Spring naar inhoud

Overheidsschuld

26 september 2018

_________________________________________________________________________________________________________________________

Laatst bijgewerkt 31 oktober 2018.

In Nederland kennen we een pensioenstelsel waarbij de overheid ‘dankzij’ de zogenaamde omkeerregel pensioenen, waarbij de pensioenpremie van het belastbaar inkomen wordt afgetrokken (inclusief werkgeversdeel) en de pensioenuitkering t.z.t. wordt belast, flink wat geld misloopt en nog meer belastingopbrengsten langdurig uitstelt. Het gevolg is dat de overheid een niet in zijn boeken verantwoorde belastingclaim opbouwt die eind 2019 zo’n € 591 mld. zal bedragen. (35% van € 1.688 mld.). Aangezien de EMU-overheidsschuld op die datum op € 399 mld. zal uitkomen hebben we dan dus feitelijk helemaal geen schuld maar een fors actief van € 192 mld. Jaarlijks verantwoordt de staat wel de betaalde rente op de staatsschuld, die volledig in het pensioenvermogen is belegd. Het rendement op die belastingclaim wordt niet in de boeken verantwoord en geruisloos opgepot. Deze bijdrage geeft, zo goed en zo kwaad als dit gaat met het beschikbare cijfermateriaal, inzicht in het historische verloop (vanaf 1995) en de stand van de overheidsschuld tot 2020. In appendix A is een benaderde doorrekening van de werkelijke overheidsschuld opgenomen voor de periode 2007-2017.

In de periode 2006-2017 betaalde de staat € 127 mld. aan rente op de Nederlandse overheidsschuld. De rekening daarvan werd door de overheid jaarlijks gepresenteerd in de miljoennennota. Het rendement op de belastingclaim op het pensioenvermogen, waarin die staatsschuld werd belegd, bedroeg in die periode ca € 266 mld., hiervan staat niets in de boeken van de overheid.

Al die jaren zijn we dus door Balkenende en Rutte I & II c.s. op het verkeerde been gezet en hebben we volstrekt onnodig de broekriem moeten aanhalen. Een leugentje om bestwil was daarbij snel gemaakt, hoewel er natuurlijk vooral sprake was van liegen uit puur eigen belang.[1] Ook de non compliance van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) volgens “onze” EU-bobo’s komt hiermee in een volkomen ander daglicht te staan en moet eerder worden toegeschreven aan de vergaande incompetentie van onze politici en die EU-bobo’s. De media spelen daarbij een collaboratieve rol door klakkeloos de framing van de overheid over te nemen.

Ook het CPB begrijpt er nog steeds geen hout van.[11]  Met Laura van Geest in de drivers seat hoeft dat ook niet te verbazen.

______________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Overheids-“schuld”

Onderstaande grafiek geeft het verloop van onze overheids-“schuld” weer:

Grafiek 1 Overheids-“schuld” 1997-2019 in % bbp

(a) Het effect van de toename van de belastingclaim in de periode 1996-2019 met € 464 mld. valt goed in de grafiek af te lezen. Er is geen rekening gehouden met de belastingclaim op de zogenaamde derde pensioenpijler omdat de omvang daarvan niet te bepalen valt. Die belastingclaim is daarmee conservatief bepaald.

(b) Alleen door de investering in financiële activa van € 85 mld. kwam onze werkelijke overheidsschuld sinds 2006 in 2008 even in het rood. We moesten dus alleen de broekriem aanhalen om dit bedrag te kunnen ophoesten, terwijl we dit bedrag natuurlijk gewoon weer bij de banken terughaalden. Kijk dat bedoel ik nu, anders dan mevrouw Laura van Geest van het CPB, met knowing the Past.[4] Het CPB sloeg eerder ook anderszins de plank volledig mis inzake onze staatsschuld. [4b] Ook moet je kennelijk niet bij het CBS zijn voor wat er feitelijk gebeurt™.

In tabelvorm ziet het verloop van de overheidsschuld 1995-2019 er als volgt uit:

Tabel 1 Verloop Overheidsschuld 1995- 2019 in € mld.

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) Dit lijstje haal ik altijd te voorschijn als iemand weer eens begint te zeuren over onze overheidsschuld. Het plaatst ook de schuldencrisis, die we geen bankencrisis mogen noemen (zie gele markering), in perspectief. Gegeven de werkelijke  overheidsschuld was er ook in 2008 dus nauwelijks iets om je echt zorgen over te maken en het Nederlanse volk werd dus grotelijks belazerd door zijn politici [1] en de media.

Het pensioenvermogen en daarmee de belastingclaim nam in de periode 2006-2017, dus inclusief 2008,  met 6,6 % per jaar toe. De EMU-overheidsschuld nam met 2,2% en het bbp met 3,8% per jaar toe  Die – deels beleidsmatige – lage bbp-toename had natuurlijk ook nog budgettaire consequenties. [5]

De toename van het pensioenvermogen voor de periode 2018K3/4 en 2019 is gesteld op 4% per jaar, één percent lager dan het door het CPB aangehouden rendement in hun houdbaarheidsstudies. Als die toename van de schuld en claim goed zijn ingeschat zal het overheidsactief eind 2019 ca € 192 mld. bedragen.

(b) De toename financiële vaste activa 2008 – 2017 bedroeg netto € 12,8 mld., zodat  de in 2008 ontstane schuld door de bankencrisis grotendeels is afgelost.

(c) Door de lage rente bedraagt de marktwaarde van de overheidsschuld eind 2017 € 469 mld., dat is € 52,5 mld. hoger dan de EMU-overheidsschuld. Deze grootheid is alleen relevant als de schuld uit de markt gehaald wordt, maar is natuurlijk wel bruikbaar om het overheidsvermogen in de overheidsbalans te drukken [1b]:

Tabel 2 Staatsvermogen in € mld.

Het CBS heeft dan in zijn balans nog geen rekening gehouden met de AOW-verplichting die natuurlijk ook een vordering is op de toekomstige belastingbetaler. Die berekening van een reële AOW-verplichting van de staat kun je overigens ook niet aan het CBS overlaten. Daar staat tegenover dat de ambtenarenpensioenen i.t.t. veel EU-landen wel zijn afgefinancierd. (§4)

§2 Overheids-“tekort”

De gegevens in tabel 1 kunnen we voor de periode 1996-2019 als volgt samenvatten:

Tabel 3 Samenvatting mutaties overheidsschuld 1996-2019 in € mld.

Als we de ontwikkeling van het bbp, de EMU-overheidsschuld en het pensioenvermogen met de belastingclaim daarop, in één grafiek uiteenzetten krijgen we het volgende beeld:

Grafiek 2 Kerngrootheden 1995-2019 in € mld.

Dat de ontregeling van de overheidsfinanciën niet veroorzaakt werd door het door de overheid zelf gecreëerde overheidstekort maar met name door de omkeerregel pensioenen maken we in deze paragraaf duidelijk. Door storting van pensioenpremies wordt 52% van de pensioenpremie als belasting aan de belastingheffing onttrokken, terwijl de pensioenuitkering t.z.t. slechts 35% aan belasting opbrengt, zoals Bas Jacobs in afstemming met het CPB heeft vastgesteld. Het rendement op het pensioenvermogen vrijgesteld van vermogensrendementsheffing maar het rendement wordt bij uitkering natuurlijk wel belast in box 1. De 35% belasting op het behaalde opgepotte rendement op het pensioenvermogen is wel begrepen in de belastingclaim. [voor een nadere toelichting zie de bijdrage Opdoeken die omkeeregel pensioenen!]

Als we uitgaan van een pensioenpremie inclusief derde pensioenpijler van zo’n € 45 mld. [6] gaat het om een jaarlijkse belastingderving van € 7,7 mld. (17%) meer dan de huidige rente op onze EMU-staatsschuld en een uitstel van € 15,8 mld. (35%). Met het indirecte belastingen effect (ca 8% bestedingen) is dan geen rekening gehouden. Het rendement begrepen in de uitkering wordt t.z.t. belast tegen ca 35%. Materieel is de pensioenuitkering het opnemen van spaargeld. Dat spaargeld werd op het moment van de premiestorting verdiend op grond van de dan verrichte prestatie (begrepen in bbp) en had dan moeten worden belast.

Macro-economen moeten altijd wat te zeuren hebben en hebben bedacht dat je eigenlijk moet kijken naar het structurele begrotingssaldo (CPB en EMU-versie). Voor 2019 is deze blijkens de MEV 2019 -0,4% bbp terwijl deze volgens de EU-bobo regeltjes maximaal -0,5% bbp mag zijn. Met een belastingclaim van 72,7% bbp_2019 en een forse spread tussen de beleggingsrendementen op die claim (de laatste vijf jaar gemiddeld € 39 mld. per jaar) en de betaalde rente (2019 € 5,5 mld.) maak ik mij daar als gewone burger, die overigens gelukkig geen bal verstand heeft van politieke economie, niet zo druk over.

Het Ministerie van Financiën nam in de miljoenennota 2019 (pg 4) de volgende grafiek op:

Minister Hoekstra had de miljoenennota 2019 natuurlijk ook kunnen opvrolijken met de volgende grafiek, maar dat mocht natuurlijk niet van MP Rutte [1] omdat zijn regering conform het motto van deze site moest blijven handelen:

§3 De dreigende ondragelijke interestlast op onze overheids-“schuld” bij een rentestijging

In de miljoenennota 2019 trof ik de volgende passages aan:

“Als de staatsschuld boven de 60 procent bbp komt (en niet snel genoeg daalt), zijn er bijvoorbeeld maatregelen nodig om weer te voldoen aan de Europese vereisten en heeft de overheid minder ruimte voor stabiliserend begrotingsbeleid. {verwijzing CPB-publicatie Naar een prudent niveau van de overheidsschuld.} Ook leidt een hogere schuld tot meer rentelasten voor de overheid. Om ervoor te zorgen dat de begroting bestand is tegen economische tegenwind, is het dus wenselijk dat de staatsschuld verder daalt.” [pg 28]

“Als de rente stijgt, zal de overheid meer rentelasten moeten betalen over de staatsschuld, wat weer moet worden gecompenseerd met andere uitgaven.” [pg 29] 

Zoals de Engelsen zeggen: un oeuf et un oeuf: het moet toch niet veel prudenter worden. We moeten dan eerst maar eens naar een betere premier en minister van financiën gaan zoeken die de uiterst gezonde financiële toestand van Rijks’ financiën wel internationaal over het voetlicht kan brengen.

Als overheid zou ik mij eerder zorgen maken over de ontwikkeling van de belastingclaim op het pensioenvermogen en het rendement op die claim onder de huidige onzekere omstandigheden, maar daarover zult u in de miljoenennota tittel of jota aantreffen. Overigens loopt de belastingclaim alleen bij afstempeling van de pensioenrechten gevaar. Zolang de dekkingsraad van de pensioenfondsen niet onder de 100% komt en de verzekeringsmaatschappijen aan hun verplichtingen kunnen voldoen loopt de schatkist geen gevaar. De algemene reserve pensioenfondsen en de pensioenvoorziening zijn immers communicerende vaten.

Het probleem van de rentelast is overigens niet zo groot, anders zou het niet de grootst mogelijke moeite kosten om een betrouwbare cijferreeks van de rentelast op onze staatsschuld boven tafel te krijgen. In de grafiek 3 laten we drie versies de revue passeren.

Enerzijds hebben we te maken met de rente op de overheidsschuld, anderzijds heeft de overheid ook rente-inkomsten, beide komen onder D41 in de CBS-statistiek overheidsinkomsten en overheidsuitgaven tot uitdrukking. Die splitsing tussen betaalde en ontvangen interest is overigens redelijk arbitrair en laat zich sturen.

Grafiek 3 Kiest u maar – de interestlast op de overheidsschuld 1995-2020 in € mld.

(a) We kunnen de rentelast aan de overheidsschuld relateren. In dat geval lijkt CBS’ “D41 Rente conform nationale rekeningen” een goede keuze (bruto – lichtblauwe lijn in de grafiek). [3a] Ook het CPB heeft zijn eigen opvattingen over de rentelast (donker blauwe lijn in de grafiek). [2d] De beide lijnen vallen gelukkig sinds kort door aanpassingen van het CPB bijna samen. Het voordeel van het CPB-cijfer is dat de rentelast 2019 groot € 5,5 mld. aansluit op de miljoenennnota 2019.

(b) We kunnen natuurlijk ook de rente-inkomsten [3a] van de rentelast [3b] aftrekken. Het gaat in feite natuurlijk om de netto rentelast. (rode lijn in de grafiek)

(c) Het Ministerie van Financiën heeft in antwoord op Kamervragen in 2016 een specificatie van de rentelast op de EMU-overheidsschuld opgeleverd voor de jaren 2000-2020 (paarse lijn in de grafiek). [3c] Het heeft er de schijn van, hoewel niet toegelicht, dat het ministerie ook met netto interestcijfers werkt.

In 1995 bedroeg de bruto rentelast € 16,7 mld. of 5,1% bbp.  Indien we in 2019 dat zelfde percentage van het bbp aan interest zouden betalen dan zou de interestlast in 2019 € 41 mld. bedragen in plaats van de € 5,5 mld. last in de miljoenennota 2019.

De wedervraag zou natuurlijk ook kunnen luiden: wat gebeurt er met het rendement op de belastingclaim op het pensioenvermogen als de rente stijgt?  Maar die vraag wordt natuurlijk nooit gesteld door de media. De volgende tabel laat de importantie van die vraag zien:

Tabel 4 Benadering rendement belastingclaim

(a) Het rendement op het pensioenvermogen 2006-2017 is dus benaderd ca 761 mld., het aandeel van de staat bedraagt ca € 267 mld. De toename van de belastingclaim op het pensioenvermogen bedraagt € 273 mld. Beide cijfers zult u niet in de boeken van de overheid aantreffen. Dat geldt wel voor de bruto rentelast  op de overheidsschuld van € 127 mld. De door de overheid gepresenteerde cijfers over de overheidsfinanciën zijn dus primair volstrekt misleidend en subsidiair leugenachtig.

(b) Het rendement op het pensioenvermogen buiten de pensioenfondsen is geschat op 4%. De rente EMU-schuld is conform het CPB. [2d] De pensioenpremie is gebaseerd op de CBS besteedbaar inkomen statistiek en derhalve onvolledig en te laag. Momenteel bedraagt de pensioenpremie incl. derde pensioenpijler rond de € 45 mld. [5]

(c) Het zal op basis van deze tabel duidelijk zijn dat het rendement op het pensioenvermogen, dat voor 86% in het buitenland is belegd, een grote rol speelt bij een gezonde ontwikkeling van de overheidsfinanciën. Zolang de pensioenrechten niet worden afgestempeld blijft de belastingclaim in tact.

(d) Het blijft vreemd dat de staat materieel niets te vertellen heeft over het beleggingsbeleid inzake zijn belastingclaim van zo’n € 546 mld. exclusief 3e pensioenpijler eind 2017: een democratisch deficiet van de eerste orde.

(d) Het Ministerie van Financiën rekent intern juni 2017 in de appreciatie VNO-NCW vestigingsklimaat notitie met een pensioenvermogen van € 1.500 mld. en een belastingclaim van € 450 mld. (30%). [7]

(e) Grafisch valt het rendement op de belastingclaim en de rentelast op de staatsschuld als volgt weer te geven:

(a) Ook hier zou het Ministerie van Financiën met hopelijk beter cijfermateriaal inzicht in kunnen geven. Toch jammer dat het rendement door de staat nooit geboekt wordt: heel veel wakkere ochtendkrant- en niet te vergeten Elsevierlezertjes zouden een stuk rustiger slapen.

Overigens kan die rente op de overheidsschuld best weer wat stijgen zonder dat de overheidsfinanciën in de knel komen zoals uit het historisch verloop van de rentelast in % bbp blijkt:

Grafiek 5 Rentelast in % bbp en rentepercentage staatsschuld 1815-2019 

Maar ja, de meeste mensen klagen over hun geheugen en niet over hun verstand.

§4 Stabiliteits- en Groeipact (SGP)

Zoals bekend zijn de onzinnige SGP-eisen een overheidstekort van maximaal 3% bbp en een overheidsschuld van maximaal 60% bbp. Laten we eerst kijken naar de historische relevantie van die 60%-eis aan de hand van de volgende grafiek van de Nederlandse overheidsschuld in % bbp [1d]:

(Click op grafiek of Ctrl+ om te vergroten)

Grafiek 6 Overheidsschuld in % bbp 1814-2017 vs 60%-norm

Omdat Nederland slechts in 43 van de 204 jaar aan de 60% SGP norm voldeed mogen we wel van een door de EU invented tradition ( Eric John Ernest Hobsbawm & Terence Ranger) spreken. Het ligt dus niet zo voor hand om Nederland de 60%-norm op te leggen: er werd in het verleden ook nauwelijks aan voldaan. Het zal op basis van het voorgaande duidelijk zijn dat Nederland thans ruim aan die norm voldoet (netto een actief) als je tenminste ordentelijk boekhoudt (matching principle) en dat vermogen hebben macro-economen kennelijk niet van huis uit meegekregen.

Daarnaast heeft Nederland ook het pensioen van zijn overheidsdienaren volledig af gefinancierd. Het gaat hierbij om een netto bedrag van ca € 401 mld. eind juni 2018:

Tabel 5 Pensioenvermogen ABP en PFZW in € mld.

(a) Uiteraard hebben we onze belastingclaim op dat pensioenvermogen dan al in mindering gebracht om dubbeltellingen te voorkomen.

(b) Vraag aan de EU-commissie: kunt u één land in de EU aanwijzen wiens overheidsfinanciën er zo goed voor staan en waarom legde u eigenlijk Nederland de excessive deficit procedure indertijd op? Dat MP Rutte en de heren de Jager/ Dijsselbloem het niet goed konden uitleggen is natuurlijk geen geldige reden.

§5 Enkele misverstanden over de belastingclaim pensioenvermogen

Regelmatig worden mij in de discussie een aantal tegenwerpingen gemaakt die ik hier even kort behandel.

§5.1 Belastingclaim is nodig om toekomstige AOW- en zorgkosten te kunnen betalen

Om deze stelling op zijn waarde te kunnen inschatten moeten we natuurlijk eerst de ontwikkeling van die belastingclaim in de toekomst kennen. Die wordt ons door de politiek onthouden en moeten we dus zelf even zo goed en zo kwaad als dat gaat reconstrueren. Eind 2060 bedraagt het pensioenvermogen ruwweg zo’n € 4.500 mld. en de verwachte belastingclaim op het pensioenvermogen rond de € 1,575 mld. Overigens is het een lachwekkende pretentie dat je het pensioenvermogen in 2060 ook maar enigszins betrouwbaar zou kunnen voorspellen.

De belastingclaim zit dus gevangen in het zwarte gat dat pensioenvermogen heet en die claim loopt alleen maar op. Per saldo komt dat geld dus niet uit de pensioenpot en kan derhalve ook niet bijdragen aan de opvang van de vergrijzingskosten. De toekomstige generatie stort immers ook pensioenpremie over een hopelijk hoger inkomen. De zorgkosten stijgen overigens niet alleen door de vergrijzing maar ook door technologische ontwikkelingen en ook de jongeren zorgen voor een aardige kostenstijging. [Zie bijdrage Grijsgedraaide grammofoonplaat].

§5.2 Geen schuld nalaten aan volgende generatie?

De vraag die eerst beantwoord moet worden is welke generatie eerder zo gek was om ons geen schuld na te laten. De grafiek in §4 gaf daarop al het antwoord.

Uitgaande van een genormaliseerde overheidsschuld van 40% bbp, kunnen we eind 2017 zo’n € 485 mld. potverteren en de toekomstige generatie nog steeds, historisch gezien, een uiterst florissante overheidshuishouding nalaten. Het actief eind 2017 groot € 130 mld. kan zonder meer direct aan de huidige belastingbetalers worden teruggegeven. We laten dan geen schuld na en daarmee is de toekomstige generatie wel genoeg gematst.

§6 Conclusie

We hebben al vele jaren geen overheidsschuld en zullen door het rendement op de belastingclaim op het pensioenvermogen voorlopig ook wel in werkelijkheid een positief overheidssaldo hebben. De huidige belastingen zijn daarnaast onnodig hoog omdat de belastingderving (17%)  en het belastinguitstel (35%) veroorzaakt door de omkeerregel pensioenen moet worden opgevangen. Opdoeken die omkeerregel pensioenen!, die de overheidsfinanciën- althans op papier – volledig uit het lood slaat, blijft dus het motto.

Bovenstaand cijfermateriaal is gebaseerd op schattingen die ongetwijfeld onvolkomenheden zullen bevatten, maar eerder aan de conservatieve kant zijn gezien de 3e pensioenpijler. Maar als je als burger door de overheid systematisch wordt voorgelogen, zal je wat moeten. Het wordt dan ook hoog tijd dat de overheid wel de juiste cijfers, inclusief een volledig beeld van de derde pensioenpijler, ophoest. De vraag alleen is wie dat moet doen: het CPB en CBS hebben zich immers voor deze taak, gezien hun past performance, volstrekt gediskwalificeerd. De politiek, onze grootste bron van nepnieuws, kun je dit kennelijk ook niet toevertrouwen. In elk geval maken ze de middelen er niet voor vrij (zie Piketty discussie in Kamer). Over “onze” media doen we er maar verder het zwijgen toe.

P.S. De eerste versie van dit verhaal werd december 2011 aangeboden aan MeJudice, die het artikel vervolgens niet plaatste. Daarna ben ik in februari 2012 dit web gestart en de eerste versie op mijn web luidde als volgt: Staatsschuld veel kleiner dan veelal gedacht.

Appendix A Doorrekening Netto overheidsschuld 2006-2017

Professionele cijferaars zouden natuurlijk bij al die statistieken een doorrekening willen opleveren om de cijfers in onderling verband te tonen. Helaas ontbreekt daarvoor het cijfermateriaal. Op grond van de gegevens in deze bijdrage en de bijdrage Pensioenvermogen valt een uiterst globale doorrekening te maken van de werkelijke overheidsschuld aan de hand van beschikbare informatie. De omvang van het derde pensioenpijler pensioenvermogen is niet bekend. In de besteedbaar inkomen statistiek 2001-2014 [2e] lopen echter wel delen van de derde pensioenpijler mee. De opstelling, met grote slagen om de arm, wordt dan als volgt:

[a] De begin- en eindstanden sluiten aan met de cijfers in deze bijdrage en de bijdrage Pensioenvermogen. Het gehanteerde belastingtarief is gemiddeld 35%. Overig pensioenvermogen is het saldo na aftrek van de pensioenfondsgegevens en voor de begin- en eindstand het pensioenvermogen verzekeringsmaatschappijen. De kolom Overig pensioenvermogen is vervuild doordat 3e pensioenpijler componenten meelopen in [2e] w.o.. lijfrenteuitkeringen. De CBS statistiek besteedbaar inkomen [2e] geeft anno oktober 2018 slechts cijfers t/m 2014, omdat de Nederlandse fiscus zijn zaken niet op orde heeft. Het komt de overheid ook beter uit dat de burger met verouderd materiaal moet werken: je zou anders nog meer vraagtekens kunnen plaatsen bij haar cijfermateriaal. Daarom stelt de overheid het CBS ook niet meer budget beschikbaar – zie de Piketty discussie in de Kamer.

(b) De mutaties in de EMU-overheidsschuld zijn conform tabel 1.

(c) Voor de DNB-statistiek Staat baten en lasten pensioenfondsen – zie de bijdrage pensioenfondsen. De overige mutaties € 54,8 mld. zijn daar voorzover beschikbaar na te lezen, b.v. de pensioenoverdrachten € 19,9 mld.

(d) De pensioenpremie is t/m 2014 ontleend aan [2e], die cijfers zijn aantoonbaar aan de lage kant blijkens de MvF-data. [9] De jaren 2015-2017 zijn pro rato geschat aan de hand van de ontwikkeling pensioenpremies pensioenfondsen – zie noot [10]. De ratio totaal pensioenpremie/pensioenpremie pensioenfondsen ≈ 1,5.

De [2e] pensioenpremiecijfers zijn aan de lage kant. [8] In de miljoennnota 2019 wordt met een pensioenpremieaftrek van € 19,8 mld. voor 2018 gerekend. Bij een aftrektarief van ca 43% (MvF) komt dat neer op € 46,0 mld. pensioenpremie. [9]

[e] De rendementen zijn conform tabel 4.

(f) De pensioenuitkering is t/m 2014 ontleend aan [2e] en omvat ook de lijfrenteuitkeringen, die niet behoren tot de pensioenuitkeringen en vermoedelijk deels het forse verschil verklaren. De mutatie in het  lijrentevermogen 2007-2017 is overigens verwaarloosbaar. De jaren 2015-2017 zijn pro rato geschat aan de hand van de ontwikkeling pensioenuitkering pensioenfondsen bij gebrek aan beter.[10] De ratio totaal pensioenuitkering /pensioenuitkering pensioenfondsen ≈ 1,28.

_________________

Noten

[1] Het leugenachtige karakter van Teflon Rutte blijkt uit onderstaande video die we op grond van de cijfers in 2008 moeten dateren. Eind 2008 was de officiële staatschuld 350 mld. In werkelijkheid was die schuld slechts 76 mld. Dat kwam dan alleen nog omdat de Nederlandse staat € 85 mld. in de banken had moeten stoppen aangezien het particulier initiatief zijn zaken weer eens niet op orde had. De Telderstichting, hoe kan het ook anders, schoof de schuld volledig in de schoenen van de toezichthouder en de overheid. Dat geld kwam overigens grotendeel terug zoals we in tabel 1 kunnen zien. Ook het rendement op het pensioenvermogen viel in 2008 wat tegen, maar dat grote verlies werd in 2009 al weer grotendeels goed gemaakt.

De VVD-staatsschuldmeter is dan ook op wonderbaarlijke wijze verdwenen, zoals dat ook om duidelijke reden met de VVD-poster Hypotheekrente staat als een huis het geval is. Bedoeld zal overigens zijn een huis in Groningen. Over het chronische geheugenverlies van de heer Rutte tijdens de dividenbelasting perikelen hebben we het dan maar even niet. Maar dit NRC-commentaar is te mooi om niet even te citeren:

“Zo nu en dan wordt in Den Haag het verhaal verteld over de ambtenaar die van zijn nerveuze minister de vraag kreeg wat deze moest antwoorden over een netelige kwestie. „Als u het eens probeert met de waarheid”, antwoordde de man. Wellicht is dit een idee voor premier Rutte.”

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/26/dividendbelasting-probeer-het-eens-een-keer-met-de-waarheid-premier-rutte-a1600953

zie ook: https://fd.nl/economie-politiek/1241805/rutte-liegen-is-geen-doodzonde

Voor de kwalijke rol van de media zie de bijdrage Onze staatsschuld – Mea Culpa?

[2] Bronnen

Algemeen – revisie

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/21/revisie-nationale-rekeningen

“Op 22 juni [2018] zijn de gereviseerde cijfers van de Nederlandse nationale rekeningen gepubliceerd voor 1995 tot en met 2015, inclusief nieuwe cijfers voor de jaren 2016 en 2017 die op de reeks na revisie aansluiten. De cijfers tot en met 2015 zijn gewijzigd als gevolg van de revisie, voor 2016 en verder zijn de cijfers ook aangepast door nieuwere brongegevens. De nationale rekeningen zijn onder andere de bron van veel gebruikte macro-economische variabelen als het bbp, het handels(export)saldo en ook het overheidstekort en de overheidsschuld.”

[2a] Het verloop van de overheidsschuld en het overheidssaldo

CBS, Opendata, “Overheid; Overheidssaldo en overheidsschuld 1995-2017”

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82565NED/table?ts=1520271585649

[2b] Overheidsschuld tegen marktwaarde

CBS, Opendata, “Overheid; schuld naar schuldtitel en geldgever 1995-2017”

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82567NED/table?ts=1521490101162

[2c] CPB, “Lange tijdreeksen overheidsfinancien”

https://www.cpb.nl/cijfer/lange-tijdreeksen-overheidsfinancien

[2d] CPB, “Bijlagen bij de Macro Economische Verkenning 2019”

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/verzamelde_bijlagen_MEV_2019_0.xlsx

[2e] Samenstelling inkomen; particuliere huishoudens, kenmerken, 2001-2014

http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70991ned&D1=2&D2=16-125&D3=0&D4=a&HDR=G3,T,G2&STB=G1&VW=T

[3 Bronnenmateriaal interestlast overheidsschuld:

De staat der Nederlanden strooit regelmatig andere cijferreeksen over onze interestlast rond en het valt niet mee om de “juiste” cijfers op tafel te krijgen. Het CPB helpt daarbij ook niet echt, want die doet hetzelfde met zijn lange termijnreeksen. Hopelijk is het ons toch gelukt.

Onderstaande publicatie laat zien dat het CBS de brutocijfers gebruikt. De cijfers zijn inmiddels weer achterhaald zie [2a]:

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2014/20/historisch-lage-rentelasten-voor-overheid-in-2013

[3a] CBS. Opendata, “Overheidsuitgaven; transacties en overheidssectoren”

Selecteer- Transactie –  D41 Rente conform nationale rekeningen

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84116NED/table?ts=1531514013579

[3b] CBS. Opendata, “Overheidsinkomsten; transacties en overheidssectoren”

Selecteer- Transactie –  D41 Rente conform nationale rekeningen

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84115NED/table?ts=1531513557810

De splitsing tussen D41 inkomsten en D41 uitgaven valt natuurlijk te sturen en daarom zou het logisch zijn om de rentelast per saldo netto te nemen. Toch volgen we de CPB cijferreeks, die ook van bruto uitgaat.

[3c] Rijksoverheid, “Bijlage 1 Antwoorden Kamervragen Miljoenennota 2017”

Het Ministerie van Financiën (toch ambtenaren zat) heeft noch een boodschap aan de cijfers van het CBS noch aan die van het CPB en geeft weer een eigen cijferreeks om de Tweede Kamer te informeren.

Antwoord vraag 32 door MvF – zie daarvoor vraag 24:

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/09/30/bijlage-1-antwoorden-kamervragen-miljoenennota-2017

[4]Laura van Geest , “Sound Public Finances Experience with Fiscal Institutions in the Netherlands “,

https://www.imf.org/external/np/seminars/eng/2015/capdr/pdf/lvangeest.pdf

Ik doel hierbij in het bijzonder op slide 7, een typisch geval van geschiedvervalsing.

Nu kan ik de past ook een klein beetje en ik roep even deze tekst van het CPB in herinnering:

“Het kan verstandig zijn om de staatsschuld niet te ver te laten oplopen om toekomstige negatieve schokken te kunnen opvangen (Lukkezen en Suyker, 2013a). Hoge schuldniveaus hangen samen met perioden van lage economische groei. Vanaf een niveau van 80% bbp lijkt het erop dat de staatsschuld de economische groei kan afremmen. Het is prudent om een marge aan te houden ten opzichte van dat niveau. In het pad zonder houdbaarheidsoverschot daalt de schuldquote tot 60% bbp in 2037, en daarna verder tot 40% bbp, ruim onder het niveau waarop effecten op de economische groei verwacht worden.” {CPB boek 12 Minder zorg om vergrijzing pg 14}

Ik heb toch echt een hele tijd in een deuk gelegen over zoveel onzin.

[4b] De uitgebreide aandacht van het CPB voor Reinhart en Rogoff in het CEP 2009 (13 x) en de CPB-evaluatie 4 jaar later mag op zijn minst opmerkelijk genoemd worden in het licht van de uiterst rooskleurige stand van ’s Rijk financiën (tabel 1). De “reële” overheidsschuld van het CPB tijdens de “top”en het “dal” krijgt dan ook zijn eigen dimensie:

https://www.cpb.nl/sites/default/files/cep2013_kader_pag11.pdf

De graduate student Thomas Herndon haalde de heren Carmen Reinhart and Kenneth Rogoff onderuit en toonde aan dat er aan het peer review van het blad American Economic Review een steekje los zat:

http://www.peri.umass.edu/fileadmin/pdf/working_papers/working_papers_301-350/WP322.pdf

[5] Dankzij Rutte I & II was Nederland door de lage groei naar de stand 2016 ook nog eens € 56 mld. aan bbp kwijt. Tegen een percentage van 37,5% valt er dan door de staat € 21 mld. per jaar minder te besteden.

Zie ook

Bas Jacobs, https://basjacobs.wordpress.com/2016/09/19/de-rekening-van-rutte/

[5] 33 400 Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33400-4.pdf

“Het bedrag aan pensioenpremies in de tweede en derde pijler loopt volgens het CPB op van 43,4 miljard euro in 2013 naar 48,3 miljard euro in 2017. De budgettaire derving die optreedt als gevolg van deze premies loopt op van 20,0 miljard euro in 2013 naar 21,8 miljard euro in 2017. Uiteraard betreft het hier een partieel budgettair effect: tegenover de
kosten van aftrek van pensioenpremies in 2013–2017 staan de belastingopbrengsten
over de pensioenuitkeringen. Circa 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent.”

Uiteraard betreft het hier een partieel budgettair effect want die pensioenpremies die ten grondslag liggen aan de pensioenuitkeringen zijn in een eerder stadium al eens door die belastbetalers opgebracht. Uiteraard zwijgt het ministerie over de 17% belastingderving. Over de vermogensrendementsheffing beweert het MvF ook de grootst mogelijke onzin: het rendement begrepen in de pensioenuitkering wordt namenlijk gewoon belast tegen 35%.

[7] Notities 1- 4 bij brief over dividendbelasting

In de onsamenhangende en renundante in elkaar geflanste informatieset pagina 73

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2018/04/24/notities-1-m-4-bij-brief-over-dividendbelating

Mijn conclusie op basis van deze notitie van het Ministerie van Financiën is dat zij intern juni 2017 bij het ministerie kennelijk rekenden met € 1.500 mld. aan pensioenvermogen en een belastingtarief van 30%.  Helaas heeft dat bericht de burgers aanvankelijk niet bereikt.

[8] De overheid maakt altijd zijn documenten zoek:

Bedoeld zal zijn onwelgevallige informatie – [5] voor quote.

https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/j9vvij5epmj1ey0/vj3eh6tx7gun

[9]  https://www.rijksoverheid.nl/documenten/begrotingen/2018/09/18/bijlagen-miljoenennota-2019

[10] De schattingen voor pensioenpremie en pensioenuitkeringen zijn als volgt:

[11] NRC, “CPB oneens over Hoekstra’s budgetbeleid”,

Met Philip de Witt Wijnen als NRC-journalist hoef je ook geen kritische kanttekeningen te verwachten.

Met name de passage „minder buffers opbouwt voor magere jaren” is lachwekkend.

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/09/17/cpb-oneens-over-hoekstras-budgetbeleid-a1616839

Advertenties

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: