Spring naar inhoud

Houdbaarheidssaldo (Matteüs 6,19-34)

19 december 2019

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

17 december kwam het CPB uit met een geactualiseerde berekening van het houdbaarheidssaldo. [1] Dat saldo verslechterde met 2% tot 1,6% bbp of een tekort van € 16 mld. in 2025. De overheidsschuld loopt op tot 100% bbp in 2060. “Bij een structurele verbetering van de overheidsfinanciën van 1,6% bbp zijn de overheidsfinanciën houdbaar en stabilisieert de schuld op ongeveer 25% bbp.” (blz 8). Wat er magisch is aan een overheidsschuld van 25% bbp vertelt het verhaal niet en in elk geval is een dergelijke lage overheidsschuld en lage interestlast (0,63% bbp) volstrekt ahistorisch, De zogenaamde constante arrangementen gelden kennelijk niet voor de overheidsschuld.

Volgens de CPB-publicatie Zorg om morgen bedraagt  de overheidsschuld bij ongewijzigd beleid eind 2060 100% van het bbp_2060. De belastingclaim op het pensioenvermogen bedraagt dan ca 60% bbp_2060, zodat de werkelijke overheidsschuld ca 40% bbp_2060 bedraagt. Die werkelijke schuld eind 2060 ligt dan dus nog steeds ruim onder de 60%-norm van het Stability and Growth Pact (SGP).

Gegeven de uiterst rooskleurige financiële positie van de overheid naar de stand van heden is een dergelijke rekenexcercitie eigenlijk volstrekt overbodig. Dit soort lange termijn berekeningen zijn sowieso beperkt nuttig. [2]  Nederland neemt daarbij een uitzonderingspositie in onder de Eurolanden en dat is eigenlijk al vele jaren zo, hoewel je dat op basis van de eerdere jammerverhalen van de Europese commissie (Stabiliteits- en Groeipact -SGP), met de Nederlandse politieke partijen in zijn kielzog niet zou zeggen.

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

We kunnen de financiële positie naar de laatste stand herleiden aan de hand van de Middellangetermijnverkenning 2022-2025 van het CPB. [6] Aangevuld met de meest recente gegevens van het pensioenvermogen ( 5/12/2019) volgens DNB krijgen we dan een redelijk actueel inzicht in de financiële postie van Rijk’s financiën. [3]

Een prognose van de ontwikkeling van het pensioenvermogen voor de periode 2019K4 – 2025 en zeker tot 2060(!) kan natuurlijk alleen door het CPB worden gegeven, maar die doet dit lekker niet. In de periode 2013-2018 steeg het pensioenvermogen nog met 6,6% per jaar.  Sinds 2006 was die stijging 5,8% per jaar inclusief het crisisjaar 2008. Afstempeling van de pensioenrechten heeft geen gevolg voor het pensioenvermogen omdat alleen sprake is van een verschuiving tussen pensioenverplichtingen en de algemene reserves van de pensioenfondsen. De actuele dekkingsgraad voor alle pensioenfondsen gezamenlijk bedraagt eind 2019K3 98,2 %. De ontwikkeling van het pensioenvermogen is met name afhankelijk van het saldo van pensioenpremies en uitkeringen en vooral van het behaalde rendement. Gegeven het huidige lage rendement op vastrentende waarden is, redelijk arbitrair, van een jaarlijkse stijging van 4% van het pensioenvermogen uitgegaan voor de periode 2019K3 t/m 2025.

§2 Financiële positie overheid t/m 2025

De huidige financiële positie van de overheid 2017-2025 kan dan als volgt worden benaderd:

(click op tabel od Ctrl+ om te vergroten)

(a) Eind 2025 is er dus sprake van een overheidsactief van ca € 400 mld. en hebben we al vele jaren geen overheidsschuld meer. Het CPB gaat dan uit van een schuld van € 420 mld. (43,9 % bbp_2025 gelijk aan de schuld per 31-12-2017 (56,9% bbp_2017). Daat moet dan nog het overheidsvermogen eind 2025 volgens de overheidsbalans nog bij. Onze overheid is gespecialiseerd in het zo ongunstig mogelijk voorstellen van de financiële positie: dan valt er tenslotte nog wat te bezuinigen en om te buigen.

(b) Betrekken we de overheidsbalans in de opstelling dan valt het staatsvermogen voor de jaren 2017 en 2018 als volgt weer te gegeven:

In de overheidsbalans wordt de overheidsschuld tegen marktwaarde opgenomen, aangezien de staatsschuld tot vervaldatum wordt aangehouden is dit teruggedraaid.

(b) In tegenstelling tot het buitenland zijn de pensioenen van onze ambtenaren afgefinancierd na aftrek van al meegenomen belastingclaim gaat het daarbij om 2019K3 om:

Kom daar in het buitenland eens om! Zowel deze affinanciering als de belastingclaim op het pensioenvermogen maken dat de Nederlandse overheidsfinaciën er uiterst rooskleurig voorstaan. Uiteraard houdt/hield het Stability and Growth Pact daar geen enkele rekening mee en spelt de Minister van Financién de burgers ook maar wat op de mouw in de miljoennennota 2020.

§3 Enkele relevante historische gegevens.

(a) De vorige vergrijzingsstudie (2014) ging uit van een houdbaarheidssaldo van +0,4%.[8] “De analyse laat zien dat het houdbaarheidssaldo is omgebogen van een tekort van 4,5% bbp in 2010 naar een overschot van 0,4% bbp. De staatsschuld is rond 2080 afgelost en slaat daarna om in een vermogen.” (blz. 8)

(b) De vorige CPB mltv 2018-2021 ging om onduidelijke redenen eind 2060 uit van een overheidsschuld van -31% bbp_2060. (Er was toen dus kennelijk sprake van een actief!) [5]

(c) Het pensioenvermogen werd eind 2060 geschat op 148,4 % bbp_2060. [4] De belastingclaim op dat pensioenvermogen is dan ca 52% bbp_2060.

(d) Gezamenlijk was dus eind 2060 sprake van een overheidsactief van 83% bbp_2060 als de toekomstige generatie ten minste zo gek zou zijn om het door het CPB geschetste beleid van “constante arrangementen” niet om te buigen.

§4 Zorgen om morgen

We beperken ons tot het pensioensegment van deze houdbaarheidsstudie.

(i) De daling van het houdbaarheidssaldo met 2% bbp wordt veroorzaakt door het beleid Rutte II -0,2%, het beleid Rutte III – 0,9%, het pensioenakkoord -0,4%, de zorguitgaven -0,6%, het arbeidsaanbod +0,5%  en overige posten -0,4%. Rutte III mag dus zelf in het verkiezingsjaar het houdbaarheidstekort dat zij zelf veroorzaakt heeft (-0,9% bbp) nog even aanzuiveren, maar dat zal er wel niet van komen – een bestendige gedragslijn bij de VVD. [9]

(ii) Op grond  samenstelling van het vermogen van particulier huishoudens van € 3.909 inclusief een pensioenvermogen van € 1.550 komt het CPB tot een discontovoet van afgerond 2,5% (blz. 70) . Wat het rendement op het pensioenvermogen in de toekomst zal zijn weet niemand en de waarde van die prognose is dus uiterst dubieus. Van dat vermogen is zoals we boven zagen al € 542 mld. van de overheid en niet van de huishoudens door de belastingclaim op dat pensioenvermogen.  Voor de overheidshuishouding sec is alleen de werkelijke rente op de overheidsschuld in het kader van de houdbaarheid relevant. Inzicht in de toekomstige omvang van het pensioenvermogen wordt weer eens niet gegeven door het CPB, wel loopt de overheidsschuld 2060 op tot 100% bbp zonder aanvullend beleid (blz. 12), maar daar moet de onbekende claim op het pensioenvermogen_2060 nog vanaf.

(iii) Volgens de CPB-publicatie Zorg om morgen bedraagt  de overheidsschuld bij ongewijzigd beleid eind 2060 100% van het bbp_2060. In de bijdrage Pensioenvermogen laten we in §5 zien dat de belastingclaim dan geschat kan worden op 61% bbp zodat de netto schuld slechts 39% bbp wordt.

Overigens moet je die cijfers niet al te serieus nemen. De publicatie Stabiliteitsprogramma 2019 ging april 2019 uit van een pensioenvermogen pensioenfondsen van 174% bbp in 2020. [4]. In werkelijkheid zal dat cijfer eerder 199 % bbp zijn. [4] Dus in nog geen jaar tijd zat de overheid er ca 25% naast, mede door de werkelijke toename van het pensioenvermogen in 2019.

(iv) CPB: “Het houdbaarheidsverlies loopt voor een groot deel via de belastinginkomsten over de tweedepijlerpensioenen.” (blz. 42) Bedoeld zal zijn het discontoverlies – zie (i). Het rendement op het pensioenvermogen wordt grotendeels in het buitenland behaald en de hoogte daarvan is uiterst onzeker. Gezien de buitengewoon grote hoogte van ons pensioenvermogen worden de houdbaarheidssommetjes uiterst willekeurig: je krijgt eruit wat je erin stopt. Het CPB werkt met constante arrangementen, het huidige pensioenstelsel zal onderhevig zijn aan forse aanpassingen in het uiterst rudimentaire pensioenakkooord, waarvan het CPB een redelijk arbitraire invulling (blz. 33)  geeft. Van die zogenaamde constante arrangementen is het laatste decennium overigens bitter weinig terecht gekomen.

(v) Het CPB komt op een houdbaarheidstekort 2025 van € 16 mld. (blz. 7). Door het belastingtarief met 1% te verhogen levert dat eind 2025 direct 1% van het pensioenvermogen groot € 2.344 mld. (zie boven)  of € 23,44 mld. belastingen op, zonder het effect van de wijziging in verdere jaren te hoeven doorrekenen. {zie pg 53 voor de CPB-variant van 1% tariefaanpassing die overigens wel doorgerekend maar op slechts € 4 mld. uitkomt!}

“Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last.” (Matteüs 34). We hadden het geld dat het CPB aan die studie heeft besteed dus volgens deze oude wijsheid wel in onze zak kunnen houden.

________________________

Laatst bijgewerkt 31 december 2019

[1] CPB, “Zorgen voor morgen”,

https://www.cpb.nl/zorgen-om-morgen

[2] Schijnzekerheid van dit soort berekeningen:

[2a] Dick van Wensveen, “Houdbaarheidssaldo: een misleidend kompas voor het begrotingsbeleid”, Me Judice, 29 augustus 2017.

https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/houdbaarheidssaldo-een-misleidend-kompas-voor-het-begrotingsbeleid

[2b] Bas Jacobs, “Houdbaarheidstekort en begrotingsregels verliezen hun economische betekenis”,

https://esb.nu/blog/20054908/houdbaarheidstekort-en-begrotingsregels-verliezen-hun-economische-betekenis

[3] DNB, Statistiek pensioenfondsen

https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-pensioenfondsen-kwartaal-breukvrij/dataset/0c3e2b24-63e3-4b61-8d78-87fc0b3b2e2d/resource/886821b7-4c50-42bc-8b43-260af7ddbbe7

https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-verzekeringsinstellingen-kwartaal-breukvrij/dataset/766753b6-21c4-41fe-a6d9-0f591f99ecaf/resource/edfeaede-cb25-4170-9266-9eb609e13305

[4] Stabiliteitsprogramma Nederland  april 2019,

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2019/04/15/stabiliteitsprogramma-2019/stabiliteitsprogramma-2019.pdf , blz. 17

Per 30/9/2019 bedroeg dat pensioenvermogen pensioenfondsen € 1.581,1 mld. ( 204,3 % bbp) uitgaande van een stijging van 1% in 2019 en 4% in 2020 komt het pensioenvermogen pensioenfondsen dan op € 1.660,8 mld. (199% bbp_2060)

[5] CPB, “Middellangetermijnverkenning 2022-2025”, 18 november 2019

https://www.cpb.nl/middellangetermijnverkenning-2022-2025

We citeren hier de mltv 2022-2025 blz. 20-21 en 50, de waardenvrije glazenbol van het CPB:

2.2.4 Pensioenuitkering en pensioenpremie

Gedurende de MLT-periode voert een aantal pensioenfondsen kortingen door. In deze MLT-raming is het pensioenakkoord benaderd en verwerkt. Een grote groep gepensioneerden wordt geconfronteerd met een nominale korting, omdat de zeer lage rente de dekkingsgraden onder druk zet en pensioenfondsen niet langdurig in onderdekking mogen verkeren. Dit geldt onder andere voor de fondsen in de metaalsector, ABP en PFZW. De kortingen mogen gespreid over tien jaar worden ingevoerd, maar vertegenwoordigers van de pensioenfondsen in de metaalsector hebben aangegeven de korting slechts over enkele jaren te willen spreiden. De kosten van langer spreiden van onvoorwaardelijke kortingen worden te hoog gevonden. Op basis hiervan is voor de MLT aangenomen dat alle onvoorwaardelijke kortingen gemiddeld over drie jaar worden gespreid. Deze kortingen van onder andere PME, PMT, ABP en PFZW bedragen dan gemiddeld ongeveer 2,5 procent per jaar gedurende de jaren 2021-2023. Voor de marktsector als geheel is daarmee de gewogen gemiddelde korting 0,8 procent per jaar. Hoewel bij kortingen alle pensioenaanspraken gekort worden, zien alleen gepensioneerden kortingen terug in hun koopkracht in de MLT-periode. In 2021 al nog nauwelijks ruimte zijn voor indexering van pensioenen en pensioenaanspraken. Bij de overgang naar het nieuwe pensioencontract per 2022 is indexatie eerder mogelijk, al vanaf een dekkingsgraad van 100%. Daarmee komen voor meer pensioengerechtigden indexaties binnen bereik. Dit geldt ook voor de fondsen die onvoorwaardelijk hebben moeten korten tot een dekkingsgraad van 100 procent, waardoor het effect van de kortingen enigszins wordt verzacht. Voor de marktsector wordt een gemiddelde indexatie verwacht van 0,7% in 2022 en deze stijgt tot 1,0% in 2025. Voor de sectoren overheid en zorg wordt in 2022 nog geen indexatie verwacht, maar daarna loopt deze op tot 0,7% in 2025.

Pensioenpremie
De pensioenpremies zullen naar verwachting stijgen, zowel in de marktsector als bij de overheid en de zorg. Bij de overheid zal vanaf 2021 de premie naar verwachting stijgen als gevolg van de nieuwe parameters die dan gelden voor de berekening van de premies als gevolg van het recente rapport van de Commissie parameters/Dijsselbloem. Bij de zorg stijgen de premies naar verwachting met name per 2022 in verband met de kortingen die zij dan moeten doorvoeren. Reglementair geldt bij PFZW namelijk een premieopslag van maximaal 2,5%-punt als er kortingen moeten worden doorgevoerd. Voor de marktsector veronderstellen we dat de premies in 2021 met 0,5 %-punt stijgen. Enerzijds geldt dat er opwaartse druk op de pensioenpremies is door de lage rentes en nieuwe parameters. Anderzijds lijkt de ruimte voor verdere verhoging van de pensioenpremies beperkt. Onderliggende aanname is dat bestaande opslagen gehandhaafd worden en dat aflopende VPL-premies worden omgezet in OP/NP-premies. Vanaf 2022 zullen de premies bij markt, overheid en zorg bovendien stijgen met een (tijdelijke) transitieopslag, in verband met de afschaffing van de doorsneesystematiek bij de overgang naar een nieuw pensioencontract.

De collectievelastendruk daalt tegelijkertijd ook door de toenemende pensioenpremies. Die stijging zorgt op twee manieren voor een meer gematigde ontwikkeling van de belastingopbrengst. De aftrekbaarheid van pensioenpremies resulteert in een oplopende derving, en de hogere premies impliceren een lagere loongroei. De lagere loongroei zorgt op haar beurt voor minder opbrengsten vanuit de loon- en inkomensheffing. [blz. 50] {Opm. het opdoeken van de omkeerregel pensioenen blijft dus uiterst actueel}

[6] ,https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-boek-21-middellangetermijnverkenning-2018-2021.pdf , tabel 3.13 blz 45.

[7] Het pensioenvermogenvan de pensioenfondsen nam in 2019 t/m het derde kwartaal 2019 met € 240 mld. toe (17,9%!) tot € 1.581,3 mld. Dat vermogen kan dus eind 2020 eerder geschat worden op 1.581,31,011,04 ≅ € 1.727,4 mld. Inclusief pensioenvermogen verzekeringsmaatschappijen en derde pensioenpijler is dat vermogen nog flink hoger.

[8] https://www.cpb.nl/publicatie/minder-zorg-om-vergrijzing

[9] https://sargasso.nl/staatsschuld-begrotingstekort-en-de-linkse-kabinetten/

From → 0. Permanent

2 reacties
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    We worden inderdaad geregeerd door Calvinisten die niet meer in God geloven.

    “32 Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft.”

    Met dank aan de evangelist in de kop van dit artikel.

  2. Reactie de heer J.C. Kortekaas op eerdere versie:
    Zorgen om morgen

    Klik om toegang te krijgen tot CPB-Vergrijzingsstudie-2019-Zorgen-om-morgen.pdf

    17 december kwam de bijbel van de Zwartkijkers en Schriftgeleerden uit.

    Wij lezen:

    3.3 Discontovoet
    In deze studie wordt een reële discontovoet voor houdbaarheid gehanteerd van 2,5%. De discontovoet is geactualiseerd omdat de rentes zijn gedaald en er nieuwe informatie is over de rendementen op verschillende activa, waaronder aandelen.23 Ook hebben wij een wijziging toegepast op de methode van de werkgroep discontovoet door naar het eigen vermogen van huishoudens in plaats van het bruto vermogen te kijken. De actualisatie leidt ertoe dat de discontovoet voor houdbaarheid daalt van 3% naar 2,5%.24 Een bijlage gaat verder in op de berekening van de discontovoet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: