Spring naar inhoud

Vermogensongelijkheid volgens CBS-statistieken

9 mei 2019

________________________________________________________________________________________________________________________________________

In deze bijdrage gaan we even nader in op de vermogensongelijkheid, hoewel daar eigenlijk geen noodzaak toe is, maar onze kwaliteitspers, althans wat meent daar voor door te gaan, besteedde even aandacht aan de CBS publicatie ongelijkheid in inkomen en vermogen, die geen nieuwe informatie bevat.[1]

Zoals we zullen zien bestaat de bijdrage van onze pers weer uit het klakkeloos overschijven van de persberichten.

________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Hoewel het CBS doet alsof er nieuw cijfermateriaal beschikbaar komt, is er materieel geen nieuws onder de zon en zijn de bijdragen Vermogen huishoudens 31-12-2016 (“2017”) en Inkomen uit vermogen 2011-2014 op deze site nog steeds actueel.

Onder vermogen verstaat het CBS:

Het vermogen is opgebouwd uit het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen omvatten bank- en spaartegoeden, effecten, eigen woning en ander onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en overige bezittingen. De schulden bestaan uit de hypotheekschuld eigen woning, studieschulden en overige schulden. De hypotheekschuld betreft de stand van de schuld waarover rente is verschuldigd. Opgebouwde tegoeden voor de aflossing van de hypotheek via spaar- en beleggingshypotheken kunnen niet worden waargenomen en zijn daarom niet in mindering gebracht. Pensioenaanspraken worden niet tot het vermogen gerekend.[1]

Deze clausuleringen zult u ten onrechte niet in de kwaliteitskranten aantreffen. [2-4] Daarnaast zijn de CBS-clausuleringen niet volledig: zo slaat de waarde van het ondernemingsvermogen en het aanmerkeijk belang vermogen dat substantieel door het 10e vermogensdeciel wordt aangehouden sowieso nergens op. Ook bij het inkomen uit vermogen en de invloed daarvan op de inkomensverdeling zult u geen clausuleringen aantreffen, terwijl van die cijfers eigenlijk ook geen hout klopt.

Zoals het CPB in zijn studie stelt [5]

Het CPB neemt in zijn onderzoeken naar het vermogen van huishoudens wel de aanspraken op het pensioenvermogen mee. Dat vermogen is niet vrijelijk beschikbaar en niet overdraagbaar. Het is echter wel een belangrijke inkomensvoorziening, hetgeen voor veel huishoudens een belangrijke functie van vermogen is.

Na toerekening van de collectieve pensioenvermogens valt de Gini-coëfficiënt voor Nederland bijna achttien basispunten lager uit. [5, blz. 3]

Helaas licht het CPB de veronderstellingen die gemaakt worden “zodat rechten op pensioenuitkeringen in een vermogenspositie worden omgezet”, niet toe en wordt het bedrag aan pensioenvermogen weer eens bruto opgenomen zonder rekening te houden met de daarop rustende materiële belastingclaim.[5 en noot 7 aldaar]

Dat het pensioenvermogen een belangrijke inkomensvoorziening is mag waar zijn, gegeven de politieke besluitvorming rond het FTK, komt er van die voorziening in de vorm van een daadwerkelijke uitkering van de behaalde vermogensrendementen bitter weinig terecht.

Van de bijdrage pensioenvermogen weten we ook dat in de periode 2001-2014 73,6% van de pensioenpremie door de top 30% inkomens werd afgetrokken. Zo gelijk is dat pensioenvermogen dus ook niet verdeeld.

In §2 geven we een opsomming van het vermogen dat niet in de CBS-cijfers wordt meegenomen. In §3 geven we een nadere verdeling van het vermogen zodat beter kan worden vastgesteld hoe het 10e vermogendeciel in de periode 1 januari 2011-2017 boerde. Tevens wordt het effect van de eigen woning duidelijker, terwijl ook het belang van ondernemings- en aanmerkelijk belang vermogen duidelijker wordt.

§2 Verloop vermogen 2011-2017

Het verloop  in aanvulling op de CBS-cijfers is als volgt:

(a) Een vermogensopstelling die de ontwikkeling van het pensioenvermogen niet meeneemt is geen knip voor de neus waard. Een krantenartikel dat het Nederlandse vermogen vergelijkt met het buitenland zonder het pensioeneffect mee te nemen ook niet. [4]

Het CBS en in diens kielzog de kwaliteitspers houdt de volgende gegevens kennelijk liever onder de motorkap. Als we het cijfermateriaal wat herschikken, kunnen we zien wat er echt feitelijk gebeurt, voorzover de cijfers van het CBS en andere bronnen dat overigens mogelijk maken:

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Kanttekeningen:

(a) Ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen op basis van onvolledige en daarmee onjuiste fiscale cijfers.

(b) Pensioenvermogen exclusief derde pensioenpijler (2012: € 180 mld.) en na aftrek van 35% belastingclaim.

(c) Kapitaalverzekeringen op basis onvolledig cijfermateriaal.

(d) Van de besteedbaar inkomen statistiek weten we dat het 10e inkomensdeciel in de periode 2001-2014 36,4% van de pensioenpremie voor zijn rekening neemt. Dat percentage zal dus ook wel ongeveer gelden voor de verdeling van het pensioenvermogen naar inkomensdeciel.  Van het pensioenvermogen naar vermogensdeciel zijn bij mijn weten geen cijfers beschikbaar.

§3 Enkele vermogensgegevens 2011-2017

(a) Het ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang wordt “gewoon” uit de fiscale gegevens overgeschreven en die waarde is derhalve van generlei waarde voor het inzicht. Wel is volstrekt duidelijk in welk vermogenssegment die activa voorkomen.

(b) Het effect van de eigen woning wordt zo wat duidelijker.

(c) Voor een completer beeld zie de boven geciteerde bijdragen.

________________________

Laatst bijgewerkt 9 mei 2019

[1] CBS,

In dit artikel in de CBS-reeks Statistische Trends staan de ongelijkheid in inkomen en vermogen van alle huishoudens in Nederland centraal. Maatstaf voor de ongelijkheid is daarbij de genormaliseerde Gini-coëfficiënt.

https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2019/19/ongelijkheid-in-inkomen-en-vermogen

 Statistische Trends – Ongelijkheid inkomen en vermogen

[2] Peter de Waard, “De inkomensongelijkheid neemt al jaren niet meer toe, maar zo voelt het niet”

Citaat – kan zo op een tegeltje:

“Het is niet zo dat de statistieken van het CBS fout zijn.”

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/de-inkomensongelijkheid-neemt-al-jaren-niet-meer-toe-maar-zo-voelt-het-niet~b6dd0677/

[3] Egbert Kalse, “CBS: de rijken worden rijker, de armen ook (een beetje)”

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/06/stijgende-huizenprijs-helpt-de-lage-vermogens-a3959331

[4] Cosette Molijn, “Nederland heeft lage inkomensongelijkheid en verduurzaamt het langzaamst”

Als je het CBS maar dagelijks citeert gaan de lezers vanzelf dat nepnieuws geloven.

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/09/nederland-heeft-lage-inkomensongelijkheid-en-verduurzaamt-het-langzaamst-a3959670

[5] CPB, ” Indicatoren vermogensongelijkheid CPB Notitie | 11 september 2018 ”

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-11sept2018-Indicatoren-vermogensongelijkheid.pdf

In een recent artikel van Reuten blijkt dan dat Nederland en Denemarken,na de Verenigde Staten, landen zijn met de grootste vermogensongelijkheid. Dat zijn juist ook landen met omvangrijke collectieve pensioenvoorzieningen, maar die voorzieningen worden in deze vergelijking niet meegenomen.

Dat pensioenvermogen moet je natuurlijk wel netto, na aftrek van de daarop rustende belastingclaim, opnemen en dat dan niet tegen het gemiddelde belastingtarief van 35%, maar tegen het effectieve belastingpercentage bij uitkering per vermogens- en inkomensdeciel.

Ook onze “kwaliteitspers” besteed hier verder geen aandacht aan [2-4]

Advertenties

From → 1. Actueel

2 reacties
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    “Pensioenaanspraken worden niet tot het vermogen gerekend.[1]”

    CBS negeert 2/3 van het opgebouwde vermogen en vermogensaanspraken.
    Nederland wil niet dat bekend wordt hetgeen al bekend is.

    https://www.nrc.nl/nieuws/2016/07/24/van-al-het-europese-pensioengeld-komt-60-procent-uit-nederland-3309558-a1513147

    • Zo goed bekend is het bij de NRC ook niet:

      “Dat is de belangrijkste reden dat Nederlandse burgers gezamenlijk zulke hoge pensioenreserves hebben opgebouwd. Inmiddels meer dan 1.300 miljard euro – bijna tweemaal het nationaal inkomen.””

      staat in onze kwaliteitskrant.

      Eind 2016 was het pensioenvermogen exclusief derde pensioenpijler € 1.490 mld. Tel daar nog maar een kleine € 200 mld. bij voor de derde pijler zodat we dan totaal op € 1.700 mld. uitkomen. Dat vermogen is overigens voor ca € 600 mld. van de staat. Je moet de burgers niet rijker rekenen dan ze zijn.

      Die NRC geeft dus gewoon nepnieuws en Jeroen Wester moet zijn eigen feiten eens checken en kan als economieredacteur zo te zien wel wat permanente educatie gebruiken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: