Spring naar inhoud

Belastingschijven 2019

14 januari 2019

____________________________________________________________________________________________________________________________

Hoewel we natuurlijk een eenvoudig belastingstelsel hebben met slechts drie tarieven in box 1 is het toch handig om het bruto-netto traject in kaart te brengen. De werkelijke situatie is immers aanzienlijk gecompliceerder. (update: Ook Teunissen wijst in een recent Mejudice artikel op de stiekeme misleiding van de belastingtabellen. [7]) De fiscale beleidsagenda geeft daartoe aanvullende achtergrondinformatie die we hier verder niet behandelen [1]. In deze bijdrage gaan we voornamelijk in op de belastingdruk op basis van de 2019 regelingen. De grafieken in § 2 (werknemers) en §3 (zelfstandige ondernemers) geven een kijkje in het overigens nog lang niet volledige plaatje. Daarnaast komt ook de marginale belastingdruk aan de orde. Het effect van de toeslagen worden kort in §4 vermeld.

Door de aftrek pensioenpremie (werkgevers-(!) en werknemerspremie) is de werkelijke belastingheffing hoger dan uit het loonstrookje blijkt. Wat de uiteindelijke belastingdruk op de pensioenuitkering wordt, moet men maar afwachten.

Het zou bijzonder handig zijn als de Proefberekening toeslagen werd uitgebreid tot een Proefberekening netto-inkomen. Het zou nog handiger zijn als de hervorming van het belastingstelsel voortvarend ter hand werd genomen.

____________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

We behandelen hier alleen het inkomen uit arbeid en de MKB-winst van de zelfstandige ondernemer.  Voor de in kaart gebrachte armoede zie hier.

De belastingdienst geeft jaarlijks de volgende virtuele tabel, die op het internet tot vervelens wordt herhaald, maar met de werkelijkheid niets uitstaande heeft [1]:

(a) Bij deze tabel moet je natuurlijk de algemene heffingskorting en de arbeidskorting nog in aanmerking nemen. Daarnaast heb je dan nog te maken met huurtoeslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag en zorgtoeslag. [4] Per saldo heb je dan weer een ouderwetse belastingtabel maar met aanzienlijk meer rekenwerk dan de oude situatie. Een moderne versie vindt u in combinatie hier [3;4]. Het budgetteren van je netto-inkomen 2019 is dus geen peulenschilletje dankzij onze politici die al een tiental jaren op hun handen zitten i.p.v. ons belastingstelsel ingrijpend te hervormen.

De volgende tabel geeft iets meer inzicht in de belastingheffing voor 2019:

Tabel 1 Belastingtarieven 2019

(a) De algemene heffingskorting en de arbeidskorting krijg je alleen voor zover je belasting betaalt. De heel lage inkomens worden dus mede door b.v, de pensioenpremieaftrek gekort op hun netto-inkomen. Indien de minst verdienende partner zijn kortingen niet kan relaiseren en de meestverdiende partner betaalt genoeg belasting dan betaalt de belastingdienst de niet verleende korting uit. Die uitbetaling wordt in 2019 flink gekort zodat je nog meer moet klooien in de verdeling van het inkomen tussen de partners.

(b) Ogenschijnlijk is het marginale toptarief 51,75%. In werkelijkheid is dan in het interval € 68.507 t/m € 90.710  eerder 57,8% door de afbouw van de arbeidskorting. Na die afbouw bedraagt het gemiddelde tarief bij een inkomen van € 130.000 zo’n 44,3%. Het toptarief is dan vanaf € 90.710 pas 51,75%.

(c) De ondernemer heeft daarbij recht op zelfstandigenaftrek € 7.280 en MKB-winstvrijstelling 14%., als hij daarvoor kwalificeert. Er wordt merkwaardig genoeg geen grens aan de MKB-winstvrijstelling gesteld. De fiscus gaat er kennelijk vanuit dat de aanmerkelijk belang VpB-wal het schip keert.

Om een goed gevoel te krijgen voor de uitkomsten van optel exercitie van de belastingregelingen, exclusief toeslagen, die ons te wachten staat, zullen we eerst kijken hoe de algemene heffingskorting en de arbeidskorting doorwerken voor de werknemer en de zelfstandige ondernemer:

 Grafiek 1 Algemene heffings-en arbeidskorting werknemers en ondernemers 2019

(i) De rode lijnen geven de situatie voor de werknemer weer, de blauwe lijnen de situatie voor de zelstandige ondernemer. De totale korting lijn is in het onderste inkomenssegment bizar. Ik weet dan ook niet wat ze op het Ministerie van Financiën gerookt hadden toen ze de rekentabel opstelden. In elk geval zal duidelijk zijn dat de optelling van de tabelberekening en de uitkomsten van de belastingkortingen per saldo tot merkwaardige uitkomsten leidt.

(ii) De algemene heffingskorting wordt over het belastbaar inkomen berekend en afgebouwd tot een belastbaar inkomen van € 68.507. De arbeidskorting wordt berekend over het arbeidsinkomen van werknemer en de zelfstandige ondernemer. Deze wordt eerst tot een inkomen van € 20.940 opgebouwd en vanaf een arbeidsinkomen van € 34.060 afgebouwd tot de grens van € 90.710 wordt bereikt.

De algemene heffingskorting en arbeidskorting worden alleen uitbetaald als de op grond van de tabellen te betalen belasting hoger uitvalt dan het kortingenbedrag (verzilveringsprobleem). Voor werknemers en zelfstandige ondernemers is de te betalen belasting verschillend en daarmee ook de uiteindelijk gerealiseerde kortingen.

§2 Het belastingtarief inkomensgebied tot en met € 130.000 (werknemers)

De grafiek van het marginale en gemiddelde belastingtarief tot en met een inkomen van € 130.000 voor de werknemer kan als volgt worden weergegeven:

(click op grafiek od Ctrl+ om te vergroten)

Grafiek 2 Marginaal en gemiddeld tarief werknemers 2019

(a) De grafiek is nog maar een deel van het verhaal. Allereerst moet je natuurlijk rekening houden met het HRA-infuus en de pensioenpremie. Die laatste wordt initieel van het belastbaar inkomen afgetrokken. De premie, begrepen in de uitkering, wordt later alsnog belast. Voor de lagere inkomens heb je dan ook nog te maken met de toeslagencarrousel.[3]. Voor de arbeidskorting werkt de arbeidskorting om volstrekt onduidelijke redenen door tot en met een jaarinkomen van € 90.710 in de tabellen.

(b) De afbouw arbeidskorting zorgt voor werknemers in het inkomensinterval € 68.507 t/m € 90.710 voor een marginaal tarief van 57,8%. i.p.v. van de tabelsuggestie van 51,75% van de belastingdienst. Voor de ondernemer zie §3.

(c) Je zou natuurlijk eigenlijk ook nog even rekening moeten houden met de zorgverzekeringspremie

  • Voor de werkgeversheffing Zvw geldt het hoge percentage van 6,95 (was 6,90% in 2018).
  • Voor de eigen bijdrage Zvw die uw werkgever of uitkeringsinstantie inhoudt op uw loon of uitkering, geldt het lage percentage van 5,70 (was 5,65% in 2018).
  • Voor de eigen bijdrage Zvw die u via een aanslag Zvw betaalt, geldt het lage percentage van 5,70 (was 5,65% in 2018).

Het maximumbijdrage-inkomen  zvw in 2019 is € 55.927.

Dat de wetgever die zvw.-premies niet gewoon in de belastingtabellen opneemt en de verrekening achter de klapdeuren regelt, is natuurlijk te veel gevraagd. Het “voordeel” is dat het belastingtarief zo lager lijkt. Dat laatste geldt natuurlijk voor alle sociale verzekeringswetten, die overigens materieel alle door de werknemer uit zijn loonruimte worden betaald. Werkgeverspremies bestaan niet, behalve als die sociale regelingen worden opgeheven en de premies derhalve aan de werknemer moeten worden teruggegeven.

(d) Zoals we in de grafiek konden zien is het belastingtarief aan de onderkant van de tabel een soepzooitje:

Tabel 2 Belastigen in interval € 0 t/m € 20.940  

(i) Hiermee is het verloop van de paarse lijn in de grafiek van het marginale belastingtarief in het interval tot € 9.694 toegelicht, maar niet verklaard.  Zoals gezegd indien de toeslagen worden meegenomen wordt het verloop nog grilliger.

(e) Het verloop van de grafiek valt nog aanzienlijk te verbeteren door belastinghervormingen – zie ook grafiek [1]. Voor de verbeterpunten zie [5] en b.v. de bijdrage Inkomen uit vermogen 2011-2014.

§3 Werknemers en ondernemers in vergelijk voor het inkomensgebied tot en met € 130.000

Dezelfde grafiek met de tariefstelling laat zich ook voor ondernemers opstellen:

Grafiek 3 Marginaal en gemiddeld tarief ondernemers 2019

(a) Door de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling met de algemene heffingskorting op basis van belastbaar inkomen en de arbeidskorting op basis van arbeidsinkomen is het tarief verloop, zo mogelijk, nog grilliger.

(b) De afbouw van de arbeidskorting loopt voor de zelfstandige ondernemer ook door tot een arbeidsinkomen van € 90.710. In het bruto-inkomen interval van € 86.890 t/m € 112.707 (belastbaar € 68.507 t/m € 90.710) bedraagt het marginale tarief, door de afbouw van de algemene heffingskorting, en arbeidskorting 50,5%, daarna wordt het marginale tarief 44,5% – zie het dromedaris effect in de grafiek.

We hebben een grondwet die bepaalt dat allen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Nu is de ondernemer kennelijk een geval apart die als zelfstandige een zelfstandigenaftrek krijgt van € 7.280 en wiens winst na zelfstandigenaftrek maar voor (100%-14%) wordt belast. Dat scheelt een slok op een borrel, zeker als je nagaat dat die 14% aftrek onbeperkt doorgaat. Die regeling is dus volstrekt doorgeslagen en één van de motoren van de opkomst van het aantal zzp’ers. Onze politici hebben dat natuurlijk niet geweten, ik wil hier geen germanisme gebruiken. Ook de race to the bottom in de vennootschapsbelasting helpt natuurlijk om de druk op de regeling te houden. Wat er tegen is dat men de BV in gaat is mij niet geheel duidelijk. Omgekeerd zetten de MKB-faciliteiten weer het box 2 tarief onder druk. En zo laat de overheid zich flink chanteren c.q. komt de politiek het bedrijfsleven wel erg ruim tegemoet.

Die rechtsongelijkheid laat zich in de volgende grafiek weergeven:

Grafiek 4 De rechtsongelijkheid in de belastingheffing 2019

(a) De rechtsongelijkheid is nog groter omdat de toeslagen worden bepaald op basis van het fiscale verzamelinkomen, dus na aftrek zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling. Daar komt dan nog de pensioenpremie en het HRA-infuus bij voor de meer welgestelde middenstander.

Uiteraard profiteert de schijnzelfstandige minimumloon zzp’er in het geheel niet van al deze geneugten als hij zich o.a. moet verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid, ziekteverzuim en pensioen. Hij loopt ook nog het- niet denkbeeldige – risico dat zijn belastingvoordeel wordt afgeroomd door zijn opdrachtgever, met in diens board vaak één of meerdere van die sociale politici c.q. baantjesjagers. Ook onze betrouwbare overheid doet als opdrachtgever aan dit spelletje mee.

§4 Toeslagen

Bij het bepalen van de toeslagen wordt uitgegaan van het verzamelinkomen (het bij elkaar getelde belastbaar inkomen in box 1, 2 en 3). Dat houdt in dat rekening wordt gehouden met de netto hypotheekrenteaftrek en de betaalde pensioenpremie. Als je hier geen gebruik van maakt/(kunt maken) ontvang je dus minder toeslag.

Het voordeel van de toeslagen is dat die onafhankelijk van de betaalde belasting worden uitgekeerd. Je moet die toeslag wel aanvragen, terwijl de belastingdienst de meeste informatie heeft en je toch minstens kan waarschuwen als je voor toeslagen in aanmerking komt. Voor het aangifte doen lukt dat elk jaar, volstrekt overbodig, altijd wel. Voor berekening van toeslagen in onderstaande tabel is uitgegaan van een huur van € 500 per maand zonder bijkomende kosten en een gezin met twee kleine kinderen. De kinderopvangtoeslag is maximaal aangewend. Voor de overige aannames zie §5.

Onderstaande tabel laat de uitwerking zien voor een aantal inkomens op jaarbasis [3;4]:

Tabel 3 Toeslagvoorbeelden 2019

(i) De netto kolom geeft aan in welke mate de belastingdienst nog belastingen vangt. De tabel geld voor werknemers. Voor zelfstandige ondernemers moet je eerst rekening houden met de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling die het verzamelinkomen verlagen.

(ii) Wie zich wil verdiepen in de makke van het toeslagenstelsel kan nog steeds bij Van Dijkuizen c.s. II hoofdstuk V terecht, we hebben immers al jaren geen staatssecretaris van financiën gehad die doet waar hij voor betaald krijgt. [6]

§5 Uitwerking voor enkele inkomens

Tot slot geven we even de uitkomsten voor enkele inkomens, inclusief het effect van de huurtoeslag, HRA-infuus en zorgtoeslag.

Uitgangspunten

(a) De minstverdienende partner verdient 60% van de meestverdienende partner. We rekenen in totaal zes casussen uit, drie met huur en drie met een koopwoning.

(b) Van de toeslagen wordt hier alleen de zorgtoeslag en de huurtoeslag meegenomen.

(c) De eigen woning is op basis van 90% van het maximaal te lenen bedrag. De rente is 1,85% voor tien jaar vast. De rentelast is de last in het 5e jaar.

(d) Als de gekozen voorbeelden niet representief genoeg zijn, kunt u zelf aan de slag.[3;4]

Op die basis kunnen we met Raet Proforma en de toeslagencalculator het bruto-netto traject uitrekenen. [3;4]

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Tabel 4 Casusvoorbeelden 2019

(a) De alleenstaande minimumloner kan € 1.178 huurtoeslag niet verzilveren. De netto huur is derhalve € 416 per maand i.p.v. € 318 per maand.

(b) Het paar met een komen van € 44.000 kan zich geen koopwoning permitteren en heeft ook geen recht op toeslagen. De huur bedraagt € 600 per maand en zij wonen dus het duurst.

(c) Het HRA-infuus zorgt dat men relatief goedkoop woont. De exploitatiekosten zijn niet meegenomen, de aflossing is sparen en de aanhoudende stijging van de huizenprijzen zijn ook niet meegeteld. De zakelijke lokale belastingen hadden die eigen woning bezitters wel uit andere hoofde betaalt.

(c) Bij een gezamenlijk inkomen van € 144.000 is de totale belastingdruk 33,6%.

(d) Als kanttekening valt nog te plaatsen dat over de pensioenuitkering t.z.t. nog achterstallige belasting moet worden betaald. Dat gebeurt dus over het werkgevers- en werknemersdeel van de premie en het beleggingsrendement als onderdeel van de uitkering. Deze post wordt nooit in de belastingdruk meegenomen. Het belastingtarief bij uitkering is afhankelijk van de hoogte van het pensioen bij uitkering, dus mede van het aantal opbouwjaren. de belastingdruk in deze bijdrage wordt dus te laag voorgesteld.

In een wel erg gestileerd voorbeeld werkt dit ongeveer als volgt:

Tabel 5 Gestileerd voorbeeld effect pensioenpremie op belastingdruk

(i) We gaan, voor het gemak, uit van een alleenstaande. De verhouding pensioenpremie werkgever/werknemer is 17,43%/ 7,47%. Overigens is dit reinste flauwe kul: de hele premie van 24,9% van de pensioengrondslag (€ 93,793) wordt door de werknemer betaald uit zijn loonruimte.

(ii) Als belastingtarief bij uitkering is (arbitrair) 40% aangehouden. Tenslotte wordt vaak niet voor alle jaren pensioen opgebouwd. ( – zie grafiek §2 voor indicatie totale tarief). Die uitkering is op langere termijn en zou je dus feitelijk contant moeten maken. Grote onbekende is natuurlijk het belastingstelsel bij uitkering. Tegen die tijd zal de AOW wel gefiscaliseerd zijn: politici zijn immers niet te vertrouwen. Met een althans verbaal populaire vlaktaks valt het tarief misschien iets lager uit.

(iii) In feite wordt dus ca € 9.341 meer belasting geheven dan op het loonstrookje staat. De belastingdruk is – overigens geheel toevallig- gelijk.  De gederfde belasting komt door het marginale tariefverschil loon/pensioen. In werkelijkheid spelen de sociale premies ook nog een rol (b.v. zvw-premie 5,7%).

Ons fiscale stelsel is zo ingericht dat de belastingheffing volstrekt ondoorzichtig is. Maar onze politici houden zich liever bezig met onze identiteit, zwarte piet en andere frutsels. [5]

__________________________

Laatst bijgewerkt 12 april 2019

[1] Fiscale beleidsagenda

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/02/23/bijlage-%E2%80%93-fiscale-beleidsagenda

Het beloofde land van Rutte III in 2021 is dan als volgt:

We zien hier het grillige verloop van grafiek 2 terug.

[2] https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/inkomstenbelasting/heffingskortingen_boxen_tarieven/boxen_en_tarieven/overzicht_tarieven_en_schijven/u-hebt-in-2019-nog-niet-aow-leeftijd

[3] https://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/toeslagen/

[4] Raet Proforma, https://www.raet.nl/bruto-netto-salaris-berekenen

De uitkomsten in deze bijdrage wijken licht af van Proforma (op jaarbasis), ik hou mij niet bezig met allerlei afrondingsregeltjes.

[5] Koen Caminada, “De tragiek van gefaalde ambities en gemiste kansen rond belastinghervorming”, Me Judice, 23 september 2015.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-tragiek-van-gefaalde-ambities-en-gemiste-kansen-rond-belastinghervorming

[6] https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-financien/documenten/rapporten/2013/06/18/eindrapport-commissie-inkomstenbelasting

[7] Jos Teunissen, “Stiekem belastingen verhogen”, Me Judice, 9 april 2019.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/stiekem-belastingen-verhogen

 

Advertenties

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: