Spring naar inhoud

Belasting traject bruto-netto 2014

11 september 2018

__________________________________________________________________________________________________________________________________________

Traditiegetrouw geven we in een aantal bijdragen enig inzicht in het bruto-netto traject van de belastingheffing. Op 24/8/2018 gooide het CBS eindelijk de belastinggegevens 2014 overigens zonder nadere toelichting over de schutting, zodat we nog steeds enkele jaren achter de feiten aanlopen.

De samenvatting van het belastingtraject 2014 en 2013 is als volgt:

In afzonderlijke bijdragen worden behandeld:

Belasting box 2 2014

Belasting box 3 2014

Belasting inkomen uit onderneming 2014

In deze bijdrage behandelen we uitsluitend het overall bruto-netto traject.

In de periode 2006-2014 steeg de belastinglast 4,2% p.j. , de premielast met 2,4% p.j.. Gezamenlijk was de stijging 3,3% p.j. Het bruto-inkomen steeg met 1,8% per jaar. In die periode namen de ondernemingsfaciliteiten aftrek met 7,5% toe. Voor het 4e inkomensdeciel  steeg de belasting- en premielast met 1,1% en het bruto-inkomen met 1,8% p.j.. Voor het 10e inkomendeciel waren deze cijfers respectievelijk 4,0% en 3,3% p.j. De ondernemingsfaciliteiten voor het 10e inkomensdeciel namen met 13,3% p.j. toe. De belasting op het inkomen van het 10e inkomensdeciel valt voor 2014 hoger uit door het extra zelf toegekende dividend in box 2 van ca € 4 mld. (belasting €1,7 mld.).

Gegeven de makke in de inkomens- en vermogensstatistieken van het CBS moet aan het inkomensplaatje en vermogensplaatje, de twee hangen met elkaar samen, beperkte betekenis worden toegekend. De fiscus kent alleen de cijfers die in de belastingaangifte worden vermeld en de controle daarop is uiterst gebrekkig. Met deze kanttekeningen moeten we naar de cijfers kijken en het volledige beeld van met name het bruto-inkomen ontbreekt. Ook zijn sommige belastingstatistieken in hun details onvolledig, zodat de cijfers soms moeilijk te analyseren vallen.

In het bruto-netto traject spelen de toeslagen voor de lagere inkomens een belangrijke rol. Deze toeslagen worden in §5 behandeld voorzover de statistieken dat mogelijk maken.

De totale belastindruk wordt overigens zeer regelmatig schromelijk overschat. [6] Als je twitter mocht geloven betaalt het gros van de twitteraars het toptarief in box 1, in werkelijkheid is dat echter 7%-8% , waarvan een substantieel deel ambtenaren en pensionado’s. [7]

___________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

In de bijdrage Besteedbaar inkomen 2014 behandelden we al eens het traject bruto-inkomen – besteedbaar inkomen. In de bijdrage Inkomen uit vermogen (revisted) gingen we nader in op de herzieningen voor de jaren 2011-2014 door het CBS.[1h] Het bruto-netto traject kent een aantal eigenaardigheden die aan de hand van de 2014 cijfers in §2 nader worden toegelicht. Een toelichting op de inkomensbegrippen is te vinden in [1i]. Het is nuttig om daarvan kennis te nemen omdat daar ook een aantal beperkingen van die CBS-inkomensstatistieken uit de doeken wordt gedaan.

De tabellen bevatten leemtes aangegeven met witte regels en kolommen in de tabellen Deze worden  veroorzaakt door incompleet cijfermateriaal [3] van het CBS, waardoor, met enige overdrijving, de hier geraadpleegde onderverdeling in de tabellen soms veel weg hebben van een kaart van Afrika in het begin van de 19e eeuw. [zie 3 voor voorbeeld]

In deze bijdrage behandelen we de belastingtrajecten 2014 per inkomensdeciel (§2), voor de jaren 2006-2014 in totaal (§3) en het 4e en 10e inkomensdeciel 2006-2014 in vergelijking (§4). In §5 behandelen we de toeslagen die onderdeel uitmaken van ons belastingstelsel.

§2 Belasting 2014

In vervolg op het bruto-inkomen- besteedbaar inkomen traject is de aansluiting met de fiscale gegevens ongeveer als volgt [1g;1h]:

Toelichting:

(a) De bruto heffingsgrondslag is de som van de heffingsgrondslagen in box 1, 2 en 3. Het traject bruto-inkomen – heffingsgrondslag wordt door het CBS niet cijfermatig toegelicht. In elk geval moeten we uit het bruto-inkomen de posten pensioenpremie (werkgever en werknemer) en de CBS bijtelling eigen woning elimineren.

(b) Het CBS heeft voor de jaren 2011 t/m 2014 de inkomens herzien. [1h] De neerslag daarvan in de cijfers van 24/8/2018 is niet aangetroffen. De CBS herziening van de inkomens bedraagt voor 2014 € 26,2 mld., daarvan heeft € 16,6 mld. betrekking op het door CBS berekende inkomen op de eigen woning.[1h]

(c) De aftrek eigen woning bedraagt voor 2014 € 32,9 mld.  Voor de jaren 2006-2014 is de aftrek als volgt [1g]:

Zoals hier beschreven slaat die bijtelling ook na herziening (zie gele markering tabel) helemaal nergens op in het licht van de betaalde hypotheekrente op het eigenwoning bezit waarop een hypotheek rust. Indicatief moet men voor 2014 eerder denken aan 4,5% van €1.031 mld. of € 46 mld.

(d) Voor De VRH-heffing en box 2 belasting zie de afzonderlijke bijdragen genoemd in de inleiding.  Het na overboeking resulterende inkomen uit vermogen van € 5,1 mld. is in het licht van het vermogen onderhevig aan VRH 2014 van ca € 500 mld. aanzienlijk te laag.

(e) De pensioenpremie voor 2014 is met € 35,9 mld. ca € 9 mld. te laag volgens het MvF.[2] Dat komt met name door de 3e pensioenpijler. De pensioenpremie ca € 45 mld. leidt tot een belastingderving in 2014 van ca € 7,6 mld. en een belastinguitstel van ca € 15,8 mld. De belasting- en premieopbrengst 2014 valt door de omkeerregel pensioenen ca 23,4 mld. (52%) te laag uit.  De pensioenuitkeringen voor 2014 bedroegen € 40,9 mld. en naar schatting is hiervoor een bedrag van € 14,3 mld. aan belasting (35%) begrepen.

Het bruto-netto traject per inkomensdeciel ziet er voor 2014 als volgt uit:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) In de periode 2006-2014 steeg de belastinglast met 4,2% per jaar en het bruto-inkomen met 1,8% per jaar.

(b) De gele markering heeft de maximum waarde per regel aan van het 1e t/m 10e inkomensdeciel.

De samenvatting van de belangrijkste vrijstellingen, aftrekposten en heffingskortingen per inkomensdeciel voor 2014 is als volgt.

(a) De vrijstellingen en aftrekposten zijn bruto voor voor het belastingeffect. De heffingskortingen betreffen belastingbedragen en geven dus het belastingeffect aan.

(b) Het krankzinnige belastinglek door de toename van de ondernemingsfaciliteiten met 7,4% per jaar mag er zijn. Voor wat onder de ondernemingsfaciliteiten valt zie [3] en verder deze bijdrage. Het inkomen in box 2 wordt hier behandeld.

(c) De daling van de hypotheekrente en de aftrekbeperking eigenwoning komen niet in de toename van de stijging van de EW-aftrek  met 2,4% p.j. tot uitdrukking.

(d) De hoogte van het niet verzilverbare deel van de heffingskorting duidt nog steeds op een ineffciency in ons belastingstelsel. Ten dele mag dit dan weer met toeslagen gecorrigeerd worden. (omwegproductie)

Grafisch kunnen de vrijstellingen en aftrekposten  per deciel voor 2014 als volgt worden weergegeven.

De vrijstellingen, aftrekposten en heffingskortingen laten zich als volgt per inkomensdeciel specificeren:

(a) Waarom het 10e inkomensdeciel € 1.405 mln. winstvrijstelling krijgt, moeten onze politici nog maar eens uitleggen.

(b) Box 1 niet gespecificeerd 2014 € 2.072 is een CBS-anomolie.

§3 Belasting en premies 2006-2014

Het bruto-netto traject uit §2 laten zich ook voor de jaren 2006-2014 in totaal weergeven:

Macro valt e.e.a. als volgt in een grafiek weer te geven:

(a) De vrijstellingen laten zich door de ontbrekende cijfers in CBS-Statline moeilijk analyseren.

(b) De grootste stijging vertonen de belastingen die met 4,2% per jaar stijgen.

De samenvatting van de belangrijkste vrijstellingen, aftrekposten en heffingskortingen voor de jaren 2006-2014 is als volgt.

Grafisch kunnen de vrijstellingen en aftrekposten  voor de jaren 2006-2014 als volgt worden weergegeven:

De vrijstellingen, aftrekposten en heffingskortingen laten zich als volgt voor de jaren 2006-2014 specificeren

(a) Voor de witte regels zie [3]

§4 Het 10e en 4e inkomensdeciel 2006-2014 in vergelijk

In deze paragraaf behandelen we het belastingtraject voor het 4e en 10e inkomensdeciel. Het 4e deciel is gekozen op basis van het gemiddeld jaarlijks bruto inkomen 2014 (€ 32.400) vs 10e inkomensdeciel € 174.900).

Het bruto-netto traject per inkomensdeciel voor het 4e en 10e inkomensdeciel ziet er voor 2014 als volgt uit:

(a) Voor het 10e inkomensdeciel is de belasting in box 2 hoogst relevant omdat praktisch al het aanmerkelijk belang vermogen (95%)  in handen is van die groep.

De samenvatting van de belangrijkste vrijstellingen, aftrekposten en heffingskortingen voor het 4e en 10e inkomensdeciel voor de jaren 2006-2014 is als volgt.

De vrijstellingen, aftrekposten en heffingskortingen laten zich als volgt voor de jaren 2006-2014 per 4e en 10e inkomensdeciel specificeren

(a) Gegeven de witte cellen dienen de onderstaande twee grafieken ook met een silootje zout geconsumeerd te worden.

Grafisch kunnen de vrijstellingen en aftrekposten  van het 4e inkomensdeciel voor de jaren 2006-2014 als volgt worden weergegeven:

(a) Voor de negatieve waarden zie noot [3]

Grafisch kunnen de vrijstellingen en aftrekposten  van het 10e inkomensdeciel voor de jaren 2006-2014 als volgt worden weergegeven:

§5 De toeslagen

De plaats van het toeslagensysteem in ons belastingstelsel is als volgt [5c]:

Als onstellend veel mensen ondersteuning nodig hebben middels een aantal cumulerende toeslagen is er iets goed mis met het primaire inkomen en/of “ons” belasting- en premiestelsel. Eerst maken de staatssecretarissen de Jager, Weekers en Wiebes een bordeel van ons belastingdienst en vervolgens wordt dit als een argument gebruikt om te betogen dat de belastingsdienst de komende jaren geen majeure stelselwijzigingen aankan.

De toeslagen kunnen als volgt worden samengevat [1g;1j]:

(a) De verschillen tussen de twee statistieken zijn van CBS-makelij.

Grafisch vallen de blauwe cijfers volgt weer te geven:

Aan de hand van de statistiek besteedbaar inkomen [1g] heb ik volgende samenvatting per inkomensdeciel kunnen destilleren:

(a) De Kinderopvangtoeslag vond ik in de statistiek besteedbaar inkomen niet terug.

(b) De decielenindeling sluit zoals gebruikelijk niet. Aangenomen is dat het CBS kan optellen en dat de cijfers voor het 1e t/m het 5e deciel juist zijn weergegeven, de rest kan ik dan niet anders dan aan het 6e t/m 10e deciel worden toegerekend.

(c) Waar de hoger inkomensdecielen nog toeslagen krijgen moeten de politici maar eens uitleggen. Als men bij nader inzien vindt dat men te veel belasting gestolen heeft, kan men ook de belastingtarieven gewoon verlagen.  Voor de lagere inkomens valt overigens ook het e.e.a. te stroomlijnenen, maar Weekers en Wiebes waren daar of te dom voor of sabotteerden dat gewoon. [5]

__________________________

Laatst bijgewerkt 19 september 2018

Bronnen

1a] Inkomstenbelasting particuliere huishoudens; bedragen en druk

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80840ned/table

[1b] Vrijstellingen en aftrekposten inkomstenbelasting;particuliere huishoudens

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80838ned/table

[1c] Belastingvoordelen inkomstenbelasting; particuliere huishoudens

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80846ned/table

[1d] Heffingskortingen inkomstenbelasting; particuliere huishoudens

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80842ned/table

[1e] Inkomstenbelasting particuliere huishoudens; verdeling belastingdruk

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80844ned/table

[1f] Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, vermogensbestanddelen

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83834NED/table?ts=1518009496921

[1g] Samenstelling inkomen; particuliere huishoudens, kenmerken, 2001-2014

http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70991ned&D1=2&D2=16-125&D3=0&D4=a&HDR=G3,T,G2&STB=G1&VW=T

[1h] CBS Paper – Revisie inkomensstatistiek

De revisie heeft ook effect op de belastingpost omdat het afgeknotte deel van
diverse inkomensbestanddelen nu ook wordt meegnomen (blz. 9):

De samenhang met de bronnen in 1 van latere datum mag de lezer zelf van het CBS uitzoeken.

[1i] Begrippen: https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2018/23/2018st12%20inkomensongelijkheid.pdf

[1j] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82571ned&D1=a&D2=43,48,53,58,63,68,73,78,83,88,93,l&HDR=G1&STB=T&VW=T

[2] Antwoorden op Kamervragen Miljoenennota 2013, https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2012/09/28/beantwoording-schriftelijke-vragen-miljoenennota-2013/antwoorden-kamervragen-mn13.pdf}

Het bedrag aan pensioenpremies in de tweede en derde pijler loopt volgens het CPB op van 43,4 miljard euro in 2013 naar 48,3 miljard euro in 2017. De budgettaire derving die optreedt als gevolg van deze premies loopt op van 20,0 miljard euro in 2013 naar 21,8 miljard euro in 2017. Uiteraard betreft het hier een partieel budgettair effect: tegenover de kosten van aftrek van pensioenpremies in 2013-2017 staan de belastingopbrengsten over de pensioenuitkeringen. Circa 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent.“ ⊕

⊕ – Die hele pensioenpremie wordt gemiddeld afgtrokken tegen 52% inclusief premies, de uitkering wordt tegen 35% belast. Over het rendement op de belastingclaim zwijgt de regering in alle talen.

zie bijdrage Opdoeken die omkeeregele pensioenen!

[3] Het CBS geeft als verklaring bij de symbolen: “het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim”, maar aangezien de optelling van die cijfers wel bekend is, moet de enige verklaring wel geheim zijn. In het kader van het kassie naar de muur beleid kom je dan niet verder dan “Helaas, er is een fout opgetreden. U kunt verder gaan naar de homepage.” En zoals bekend kom je vanaf die homepage dan weer in Statline, het meest gebruikersonvriendelijke zoekplaatjes product dat het CBS kon opleveren.

Een typisch voorbeeld is de vrijstellingen in box 1:

Persoonlijk zie ik geen reden waarom die tabellen niet gewoon door kunnen tellen.

[4] Ondernemingsfaciliteiten bestaan uit:

♦ Ondernemersaftrek

Deze bestaat uit: zelfstandigenaftrek, startersaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek en stakingsaftrek.

♦ MKB-winstvrijstelling

Dit is een winstvrijstelling met een bepaald percentage (v.a. 2013 van 12% naar 14%) van de winst na aftrek van de ondernemrsaftrek.

♦ De investeringsregelingen – Investeringsaftrek

[5] Bij voorbeeld:

[5a] Koen Caminada, “De tragiek van gefaalde ambities en gemiste kansen rond belastinghervorming”, Me Judice, 23 september 2015.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-tragiek-van-gefaalde-ambities-en-gemiste-kansen-rond-belastinghervorming

[5b] Belastingcommissie Inkomstenbelasting en Toeslagen (2012), Naar een activerender belastingstelsel – Interimrapport, Den Haag.

[5c] Belastingcommissie Inkomstenbelasting en Toeslagen (2013), Naar een activerender belastingstelsel – Eindrapport, Den Haag.

[6] https://pure.uva.nl/ws/files/14779476/2015_Reuten_Belastingdrukverdeling_hh_2006_2015_TvOF.pdf

[7] https://core.ac.uk/download/pdf/43505818.pdf

 

Advertenties

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: