Spring naar inhoud

CPB koopkrachtplaatjes nieuw

17 augustus 2018

___________________________________________________________________________________________________________________________________________

Het CPB heeft de presentatie per inkomensniveau van de koopkrachtramingen aangepast. Omdat deze raming altijd een belangrijke rol speelt in de politieke discussies hebben we ons voor zover dat met de gebrekkige toelichting mogelijk is, eens nader bekeken. Die ramingen zijn altijd ex ante statisch, naar de ex post werkelijke uitkomsten mogen we altijd raden. Gezien de gebrekkige en uiterst gedateerde (2014) inkomensstatistieken is dat ook nauwelijks mogelijk. In welke mate die koopkrachtramingen de werkelijkheid afdekken is dan ook een vraag die ons hier bezig houdt. .Daarbij speelt het inkomen uit vermogen een niet onbelangrijke rol.

Het nut van de statische koopkrachtraming is gezien de dynamiek op de arbeidsmarkt kwestieus. De inkomenscomponenenten zijn nauwelijks compleet zodat bij de uitkomsten ook de nodige vragen kunnen worden gesteld.

___________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Het nieuwe koopkrachtplaatje

CPB: Bij een koopkrachtberekening brengen we de mutatie van het beschikbaar
inkomen in kaart van de steekproefhuishoudens in MIMOSI. Hierin houden we
rekening met de effecten van beleid, ontwikkelingen in de verschillende
inkomensbestandsdelen en de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. [3c]

De uitkomsten voor 2018 en 2019, waarbij de nieuwigheid met name zit in de indeling van het inkomensniveau in vijf kwintielen en de zgn. boxplottabel.

We beginnen met een wat inzichtelijkere samenvatting van de uitkomsten [1]:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Toelichting:

(a) Het gaat om de statische koopkracht, die houdt geen rekening met overgangen zoals promotie, baanverlies, samenwonen, scheiden en gezinsuitbreiding. Ook wordt voor werkenden met het toekennen/intrekken van bonussen geen rekening gehouden. Periodieken vallen ook buiten de boot. Voor de bandbreedte t.o.v. de mediaan raadplege men de grafiek in [1]  Overigens geldt voor deze spreiding dat de uitkomsten beïnvloed worden door de middeling van bepaalde posten voordat deze cijfers in de panelgegevens worden opgenomen, de werkelijke spreiding is dus groter. Tussen 2004 en 2012 is het verschil tussen statisch en dynamisch gemiddeld 0,7% per jaar volgens onderstaande grafiek [3b, blz 6-7]:

In het licht van de cijfers in bovenstaande tabel en grafiek is dat verschil in normale jaren zo materieel dat die statische koopkrachtraming nutteloos wordt. Dit geldt te meer daar jaarlijks een flink deel van de beroepsbevolking van baan of zelfs beroep wisselt. “In 2017 waren er 937 duizend mensen tussen 15 en 75 jaar met een ander beroep dan het jaar ervoor.” [4]. Gegeven het toenemende belang van het aantal (schijn-) zzp’ers kunnen grote vraagtekens gezet worden bij de relevantie van de statische koopkracht.

(b) Het is goed om eerst kennis te nemen van de CPB aanpak om de koopkracht te bepalen [2;3] en het volgense schema [3c]:

(c) Inkomensniveau – het gaat hierbij om het inkomen uit arbeid of uitkering op huishoudniveau volgens de toelichting.[1] Volgens (a) gaat het om aanzienlijk meer inkomensbronnen. Voor het aanvechtbare bruto-inkomensbegrip zoals dat door het CBS wordt gehanteerd zie de bijdrage – Besteedbaar inkomen 2014. Die gebreken zitten dus ook in de startpositie van het CPB-panel en maken dat het beeld voor met name inkomen uit vermogen onvolledig is.

(d) Bij de inkomensbron gaat het op basis van de hoogste inkomensbron op huishoudniveau, waarbij een huishouden waarvan hoofd of partner winstinkomen heeft bij werkenden wordt ingedeeld. Huishoudens met vroegpensioen  of studiefinanciering als hoogste inkomensbron zijn uitgezonderd.  Dit wijkt af van (b) ook de toerekening van alle componenten in (a) is onduidelijk.

(e) Het CPB gaat de inkomensniveau in het vervolg in kwintielen indelen zodat de ontwikkeling van de top 10% aan het oog wordt onttrokken. Dit heeft met name het voordeel dat de eerste oude groep met een 38% aandeel, een allegaartje, wordt opgesplitst. Zoals we in de bijdrage inkomen uit vermogen (revisited zagen is het inkomen uit vermogen in de inkomensstatistieken geenszins compleet, in §3 gaan we hier nader op in.

(f) De indeling naar gezinssamenstelling is op basis aanwezigheid kinderen < 18 jaar en exclusief huishoudens van gepensioneerden.

(g) De pensioenuitkeringen, materieel de opname van bruto spaargeld, wordt in de koopkrachtplaatjes tot het inkomen gerekend. De pensioenpremie (jaarlijks ca € 45 mld. dat eigenlijk bruto-inkomen is) wordt in het kader van het bruto-netto traject afgetrokken op basis van gemiddelden voor de markt-,
zorg- en overheidssector. [3c, blz. 23] Het fluctuerende forse rendement op het netto pensioenvermogen (65%) van de deelnemers komt helemaal niet tot uidrukking en is natuurlijjk ook geen besteedbaar inkomen of dat voor de arbeidsinkomensquote wel het geval is, is niet duidelijk.

(h) De collectieve lasten (2018 38,7%) geven door de omkeerregel pensioenen ook een vertekend beeld. De belastingclaim op de toename van het pensioenvermogen moet immers in de belastingdruk worden meegenomen. In werkelijkheid is de belastingdruk dus hoger, in een bijzonder jaar (2014) met een toename van het pensioenvermogen van € 233 mld. veel hoger!

(I) Paragraaf 3.4 en 3.5 van de CPB publicatie MIMOSI: Microsimulatiemodel voor belastingen, sociale zekerheid, loonkosten en koopkracht somt een aantal beperkingen in het koopkrachtplaatje op, te veel om hier even op te sommen. [3c] Zo komt b.v. de inkomensafhankelijke huurverhoging ook tot uitdrukking in de koopkracht van de eigen woning bezitter.

[j] Huishoudens die van de lucht leven (2%) worden niet meegenomen. [3c, blz. 23]

(k) Het CPB schrijft in zijn toelichting dat door (vooral fiscale maatregelen uit het regeerakkoerd) stijgt de doorsnee statische koopkracht niettemin met 1,3% in 2019 en 0,4% in 2018. Blijkens een artikel in de Financiële Telegraaf van Martin Visser en Lise Witteman, mede gebaseerd op ING-berekeningen, snijdt de onderstaande analyse voor de cao-lonen meer hout [10]:

Ter informatie zijn ook de totaalcijfers uit dat artikel in de tabel opgenomen. Het CPB beaamt dat de berekening klopt met de kanttekening dat er veel verschillen zijn voor individuele huishoudens, maar die open deur stond bij de CPB-cijfers ook al wijd open. Beleid van Rutte II dat door Rutte III is overgenomen is overigens per defintie Rutte III beleid, mede gezien de huidige coalitiepartners.

Het beeld dat het koopkrachtplaatje geeft is dus beperkt en geeft niet weer hoe de huishoudens in 2018 en 2019 zullen boeren. De meeste huishoudens maken een aardig rendement op hun pensioenvermogen waarvan voor de gepensioneerden dankzij het vermaledijde FTK nauwelijk iets in de koopkracht tot uitdrukking komt. Voor de huishoudens met enig vermogen zijn ook de indirecte beleggingsopbrengsten niet te versmaden. De financiën rond het eigen huis spelen voor veel huishoudens een belangrijke rol en die rol is per huishouden substantieel verschillend.

Als een huishouden echt wil weten wat de koopkrachtontwikkeling voor 2018 is kan men beter bij het Nibud te rade gaan. [5] Of nog beter maak een eigen opstelling in een spreadsheetje, ook goed voor de budgetering, en maak voor de lastige bruto-netto berekening gebruik van [6] en voor de toeslagen zo nodig van [7]. Helaas laat de tijdigheid van die toeslagencalculator nogal te wensen over, maar dat bent u van de overheid gewend.

§2 De uitkeringen in het koopkrachtplaatje

In Nederland kennen we een scala aan uitkeringen en sociale voorzieningen. Ook de ontwikkeling van deze uitkeringen zal het CPB in zijn koopkrachtplaatjes moeten meenemen. De complexiteit van een dergelijke excercitie wordt direct duidelijk als we de omvang van deze uitkeringen even in kaart brengen:

(a) Naast een overzicht van de uitkeringen zou ik een vergelijkbaar overzicht van alle belastingsubsidieregelingen kunnen opstellen. Men raadplege daarvoor de miljoenennota 2018. [8] Het is voor mij een raadsel hoe het CPB dat enigzins betrouwbaar kan toerekenen aan  hun 100.000 individuele huishoudens van het panel.

(b) Het afstrepen welke posten wel en niet meelopen in het CPB-koopkrachtplaatje is niet goed mogelijk: we weten van de zorgkosten, eventuele toeslagen, kinderbijslag en de kosten voor kinderopvang. [2] Voor het eigen risico in de zorgverzekering wordt b.v. met gemiddelden gewerkt. [3c, blz. 23] Voor de lagere inkomens zal dat eigen risico, zeker op latere leeftijd, ongetwijfeld gemiddeld hoger uitvallen. Dit is slechts een voorbeeld van wat er zo al onder de motorkap van het CPB-koopkrachtplaatje schuil gaat.

(c) In de toerekening van de kosten per huishouden worden een aantal keuze gemaakt. Zo kun de studiekosten en studiefinanciering toerekenen aan de student of aan de ouders. In het oikos systeem zullen de kosten voor die ouders die het zich kunnen/willen permiteren om hun kind geen studieschuld na te laten heel anders uitpakken. [9]

(d) Omdat Nederland graag de uitvoeringskosten sociale wetten op een hoog niveau houdt worden veel van deze regelingen nog eens per 1 januari en 1 juli van elk jaar aangepast met liefst twee cijfers achter de komma. Deze aanpassingen en de communicatie daarover houden in elk geval een flink aantal ambtenaren van de straat en zorgen voor een flinke brievenbusvervuiling.

§3 Inkomen uit vermogen in het koopkrachtplaatje

We gaven al aan dat het inkomen uit vermogen binnen het koopkrachtplaatje om zijn minst twijfelachtig is – zie ook de bijdrage Inkomen uit vermogen revisited. De vermogensverdeling 1/1/2016 binnen de vijf kwintielen is als volgt:

(a) De eigenwoning bezitter doet op de lange termijn i.t.t. de huurder aan bezitsvorming. Het “toegerekend inkomen uit eigen woning”  wordt door het CPB meegenomen. Als daarbij de “systematiek” van het CBS wordt gehanteerd dan is deze bijtelling substantieel  te laag.

Van het vermogen exclusief eigen woning 1/1/2016 groot afgerond € 740 mld. valt 32,4% aan te merken als ondernemings- en aanmerkelijk belang vermogen, waarvan het leeuwendeel toekomt aan het 5e vermogens/inkomens kwintiel:

Door het CPB wordt aangenomen dat het loon huishoudens met winst, loon directeur-grootaandeelhouder (DGA) of freelance inkomen meebeweegt met de contractloonstijging in de markt.  Voor de DGA moet de belastingdienst daarin meegaan, voor zover die dat loon overigens wel eens toetst. De omgekeerde stelling dat contractlonen de winst volgens lijkt de laatste tien jaar nauwelijks houdbaar en het CPB moet zijn aanname dus nog maar eens hard maken.

Het inkomen uit aanmerkelijk belang komst slechts ten dele in de inkomensstatistieken tot uitdrukking: enerzijds door een vaak arbitrair vastgestelde arbeidsbeloning DGA anderzijds door de deels fiscaal gedreven dividendpolitiek (box 2). Hoe het CPB hier mee omgaat is niet beschreven. Met het werkelijke inkomen van de ab-aandeelhouder heeft het veelal niets te maken.

Dividendinkomen is onderdeel van het panelinkomen, de schatting van de ontwikkeling van het dividendinkomen is niet beschreven. Indirecte beleggingsopbrengsten ( niet onbelangrijk – zie pensioendata verderop in deze bijdrage) maken geen deel uit van de CBS inkomensstatistieken en ik neem aan dat die niet in het koopkrachtplaatje worden meegenomen.

Van het overige vermogen (€ 500 mld.) bestaat  59% uit bank- en spaartegoeden. De inflatie bedraagt voor 2018 2,4% zodat die € 500 mld. eind 2019 € 11,7 mld. minder waard is. Uiteraard wordt dit verlies niet in het koopkrachtplaatje meegenomen. Daarnaast steelt de staat nog eens vermogensrendements- heffing over de rente op die bank- en spaartegoeden. Ik neem aan dat de gehele vermogensrendements- heffing (dus ook over de niet gerealiseerde vermogenswinsten) wel in het koopkrachtplaatje wordt meegenomen.  De lange rente mag dan in 2019 met 0,1% stijgen, dat geldt natuurlijk niet voor de rente op bank-spaartegoeden die voorlopig nog steeds dalen. Of die daling wordt meegenomen is uit de CPB-beschrijving niet duidelijk:

“Een stijging van de rentevoet leidt tot een stijging van het bedrag dat personen aan rente over effecten en deposito’s ontvangen, maar ook tot een stijging van het bedrag dat zij aan rente over schulden betalen” [3c, blz. 11]

De verdeling van het overige vermogen 1-1-2016 over de inkomens- en vermogensdecielen is als volgt:

(a) Het subtantiele verschil tussen de vermogensverdeling per vermogensdeciel en inkomensdeciel is mede een gevolg van de gebrekkige inkomensstatistieken en de aansluiting bij het fiscale winstbegrip..  De vermogensverdeling per inkomensdeciel laat zien dat eventuele onjuistheden in het inkomen uit vermogen met name neerdalen in de topdecielen.

§3 Inkomen uit het pensioenvermogen 

De opbouw van het pensioenvermogen leidt ook tot vermogensvorming in de vorm van opgepotte premies en het rendement op dat pensioenvermogen. We herhalen het plaatje uit de bijdrage pensioenvermogen 2017 dat laat zien in welke mate de inkomensdecielen pensioen opbouwen:

(a) Door de aftopping binnen het Witteveen kader zal voor de topinkomens dit plaatje wat veranderen. Voor de historische opbouw blijft de analyse echter staan.

Bij dit plaatje moet je ook de jaarlijkse rendementen op het pensioenvermogen in aanmerking nemen van b.v. alleen de pensioenfondsen is dat als volgt:

De beleggingsopbrengsten zijn voor de werknemers met een pensioenregeling dus zeer substantieel (voor de staat met zijn niet geboekte belastingclaim van 35% overigens ook). In welke mate deze inkomsten in b.v. de arbeidsinkomensquote (AIQ) tot uitdrukking komen is voor mij een vraag, waarvan het antwoord zich niet zo makkelijk laat opzoeken. Dat veel pensioendeelnemers weinig van deze rendementen in hun besteedbaar inkomen terugzien, moeten ze de politiek verwijten, die al tien jaar op zijn handen zit.

___________________________

Laatst bijgewerkt 21 augustus 2018

[1] CPB , “Toelichting aanpassingen presentatie koopkrachtramingen”,CPB Achtergronddocument, 16 augustus 2018,

https://www.cpb.nl/publicatie/toelichting-aanpassingen-presentatie-koopkrachtramingen-cpb

[2] https://www.cpb.nl/koopkracht

Uit de toelichting (het was handig geweest als dit schema in [1] was opgenomen)

Hoe ramen we de koopkracht?

Voor het berekenen van de verandering van de koopkracht gebruiken we een model. We voeden dit model met de volgende informatie:

  1. Een representatieve steekproef van ongeveer 100.000 huishoudens. Samen vormen zij een betrouwbare afspiegeling van alle huishoudens in Nederland. Het CBS levert de inkomensgegevens en kenmerken van deze huishoudens, wij bewerken ze om ze geschikt te maken voor het model.
  2. Ramingen van de lonen en de inflatie. Deze maakt het CPB zelf. {de afspiegeling slaat niet op de bruto-inkomenscomponenten die geenszins volledig zijn.}
  3. Voorgenomen beleidswijzigingen van het kabinet. Denk hierbij niet alleen aan inkomensbeleid, maar ook aan aanpassingen rond de zorg, de woningmarkt of de arbeidsmarkt.

Als alle cijfers zijn ingevoerd, berekent het model voor elk huishouden de koopkracht. Dat gaat in een aantal stappen, die we samen het bruto-nettotraject noemen:

♦ Startpunt is het bruto inkomen. Dat bestaat uit (een combinatie van) inkomsten uit arbeid, onderneming, uitkering en pensioen en daarnaast inkomsten uit vermogen, aanmerkelijk belang en eventueel ontvangen alimentatie. 

♦ Vervolgens berekent het model het netto inkomen: het bruto inkomen min de sociale premies en belastingen.

♦ Het netto inkomen verrekend met de zorgkosten, eventuele toeslagen, kinderbijslag en de kosten voor kinderopvang, leidt tot het besteedbaar inkomen.

De knoppen in de afbeelding tonen meer details over de berekeningen in het bruto-nettotraject.

Tot slot corrigeert het model het besteedbaar inkomen voor volgend jaar voor de inflatie en berekent het de procentuele verandering ten opzichte van het besteedbaar inkomen van dit jaar.

De uitkomst van het model is een bestand met voor alle ingevoerde huishoudens de statische koopkracht, uitgedrukt in een percentage.

[3a] CEP 2018, blz 18. , https://www.cpb.nl/publicatie/centraal-economisch-plan-2018

[3b] CPB, Koopkracht een kwestie van kwartjes, https://www.cpb.nl/publicatie/koopkracht-een-kwestie-van-kwartjes

[3c] CPB Achtergronddocument – MIMOSI: Microsimulatiemodel voor belastingen, sociale zekerheid, loonkosten en koopkracht (geactualiseerde beschrijving 2016)

Het vage plaatje in [2] laat zich als volgt concretiseren:

https://www.cpb.nl/publicatie/mimosi-microsimulatiemodel-voor-belastingen-sociale-zekerheid-loonkosten-en-koopkracht-2016

[4] CBS, ” In 2017 waren er 937 duizend mensen tussen 15 en 75 jaar met een ander beroep dan het jaar ervoor.”

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/11/meer-mensen-wisselen-van-beroep

zie ook:

https://www.tno.nl/media/9541/dynamiek_op_de_nederlandse_arbeidsmarkt.pdf

[5] https://www.nibud.nl/consumenten/koopkrachtberekenaar/

en

https://www.nibud.nl/wp-content/uploads/Nibud-Koopkrachtberekeningen-2018-100-voorbeelden-jan2018.pdf

Voor een toelichting – zie de inleiding in dit pdf document.

[6] https://www.raet.nl/bruto-netto-salaris-berekenen

[7] https://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/toeslagen/

[8] http://www.rijksbegroting.nl/2018/kamerstukken,2017/9/20/kst237146_12.html

http://www.rijksbegroting.nl/2018/voorbereiding/miljoenennota,kst237145_18.html

[9] Het voordeel van de huidige studiefinanciering is dat de studenten als ze aan het werk gaan een stuk meegaander worden tijdens het arbeidsproces. Er moet tenslotte flink gewerkt worden om de studieschuld af te betalen en hogere inkomensverschillen helpen daarbij. Dit in combinatie met het HRA-infuus maakt dat de partijen aan rechter kant van het politieke spectrum voor jaren een permanent kiezersbestand “gekocht” hebben: daar zijn geen subsidies aan politieke partijen voor nodig.

(Dat daarbij een enkele, zich rabiaat links voordoende, hoogleraar aan geheugenstoornis leidt, mag duidelijk zijn: https://www.groene.nl/artikel/enkeltje-luilekkerland)

[10] FTG, “Loon grootste plus werknemer”,

https://www.telegraaf.nl/financieel/2459454/loon-grootste-plus-werknemer

Advertenties

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: