Spring naar inhoud

Geen gezeik iedereen rijk

12 november 2018

________________________________________________________________________________________________________________________________________

We gaan in deze bijdrage niet de grafieken van het CBS herhalen, die in de CBS publicatie Meer huishoudens met risico op armoede in 2017 zijn opgenomen, maar nemen die publicatie alleen even kritisch door.[1] Daarnaast is nog de CBS publicatie Armoede en sociale uitsluiting 2018 relevant. [1d] Binnen enkele weken komt de SCP met de publicatie Armoede in kaart 2018 en dan zal deze bijdrage worden geactualiseerd.

Veertig jaar sociale stilstand heeft ertoe geleid dat de armoedegrens 2017 voor een allenstaande gecorrigeerd voor inflatie (€ 12.480) materieel gelijk is aan die van 1979 (€ 5.280). Dat geldt overigens praktisch ook als we de cijfers indexeren op basis van de CAO-loonontwikkeling inclusief incidentele beloningen sinds 1997. Voor een paar met twee kinderen zijn die armoede grenscijfers cijfers respectievelijk € 23.670 en € 9.930.

De gegevens voor de jaren 2012-2019 kunnen als volgt worden samengevat:

De lage-inkomensgrens wordt met behulp van equivalentiefactoren herrekend naar de gezinssamenstelling (zie verder).

In deze bijdrage kijken we verder alleen naar personen binnen de huishoudens. Het gevolg is dat er af en toe een cijfer ontbreekt omdat systematisch rapporteren de overheid niet gegeven is. Het heeft onevenredig veel tijd gekost om een historische reeks samen te stellen.

Een onderwerp dit hier niet onbesproken mag blijven is de windhapper, een persoon die van de wind leeft. De belastingdienst, daartoe geprest door de Tweede Kamer, wil ons doen geloven dat het om ongeveer 13.000 personen gaat. Daar geloof ik, zonder daar overigens bewijs voor te hebben. geen hout van. Als het CBS en het SCPB in hun armoedemonitor ook het aantal personen dat  minder dan respectievelijk 90%, 80% en 70% van de lage-armoedegrens zou ontvangen ging rapporteren dan hebben we materiaal om dat te toetsen. Als we die grens voor windhappers vervolgens bij 70% van van de lage-armoedegrens leggen (alleenstaande € 8.815 en paar met twee kinderen € 16.570) weet Snel waar zijn belastingdienst aan moet werken, niet zo zeer van wege de belastingopbrengst, er valt met twee vingers in je neus meer aan belastingontwijking en belastingontduiking op te halen, als wel om de belastingmoraal op peil te houden.

________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 inleiding

“Inzichten over wanneer er sprake is van armoede, zijn subjectief. Daarom spreekt het CBS niet van arme huishoudens, maar van huishoudens met een laag inkomen of van huishoudens met risico op armoede.” Het CBS spreekt ook wel over kortweg huishoudens met een laag inkomen of van huishoudens met kans op armoede. Als we die kans op 100% stellen dan komt die definitie aardig in de buurt van de werkelijke situatie. Die CBS definitie is natuurlijk aanzienlijk minder subjectief vooral als je weet dat die lage-inkomensgrens gebaseerd is op het bijstandsniveau van het jaar 1979 (!), dus bijna 40 jaar geleden. Dat was dus voor de introductie van de Euro en op het hoogtepunt van de koopkracht (2e oliecrisis en Den Uyl). Dit cijfer mag vervolgens 40 jaar een volstrekt eigen leven leiden en wordt alleen opgekrikt met het algemene consumentenprijsindexcijfer sinds die tijd. Dit indexcijfer is verder geenszins representatief voor de prijsontwikkeling van b.v. de huren, energie, zorgkosten en belastingen. Kortom we hebben te maken met een vorm van cijferfetisjisme van het CBS die ook klakkeloos door het CPB in diens kielzog wordt gevolgd.

Gelukkig hebben we  ook nog onze politici die zich jaarlijks zo druk maken over de koopkrachtplaatjes. “Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Tot aan de pensioengerechtigde leeftijd is het sociaal minimum gelijk aan de hoogte van de bijstandsuitkering en vanaf de pensioengerechtigde leeftijd is het ontleend aan het AOW-pensioen.” [1a] De politieke norm voor armoede vindt zijn neerslag in de sociale uitkeringen met een percentage van het netto minimumloon van b.v. de bijstand (70%/100%) en de AOW (70%/50%). Het wettelijk minimumloon wordt volgens artikel 14 materieel vastgesteld door het CPB in het CEP en de MEV, tenzij de minister anders beslist. In het referentiejaar 2000 bedroeg de CBS lage-inkomensgrens € 9.250, onze regering en politici kwamen met een beleidsmatige inkomensgrens van € 8.160 (88%) weg. Die uitkeringen worden twee keer per jaar aangepast op grond van artikel 14, een volstrekt belachelijke gelegaliseerde vorm van werkverschaffing voor ambtenaren, kijk er het internet maar op na.

Het SCPB hanteert twee normen het basisbehoeftenbudget en het niet-veel-maar-toereikendbudget die nader uiteengezet zijn in de bijdrage Van armoe rammelt alles. Het verschil tussen de eerste en de tweede is dat de eerste een product is van deskundigen (wiens brood men eet, diens woord men spreekt) en dat de tweede norm door een klein (10) meer sociaal voelend burgerpanel dat wat dichter bij de maatschappij staat, wordt vastgesteld. Voor 2000 bedroeg die norm respectievelijk € 8.040 en € 9.000 per jaar t.o.v. de lage-inkomensgrens van € € 9.250 en de beleidsmatige inkomensgrens  van € 8.160. Door dit soort normen is de bijzondere bijstand (Participatiewet) en andere gemeentelijke regelingen uitgevonden zodat weer een aantal ambtenaren van de straat kan worden gehouden om deze regelingen te begeleiden en uit te voeren.

Een vergelijking tussen 2014 (meest recente jaar) en 2008 is als volgt:

Het besteedbaar inkomen is een grootheid waarbij een fors aantal kanttekeningen geplaatst kunnen worden die we hier niet zullen herhalen. We lichten er het eigen woningbezit uit die het CBS in het jaar 2014 noopte om bij nader inzien toch een (te lage) vaststelling van het inkomen eigen woning overigens onvoldoende op te krikken. (zie ook de bijdrage Inkomen uit vermogen 2011-2014).

Het woningbezit 2017 voor de lage inkomens kan als volgt worden samengevat:

We citeren de toelichting op de methodewijziging 2014:

Methodewijziging
Cijfers over inkomen zijn doorgaans binnen een jaar na afloop van de verslagperiode bekend. De herziening ging gepaard met een neerwaartse bijstelling van het aantal huishoudens onder de lage-inkomensgrens. Voor 2014 ging het hierbij om een aanpassing met 85 duizend huishoudens (1,2 procentpunt). {opm. volgens Bartjes eerder 13,6% van het aantal huishoudens onder de lage-inkomensgrens – 85.000/626.000} Voor een groot deel is dit toe te schrijven aan een flinke opwaardering van het voordeel dat huishoudens ontlenen aan eigenwoningbezit. Eigenwoningbezitters worden hierdoor minder vaak dan voorheen tot de groep met (langdurig) een laag inkomen gerekend.[9]

Opmerking: Zoals we uit de bijdragen inkomen uit vermogen 2011-2014  weten is deze aangepaste bijtelling nog veel te laag en daarmee is het aantal huishoudens en personen onder de lage-inkomensgrens ook lager.

Het vermogen van de 762.000 huishoudens in het 1e inkomensdeciel 31-12-2015, dat zijn dus niet noodzakelijkerwijs al onze armen, is als volgt:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) Het aantal huishoudens onder de lage-inkomensgrens bedroeg voor 2014 608.000 (2013: 630.000), dus minder dan het aantal huishoudens in het 1e vermogensdeciel.

(b) Het inkomen uit vermogen voor het 1e inkomensdeciel drukt dus het besteedbaar inkomen.

(c) De kanttekeningen bij het besteedbaar inkomen dat voorvloeit uit deze vermogenscomponenten kunt u hier vinden.

(d) Ook voor de lage inkomens geldt dat de CBS bijtelling eigen woning helemaal nergens op slaat. Deze  bedraagt eerder zo’n € 800 mln. (op basis van 3% WOZ-waarde). In de revisie door het CBS is deze inmiddels al wat bijgesteld, die bijstelling per inkomensdeciel kennen we niet.

Door het besteedbaar inkomen te vergelijken met de lage-inkomensgrens verkijgt het CBS het aantal huishoudens en personen onder deze grens.

§2 De norm

We gaan uit van het door het CBS gebruikte tussenijkpunt in 2000 van € 9.250 en kunnen op die basis het hele traject 1997-2017 berekenen. De ontwikkeling van de lage-inkomensgrens voor een alleenstaande sinds 1979 is dan als volgt:

(click op de grafiek of Ctrl+ om te vergroten)

(a) Het verschil tussen indexatie op basis van het consumenten prijsindexcijfer en de cao-loonontwikkeling (incl. bijzondere beloningen) is over de hele periode 1979-2017 miniem en deze grafiek zou dan ook in het personeelsdossier van de vakbondsbestuurders moeten worden opgenomen. De consequentie van de fixering op prijsindex en CAO-lonen is dat het netto inkomen uit vermogen (na VRH) niet in de indexering meeloopt. Nu is dat inkomen uit vermogen in de CBS-statistieken toch van elke realiteit ontbloot zodat een vergelijking toch niet mogelijk is. De lage inkomens zullen verder nauwelijks pensioenrechten opbouwen en die opbouw maakt geen onderdeel uit van het besteedbaar inkomen noch van het vermogen volgens het CBS. Die inkomens zullen dus ook geen rendement maken op het pensioenvermogen.

Gezien de laagte van het inkomen zal een inflatiecorrectie niet tot een tariefstijging in box 1 leiden. Voor de indirecte belastingen zal dit echter veelal wel het geval zijn gezien het bestedingspatroon. Voor zover het algemene prijsindexcijfer dit patroon niet volgt is er een afwijking die niet in de lage-inkomensgrens tot uitdrukking komt.

(b) De CBS-definitie van lage inkomensgrens is als volgt (de rode italics en blauwe toevoegingen zijn van mijn hand) [1a]:

“Lage inkomensgrens
De lage-inkomensgrens weerspiegelt een vast koopkrachtbedrag in de tijd. De grens is afgeleid van het bijstandsniveau voor een alleenstaande in 1979 (opm. €  per 1/1/ 2002), toen dit in koopkracht het hoogst was. Voor meerpersoonshuishoudens is deze grens met behulp van equivalentiefactoren aangepast aan omvang en samenstelling van het huishouden. Omdat de lage-inkomensgrens alleen voor de prijsontwikkeling (opm. voor welk pakket?) wordt geïndexeerd, is dit criterium bij uitstek geschikt voor vergelijkingen in de tijd. In 2017 bedroeg deze grens op maandbasis 1 040 euro voor een alleenstaande, 1 380 euro voor een alleenstaande ouder met één kind en 1 960 euro voor een paar met twee kinderen. De inkomensgegevens hebben betrekking op huishoudens waarvan de hoofdkostwinner gedurende het gehele jaar een inkomen had. Studentenhuishoudens en bewoners van instellingen, inrichtingen en tehuizen (opm. hoeveel zijn er dicht gegaan en (CPB) gaan er nog dicht voor 2020?) zijn buiten beschouwing gelaten.”

De aanvullende tekst bij de rode passages kunt u er, zo nodig ondersteund door de blauwe passages, zelf bij denken. Toch zou ik de volgende opmerkingen willen plaatsen:

(b1) Het koopkrachtbedrag:

het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor de prijsontwikkeling op basis van de consumenten prijsindex

is natuurlijk maar één onderdeel van de puzzel. We hebben ook nog te maken  b.v. het toeslagenstelsel, het belastingstelsel en de aanvullende inkomensregelingen van de gemeenten die sinds 1979 (sic) nogal aan verandering onderhevig zijn geweest.

De statistieken van het integrale besteedbaar inkomen zijn overigens slechts tot 2014 bij omdat onze belastingdienst nu eenmaal niet een van de vlotste is.

We halen even een Trouw artikel van artikel van 28 april 1998 aan, dat meteen niet duidelijk maakt waarom het CBS 1979 (den Uyl – 2e oliecrisis) nog steeds als basis hanteert:

“Het CBS wijst erop dat de hoogte van het sociaal minimum – afgemeten aan de bijstandsuitkering – nog niet zoveel zegt over de koopkracht. In 1979 bij voorbeeld kon van een bijstandsuitkering veel meer gekocht worden dan nu het geval is. Doordat de uitkeringen daarna jarenlang bevroren zijn, is de koopkracht afgenomen. Afgezet tegen de koopkracht van een uitkering in 1979, is het aantal huishoudens met een laag inkomen in 1996 de helft hoger dan de officiële cijfers melden, berekende het CBS. Niet ruim 10 procent, maar ruim 15 procent van de huishoudens heeft dan een laag inkomen.” [6]

We begrijpen nu ook ineens wat het CPB bedoelt met “toen dit in koopkracht het hoogste was”. In de latere jaren moest immers veel meer geld worden uitgegeven aan de verpozing die het internet ons pleegt te bieden (vrij naar Colijn).

(b2) Voor alternatieve benaderingen zie [2] en de bijdrage Van armoe rammelt alles.  In 2008 kwam dit alternatieve SCPB-budget op €878+€ 83 of € 961 en voor 2014 op € 971 + € 92 of € 1.063. Ik sta niet op de loonlijst van de regering dus ik ben van het niet-veel-maar-toereikendbudget uitgegaan.  De indexering 1/1/2008-/1/2014 volgens de SCPB-methode bedroeg dus 110,6%. Volgens het CBS-prijsindexcijfer was dit cijfer overigens wel 112,9% geweest. Zetten we de indexering door op basis van de CBS consumentenprijzenindexcijfer  dan is dat budget voor 1/1/2017 € 1.083 en voor 1/1/2018 € 1.098. Vergelijk dit cijfer met het CBS cijfer voor 2017 van € 1.040.

((c) Het zal duidelijk zijn dat de ontwikkeling van de huurprijzen en energiekosten ook invloed al hebben op de equivalentiefactor voor meerpersoonshuishoudens. [5] Tevens is een index voor een dergelijk pakket aanzienlijk relevanter dan de algemene consumentenprijsindex. Je moet dan natuurlijk wel de ontwikkeling van de huurtoeslag meenemen. Ook de verhuurdersheffing heeft overigens voor onnodige kosten voor onze doelgroep gezorgd. De equivalentiefactoren voor de jaren 2000-2016 zijn als volgt:

Over die specifieke factoren met twee cijfers achter de komma zal ongetwijfeld heel diep zijn nagedacht, maar kennelijk niet al te frequent.

(d) Doordat er sinds 2013-2020 ca 800 van de 2000 verzorgingstehuizen dicht (zullen) gaan zal het aantal potentiële huishoudens met risico op armoede op basis van de definitie in de statistieken toenemen. [4] Hiervan wordt niets vermeld in de CBS-rapportage en ook niet in de CPB rapportage.

(e) Door het AOW-gat van onze allochtone landgenoten met een onvolledige AOW-opbouw zal de armoede onder de AOW’ers alleen maar toenemen.

§3 Het cijfermateriaal

Allereerst brengen we de ontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen in kaart:

(a) Zonder nader te kijken naar de samenstelling van de bijstandtrekkers zegt het verloop van de cijfers niet zo veel want het aandeel (niet) westerse immigranten in die groep is aanzienlijk en logischerwijs stijgend. Zonder dit in aanmerking te nemen is een analyse van het cijfermateriaal ondoelmatig. Er is dus alle reden om de grafieken nader uit te splitsen naar Nederlanders, Westerse en Niet-Westerse immigranten als we de ontwikkeling in de tijd beter willen begrijpen.

De ontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen en personen onder de lage-inkomensgrens 1998-2017 is als volgt [1;2;7 en 8]:

(click op de grafiek of Ctr+ om te vergroten)

(a) CBS arm rest (grijs) is ontleend aan een oudere CBS Statline tabel waarvan de status obscuur is. Het cijfer voor 2000 is, zo mogelijk, nog obscuurder.[8]

(b) Het CBS komt eind 2017 op 1.070.000 personen (CPB 1.087.000) met een laag inkomen, dat is 645.000 personen meer dan het aantal bijstandtrekkers.

Tot slot geven we de cijfers gesplitst naar afkomst in een drietal grafieken:

(a) Het aantal AOW’ ers in de bijstand is verwaarloosbaar.

(b) In 2017 bedroeg het aantal personen dat vier jaar of meer een laag inkomen had 177.700, dat is 34% van de lage inkomens. De toename ten opzichte van 2014 was 7,7%.

(a) Het Nederlandse AOW-systeem met 50 opbouwjaren is krankzinnig en archaïsch. Dit zal leiden tot veel bijstandtrekkers in de toekomst, in het bijzonder in deze groep en de westerse immigranten.

(b) In 2017 bedroeg het aantal personen dat vier jaar of meer een laag inkomen had  179.300 dat is 41% van de lage inkomens. De toename ten opzichte van 2014 was 3,5%.

(b) In 2017 bedroeg het aantal personen dat vier jaar of meer een laag inkomen had  42.400, dat is 35% van de lage inkomens. De toename ten opzichte van 2014 was 8,8%.

______________________

Laatst bijgewerkt 16 november 2018

Bronnen

[1a] CBS, “Meer huishoudens met risico op armoede in 2017”

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/46/meer-huishoudens-met-risico-op-armoede-in-2017

Relevante CBS-definities voor deze tabel:

Lage-inkomensgrens
De lage-inkomensgrens betreft een vast bedrag dat voor alle typen huishoudens een gelijke koopkracht vertegenwoordigt. De hoogte ervan is geënt op de bijstandsuitkering van een alleenstaande in 1979, toen deze op een hoog niveau lag. Er is sprake van een laag inkomen als het inkomen omgerekend naar een inkomen van een alleenstaande, een lagere koopkracht vertegenwoordigt dan een bedrag van 9 250 euro in prijzen van 2000. Het inkomensbegrip dat hierbij wordt gehanteerd, is het besteedbaar inkomen verminderd met aan bestedingen gebonden uitkeringen, zoals de huurtoeslag. Inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling worden met behulp van een equivalentiefactor vergelijkbaar gemaakt. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9.250 euro.

Voor de historie die teruggaat tot 1990 zie

https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_1997/Armoedemonitor_1997

Sociaal minimum
Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Tot aan de pensioengerechtigde leeftijd is het sociaal minimum gelijk aan de hoogte van de bijstandsuitkering en vanaf de pensioengerechtigde leeftijd is het ontleend aan het AOW-pensioen. Voor huishoudens met kinderen zijn de kinderbijslag en het kindgebonden budget aan het normbedrag toegevoegd. Het besteedbaar inkomen van huishoudens die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan valt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum. Daarom is niet 100%, maar een hoger percentage van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd. Die percentages zijn 101, 110 of 120%.

[1b] CPB, “Raming aantal personen/huishoudens onder de lage-inkomensgrens 2018 en 2019”

https://www.cpb.nl/publicatie/raming-aantal-personen-huishoudens-onder-de-lage-inkomensgrens-2018-en-2019

Citaat:

Vervolgens wordt de hoogte van de lage-inkomensgrens geraamd voor 2018 en
2019. Doordat deze grens een vast koopkrachtbedrag weergeeft, kan dit bedrag 
met behulp van de raming van de Consumentenprijsindex van het CPB voor de
genoemde jaren berekend worden op basis van eerdere jaren.

We hebben die bedragen maar even zelf uitgerekend, want het CPB is te belazerd om deze cijfers zelf te vermelden in hun publicatie (overigens ten onrechte wel de hicp-cijfers, dus gecorrigeerd voor belastingen, Andere cijfers geeft het CPB niet in zijn MEV 2019.

[1c] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83842NED/table?dl=5EDB

(de tabel is t/m 2011 in te stellen)

[1d] CBS, “Armoede en sociale uitsluiting 2018”

https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2018/03/armoede-en-sociale-uitsluiting-web.pdf

[1e] CBS “Lage inkomens, kans op armoede en uitsluiting 2009”

https://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/E688BD27-5B14-402F-923A-F4A07235BD43/0/2009v51pub.pdf

[1f] SCPB “armoede publicaties”

https://www.scp.nl/Publicaties/Terugkerende_monitors_en_reeksen/Armoedemonitor_bericht_en_Armoedesignalement

[2] SCPB, “Waar ligt de armoedegrens?”,

https://digitaal.scp.nl/armoedeinkaart2016/waar_ligt_de_armoedegrens/

citaat inzake indexering:

Deze methode leidt er gewoonlijk toe dat de stijging van de grensbedragen groter is dan de inflatie maar kleiner dan de stijging van het gemiddelde inkomen. Dit komt doordat mensen bij een hoger inkomen doorgaans een kleiner deel ervan besteden aan voeding, kleding en wonen. De indexatie is dus geen volledige afspiegeling van veranderingen in welvaart. Bovendien worden de gemiddelde basisbestedingen uitgedrukt als een vijfjaarlijks voortschrijdend gemiddelde zodat veranderingen vertraagd doorwerken. De veronderstelling is dat de perceptie van wat iemand minimaal nodig heeft met enige vertraging reageert op sociaaleconomische veranderingen. Uit eerdere studies blijkt dat de hier gebruikte methode van indexatie goed aansluit bij de ontwikkeling van wat de maatschappij als minimaal noodzakelijk ervaart. Voor meer informatie, zie onder meer Citro en Michael 1995; Soede 2006, 2011; en Vrooman 2009.

[3] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=83131ned&D1=0&D2=0&D3=155,168,181,194,207,220,233,246,259,272,285&HDR=T&STB=G1,G2&VW=T

[4a] https://www.plusonline.nl/geld-recht/help-het-verzorgingshuis-verdwijnt

[4b] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/06/15/programma-langer-thuis

[5] Voor de liefhebber:

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2016/11/02/cpb-notitie/cpb-notitie.pdf

[6] https://www.trouw.nl/home/1-3-miljoen-mensen-leven-in-armoede~a12713fe/

[7a] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=37789ksz&D1=10-14&D2=12,25,38,51,64,77,90,103,116,129,142,155,168,181,194,207,220,233,246,259&HDR=T&STB=G1&VW=T

[7b[ De liefhebber kan zich ook nog tegoed doen aan deze cijferreeks die natuurlijk niet aansluit op [7a], maar wel oudere cijfers geeft:

http://statline.cbs.nl/Statweb/selection/?VW=T&DM=SLNL&PA=03763&D1=8&D2=51-89&HDR=T&STB=G1

[8] http://statline.cbs.nl/Statweb/selection/?VW=T&DM=SLNL&PA=70741ned&D1=0&D2=6&D3=0&D4=0&D5=0,43,46-48&D6=a&HDR=G1,G2,T&STB=G3,G4,G5

[9] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/06/meer-huishoudens-langdurig-onder-lage-inkomensgrens-in-2015

 

 

 

Advertenties

From → 1. Actueel

5 reacties
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    “b) Het CBS komt eind 2017 op 1.070.000 personen (CPB 1.087.000) met een laag inkomen, dat is 645.000 personen meer dan het aantal bijstandtrekkers.”

    Naast de categorie windhappers heb je ook de BOX-3 verbruikers.
    Een laag inkomen hoeft niets te maken te hebben met armoede.

    Inkomen is een gereedschap om vermogen te verwerven.
    Vermogen is ook een gereedschap om inkomen te verwerven.

    Mensen met vermogen, geld onroerend goed al dan niet in het buitenland, komen niet in aanmerking voor bijstand.

    Dat resulteert in:
    425.000 bijstandtrekkers
    645.000 Box3-verbruikers.

    Onbegrijpelijk dat de politici en journalisten allen een laag inkomen verbinden met armoede.
    Een weduwe kan alleen AOW hebben en geen pensioen in pijler-2 naar er toch warmpjes bijzitten in Box3.

    Een klein of negatief blijvend vermogen duidt eerder op armoede.

    Het aantal bijstandtrekkers dient nog wel gecorrigeerd te worden voor de dekmantelzoekers.

    Jacobse en Van Es genoten allebei een uitkering maar lieten toch hun handjes minimaal 80 uur per week wapperen.

    Zo zijn we weer terug bij het pakkende kopje.

    • Dat inkomen uit box 3 vermogen is begrepen in besteedbaar inkomen. Het 1e vermogensdeciel (excl. eigen woning € 35,5 mld.) en het eigen woning bezit (1e deciel € 7,4 mld.) staan in de cijfers van deze bijdrage. Dat het inkomen uit dit vermogen in de CBS statistieken niet volledig is, klopt wel en dus ook weer niet. Te denken valt aan indirecte beleggingsopbrengsten effecten, aanmerkelijk belang inkomen en ondernemingsinkomen (ook in het 1e inkomensdeciel). De weduwe in uw voorbeeld zal ook wel een flink banksalo aanhouden waarvan de rente opbrengst in het besteedbaar inkomen zit. Daar zal ze niet vet van worden door de VRH-diefstal van de overheid.

      Als we een belastingstelsel hadden dat het inkomen uit vermogen juist zou belasten is het besteedbaar inkomen ook juist in de statistieken. Als de norm voor armoede juist is klopt het aantal personen onder de armoede grens ook. Waar die 645.000 box 3 gebruikers vandaan komen is mij een raadsel: ik ben er zelf ook één en zit echt niet in de lage inkomensgroep.

      Het gemiddeld vermogen in het 1e inkomensdeciel bedraagt € 56.600, maar het mediaan vermogen is slechts € 600. De tax planning van het aanmerkelijk belang – en ondernemingsvermogen zal er wel iets mee te maken hebben. Zoals gezegd dit eerste inkomensdeciel is niet representatief en moet u ook eens naast het 1e vermogensdeciel zetten. (zie de bijdrage http://tinyurl.com/ycbm8m5b)

    • Reactie 3. Ik heb de vermogenstabel verder uitgewerkt en er maar even het inkomen uit vermogen van het 1e inkomensdociel bij gezet volgens CBS besteedbaar inkomen. Dat inkomen stelt niet veel voor, maar dat wisten we al uit de bijdrage inkomen uit vermogen 2011-2014. Die 762.000 huishoudens uit het eerste deciel zijn er meer dan de huishoudens met een lage-inkomensgrens (608.000).
      In de topparagraaf heb ik ook een passage over de windhappers opgenomen.

  2. Dhr JC Kortekaas permalink

    Windhappers. Zo noemt de belastingdienst ze. Staan dus wel in de statistieken. Ontvangen vaak netjes bijstand als dekmantel.

    https://www.nrc.nl/nieuws/2014/08/21/de-meeste-windhappers-geen-inkomen-veel-geld-vind-je-in-delft-a1500377

    Maar ook de fiscus begrijpt de fiscale statistische onzin niet.
    Het gaat om vermogen, niet om inkomen.

    De kop moet de lezers op het juiste spoor zetten
    Jacobse en Van ES, bleven buiten alle statistieken.
    Niet klagen en gewoon 80 uur werken naast je uitkering.

    Tuin winterklaar? het is echt de hoogste tijd.

    • Een pijpenwinkel in Amsterdam had een bordje in zijn etalage staan met als tekst:” Grote stelen en kleine stelen, maar grote stelen het meest”. Het probleem is dus van alle tijden.

      De belastingdienst kan de problemen wel benoemen, maar het probleem structureel aanpakken ho maar. Uiteraard wordt er wel lip service bedreven.:
      https://hetccv.nl/onderwerpen/veilige-vakantieparken/overzicht-maatregelen/windhapper-aanpak/

      Ik worstel en kom boven is onze belastingdienst al vele jaren niet gegeven. Met de opeenvolgende kneuzen van staatssecretarissen De Jager, Weekers en Wiebes en topambtenaren op Financiën is dit is het berdoevende resultaat:
      https://www.accountant.nl/nieuws/2018/11/fiscus-worstelt-met-ict-problemen-en-personeelskrapte/

      In mijn bijdrage Het datamijnenveld bij de belastingdienst citeerde ik de ABVA-KABO enquête met de bevinding:

      “Tienduizenden windhappers (mensen die van de wind leven en geen inkomen hebben) worden niet gecontroleerd. [4, blz 9] Signaleren is kinderlijk eenvoudig [5, blz 6] Deze opmerking scoort 272x dus ruim 49%.” (op 550 reacties van belastingambtenaren)

      De belastingdienst is op basis van een onderzoek tot de conclusie gekomen dat het om 13.000 windhappers gaat i.p.v. 20.000. Ik ben zo vrij die cijfers sterk te betwijfelen, tenslotte heeft die dienst er geen belang bij om te melden dat ze jaren hebben zitten aanklooien en Kamerleden vragen toch niet door. Bovendien hebben ze door inadequate ICT en bestandsvervuiling helemaal niet de middelen om dit betrouwbaar vast te stellen. Die bestanden zijn vaak zo vervuild (b.v.GBA) dat data mining alleen maar leidt tot doodlopende werkverschaffing.

      Het volgende citaat laat zien hoe intelligent die opsporing plaats vindt:

      Koppelen
      De windhappers zijn opgespoord door databasegegevens aan elkaar te koppelen. Zo worden bezitters van dure auto’s zonder aantoonbaar inkomen eruit gepikt bij politiecontroles met automatische nummerplaatherkenning. Ook kunnen ze tegen de lamp lopen bij politieacties tegen georganiseerde misdaad, mensenhandel of prostitutie.

      Tussen de regels doorlezen van dit rekenkamerrapport dat op zichzelf een witwasoperatie is, geeft aan wat er zoal mis is:

      https://www.rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2016/11/30/handhavingsbeleid-belastingdienst

      De kop Geen gezeik iedereen rijk, slaat eerder om het gemillimeter in het vaststellen van de normen die alleen maar leidt tot onnodige werkverschaffing en een oerwoud van volstrekt ontoegankelijke regelingen.

      De decentralisatie van de participatiewet leidt ook alleen maar tot minder interne controle waarop door gemeenten op grote schaal wordt bezuinigd zo die gemeenten daartoe al in staat zijn.

      Bovendien hebben we allerlei instanties die zich met armoedebestrijding bezig houden terwijl men eerst beter het belastingstelsel en het toelagen systeem grondig op de helling kan zetten (Caminada in Van Dijkhuizen II). Ook vond ik het onthutsend om te moeten constateren dat we feitelijk met een 40 jaar oude armoede norm te maken hebben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: