 2007-2018 is als volgt [2a]:

Het gemiddeld aanmerkelijk belang vermogen nam in de periode 2007-2017 met 37,8 % toe (3,0 % per jaar). In 2017 nam dat vermogen niet toe. Het overeenkomstige mediaan vermogen nam in die periode met 82,3 % toe (5,6 % per jaar). In 2017 nam dat mediaan vermogen met 10,2 %  wel toe.

De ontwikkeling van het gemiddeld vermogen en mediaanvermogen voor het ondernemingsvermogen voor de jaren 2007-2018 is als volgt [2a]:

Het gemiddeld ondernemingsvermogen nam in de periode 2007-2017 met 43 % toe (3,3 % per jaar). In 2017 nam dat vermogen met 3,4% toe. Het overeenkomstige mediaan vermogen nam in die periode slechts met 3,3 % toe (0,3 % per jaar). In 2018 nam dat mediaan vermogen met 5,9 % toe.

♦Het aandeel van het ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen in het vermogen excl. eigen woning bedraagt voor 2018 respectievelijk 8,7 % en 25,7%.  In 2007 was dat nog respectievelijk 5,5 % en 17 %. Het aandeel van het ondernemingsvermogen in de bezittingen mag dan betrekkelijk klein zijn [1a, blz. 93] het aandeel groeit, net als het AB-vermogen gestaag.

§9 Het inkomen uit vermogen.

Het inkomen uit vermogen is door de achterstand bij de belastingdienst sterk gedateerd.

De vermogensverdeling naar inkomensdeciel wijkt nogal af van de verdeling per vermogensdeciel . Één van de oorzaken is de krakkemikkige inkomen uit vermogen statistiek van het CBS. Het inkomen van vermogen wordt te laag voorgesteld o.a. door de particularistische bepaling van het CBS van het  inkomen uit eigen woning. Daarnaast wordt de indirecte beleggingsopbrengsten op effecten en het rendement op levens- en kapitaalverzekeringen gemakshalve weggelaten. Ook de inkomsten uit onderneming en aanmerkelijk belang wordt veel te laag voorgesteld. Het spreekt vanzelf dat dit ook effect heeft op de inkomensverdeling. Rendement op het pensioenvermogen, dat ook niet evenwichtig is verdeeld,  zult u in de CBS statistieken niet aantreffen. De veel geciteerde conclusie over die inkomensverdeling is dan ook gebaseerd op drijfzand. {[3a]; zie ook [7b]}

Enkele kerncijfers laten o.a. de ontwikkeling van het inkomen uit pensioenvermogen zien:

Dat het inkomen uit vermogen cijfer in de CBS statistieken echt nergens op slaat laat de volgende tabel zien, waarbij de nadere toelichting in de bijdrage Inkomen uit vermogen 2011-2014 (meest recente cijfers) valt na te lezen:

♦ Op deze inkomenscijfers zal ook wel het een en ander op te merken zijn, maar het is in elk geval duidelijk dat het CBS er met zijn cijfers flink naast zit.

§10 Miljonairs

Het verloop van het gemiddeld vermogen en mediaan vermogen van de miljonairs exclusief eigen woning in de periode 2007-2017 is als volgt:

♦ Het gemiddeld vermogen excl. eigen woning nam in de periode 2007-2017 met 9,9 % toe (0,9% per jaar). In 2017 nam dat vermogen met -6,1 % af. Het overeenkomstige mediaan vermogen nam in die periode met 8,1 % toe (0,7% per jaar). In 2017 nam dat mediaan vermogen met -5,4 % af.  De reden van die afnames valt in onderstaande tabel na te lezen.

De vermogensontwikkeling miljonairs blijkt uit de volgende tabel:

♦ Het aantal miljonairs nam in de periode 2007-2017 met 43,2 % toe.

De miljonairs huishoudens maken onderdeel uit van het 10e vermogensdeciel die de volgende ontwikkeling laat zien:

Het gemiddeld vermogen excl. eigen woning nam in de periode 2007-2017 met 26,5 % toe (2,2 % per jaar). In 2017 nam dat vermogen met 3,4 toe. Het overeenkomstige mediaan vermogen nam in die periode met 16,3 % toe (1,4 % per jaar). In 2017 nam dat mediaan vermogen met 4,2% toe.

De ontwikkeling van het gemiddeld vermogen van de miljonairs en het 10e vermogensdeciel laat zich als volgt vergelijken [2a]:

♦ Zelfs voor deze topvermogens geldt dat overall de inflatie in de periode 2007-2017 niet werd bijgehouden en er dus reëel werd ingeteerd op dat vermogen.

Voor wat meer cijfermateriaal zie de CBS Van Lanschot studie van de echte miljonairs zonder de eigen woning mee te tellen.

_______________

Laatst bijgewerkt 7 januari 2020

Noten per paragraaf

§1 Inleiding

[1a] CBS, Welvaart in Nederland 2019

https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2019/27/welvaartinnederland2019_web.pdf

[1b] CBS, “Documentatie Vermogens van huishoudens (revisie 2017)”,

[1c] CBS consumentenprijsindex

https://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=83131NED&D1=0&D2=0&D3=142,285&HDR=T&STB=G1,G2&VW=T

[1d] CPB, Arjan Lejour,  “Indicatoren vermogensongelijkheid”, 11 september 2018,

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-11sept2018-Indicatoren-vermogensongelijkheid.pdf

§2 Het Huishoudvermogen 2007-2018

[2a] CBS, “Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, vermogensbestanddelen”, Gewijzigd op: 18 november 2019

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83834NED/table?ts=1578138431231

[2b] Beperkingen van de CBS-vermogenscijfers.

Het CBS zegt over zijn cijfers:

“Bij het vaststellen van de fiscale hypotheekschuld zijn eventueel opgebouwde tegoeden bij spaar- en beleggingshypotheken niet meegenomen omdat het CBS tot op heden geen toegang heeft gekregen tot de onderliggende gegevens. Ook worden pensioenaanspraken en andere aanspraken van sociale zekerheid niet tot het vermogen gerekend, omdat deze collectief worden geregeld en niet op persoonsniveau toerekenbaar zijn, of overdraagbaar van persoon op persoon.”

Er zijn nog aanzienlijk meer kanttekeningen bij de CBS-cijfers te maken. Zonder te streven naar volledigheid zijn die:

♦ De pensioenaanspraken per persoon zijn het CBS bruto bekend. Uiteraard wordt dit vermogen bij overlijden wel “van persoon op persoon” overgedragen, alleen niet volgens de erflijn, zoals Simon Stevin het CBS al had kunnen uitleggen. Overigens is dat voor een deel van de derde pensioenpijler wel het geval. Op die aanspraken moet nog bij uitkering de progressieve belasting in box 1 in mindering worden gebracht, een exercitie die alleen het CBS/CPB  bij benadering kan uitvoeren.

♦ Ook de minister van financiën heeft de spaar- en beleggingshypotheek cijfers niet, terwijl die gegevens voor de controle door de belastingdienst toch uiterst nuttig zouden zijn: hoe wil je anders de vermogensdoorrekening een beetje controleren?

♦ Het ondernemingsvermogen en het aanmerkelijk belang vermogen worden gewaardeerd op basis van historische fiscale cijfers en wiijken daarmee nogal af van de waarde in het economisch verkeer, zonder rekening te houden met stille reserves, goodwill, patenten e.d.

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83834NED/table?ts=1577186515369

[2c] W. Salverda, “Ongelijkheid na de financiële crisis”

https://www.wimdreesfonds.nl/uimg/wds/b51992_att-tvof-editie-jaargang-46-2014-nummer-3.pdf

“Ten tweede wordt een belangrijke vorm van vermogen niet waargenomen, doordat ze buiten de heffing van de inkomstenbelasting valt. Dat geldt met name voor de depots van spaarhypotheken. Het daarin opgespaarde bedrag is onlangs geschat op 80 miljard euro aan het eind van 2012, en groeit naar verwachting tot 135 miljard euro in 2018”

§3 Het pensioenvermogen

[3a] Koen Caminada, Kees Goudswaard, Marike Knoef, “Vermogen in Nederland gelijker verdeeld sinds eind negentiende eeuw”, Me Judice, 27 juni 2014.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogen-in-nederland-gelijker-verdeeld-sinds-eind-negentiende-eeuw

Maar dan moet je het artikel natuurlijk wel goed lezen:

♦ De belastingclaim op het pensioenvermogen

Alle bedragen zijn bruto berekend.

“Zowel op privaat vermogen als op aanvullende pensioenrechten rust een belastingclaim, zij het in verschillende mate (mede afhankelijk van de precieze samenstelling van het private vermogen). Het is niet op voorhand duidelijk welk effect (uitgestelde) belastingheffing zou kunnen hebben op de mate van scheefheid van de vermogensverdeling.”

Die zgn. belastingclaim op het privaatvermogen huishoudens zoals dat door het CBS wordt gepresenteerd kan ik niet zo goed thuisbrengen. (noot * aan het eind van deze noot) Op het pensioenvermogen rust wel een gemiddelde belastingclaim van 35% en die 35% mag je dus helemaal niet bij het overige vermogen van de huishoudens tellen. (appels en peren), zoals nu wel gebeurd is. Die 35% is een gemiddelde, door de progressieve belasting in box 1 op de uitkeringen wordt de netto pensioenvermogensverdeling minder scheef. De auteurs hadden hiervoor kunnen corrigeren in hun CBS IPO en CBS microdata , maar hebben dat nagelaten.

♦ Naar kanttekeningen bij de CBS-cijfers voor ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen zult u ter vergeefs zoeken in het artikel. (Het 10e vermogensdeciel bezit 92% van dit vermogen en dat is weer 33% van het totale vermogen exclusief eigen woning.) Dat vermogen zou je moeten waarderen tegen de waarde in het economisch verkeer en niet de fiscale boekwaarde zoals die door het CBS wordt overgepend (vlg navraag bij het CBS), terwijl de commerciële balans ook bij de fiscale stukken zit. Aan de hand van de erfbelasting kan het CBS ook ex post ten dele zien hoever ze er naast zitten met hun cijfers, als je althans van Rijkers’ glijbaan naar belastingvrijdom afziet.

♦ Een toelichting op het verschil in vermogen naar inkomens- en vermogensdeciel ontbreekt, terwijl juist deze auteurs goed duidelijk hadden kunnen maken dat dit verschil in belangrijke mate een gevolg is van de gebrekkige CBS statistieken over inkomens en vermogens. Zij hebben immers kennelijk wel toegang tot de CBS IPO en CBS microdata.

♦ De conclusies van de auteurs over de totale vermogensverdeling zijn dus eigenlijk nergens op gebaseerd en missen in elke geval elke basis om de ginicoëfficiënt met twee cijfers achter de komma te bepalen.

§4 De eigen woning

[4a] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/08/woningwaarde-stuwt-vermogen-omhoog

[4b] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/37/woz-waarde-naar-record-hoogste-stijging-sinds-jaren

[4c] CBS, “Bestaande koopwoningen; verkoopprijzen”

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83906NED/table?ts=1577992639478

§5 De verdeling van het vermogen

[5a] Volkskrant, vermogen rijke Nederlanders, Allerrijksten worden rijker, ook in Nederland, en de zorgen daarover groeien

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/allerrijksten-worden-rijker-ook-in-nederland-en-de-zorgen-daarover-groeien~b44f2d10/?fbclid=IwAR3W06V9Lm_oUoJzRtEw-LZCm0FHHc6rRSf0gxcK3xq8_83JADY738k8Xs8

[5b] WRR, Hoe ongelijk is Nederland? Een verkenning van de ontwikkeling en gevolgen van economische ongelijkheid

https://www.wrr.nl/publicaties/verkenningen/2014/06/04/hoe-ongelijk-is-nederland

[5c] Aanhangsel bij de handeling, # 2286

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20142015-2286.html

“Het kabinet (CM Rutte II – bij monde van Asscher) ziet op dit moment dan ook geen indicaties om te veronderstellen dat de vermogensverdeling onevenwichtig is.”

§6 Vermogen ouderen

[6a] CPB, “Effect van erfenissen en schenkingen op vermogensongelijkheid en de rol van belastingen”

https://www.cpb.nl/effect-van-erfenissen-en-schenkingen-op-vermogensongelijkheid-en-de-rol-van-belastingen

[6b] Paul de Beer, Jelle van der Meer, Janneke plantinga & Wiemer Salverda, Voor wie is de erfenis? – Over vrijheid, gelijkheid en familiegevoel., Amsterdam 2018.

[6c] A.C. Rijkers , Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw,,

https://docplayer.nl/8716277-Een-inkomensbegrip-voor-de-21e-eeuw.html

§7 Gemiddeld en mediaan vermogen 2007- 2018

[7a] CBS Definitie mediaan vermogen:

De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd.
Deze definitie van het CBS is niet volledig en alleen geldig als het aantal getallen oneven is.

[7b] Wiemer Salverda, Bas van Bavel, “CBS meet méér ongelijkheid, maar verkoopt het als mínder”, Me Judice, 4 april 2017.

https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/cbs-meet-meer-ongelijkheid-maar-verkoopt-het-als-minder

Salverda wijst daarbij ook nog op een anomolie in de wijze waarop het CBS met het aanmerkelijk belang vermogen omgaat:

“Het dividend van Aanmerkelijk Belang komt neer op een uitkering van ingehouden inkomen, opgevat als ingehouden winst. Het wordt blijkbaar echter geïnd zonder dat het ten koste gaat van het bijbehorende vermogen. Zelfs als in 2014 14 miljard euro wordt uitbetaald, blijft het bijbehorende vermogen onveranderd 160 miljard euro.”

Onderstaande tabel maakt duidelijk wat Salverda bedoelt:

De dividendgegevens zijn ontleend aan [9b]. Het komt inderdaad weinig voor dat je straffeloos een greep in de kas (2014) kan doen. Bij een goede doorrekening van het vermogen zou je overige mutaties kunnen uitsplitsen in echt resultaat, kapitaalstortingen, kapitaalopnames etc.

§8 Ondernemings- en aanmerkelijk belang vermogen

[8a] Zie [1b] voor bepaling van dit vermogen en [7b] voor kanttekeningen.

[8b] Brief Snel, “Statistieken over inkomens- en vermogensongelijkheid”, 6 september 2018, https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2018/09/06/kamerbrief-statistieken-over-inkomens-en-vermogensongelijkheid/kamerbrief-statistieken-over-inkomens-en-vermogensongelijkheid.pdf

§9 Het inkomen uit vermogen.

[9a] CBS, “Samenstelling inkomen; particuliere huishoudens, kenmerken, 2001-2014”, Gewijzigd op: 8 februari 2017,

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70991ned/table?fromstatweb

[9b] CBS Paper – Revisie inkomensstatistiek
De paper zelf is natuurlijk ongedateerd.  Maar blijkens site reference 06/2017, dus slechts enkele maanden na [1b] of 8/2/2017. Bij het CBS komt het verstand dus niet met de jaren, daar is slechts enkele maanden voor nodig en zelfs dan ben ik niet van dat verstand onder de indruk: de hypotheek rente  (schuldratio 56%) overteft nog steeds het totale fictieve inkomen eigen woning, zodat voor de 44% niets overblijft.
N.B. – zie ook [5c]

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: