Spring naar inhoud

Pensioenvermogen 2008-2020

21 april 2019

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

In deze bijdragen behandelen we de omvang van het pensioenvermogen 2008-2020 en enkele gerelateerde statistische gegevens. Voor de permanente gegevens voor de periode 1995-2018 verwijs ik naar de bijdrage Historische data pensioenen, die hiermee in de toekomst ongewijzigd kan blijven.  Het voordeel van die benadering is dat deze bijdrage kon worden ingekort en zich concentreert op het recente cijfermateriaal.

Het pensioenvermogen zoals dat in deze bijdrage is opgenomen is exclusief de toch redelijk omvangrijke derde pensioenpijler. In de bijdrage Historische data pensioenen lieten we zien hoe de Nederlandse burger door de overheid over het pensioenvermogen onvolledig geïnformeerd werd. De media laten we hier buiten: die schrijven toch alleen persberichten van de overheid over,

Eind 2060 zal de belastingclaim op het pensioenvermogen volgens de data verstrekt door de overheid naar ruwe schatting € 1.616 mld., bedragen, een toename van € 1.019 t.o.v. 2020. De omkeerregel pensioenen zou volgens DNB voor een automatische spaarpot om de kosten van vergrijzing gedeeltelijk op te vangen zorgen.[13] Voorwaarde is wel dat er op enig moment ook geld uit de spaarpot voor dat doel wordt onttrokken. Als er echter alleen maar geld in die spaarpot verdwijnt zal daar bitter weinig van terechtkomen. We zien dan de contouren van een zwart gat opduiken. Het wordt dus hoog tijd dat die kulredenering, die ook door “onze” politici wordt gebezigd eens tegen het licht wordt gehouden.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Het pensioenvermogen eind 2018 bedraagt ca € 1.549 mld., hiervan is ca € 1.007 mld. van de deelnemers en € 542 mld. van de staat der Nederlanden. Dat pensioenvermogen is sinds eind 2008 met € 851 mld. gestegen (8,3% p.j.). De belastingclaim van de staat is gesteld op 35% van het pensioenvermogen. [4]  Het pensioenvermogen nam in 2018 met € 11 mld. af, met name door het slechte rendement in het laatste kwartaal 2018. Omdat de statistieken van CBS noch met het pensioenvermogen noch met het rendement op dat pensioenvermogen rekening houden verschijnt hiervan niets in de boeken van de staat.

§2 Het pensioenvermogen 2008-2020

De ontwikkeling van het pensioenvermogen voor de periode 2008-2020 kan als volgt worden weergegeven [1a;1b;2a]:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) Voor de jaren 2019 en 2020 is uitgegaan van een stijging van het pensioenvermogen van 5%.

(b) Het pensioenvermogen eind 2018 groot € 1.549 mld. is exclusief de zogenaamde derde pensioenpijler. In 2012 bedoeg de omvang van die derde pensioenpijler volgens Knot € 180 mld. Het totale pensioenvermogen komt dan eerder op ruim € 1.700 mld. De belastingclaim bedraagt dan minimaal € 600 mld. Ter informatie: de overheidsschuld bedroeg eind 2018 € 404 mld.

§3 Cumulatieve toename pensioenvermogen 1997-2020

De explosieve toename van het pensioenvermogen in relatie tot het bbp is als volgt grafisch weer te geven:

De forse toename van het pensioenvermogen maakt dat de overheid al jaren geen overheidsschuld meer heeft.  De forse pensioenpremies doen een aanslag op de schatkist doordat door de omkeerregel een substantieel bedrag aan belasting (17% pensioenpremie) door de overheid wordt kwijtgescholden. [4] Dat bedrag en het belastinguitstel van die ca 35%  moet met hogere belastingen op andere wijze worden geïnd. Er valt dan ook, mede gezien de toekomstige ontwikkeling – zie §5 veel te zeggen voor het opdoeken van de omkeerregel pensioenen.

De belangrijkste mutatiecomponenten zijn als volgt [1c;2b]:

(a) De rechterkolommen geven de pensioenpremie en de uitkeringen zoals die in de CBS statistiek besteedbaar inkomen is opgenomen. [1b] Ook die pensioenpremie is te laag en bedroeg in 2013 eerder € 43,4 mld. [5]

(b) Voor de definitie voor CBS-pensioenuitkeringen zie [6], hierin zijn dus ook de lijfrenten begrepen.

(c) Het rendement 1997-2017 bedroeg twee maal de pensioenpremie.

(d) Omdat het CBS de pensioenuitkeringen als inkomen opvoert vind je maar een gering deel van het beleggingsrendement terug in het inkomen van de burgers en wordt de pensioenpremie aan het besteedbaar inkomen onttrokken. De staat maakt het zo mogelijk nog bonter door de beleggingsopbrengst niet jaarlijks te verantwoorden en de rente op de overheidsschuld, die meer dan geheel in de pensioenpot is belegd wel jaarlijks bij de burger als belasting in rekening te brengen.

(e) Van het rendement  groot € 984 mld., moet dus € 640 mld. aan de factor arbeid worden toegerekend. De AIQ is daarmee dus ook aan revisie toe,

(f) De top 30% inkomens nemen in totaal € 320,8  of 73,6% van de pensioenpremie 2001-2014 voor hun rekening. Dat is dus tevens een uitstekende indicatie van de verdeling van het pensioenvermogen naar inkomensdeciel.

(g) De belastingderving door de omkeerregel pensioenen bedroeg voor de periode 2001-2014 17% van € 435,9 of € 74 mld. [4] Alle belastingbetalers, dus ook de burgers zonder pensioenregeling, mochten dit gederfde belastingbedrag in de vorm van hogere belastingen ophoesten.

§4 Rendement pensioenvermogen

In deze paragraaf benaderen we het behaalde rendement op het pensioenvermogen zoals dat in tabel 1 is opgenomen.

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) In totaal werd in de periode 2008-2017 dus een rendement van € 695 mld. gemaakt, waarvan de staat € 240 mld. valt toe te rekenen.

(b) Door het nalaten van de indexaties wordt een belangrijk deel van de beleggingsopbrengsten van de deelnemers (€ 445 mld.) aan de deelnemers onthouden en opgepot voor toekomstige generatie. Deze door het FTK gelegaliseerde diefstal valt de politiek te verwijten.

§5 Het verwachte pensioenvermogen eind 2060

In deze paragraaf doen we een poging het pensioenvermogen van de pensioenfondsen eind 2060 te bepalen. De vraag daarbij is tevens in welke mate de belastingclaim op dat pensioenvermogen gebruikt is om de hogere zorg- en AOW-kosten door de vergijzing op te vangen zoals ons veelal door politici wordt voorgehouden. Het CPB stelt bij haar houdbaarheidssommetjes alleen cijfers uitgedrukt in een percentage van het bbp beschikbaar vermoedelijk om het niet al te makkelijk te maken de uiteindelijke uitkomsten met de prognose te vergelijken of anders gewoon om de burger dom te houden.

We hebben het volgende cijfer materiaal beschikbaar:

(a) Eind 2020 zal het pensioenvermogen van de pensioenfondsen zo’n € 1.478 mld. of 179,4 % bbp_2020 bedragen zoals we in §2 zagen. Het werkelijk pensioenvermogen inclusief verzekeringsmaatschappijen bedraagt eind 2020 ca € 1.708 mld. Het verdere verloop van het pensioenvermogen pensioenfondsen is dus maar een deel van het verhaal, zeker als je ook de zogenaamde derde pensioenpijler zou kunnen meenemen. 

(b) In 2002 schatte het CPB, althans diens medewerkers, dat de pensioenreserves pensioenfondsen eind 2060 181 % bbp_2060 zouden bedragen. [7b]

(c) April 2019 werd in de publicatie Stabiliteitsprogramma Nederland de pensioenreserves pensioenfondsen  eind 2060 geschat op 148,4 % bbp_2060. [7c] De discrepancy met (b) valt direct op.

We kunnen de gegevens completeren met de stand van de overheidsschuld volgens de aangegeven publicaties. Omdat we graag ook met echte cijfers werken. blijft het probleem de hoogte van het bbp  Als het CPB het vertikt om deze cijfers te verstrekken dan zal de burger dit dus zelf moeten benaderen. Dit bbp laat zich op basis van de verwachte groei van het bbp en de inflatie grof benaderen met [7a] als uitgangspunt, zoals in onderstaande tabel aangegeven,

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) Op grond van deze tabel kunnen we concluderen dat het pensioenvermogen pensioenfondsen kennelijk eind 2060 ca € 4.671 mld. bedraagt en “in elk geval” 148,4% bbp_2060.  De belastingclaim bedraagt dan dus ca € 1.635 mld. Die belastingclaim neemt toe met € 1.134 mld. in de periode  2020-2060. Er komt dus geen geld beschikbaar uit de pensioenpot voor de hogere zorg- en AOW-kosten door de vergijzing, zoals de politici ons constant op de mouw spelden.

(b) Dat de pensioenpotten niet leeg raken, wisten we al uit een ABP-analyse, bovenstaande cijfers bevestigen dat nog eens.  Wel neemt het pensioenvermogen in % bbp af door de afnemende vergrijzing, maar de actieve deelnemers blijven natuurlijk pensioen opbouwen over een hopelijk hoger inkomen.

(c) De overheidsschuld slaat om in een overheidsclaim van 31% bbp_2060 of € 976 mld. bij constante arrangementen. Het komt mij voor dat politici die dat laten gebeuren de verkiezingen van 2040 al niet zullen halen. In totaal is het overheidsactief, inclusief belastingclaim pensioenvermogen in 2040 en 2060 respectievelijk -62 % en -83 % bbp, een volstrekt krankzinnige uitkomst.

(d) De toekomstige ontwikkeling van de belastingclaim onderbouwt nog eens dat de omkeerregel pensioenen met de grootst mogelijk spoed moet worden afgebouwd.

(e) Ineens wordt ook volstrekt duidelijk waarom deze informatie door “ons” waardevrije CPB aan de Nederlandse burgers wordt onthouden.

(f) Eind 2060 is er een overheidssaldo van 2,6 biljoen. Je kunt elk bedrag kleinreden, en met een discontopercentage van 5% zeker kleinrechnen. Zo is de contant waarde van dat bedrag eind 2020 dan toch nog € 370 mld. (45% bbp_2020). Gezien die stand van de overheidsfinanciën eind 2060 kunnen m.i.z. grote vraagtekens worden gezet bij het huidige geringe houdbaarheidstekort van 0,4%.[7e] Overigens moet je die CPB-prognoses met een flinke korrel zout nemen zoals we hier boven zagen door de prognoses van het pensioenvermogen pensioenfondsen eind 2060 van 181 % bbp (11/2002) met 148 % bbp (04/2019) te vergelijken. 

§6 De verdeling van het vermogen inclusief pensioenvermogen.

Veelal wordt gesteld dat de vermogensverdeling inclusief het pensioenvermogen minder scheef is. [9] Dat die economen het pensioenvermogen ten onrechte bruto zonder de toegerekende belasting bij uitkering meenemen mag opmerkelijk genoemd worden.[9a] Aangezien in de periode 2001-2014 73,6% van de pensioenpremie door de top 30% inkomens wordt afgetrokken (zie boven), kun je daar zo je vraagtekens bij plaatsen. Dat marginale belastingtarief is ook nog per inkomens- en vermogensverschil verschillend.

Per 1/1/ 2017 bedraagt het vermogen huishoudens volgens het CBS € 1.259,4 [ zie hier voor kanttekeningen] en 65% van het pensioenvermogen € 968,8 mld.  Op basis van de gestorte pensioenpremies 2001-2014 kan het pensioenvermogen per inkomensdeciel globaal worden benaderd. We gaan dan, bij gebrek aan gegevens, uit van het gemiddelde belastingtarief bij uitkering.

De verdeling kan dan als volgt grafisch worden weergegeven:

(a) De uiteraard onjuiste aanname is dat het belastingtarief over de hele linie 35% voor de pensioenuitkering. De vermogensverdeling per inkomensdeciel wordt inclusief de pensioenpremie dus ongelijker.

(b) Het 10e inkomensdeciel bezit dan 35,5% van het vermogen en ca 36,9% van het pensioenvermogen. Gaan we er van uit dat alleen het 10e inkomensdeciel aan ca 52% marginale belasting toekomt dan wordt dat aandeel in het pensioenvermogen voor dat deciel ca 9 % lager.

(c) De vermogensverdeling van het pensioenvermogen per vermogensdeciel is mij niet bekend. Daar hebben we net als bij (b) het CBS voor, die dus weer eens zijn werk niet doet. Aaangezien de onderste helft van de vermogensverdeling tezamen een negatief vermogen heeft, hoeft het niet te verbazen dat toevoeging van het pensioenvermogen de vermogensverdeling naar vermogensdeciel verbetert.

Deze vermogensverdeling heeft in belangrijke mate overigens een nogal theorethisch karakter. Door het FTK (d.w.z. de politiek) merken de actieve en met name de gepensioneerde pensioendeelnemers nauwelijks iets van het rendement op het pensioenvermogen in de periode 2008-2017 van toch zo’n € 685 mld.

§7 De omvang van het pensioenvermogen in vergelijking met het buitenland.

Bron OECD Pension at a glance [10]:

Die glance is overigens wel tot stand gekomen met laag overvliegen gezien de uitkomst voor Nederland.

Als je echt met het buitenland gaat vergelijken moet je natuurlijk ook de afgefinancierde ambtenarenpensioenen nog even meenemen, uiteraard na aftrek belastingclaim die al in de cijfers is opgenomen:

Hoe Nederland ooit lastig gevallen kon worden met het Groei- en Stabiliteitspact moet je dus met name aan onze opeenvolgende incompetente MP’s en ministers van Financiën vragen. Het niveau van onze Eerste en Tweede Kamerleden zal er ook wel iets mee te maken hebben.

_____________________________

Laatst bijgewerkt 7 mei 2019

[1} DNB statistieken

[1a] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-pensioenfondsen-jaar-breukvrij/dataset/7f1c8359-f083-43e0-ac59-762e84c40bdf/resource/5d1bf2b2-48d5-4c4e-924b-836a6f25bd70

[1b] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-verzekeringsinstellingen-jaar/dataset/0d7365b8-1f9d-45d4-9836-5949d3df784a/resource/997b00c2-2155-4ffd-9dce-96ae3cf0251b

[1c] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/baten-en-lastenrekening-pensioenfondsen/dataset/dd3f0062-f6b5-4ba7-9838-c3f81f7698c2

[2] CBS statistieken

[2a] Financiële balansen en transacties; sectoren, nationale rekeningen

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84099NED/table?ts=1537513970100

[2b] Samenstelling inkomen; particuliere huishoudens, kenmerken, 2001-2014

https://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70991ned&D1=2&D2=58,103-105&D3=0&D4=a&HDR=G3,T,G2&STB=G1&VW=T

[3] CPB

[3a] https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Kerngegevenstabel-raming-maart-2019_0.pdf

[3b] https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/verzamelde_bijlagen_CEP_2019.xlsx

[4] https://basjacobs.wordpress.com/2014/05/31/pensioenen-worden-gesubsidieerd-met-17-cent-per-gespaarde-euro/

Bij gebrek aan beter hanteren we deze percentages, goedgekeurd door het CPB, maar daarom niet noodzakelijkerwijs juist. (zijn b.v. de indirecte belastingen ca 8% besteedbaar inkomen en de sociale lasten begrepen in die 35%?) Uiteraard mag de vrijstelling VRH ook niet onvermeld blijven, Overigens geldt wel dat de vermogenswinst op de pensioenstortingen t.z.t. bij uitkering in box 1 tegen gemiddeld 35% wordt belast, iets dat fiscalisten veelal over het hoofd zien.

[5] De statistiekcijfers vallen moeilijk verenigen met de cijfers per oktobter 2012:

“Het bedrag aan pensioenpremies in de tweede en derde pijler loopt volgens het CPB op van 43,4 miljard euro in 2013 naar 48,3 miljard euro in 2017. De budgettaire derving die optreedt als gevolg van deze premies loopt op van 20,0 miljard euro in 2013 naar 21,8 miljard euro in 2017. Uiteraard betreft het hier een partieel budgettair effect: tegenover de kosten van aftrek van pensioenpremies in 2013–2017 staan de belastingopbrengsten over de pensioenuitkeringen. Circa 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent.”

33 400 list vragen en antwoorden

https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/j9vvij5epmj1ey0/vj3eh6tx7gun

[6[ Pensioenuitkeringen besteedbaar inkomen CBS-definitie

“(Aanvullende) pensioenen en lijfrenten. Omvat ook pensioenuitkeringen die vanuit het buitenland betaald zijn. Een onderscheid tussen pensioenuitkeringen uit sociale en particuliere verzekeringen kan op grond van de gehanteerde bronnen niet aangebracht worden. Het oorlogs- en verzetspensioen is opgenomen onder uitkering sociale voorziening.”

[7] De gehanteerde data is als volgt terug te vinden.

[7a] Het bbp 2010 t/m 2020 is volgens het CPB CEP 2019. Het start bbp 2020 is herleid van tabel 1a macro-economische vooruitzichten en is daarmee te hoog, maar aangehouden om tot de “juiste” pensioenvermogens te komen ([7c]. blz 25):

[7b] Preadvies van Casper van Ewijk en Martijn van de Ven, “Pensioenvermogen vanuit macro-perspectief”

https://www.cpb.nl/sites/default/files/pensioenvermogen%20vanuit%20macro-perspectief.pdf

[7c] Stabiliteitsprogramma Nederland  april 2019,

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2019/04/15/stabiliteitsprogramma-2019/stabiliteitsprogramma-2019.pdf , blz. 17

[7d] https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-boek-21-middellangetermijnverkenning-2018-2021.pdf , tabel 3.13 blz. 45.

[7e] Miljoenennota 2019, blz. 25,

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/begrotingen/2018/09/18/miljoenennota-2019

[7f] https://www.cpb.nl/centraal-economisch-plan-cep-2019

[8] https://www.dnb.nl/binaries/De%20omkeerregel%20voor%20pensioenopbouw%20en%20de%20inkomensverdeling_tcm46-161452.pdf

[9] https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-boek-21-middellangetermijnverkenning-2018-2021.pdf, figuur 13-13 blz 45.

[10] https://www.oecd-ilibrary.org/finance-and-investment/oecd-pensions-at-a-glance_19991363

[9] http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogen-in-nederland-gelijker-verdeeld-sinds-eind-negentiende-eeuw

Koen Caminada, Kees Goudswaard, Marike Knoef, “Vermogen in Nederland gelijker verdeeld sinds eind negentiende eeuw”, Me Judice, 27 juni 2014.

[9a] Citaat

“Hieronder presenteren we de vermogensverdeling zonder en met opgebouwde pensioenrechten. We gebruiken CBS microdata over pensioenaanspraken, -uitkeringen en vermogen voor het jaar 2010. Ook de inleg in de derde pijler vanaf 1989 is meegenomen (lijfrenten). De horizontale as geeft het vermogenspercentiel. Alle bedragen zijn bruto berekend. Zowel op privaat vermogen als op aanvullende pensioenrechten rust een belastingclaim, zij het in verschillende mate (mede afhankelijk van de precieze samenstelling van het private vermogen).”

De belastingclaim op het privaatvermogen waaronder met name de erfbelasting lijkt mij niet zo relevant. De forse belastingclaim op het pensioenvermogen is dat des te meer, daar die voor de ingegane pensioenen zeer actueeel is en de lage discontovoet ook nauwelijks invloed heeft.

De dame en heren werken met de vermogensverdeling per vermogensdeciel. Derhalve dient het marginale belastingtarief in box 1 bij uitkering per vermogensdeciel van het bruto pensioenvermogen te worden afgetrokken.

Advertenties

From → 0. Permanent

6 reacties
  1. Dr. Ir. . Deetman permalink

    Dr. Ir. E. Deetman

    Vrijwel iedereen meent, dat de te lage dekkingsgraad wordt veroorzaakt door de rekenrente. Als de rekenrente lager wordt, stijgt de voorziening pensioenverplichtingen. Aangezien de verplichtingen in de noemer van de formule van de dekkingsgraad staan, daalt de dekkingsgraad. De rekenrente is echter nodig om nu en in de toekomst de pensioenuitkeringen te kunnen betalen. Daar mag beslist niet aan worden gesleuteld.
    Er is echter een tweede buffer: het weerstandsvermogen.(fictief vreemd vermogen), dat wordt toege-past om de fluctuaties in de zakelijke waarden op te vangen. Hierdoor wordt het eigen vermogen te klein. Aangezien het eigen vermogen in de teller van de formule van de dekkingsgraad zit heeft het verlagen van het eigen vermogen als resultaat een lagere dekkingsgraad. Er hoeft maar een be-langrijke wijziging in het huidige pensioenstelsel te worden aangebracht, namelijk van het weerstans-vermogen eigen vermogen maken. Dan kan het ABP vanaf 1019 volledig indexeren en over de boekjaren 2017 en 2018 gedeeltelijk na-indexeren. Deze verandering is mogelijk, omdat het zake-lijke waarden risico ook wordt toegepast in de teller van de vereiste dekkingsgraad.
    Het pensioenfonds SHP (Stichting Huisartsen Pensioenfonds) past het weerstandsvermogen niet toe en de rekenrente wel. Het gevolg is een zeer hoge dekkingsgraad; de pensioenuitkeringen worden vanaf 2008 tot nu toe volledig geindexeerd. Het bestuur van SHP bestaat uit 4 huisartsen (de deel-nemers zelf (en geen zogenaamde vertegenwoordiging van de deelnemers) en 2 financieel deskun-digen. Zij bepalen zelf, of ze de eisen van DNB opvolgen.
    Tenslotte heeft veranderen van de rekenrente helemaal geen zin, Omdat in de door DNB vereiste dekkingsgraad ook de verplichtingen in de noemer staan. Hierdoor gaan dekkingsgraad en vereiste dekkingsgraad gaan tegelijkertijd omhoog en omlaag; de Tantaluskwelling.

  2. Dhr JC Kortekaas permalink

    DNB staat de niet-kostendekkende premie toe.
    85% van de premiebetalers betaalt daarom een niet-kostendekkende premie.
    Aan Jeroen D. de taak om hier zijn licht over te laten schijnen.
    Als de pensioenfondsen met een kostendekkende premie moeten rekenen dan schieten de premies omhoog en stopt de verplichtstelling terstond.
    De disconteringsmethodiek van de nationale brandweer is ongekend op deze planeet.
    De eerste 5 jaar zijn in april 2019 de disconteringsrentes voor de verplichtingen negatief.
    De t=100 spot rate bedraagt 1,9%.
    Wie heeft dan nog interesse in de asymptoot van de UFR?

  3. Jan Elbers permalink

    in de discussie over de dreigende pensioenkortingen blijft een zaak onbesproken namelijk de premiedekkingsgraad.

    De premiedekkingsgraad is de verhouding tussen de premie in het jaar en de waarde van de opbouw van het jaar.
    De premiedekkingsgraad van het grootste pensioenfonds ABP was in 2016 72% en in 2017 69% ruim onder de 100 dus.

    Dit betekend dat de nieuwe opbouw in 2016 en 2017 wordt gefinancierd uit het vermogen van het fonds.
    Voor het ABP betekend dit dat de werknemers en werkgevers in 2016 en 2017 een subsidie uit het pensioenvermogen hebben gekregen van respectievelijk 3,0 miljard Euro en 4,1 miljard Euro.
    Omdat de werkgever, lees de overheid het grootste deel van de premie betaald is het voordeel voor de overheid over 2016 en 2017 tezamen 5,3 miljard Euro.

    De overschotten van de overheid komen dus ook uit het vermogen van het ABP

    Met dat geld hadden de pensioenen jaren lang kunnen worden geïndexeerd.

    • Dank voor uw reactie.

      U heeft natuurlijk gelijk dat de premiedekkingsraad een fors probleem is. Dat dit onbesproken blijft is echter niet geheel juist.
      DNB heeft er in zijn rapportage uitgebreid aandacht aan besteed zoals hier ook is uiteengezet:

      https://cormol.wordpress.com/2018/06/14/dashboard-abp-pfzwpmt-pme-bpfbouw-2017/

      Overigens is de premiedekkingsgraad onder het huidge FTK een nietszeggende grootheid en geen toets op de juiste premie. In de eerste plaats gaat het om de actuariële premie en niet om de doorsneepremie er zijn dus tig premiedekkingsgraden. In de tweede plaats hoor je de dekkingsgraad natuurlijk te bepalen op basis van een reële rekenrente die van een te reéel behalen rendement uitgaat. De premie moet dan dusdanig worden vastgesteld dat de reële dekkingsgraad voor en na premiestorting ongewijzigd blijft en de premie dehalve neutraal uitwerkt.

      Met het CPB bent u van mening dat de werkgever een flink deel van de pensioenpremie betaalt. In werkelijkheid wordt de pensioenpremie betaald uit de loonruimte van de werknemer. Een ieder die vele jaren de loononderhandelingen in het bedrijfsleven van dichtbij gevolgd heeft, zal dit beamen, ondanks de economische modellen van het CPB.

      Gegeven het rendement van het ABP in de laatste 20 jaar hadden de pensioenen sowieso kunnen worden geïndexeerd. Alleen het Chinees rekenen met het FTK heeft dit voorkomen. Zie de geciteerde bijdrage voor de literatuur, met name de adviezen aan de Kamer.

  4. Dhr JC Kortekaas permalink

    ABP maakte het 4e kwartaal 2018 ruimschoots goed met rendement in 1e kwartaal 2019 van 8,2%

    “Gedaalde rente remt stijging dekkingsgraad ABP
    Heerlen/Amsterdam, 18 april 2019. In het eerste kwartaal van 2019 verbeterde de financiële positie van ABP. De actuele dekkingsgraad steeg met bijna 2% naar 99,0%. Een zeer positieve bijdrage daaraan leverde het rendement van 8,2% (32,5 miljard euro). Daarmee werd in één klap het negatieve rendement van 2018 (-2,3%) goedgemaakt. De gedaalde rente zorgde voor een stijging van de pensioenverplichtingen met 25 miljard euro. De renteontwikkeling remt daardoor de stijging van de actuele dekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad, belangrijk voor verhoging en verlaging van het pensioen, daalde in het eerste kwartaal van 103,8% naar 102,4%. Dat percentage ligt nu bijna 2% onder het minimaal vereiste niveau van 104,2%.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: