Spring naar inhoud

Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW K2 2019

18 juli 2019

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Traditioneel geven we weer het meest recente kwartaalbericht (2019K2) van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen die gezamenlijk 57,6% van het totale pensioenvermogen van alle pensioenfondsen  uitmaken.  Het formaat van het dashboard is deze keer aangepast. Omdat de pensioenproblematiek, althans volgens de politiek , dankzij ons onvolprezen poldermodel, grotendeels is opgelost, doen we er nog wat historische data en nadere analyse bij.

Het rendement in het eerste halfjaar 2019 was voor de vijf grote bedrijfspensioenfondsen meer dan voortreffelijk (10,9% tot 12,7%). Dat resultaat verdween echter door het door de politiek bepaalde FTK grotendeels in het rentermijnstuctuur FTK-afvoerputje.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Het Nederlandse pensioenstelsel is door het Financieel toetsingskader een misbaksel, waarvoor de politiek en de politiek alleen, verantwoordelijk is. Deelname aan dat stelsel is veelal verplicht en die verplichte deelname is, gegeven het wettelijk kader, inmiddels in strijd met  artikel 1 EVRM. [1] Die verplichte deelname heeft immers in toenemende mate het karakter van een forse expropriatie  van het werkelijk behaalde rendement en mogelijk op termijn ook de recent gestorte pensioenpremies zelf.

De pensioendeelnemers moeten het hebben van de door hun gestorte pensioenpremies (inclusief het zogenaamde “werkgevers”-deel) en in meerdere mate het door de pensioenfondsen behaalde rendement. Die pensioenpremie is veelal gedempt en binnen de huidige FTK-systematiek derhalve te laag. Door de ontwikkeling van een uiterst arbitraire rekenrente die met veel cijferkabbalistiek uit de haute finance is omgeven, komt er nauwelijks iets van het historisch gezien uitstekende rendement beschikbaar. [2; 5]

§2 Dashboard

De kwartaalcijfers voor het tweede kwartaal 2019 kunnen als volgt worden samengevat:

Tabel 1 Dashboard 2019K2

(a) De pensioenfondsen hoeven in het kwartaalbericht kennelijk hun werkelijk behaalde rendement in euro’s nog steeds niet te vermelden. De mutatie in de algemene reserve geeft afgeleid enig inzicht in het behaalde resultaat, over de samenstelling tasten we in het duister. Een resultatenrekening is voor de onderhavige pensioenfondsen kennelijk te veel gevraagd. Af en toe wordt door het bestuur, dat het beste met zijn deelnemers voorheeft maar die graag dom houdt, een kluifje toegeworpen. Voor sommige fondsen is het effect van de wijziging in de rekenrente voor het kwartaal vermeld.

§3 Het historisch rendement 2003-2019K2

De zogenaamde deplorabele toestand van onze bedrijfspensioenfondsen is in elk geval niet te wijten aan de in het verleden behaalde rendementen:

Tabel 2 historisch rendement bedrijfspensioenfondsen 2003-2019K2

(a) Nu bieden in het verleden behaalde rendementen geen garantie voor de toekomst, maar in elk geval zal iemand die rendementen t.z.t. in zijn zak steken en dat zijn onder het huidige FTK-regime niet de pensionado’s, waarvan een deel na 2008 trouwens inmiddels de pijp uit is.

(b) Als DNB het bij de het behandelen van de pensioenfondsenproblematiek heeft over de te lage gedempte pensioenpremie dat ziet het DNB in elk geval de rendementen op die pensioenpremies sinds 2008 over het hoofd.[3] In de periode 2009-2019K2 is helemaal geen sprake van een gedempte pensioenpremie als je naar de behaalde rendementen kijkt: men is flink aan het sparen voor eventuele tegenvallers in de toekomst. Nu hield DNB zo rond 2008 met wel meer zaken geen rekening, we moeten dus ook hier hun analyses met een korreltje zout nemen.

(3) Voor de vastrentende waarden is het rendement overigens geflatteerd, de geboekte agio bij rentedaling zal immers moeten worden geamortiseerd naar de aflossingsdatum. Het Ministerie van Financiën snapt hier ook al geen hout van, zoals ook uit de wijze waarop ze het rendement bij de VRH heffen, blijkt.

§4 De historische rekenrente

Een mooi staatje voor de rekenrente per fonds valt niet eenvoudig op te stellen maar het verloop van de door ABP gehanteerde rekenrente geeft voldoende inzicht in het verloop:

(a) In tabel 1 zagen we dat de rekenrentes van de verschillende pensioenfondsen elkaar niet veel ontlopen.

(b) Inmiddels is de rekenrente, die thans ca 0,8% bedraagt, hard op weg naar nihil en gegeven de inflatie (2019: 2,6 %) kun je dan je pensioengeld beter direct in een afvoerputje gooien. Met een dergelijk stelsel zou de pensioenplicht met onmiddellijke ingang moeten worden afgeschaft.

De meest recente UFR die aan die rekenrente ten grondslag ligt, luidt dan ook als volgt:

De gestorte pensioenpremie voor de komende 8 jaar is dus eind december van dat zelfde jaar direct al minder waard (rood in de grafiek) en dat buiten de inflatie.

§5 De herstelplannen

Een herstelplan is een FTK-berekening die alleen bedoeld is om te moeten beslissen of de pensioenen verlaagd moeten worden. Er hoeft dus verder geen overdreven waarde aan toegekend te worden. Pensioenfondsen die op basis van de beleidsdekkingsgraad op 31 december 2018 in tekort zijn moeten vóór 1 april 2019 een herstelplan indienen. DNB moet instemmen met een dergelijk plan. DNB beoordeelt of het fonds binnen de gekozen hersteltermijn naar verwachting weer beschikt over het vereist eigen vermogen. Het herstelplan moet in beginsel tijdsevenredig herstel tonen. Dit laatste ‘beginsel’ is natuurlijk je reinste kul, bij een hogere dekkingsgraad wordt over het surplus ook meer rendement gemaakt.

Als je de jaarrekening van de pensioenfondsen verziekt door de FTK-grondslagen te volgen, dan moet je natuurlijk wel een herstelplan schrijven om die onzin van het FTK en de DNB-rekenrente weer ongedaan te maken. Diezelfde DNB mag dan weer onder het motto ‘de ene hand weet niet wat de andere hand doet’,  het herstelplan beoordelen. En zo komt Jan Splinter door de winter, de pensioendeelnemer blijft in de kou staan.

De belangrijkste factoren die in het herstelplan worden meegenomen zijn:

♦ het beleggingsrendement: veruit de belangrijkste factor (M5);

♦ de veelal gedempte pensioenpremie (M1);

♦ de uitkeringen, inclusief een eventuele indexering van die uitkeringen (M2 & M3);

Uitgangspunt in het herstelplan is de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur. Het effect van veranderingen van de rente (M4) kan grillig en groot zijn. Hetzelfde geldt voor het verwachte rendement (M5). [6a]

Het herstelplan moet gebruik maken van de parameters die door de commissie parameters zijn opgesteld. [5] Pensioenfondsen gebruiken veelal de maximaal toegestane parameterwaarden om hun einddoel:  een vereiste dekkingsgraad van ca 128% over 10 jaar te halen. Die 28% is dan een leuk spaarpotje waar de huidige pensionado’s niets aan hebben. De overige pensioendeelnemers ook niet, want dat geld blijft dan altijd in het pensioenfonds zitten, het geeft alleen wat meer zekerheid tegen een wel zeer hoge prijs. De pensioendeelnemer kan er alleen wat aan doen in het stemhokje, maar alleen als de partijprogramma’s wat concreter zijn en de toezeggingen ook worden nagekomen.

De valse start is natuurlijk de actuele dekkingsgraad zoals die op basis van de voorgeschreven rekenrente is bepaald. Was die rekenrente reëler vastgesteld dan zou de exercitie van het opstellen van een herstelplan volledig achterwege kunnen blijven. [7] Maar, ja, toezichthouders moeten ook aan een baan worden geholpen. De pensioendeelnemers nemen de waarschijnlijk niet geringe kosten van deze exercitie wel weer voor hun rekening.

Het herstelplan kan natuurlijk per 1 april van enig jaar al op de website worden gezet. De goedkeuring van DNB is daarbij volstrekt irrelevant. Tenslotte werkt het bestuur van het pensioenfonds voor de deelnemers en moet het fonds die deelnemers tijdig en juist informeren. Kennelijk is dit niet het geval en werkt het bestuur eerder voor de toezichthouder. (op de site van het ABP en PMT staat b.v. alleen het 2018 herstelplan, om over het PME maar helemaal te zwijgen). Naar een toelichting op de afwijkingen t.o.v. het vorige plan zult u vergeefs zoeken, je hoeft tenslotte alleen de DNB-templates in te vullen.

Die herstelplannen voor 2019 kunnen overigens, gezien de ontwikkeling van de rekenrente, inmiddels wel weer de stortkoker in. Het bestuur kan natuurlijk maandelijks beter een reëel plaatje op basis van een reële rekenrente presenteren en de toezichtinformatie op het dark web zetten om aan de onzinnige wetten van onze politici te voldoen.

§5.1 Het rendement in de herstelplannen

Het gemiddelde rendement voor die 10 jaar in de herstelplan periode is als volgt:

De pensioenfondsen hadden dus kunnen volstaan met het berekenen van de pensioenverplichting per eind 2018 tegen een netto rendementspercentage van b.v. 4%. (vraag: waar ken ik dat percentage van)

§5.2 De ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad in de herstelplannen

(a) Aan de FTK-exercitie van de beleidsdekkingsgraad besteden we in dit kader maar geen aandacht.

Het verloop van de actuele dekkingsgraad op basis van de mij bekende herstelplannen is als volgt:

(a) Het moet dus vooral van het rendement komen.

(b) Het PME verstrekt alleen een leuterverhaal op zijn website en laat de echte info uit het herstelplan achterwege.[6d]

(c) “Op voor het plan!”, zou ik zo zeggen, maar daar is al eerder geen hout van terechtgekomen.

____________________________

Laatst bijgewerkt 21 juli 2019

[1]  Artikel 1. Bescherming van eigendom ( art. 1 EP EVRM)

Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht.

De vermogensrendementsheffing over het “rendement” op bank- en spaartegoeden is, mede gegeven de inflatie (2019: 2,6%)  en de uiterst lage rentestand, nog zo’n expropriatie waarin “onze” onbetrouwbare overheid tegenwoordig grossiert.

[2] Enkele artikelen:

Han de Jong, “De hervorming van een goed pensioenstelsel”, Me Judice, 30 januari 2018.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-hervorming-van-een-goed-pensioenstelsel

Jelle Mensonides, Jean Frijns, “Collectief pensioenstelsel verdient een beter toezichtskader”, Me Judice, 19 februari 2018.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/collectief-pensioenstelsel-verdient-een-beter-toezichtskader

Bernard van Praag, Henk Hemmers, “Waarom het Financieel Toetsingskader aan herziening toe is en niet het pensioenstelsel”, Me Judice, 8 maart 2018.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/waarom-het-financieel-toetsingskader-aan-herziening-toe-is-en-niet-het-pensioenstelsel

Jelle Mensonides, Jean Frijns, “Rekenrente, welke kant op?”, Me Judice, 23 oktober 2018.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/rekenrente-welke-kant-op

Peter Vlaar, “Toch nog maar een keertje de rekenrente”, Me Judice, 25 januari 2019.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/toch-nog-maar-een-keertje-de-rekenrente

[3] DNB, “Tekorten bij pensioenfondsen houden aan”

https://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/DNBulletin2019/dnb384267.jsp

[4] Decision of DNB to adjust the UFR

https://www.dnb.nl/en/binaries/Decision%20to%20adjust%20the%20UFR_tcm47-324316.pdf?2019071202

[5] We hebben inmiddels een nieuwe versie, ik geef dus beide rapport links:

[5a] Voorstel tot herziening van verwachte rendementen

https://docplayer.nl/6910713-Advies-commissie-parameters.html

[5b] Advies van de commissie-Parameters. De commissie onderzoekt verschillende rekenwaarden op basis waarvan pensioenfondsen toekomstig rendement berekenen.

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/06/11/advies-commissie-parameters

zie ook: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2019-3810.html

[6] Herstelplannen, althans wat daar voor doorgaat voor zover te traceren:

[6a] https://www.abp.nl/over-abp/financiele-situatie/herstelplan.aspx

[6b] https://www.pfzw.nl/actueel/hoe-staat-pfzw-ervoor/Paginas/Plan-voor-herstel.aspx?utm_source=direct&utm_medium=redirect&utm_campaign=herstelplan

[6c] PMT: Herstelplan PMT 2015-2026

https://www.bpmt.nl/client/bpmt/upload/downloads/Herstelplan%20PMT%202015%20-%202026.pdf

[6d] PME: Wij houden u dom en arm:

https://www.metalektropensioen.nl/herstelplan

[6e] https://www.bpfbouw.nl/images/bpfBOUW_herstelplan.pdf

[7] https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-30jan2017-Effecten-van-bodem-in-rekenrente-voor-pensioenfondsen.pdf

Invoering van een bodem in de rekenrente van 4% leidde volgens het CPB eind 2016 (rekenrente toen ≈ 1,6%) tot een afname van de pensioenverplichtingen met ≈ 39%. [blz. 4]

Voor het ABP gold dat een afname van de rente met 1%-punt naar verwachting leidt tot een afname van de actuele dekkingsgraad met 12%. [https://www.abp.nl/over-abp/financiele-situatie/actuele-financiele-situatie/verplichtingen-en-rente.aspx} Een grove, en onverantwoorde, extrapolatie leidt tot een dekkingsgraad van ≈ 134% eind 2018)

Advertenties

From → 0. Permanent

4 reacties
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    16 september Dekkingsgraad ABP augustus 2019 (inschatting 90%) wordt bekendgemaakt
    17 september Prinsjesdag.

  2. Dhr JC Kortekaas permalink

    Feit blijft dat in het nieuwe pensioenstelsel de te betalen premie 100% kostendekkend moet zijn.
    Fondsen sorteren hierop voor en dat leidt tot verhitte debatten binnenskamers en straks ook in de pers.

    Tussen de regels doorlezen.
    Voor optimaal effect komt ABP met de sterk verhoogde pensioenpremies medio september.

    “Voorlopige pensioenpremie 2020 nog niet bekend
    Vorig jaar hebben wij u in juli geïnformeerd over een eerste inschatting van de pensioenpremie. Dit deden we zodat u bij het maken van uw begroting alvast rekening kon houden met de kosten voor de pensioenpremie. Wij kregen in 2018 positieve reacties van werkgevers hierover. Helaas lukt het ons dit jaar niet u wederom zo tijdig te informeren over de pensioenpremie van volgend jaar. Op dit moment is een aantal elementen met invloed op de vaststelling van de premie voor 2020 dusdanig onzeker dat wij nu nog geen voorlopige premie voor volgend jaar kunnen vaststellen.
    Onderzoek nodig naar aanleiding van gedaalde rente en advies commissie parameters
    De afgelopen periode is de rente weer flink gedaald. Daarnaast heeft de commissie parameters, in opdracht van de Minister van Sociale Zaken naar de rekenregels gekeken waarmee pensioenfondsen moeten werken. De huidige rentestand en het door de Minister en DNB onderschreven advies van de commissie om de inflatie en rendementen per 1 januari 2020 naar beneden bij te stellen, maakt verder onderzoek naar de effecten nodig. ABP onderzoekt nu wat de gevolgen kunnen zijn voor de pensioenpremie voor 2020.
    Voorlopige pensioenpremie mogelijk aan einde derde kwartaal bekend
    Zoals gebruikelijk zal de pensioenpremie voor 2020 in november 2019 worden vastgesteld. De komende periode probeert ABP om tot een prognose te komen. Wij hopen die prognose van de premies 2020 met u te kunnen delen aan het einde van september.””
    12-07-2019″

  3. Dhr JC Kortekaas permalink

    “Omdat de pensioenproblematiek, althans volgens de politiek , dankzij ons onvolprezen poldermodel, grotendeels is opgelost”

    1.Pensioenpremies worden kostendekkend volgens Wouter Koolmees. Gaan dus 30% omhoog. Daar doet Jeroen Dijsselbloem nog eens 30% overheen. Iets van 35 miljard in 2019 naar 55 miljard in 2021.
    2.Kritische dekkingsgraad dreigt nu pensioenkorting te geven voor 4 van de grote 5.
    List zou kunnen zijn niet meer te korten tot nieuwe stelsel van kracht wordt omdat iedereen wordt ingevaren vanuit zijn persoonlijk vermogen uit het oude stelsel.

    Twee prachtige Koolmeesjes, met dank aan Pieter Omtzicht uit het pensioendebat van 19 juni 2019.

    https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/detail/6b01e8bc-db74-4a57-a1dd-11944e5efef9 19 juni 2019

    De heer Omtzigt stelde: als de rente op 0% of lager blijft, is elk kapitaalgedekt stelsel in de problemen. Deelt de regering die opvatting, vroeg hij. Ja, die deel ik. We hebben natuurlijk een heel mooi stelsel met elkaar afgesproken, namelijk een deel omslagstelsel, de AOW, en een deel kapitaalgedekt stelsel in de tweede pijler, juist om verschillende risico’s te kunnen opvangen, zoals demografische risico’s en inflatierisico’s. Het ene kan makkelijker worden opgevangen met een omslagstelsel en het andere makkelijker met een kapitaalgedekt stelsel. Maar als de rente heel lang nul blijft, hebben we met z’n allen een probleem in een kapitaalgedekt stelsel. Dat ben ik met de heer Omtzigt eens. Tegelijkertijd is er dan nog de vraag: hoe ga je om met die 1.500 miljard die we met elkaar hebben opgebouwd? Die vraag blijft natuurlijk wel relevant voor de verdeling van die 1.500 miljard over alle deelnemers.

    https://debatdirect.tweedekamer.nl/2019-06-19/sociale-zekerheid/plenaire-zaal/pensioenakkoord-16-13/onderwerp

    “Minister Koolmees:
    Dat zei de heer Van Rooijen ook altijd tegen mij. Ik constateer dat er al twee of drie jaar premiedekkingsgraden zijn van 70%, 75% of 80%, met andere woorden dat de premie te laag is voor de pensioenopbouw die ertegenover staat. Dat gaat weer ten koste van de dekkingsgraad en het indexatieperspectief van gepensioneerden. De heer Van Rooijen was daar altijd heel boos over. Ik zei dan dat ik vond dat de heer Van Rooijen daar gelijk in had, want dat was ook niet generatie-evenwichtig. Het zal zich moeten aanpassen aan de realiteit. Sommige fondsen hebben dat al gedaan door de premies te verhogen de afgelopen jaren. Ik herinner mij dat ABP al binnen de nieuwe parameters rekent.”

    • Als de rekenrente onzinnig is, en dat is zo, dan is het begrip gedempte pensioenrpemie ook volstrekt onzinnig.
      Het ABP mag, onder het toeziend oog van DNB, in zijn 2018 herstelplan uitgaan van een gemiddeld rendement van 5,3% voor de komende 10 jaar. Het ABP rekent voor de bepaling van zijn pensioenrpemie met 2,8%. Je moet dus eerst de premie uitrekenen tegen 5,3% rendement alvorens te kunnen concluderen of er sprake is van een gedempte premie. Vooropgesteld dat die 5,3% reëel is.

      Jaarverslag 2019 quote:

      “In 2018 kwam de premiedekkingsgraad uit op 78%. De premiedekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen de premie die in een jaar wordt betaald en de waarde van de pensioenopbouw in dat jaar, die leidt tot een toename van de voorziening pensioenverplichtingen. De pensioenopbouw wordt gewaardeerd op basis van de rentetermijnstructuur zoals voorgeschreven door DNB. De premie die wordt afgedragen, is gebaseerd op een reëel rendement van 2,8%. De premiestijging heeft ook geleid tot een stijging van de premiedekkingsgraad van 69% in 2017 naar 78% in 2018”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: