Spring naar inhoud

Het CBS-onderzoek Miljonairs 2016

13 september 2018

_______________________________________________________________________________________________________________________________________

Een Kortere 2017 actuele versie treft u hier aan.

Het CBS produceert regelmatig voor Van Lanschot een rapportage over miljonairs.[1a] In hoofdlijnen was die informatie al eerder beschikbaar in Statline en we zetten hier de relevante informatie even op een rijtje.

Cijfers zeggen meer dan woorden, vandaar de volgende samenvatting [1b]:

Dit zijn wel de cijfers van de 166.600 miljonairs (1/1/2016) inclusief eigen woning en die cijfers wijken dus af van de 112.000 miljonairs zonder eigen woning van de Van Lanschot studie, die overigens geen vermogenscijfers bevat.[1a]

De toename van het gemiddeld vermogen miljonairs exclusief eigen woning bedroeg voor 2015 0,5%, voor het mediaan vermogen was deze afname -1,1%.  Voor de periode 2006 t/m 2015 bedroeg de toename voor het gemiddeld vermogen exclusief eigen woning 2,1% per jaar, voor het mediaan vermogen 2% per jaar. De inflatie (inclusief belastingen) voor 2015 bedroeg 0,4% (0,6%), voor de periode 2006 t/m 2015 was de inflatie 1,4% (2,1%) per jaar. Inkomen uit vermogen, besparingen en onttrekkingen spelen een rol bij de mutaties, maar het zal duidelijk zijn dat die toename in het licht van de inflatie niet echt overhoudt.

Voor de niet-miljonairs bedroeg het gemiddelde vermogen exclusief eigen woning 1/1/2016 € 49.402 en 1/1/ 2015 € 49.470 een afname van -0,1%. Per 1/1/2006 bedroeg dat gemiddeld vermogen € 49.060 met een  gemiddelde toename per jaar van 0,1% voor de jaren 2006 t/m 2015. Het Zwitserleven gevoel zal voor deze groep dus uiterst zwak ontwikkeld zijn, maar deze groep viel dan ook buiten de doelgroep van het CBS. Voor het totale vermogen is dat gevoel door de ontwikkeling van de waarde van de eigen woning, zo mogelijk, nog zwakker ontwikkeld. (-2,4% per jaar in de periode 2006 t/m 2015)

Als je dan ook nog even in aanmerking neemt dat er op de waardering van het ondernemingsvermogen en het aanmerkelijk belang vermogen met hun fiscale waarderingen het een en ander valt af te dingen, dan is het plaatje nog niet echt duidelijk. Bovendien (§ 3.4) representeert het CBS huishoudvermogen maar ongeveer 48% van het werkelijk vermogen, zodat er aanzienlijk meer miljonairs zijn.

“Vergeleken met de inkomensongelijkheid staat het onderzoek naar de vermogensongelijkheid nog in de kinderschoenen”, aldus het CPB zeer recent.[4] Maar als je de vermogensstatistieken niet op orde hebt, zullen die inkomensstatistieken met het inkomen uit dat zelfde vermogen ook nooit iets worden.

_______________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

In deze bijdrage geven we niet de woonplaatsen van de 112 duizend miljonairs op een presenteerblaadje. Als u wilt inbreken dan zult u zelf enige eigen actie moeten plegen [1a], overigens lijkt mij die informatie verder niet zo zinvol: Van Lanschot zal het aantal filialen toch niet uitbreiden en sinds wanneer weten banken niet waar hun cliënten zitten?

Ruwweg 40% van alle particuliere vermogens is afkomstig van erfenissen. [2] Het had dus voor de hand gelegen om daar in de Van Lanschot studie enige aandacht aan te besteden. Zoals we in §3.1 zullen zien worden die miljonairs bij de bedrijfsopvolging veelal in de watten gelegd en krijgen ze fiscale faciliteiten die de gewone burgers moeten ontberen.

Aan de hand van de statistische gegevens, voor zover beschikbaar, zullen we laten zien, zoals de trouwe lezer van deze site inmiddels al lang weet, dat er van die gegevens nog steeds weinig klopt. Tevens gaan we in noot 4 even nader in op de recente CPB notitie Indicatoren vermogensongelijkheid.

§2 Wat we al wisten zonder de CBS Van Lanschot publicatie

Onderstaand overzicht geeft het vermogen weer voor miljonairs en het 10e vermogens- en inkomensdeciel per 1 januari 2016, 2015 en 2006 [1b]:

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten – nog beter: uitprinten)

(a) Het vermogen is inclusief het vermogen eigen woning i.t.t. de Van Lanschot publicatie.

(b) Het mediaan vermogen is het middelste vermogen, dat wil zeggen dat 50 procent van de huishoudens een lager vermogen heeft en 50 procent een hoger vermogen. Het vermogen exclusief eigen woning geeft het beste de vermogensontwikkeling weer: “In gelul kan je niet wonen”. Tussen de verschillen vermogensconponenenten kunnen mutaties plaats vinden binnen het totale vermogen, derhalve geeft de mutatie in het vermogen niet noodzakelijker wijs de intrinsieke groei/afname van de vermogenscomponent weer.

(c) Het verschil tussen het vermogen voor het 10e vermogens- en het 10e inkomensdeciel wordt mede veroorzaakt door de gebrekkige CBS-inkomensstatistieken. In welke mate dat het geval is, valt met de huidige CBS-statistieken niet vast te stellen.

(d) De miljonairs nemen per 1/1/2016 22% van het  aantal en 56% van het vermogen van het 10e vermogensdeciel voor hun rekening. Per 1/1/2006 waren die percentages respectievelijk 18% en 48%.

Grafisch kan het vermogensaandeel van de miljonairs in percentage van het 10e vermogensdeciel als volgt worden weergegeven [1b]:

Als we daarbij rekening houden met de aantallen kunnen we deze ratio ook weergeven voor het gemiddelde vermogen en het mediaan vermogen [1b]:

(a) De ontwikkelingen zijn in de tabel getalsmatig na te lezen. Het mediaanvermogen is het middelste vermogen in die klasse, de postitie ten opzicht van het gemiddelde in die klasse geeft de spreiding aan.

De ontwikkeling van het gemiddeld en mediaan vermogen exclusief eigen woning is voor miljonairs voor de jaren 2006-2016 als volgt [1b]:

§2 De CBS Van Lanschot data

Het criterium voor miljonair is bij de Van Lanschot data exclusief eigenwoning bezit en de daarop rustende hypotheken. De ontwikkeling van het aantal miljonairs is als volgt [1a;1b]:

(a) De groei van het aantal miljonairs met een vermogen groter of gelijk aan € 2 mln. laat dus een sterkere stijging zien.

(b) De ontwikkeling in totalen is als volgt grafisch weer te geven [1a;1b]:

(a) De invloed van de bankencrisis 2008 op de totale stijging van het aantal miljonairs exclusief eigen woning is dus verwaarloosbaar, wel vinden er flinke mutaties naar en uit de groep plaats. [1a, blz 6] Van het CBS moeten we nu ineens een inflatiecorrectie voor het aantal miljonairs toepassen zodat het aantal miljonairs in vergelijking met 2006 (71.600) nu ineens 1/1/2016 90.700 in plaats van werkelijk 112.000 miljonairs wordt. De fiscus belast ook alle vermogensschijnwinsten of zelfs verliezen voor de bank- en spaartegoeden.

(b) Als je onder de definitie van de Van Lanschot studie een fors bedrag aan hypotheekschuld aflost, kan het je overkomen dat je ineens geen miljonair meer bent terwijl je totale vermogenspositie niet veranderd is.

(c) De Van Lanschot studie geeft alleen een feitenbrij van het aantal miljonairs, niets naders over de hoogte van hun vermogens. Daarvoor moeten we gewoon bij CBS-Statline terecht. [1a]

§3 Inkomen uit vermogen

Het inkomen uit vermogen van de miljonairs wordt door het CBS, voor zover ik kan nagaan, niet verstrekt. We behelpen ons dus met het 10e inkomensdeciel en kunnen de volgende tabel opstellen [1c;1d]:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) Voor correcties door het CBS op deze cijfers zie de revisie 2011-2014 die tot op heden nog geen neerslag heeft gevonden in CBS Statline cijfers.[1c]. Het zal duidelijk zijn dat de oude cijfers van nul en generlei waarde waren en hiermee werden de burgers vele jaren zoet gehouden. Van revisie cijfers is de inkomensverdeling niet gegeven en de statline gegevens zijn nog niet aangepast.

(b) Een substantieel deel van de revisies zal naar de 10e deciel inkomens gaan. Overigens zijn deze revisies geenszins compleet, te denken valt hierbij aan de toename van de stille en geheime reserves inclusief goodwill, de indirecte beleggingsopbrengsten effecten en een aanzienlijk hogere bijtelling inkomen eigen woning, die na revisie merkwaardig genoeg nog steeds lager uitvalt dan de betaalde hypotheekrente, terwijl de hypotheek 1/1/2016 65% van de WOZ-waarde is.

De volgende overzichten geven inzicht in het aandeel van het vermogen en inkomen uit vermogen voor zover dat met de huidige statistieken mogelijk is. Het vermogen is in te delen naar vermogensdeciel en inkomensdeciel. In het vermogen juist (waardering) en volledig is weergegeven en dat voor het inkomen uit vermogen ook zou gelden zou er een zekere relatie moeten zijn tussen beide verdelingen. Zeker als de belastingheffing op vermogen en inkomen enig verband zou houden met de werkelijkheid.

Rond 14 procent van de miljonairs was als werknemer werkzaam en ongeveer een derde van de miljonairs was in 2016 met pensioen.[1a]

3.1 Aanmerkelijk belang en ondernemingsvermogen

Ruim de helft van de hoofdkostwinners van miljonairshuishoudens was in 2016 als ondernemer actief. Het gaat daarbij met name om directeurgrootaandeelhouders (DGA) en zelfstandige ondernemers. [1a] Deze DGA’s  zijn veelal gewoon loonslaven die hun arbeid om fiscale redenen en om de aansprakelijkheid te beperken verrichten middels een werkmaatschappij en een personal holding.

De vijf voornaamste bedrijfstakken/branches van werkzame miljonairs in 2016 waren de landbouw/bosbouw/visserij, financiële dienstverlening, specialistische zakelijke diensten, handel en de zorg. Bijna een van de vijf werkende miljonairs actief in landbouw. Het aandeel miljonairs actief in de landbouw/bosbouw/visserij is in de periode 2006-2016 toegenomen [1a] Het zal duidelijk zijn dat de waardering van het bedrijfsvermogen voor de laatste categorie redelijk arbitrair is, gezien de lange termijnontwikkelingen.

De topvermogens hebben een relatief hoog aandeel in het aanmerkelijk belang vermogen en het ondernemingsvermogen. Het aandeel en het inkomen kunnen als volgt worden weergegeven [1b;1c]:

(a) De waardering van het aanmerkelijk belang vermogen en het inkomen uit dat vermogen zijn beide gebaseerd op de fiscale gegevens. Het loonaandeel DGA is opmerkelijk gezien het bijna 100% ab-belang en de belastinginspecteur heeft dus kennelijk weer eens zitten pitten en komt zo te zien zijn hangmat niet uit. A. C. Rijkers heeft er in zijn afscheidsrede op gewezen dat het belastingstelsel voor de ab-aandeelhouder een glijbaan naar belastingvrijdom is.[3]

(b) Gezien het belang van deze post voor de topvermogens berust elke conclusie over de inkomens- en vermogensverdeling op drijfzand.

(c) Dat 40% van het vermogen afkomstig is van erfenissen wordt voor bedrijfsopvolging mogelijk gemaakt door de BOR. Overerving van het bedrijfsvermogen wordt door de fiscus gefaciliteerd in het geval van bedrijfsopvolging, waarbij  (2018) 100% wordt vrijgesteld over de goingconcernwaarde tot € 1.071.987 en 83% wordt vrijgesteld voor het bedrag boven die grens. Artikel 1 van de grondwet wordt hierbij weer ruimhartig buiten werking gesteld.

(d) Aanmerkelijk belang aandeelhouders houden meestal een pensioenregeling in eigen beheer in hun BV aan. De omvang daarvan is bij het Ministerie van Financiën, dat kennelijk nauwelijks die naam verdient, slechts beperkt bekend. Wiebes kwam bij de uitfasering van deze regeling in 2016 niet verder dan € 31 mld. voor (sic!) 2009.  Netto hebben we het dan voor 2009 over minimaal € 11,7 mld., in 2014 zal dit bedrag aanzienlijk hoger zijn.[5] “Ons” CBS had dit “pensioen”-vermogen, gezien zijn eigen definitie van vermogen, ook wel eens in aanmerking mogen nemen. Met pensioenvermogen heeft dit overigens weinig te maken: de ab-aandeelhouder of diens erfgena(a)m(e) houdt in dit geval de volledige beschikking over het bedrag en de vermogensverdeling wordt weer een stukje schever dan het CBS ons doet geloven.

De ontwikkeling van het gemiddeld en mediaan ondernemings- en ab-vermogen is voor miljonairs voor de jaren 2006-2016 als volgt:

(a) Uit het CBS Van Lanschot rapport: “Bij de vermogensklassen van 2 tot 5 miljoen nam het aandeel zelfstandig ondernemers toe, terwijl in de klasse van 5 miljoen euro of meer het aandeel directeur-grootaandeelhouders is toegenomen.”[1a]

3.2 Eigen woning

(a) De bijtelling inkomen eigenwoning heeft geen enkele relatie met de werkelijkheid zoals uit bovenstaande opstelling blijkt. In de herziening 2011-2014 is het bedrag voor inkomen eigen woning fors bijgesteld [1f], maar nog steeds volstrekt onvoldoende.

De ontwikkeling van het gemiddeld en mediaan eigen woning vermogen en hypotheekschuld is voor miljonairs voor de jaren 2006-2016 als volgt:

3.3 Overig vermogen

(a) Indirecte beleggingsopbrengsten worden door het CBS niet in de inkomensstatistieken opgenomen. Als de pensioenfondsen indicatief zijn gaat het om ca 153% van de directe belggingsopbrengsten.

De ontwikkeling van het gemiddeld en mediaan bank- en spaartegoed vermogen en effecten vermogen is voor miljonairs voor de jaren 2006-2016 als volgt:

(a) Het animo voor bank- en spaartegoeden is duidelijk afgenomen en voor effecten toegenomen.

De ontwikkeling van het gemiddeld en mediaan overig onroerend goed vermogen en overige schulden is voor miljonairs voor de jaren 2006-2016 als volgt:

3.4 Vermogen buiten vermogensstatistiek CBS

Het CBS vermogen huishoudens dekt in 2014 ongeveer 48% van het werkelijke vermogen af. De volgende posten worden buiten de vermogensstatistieken gehouden en uiteraard is dus ook de verdeling van dat vermogen niet vast te stellen:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) Het pensioenvermogen is veelal niet per deelnemer verbijzonderd. Daarnaast rust op het pensioenvermoegen nog een belastingclaim in box 1 die naar aard “enigszins” progressief is. Indien het pensioenvermogen wordt meegerekend valt de gini-coëfficient 18 basis punten lager uit in 2013 (was 0,90). [4] Hoe daarbij met de toerekening van het pensioenvermogen en met de er op drukkende belasting rekening wordt gehouden is in nevelen gehuld. Overigens neemt het CPB de derde pensioenpijler in het geheel niet mee.

In bovenstaand vermogensoverzicht is het pensioenvermogen opgenomen na aftrek van de gemiddelde belastingclaim van de staat (35%). Over de verdeling valt op grond van de premiestortingen 2001-2014 wel iets op te merken. Voor die jaren werd 37% van de bruto premie door het 10e inkomensdeciel afgestort en 21% door het 9e inkomensdeciel. Uiteraard moet je de forse rendementen op dat pensioenvermogen ook op die basis toerekenen. Een correctie voor de belastingprogressie is dan nog wel op zijn plaats. Uiteraard komt hiervan niets in de CBS statistieken tot uitdrukking, maar het zal duidelijk zijn dat we het niet over de postzegelkas hebben.

Driekwart van de miljonairs is 50 jaar of ouder en een derde is al met pensioen. Gaan we uit van een 65- jarige miljonair met een redelijke opleiding dan heeft onze mannelijke miljonair nog ca 24 jaren te leven. Gaan we uit van een (laag) bruto-pensioen van € 100.000 of netto ca € 63.000 per jaar dan is de netto contante waarde tegen 3% zonder indexatie € 1,1 mln.

(b) In de levensverzekeringen en kapitaalverzekeringen hebben miljonairs natuurlijk ook een flink aandeel.

Het CBS vermogensplaatje en de verdeling daarvan kan dus wel een forse revisie gebruiken.

_______________________

Laatst bijgewerkt 15 september 2018

Bronnen

[1a] Van Lanschot informatie

♦ https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/37/grootste-aantal-miljonairs-sinds-2006

♦ Rapport – Miljonairs in cijfers 2018

♦ Nieuwsbericht – 8 op de 10 werkende miljonairs zijn zelfstandige

♦ Rapport Van Lanschot – Tien jaar onderzoek (2006-2016) naar Nederlandse miljonairs

[1c] http://statline.cbs.nl/Statweb/selection/?VW=T&DM=SLNL&PA=70991ned&D1=2&D2=21,29-43,45,80-81,103-105&D3=l&D4=a&HDR=G3,T,G2&STB=G1

[1d] CBS Paper – Revisie inkomensstatistiek

[1e] Meer informatie over de vermogensstatistiek kan worden gevonden in:
https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korte-onderzoeksbeschrijvingen/vermogensstatistiek-huishoudens–vanaf-1-januari-2006–

[2] [1] Paul de Beer, Jelle van der Meer, Janneke PLantenga & Wiemer Salverda (red.), Voor wie is de erfenis? – Over vrijheid, gelijkheid en familiegevoel, Amsterdam, juni 2018, blz. 9.

[3] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

De universiteiten leven tegenwoordig bij de dag en daar is de afscheidsrede dus niet meer te vinden:

zo lang het duurt:

https://docplayer.nl/8716277-Een-inkomensbegrip-voor-de-21e-eeuw.html

[4] Allereerst stelt het CPB:

“Voor vermogen als voorzieningsindicator is het van belang het omvangrijke pensioenvermogen in Nederland mee te nemen.”

Nu het CBS nog.

CPB, “Indicatoren vermogensongelijkheid”,

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-11sept2018-Indicatoren-vermogensongelijkheid.pdf

De volgende makke van de vermogensstatistiek somt het CPB op:

“Het gaat daarbij onder meer om de goede registratie van schulden, ondernemingsvermogen,kapitaalverzekeringen eigen woning, lijfrenten, vermogen in het buitenland, etc.”

Ik neem aan dat met ondernemingsvermogen naast dit vermogen zelf, het aanmerkelijk belang vermogen wordt bedoeld. Dat “etc.” had wel een beetje uitvoeriger gemogen. Als je tenslotte de gini-coëfficient in twee cijfers achter de komma berekent, moet je dat wel met de juiste cijfers doen en in elk geval zo goed mogelijk kwantitatief aangeven welke forse missers er zoal in die cijfers zitten.

Commentaar op het pensioenvermogen deel:

In de studie van Caminada c.s. wordt ten onrechte van bruto bedragen uitgegaan:

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogen-in-nederland-gelijker-verdeeld-sinds-eind-negentiende-eeuw

Quote

“Hieronder presenteren we de vermogensverdeling zonder en met opgebouwde pensioenrechten. We gebruiken CBS microdata over pensioenaanspraken, -uitkeringen en vermogen voor het jaar 2010. Ook de inleg in de derde pijler vanaf 1989 is meegenomen (lijfrenten). De horizontale as geeft het vermogenspercentiel. Alle bedragen zijn bruto berekend. Zowel op privaat vermogen als op aanvullende pensioenrechten rust een belastingclaim, zij het in verschillende mate (mede afhankelijk van de precieze samenstelling van het private vermogen). Het is niet op voorhand duidelijk welk effect (uitgestelde) belastingheffing zou kunnen hebben op de mate van scheefheid van de vermogensverdeling.”

Als je bruto pensioenvermogen bedragen bij netto vermogens telt krijg je een appels en peren sommetje.

Naar die clauselering zult u bij het CPB ter vergeefs zoeken.  De passage zowel op privaat vermogen als op aanvullende pensioenrechten rust een belastingclaim is toch wel een breinbrekertje. Over mijn privaatvermogen betaal ik VRH en mijn erfgenamen t.z.t. erfbelasting, maar ik zou dat toch geen belastingclaim in de eigenlijke zin willen noemen: als ik ga emigreren heb ik (bijna) nergens last van.

De berekeningen van de heren Kooiman en Lejour om het pensioenvermogen te bepalen is van het type elke gelijkenis met het werkelijke pensioenvermogen berust op zuiver toeval. U moet er de publicatie zelf maar op nalezen.

Klik om toegang te krijgen tot cpb-achtergronddocument-jan2015-vermogensongelijkheid-nederland-2006-2013.pdf

Ook hier rotzooit het CPB dus maar wat aan. Ik bergijp niet dat het geen gebruik maakt van de DNB-cijfers. Nog beter zou het natuurlijk zijn als het CPB, CBS en DNB hun act together hadden zodat het hele pensioenvermogen, de kapitaalverzekeringen en de lijfrentes eens systematisch in kaart zouden worden gebracht.

Het CPB werkt met de volgende CBS pensioen- en levensverzekeringscijfers:

De plek waar het CBS die cijfers heeft weggemoffeld mag wel weer brilliant genoemd worden:

http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82596NED

zonder het CPB had ik daar nooit gekeken.

[5| We citeren blz. 21:

” Voor de bepaling van de totale waarde van de pensioenvoorzieningen
in eigen beheer op basis van fiscale waarde is gebruikgemaakt
van de informatie over deze voorzieningen van eind 2009. Alle
DGA’s samen hadden op basis van deze informatie een pensioenvoorziening
in eigen beheer van circa € 31 miljard op basis van de fiscale
waarde. Er waren circa 141.500 bv’s met een pensioenvoorziening in eigen
beheer. Gemiddeld is de fiscale waarde van de voorziening dus € 219.000
per bv. Als een dergelijke voorziening wordt afgekocht, is het bedrag
waarover loonheffing betaald moet worden en conform een belastinggrondslag
van 70% x € 219.000 = € 153.300. Bij het toptarief van 52% is de
te betalen loonheffing € 79.716. De mate waarin men dit bedrag kan
financieren zal per bv/DGA verschillen.”

In werkelijkheid is het netto bedrag door de faciliteiten in de afbouw hoger zie:

https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/vennootschapsbelasting/uitfaseren-pensioen-in-eigen-beheer/opgebouwd-pensioen-prijsgeven-tot-fiscale-balanswaarde

Wiebes tekst vindt u hier:

Klik om toegang te krijgen tot document

From → 2. Archief

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: