Spring naar inhoud

Pensioenfondsen

28 september 2018

_____________________________________________________________________________________________________________________________________

In deze bijdrage behandelen we uitsluitend het pensioenvermogen van de pensioenfondsen. Dit pensioenvermogen bedraagt eind juni 2018 € 1.375 mld., ca 86% van het totale pensioenvermogen.  Dat totaalplaatje vindt u in de bijdrage Pensioenvermogen.

Het pensioenvermogen pensioenfondsen steeg in 2017 met € 71,6 mld. (2016: € 115.6 mld.) Het netto beleggingsrendement bedroeg in 2017 €  72,4 mld. (2016: €  119,4 mld.) Aan pensioenpremie werd in 2017 € 32,4 mld. ontvangen (2016: € 29,0 mld.) en er werd € 29,9 mld. (2016: €  28,9 mld.) uitgekeerd. De algemene reserves bedroegen eind 2017 € 110,5 mld. met een gemiddelde dekkingsgraad van 108,9 ( 30-6-2018: 108,4).

Het rendement op het pensioenvermogen is inkomen voor de pensioendeelnemers die bij pensioenfondsen allen werknemers zijn. Uiteraard zou je dat bij de bepaling van de arbeidsinkomensquote (AIQ) dus moeten meenemen, het gaat daarbij ten slotte niet om de postzegelkas. Omdat de staat voor ca 35% meedeelt in de toename van dit pensioenvermogen, geldt dat m.m. ook voor de staat der Nederlanden  die hiervan dan ook niets in zijn boeken verantwoordt, maar wel de interest op de overheidsschuld in rekening courant met zijn burgers boekt. Op deze wijze streken die zakkenvullers van Financiën in de periode 2006-2017 ten onrechte € 128 mld. [tabel 4 aldaar] aan onnodige belasting op  wegens betaalde rente terwijl ook de marge van € 139 mld. werd opgestreken. Van het totale rendement van € 267 mld. werd niets geboekt.

____________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

In Nederland kennen we drie pensioenpijlers: (1) de AOW, (2) de aanvullende pensioenregeling tussen werkgevers en werknemers {veelal bij pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen (€ 201 mld. niet begrepen in deze bijdrage)}, (3) de individuele fiscaal gefaciliteerde pensioenfaciliteiten, zoals b.v. lijfrenten, FOR en pensioen in eigen beheer, pensioensparen, etc. In deze bijdrage behandelen we uitsluitend de financiële gegevens van de pensioenfondsen.

Gegevens van het totale pensioenvermogen zijn in de bijdrage Pensioenvermogen opgenomen en dit vermogen bedraagt 2018K2 € 1.592 mld. De recente kwartaalgegevens van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen vindt u hier.

§2 Pensioenvermogen pensioenfondsen

Tabel 1 Pensioenvermogen pensioenfondsen 2006 – 2018K2

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(1) Voor de bron zie [1].

(2) Het pensioenvermogen pensioenfondsen bedraagt eind juni 2018 € 1.375 mld. Sinds 2006 is het pensioenvermogen met € 704 mld. (6,4 % p.j.) toegenomen. De staat prikt overigens een aardig vorkje mee. (35%)

De ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad van de pensioenfondsen valt als volgt weer te geven:

Grafiek 1 Actuele dekkingsgraad pensioenfondsen 1987 – 2018K2

(1) De dekkingsgraad is de ratio Pensioenvermogen/Pensioenverplichtingen. Het is met de huidige parameters een weinig zeggende grootheid waaraan onevenredig aandacht moet worden besteed door de uiterst stompzinnige bepalingen in het Financieel ToetsingsKader (FTK). Stompzinnig om twee redenen:

(a) de dekkingsraad is gebaseerd op een uiterst discutabele extrapolatie van de overigens volstrekt irrelevante risicovrije rekenrente;

(b) Het FTK staat, om die onzin van (a) te corrigeren, toe dat je een herstelplan schrijft waarbij je de aannames terugdraait door in dat herstelplan te mogen rekenen met gedateerde rendementsparameters over een periode van 10 jaar . Zo komt Jan Splinter door de winter en hoef je dan weer niet tot afstempeling over te gaan. Tevens wordt zo het zogenaamde gedempte premietekort aangezuiverd. In elk geval schuif je elke vorm van indexering voor je uit maar wat in het vat zit verzuurt niet.

Voor een uiterst kritische kanttekening bij de hele rekenrente systematiek zie het artikel van Van Praag en Hemmers en de Jong op de Mejudice site.[2] Het geheel leidt ertoe dat niemand krijgt wat hem toekomt zolang niet wordt overgegaan tot individuele toerekening van de pensioenpot. Voor het effect van de daling van de rekenrente op de verdeling van de pensioenverplichtingen naar leeftijdscategorie zie deze bijdrage.

(2) Uit deze grafiek valt volgens sommige zelfbenoemde jongere pensioendeskundigen af te lezen dat de ouderen in het verleden veel te weinig pensioenpremie betaald zouden hebben.

 §4 Groei pensioenvermogen pensioenfondsen

Grafiek 2 Ontwikkeling pensioenvermogen en bbp 1987 – 2018K2

(1) Het bbp is in de loop van de tijd door revisies twee keer aangepast, de meest recente versie is gebruikt.

(2) De jaarlijkse stijging in de periode 1988 – 2018K2 van het pensioenvermogen bedraagt voor de pensioenfondsen 6,4% en is derhalve fors hoger dan de toename (groei + inflatie) van het bbp (2,2 %) in diezelfde periode. Met die toename van het pensioenvermogen is dus niks mis, met ons FTK-pensioenstelsel des te meer.

In de periode 1988 – 2006 steeg het pensioenvermogen met 7,9 % per jaar (bbp: 5,6% p.j.) en in de periode 2007 – 2018K2 met 6,5 % per jaar (bbp: 2,1% p.j.).

§5 Staat van baten en lasten

De staat van baten en lasten met de doorrekening van de algemene reserve is blijkens de statistieken van DNB als volgt:

Tabel 2 Staat van baten en lasten en algemene reserve 2006-2017 in € mld. 

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) De verschillen laten zien hoe de mutaties in de algemene reserve niet geheel aansluit met het resultaat van de staat van baten en lasten.

(b) In bovenstaande tabel is af te lezen waar al die beleggingsopbrengsten (€ 700 mld.!)  heen gingen. Onderstaande grafiek verduidelijkt de invloed van het zwarte gat dat rentetermijnstuctuur heet, hoewel we natuurlijk ook te maken hebben met andere mutaties in de technische voorzieningen w.o. het langleven risico:

Grafiek 3 Aanwending beleggingsopbrengsten 1997-2017 in € mld.

(a) De beleggingsresultaten op de redelijk risicovol belegde pensioengelden worden dus opgeslokt door de pensioenvoorziening die tegen de risicovrije rekenrente moet worden berekend.[3] Zonder verplichte deelname aan zo’n pensioenfonds zou geen hond hierin stappen als je ziet wat er sinds 2008 doorlopend de pot in gaat en er, althans voor het overrendement deel, in geen jaren uitkomt. Eigenlijk is zo’n verplichte deelname materieel in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM [4] of gewoon diefstal. De prijsindex eind 2017 t.o.v. 1/1/2008 bedroeg 118,5%, dat betekent dat een pensioen van € 10.000 per 1/1/2008 eind 2017 nog maar € 8.439 waard is.

(b) Aan de technische voorziening werd dus in de periode 2007-2017 € 116 mld. meer opgestookt dan er aan beleggingsopbrengsten binnenkwam. Per saldo kwam er in die periode € 53 mld. meer pensioenpremie binnen dan er aan uitkeringen uitging en op de algemene  reserve werd € 63 mld. ingeteerd. Die algemene reserve per eind 2006 groot € 173 mld. was in elk geval niet door de jongste generatie werkenden opgebracht.

§6 Beleggingsopbrengsten pensioenfondsen

Voor het jaar 2017 zijn de beleggingsopbrengsten als volgt:

Tabel 3 Rendement beleggingen 2017, 2016 en cumulatief 2007-2017 in € mld. 

Een indirecte beleggingsopbrengst is een opbrengst waar geen geldstroom tegenover staat, bijvoorbeeld een waardevermeerdering. Realisatie zal bij verkoop/aflossing plaats vinden. Het belang wordt aan de hand van bovenstaande tabel direct duidelijk.

Het verloop van de cumulatieve bruto beleggingsopbrengsten 1997-2016 gesplitst in directe en indirecte beleggingsopbrengsten kan grafisch als volgt worden weergegeven:

Grafiek 4 direct en indirect cumulatief rendement 1997-2016 pensioenfondsen

(a)  Het totale bruto rendement 1997-2017 bedraagt € 1.003 mld., hiervan is 42% direct en 58% indirect. Het pensioenvermogen nam in die periode met € 1.037 mld. toe.

De beleggingsresultaten kunnen voor de periode 2007 -2017 als volgt nader worden gespecificeerd [1]:

Tabel 4 Beleggingsopbrengsten pensioenfondsen 2007-2018

(click op tabel of CTRL+ om te vergroten)

N(1) De beleggingsopbrengsten maken dus in de periode 2007-2017 cumulatief 102 % van de toename pensioenvermogen uit en fluctueren van jaar tot jaar aanzienlijk, vooral door de indirecte beleggingsopbrengsten. Dit inkomen van pensioendeelnemers (= werknemers) en de staat komt in de CBS-inkomensstatistieken niet voor.

(2) Indirecte beleggingsresultaten op vastrentende waarden gaan door het ontstane agio ten laste van toekomstige renteopbrengsten en drukken dus het toekomstig resultaat door de amortisatie van dat agio. Helaas wordt dit inzicht nauwelijks verstrekt door de pensioenfondsen. Ook de kwartaalberichten van de vijf grote berdrijfspensioenfondsen zijn van een bedroevende kwaliteit onder het kennelijk loensende oog van de toezichthouders.

(2) Onze stille vennoot, de staat, deelt mee in de beleggingsopbrengst voor gemiddeld 35% en strijkt dus €  227,6 mld. op en dan zeggen sommige economen, fiscalisten en het Ministerie van Financiën nog dat je geen vermogensbelasting (VRH) betaalt over je pensioengeld. Voor de hogere inkomens is dat belastingpercentage hoger want 73% van de pensioenpremie wordt afgetrokken door 30% van de huishoudens.

§6 Pensioenpremies en uitkeringen

De ontwikkeling van de pensioenpremies en de uitkeringen van de pensioenfondsen valt als volgt grafisch weer te geven:

Grafiek 5 Pensioenpremie en uitkeringen 1997-2017 in € mld. 

(1) De pensioenpremies zijn veelal gedempte premies, waar de herstelplannen vervolgens onnodig een oplossing voor mogen vinden. De uitkeringen zijn door indexatie-achterstanden veelal te laag en dat geld wordt doorgeschoven naar de volgende generatie in het kader van de Intergenerationele solidariteit. Ook de belastingopbrengst worden daardoor gedrukt en dat geld moet wel direct door alle belastingbetalers worden opebracht.

(2) Cumulatief bedragen de pensioenpremies in de periode 1997-2017 € 486 mld. en de uitkeringen € 418 mld. Per saldo draagt dit dus € 68 mld. bij aan de toename van het pensioenvermogen.

___________________

Laatst bijgewerkt 1 oktober 2018

{Geen belanghebbende in pensioenproblematiek}

Bronnen:

[1] DNB statistieken pensioenfondsen,

https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/baten-en-lastenrekening-pensioenfondsen/dataset/dd3f0062-f6b5-4ba7-9838-c3f81f7698c2

[2] Praag, B.M.S. van, en H. Hemmers, 2016, Is de rentetermijnstructuur wel een goede basis voor onze pensioenberekeningen?, working paper, Amsterdam.

http://www.mejudice.nl/docs/default-source/bronmaterialen/rapport-rentetermijnstuctuur.pdf

Bernard van Praag en Han de Jong., “DNB rekent zich arm met onze pensioenen”

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/13/dnb-rekent-zich-arm-met-onze-pensioenen-12986361-a1573354

[3] https://www.mijnvakbond.nl/Documenten%20MijnVakbond.nl/Senioren/Rekenrente.pdf

[4] https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/12671/De+eigendomsbescherming+van+artikel+1+van+het+Eerste+Protocol+bij+het+EVRM+en+het+Nederlandse+bestuursrecht.pdf;jsessionid=D3F4BC40FD3EEF5E431CB1A93249892F?sequence=2

Advertenties

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: