Spring naar inhoud

Pensioenvermogen 2019

24 december 2018

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Het pensioenvermogen bedroeg eind 2017 € 1,560,6 mld. Dat pensioenvermogen zal eind 2019 ca € 1.700 mld. bedragen. Daar komt nog grofweg € 170 mld. bij voor de de derde pensioenpijler, die we in deze bijdrage overigens verder niet meerekenen. De belastingclaim op dat vermogen (incl. derde pijler) komt dan op ca € 650 mld. Daarmee is de overheidsschuld meer dan volledig (ca 1,6 x) in het pensioenvermogen belegd. Het rendement op het pensioenvermogen bedroeg voor 2017 ca € 84 mld. (2016 € 130 mld.) Het pensioenvermogen steeg in de periode 1996-2017 met 6,9% per jaar, terwijl het bbp in die periode met 3,7% per jaar steeg

Volgens de CPB-systematiek bedroeg het pensioenvermogen eind 2017 € 1.601 mld. Dat vermogen bestaat uit “Pensioen rechten en overige aanspraken” (€ 1.450) en “Levensverzekerings- en lijfrenterechten” (€ 151 mld.) volgens de CBS-opendata-statistieken. Als je al over systematiek wilt spreken moet je daar de algemene reserve pensioenfondsen nog bijtellen (DNB: € 110 mld.) zodat je dan totaal op € 1.711 uit komt. Als je zwijgt als het graf over de omvang van het derde pensioenpijler vermogen verhoogt dat het vertrouwen in de CPB-aanpak niet. Op dat vermogen rust daarnaast nog een forse progressieve belastingclaim, dus als je het vermogen van huishoudens met het buitenland wilt vergelijken, of iets over de vermogensverdeling wilt zeggen, zoals het CPB probeert te doen, dan moet je daar de latente progressieve belastingclaim systematisch vanaf trekken. [16]

Het is natuurlijk wel sneu dat van dit alles in de CBS inkomens– en vermogensstatistieken van de staat en zijn burgers zogoed als niets valt terug te vinden.

Kennis over de totale omvang van het pensioenvermogen is, gezien de omvang, van belang voor het inzicht in de financiële positie van de staat als groot aandeelhouder (35%) in dat vermogen.[8] Het is dan ook opmerkelijk dat de statistiek over de omvang van het totale pensioenvermogen een ondergeschoven kindje is en dat daarover nauwelijks consistent en volledig (derde pensioenpijler) wordt gerapporteerd. Een belangrijke reden daarvoor is natuurlijk dat de overheid er belang bij heeft die informatie onder de pet te houden: hoe kun je anders bezuinigingen en ombuigingen (een pleonasme) afdwingen? Bovendien zou het CPB niet langer hoeven te rapporteren over het houdbaarheidssaldo en dat is toch niet goed voor de werkgelegenheid bij dat instituut?

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

In deze bijdrage gaan we nader in op de hoogte van het pensioenvermogen exclusief derde pensioenpijler en daarop rustende belastingclaim. Daarnaast laten we zien wat het rendement op dat pensioenvermogen is en hoe de pensioenpot zich op de langere termijn ontwikkelt. Tot slot vergelijken we Nederlandse positie ten opzichte van een aantal andere landen. Het gaat hierbij om de omvang van het pensioenvermogen dat onder de omkeerregel pensioenen is gevormd en waarop nog een belastingclaim rust van gemiddeld 35%. [8]

Het pensioenvermogen van de tweede pensioenpijler (arbeidsgebonden pensioen) bestaat uit de som van de algemene reserve en pensioenverplichting pensioenfondsen en de pensioenvoorziening die door de verzekeringsmaatschappijen wordt opgebouwd voor de werknemers. Daarnaast kennen we nog een zogenaamde derde pensioenpijler van fiscaal gefaciliteerde individuele pensioenregelingen. Hieronder vallen o.a. (nog niet) afgebouwde pensioenen in eigen beheer, Fiscale OudedagsReserve, lijfrenten, banksparen, en pensioenbeleggingsproducten.

Twee recente berichten geven eigenlijk al het antwoord op de vraag hoe groot het pensioenvermogen eind 2017 ongeveer was, als je even van de derde pensioenpijler afziet [1;3].

1.1 Het Ministerie van Financiën (MvF) “informeerde” de Tweede Kamer 01/10/2018 als volgt:

“Het pensioenvermogen is, hoewel niet vrij beschikbaar, een belangrijk onderdeel van het totale vermogen van Nederlandse huishoudens. Door de vormgeving van de Nederlandse instituties bouwen huishoudens relatief veel vermogen op voor de oude dag. Zonder deze instituties zouden huishoudens zelf moeten sparen voor hun oude dag. Het totale vermogen van Nederlandse huishoudens is in 2017 ca. € 3.800 miljard. Wanneer het pensioenvermogen niet wordt meegerekend is het vermogen van Nederlandse huishoudens gelijk aan ca. € 2.200 miljard” [1, vraag 104]

Deze Cijfers zijn volgens [1; noot 12] afkomstig van DNB. Het MvF is kennelijk niet in staat deze cijfers zelf op te hoesten, hoewel dat voor het volgen van de belastingclaim op de van het fiscale inkomen afgetrokken premies wel wenselijk zou zijn. Naar de samenstelling van dat € 1.600 mld. tweede pensioenpijler pensioenvermogen mogen we raden en we kunnen derhalve niet zo veel met dat cijfer. De samenstelling van het overige € 2.200 mld. vermogen is zo mogelijk nog raadselachtiger. Dat dit pensioenvermogen ten onrechte bruto wordt voorgesteld mag je er zelf bijdenken. Het Rijk bezit dus eigenlijk € 560 mld. van het bruto pensioenvermogen en de pensioendeelnemers € 1.040 mld.  Dat het overige vermogen huishoudens ”in 2017″ € 2.200 zou bedragen mag ook op zijn minst opmerkelijk genoemd worden. Per 1/1/2016 was dat vermogen immers (laatst bekende cijfers) volgens het CBS nog maar € 1.157 mld.  Het MvF heeft overigens de derde pensioenpijler (oude CBS-indicatie ca 11% tweede pensioenpijler) even buiten beschouwing gelaten, die cijfers worden immers door de overheid ook niet bijgehouden.[2]

1.2 Het CPB (Letour) stelde in zijn 11/9/2018 notitie Indicatoren vermogensongelijkheid het bruto pensioenvermogen,  inclusief levensverzekeringen en lijfrenten, op [2]:

Het vermogen van huishoudens bestaat vooral uit beschikbaar financieel vermogen en collectief pensioenvermogen. In de eerste plaats is dat het financieel vermogen, gedefinieerd in box 3 van de inkomstenbelasting, en de waarde van het eigen huis minus (hypotheek-)schulden. De omvang van beide componenten bedroeg eind 2016 1.157 mld euro. In de tweede plaats is er in Nederland een omvangrijk collectief pensioenvermogen (CM € 1.450 mld.) , Dat bedroeg, inclusief levensverzekeringen en lijfrenten (CM €136 mld.) , totaal 1.586 mld euro (eind 2017). Het is een collectief vermogen waarop huishoudens wel recht hebben, maar dat niet vrijelijk beschikbaar en overdraagbaar is.”

Dat collectief pensioenvermogen groot € 1.450 mld. zijn de CBS-pensioenaanspraken daar moet je nog de algemene reserve pensioenfondsen (€ 111 mld.) bijtellen zodat het pensioenvermogen tweede pijler eind 2017 eerder op bruto € 1.561 mld. uitkomt. Ter vergelijking, zoals we nog zullen zien, komt DNB eveneens op € 1.560.6 mld., die cijfers zijn toevallig voor 2017 gelijk. Ook hier moet nog de belastingclaim vanaf als je tenminste geen appels en peren bij elkaar wilt optellen bij de bepaling van het totale vermogen van de huishoudens of als je dit vermogens met het buitenland wilt vergelijken, zoals het CPB doet.

Nederland heeft na Denemarken relatief het hoogste bruto pensioenvermogen volgens de OECD. Door de omkeerregel pensioenen wordt daarmee een fors gat geslagen in de liquiditeitspositie van de overheid en de burgers. De overheid vult zijn liquiditeiten aan met onnodig hoge belastingen. Alle belastingbetalers betalen die belastingen en de pensioendeelnemer wordt daarnaast nog eens gepakt door een volkomen achterhaald en archaïsch Financieel ToetsingsKader. De niet pensioen deelnemer betaalt fors mee aan die onnodig hoge belastingen. Ook blijft door het nalaten van indexering van de pensioenuitkeringen die belasting opgepot en moet die belasting door de huidige belastingbetalers alsnog worden opgebracht. ( dus 1 x bij aftrek premie, 1 x over het (uitgestelde?) indexatiebedrag en 1 x bij pensioenuitkering)

Er is dus alle reden om het pensioenvermogen goed en volledig in kaart te brengen. Helaas lukt dit niet zo goed omdat het CBS zijn werk niet goed kan doen gegeven het feit dat te weinig financiële middelen beschikbaar worden gesteld. (zie Piketty discussie Tweede Kamer). Daarnaast is er weinig coördinatie tussen CBS, CPB en DNB om een sluitend plaatje op te leveren en tevens inzicht te geven in de omvang van de belastingclaim in aanvulling op de houdbaarheidsplaatjes. Ook mag het Ministerie van Financiën wel iets beter op zij centen passen door alle bedragen die in de vorm van premies zijn afgetrokken van de belastingen beter te volgen voor latere inning. De belastinginning is deels uitbesteed aan de verzekeringsmaatschappijen, de controle daarop is op zijn minst fragwürdig. In elk geval kan het CBS deze cijfers niet eenvoudig verzamelen.

In Grafiek 1 is een historisch verloop van het pensioenvermogen 1995-2017 opgenomen die laat zien dat de toename van het pensioenvermogen buiten proporties is.

§2 Pensioenvermogen

De pensioenvermogen cijfers van de tweede pensioenpijler kunnen als volgt worden samengevat [5]:

Tabel 1 Pensioenvermogen 2006-2019

(Click op tabel of Ctl+ om te vergroten)

(a) Het pensioenvermogen in de tweede pensioenpijler is bepaald aan de hand van de DNB-statistieken aangezien deze driemaandelijks met de regelmaat van de klok verschijnen en consistent worden bijgehouden.[5] Het CBS houdt ook statistieken bij met pensioendata, die het CPB gebruikt om het pensioenvermogen te bepalen. [17] Het voordeel van deze cijfers is dat ze vanaf 1995 beschikbaar zijn. Het verschil tussen de twee uitkomsten is verbazingwekkend klein vanaf 2008.

(b) De DNB statistieken zijn onvolledig omdat de zogenaamde derde pensioenpijler in die statistieken niet wordt bijgehouden. Het CBS, dat daarvoor is ingehuurd, doet dat overigens ook niet. In 2010 ging het volgens het CBS (gedateerd) om ongeveer 5/45 of 11,1% van de tweede pensioenpijler.[2] In 2012 zou dat dan om ongeveer  € 121 mld.  pensioenvermogen gaan. Knot kwam in een lezing in het zelfde jaar op een bedrag van ca € 181 mld.[7] Het gaat dus niet om de postzegelkas. Toch zijn de cijfers onvoldoende betrouwbaar om in onze opstelling mee te nemen. De pensioenen in eigen beheer worden ook nog eens afgebouwd. De cijfers in tabel 1 zijn daarmee uiterst conservatief als we b.v. de belastingclaim op het pensioenvermogen aan de hand van deze cijfers willen bepalen.

(c) Om de vermogenspositie van de burgers te kunnen vergelijken met het buitenland moet je het netto pensioenvermogen als vermogen aanmerken.[3] De stelling dat het pensioenvermogen is vrijgesteld van vermogensrendementsheffing is op zich juist, maar je moet er wel direct bij vertellen dat het uitgekeerde rendement wordt belast in box 1. Met het huidige FTK is de uitkering van dat rendement en de belastingbetaling daarover voor een niet onbelangrijk deel met sint-juttemis.

(d) Onderstaande opstelling in de miljoenennota 2019 op pagina 23 is dus volstrekt misleidend, met DNB als medeplichtige:

(i) Het bruto pensioenvermogen bedraagt eind 2017 212% bbp, netto is dat eerder 138%, maar dan zou Hoekstra die 74% die de fiscus toekomt ook moeten boeken en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Dan kun je immers ineens minder belasting heffen en de rekening van de rente op de overheidsschuld ook niet meer bij de burger neerleggen.

(ii) Als je naar de jaarlijkse miljoenennota kijkt dan wordt het steeds verbazingwekkender dat onze Minister van Financiën geen enkele aandacht besteed aan de ontwikkeling van de omvang van zijn belastingclaim en het enorme sterk fluctuerende beleggingsresultaat met het risico dat de schatkist daarover loopt, terwijl hij toch wel jaarlijks, met onze MP en onze Koning, leutert over het renterisico op onze overheidsschuld. De MN 2019 heeft het op pagina 21 wel over de huishoudens maar niet over Rijk’s schatkist.

(e) Het CBS meende overigens dat we eind 2015 al een pensioenvermogen op het niveau van € 1.700 mld. hadden bereikt en de media kalkten toen dat persbericht enthousiast en klakkeloos over. [2]

Grafisch kan de buiten proporties grote toename van het pensioenvermogen (pensioenaanspraken en algemene reserve pensioenfondsen) als volgt worden weergegeven:

Grafiek 1 De ontwikkeling van het bbp en pensioenvermogen 1995-2019

(a) De toename van het pensioenvermogen 1996-2017 was 7,2% per jaar. In diezelfde periode steeg het bbp met 3,7% per jaar.

(b) De toename van het pensioenvermogen wordt in belangrijke mate veroorzaakt (CPB stelt dubieus 50%) door forse rendementen die t.z.t. bij uitkering worden belast. Het huidige werkelijke belastingtarief is dus de facto hoger dan het CBS, CPB en het MvF de burgers voortoveren. Tel daarbij het HRA-infuus effect en u begrijpt waarom de Nederlandse box 1 en III tarieven onnodig hoog zijn.

§2 Rendement op het pensioenvermogen

Het zal duidelijk zijn dat over een pensioenvermogen groot € 1.600 mld. een fors rendement gemaakt wordt. Als we, net als het CPB in zijn houdbaarheidsstudies, uitgaan van een gemiddeld rendement van 5% hebben we het al over een jaarlijks rendement voor de deelnemers van € 52 mld. en € 28 mld. voor de staat. Met een interestlast van € 5,5 mld. op de overheidsschuld verdient de staat er flink aan. Die staat heft liever belastingen i.p.v. die opbrengst in zijn boeken te verantwoorden.

Wij vinden inzicht in het werkelijk rendement zo belangrijk dat we er toch maar een gooi naar doen door dit zo goed mogelijk te benaderen:

Tabel 2 Rendement bruto pensioenvermogen 2006-2017 in € mld.

(a) De deelnemers maakten in de periode 2006-2017 een bruto rendement van ca € 522 mld. op hun bruto pensioenvermogen. In diezelfde periode nam hun netto claim op het pensioenvermogen met € 552 mld. toe. Gemiddeld was het rendement in bovenstaande opstelling meetkundig 5,8%.

(b) De staat maakte in de periode 2006-2017 een rendement van ca € 281 mld. op zijn pensioenvermogen. In diezelfde periode nam zijn belastingclaim op het pensioenvermogen met € 297 mld. toe.

(c) Het belang van het indirecte beleggingsresultaat blijkt duidelijk. Voor vastrentende beleggingen kan het agio door rentestijging snel verdampen terwijl dat agio natuurlijk ook nog eens moet worden geamortiseerd over de looptijd van de belegging als deze wordt aangehouden tot vervaldatum. Dit drukt dan het toekomstig rendement. Het renterisico kun je indekken, maar dit is geenszins gratis. Achteraf weten de vele stuurlui aan de wal welk beleggingsbeleid in het verleden gevoerd had moeten worden en daar vallen ze ons dan al twitterend mee lastig.

(d) Aangezien het CPB in zijn houdbaarheidssommetjes consistent rekent met 5% rendement op het pensioenvermogen moet het CPB jaarlijks geld overhouden. Dit geldt te meer daar het rendement op de derde pensioenpijler nog niet is meegerekend.

(e) Voor een nader inzicht in het niet zo onsuccesvolle rendement van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen, die ca 57% van het pensioenvermogen pensioenfondsen uitmaken, zie deze bijdrage. Niet dat dit er binnen het huidige onzinnige FTK iets toe doet.

§3 De pensioenpotten in 2040 en 2060

Een prognose van de omvang van het pensioenvermogen 2060 is het papier niet waard waarop het gescheven is. Toch is enig inzicht nuttig als was het maar op de onzinnige stelling te weerleggen dat de pensioenpotten zeer binnenkort leeg zouden zijn.  Het ABP heeft dit al eens uitvoerig weerlegd.

Als de pensioenpotten niet leeg raken maar elk jaar zelfs verder toenemen ( niet zo zeer in % bbp, maar wel in absolute bedragen) dan kan dat vermogen ook niet bijdragen aan de hogere AOW-uitgaven en zorgkosten in de toekomst. De omkeerregel kost dan immers elk jaar nog steeds besteedbaar inkomen van de nieuwe generatie om dat pensioenvermogen te laten toenemen.

We geven hierbij wat gedateerde informatie van overheidswege waarvan de betrouwbaarheid door het ontbreken van achterliggende data ook niet vast te stellen is [9;10]:

Tabel 3 Prognose pensioenvermogen 2040-2060

(a) De wat veroudere prognose (03/2017) van het pensioenvermogen 2060 bedraagt 147,5% van het bbp_2060 of naar beneden afgerond € 4.300, voor 2040 is dat vermogen € 2.300 mld. Het is daarbij goed om te weten dat we rond 2040 geen EMU-overheidsschuld meer hebben, zodat we dan een overheidsactief van € 820 mld. (54% bbp_2040) hebben opgebouwd. [7] UIt de publicatie Middellange terijnverkenning 2018-2021:

“Als gevolg van het bovenstaande zullen het primaire saldo, de rentelasten, het EMU‐saldo en de overheidsschuld zich gunstig ontwikkelen (zie onderste deel van tabel 3.13 – dus boven). Het primaire saldo stijgt tussen 2015 en 2060 met 1,9% van het bbp van ‐0,6%, een tekort dus, naar 1,3%, een overschot. In de tussenliggende periode worden zelfs hogere waarden bereikt omdat de stijging van belastinginkomsten zich eerder voordoet dan die van de uitgaven. Als gevolg van de hoge primaire saldi loopt ook het EMU‐saldo op en daalt de overheidsschuld. Dit proces wordt in toenemende mate versterkt door de wisselwerking tussen beide variabelen en leidt er zelfs toe dat bij constante arrangementen de schuld rond 2040 volledig is afgelost en daarna overgaat in een (sterk oplopende) vermogensvorming. Als het beleid houdbaar wordt gemaakt door een permanente verlaging van het primaire saldo met 0,7% bbp (via uitgavenverhoging en/of lastenverlichting), zal de schuld aanzienlijk later volledig zijn afgelost en resulteert een relatief klein vermogen.

(a) Als de hemel naar beneden valt hebben we allemaal een blauwe muts op en over de belastingclaim op het pensioenvermogen eind 2040/2060 heeft het CPB het maar even niet. Opdoeken die omkeerregel pensioenen! blijft dus hoogst actueel en dan is onze schuld direct weg en kan het CPB dergelijke cry wolf onzin niet meer opschrijven.

(b) Opmerkelijk is natuurlijk dat het CPB bij constante arrangementen ongevraagd de inflatiecorrectie op de belastingtabellen regelmatig aanpast (Van Dam discussie) , maar wel als een kip zonder kop de overheidsschuld doorrekend tot 2060 en dan op het uiterst onwaarschijlijke getal van -31% bbp_2060, (de sterk oplopende) vermogensvorming) uitkomt. Zo ver zullen onze politici het toch niet laten komen?

§4 Vermogensverdeling van het pensioenvermogen

Op basis van de gestorte pensioenpremie 2001 – 2014 per inkomensdeciel kan de volgende opstellng gemaakt worden:

Tabel 4 Pensioenpremie 2001-2014 naar inkomensdeciel

(a) 73,2% van de pensioenpremie wordt dus afgetrokken door de top 30% inkomens. Als we ervan uitgaan dat de verdeling van het pensioenvermogen overeenkomt met de premieverdeling  dan zijn de pensioenvermogens als volgt verdeeld:

Grafiek 2 verdeling vermogen inclusief en exclusief pensioenvermogen

(a) Van het pensioenvermogen is 65% meegenomen toen dit pensioenvermogen bij het overige vermogen werd geteld. In werkelijkheid is de belasting op de pensioenuitkering progressief belast en zal dus voor de hogere inkomens lager uitkomen. Dat pensioenvermogen verschuift dan met name van de top naar het 5e, 6e en 7e inkomensdeciel – zie tabel 4. Het netto pensioenvermogen is daarmee voor die categorie lager en de pensioenvermogensverdeling minder scheef. Het pensioenvermogen bruto meetellen bij de vermogensverdeling per inkomensdeciel, zoals sommige economen schijnen doen is in elk geval volstrekt onjuist.[16]

§5 Vergelijking met het buitenland

Aan de jaarlijkse OECD-pensioenstatistieken ontlenen we de volgende gegevens [11]:

Grafiek 3 Relatieve belang pensioenvermogen geselecteerde landen

(a) Als de Nederlandse cijfers zo afwijken van de werkelijkheid (zeker incl. derde pensioenpijler) dan zal er voor de andere landen ook wel een steekje loszitten.

(b) De waarde van bovenstaand overzicht is beperkt: de pensioenstelsels en het belastingstelsel zullen zeer verschillend zijn. Zo moet je natuurlijk het aandeel in het pensioenvermogen van de staat en de deelnemers afzonderlijk vergelijken. Indicatief: het zeker niet minder complexe belastingsysteem voor pensioenen in Denemarken staat globaal in deze ppt-presentatie. [12]

(c) Als we op basis van de OECD-cijfers al iets kunnen concluderen dat is het wel dat Nederland, na Denemarken, ogenschijnlijk relatief één van de grootste pensioenreserves ter wereld heeft. Het is alleen jammer dat onze pensioencijfers bij de toetsing aan het Europese Groei- en Stabliteitspact onder tafel verdwijnen. Dit klemt te meer daar we ook nog de ambtenarenpensioenen hebben afgefinancierd, daar moet je in het buitenland eens om komen. Netto, na aftrek van de al meegenomen 35% belastingclaim, gaat het per 30/9/2018 om afgerond toch om nog eens € 400 mld.:

—————————————————————————————————————————————————

Appendix Hoe krijgen we de echte pensioencijfers boven tafel?

In deze appendix gaan we nader in op de exercitie om de “juiste” pensioencijfers boven tafel te krijgen. Eerst behandelen wat losse feiten over de omvang van het pensioen vermogen.  Daarnaast behandelen we twee cijfermatige benaderingen:

♦ Het pensioenvermogen bestaat uit het pensioenvermogen pensioenfondsen (algemene reserve en pensioenvoorziening)  en de pensioenvoorziening bij verzekeringsmaatschappijen. (DNB- en tot en met 2015 CBS-cijfers)

♦ Het pensioenvermogen zoals dat door het CPB wordt gehanteerd bestaande uit Pensioen rechten en overige aanspraken en Levensverzekerings- en lijfrenterechten, zoals dat in de CBS-statistieken voorkomt.

Beide benaderingen leiden, als je tenminste de gemeenschappelijke kenmerken vergelijkt, tot praktisch dezelfde uitkomst eind 2017. (zie tabel 1)

Wat losse feiten:

(1) In het niet zo ver verleden hield DNB een vermogensstatistiek huishoudens bij die tot 2016 werd bijgehouden. Die cijfers waren als volgt [6]:

DNB verstrekt deze gegevens niet meer. Het voordeel van dit cijfermateriaal was dat de kleine dubbeltelling (verschil) tussen pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen werd geëlimineerd.

(2) Knot hield in Washington en bij het afscheid van Hommen toespraken waarin gesteld werd dat het pensioenvermogen ca 212% bbp_2012 (rond € 1.300 mld) bedroeg. Dit cijfer verbaasde de pensioenwereld nogal omdat het ca € 300 hoger uitkwam dan men veelal dacht. Dit kwam omdat Knot ook het derde pijler pensioen meenam dat dus gesteld kan worden op:

Het bedrag was volgens DNB bij een latere verduidelijking om “een ruwe benadering uit een ‘intern model’ dat méér omvat dan het pensioenvermogen, gebaseerd op Nationale rekeningen’”. Transparantie is kennelijk een schaars goed.

(3) Bij de uitfasering van het pensioen in eigen beheer (van AB-aandeelhouders onderdeel van de derde pensioenpijler) moest Wiebes met de billen bloot en toegeven dat de laatst beschikbare cijfers uit 2009 stamden. Die cijfers waren fiscaal € 31 mld. en meer reëel commercieel € 73 mld. [13a]  Er wordt ook wel een cijfer van € 100 mld. genoemd. [13c] In elke geval wordt deze post fors afgebouwd en dit feit heeft censequenties voor de hoogte van de derde pensioenpijler. Ook wordt geruisloos ingeteerd op de niet geboekte belastingclaim op die post en het houdbaarheidssaldo. Of het CPB heeft betere cijfers die het niet deelt met zijn burgers of het CPB fantaseert er lustig op los als het de effecten van de opdoeking van het pensioen in eigen beheer doorrekent.

(4) De  dividendbelasting papers lieten zien dat het MvF intern rekende met een pensioenvermogen van € 1.500 mld. en een belastingclaim op dat vermogen van € 450 mld. De eerste is te laag en het belastingtarief is eerder 35% dan 30% volgens het CPB.[14]

(5) Het CPB stelde in zijn Indicatoren vermogensongelijkheid dat het pensioenvermogen volgens de statistieken van het CBS €1.586 mld. bedroegen. Dat had het CPB diep in de krochten van Statline opgediept door twee cijfers aan elkaar te knopen ([3 blz. 2 voetnoot 3]:

(a) Het CPB hanteerde in [3] het geel gemarkeerde cijfer.

(b) Inmiddels heeft het CBS in Opendata de cijfers geactualiseerd zonder Statline overeenkomstig aan te passen. De 2016 cijfers sluiten overigens niet aan. Bij de aanspraken moet je natuurlijk ook de algemene reserves tellen, die actuele dekkingsgraad heb je immers niet voor niets.

(c) In welke mate over Levensverzekeringen en lijfrenterechten bij uitkering nog belasting betaald moet worden is valt alleen maar te raden.

Pensioenvermogen pensioenfondsen en de pensioenvoorziening  verzekeringsmaatschappijen

Op grond van de verzamelde gegevens kan de volgende tabel voor de vaststelling van het pensioenvermogen worden opgesteld [3;5;15]:

(a) Deze tabel biedt voor de jaren 1995-2017 een overzicht van het pensioenvermogen op basis van de CPB-benadering met bijtelling van de algemen reserve pensioenfondsen en vanuit de DNB-statistieken voor zover de jaren beschikbaar zijn..

(b) Het verloop van dìt pensioenvermogen t.o.v. het bbp is in grafiek 1 opgenomen.

(c) De niet zo materiële verschillen tussen de DNB- en CBS-cijfers zijn dan als volgt [2;5;15]:

(a) De cijfers van DNB geven in elk geval weer welke bedragen t.z.t. de bankrekening van de pensioenlichamen verlaten en, hoe vertraagd ook, op de bankrekening van de pensioendeelnemer terecht komen.

(b) De DNB-cijfers zijn vanaf 2008 volledig beschikbaar. De DNB-cijfers verzekeringsmaatschappijen 2006 en 2007 zijn geschat omdat deze door DNB gecombineerd werden met de lijfrente cijfers voor die jaren. Met de som van levensverzekeringen en lijfrentes van het CBS kan ik niet zoveel. De splitsing is niet gegeven en er is ook geen inzicht in de doorgaans troebele fiscale consequenties.

(c) Het verschil tussen de CBS- en DNB-cijfers laat zich niet analyseren. In tabel 1 zijn beide cijfers opgenomen.

Nog beter zou het natuurlijk zijn als het hele pensioentraject eens behoorlijk in kaart werd gebracht inclusief derde pensioenpijler en het effect van de belastingclaim op dat vermogen nauwkeuriger werd meegenomen.

____________________________

Laatst bijgewerkt 29 december 2018

[1] http://www.rijksbegroting.nl/2019/kamerstukken,2018/10/2/kst249406.html , 1 oktober 2018.

Vraag 104

Waarom worden bij de vermogensschets van Nederlandse huishoudens pensioenen meegerekend?

Vraag 105

Hoe ziet de vermogenspositie van Nederlandse huishouden eruit als pensioen uitgezonderd worden van de vermogensopbouw?

[2] CBS, Pensioenaansprakenstatistiek: Geld van nu voor later,

https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2010/45/pensioenaanspraken-geld-van-nu-voor-later , blz 15.

“De eerste pijler vertegenwoordigt ongeveer 50 procent van het Nederlandse pensioenstelsel, de tweede pijler 45 procent. De resterende 5 procent zit in de derde pijler. Deze derde pensioenpijler is de meest losse pijler, niet alleen in de mogelijkheden tot opbouw, maar ook in de definiëring.” 

“Het vermogen van Nederland is sinds het begin van de crisis gegroeid. Dat komt vooral doordat het vermogen van pensioenfondsen en verzekeraars sinds 2008 met ruim 615 miljard euro groeide tot 1,7 biljoen euro in het derde kwartaal van 2015. Dat meldt CBS op basis van een vandaag voor het eerst gepubliceerd overzicht.”

Aldus CBS 24/2/2016. Maar ik kan er niet zoveel mee, en de media pennen die € 1.700 klakkeloos over.

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/08/nationaal-vermogen-gestegen-door-grotere-pensioenpot

zie ook: http://www.coenteulings.com/nl/schatrijk-maar-geen-pensioenindexatie/ en b.v.

https://www.telegraaf.nl/nieuws/440941/pensioenpot-spekt-rijkdom-nederland

Volgens tabel 1 is het pensioenvermogen eind 2015 vlg. DNB € 1.355 mld. + levensverzekeringen € 142 mld. of € 1.497 mld. en volgens CPB-methodiek € 1.513 mld. Waar de rest van die € 1.700 mld. vandaan komt, heeft het CBS weer eens niet uitgelegd.

[3] CPB, Arjan Lejour,  “Indicatoren vermogensongelijkheid”, 11 september 2018,

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-11sept2018-Indicatoren-vermogensongelijkheid.pdf

[4] De link van [3] naar de CBS statistiek, diep in de krochten van CBS Statline, zonder het CPB had ik die nooit gevonden:

http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82596NED

De actuele openddata cijfers vindt u hier:

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84099NED/table?ts=1537513970100

[5] DNB statistieken

[5a] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-pensioenfondsen-jaar-breukvrij/dataset/7f1c8359-f083-43e0-ac59-762e84c40bdf/resource/5d1bf2b2-48d5-4c4e-924b-836a6f25bd70

[5b] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-pensioenfondsen-kwartaal/dataset/1478b8ae-a702-435e-a8ef-d013d16a8a31/resource/035aa9d6-8fc4-4164-93c0-810a12727329

[5c] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-verzekeringsinstellingen-jaar/dataset/0d7365b8-1f9d-45d4-9836-5949d3df784a/resource/997b00c2-2155-4ffd-9dce-96ae3cf0251b

[5d] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-verzekeringsinstellingen-kwartaal/dataset/444b964e-5ba4-4d52-9249-b96644082bc4/resource/c7d4f4dd-6150-452e-81e0-01ba0e7d86a3

[6] DNB tabel vermogens huishoudens t11.1nk_tcm46-330565 (voor als hij verdwijnt)

[7] De bepaling van het pensioenvermogen 2012 volgens Knot

[7a] Klaas Knot, “Stilstand op een hoog niveau”, http://www.dnb.nl/binaries/speech%20Klaas%20Knot%20-%20Stilstand%20%20op%20een%20hoog%20niveau_tcm46-297988.pdf , blz 5.

Citaat: ” ons collectieve pensioenvermogen van bijna 1.300 miljard”

Evenzo:

[7b] Klaas Knot,  “De spaarzin en schuldenlast van de Familie NL”, http://www.dnb.nl/binaries/Speech%20afscheid%20Jan%20Hommen_tcm46-297055.pdf

[7c]  Leen Preesman, “”, Onduidelijkheid over herkomst 300 miljard pensioenvermogen”, niet meer vindbaar

De heer Preesman doelde hierbij op de 300 miljard boven de “bekende” € 966 mld. van de pensioenfondsen.

[8] https://basjacobs.wordpress.com/2014/05/31/pensioenen-worden-gesubsidieerd-met-17-cent-per-gespaarde-euro/

[9] Kamerstukken, “Stabiliteisprogramma Nederland”,

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2017/04/13/bijlage-1-stabiliteitsprogramma-2017/bijlage-1-stabiliteitsprogramma-2017.pdf

[10] https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-boek-21-middellangetermijnverkenning-2018-2021.pdf

[11] http://www.oecd.org/daf/fin/private-pensions/Pension-Markets-in-Focus-2018.pdf figure 3.

[12] Pension taxation 26.-27. October, Michael Møller & Claus Parum Dep. of Finance, CBS

http://nsfr.dk/uf/90000_99999/92226/9c860ef2eb62a077f102778be7d7a4aa.ppt

[13] Pensioenen in eigen beheer

“Het CBS beschikt niet over een integrale statistiek met gegevens over derde pijler. Informatie over
individuele aanvullende pensioenvoorzieningen en over vermogen kunnen wel worden afgeleid uit
aangiftegegevens van de inkomstenbelasting.”

Wat met dat “kunnen” wordt gedaan is volstrekt onduidelijk en volgens mij kan er ook niet zoveel.

https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2018/39/pensioen-aanspraken-statistiek-2015.pdf

[13a]   https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brieven/2016/10/25/nota-naar-aanleiding-van-het-verslag, blz 32.

De commerciele waardering eigen beheer zou ongeveer € 100 mld. zijn, waarop dit cijfer gebaseerd is, is onduidelijk, de MKB documentatie had het eerder over € 73 mld.:

[13b] https://www.mk-bedrijfsoverdrachten.nl/eigen-beheer-dga-pensioenen-onder-water/

[13c] https://www.accountant.nl/artikelen/2017/3/pensioen-in-eigen-beheer-is-het-lange-wachten-beloond/

[14]  In de onsamenhangende en renundante in elkaar geflanste informatieset pagina 73

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2018/04/24/notities-1-m-4-bij-brief-over-dividendbelating

[15] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/7118shfo/table?ts=1537803317379

[16] In de geciteerde studie van  K. Caminada, K. Goudswaard en M. Knoef, Vermogen in Nederland
gelijker verdeeld sinds eind negentiende eeuw, Me Judice, 27 juni 2014:

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogen-in-nederland-gelijker-verdeeld-sinds-eind-negentiende-eeuw

Hieronder presenteren we de vermogensverdeling zonder en met opgebouwde pensioenrechten. We gebruiken CBS microdata over pensioenaanspraken, -uitkeringen en vermogen voor het jaar 2010. Ook de inleg in de derde pijler vanaf 1989 is meegenomen (lijfrenten). De horizontale as geeft het vermogenspercentiel. Alle bedragen zijn bruto berekend. Zowel op privaat vermogen als op aanvullende pensioenrechten rust een belastingclaim, zij het in verschillende mate (mede afhankelijk van de precieze samenstelling van het private vermogen). Het is niet op voorhand duidelijk welk effect (uitgestelde) belastingheffing zou kunnen hebben op de mate van scheefheid van de vermogensverdeling.

zie ook § 4 boven.  Helaas vermeld het artikel niet hoe groot het pensioenvermogen (inclusief derde pijler) was dat voor 2010 werd meegenomen. Ook gaat het artikel niet in op de effecten op de vermogensverdeling per vermogensdeciel, die natuurlijk veel interessanter is dan de verdeling per inkomensdeciel.

Het effect is in elk geval dat de deelnemers met pensioenvermogen in de bovenste inkomensdecielen aanmerkelijk meer belasting over zijn pensioenuitkeringen betaalt en dus een lager vermogen heeft dan hier wordt meegenomen.

[17] CBS, “Pensioenaansprakenstatistiek 2015 Verantwoording en eerste resultaten”

De populatie voor de PAS omvat daarmee alle pensioenaanspraken in de tweede pijler die in Nederland worden opgebouwd bij alle pensioenfondsen en –verzekeraars, door personen tot de AOW-leeftijd.

Het CBS beschikt niet over een integrale statistiek met gegevens over derde pijler. Informatie over
individuele aanvullende pensioenvoorzieningen en over vermogen kunnen wel worden afgeleid uit
aangiftegegevens van de inkomstenbelasting.

https://www.cbs.nl/-/media/imported/documents/2015/36/2015-totale-pensioenaanspraken-van-nederland-in-beeld.pdf

Advertenties

From → 0. Permanent

One Comment
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    Het is natuurlijk een leuke sport om te denken dat het KNMI weet hoe het klimaat zich ontwikkelt, als de voorspelling voor over 14 dagen al lastig voor ze is.

    “Het primaire saldo stijgt tussen 2015 en 2060 met 1,9% van het bbp van ‐0,6%, een tekort dus, naar 1,3%, een overschot.”

    https://fd.nl/economie-politiek/1283590/begrotingssaldo-naar-12-mrd-door-achterblijvende-uitgaven

    Over de eerste 9 maanden van 2018 is het overschot(exclusief pensioenvermogen) al volledig uit de hand gelopen van 0,6% naar 2,1%. Eerlijkheidshalve mag daar 0,1% van af worden getrokken zijnde een boete van ING aan de Staat.

    De najaarsnota sprak over een overschot van 0,9%.

    De cijfers zijn totaal onbeheersbaar, ook de cijfers van het lopende jaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: