Spring naar inhoud

Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW K1 2019

19 april 2019

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Traditioneel geven we weer het kwartaalbericht van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen die gemiddeld zo’n 57% van het totale pensioenvermogen van alle pensioenfondsen gezamenlijk uitmaken. __________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Het vermogen van deze pensioenfondsen bedroeg eind maart 2019 € 835,8 mld., een toename van € 63,4 mld. (8,2 % in drie maanden) t.o v. 31-12-2018.  De gemiddelde actuele dekkingsgraad bedroeg 100,2 % (31-12-2018: 98,5 %) Het resultaat en het behaalde rendement in geld (m.u.z. ABP) van deze vijf pensioenfondsen hoeven we van de toezichthouders (DNB en AFM) en de fondsen zelf niet te kennen. De algemene reserve van de vijf grote fondsen nam het eerste kwartaal met € 12,9 mld. toe. De actuele dekkingsgraad van die fondsen steeg daarmee met 0,7% tot 100,2%. Door de rekenrentedaling nam de pensioenverplichting toe. Door het ontbreken van een systematische template voor kwartaalberichten is het totale effect niet te kwantificeren. (DNB en AFM doe het werk waar je (in)direct door de belastingbetaler voor betaald krijgt eindelijk eens!)

§2 Dashboard

(a) De rekenrente daalde in het eerste kwartaal met zo’n 0,3%. Bij het ABP kostte die daling van de rekenrente 5,5% dekkingsgraad of in echt geld € 23,5 mld. [1a]

(b) De waardestijging van de aandelen had een positief invloed op het beleggingsresultaat (b.v. ABP: 14,2%; PFZW: 11,5%) en maakt het verlies in 2018 goed.

(c) De reële dekkingsgraad voor het PME bedraagt eind maart 2019 82,5%. Voor het ABP hebben we ook nog de kritische dekkingsgraad in de aanbieding. De kritische dekkingsgraad geeft het niveau van de dekkingsgraad aan waarbij een pensioenfonds extra maatregelen moet nemen om de financiële positie binnen tien jaar te herstellen. De kritische dekkingsgraad ligt rond 88%. Uiteraard gaat de ABP-pensioendeelnemer al veel eerder de bietenbrug op.

§3 Historisch rendement

Met het historisch rendement van de vijf grote fondsen is weinig mis, met de politieke FTK-rekenrente des te meer:

(a) De onderste regel laat zien tot welk bedrag € 1000 pensioenvermogen per 31-12-2002 eind maart 2019 is aangegroeid. Uiteraard moeten daar de operationele kosten nog af en is geen rekening gehouden met de levensloopeffecten. Voor de rekenrente moet je eigenlijk van het veel lagere percentage van het eerste jaar van de UFR uitgaan, maar de discrepantie is zo al duidelijk.

(b) In het huidige pensioen-“stelsel” is het volstrekt onduidelijk wie uiteindelijk die netto toename in zijn zak gaat steken.

§4 Prognose beleidsdekkingsgraad 31 december 2019

Als je ervan uitgaat dan de actuele dekkingsgraad per 31/3/2019 ongewijzigd blijft, laat de beleidsdekkingsgraad per 31-12-2019 zich als volgt prognotiseren:

De kans dat de pensioenen moeten worden verlaagd is daarmee volgens het bestuur van het fonds als volgt:

Dit is dus het probleem dat moet worden opgelost. De AOW-leeftijd, de boete op een vroegpensioen en de doorsneepremie problematiek hebben er allemaal niet veel  mee te maken. Door alle problemen in één mandje te gooien, kan je doen alsof je er heel hard aan werkt.

§5 Kan de lat voor de kwartaalberichten niet wat hoger worden gelegd?

In de inleiding gaf ik aan dat de lat voor de kwaliteit van de kwartaalberichten wel wat hoger zou kunnen worden gelegd dan b.v. de gebruikelijke lullepot van de bestuurvoorzitters. In deze paragraaf laat ik zien waar je dan zoal aan kan denken:

♦ Inzicht in de Winst- en Verliesrekening van het kwartaal (allen) en de daarmee de bedragen van het behaalde rendement (uitzondering ABP) met vergelijkende cijfers.

♦ Inzicht in de reële dekkingsgraad en inzicht in de voorwaardelijke verplichting uit hoofde van indexatie-achterstanden sinds 2008 gesplitst in verplichtingen  en cumulatief te laag uitgekeerde pensioenuitkeringen. Van de pensioenuitkeringen kan ook worden aangegeven welk deel in relatie tot de werkelijke reële dekkingsraad ten onrechte niet is uitgekeerd en derhalve de politiek (FTK) kan worden verweten.  Ook zou afzonderlijk het cumulatieve tekort door een niet kostendekkende premie kunnen worden vermeld. Het voordeel van een dergelijke rapportage is dan dan de intergenerationele nadelen van ons huidige stelsel wat  inzichtelijker worden gemaakt en dat duidelijk wordt dat er niet alleen een verschuiving van pensioenvermogen van jong naar oud plaats vindt zoals veelal eenzijdig door de media wordt gesteld. [2]

♦ Inzicht in het aandeel in het beleggingsresultaat van de waardestijging van vastrentende waarden (extreem voorbeeld 2014) zodat die jankverhalen over het effect van de nog lagere rekenrente en die “mooie plus in het beleggingsresultaat  (ABP)” en “het rendement van ruim 8% (PFZW)” in perspectief kunnen worden geplaatst.

♦ De stand van zaken t.o.v. het herstelplan. Daarbij kan gedacht worden over de cumulatieve voortgang en de uit het herstelplan voortvloeiende pensioenkortingen per jaar. Uit de DNB-rapportage over de herstelplannen weten we dat het DNB die plannen alleen bekijkt om te zien of de plannen concreet en haalbaar zijn. Daarbij wordt door de pensioenfondsbesturen gretig gebruik gemaakt van de bovenkant van de beleggingsparameters. Een tussentijdserapportage als onderdeel van het kwartaalbericht is gezien de ontwikkeling van de beleidsdekkiingsgraden dan ook wenelijk.

_________________________

Laatst bijgewerkt 19 april 2019

[1] Kwartaalberichten

[1a[ https://www.abp.nl/over-abp/financiele-situatie/kwartaalberichten.aspx

[1b] https://www.pfzw.nl/over-ons/dit-presteren-we/Paginas/Kwartaalberichten.aspx

[1c] https://www.bpmt.nl/client/bpmt/upload/nieuwsberichten/PMT%20kwartaalbericht%20eerste%20kwartaal%202019.pdf

[1d] https://www.metalektropensioen.nl/nieuws/eerste-kwartaal-2019

[1e] https://www.bpfbouw.nl/over-bpfbouw/nieuws/nieuwsoverzicht/dekkingsgraad-stijgt-in-eerste-kwartaal-2019.aspx

[2] In alle maatschappelijk discussies bestimmt das gesellschaftliche Sein das Bewusstsein en dat is voor de pensioenproblematiek in de media dus niet anders. Zie bijvoorbeeld ook de maatschappelijke discussies over het zzp’er-schap en de daarbij aan de orde zijnde buitensporige ondernemersvrijstellingen voor zelfstandigen.

From → 2. Archief

2 reacties
  1. Han de R. permalink

    Geachte Heer Mol,

    Dank voor uw informatieve mails en het vele noeste opzoek- en controlewerk.
    Sta mij enkele kleine correcties bij onderstaande mail toe.

    In de tabel in par.2 klopt de omschrijving in de vierde gele balk van boven niet:
    ‘Pensioenvermogen Q4 2018’ moet zijn: ‘Pensioenvermogen Q1 2019’.

    In de tabel in par.3 geven de getallen in de onderste regel de aangroei van €100 (niet €1000).
    En welke kosten bedoelt u in de voetnoot daaronder? De vermelde rendementen van het ABP zijn netto, dus de transactiekosten en de kosten voor het vermogensbeheer (0,6% in 2018) zijn daar al vanaf. Ik heb het niet nagegaan, maar ik neem aan dat dit voor de andere pfn ook geldt.
    Ik denk dus dat het sterretje beter weggelaten kan worden.

    Nog een suggestie. De verhouding tussen het totale pensioenvermogen aan het begin van een bepaald jaar en het totaal van de uitkeringen in dat jaar is de laatste tien jaar toegenomen van ongeveer 31 naar nu ruim 40. Al is dit niet de beste maat voor de gezondheid van pfn, het zegt toch ook iets over het absurde oppotten van onze pensioencenten. Ik vermoed dat dit met uw data terug te volgen is naar 2002 of nog vroeger. Wellicht een idee?

    Met vriendelijke groet,
    J.C.C. (Han) de Ruiter

    • Dank voor uw reactie.

      (1) had ik kennelijk inmiddels aangepast.
      (2) Aangepast plus tekst duidelijker gemaakt. Bedoeld werd de operationele kosten pensioenfonds dus admnistratie e.d. van het pensioenbestand.
      (3) Ik zal uw idee meenemen bij de versie van het 2e kwartaal 2019. Dan zal ik ook weer eens bepalen wat globaal het effect van het nalaten van indexeringen is. Een grafiek van cumulatieve uitkeringen en premiestortingen is ook verhelderend – zie bijdrage pensioenfondsen paragraaf 6.
      https://cormol.wordpress.com/2018/09/28/pensioenfondsen-2/

Laat een reactie achter op Han de R. Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: