Spring naar inhoud

De bogus pensioenanalyse van DNB

4 juni 2019

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Het DNB gaf in haar bulletin een droevig, maar onvolledig, beeld van de stand van zaken bij de pensioenfondsen. [1] Aan de hand van de ABP en PFZW cijfers gaan we in deze bijdrage enkele cijfers na zodat we een beter beeld krijgen van de historische ontwikkeling van dat pensioenvermogen. Deze twee fondsen bezitten eind 2018 45% van het pensioenvermogen van alle pensioenfondsen en bedienen eind 2018 5,8 mln. deelnemers en gewezen deelnemers, waarvan 1.349.600 gepensioneerden. Gegeven de leeftijdsopbouw gaat het om een flink deel van de bevolking:

Als deze twee pensioenfondsen eind 2020 moeten korten wordt dat met name veroorzaakt door wanbeleid van de opeenvolgende regeringen en in het bijzonder de bewindslieden Donner en Klijnsma. Koolmees trof een erfenis aan die een normaal mens zou verwerpen, maar toont weinig daadkracht om het pensioenfonds probleem op te lossen en voor een evenwichtige verdeling van het pensioenvermogen over de generaties te zorgen.  De politiek is primair verantwoordelijk voor het Financieel Toetsingskader (FTK) en secundair als werkgever, veelal indirect, voor de premiestelling en het beleid van die twee pensioenfondsen.

Het verloop van de actuele dekkingsgraad van het ABP in de periode 1/1/2008-31/12/2018, met een daling van de dekkingsraad met 42,9%, laat duidelijk zien waar het lek in de FTK-pensioenregeling zit. Voor het PFZW was de teruggang  van de dekkingsgraad in dezelfde periode zelfs 50,1%, tezamen ging het om een teruggang van 44,9%. Voor alle pensioenfondsen gezamenlijk was de teruggang in dekkingsgraad 38,1%.

_____________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

“Veel pensioenfondsen kampen nog steeds met financiële tekorten. Ze verwachten uit die tekorten te komen door hoge rendementen op hun beleggingen te halen.”[1] Bij de meeste fondsen draagt de premie zelfs negatief bij aan het herstel [1], zodat dat ook niet hoeft te verbazen. Overigens maakt DNB niet duidelijk waar die fondsen anders hun herstel vandaan zouden moeten halen. Tenslotte helpt de door DNB voorgeschreven rekenrente niet echt mee, al zwijgt het DNB in zijn bericht [1] daarover in alle talen, op zich een grof schandaal. [2]

“Het gerealiseerde herstel blijft flink achter bij het verwachte herstel. In 2018 werd het herstel van 2017 zo goed als teniet gedaan.”[1] Onderstaande DNB-grafiek maakt dat duidelijk [1]:

Het herstel zal vermoedelijk zijn weergegeven t.o.v. de beleidsdekkingsgraad, hoewel dit niet duidelijk is.

Uiteraard zal men tervergeefs zoeken naar een nadere analyse van de verklarende componenten zoals  met name het rekenrente effect en de wel behaalde rendementen. Voor onze twee fondsen ABP en PFZW was die rekenrente als volgt:

[a] Een afname van de rente met 1%-punt bij ABP leidt naar verwachting tot een afname van de actuele dekkingsgraad met 12%. [3] Ten opzichte van 4% rekenrente is de actuele dekkingsgraad dan ≈ 30% hoger.

(b) Het DNB wil ons wijs maken dat de fondsen die met een lage dekkingsgraad te maken hebben over het algemeen de laagste premie hanteren en de premie het meest dempen. Daarnaast hebben die zich gemiddeld minder ingedekt tegen dalende rentes en beleggen zij het meest in zakelijke waarden.  Nu moet je dat natuurlijk ook wel doen als je met 6,75% beleggingsresultaat wil/mag rekenen. DNB keurt die plannen wel goed en heeft het bij een eventuele toekomstige korting al jaren gewußt, maar toezicht houden is dan ook een vak dat je moet leren (zie bankencrisis 2008).

Het verloop van de dekkingsgraad 2008-2018 van het ABP, met een daling van de actuele dekkingsraad met 42,9%, laat duidelijk zien waar het lek in de FTK-pensioenregeling zit:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) Het meetkundig gemiddelde jaarlijkse rendement 2008-2018 bedroeg 5,4% per jaarinclusief het crisijaar 2008.

(b) De rentetermijnstructuur spaarpot is een afgedwongen schenking aan de toekomstige generatie, waarvoor nog een bedankbriefje verschuldigd is.

[c} De rekenrente is door haute finance DNB-cijferkabalistiek [2] finaal losgezongen van de werkelijkheid. [4]

Het zou natuurlijk bijzonder handig zijn als het DNB een dergelijke opstelling voor alle pensioenfondsen zou geven en daar zijn analyse op los laten.

(c) Dat je bij een herstelplan je pensioenpremie nog mag dempen is natuurlijk op zijn mist opmerkelijk. Maar als kanttekening valt op te merken dat de demping natuurlijk in belangrijke mate afhangt van de bij de premievaststelling gehanteerde rekenrente. (ABP 2,8% reëel) Bovendien blijkt dat het cumulatieve effect op de dekkingsgraad bij het ABP voor de periode 2010-2018 maar -2,9% is , hoewel de rubricering in de jaren 2008-2014 op zijn minst questieus is.

In de afgelopen jaren zijn er naast primair de gehanteerde rekenrente twee belangrijke componenten geweest die mede de ontwikkeling van de dekkingsgraad verklaren die we in de volgende paragrafen verder uitwerken voor het ABP en PFZW: §2 het werkelijk behaalde rendement en het overrendement en §3 de cumulatieve indexatie-achterstand.

Vatten we die resultaten uit §2 en §3 samen dan ontstaat het volgende beeld:

(a) Als overrendement definiëren we het rendement dat boven de 4% gemaakt wordt. Door dit geld op te potten viel de dekkingsgraad voor de twee fondsen ca 15,4% hoger uit dan bij 4% rendement het geval zou zijn geweest.

(b) De indexatie-achterstand is op basis van de tussentijds aangepaste indexatie-ambitie van het fonds. Het niet uitgekeerde pensioengeld droeg slechts in geringe mate bij aan de dekkingsgraad. Dat neemt niet weg dat ook de staat ca € 2,9 mld. aan belastingen (35%) misliep die door alle burgers additioneel moest worden opgebracht.

(c) De bedragen uit (a) en (b) zijn natuurlijk volledig verdwenen in het zwarte gat van de rentetermijnstructuur pot.

§2 Rendement

Het vijf jaars gemiddeld rendement voor de jaren 2007-2018 kan als volgt worden weergegeven:

Met dat behaalde rendement is dus niet zo veel mis. (ABP afgelopen 20 jaar gemiddeld 7%; PFZW : 1971 tot en met 2016 is 8,2%) Als we het overrendement stellen op het behaalde  rendement minus 4% dan onstaat het volgende beeld:

In de periode 2007-2018 werd dus € 95.0 mld. overrendement gemaakt, waarvan de deelnemers , dankzij het door de politiek vastgestelde FTK, nauwelijks iets terugzagen. Bij die berekening van het 4% rendement effect is uiteraard gecorrigeerd voor het samengestelde rente-effect.

§3 Indexatie-achterstand

De indexatie-achterstand laat zich voor de jaren 2007-2018 als volgt berekenen:

_______________

Laatst bijgewerkt 4 juni 2019

[1] DNB, “Tekorten bij pensioenfondsen houden aan”

https://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/DNBulletin2019/dnb384267.jsp

[2] DNB, https://www.toezicht.dnb.nl/binaries/50-212329.pdf

[3] https://www.abp.nl/over-abp/financiele-situatie/actuele-financiele-situatie/verplichtingen-en-rente.aspx

[4] Han de Jong, “De hervorming van een goed pensioenstelsel”, Me Judice, 30 januari 2018.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-hervorming-van-een-goed-pensioenstelsel

From → 1. Actueel

One Comment
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    De Nationale Brandweer (DNB) rekent met 2 rekenmodellen voor de pensioenfondsen.

    1. Vaststelling verplichtingen met de risicovrije rente. Die loopt in mei 2019 van -0,3% t=0 naar -0% t=6 rustig door nar 1,9% t=100.

    2. Voor het vaststellen van de premie mag een fonds een niet-kostendekkende premie berekenen. DNB ontraadt zulks maar verbiedt het niet. Het rendement mag het fonds binnen de parameter-set zelf kiezen. Ergens tussen de 2,8% en 3,5%. Dan oreert DNB dat de premiedekkingsgraad geen 100% is en de fondsen dat bewust doen.

    3. Intussen zou de commissie parameters onder leiding van Jeroen Dijsselbloem nieuwe parameters vaststellen. Eind mei zou hij uiterlijk naar buiten treden. Hierop riep minister Koolmees de usual suspects bijeen. SP bedankte voor de eer.

    4.Dan maar de Kafka-formule.

    De oppervlakte van de conjunctuurcirkel wordt beschreven door π * r2
    Als we de lengte en diepte van de conjunctuur(r) hieruit elimineren komen als drijvende kracht π tegen. Het bestendige historische cijfer, liggend onder de 4% van Zalm.

    Hiermee is bewezen dat π het mathematische cijfer is van de disconteringsrente, zowel voor premieberekening als disconteringsverplichtingen.

    Dit getal sluit in de praktijk aan bij de disconteringsrente van EIOPA en de Duitse Centrale Bank.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: