Spring naar inhoud

De politiek heeft heel wat over het pensioen uit te leggen

25 november 2018
§1 Inleiding

Deze bijdrage gaat over de politiek die inzake de pensioenproblematiek al een decennium op zijn handen zit. Dit naar aanleiding van het  misleidende anonieme commentaar in de NRC – weliswaar in samenspraak met de hoofdredactie – waarin gesteld wordt dat de vakbeweging heel wat uit te leggen heeft.[1; zie ook [15]] Die Belg is dus ultimo verantwoordelijk voor die onzin, zoals hij ook verantwoordelijk is voor de transformatie van de NRC in een prentenboek. Ik vermoed dat de invisable hand van een voormalig Elsevier redactrice verantwoordelijk is voor het artikel.

We moeten daarbij een onderscheid maken in de verantwoordelijkheden. De wetgever is verantwoordelijk voor de wetten. Daartoe kiezen de burgers politieke partijen op basis van een door het CPB selectief doorgerekend verkiezingsprogramma. (Ga maar na hoe de pensioenproblematiek in die 2017 CPB-doorrekening zit). Wetgeving is geen koehandel: als een wet niet deugt omdat de wetgever er onvoldoende over heeft nagedacht, dan pas je die wet gewoon aan. De vakbonden zijn verantwoordelijk voor de belangenbehartiging van hun leden en meeliftende klaplopers, zij gaan daartoe o.a. onderhandelingen met de werkgever aan. De potentie van de vakbeweging is door de afnemende organisatiegraad niet zo groot, daarnaast hebben politieke partijen van liberale snit het niet zo op het poldermodel als ze dat niet zo goed uitkomt. De werkgevers hebben alleen iets met de vakbeweging als er gematigd moet worden of als men er in het Torentje op eigen kracht (dividendbelasting) niet zelf uitkomt.

De huidige politieke situatie kan niet los worden gezien van het lenteakkoord 2012:

“Op 26 april 2012 werd er een akkoord gesloten tussen de Nederlandse partijen VVD, CDA, D66GroenLinks en ChristenUnie nadat het overleg in het Catshuis was mislukt en het kabinet-Rutte I was gevallen. Dit akkoord heeft betrekking op de Nederlandse staatsbegroting en bevat maatregelen om het Nederlandse begrotingstekort terug te brengen tot niet meer dan hetgeen volgens het Stabiliteits- en Groeipact van de Europese begrotingsunie maximaal is toegelaten: 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Bij het niet halen van deze norm kan een boete volgen van ruim 1 miljard euro.” [voor inhoud 8]

(a) Dat dit hele verhaal gezien de ook toen al uiterst florissante stand van Rijks’ financiën je reinste volksverlakkerij is, behoeft hier verder geen betoog. Aan het Europese Stabiliteitspact heeft Nederland altijd ruim voldaan als “ons” CBS en CPB althans ordentelijk hadden geboekhoud en die EU-bobo’s wel balans hadden kunnen lezen en iets van ons pensioenstelsel hadden begrepen. Maar waarom zouden die EU-bobo’s slimmer zijn dan onze politici, die het ook niet konden uitleggen?

(b) De blauw gemarkeerde partijen maken de huidige coalitie uit. GroenLinks heb ik als geheugensteuntje even rood gemarkeerd. Door de artificieel gecreëerde sense of urgency jaste men er een AOW-leeftijdsverhoging door die in geen enkel verkiezingsprogramma stond. De Laagbetaalden die zo voor elk jaar een toenemend percentage van hun gezonde AOW-levensjaren inleverden stonden erbij en keken er naar, tevens werd gemakshalve ook maar meteen een “inhaalslag” gemaakt.[10] De volgende tabel maakt de reden van de opgekropte woede van het FNV duidelijk [12]:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) De gehanteerde termen zijn in noot {12] nader toegelicht. De werkgever geeft vervolgens in de markt aan waar hij de grens legt voor ter werkstelling, een materieel gesjeesde arts helpt bij de keuring. Als je de groep zonder chronische ziekten bekijkt, wordt direct duidelijk dat er voor de laagopgeleiden = lager betaalden na hun 65e slechts gemiddeld 3,3 jaar werkbaar rest, waarvan dus in 2021 inmiddels 2 jaar is ingeleverd.

(b) De percentages derving levensgeluk voor laagopgeleiden springen eruit maar die voor middelbaar opgeleid mogen er ook zijn. Dat krijg je als de samenstelling van de Tweede Kamer niet meer representatief is voor de Nederlandse bevolking en “ons soort mensen” de dienst uitmaken. Om het met een 19e-eeuwse socioloog te zeggen: “Ihr gesellschaftliches Sein, das ihr Bewusstsein bestimmt”. Voor elk jaar later AOW wordt een steeds groter deel van je pensioenjaren in goede gezondheid ingeleverd en moet je maar afwachten wat je ervoor terugkrijgt.

(c) In 2018 is de gemiddelde levensverwachting van 65-jarigen 88 jaar. De komende decennia loopt de levensverwachting verder op en in 2060 is de gemiddelde levensverwachting van 65-jarigen 92,3 jaar. [ABP]

Als de wetgeving niet verandert zal, uitgaande van de huidige CBS-prognose (2016), de AOW-leeftijd in 2040 op 69 jaar en zes maanden liggen. [13]

Het CBS heeft ook nog een statistiek van de gezonde levensverwachting per eind 2040 [14]:

Voor wat er feitelijk gebeurtzou je deze cijfers voor 2040 natuurlijk voor 70-jarigen i.p.v. 60-jarigen moeten hebben om te zien hoe dit voor de dan beginnende AOW’ers uitpakt.

§2 De politiek.

De politiek is verantwoordelijk voor de wetten, waaronder de pensioenwet, de regeling  voor vervroegde uittreding (RVU) met de pseudoheffing in de loonbelasting van art 32ab, het Financieel toetsingskader (FTK), het Witteveen kader (fiscale regeling) en uiteraard op afstand (dan kun je een ander de schuld geven) via DNB (prudentieel toezicht en materieel toezicht, dus b.v. ook rekenrente, gedempte “kostendekkende” premie, herstelplannen, etc.) en AFM voor het gedragstoezicht (b.v. gebrekkige kwartaalberichten). [3]

Over de AOW en de pensioenen in de verkiezingsprogramma’s  kunnen we kort zijn, die zijn samengevat in een plusonline samenvatting en veel concreter waren die programma’s ook niet. [2] Het politieke denken wordt vooral ingegeven door de waan van de dag die in een paar bullshit points wordt opgeschreven. De neerslag in de verkiezingsprogramma’s laat zien dat het politieke denken al jaren stilstaat.  Tijdens de verkiezingen heeft men het liever over de prijs van een halfje wit dan over hoe om te gaan met het geld dat in de vorm van ca een vijfde van het jaarsalaris (minus AOW-franchise 2018 ca € 13.350) van de werknemers in een pensioenfonds worden kaltgestellt onder voorwaarden die kennelijk alleen door de coalitiepartijen wordt vastgesteld.

De leuze van de politieke partijen is van het soort: “Let there be light,” and there was light, als ze in hun programma opschijven: “Wij hervormen de pensioenen en gaan naar een individueel pensioen, met behoud van solidariteit, maar zonder overdracht van geld van jong naar oud;” [D66]. Dat er al jaren geld van oud naar jong gaat, komt D66, gegeven zijn achterban, even niet uit. Er gaat ook geld van arm naar rijk overigens dankzij de doorsneepremie. Hoe we naar een individueel pensioen gaan laat D66 in het ongewisse, aan de doorsneepremie problematiek (CPB € 100 mld. tekort) wordt geen woord vuil gemaakt. Het verdelen van de huidige pensioenpot: gaat D66 boven de pet en laat die partij dus in het midden. “In de door ons gewenste evolutie van ons gehele pensioenstelsel wordt het sparen door zelfstandigen verder vereenvoudigd.” Hoe de overheid, en dus de politiek, dat moet doen als de wet op het minimumloon door collaboratie van de belastingdienst (voormalige VAR-verklaringen) en gebrekkige controle door de overheid (Inspectie SZW minimumloon) niet wordt nageleefd blijft onduidelijk. Artikel 2 lid 3 van de Pensioenwet is in dit kader ook nog politiek relevant en biedt de regering alle ruimte. [3a]:

Bij regeling van Onze Minister kan een categorie van personen, niet zijnde werknemers, die werkt in een arbeidsverhouding waarbij tegen beloning persoonlijke arbeid wordt verricht, worden aangewezen die voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met werknemers.

Daar heeft de politiek de vakbeweging dus helemaal niet voor nodig, waarbij overigens eerst nog maar eens moet worden bewezen (dat kost zweet, ook politiek een schaars goed) dat die personen de facto geen werknemer zijn.

Dat falen van de politiek kan als volgt puntsgewijze aan de hand van NRC quotes worden geadstrueerd:

♦ “Verhoging van de aanvullende pensioenen die al geruime tijd op de nullijn staan, of zelfs zijn verlaagd dan wel dreigen te worden, zit er voorlopig niet in. De pensioenfondsen blijven gebonden aan de huidige, weinig flexibele indexeringsregels die hogere uitkeringen in de weg staan.” [3c]

♦ “Economische groei vertaalt zich niet in de pensioenen, de rentestand wel.” [3c] Voor de fors behaalde rendementen van de pensioenfondsen, die er kennelijk riets meer mee te maken schijnen te hebben zie.

♦ “Voorts blijft de door de vakbeweging zo bekritiseerde verdere verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar in 2021 bestaan. Het kabinet was bereid deze stap drie jaar uit te stellen om ondertussen een commissie aan het werk te zetten die naar alternatieven gaat kijken. Die zou dan tevens moeten onderzoeken of de nu nog in de wet vastgelegde automatische koppeling tussen pensioenleeftijd en stijging van de levensverwachting anders vorm kon worden gegeven. Ook deze één op één koppeling – een jaar langere levensverwachting betekent een jaar later met pensioen – stuitte op grote bezwaren bij de werknemersvertegenwoordigers. Geen akkoord betekent dat deze koppeling blijft bestaan.”

De politiek regelt eerst in een hurry, zonder kennelijk goed na te denken, een AOW-regeling die de toets der kritiek niet kan doorstaan en gaat vervolgens op zijn handen zitten, conform de bestendige gedragslijn van de afgelopen 10 jaar.

♦ “Wat ook van tafel is: het beperken van de boete die werkgevers opgelegd krijgen wanneer werknemers vervroegd met pensioen worden gestuurd. Eerder vertrek van oudere werknemers met zware beroepen wordt zodoende niet makkelijker.” Die boete is overigens in strijd met artikel 1 van de grondwet die leeftijdsdiscriminatie verbiedt en daar gaat de politiek over.

♦ “Flexibilisering van de arbeidsmarkt en arbeidscontracten vraagt om meer maatwerk in de pensioenen.”

Artikel 2 van de Pensioenwet geeft de regering voldoende mogelijkheden (zie boven) maar dan moeten ze natuurlijk zelf hun zaakjes op orde hebben. [3a]

♦ *Toen (CM: akkoord van Wassenaar) moesten er eerst nog drie voor de werkgelegenheid verwoestende jaren overheen gaan totdat de vakbeweging alsnog zo ver was een handtekening te zetten.” Voor de broodnodige nuance die onze slijpsteen van de geest even niet kon opbrengen zie het preadvies KVS [4], die e.e.a. ook in internationaal perspectief plaatst.

De loonmatiging begon reeds in 1979. Het model van de loonmatiging is globaal als volgt:

Matiging loonstijging↓ ⇒ Export ↑ ⇒  winst ↑ ⇒ AIQ ↓  ⇒ Werkgelegenheid ↑

Als het buitenland echter ook in een recessie zit, zoals rond 1980 het geval was, stijgt de export natuurlijk niet en werkt loonmatiging ook niet. In de periode 1979-1984 daalde loonaandeel (incl. de sociale lasten van werkgevers) van 58,4% naar 51,9% [ 4, blz 25] Voor een nadere uiteenzetting over de ontwikkeling van de arbeidsinkomensquote (AIQ) zie [7] Gelukkig gingen de partners in grote getalen werken en daarmee werd die daling ten dele opgevangen.

♦ “Jaren is kostbare tijd verloren gegaan omdat oude vormen het telkens weer wisten te winnen van nieuwe gedachten.” Als je Henriëtte Roland Holst parafraseert moet je het wel goed doen: “Sterft, oude vormen en gedachten!” Uiteraard geldt dat met name in de jaren 80 voor het opkomende neoliberalisme, dat zijn oorsprong vond in de jaren 40 (oude gedachte).

§3 De vakbeweging

Het standpunt van het FNV werd in 2016 voortbordurend op 2014  al in een uitvoerig document helder uiteengezet. [5] Als je de kwaliteit van dat document vergelijkt met de verkiezingsprogramma’s van de  politieke partijen gaapt er een diepe kloof.

♦ “Het woord ‘actie’ is sinds het mislukken van de onderhandelingen al weer veelvuldig gevallen van de kant van de vakbeweging. Actie die de stilstand zal verbeelden.” De vakbonden zijn mede in het leven geroepen om aktie te voeren, dat is namenlijk de enige manier om doven duidelijk te maken wat hun eisen zijn, lezen kunnen de regering en de politieke partijen kennelijk niet.

Op Prinsjesdag 2018 waren de vakbondseisen:

“Wij eisen

  1. De FNV wil een goed pensioen voor iedereen. Dat betekent een hoger AOW-inkomen en een aanvullend pensioen dat voldoende koopkracht geeft. Pensioen en pensioenopbouw moeten weer geïndexeerd worden. Aan de cao-tafels eisen we een goede pensioenopbouw en van de politiek eisen we evenwichtige rekenregels.
  2. Iedere werkende, jong en oud, vast en flex, moet uitzicht hebben op een goede en collectieve pensioenvoorziening. Iedere werkende moet kunnen meedoen. Dit moet wettelijk verankerd worden.
  3. De AOW-leeftijd moet niet worden verhoogd. De snelle verhoging van de AOW-leeftijd leidt tot een ongezonde, onhoudbare situatie. In cao’s moeten afspraken gemaakt kunnen worden over vroeger uittreden”

De eisen waren dus genoegzaam bekend. Niet in te zien valt wat daarvan in het Rutte-Koolmees met-de -mes-op-de-keel akkoord van is terug te vinden.[8] Commissies in het leven roepen als de politiek te weinig denkkracht oplevert is een goede Hollandse gewoonte. De subsidies aan die partijen kan dan ook worden opgedoekt, ze geven dat geld toch alleen maar uit aan marketing prullaria w.o. bossen rode rozen.

______________________________________

Laatst bijgewerkt 28 november 2018

[1] NRC, “Halsstarrige vakbeweging heeft heel wat uit te leggen aan zijn leden”, 24 november 2018.

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/11/24/halsstarrige-vakbeweging-heeft-heel-wat-uit-te-leggen-aan-zijn-leden-a2756376

[2] Plusonline, “Tweede Kamerverkiezingen: dit willen de partijen met AOW en pensioenen”,

https://www.plusonline.nl/verkiezingen-tweede-kamer-2017/tweede-kamerverkiezingen-dit-willen-de-partijen-met-aow-en-pensioenen

[3a] Pensioenwet, https://wetten.overheid.nl/BWBR0020809/2018-10-01#Hoofdstuk1_Paragraaf1.2_Artikel3

[3b] Regelingen voor vervroegde uittreding (RVU)

https://www.awvn.nl/rvu-regeling-vervroegd-uittreden/

https://wetten.overheid.nl/BWBR0018362/2006-05-26

[3c] DNB

http://www.toezicht.dnb.nl/4/5/9/50-204668.jsp?s=n

[4] P.T. de Beer, “30 jaar na Wassenaar: de Nederlandse arbeidsverhoudingen in perspectief”, in Preadviezen van de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde, No. 2013.

https://pure.uva.nl/ws/files/1968531/143221_405157.pdf

[5] FNV, “Samen delen, een sterke keuze, Samen op weg naar een nieuw stelsel”, november 2016,

https://www.fnv.nl/site/over-de-fnv/1156498/1300400/1300421/Pensioenvisie_Samen_delen-versie_november_2016.pdf

[6] FNV eisen met prinsjesdag 2018:

https://www.fnv.nl/over-fnv/ons-werk/acties-campagnes/pensioenacties/red-ons-pensioenstelsel/

En het lenteakkord 2012

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/fnv-dreigt-met-acties-om-lenteakkoord~b4b71fbd/

]7] De AIQ in Nederland: een overzicht

http://www.seo.nl/uploads/media/2018-58_De_AIQ_in_Nederland_een_overzicht.pdf

De AIQ is een moeilijk te analyseren grootheid. Betrouwbare inkomens- en vermogensstatistuieken geven meer houvast, maar ontbreken helaas in Nederland.

[9] https://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlands_begrotingsakkoord_van_26_april_2012

[10] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2018/08/16/beantwoording-kamervragen-over-minder-snelle-stijging-van-de-aow-leeftijd/beantwoording-kamervragen-over-minder-snelle-stijging-van-de-aow-leeftijd.pdf

[11] https://www.fnv.nl/over-fnv/pers/persberichten/persarchief/2016/oktober/FNV-AOWleeftijd-moet-eerder-omlaag-dan-verder-omhoog/

Hoewel de CBS-definities wat uitgebreid zijn, heb ik ze voor een goed begrip van de termen maar even overgenomen:

Laag onderwijsniveau

Het hoogst behaalde onderwijsniveau is laag onderwijs. Dit omvat onderwijs op het niveau van basisonderwijs, het vmbo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).

Middelbaar onderwijsniveau

Het hoogst behaald onderwijsniveau is middelbaar onderwijs. Dit omvat de bovenbouw van havo/vwo, de basisberoepsopleiding (mbo-2), de vakopleiding (mbo-3) en de middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4).

Hoog onderwijsniveau

Het hoogst behaalde onderwijsniveau is hoog onderwijs. Dit omvat onderwijs op het niveau van hbo of wo.

Levensverwachting in als goed ervaren gezondheid.

De levensverwachting in als goed ervaren gezondheid is het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting (nog) zal leven in goed ervaren gezondheid. Voor het berekenen van levensverwachting in goed ervaren gezondheid is het aantal ‘gezonde’ jaren bepaald op basis van de vraag ‘Hoe is over het algemeen uw gezondheidstoestand?’. Mensen die deze vraag beantwoorden met ‘goed’ of ‘zeer goed’ worden gezond genoemd. De vraag over ervaren gezondheid is opgenomen in de CBS Gezondheidsenquête.

Levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen

De levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen is het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting (nog) zal leven zonder lichamelijke beperkingen. Voor het berekenen van levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen zijn gegevens gebruikt over langdurige beperkingen in horen, zien en bewegen. Mensen die op alle onderstaande vragen het antwoord ‘ja, zonder moeite’ of ‘ja, met enige moeite’ geven worden gezien als niet lichamelijk beperkt.
-Kunt u een gesprek volgen in een groep van 3 of meer personen (zo nodig met hoorapparaat)?
-Kunt u met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met hoorapparaat)?
-Zijn uw ogen goed genoeg om de kleine letters in de krant te kunnen lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)?
-Kunt u op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen)?
-Kunt u een voorwerp van 5 kilo, bijvoorbeeld een volle boodschappentas, 10 meter dragen?
-Kunt u als u staat, bukken en iets van de grond oppakken?
-Kunt u 400 meter aan een stuk lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok)?
Deze vragen maken deel uit van de CBS Gezondheidsenquête. De vragen over beperkingen zijn alleen gesteld aan personen van 12 jaar of ouder. In de berekening van levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen is aangenomen dat deze beperkingen niet voorkomen bij personen jonger dan 12 jaar.

Levensverwachting zonder chronische ziektes

De levensverwachting zonder chronische ziektes is het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting (nog) zal leven zonder chronische ziektes. Voor het berekenen van levensverwachting zonder chronische ziektes is een aantal ziektes geselecteerd waarvan bekend is dat ze tot de dood kunnen leiden of dat ze een belangrijke invloed hebben op de kwaliteit van het leven. Mensen worden als niet chronisch ziek beschouwd wanneer zij geen van onderstaande ziektes zeggen te hebben of te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. De volgende (groepen van) chronische ziektes worden gebruikt voor de berekening van levensverwachting zonder chronische ziektes:
– hartaandoening en/of hartinfarct (12 jaar en ouder)
– astma
– COPD, chronische bronchitis, longemfyseem
– kanker
– beroerte (12 jaar en ouder)
– suikerziekte
– ernstige of hardnekkige darmstoornissen
– chronische gewrichtsontsteking (ontstekingsreuma, chronische reuma, reumatoïde artritis)
– ernstige of hardnekkige aandoening van de rug (inclusief hernia)
– gewrichtsslijtage van heupen of knieën (12 jaar en ouder)
– hoge bloeddruk
– migraine of regelmatig ernstige hoofdpijn

Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid

De levensverwachting in goede geestelijke gezondheid is het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting (nog) zal leven in goede geestelijke gezondheid. Als maat voor de geestelijke gezondheid is gebruik gemaakt van de Mental Health Inventory (MHI-5). De MHI-5 meet de algemene psychische gezondheidstoestand in een bevolking. Dit wordt bepaald door de balans tussen de mate van positieve en negatieve gevoelens. De MHI-5 bevat de volgende vragen:
1. Voelde u zich erg zenuwachtig?
2. Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?
3. Voelde u zich kalm en rustig?
4. Voelde u zich neerslachtig en somber?
5. Voelde u zich gelukkig?

[13] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/50/verwachte-aow-leeftijd-69-5-jaar-in-2040

[15] Ingezonden brief de heer Jan Aarts

Onjuiste argumenten

Halsstarrige vakbeweging heeft heel wat uit te leggen aan zijn leden, was het NRC-commentaar (24/11). De argumenten die voor deze mening in stelling komen, zijn vrijwel uitsluitend ontleend aan het hervormingsbeleid van de afgelopen jaren om de overheidsfinanciën te beheersen. (rood toegevoegd) AOW-leeftijd omhoog, fiscale voorwaarden rondom vervroegd stoppen met werken in loondienst wijzigen, en het rentebeleid respectievelijk het bepalen van de hoogte van de zogenoemde rekenrente.

Geen enkel woord, laat staan argument, vanuit het perspectief van de toekomstige rechtvaardige inrichting van de arbeidsvoorwaarde ‘pensioen’.

Ook mis ik het feit dat anno nu werkgevers het voor het zeggen hebben in sociaal-economisch Nederland. Zo overweldigend, dat de aan VNO-NCW gelieerde vereniging AWVN zich uitgesproken zorgen maakt over het uit het lood geraakte machtsevenwicht. NRC plakt de vakbeweging een onterecht etiket op.

Opmerkingen:

♦ Op de website editie liet de NRC wel toevallig de heer Aarts zijn voormalige functie weg en die was nu juist wel relevant: oud-arbeidsvoorwaardenadviseur werkgevers.

♦ Die overheidsfinanciën waren al voldoende onder controle, alleen konden die politieke sukkels (w.o. PvdA en GL) geen balans lezen.
Advertenties

From → 1. Actueel

2 reacties
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    Door de jarenlange opkoopoperaties van centrale banken, bekend als kwantitatieve verruiming oftewel ‘QE’, en de aanhoudend lage inflatie is de termijnpremie helemaal verdwenen. De onderzoekers schrijven dat deze risico-opslag volgens schattingen sinds 2008 is gedaald van 3% naar -0,3%.

    https://fd.nl/beurs/1279127/dnb-economen-alarmbel-obligatiemarkt-ditmaal-geen-reden-tot-zorg

    Bloosloos staat de manipulatie in het rapport.
    UFR zakte bij de Nationale Brandweer van 4,2 naar 2,3 procent
    De verkeerde kant op dus

  2. Dhr JC Kortekaas permalink

    Door de verlaging van de Italiaanse pensioenleeftijd stijgen de koersen van Nederlandse staatsobligaties.

    Omdat De Nationale Brandweer de Nederlandse pensioenen disconteert met de nationale risicovrije rente gaan de verplichtingen van de pensioenfondsen nog verder omhoog.

    Zo zijn de Nederlanders het slachtoffer van het Italiaanse regeringsbeleid.

    Toegestaan door EIOPA is:

    1.De risicovrije rente
    2.De beleggingsresultaten
    3.Een mix van 1 en 2

    Een mix zou kunnen zijn een disconteringsrente van 4% (nu t=1 -0,3 t=100 2,1 %)
    of de gemiddelde beleggingsresultaten van de afgelopen 10 jaar indien die lager zijn dan 4%.

    De keuze van het algoritme is bepalend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: