Spring naar inhoud

Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW Q3 2018

18 november 2018

__________________________________________________________________________________________________________________________________

Traditiegetrouw geven we weer de stand van zaken van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen per eind van het derde kwartaal 2018. Deze pensioenfondsen nemen 57% van het pensioenvermogen en een overeenkomstig percentage van de beleggingsopbrengsten voor hun rekening en zijn daarmee een goede afspiegeling van de sector.

Het cumulatieve rendement t/m het derde kwartaal 2018 is niet om over naar huis te schrijven. Dankzij het gebrekkige toezicht van DNB en AFM kunnen we de bedragen m.u.z. van het ABP helaas niet geven.

Indicatief is natuurlijk de toename van de algemene reserve t/m 2018K3 van € 15 mld. (heel 2017 €  48 mld.; rendement € 46,8 mld.)  Ook de gezamenlijke actuele dekkingsraad (105,9%) steeg niet in het 3e kwartaal 2018 en is sinds begin 2018 met slechts 1,9% verbeterd. Dat schiet niet op als je naar volledige indexatie wilt (dekkingsgraad ca 123%). Sommige fondsen zijn nog niet uit de gevarenzone voor afstempelen van rechten in 2020.

Het achterweg laten van de indexaties heeft ook consequenties voor de belastingopbrengst voor schatkist, de uitwerking daarvan is hier opgenomen.

__________________________________________________________________________________________________________________________________

§ 1 Dashboard

1.1 Het  dashbord light

(a) Matige resultaten in 1e en 3e kwartaal

Het derde kwartaal 2018 was met het 1e kwartaal 2018 een slecht kwartaal. Al zou je dat op basis van de zich op de borst kloppende bestuurders in de kwartaalberichten niet zeggen, De rekenrente is t.o.v. 31-12-217 praktisch gelijk gebleven.

(b) Afname van de verwachte stijging van de levensverwachting [5]

Het PFZW kondigt aan dat de actuele dekkingsgraad door de gedurende 2018 bijgestelde lagere levensverwachting eigenlijk  ruim 1% hoger uitvalt (ruim € 2,1 mld.). Dit wordt in het 4e kwartaal verwerkt. ABP zwijgt in zijn kwartaalbericht als het graf over deze ontwikkeling.[5] PMT, PME en BpfBOUW hebben het overigens niet aangegeven effect (+) in het derde kwartaalbericht verwerkt.

1.1 Het grote dashbord

§ 2 Historisch rendement

(a)  Uit dit overzicht blijkt dat de ontwikkeling van het rendement 2018 niet gunstig is.

(b) Als mevrouw Wortmann-Kool (ABP) en de heer Borghoff (PFZW) respectievelijk klagen dat zij het niet meer kunnen uit te leggen of steeds moeilijker kunnen uitleggen aan de deelnemers, dan moeten zij een ander vak kiezen. Als ze daarmee moeite hebben wil ik ze wel helpen (met assistentie van hun actuaris) bij een overzicht in hun jaarverslag 2018 dat dit haarfijn uit de doeken doet. Het valt immers aan de hand van de cijfers en het door de politiek opgelegde Financieel Toetsingskader en de Pensioenwet uitstekend uit te leggen. De schuldige valt daarbij ook aan te wijzen en helaas zal de politiek daarbij naar zichzelf moeten wijzen.

(c) Nu bevinden de beide bestuurders zich in gezelschap van onze media die het ook nog steeds niet goed uitleggen.[2] De media wijzen altijd wel op de lage rente en de gevaren die dat meebrengt voor de jongeren voor hun toekomstige pensioen. Ze leggen nooit uit wie, omdat indexering achterwege werd gelaten, het jarenlange overrendement dat uit bovenstaande tabel blijkt t.z.t. in zijn zak gaat steken en hoe dit de erfenis van de jongeren beïnvloedt.

(d) Misschien dat mevrouw Wortmann-Kool  (ABP, CDA) nog eens samen kan gaan zitten met wijsneus Pieter Omzigt om na te gaan wat er tijdens Balkende IV en Rutte I zoal fout gegaan is, niet dat het er overigens tijdens Rutte II beter op is geworden. Als Donner destijds een staatscommissie in het leven had geroepen, waren we een stuk verder geweest.

Onderstaande tabel kan daarbij helpen:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) De actuele dekkingsgraad eind 2007 was voldoende om te indexeren zelfs als je rekening houdt met de relatief hoge rekenrente rond de 4,9% (na correctie naar 4% rekenrente ca. 131%). Er was dus naar de stand van toen voldoende premie betaald.

(b) Het gemiddeld rendement 2008!-2018K3 bedroeg rond de 6% per jaar, de toename van het pensioenvermogen  in diezelfde periode was 7% per jaar. Met name kwam dat laatste hogere percentage door het PFZW met een relatief jong deelnemersbestand (saldo pensioenpremie – uitkeringen). Er is dus helemaal niets mis met de behaalde rendementen (ABP laatste 20 jaar gemiddeld  7%; PFZW vanaf 1972 gemiddeld 8,1%) De rekenrente bedroeg – zie tabel – meetkundig gemiddeld zo’n 2,5% per jaar. Het “overrendement” werd zeer ten dele besteed aan de uitkeringen (verschil rekenrente begrepen in premie en werkelijke uitkering), maar grotendeels opgepot in het pensioenvermogen.

(c) De staat met zijn 35% belastingclaim op het pensioenvermogen en de pensioendeelnemers kregen in 2008 de bankencrisis voor hun kiezen, maar in 2009 was een belangrijk deel van dat verlies al weer goed gemaakt. De staat had eind 2009 nog maar een overheidsschuld van € 71,3 mld. (11,4% bbp), bijna uitsluitend veroorzaakt door de in 2008 verworven financiële banken activa. Toch bleef men elkaar, ten koste van ons bbp,  een crisis aanpraten en moest er zo nodig – als een kip zonder kop (zware beroepen) – wat met de AOW-leeftijd gebeuren.

(d) De rentetermijnstructuur is een hobby van financiële Wizkids die elke relatie met de werkelijkheid kwijt zijn. De jaren 2008 en 2009 laten zien dat er terecht van risicovrij beleggen volstrekt geen sprake is. De eerste paar jaar gooi je sowieso je geld in het water.[zie negatieve rente 4]

Er is al genoeg over de rentetermijnstructuur geschreven of eerder die structuur kan je beter als afgeschreven beschouwen.[3] Overigens is het mij volstrekt onduidelijk waarom de politiek wel vele jaren achter de resultaten van de houdbaarheidssommetjes van het CPB aanloopt (tot tienden van procenten achter de komma) die toch gebaseerd zijn op rendementen op dat zelfde pensioenvermogen van 5% (3% reëel) om te berekenen hoeveel geld de staat de komende decennia opstrijkt aan belastingheffing op de pensioenuitkeringen. Het is daarbij nog komischer dat dit rendementspercentage ook gebaseerd is op diezelfde commissie parameters.

(e) We zullen, n.a.v. het commentaar van de heer  Kortekaas hieronder, de rekenrente per 30 september 2018 even in perspectief plaatsen. De zero coupon rate grafiek per 30 september 2018 (zonder Face With Tears of Joy voor zoveel onzin) is als volgt  [4]:

(click op grafiek of Ctrl+ om te vergroten)

(i) 09/2018: De eerste twee jaar is de rente negatief, pas in het 11e jaar komt de rente boven de 1% om in het 62e jaar de 2% te bereiken. In the long run we are all dead krijgt hier zijn geheel eigen betekenis.

(ii) In het verleden behaalde resultaten bieden natuurlijk geen enkele garantie voor de komende 100 jaar maar daaraan hecht ik toch meer waarde dan aan een stompzinnige extrapolatie met haute finance kabbalistiek. Uit de bijdrage overheidsschuld ontlenen we de volgende grafiek als indicatie voor het historisch verloop van de rente over de lange termijn in het verleden:

Als u even naar de 2%-lijn in deze grafiek kijkt en deze vergelijkt met de 2%-lijn in de UFR-grafiek begrijpt u wat ik bedoel. Maar This time is different natuurlijk.

(f) De volgende indexatie-achterstanden zijn inmiddels ontstaan door die onzin:

(g) Als de staat de pensioendeelnemers verplicht op deze wijze aan het pensioensysteem deel te nemen dan handelt hij in strijd met art. 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het EVRM gegeven een jaarlijks inflatie van 1,65%. Een pensioendeelnemer kan redelijkerwijs niet gewongen worden om aan een dergelijk FTK-Bonanza Scheme deel te nemen.

§ 3 Relatieve belang vijf grote bedrijfspensioenfondsen

Het relatieve belang van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen t.o.v. alle pensioenfondsen is als volgt:

(a) De staat houdt het geld dat over de plinten klotst graag stil: je kunt de burgers dan niet langer bang maken met de overheidsschuld en ze mochten eens met hooivorken gaan demonstreren tegen het Nedelandse pensioenstelsel: ze kunnen zich veel beter druk maken over Zwarte Piet.


Laatst bijgewerkt 21 november 2018

Disclosure: mijn partner noch ik hebben nauwelijks pensioen en ik ben dus geen belanghebbende.

Bronnen

(1) Kwartaalberichten – zie sites pensioenfondsen.

[2] VK, “Geen doorbraak in pensioenoverleg na nacht doorhalen: over deze drie zaken wordt nog onderhandeld”

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/geen-doorbraak-in-pensioenoverleg-na-nacht-doorhalen-over-deze-drie-zaken-wordt-nog-onderhandeld~b70938e2/

NRC, “Bemoeienis Rutte leidt nog niet tot pensioenakkoord”

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/11/16/bemoeienis-rutte-leidt-nog-niet-tot-pensioenakkoord-a2755472

Opmerkingen:

“Het nieuwe pensioen gaat meer meebewegen met de situatie op de financiële markten. In goede tijden worden de pensioenen van gepensioneerden én werknemers sneller verhoogd. In slechte tijden wordt er sneller gekort.” (NRC)

Volgens de tabel boven hebben we sinds 2009 geen slechte tijden meer gehad en zou er dus een flinke verhoging af kunnen. Wedden dat dit niet gaat gebeuren?

“Ten tweede komt de premie van de werknemer voortaan direct ten goede aan de premiebetaler en niet, zoals nu nog, aan de collectieve pot.” (VK)

Die onzinnige bewering kom je herhaaldelijk in de VK tegen. Er verandert wat dat betreft helemaal niets: er is nog steeds een collectieve pot en de pensioendeelnemer weet dus nog steeds niet waar hij aan toe is. De vraag hoe je die pot zou moeten verdelen [http://tinyurl.com/y9bjky5q] is natuurlijk een detailkwestie waar je de politici niet mee moet lastig vallen, die schrijven dat alleen domweg op in hun verkiezingsprogramma. {een soort  “Let there be light,” and there was light}

“Werkgevers van hun kant zien dit als een beperking van het ondernemerschap waarvoor zelfstandigen hebben gekozen. Zij weten zich gesteund door de VVD.” (VK)

Bedoeld zal zijn dat de overheid geen controle uitoefende op de VAR-verklaringen die de belastingdienst in het verleden ten onrechte (eigen waarneming) bijna klakkeloos uitdeelde geheel in strijd met de wet. “Hun eigen zaakjes kunnen regelen” komt neer op het afromen door de opdrachtgever van de ten onrechte verleende fiscale voordelen. (art 1 grondwet)

“De langzamere verhoging van de AOW leeftijd” (VK)

Het zou zo maar kunnen dat dit mede te maken heeft met de AG-levensverwachting – zie boven en [5]. Bovendien is het opstrijken door de overheid van 100% van de toekomstige toegenomen levensverwachting gewoon pure diefstal.

Nog een flinke Spaanse griepepidemie en de AOW-leeftijd moet fors omlaag – maar die wet is natuurlijk asymetrisch: de overheid rekent alleen naar zich toe.

“Die tweede vernieuwing is een dure kwestie omdat de huidige ‘subsidie’ van jongeren aan ouderen binnen de fondsen wegvalt. Omdat 45-plussers het dan plotseling zonder die subsidie moeten doen, dienen zij schadeloos te worden gesteld.” (VK)

Die subsidie betaalde de 45-plusser eerst aan de vorige generatie toen hij nog jong was onder de aanname (dom!, dom!) dat de 45-minners dat voor hem zouden doen. Het bekende kettingbrief verhaal. Dat probleem willen ze nu bij alle belasting betalende burgers neerleggen, ook die geen pensioen hebben (slim van die jongeren, het gaat  om (CPB) ca € 100 mld., of minder als je Chinees rekent).

“Het kabinet praat hierover met vakbeweging en werkgevers omdat zij de pensioenfondsen besturen.” (VK)

Waarom die werkgevers nog in die pensioenfondsbesturen zitten valt niet uit te leggen. Al het risico is immers op de pensioendeelnemer afgewenteld?

Als we fiscaliteit loskoppelen van het pensioenstelsel, kan het kabinet dat al decennia op zijn handen zit, ook echt met zijn handen van het pensioenstelsel afblijven, een verademing. 

“De fondsen staan er onder meer slecht voor omdat de rente laag is.” (VK)

De fondsen staan er tot op heden helemaal niet slecht voor gezien de rendementen van de afgelopen twintig jaar. Wat de toekomst brengt weet geen hond en zeker de mensen niet die er met veel kennis van zaken over mee ouwenelen. Als zij die kennis wel hadden waren ze wel rijk en schreven ze niet meer in de krant. 

“Een ‘commissie parameters’ bepaalt eens in de vijf jaar randvoorwaarden voor deze ‘rekenrente’ en andere gegevens waarmee de fondsen moeten rekenen. In 2009 en 2014 was er al zo’n commissie, volgend jaar opnieuw. Vakbeweging en werkgevers willen dat de commissie de opdracht krijgt te kijken naar iets ruimere formulering van de voorwaarden waarmee de fondsen moeten rekenen.” (VK)

Ik ben geen aanhanger van het postmodernisme maar een ieder die kennis neemt van de pennenvruchten van die commissie kan niet anders concluderen dan dat de mening van die commissie ook maar een mening is. In elk geval zouden de leden van die commissie bij hun rapportage een vermogensvergelijking van hun eigen beleggingen van de laatste vijf jaar moeten opleveren om te laten zien of ze er wel echt verstand van hebben.

Ik zou er in elk geval voor willen pleiten dat de vermogensrendementsheffing parameters in dat verhaal worden meegenomen. Het MvF wil nogal eens naar zich toerekenen en daar kunnen de pensionado’s dan van meeprofiteren. 

[3] De volgende artikelen

Jelle Mensonides, Jean Frijns, “Rekenrente, welke kant op?”, Me Judice, 23 oktober 2018.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/rekenrente-welke-kant-op

Bernard van Praag, Henk Hemmers, “Waarom het Financieel Toetsingskader aan herziening toe is en niet het pensioenstelsel”, Me Judice, 8 maart 2018.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/waarom-het-financieel-toetsingskader-aan-herziening-toe-is-en-niet-het-pensioenstelsel

Praag, B.M.S. van, en H. Hemmers, 2016, Nederlandse pensioentoezichthouder is te voorzichtig in berekening dekkingsgraadMe Judice, 8 september 2016.

Han de Jong, “De hervorming van een goed pensioenstelsel”, Me Judice, 30 januari 2018.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-hervorming-van-een-goed-pensioenstelsel

En voor een heldere uiteenzetting van de UFR-methodiek:

https://www.ag-ai.nl/view/37821-De+UFR+als+sluipmoordenaar+%2820+maart+2018%29.pdf

(4) https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/nominale-rentetermijnstructuur-pensioenfondsen-zero-coupon/dataset/ed15534f-eab3-4862-a68e-f33effa78d6a/resource/60304cad-97ba-4974-a0ed-05597c91e37c

https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/rentetermijnstructuur-pensioenfondsen-2001-t-m-2014/dataset/475741e7-3cc0-4deb-b306-93ba93e1a3ad

https://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/dnbulletin-2015/dnb324317.jsp

achtergrond:

Erik Nienhuis, “DNB vloert pensioenstelsel met rekenrentemethodiek”, Me Judice, 11 januari 2017.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/dnb-vloert-pensioenstelsel-met-rekenrentemethodiek

Naast de uitdrukking rijk rekenen heeft DNB nu ook arm rekenen aan het Nederlandse spraakgebruik toegevoegd.

De haute finance kabbalistiek staat hier uitgelegd:

http://www.topquants.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/11/Lord-R.-The-Ultimate-Forward-Rate.pdf

Quote: “Transfer of money from young participants to the older ones”

Dat in werkelijkheid het tegendeel het geval is wordt hier uitgelegd.

[5] Het ABP baseert zich blijkens zijn site nog steeds op AG2016:

♦ In 2018 is de gemiddelde levensverwachting van 65-jarigen 88 jaar. Dit getal vindt u terug op het ABP-dashboard. De komende decennia loopt de levensverwachting verder op:

♦ In 2060 is de gemiddelde levensverwachting van 65-jarigen 92,3 jaar.

en

Prognosetafel AG2018

“Omdat de specificatie van het model niet is gewijzigd, is de verandering in Prognosetafel AG2018 ten opzichte van Prognosetafel AG2016 geheel het gevolg van het toevoegen van nieuwe sterftedata voor Nederland en Europa. De afgelopen twee jaren lieten met name de hogere leeftijden meer sterfte zien dan verwacht op basis van Prognosetafel AG2016. Dit verklaart de afname van de verwachte stijging van de levensverwachting op basis van Prognosetafel AG2018 in vergelijking met Prognosetafel AG2016.”

https://www.ag-ai.nl/view.php?action=view&Pagina_Id=885

 

Advertenties

From → 0. Permanent

3 reacties
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    ‘Kabinet biedt aan om pensioenen niet te korten’

    https://www.rtlz.nl/algemeen/politiek/artikel/4490206/rutte-koolmees-pensioen-onderhandeling-korting

    Met passeren van De Nationale Brandweer(DNB)

    Van wie is het geldpakhuis in pijler-2?
    Wie oefent het toezicht uit?

  2. Dhr JC Kortekaas permalink

    “DE” rekenrente bestaat niet
    Derhalve ook DE dekkingsgraad niet.
    Alle 28 EU-landen hebben door een Nederlands veto een eigen rekenrente mogen houden.

    Nederland 1,5
    EIOPA 2,1
    Duitsland 3,3procent. Duitsland leent goedkoper, altijd.

    Verzekeraars hebben wel dezelfde EIOPA-rente, die hoger ligt.

    DNB disconteert met

    t=1 minus 0,3 procent

    naar
    t=100 plus 2,1 procent.

    De UFR-asymptoot blijft zo ook uit het zicht. Was ooit 4,2 procent nu 2,3 procent.

    “in juli 2015 bedroeg de UFR 3,3% en eind oktober 2018 was dit 2,3%”

    https://home.kpmg.com/nl/nl/home/insights/2017/04/ultimate-forward-rate.html

    Juli 2015 was de maand van de technische ingreep door DNB, de zwevende asymptoot.
    Klaas Knot deed meer dan toezichthouder, hij wil het pijler-2 systeem killen.

    Met deze Nederlandse rekenrente is een omslagstelsel verre te verkiezen.

    Het individuele potje in een collectieve omgeving, het systeem van de toekomst, is er al ruim 40 jaar bij de beroepspensioenfondsen.

    Daar vinden de jongeren de last van inkopen met minus 0,3 procent.

    Kafka.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: