Spring naar inhoud

Vermogensrendementsheffing 2019

22 januari 2019

__________________________________________________________________________________________________________________________________

Na de bijdrage Belastingschijven 2019 brengen we in deze bijdrage de belastingschijven Vermogensrendementsheffing (VRH) 2019 afzonderlijk in kaart.

Rekening houdend met een HCIP-inflatie van 2,4% in 2019 (decemberraming CPB) kunnen we dan het reële rendement op basis van het fictieve VRH-rendement 2019 uitrekenen.  Tevens laat zich uitrekenen hoeveel rendement men in werkelijkheid moet maken om weer een belastinglast van 30% op het rendement te halen.

Van de 2015 aanbeveling van het CPB om de daadwerkelijke rendementen op het financieel vermogen te belasten, hetgeen leidt tot een efficiënter en rechtvaardiger belastingheffing, is tot op heden weinig terecht gekomen. [2] De huidige minister belast met de energietransitie had die taak, als Staatssecretaris van Financiën, in zijn portefeuille toen hij kneus Weekers opvolgde. Die voortgang tot heden is dus niet verbazingwekkend.

Het rendement van de vijf grote pensioenfondsen voor 2018 is c.a -1,3% We kunnen dus gevoeglijk stellen dat de VRH voor 2018 gelegaliseerde diefstal is. Dat gold ook al voor de jaren 2015 en 2016.

________________________________________________________________________________________________________________________________

We brengen eerst in kaart wat de samenstelling van het huishoudvermogen is op basis van de meest recente informatie van het CBS per 1/1/2016 [4]:

Tabel 1 Samenstelling vermogen huishoudens 1/1/2016 per vermogensdeciel in € mld.:

(a) Het VRH-vermogen is dus maar een zeer beperkt (22%) deel van het vermogen.

(b) Overig vermogen betreft contant geld, roerende zaken verhuurd of in gebruik als belegging, trustvermogen, aandeel onverdeelde boedel en vermogen met beperkt eigendom.

Het schijventarief voor de VRH voor 2019 is als volgt:

en laat zich als volgt meer gedetailleerd uitschrijven:

Tabel 2 Het schijventarief 2019 en 2018

(a) Het fictieve rendement van de belastingdienst werd zo bepaald dat effectief gemiddeld 4% over het vermogen per 1/1/ wordt gemaakt. Met het werkelijk behaalde rendement heeft dit alles niets te maken. De verlaging van het rendement voor sparen in 2019 is gefinancieerd met het verhogen van het tarief voor beleggingen.

(b) Het is voor de fiscus een eitje om het werkelijk rendement te belasten, zoals ook in het buitenland het geval is.[2] Elke private banking cliënt kan beamen dat zijn bank dit jaarlijks moeiteloos oplevert. Ook het CPB is die mening dus toegedaan.

(c) De belastingdienst had natuurlijk ook gewoon de belastingpercentages kunnen publiceren en de achterliggende berekening, een hobby van het Ministerie van Financiën met cherry-picking van de vermogensmix en de rendementspercentages, achter de klapdeuren kunnen houden.

De vermogensmix van de VRH-activa is als volgt [4]:

(i) De splitsingspercentage van het MvF zijn dus een beetje uit de duim gezogen.

(d) Het CPB verwacht in zijn decemberraming een inflatie voor 2019 van 2,4%. Fiscalisten betogen nogal eens dat met het belastingtarief van 30% met de inflatie rekening wordt gehouden. Nu ben ik mijn werkzaam leven weinig fiscalisten tegengekomen die wel goed kunnen rekenen en ik heb daarom maar even de volgende tabel ter nadere informatie opgesteld:

Tabel 3 Het echte belastintingtarief in box 3

(a) Het rëele rendement is het enige rendement dat telt en we hebben dus gecorrigeerd voor een inflatie van 2,4% voor 2019.

(b) Als maatstaf voor een reële beleggingsrendement nemen we het rendement van de vijf grote pensioenfondsen. Veel beter zal de gemiddelde belastingbetaler niet presteren. Bij het beleggingsbeleid bij pensioenfondsen wordt veel aandacht besteed aan lifecyle beleggen. Aangezien er nogal wat belastingbetalers vermogen aanhouden voor hun oude dag, zal hun beleggingsbeleid prudenter zijn dan de Minister van Financiën achter zijn bureau bij elkaar fantaseert.[3]

Binnenkort komt het rendement t/m 4e kwartaal 2018 van de vijf grote fondsen beschikbaar. Tot en met het 3e kwartaal 2018 was dat rendement gewogen 2,7%. Dit rendement heb ik dus voorlopig voor 2019 aangehouden.

{Inmiddels weten we dat het rendement 2018, na het slechte 4e kwartaal gewogen op -1,3% uitkomt. In de afgelopen vier jaar was dat meetkundig gemiddeld 3,6%. Met het huidige VRH-systeem mogen we dus wel van door de Tweede Kamer gelegaliseerde diefstal spreken van het Ministerie van Financiën.}

(c) Om weer op een belastlinglast van 30% rendement uit te komen, moet bij een inflatie van 2,4% een gemiddeld rendement van 7,45% gemaakt worden. Dat komt overeen met de volgende rendementen:

Tabel 4 Nedere details berekening bij 7,45% rendement

(i) Met andere woorden: je moet per saldo een rendement van 8,46% op je beleggingen maken als je rekening houdt met het spaardeel.

Indicatief zijn de de rendementen van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen als volgt:

Tabel 5 Rendementen bedrijfspensioenfondsen 2003-2018

_________________________

Laatst bijgewerkt 24 januari 2019

[1] https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/vermogen_en_aanmerkelijk_belang/vermogen/belasting_betalen_over_uw_vermogen/grondslag_sparen_en_beleggen/berekening-2019/berekening-belasting-over-inkomen-uit-vermogen-over-2019

[2] CPB, “Een meer uniforme belasting van kapitaalinkomen”, CPB Policybrief 2015/16

https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-policy-brief-2015-16-een-meer-uniforme-belasting-van-kapitaalinkomen.pdf

citaten:

“Het belasten van de daadwerkelijke rendementen van het financieel vermogen leidt
in principe tot een efficiënter en rechtvaardiger heffing.” (blz. 3)

“Vanuit het draagkrachtprincipe is een belasting op het daadwerkelijke rendement te
verkiezen boven een forfaitair rendement. Bij een forfaitair rendement is het denkbaar dat
de effectieve belastingdruk hoog wordt (mogelijk zelfs meer dan 100%), zoals de afgelopen jaren het geval was.” (blz. 8)

“Met de administratieve complexiteit van een belasting op daadwerkelijke rendementen als argument is voor dit forfaitair rendement gekozen.

Vanwege de digitalisering en de informatievoorziening door banken en andere financiële
instellingen aan de Belastingdienst lijkt het argument van administratieve complexiteit zeker voor financiële vermogens aan belang in te boeten. {een wat elegantere formulering dan gelul} De gegevens over vermogenssamenstelling zijn ook al voor de forfaitaire rendementsheffing noodzakelijk. Voor een heffing op daadwerkelijke rendementen zouden daarnaast ook onttrekkingen en stortingen gedurende het jaar moeten worden bijgehouden voor financiële vermogenstitels, onroerende zaken (onder meer tweede huis) en sommige roerende zaken. Voor het financieel vermogen worden alle financiële instellingen in de Europese Unie per 2016 verplicht rente, dividend en vermogensopbrengsten van hun klanten bij te houden. In een aantal Europese landen wordt al langer de feitelijke opbrengst van financiële vermogenstitels, waaronder de vermogenswinst, belast. Voor roerende en onroerende zaken kan een belasting op het rendement wel lastiger uitvoerbaar zijn, zeker als dit het ongerealiseerde rendement betreft .

De gestaffelde rekenrentes die de regering voorstelt in de miljoenennota 2016 zijn een
compromis tussen administratieve eenvoud en de wens de regressiviteit van de
vermogensrendementsheffing teniet te doen. De rekenrentes blijven forfaitaire
rendementen, maar het oplopen ervan bij grotere vermogens sluit gemiddeld genomen aan bij de hogere rendementen die meer vermogenden behalen. Dit kan op individueel niveau sterk afwijken van het daadwerkelijk rendement en draagkracht. Alleen het belasten van feitelijk rendementen biedt hiertegen soelaas. (blauwe nadruk van CPB)

” (blz. 10)

[3] https://www.apg.nl/interactieve%20pensioendoc_1.pdf

[4] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83834NED/table?ts=1518009496921

Advertenties

From → 0. Permanent

2 reacties
  1. Dank! Dat wordt dus een bloedbad eind van de week, hetgeen natuurlijk gezien de beurs te verwachten was, maar aan winstwaarschuwingen doen de pensioenfondsen niet. Daar kun je als DNB en AFM natuurklijk ook geen toezicht ophouden.
    https://www.abp.nl/over-abp/actueel/pers/

    { Inmiddels zijn de resultaten officieel bekend, althans in percentages rendement. De tekst is overeenkomstig aangepast.Gezien het rendement van gemiddeld -1,3% is de VRH voor 2018 pure diefstal.}

  2. Dhr JC Kortekaas permalink

    “Binnenkort komt het rendement t/m 4e kwartaal 2018 van de vijf grote fondsen beschikbaar. Tot en met het 3e kwartaal 2018 was dat rendement gewogen 2,7%. Dit rendement heb ik dus voorlopig voor 2019 aangehouden.”

    Jaar van negatief rendement voor de grote 5.
    Laatste kwartaal deed de jaarwinst verdampen.

    https://www.aon.com/netherlands/persberichten/2019/tegenvallend-jaar-voor-pensioenfondsen.jsp

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: