Spring naar inhoud

Vermogen huishoudens 31-12-2016 (“2017”)

19 februari 2019

_______________________________________________________________________________________________________________________________

Traditiegetrouw geven we na publicatie van de CBS van de “2017”-vermogenscijfers weer een overzicht van de vermogenspositie van de Nederlandse huishoudens. [1] Die vermogenspositie is zoals de lezers van deze site weten aanzienlijk rooskleuriger dan het CBS in zijn cijfers voorschotelt. Het CBS gaat uit van een vermogen eind 2016 van € 1.259,5, mld. een stijging van € 92,3 mld t.o.v. 1/1/2016 en € 135,4 mld. t.o.v. 1/1/2006. Corrigeren we echter voor inflatie dan is de stijging respectievelijk daling + € 88,8 mld. (2016) en € – 54,5 mld. (2006-2017).

Het vermogen van de huishoudens is eind 2016 eerder € 2.474 mld. dan de € 1.260 mld. die het CBS ons voorschotelt. Het belangrijkste verschil is natuurlijk het deel (65%) van het pensioenvermogen dat aan de pensioendeelnemers valt toe te rekenen (minimaal € 969 mld.). In totaal bedraagt het vermogen van de staat en zijn burgers in totaal meer dan netto € 3.242 mld. eind 2016 en derhalve zijn die jankverhalen over onze schuldposities nergens voor nodig.

Een benadering van de vermogensontwikkeling huishoudens voor het kalenderjaar 2016 is als volgt:

De inflatie voor het jaar 2016 was verwaarloosbaar (0,3%). Dat geldt echter niet als je de vermogensontwikkeling sinds 1/1/2006 in ogenschouw neemt. “Woningwaarde stuwt vermogen omhoog”, juichte het CBS in zijn publicatie.[1] In §4 laten we zien dat er voor de periode 2006-2017 helemaal geen reden tot juichen is. Zo steeg de gemiddelde woningprijs bijvoorbeeld in die periode slechts met € 300 en het gemiddeld vermogen exclusief eigen woning met € 17.200. Corrigeer je voor inflatie dan is de daling van de gemiddelde bruto woningwaarde  € 46.200 en de stijging van het totale gemiddelde vermogen exclusief eigen woning slechts € 3.200. Het rendement op het vermogen werd voor grote groepen huishoudens kennelijk geheel geconsumeerd of aan belasting uitgegeven.

Gezien de gebrekkige vermogens- en inkomensstatistiek moet de verdeling naar inkomens- en vermogensdeciel van het CBS met een flinke korrel zout beschouwd worden. Dat geldt overigens ook voor de cijfers in deze bijdrage omdat het statische materiaal een uiterst onvolledig beeld geeft en slechts grove benaderingen mogelijk maakt.

En dan het inkomen uit vermogen. In 2014 bedroeg het inkomen uit bezittingen met een omvang van € 2.083 volgens het CBS € 58 mld. Een blind paard kan op zijn paardenklompen aanvoelen dat hier geen hout van klopt, zoals in de bijdrage Inkomen uit vermogen 2011-2014 uitvoerig is uiteengezet. Voor de belastingheffing in box 2 en 3 geldt materieel hezelfde zoals hier en hier valt na te lezen.

Onze zogenaamde kwaliteitskrant, de NRC, nam de CBS-cijfers ook even onder de loep. Aan de hand van deze bijdrage kunt u zien waar Tamminga zo al weer eens de mist inging. Die krant kan dus ook linea directa de kattebak in. In Noot [6] gaan we hier als voorbeeld nader op in om te laten zien hoe de media aanklooien in de berichtgeving en dan verbaasd zijn als het vertrouwen van de gemiddelde burger niet je dat is. Uiteraard ontging de NRC de toename van het aanmerkelijk belang vermogen in 2016 ook.

_______________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Het vermogen 2017 is in feite het vermogen per 31-12-2016. In deze bijdrage volgen we deze CBS terminologie, dan lijken de gegevens wat actueler.

Het CBS zegt over zijn cijfers:

“Bij het vaststellen van de fiscale hypotheekschuld zijn eventueel opgebouwde tegoeden bij spaar- en beleggingshypotheken niet meegenomen omdat het CBS tot op heden geen toegang heeft gekregen tot de onderliggende gegevens. Ook worden pensioenaanspraken en andere aanspraken van sociale zekerheid niet tot het vermogen gerekend, omdat deze collectief worden geregeld en niet op persoonsniveau toerekenbaar zijn, of overdraagbaar van persoon op persoon.”

Er zijn nog aanzienlijk meer kanttekeningen bij de CBS-cijfers te maken. Zonder te streven naar volledigheid zijn die:

♦ De pensioenaanspraken per persoon zijn het CBS bruto bekend. Uiteraard wordt dit vermogen bij overlijden wel “van persoon op persoon” overgedragen, alleen niet volgens de erflijn, zoals Simon Stevin het CBS al had kunnen uitleggen. Overigens is dat voor een deel van de derde pensioenpijler wel het geval. Op die aanspraken moet nog bij uitkering de progressieve belasting in box 1 in mindering worden gebracht, een exercitie die alleen het CBS/CPB  bij benadering kan uitvoeren. Het CPB is inmiddels van mening dat je het pensioenvermogen wel in het vermogen moet meenemen.[2] Dat instituut doet dat overigens weer bruto want anders moet je de staat zijn aandeel toerekenen en dan kan Laura van Geest de burgers niet langer bang maken met de niet bestaande staatsschuld en het overheidstekort.

♦ Inzicht in de omvang van de zgn. derde pensioenpijler ontbreekt echter. Zo moest Wiebes tijdens de pensioenen in eigen beheer discussie b.v. toegeven dat zijn meest recente cijfers uit 2009 dateren.

♦ Ook de minister van financiën heeft de spaar- en beleggingshypotheek cijfers niet, terwijl die gegevens voor de controle door de belastingdienst toch uiterst nuttig zouden zijn: hoe wil je anders de vermogensdoorrekening een beetje controleren?

♦ Het aanmerkelijk belang vermogen en het ondernemingsvermogen (2017: € 255,3 mld.), in deze bijdrage bij elkaar geteld, wordt gewaardeerd op de fiscale cijfers die geen enkele relatie met de waarde in het economisch verkeer hebben. Ook het inkomen uit dat vermogen wordt overeenkomstig bepaald. Voor het aaanmerkelijk belang vermogen wordt daarbij door het CBS een uiterst arbitraire correctie toegepast als het box 2 tarief weer eens tijdelijk wordt verlaagd.

♦ Het inkomen uit vermogen wordt door het CBS systematisch veel te laag voorgesteld. Dit heeft niet nader te kwantificeren consequenties voor de vermogensverdeling per inkomensdeciel – zie de bijdrage Inkomen uit vermogen 2011-2014. Ook de verdeling per vermogensdeciel moet door het ontbreken van essentiële data met een Keulse zoutpot genomen worden.

§2 Ontwikkeling vermogen

De ontwikkeling van het vermogen van de huishoudens kan als volgt worden samengevat:

(a) Een derde van het vermogen bestaat uit bank- en spaartegoeden en effecten. Daarbij is de verdeling van de bank- en spaartegoeden en effecten per vermogensdeciel voor 2017 als volgt:

(i) Een substantieel deel van het vermogen wordt dus als bank- en spaarsaldo aangehouden. Aangezien de inflatie 2006-2017 1,57% per jaar bedroeg, zal het duidelijk zijn dat dit vermogen er niet echt op vooruit is gegaan. [1c]

(ii) Het pensioenvermogen  en de levensverzekering cijfers en de levensverzekering cijfers zijn ontleend aan de bijdrage Pensioenvermogen 2019. In §5 wordt nader op de verdeling van dit pensioenvermogen naar inkomensdeciel ingegaan.

(iii) De cijfers voor kapitaalverzekeringen zijn ontleend aan een publicatie van Wiemer Salverda, die zijn cijfers baseerde op een inmiddels wat gedateerde studie, bij gebrek aan beter.[3]

Het CBS geeft voor de samenstelling van het vermogen huishoudens de volgende fraaie grafiek [1]:

Daar stellen wij voor 1/1/2017 de volgende grafiek met tabeltoelichting tegenover.

Voor de liefhebbers hebben we dan nog het hele plaatje van 2006-2017:

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

We lichten de toename van het vermogen voor het 9e en 10e vermogensdeciel er even uit omdat deze groep het leeuwendeel van het vermogen , w.o. in het bijzonder het ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen, voor zijn rekening neemt.

§3 Vermogensverdeling

De vermogensverdeling kan je bezien per inkomensdeciel en vermogensdeciel. De laatste verdeling is aanzienlijk schever verdeeld, mede omdat het inkomen uit vermogen niet echt lekker in de krakkemikkige CBS cijfers tot uitdrukking komt. Grafisch laat zich e.e.a. als volgt in kaart brengen:

Om te zien waar de verschillen in de vermogensverdeling precies zitten is onderstaande tabel behulpzaam:

We kunnen ook nog het vermogen naar vermogensklasse geven:

§4 Gemiddeld en mediaan vermogen 2006/7-2017

Het aantal huishoudens nam in de periode 2006-2017 met 68.600 toe. Als de vermogensontwikkeling wilt volgen moet je dus van het gemiddelde en mediaan vermogen per huishouden uitgaan. Het gemiddelde totaalvermogen is echter bij een zo scheve vermogensverdeling een nietszeggende grootheid. Het aantal huishoudens in de noemer varieert bij elk afzonderlijk vermogensbestanddeel ook nog eens aanzienlijk.

De gemiddelde waarde van de eigen woning per 1/1/2017 van naar beneden afgerond € 275.000 is gelijk aan de waarde per 1/1/2006, zodat die vermogensontwikkeling eigen woning gegeven de inflatie van 1,57% per jaar negatief is. Wli je voor de inflatie corrigeren dan moet je alle vermogenswaarden eind 2006 met een factor 1,17 vermenigvuldigen om een vergelijkbare waarde eind 2017 te verkijgen. De ontwikkeling van het gemiddeld en mediaan vermogen 2006-2017 wordt dan als volgt:

De uiterst geringe ontwikkeling van het mediaan vermogen (m.u.z. aanmerkelijk belang en ondernemingsvermogen) in de periode 2007-2017 is als volgt :

(i) Op basis van bovenstaand overzicht gaan we nader in op de ontwikkeling van het gemiddeld en mediaan vermogen voor de eigen woning, het vermogen exclusief eigen woning, het ondernemingsvermogen en het aanmerkelijk belang vermogen. Het 10e vermogensdeciel bezit 92% van dit laatst genoemde vermogen en dat is weer 33% van het totale vermogen exclusief eigen woning.

(ii) “Woningwaarde stuwt vermogen omhoog”, juichte het CBS in zijn publicatie. [1] Die stijging is echter in economisch perspectief voor de periode 2006-2017 helemaal niet om over naar huis te schrijven zoals uit onderstaande grafiek blijkt:

Ik zou eerder over 11 jaar stagnatie willen spreken als je de inflatie in aanmerking neemt, materieel is de toename immers 0,0% per jaar voor zowel het gemiddeld als mediaan vermogen. Van dit vermogen is 27% in handen van het 10e vermogensdeciel.

Wie overigens recent wel eens bij een koop met de WOZ-waarde van een huis te maken heeft gehad weet dat die waardering in de huidige markt vaak nergens op slaat en dat de gemeenten maar wat aanklooien en achter de feiten aanlopen. Onderstaande tabel maakt duidelijk wat je op je klompen had kunnen aanvoelen:

Natuurlijk zal er een verschil zijn tussen de verkoopmix en de voorraadmix, maar toch.

Zonder afschaffing van het HRA-infuus komt er overigens van bezitsvorming door eigen woningbezit niet zo veel terecht:

Het hoeft dus niet te verbazen dat veel welgestelden voor afschaffing van het HRA-infuus  zijn, mits die hogere belastingopbrengst wordt doorgegeven in een tariefsverlaging.

(iii) De ontwikkeling van het gemiddeld vermogen en mediaanvermogen voor het vermogen exclusief eigen woning is als volgt:

De toename van het gemiddeld en mediaan vermogen exclusief eigen woning in de periode 2006-2017 bedraagt respectievelijk 1,7% en 0,2% per jaar. Van dit vermogen is 74% in handen van het 10e vermogensdeciel.

(iv) De ontwikkeling van het gemiddelde en mediaan ondernemingsvermogen is als volgt:

De toename van het gemiddeld en mediaan ondernemingsvermogen in de periode 2006-2017 bedraagt respectievelijk 2,9% en -0,2% per jaar. Van dit vermogen is 82% in handen van het 10e vermogensdeciel.

(v) De ontwikkeling van het gemiddeld en mediaan aanmerkelijk belang vermogen is als volgt:

De toename van het gemiddeld en mediaan aanmerkelijk belang vermogen in de periode 2006-2017 bedraagt respectievelijk 2,2% en 3,1% per jaar. Van dit vermogen is 95% in handen van het 10e vermogensdeciel.

Met niet in de boeken verantwoorde goodwill, overige immateriële activa en stille en geheime reserves kan het CBS natuurlijk geen rekening houden, maar hij kan wel nadrukkelijk vermelden dat dit niet in zijn cijfers zit en dat het ondernemingsvermogen (incl aanmerkelijk belang vermogen) en de mutatie daarin aanzienlijk hoger uitvalt dan in de statistieken tot uitdrukking komt.  Ook zouden de media hun werk goed kunnen doen i.p.v. persberichten vaak nog verkeerd en onvolledig overpennen.

Voor het gemiddeld en mediaan aanmerkelijk belang vermogen per vermogensdeciel zie Noot[4]. De liefhebber kan ook naar het Quote vermogen van de topvermogens kijken in een bijdrage die we niet elk jaar actualiseren.

§5 Pensioenvermogen

Het pensioenvermogen kan je onder aftrek van de daarop nog drukkende belastingen tot het vermogen rekenen. In totaal is dat vermogen voor de deelnemers € 969 mld. Voor de juiste toerekening per vermogensdeciel moet je echter het progressieve belastingtarief aftrekken en die gegevens hebben we niet. Aan de hand van de verdeling per inkomensdeciel van de van de belasting afgetrokken pensioenpremies 2001-2014 hebben we een indicatie van de verdeling die we als volgt grafisch kunnen weergeven:

De verdeling per inkomensdeciel wordt dus wat gelijkmatiger. De grap is natuurlijk wel dat van het rendement op het pensioenvermogen (aandeel deelnemers 2016 toch mooi € 84,5 mld.) zo goed als niets (een fractie begrepen in pensioenuitkeringen) in de CBS-inkomensstatistieken  kunt terugvinden.

Aangezien in de periode 2001-2014 73,2% door de top 30% inkomens en 8,3% door de onderste 50% inkomens werd afgetrokken, kunnen we gevoeglijk aannemen dat ook het pensioenvermogen naar inkomensdeciel behoorlijk scheef verdeeld is en dus blijft. In de literatuur wordt klakkeloos herhaald dat het pensioenvermogen een dempend effect op de vermogensongelijkheid heeft. Op de gevolgde methodiek valt echter het nodige aan te merken.[5]

§6 Vermogen ouderen.

Het is usance om ook aan het vermogen van ouderen aandacht te besteden. Dat zal er wel mee te maken hebben dat ruwweg 40% van alle particuliere vermogens afkomstig is van erfenissen. [7]. Daarnaast is ons belastingstelsel ook nog eens een glijbaan naar belastingvrijdom.[8].

De ontwikkeling van het vermogen per vermogensbestanddeel 2017 t.o.v. 2006 is als volgt:

(i) Omdat er in die periode nogal wat boven 65-jarige bij gekomen zijn geeft de ontwikkeling van het gemiddeld en mediaan vermogen meer inzicht;

Het mediaan vermogen exclusief eigen woning  is  € 11.600 hoger voor een 65-jarige of oudere hoofdbewoner dan voor alle huishoudens (2006 € 11.900). Inclusief eigen woning is dat verschil €  84.800 (2006: € 83.800). Na inflatiecorrectie is er natuurlijk helemaal geen vermogensvooruitgang, alleen op de woning wordt door de boven 65-jarige in de periode 2006-2017 al een vermogensverlies van € 26.400 geleden, na aftrek inflatiewinst hypotheekschuld is het verlies overigens nog maar € 14.000.

§7 Inkomen uit vermogen en vermogensrendementsheffing

Het inkomen uit vermogen is uitgebreid behandeld in de bijdrage Inkomen uit vermogen 2011-2014. CBS open data, een soort oude wijn in nieuwe zakken Statline, is zo mogelijk een nog grote doolhof dan Statline-oud. De cijfers in het oude statline [9] werden niet geactualiseerd voor de nieuwe 2011-2014 CBS revisiecijfers [10], een typisch CBS-staaltje van Wat er feitelijke gebeurt.™ We laten hier de samenhang van de cijfers zien de belasting box 3 2014 wordt elders behandeld.

De basis voor de vermogensrendementsheffing is dan als volgt:

___________________

Laatste bijgewerkt 26 februari 2019

[1a] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/08/woningwaarde-stuwt-vermogen-omhoog

[1b] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83834NED/table?ts=1518009496921

[1c] https://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=83131NED&D1=0&D2=0&D3=142,285&HDR=T&STB=G1,G2&VW=T

[2]CPB, Arjan Lejour,  “Indicatoren vermogensongelijkheid”, 11 september 2018,

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-11sept2018-Indicatoren-vermogensongelijkheid.pdf

[3] W. Salverda, “Ongelijkheid na de financiële crisis”

https://www.wimdreesfonds.nl/uimg/wds/b51992_att-tvof-editie-jaargang-46-2014-nummer-3.pdf

“Ten tweede wordt een belangrijke vorm van vermogen niet waargenomen, doordat ze buiten de heffing van de inkomstenbelasting valt. Dat geldt met name voor de depots van spaarhypotheken. Het daarin opgespaarde bedrag is onlangs geschat op 80 miljard euro aan het eind van 2012, en groeit naar verwachting tot 135 miljard euro in 2018”

[4] CBS Definitie mediaan vermogen:

De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd.
Deze definitie van het CBS is niet volledig en alleen geldig als het aantal getallen oneven is.

Het verschil laat zich het beste uitleggen aan de hand van een pregnant voorbeeld: het aanmerkelijk belangvermogen.

In het tiende vermogensdeciel is het mediaan vermogen € 654.000. Het gaat hier om 96.000 huishoudens van de 159.000 huishoudens die een ab-vermogen hebben en 95% van het ab-vermogen voor hun rekening nemen. Dus de arme sloebers van het ≈48.000ste huishouden hebben een ab-vermogen van € 654.000. Gemiddeld hebben alle 96.000 huishoudens een vermogen van € 1.889.900. Die verdeling is dus uiterst scheef. De overige data kunt u in de tabel en de grafiek aflezen.

[5] Koen Caminada, Kees Goudswaard, Marike Knoef, “Vermogen in Nederland gelijker verdeeld sinds eind negentiende eeuw”, Me Judice, 27 juni 2014.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogen-in-nederland-gelijker-verdeeld-sinds-eind-negentiende-eeuw

Maar dan moet je het artikel natuurlijk wel goed lezen:

♦ De belastingclaim op het pensioenvermogen

Alle bedragen zijn bruto berekend.

“Zowel op privaat vermogen als op aanvullende pensioenrechten rust een belastingclaim, zij het in verschillende mate (mede afhankelijk van de precieze samenstelling van het private vermogen). Het is niet op voorhand duidelijk welk effect (uitgestelde) belastingheffing zou kunnen hebben op de mate van scheefheid van de vermogensverdeling.”

Die zgn. belastingclaim op het privaatvermogen huishoudens zoals dat door het CBS wordt gepresenteerd kan ik niet zo goed thuisbrengen. (noot * aan het eind van deze noot) Op het pensioenvermogen rust wel een gemiddelde belastingclaim van 35% en die 35% mag je dus helemaal niet bij het overige vermogen van de huishoudens tellen. (appels en peren), zoals nu wel gebeurd is. Die 35% is een gemiddelde, door de progressieve belasting in box 1 op de uitkeringen wordt de netto pensioenvermogensverdeling minder scheef. De auteurs hadden hiervoor kunnen corrigeren in hun CBS IPO en CBS microdata , maar hebben dat nagelaten.

♦ Naar kanttekeningen bij de CBS-cijfers voor ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen zult u ter vergeefs zoeken in het artikel. (Het 10e vermogensdeciel bezit 92% van dit vermogen en dat is weer 33% van het totale vermogen exclusief eigen woning.) Dat vermogen zou je moeten waarderen tegen de waarde in het economisch verkeer en niet de fiscale boekwaarde zoals die door het CBS wordt overgepend (vlg navraag bij het CBS), terwijl de commerciële balans ook bij de fiscale stukken zit. Aan de hand van de erfbelasting kan het CBS ook ex post ten dele zien hoever ze er naast zitten met hun cijfers, als je althans van Rijkers’ glijbaan naar belastingvrijdom afziet.

♦ Een toelichting op het verschil in vermogen naar inkomens- en vermogensdeciel ontbreekt, terwijl juist deze auteurs goed duidelijk hadden kunnen maken dat dit verschil in belangrijke mate een gevolg is van de gebrekkige CBS statistieken over inkomens en vermogens. Zij hebben immers kennelijk wel toegang tot de CBS IPO en CBS microdata.

♦ De conclusies van de auteurs over de totale vermogensverdeling zijn dus eigenlijk nergens op gebaseerd en missen in elke geval elke basis om de ginicoëfficiënt met twee cijfers achter de komma te bepalen.

(noot *) Bedrijfseconomisch zou je natuurlijk kunnen betogen dat je de contante waarde van de te hoge vermogensrendementsheffing op het vermogen in mindering moet brengen, maar dat geldt slechts voor een deel van het vermogen (voornamelijk bank- en spaartegoeden). Daarnaast zou je dan natuurlijk de contante waarde van de HRA-infuus uitkeringen weer bij de WOZ-waarde moeten tellen. Hier kun je echter tegen inbrengen dat deze contante waarde al in de WOZ-waarde is begrepen: de markt heeft immers altijd gelijk en de woningenprijzen zijn al door het HRA-infuus opgedreven.

[6] Menno Tamminga, Steeds rijker, maar zo voelt het niet – Vermogen De waarde van financiële bezittingen zoals huizen is naar een recordhoogte gestegen. Hoe werkt dat door in de economie?”

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/02/22/best-rijk-maar-voelt-het-ook-zo-a3655006

De lezer, niet gehinderd door geheugenverlies, kan zich de oude huizenprijzen nog wel herinneren en de Gotspe is natuurlijk het pensioenvermogen, uiteraard weer bruto, en voorbijgaand aan decennia lang behaalde rendementen:

“De hoogte van de toekomstige pensioenuitkering mag onzeker zijn door de zwakke positie van enkele van de grootste pensioenfondsen, maar het vermogen helemaal negeren kan ook weer niet.”

Daarnaast geeft het CBS altijd de vermogenscijfers per 1 januari van enig jaar en heeft het dan over het jaar erna om enige actualiteit te suggereren en aan te sluiten bij de belastingdienst waar het CBS de cijfers meestal klakkeloos van overpent. Als de publicatie dan niet goes leest zit je er zo maar een jaar naast.

Of om het artikel kwantitatief helemaal tot de grond toe af te branden geven we de volgende cijferopstelling, Tamminga’s cijfers komen uit het artikel:

Waar het pensioenvermogen ” niet helemaal kunt negeren” opslaat, moet Tamminga nog maar eens uitleggen. Tenslotte doet de NRC en de regering dat al jaren als ze het weer eens over onze hoge staatsschuld hebben.

Die “zwakke positie van de grootste pensioenfondsen” leidde in 2018 tot een daling van het pensioenvermogen t.o.v. 2017 en alle pensioenfondsen gezamenlijk volgden volgens de DNB per hun cijfers eind december 2018. (zie link *) Dat werd overigens in januari 2019 weer deels goed gemaakt.**) Uiteraard wordt de hoogte van de pensioenvermogen in belangrijke mate bepaald door de rendementen op het pensioenvermogen, waar al heel veel jaren niets mis mee is. (b.v. 2017: € 83,8 mld., waarvan 65% voor de pensioendeelnemers € 54,5 mld. en 35% voor de staat € 29,3 mld.)

Dat het voor de burgers dus niet zo voelt kan in belangrijke mate aan de regering, het CBS, DNB en CPB, en niet in de laatste plaats aan de media verweten worden. Aan het rendement op het pensioenvermogen van het afgelopen decennia kan het niet liggen, wel aan de berichtgeving daarover.

*) https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/financi-le-positie-van-pensioenfondsen-maand/dataset/9e3b30ca-a670-4e4e-ae03-af3ac5fb879a/resource/a23304f0-094a-47c4-b69c-5691ab2f08bc

**) https://www.aon.com/netherlands/persberichten/2019/Pensioenfondsen-maken-goede-start-in-2019.jsp

[7] Paul de Beer, Jelle van der Meer, Janneke plantinga & Wiemer Salverda, Voor wie is de erfenis? – Over vrijheid, gelijkheid en familiegevoel., Amsterdam 2018.

[8] A.C. Rijkers , Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw,,

https://docplayer.nl/8716277-Een-inkomensbegrip-voor-de-21e-eeuw.html

[9] https://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70991ned&D1=2&D2=16-30,44-125&D3=0&D4=a&HDR=G3,T,G2&STB=G1&VW=T

[10] CBS Paper – Revisie inkomensstatistiek

Advertenties

From → 0. Permanent

One Comment
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    Spaarhypotheken is wel een echt brevet van onvermogen. Tomeloze luiheid van de fiscus.
    Het spaardeel is zo direct gebonden aan hypotheekverstrekking dat die cijfers vrij simpel boven tafel moeten kunnen komen. Circa 8.000 euro per ingezetene. Spaarhypotheken worden ook nooit door DNB genoemd als ze praten over de aflossingsvrije hypotheken. Komen af en toe boven tafel bij het RTL programma Uitstel van executie.

    Pensioenvermogens zijn politiek buiten de statistieken geplaatst.
    Zowel pijler 2 als pijler 3. Circa 100.000 bruto per ingezetene, ook de baby’s meegerekend.

    “Wat je niet ziet, bestaat niet” Kinderen voor Kinderen circa 1987.

    Tel bij de 8 jaar van het kind destijds 32 jaar op en je hebt de gemiddelde beleidsambtenaar.
    Man of vrouw van 40, verlekkerd terugdenkend aan hun jeugd met videobanden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: