Spring naar inhoud

Gecontinueerde VRH-diefstal

10 september 2019

___________________________________________________________________________________________________

“Spaargeld tot € 440.000 vanaf 2022 belastingvrij”, juichte onze pers en de coalitiegenoten. Maal twee is dat toch mooi € 880.000. In principe natuurlijk een belachelijke vrijstelling. Bij nader inzien gaat het dan ook maar om € 400 belasting (0,5 x 888,888,88 x 0,09% x 33%) per fiscale partner als je alleen spaargeld hebt en beneden die vermogensgrens blijft.

Maar laten we de effecten van Snel’s brief [1] eens, hoop ik, goed in kaart brengen. We nemen daarvoor een niet geheel representatieve maar illustratieve casus.

De conclusie kan kort zijn. “La propriété, c’est le vol”, zei Proudhon in 1840. Dat gold ook voor het oude VRH-stelsel. Ik denk dat we het nieuwe VRH-“stelsel” van Snel nog steeds zo mogen blijven kwalificeren. Snel heeft overigens partijgenoot Jetten’s aanbeveling [5] niet ter harte genomen, zijn VRH valt immers lager uit t.o.v. het oude “stelsel”.

Ook in het nieuwe stelsel maakt het MvF zich schuldig aan overtreding van artikel 326a WvS zoals we in §2(b) aantonen. De ambtenaren van het MvJ hadden daar het OM in de van hen zo bekende kattebelletjes wel eens op mogen wijzen. De DSTA-emissieprospectus van de staatsobligatie in combinatie met de methodologisch volstrekt onjuiste VRH-heffing op het rente-inkomen op die lening door het zelfde MvF kunnen immers niet anders dan als een bijzondere vorm van flessentrekkerij worden gekwalificeerd.

______________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Ons was in het Regeerakkoord 2017 – 2021 van Rutte III beloofd:

“In de vermogensrendementsheffing (Box 3) wordt sneller aangesloten op het werkelijk rendement van spaartegoeden en het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd van 25.225 euro naar 30.000 euro (60.000 euro voor paren). In deze kabinetsperiode zal een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement worden uitgewerkt.”

Nu is 2022 natuurlijk echt met de hakken over de sloot en als we de brief goed lezen dan komt daar eigenlijk niet zo veel van terecht.[1] We hadden natuurlijk al te maken gehad met de VVD-kneuzen Weekers en Wiebes, die er beide als staatssecretaris op het departement Financiën niets van gebakken hadden. Wiebes, die zich inmiddels met de klimaatportefeuille mag bezighouden (riemen vast), hielp de belastingdienst zo mogelijk, nog verder de vernieling in. We hebben er, zoals we nog zullen zien, kennelijk in de persoon van Snel (D66) nog een kneus bij gekregen.

Dit terwijl ons CPB al in 2015 schreef:

Het belasten van de daadwerkelijke rendementen van het financieel vermogen leidt  in principe tot een efficiënter en rechtvaardiger heffing. De belastingen op kapitaalinkomen in Nederland leverden in 2012 ongeveer 33 mld euro op.  Dat is het laatste jaar waarvoor een vergelijking met de EU beschikbaar is. Gemeten aan het bbp is deze opbrengst minder dan gemiddeld in Europa: 5,6% tegen 8,2%. Ook uit de impliciete belastingdruk blijkt dat de belastingopbrengsten in Nederland relatief laag zijn.

De aanbevelingen van het CPB zijn:

♦ Belast vrije besparingen en beleggingen op daadwerkelijk rendement
♦ Beperk de fiscale subsidie op pensioenbesparingen
♦ Belast het eigen huis als vermogenscomponent
♦ Belast vreemd en eigen ondernemingsvermogen meer gelijk
♦ Gelijk belasten van uitgekeerde en ingehouden winst

In een aantal Europese landen wordt al langer de feitelijke opbrengst van financiële vermogenstitels, waaronder de vermogenswinst, belast. [zie verder 3] 

Belast het box 2 inkomen voorzover het verkapt inkomen uit arbeid is in box 1, zou je daaraan kunnen toevoegen. (b.v. de vrije beroepers)

Uiteraard in het onvermogen van de Nederlandse staat in belangrijke mate ingegeven door politieke overwegingen. Waarom zou je het inkomen uit vermogen ook wel ordentelijk belasten? Bij de zogenaamde  fiscale subsidie op pensioenbesparingen valt overigens wel de nodige kanttekeningen te plaatsen.[4] Als je al het inkomen uit vermogen op basis van werkelijk rendement belast, heb je ook geen gedonder met mogelijke arbitrages.

Het is dus zeker wel mogelijk om het werkelijke inkomen uit vermogen te belasten en de relatiebeheerders bij mijn twee banken leveren deze informatie dan ook regelmatig fluitend op. Het is een koud kunstje om Financiën een downloadje toe te sturen.

De staatsecretaris formuleert de volgende eisen aan stelselwijziging:

Het gaat er daarbij om dat de heffing aansluit bij het gevoel van rechtvaardigheid en de draagkracht van de belastingbetaler, dat de bepaling van de grondslag uitlegbaar is, dat de belastingbetaler niet wordt opgezadeld met hoge administratieve lasten, dat het stelsel een brede heffingsgrondslag heeft die voldoende robuust is tegen belastingontwijking en dat het goed uitvoerbaar is. Meer concreet betekent dit dat zal worden gekeken naar de belastingdruk voor individuele belastingplichtigen, de administratieve lasten die binnen aanvaardbare grenzen moeten blijven en een vooraf ingevulde aangifte die mogelijk blijft en bovendien zo volledig mogelijk zal moeten zijn. Voor de overheid zijn ook de uitvoering en de handhaving, risico’s op belastinguitstel en -ontwijking en de budgettaire gevolgen belangrijke uitgangspunten.

Kortom ambtenarenzweet is een uiterst schaars goed, en denkkracht daar is zo mogelijk nog schaarser. Daarvoor zal de rechtvaardigheid moeten wijken. Maar laten we aan de hand van de brief van Snel  en onze casus kijken wat Snel ervan gebakken heeft.

§2 Casus

Het vermogen in onze casus wordt als pensioen aangehouden. Om de gedachten te bepalen: voor een netto pensioen van € 100k per jaar is op 65-jarige leeftijd een pensioenvoorziening in een pensioenlichaam van ca € 2,681k nodig bij een rekenrente van 3%. Die onzin van de rekenregels van het FTK pensioenen zal ik u sparen.

De uitwerking van onze casus is als volgt:

(Click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Toelichting

(a) De deposito’s zijn deels langlopend met een gemiddeld rendement van 3,6%.  Waarom forfaitair met 0,09% moet worden gerekend is niet geheel duidelijk. De bank kan de rentegegevens jaarlijks moeiteloos aanleveren. Het voordeel van deposito’s boven obligaties, die je tot vervaldatum aanhoudt, is dat je niets te maken hebt met lopende rente en agio.

Het werkelijk inkomen uit vermogen bedroeg € 26.540. Onder de oude regeling werd € 34,666 forfaitair inkomen belast met € 10.400 belasting, onder Snel zijn regeling is dat € 792 forfaitair inkomen met € 261 belasting. Waarom niet het werkelijk inkomen, zo over te pennen van de bankgegevens wordt belast met € 8,758 moet Snel nog maar eens uitleggen. Waarom de vrijstelling, gegeven de inflatie, zo laag is mischien ook wel?

(b) De behandeling van obligaties in het huidige fiscale “stelsel” is ridicuul: over de volstrekt renteloze lopende rente en het agio op de obligatielening wordt door de belastingdienst ook forfaitair rendement berekend. In Snel zijn “systeem” verandert dit overigens niet (extra belastingvangst: € 13.683). De werkelijke opbrengst is onder aftrek bankkosten.

Het netto rendement op € 2.277.943 beurswaarde aan staatsobligaties bedraagt oud € 44.131 (1,94%) en volgens methode Snel € 42,333 (1,86%). Na inflatiecorrectie is dat respectievelijk € -535 (-0,0%) en € – 2.332 (-0,1%).  Het Agentschap van de Generale Thesaurie, van minister Hoekstra, had dat wel eens in zijn emissieprospectus mogen zetten. De AFM had de minster wel eens op deze bijzondere vorm van flessentrekkerij (art 326a WvS) mogen wijzen.

(c) Als werkelijk rendement op aandelen is 5,6% aangehouden (cf. Dijsselbloem’s commissie parameters) Het werkelijk rendement kan de bank zo opleveren als er duidelijke afspraken worden gemaakt.

(d) Voor de lening geldt een aftrek van € 6.000 ond er het oude systeem. In het nieuwe systeem mag je de lening tegen 3,03% aftrekken terwijl deze tegen 5,33% forfaitair wordt doorgeleend (werkelijk 2,4%).

(e) Het forfaitair inkomen oud was € 197k en nieuw € 158k dus € 39k lager. Het werkelijk rendement bedroeg € 141k.  Daar moet je natuurlijk nog het inflatieverlies van € 75k afhalen.

(f)  Het oude belastingtarief was 42,1% t.o.v. nieuw 37,1%. In werkelijkheid is het tarief, rekening houdend met 2% inflatie, eerder oud 89,7% t.o.v. nieuw 79,2%, mijn vergelijking met diefstal wordt dus niet lichtzinnig gemaakt.

(g) Hoe moeilijk kan het zijn om in deze casus belasting te heffen op basis van het werkelijk behaalde rendement? De bank kan deze gegevens makkelijk in februari van het volgende jaar opleveren en de belasting wordt dan tegen 33% € 45.140.  Het oude tarief was 30% om kapitaalvlucht te voorkomen en omdat volgens sommige fiscalisten door de fiscus rekening werd gehouden met de inflatie. Nu ben ik tijdens mijn werkzame leven weinig fiscalisten tegengekomen die wel konden rekenen en die stelling is hiermee weer eens bewezen.

§3 De relevantie van die € 440.000 per fiscale partner.

Aan de hand van de CBS-vermogensstatistieken zijn we ook de relevantie van de € 440.000 grens nog even nagegaan aan de hand van de inkomens- en vermogenverdeling per 1/1/2017 per huishouden [6]:

(Click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Zoals we al dachten is die relevantie nauwelijks aanwezig, al zou je dat op grond van de berichten in de media niet zeggen.

_______________

Laatst bijgewerkt 13 september 2019

[1] Kamerbrief Snel d.d. 6 september 2019

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2019/09/06/kamerbrief-aanpassing-box-3-brief/kamerbrief-aanpassing-box-3-brief.pdf

[2]Advies Commissie-Parameters

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/06/11/advies-commissie-parameters

[3] CPB policiybrief 2015/16 Een meer uniforme belasting van kapitaalinkomen

https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-policy-brief-2015-16-een-meer-uniforme-belasting-van-kapitaalinkomen.pdf

citaat:

Vanwege de digitalisering en de informatievoorziening door banken en andere financiële instellingen aan de Belastingdienst lijkt het argument van administratieve complexiteit zeker voor financiële vermogens aan belang in te boeten. De gegevens over vermogenssamenstelling zijn ook al voor de forfaitaire rendementsheffing noodzakelijk. Voor een heffing op daadwerkelijke rendementen zouden daarnaast ook onttrekkingen en stortingen gedurende het jaar moeten worden bijgehouden voor financiële vermogenstitels, onroerende zaken (onder meer tweede huis) en sommige roerende zaken. Voor het financieel vermogen worden alle financiële instellingen in de Europese Unie per 2016 verplicht rente, dividend en vermogensopbrengsten van hun klanten bij te houden. In een aantal Europese landen wordt al langer de feitelijke opbrengst van financiële vermogenstitels, waaronder de vermogenswinst, belast. Voor roerende en onroerende zaken kan een belasting op het rendement wel lastiger uitvoerbaar zijn, zeker als dit het ongerealiseerde rendement betreft .

[4] Veelal wordt door macro-economen gesteld dat het pensioenvermogen vrijgesteld is van vermogensbelasting door de vrijstelling van vermogensrendementsheffing. Zo stelde de commissie van Weeghel destijds dat de jaarlijkse derving vermogensrendmentsheffing in de orde van grootte van € 11,6 mld. lag voor 2010.

“Voor 2010 ontstaat hierdoor een belastingderving van € 11,6 mld. als wordt uitgegaan van het belasten van de aangroei van het pensioenvermogen in box 3.” [blz 34]

Dat komt overeen met een pensioenvermogen van € 967 mld. (Het pensioenvermogen 1/1/2010 bedroeg exclusief derde pensioenpijler € 790,4 mld.)

(a) In de eerst plaats gebruikt de commissie ten onrechte kennelijk het brutobedrag dus inclusief de belastingclaim (35%) van de overheid, dat scheelt al een slok op een borrel.

(b) Daarnaast wordt miskent dat het rendement op het pensioenvermogen dat uiteraard begrepen is in de uitkering belast wordt tegen het tarief in box 1.

“Zo krijgen gepensioneerden bij PFZW  gemiddeld meer dan drie keer zoveel pensioeneuro’s uitgekeerd als ze aan premie hebben betaald.”

https://pfzw.typepad.com/blog/2018/08/uitkering-en-inleg.html

Dat leidt dus ook tot een forse belasting over het rendement op het pensioenvermogen.

[5] D66 wil dat mensen die meer dan 1 miljoen euro bezitten, meer belasting gaan betalen. D66-fractievoorzitter Rob Jetten is voorstander van een progressieve vermogensbelasting waarbij degene die meer geld heeft, meer afdraagt.

https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/politiek/artikel/4630446/d66-fractievoorzitter-rob-jetten-wil-dat-miljonairs-meer-belasting

[6] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83834NED/table?ts=1568131356626

 

Advertenties

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: