Spring naar inhoud

Overheidsschuld

11 juli 2018

_________________________________________________________________________________________________________________________

Laatst bijgewerkt 24 augustus 2018.

In Nederland kennen we een pensioenstelsel waarbij de overheid dankzij de zogenaamde omkeerregel pensioenen, waarbij de pensioenpremie van het belastbaar inkomen wordt afgetrokken (inclusief werkgeversdeel) en de pensioenuitkering t.z.t. wordt belast, flink wat geld misloopt en nog meer belastingopbrengsten langdurig uitstelt. Het gevolg is dat de overheid een niet in zijn boeken verantwoorde belastingclaim opbouwt die eind maart 2018 € 600 mld. bedraagt. (35% van € 1.717 mld.). Aangezien de EMU-overheidsschuld op die datum € 410 mld. bedroeg hadden we dus feitelijk helemaal geen schuld maar een fors actief van € 190 mld. Jaarlijks verantwoordt de staat wel de betaalde rente op de staatsschuld, die volledig in het pensioenvermogen is belegd. Het rendement op die belastingclaim wordt niet in de boeken verantwoord en geruisloos opgepot. Deze bijdrage geeft, zo goed en zo kwaad als dit gaat met het beschikbare cijfermateriaal, inzicht in het historische verloop (vanaf 1995) en de stand van de overheidsschuld eind maart 2018 doorlopend tot 2019.

Al die jaren zijn we dus door Balkenende en Rutte I & II c.s. op het verkeerde been gezet en hebben we volstrekt onnodig de broekriem moeten aanhalen. [1] Ook de non compliance van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) volgens “onze” EU-bobo’s komt hiermee in een volkomen ander daglicht te staan en moet eerder worden toegeschreven aan de vergaande incompetentie van onze politici. De media spelen daarbij een misleidende rol door klakkeloos de framing van de overheid over te nemen.

______________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Overheids-“schuld”

Onderstaande grafiek geeft het verloop van onze overheids-“schuld” weer:

Grafiek 1 Overheids-“schuld” 1997-2019 in % bbp

(a) Alleen door de investering in financiële activa van € 85 mld. kwam onze werkelijke overheidsschuld sinds 2006 in 2008 even in het rood. We moesten dus alleen de broekriem aanhalen om dit bedrag te kunnen ophoesten, terwijl we dit bedrag natuurlijk gewoon weer bij de banken terughaalden. Kijk dat bedoel ik nu, anders dan mevrouw Laura van Geest van het CPB, met knowing the Past.[4a] Het CPB sloeg eerder ook anderzins de plank volledig mis inzake onze staatsschuld. [4b] Ook moet je kennelijk niet bij het CBS zijn voor wat er feitelijk gebeurt™.

In tabelvorm ziet het verloop van de overheidsschuld 1995-2019 er als volgt uit:

Tabel 1 Verloop Overheidsschuld 1995- 2019 in € mld.

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) Dit lijstje haal ik altijd te voorschijn als iemand weer eens begint te zaniken over onze overheidsschuld. Het plaatst ook de schuldencrisis die we geen bankencrisis mogen noemen (zie gele markering) in perspectief. In elk geval heeft onze overheidsschuld en het SGP er helemaal niets mee van doen.

Het pensioenvermogen en daarmee de belastingclaim nam in de periode 2006-2017, dus inclusief 2008,  met 6,8% per jaar toe. De overheidsschuld nam met 4,4% toe en het bbp zelfs met slechts 2,1% per jaar.  Die – deels beleidsmatige – lage bbp-toename had natuurlijk ook nog budgettaire consequenties. [7]

De toename van het pensioenvermogen voor de periode 2018-2019 schatten wij op 5% per jaar, gelijk aan het door het CPB aangehouden rendement op dat pensioenvermogen in hun houdbaarheidsstudies. Als die toenames van schuld en claim goed zijn ingeschat bedraagt het overheidsactief eind 2019 ca € 263 mld.

(b) De toename financiële vaste activa 2008 – 2017 bedroeg netto € 12,8 mld., zodat  de in 2008 ontstane schuld door de bankencrisis grotendeels is afgelost.

(c) Door de lage rente bedraagt de marktwaarde van de overheidsschuld eind 2017 € 469 mld., dat is € 53 mld. hoger dan de EMU-overheidsschuld. Deze grootheid is alleen relevant als de schuld uit de markt gehaald wordt, maar is natuurlijk wel bruikbaar om het overheidsvermogen in de overheidsbalans te drukken [1b]:

Tabel 2 Staatsvermogen in € mld.

Het CBS heeft dan in zijn balans nog geen rekening gehouden met de AOW-verplichting die natuurlijk ook een vordering is op de toekomstige belastingbetaler. Die berekening van een reële AOW-verplichting van de staat kun je overigens ook niet aan het CBS overlaten. Daar staat tegenover dat de ambtenaren-pensioenen i.t.t. veel EU-landen wel zijn afgefinancierd. (§4)

§2 Overheids-“tekort”

De gegevens in tabel 1 kunnen we voor de periode 1996-2019 als volgt samenvatten:

Tabel 3 Samenvatting mutaties overheidsschuld 1996-2019 in € mld.

Als we de ontwikkeling van het bbp, de EMU-overheidsschuld en het pensioenvermogen met de belastingclaim daarop, in één grafiek uiteenzetten krijgen we het volgende beeld:

Grafiek 2 Kerngrootheden 1995-2019 in € mld.

Dat de ontregeling van de overheidsfinanciën niet veroorzaakt werd door het door de overheid zelf gecreërde overheidstekort maar met name door de omkeerregel pensioenen maken we in deze paragraaf duidelijk. Door storting van pensioenpremies wordt 52% van de pensioenpremie als belasting aan de belastingheffing onttrokken, terwijl de pensioenuitkering t.z.t. slechts 35% aan belasting opbrengt, zoals Bas Jacobs in afstemming met het CPB heeft vastgesteld. Daarnaast is het rendement op het pensioenvermogen vrijgesteld van vermogensrendementsheffing voor het deelnemersdeel. Daar staat echter tegenover dat het rendement begrepen in de pensioenuitkering te zijner tijd tegen 35% wordt belast. De 35% belasting op het behaalde opgepotte rendement op het pensioenvermogen is al wel begrepen in de belastingclaim. [voor een nadere toelichting zie de bijdrage Opdoeken die omkeeregel pensioenen!]

Als we uitgaan van een pensioenpremie inclusief derde pensioenpijler van zo’n € 45 mld. [5] gaat het om een jaarlijkse belastingderving van € 7,7 mld. (17%) meer dan de huidige rente op onze EMU-staatsschuld en een uitstel van € 15,8 mld. (35%). Met het indirecte belastingen effect (ca 8%) is dan geen rekening gehouden. Het rendement begrepen in de uitkering wordt t.z.t. belast tegen ca 35%. Materieel is de pensioenuitkering het opnemen van spaargeld. Dat spaargeld is op het moment van de premiestorting verdiend op grond van de dan verrichte prestatie (begrepen in bbp) en zou dan moeten worden belast.

Het geneuzel van die macro-economen over het EU-structurele begrotingssaldo (CPB en EMU-versie) is dus volstrekt irrelevant. Dezelfde economen die de 2008 crisis niet zagen aankomen zouden wel in staat zijn om deze grootheid met liefst één decimaal achter de komma te berekenen?

Het Ministerie van Financiën had zijn Overheidsfinanciën 2018 in beeld ook kunnen opvrolijken met de volgende grafiek:

§3 De dreigende ondragelijke interestlast op onze overheids-“schuld” bij een rentestijging

In de miljoenennota 2018 stond de volgende passage:

“Het houdbaarheidsoverschot van nu betekent dat de huidige collectieve voorzieningen betaalbaar blijven, zonder dat het nodig is om de belastingen te verhogen of de rekening door te schuiven naar volgende generaties via een hogere overheidsschuld. Dat is belangrijk, want als de staatsschuld blijft stijgen, rijzen de rentelasten van de overheid op een gegeven moment de pan uit. Dan riskeert de overheid een opwaartse spiraal van hogere uitgaven en een nog hogere staatsschuld.”

Deze stelling wordt vaak verkondigd door de heer Rutte als hij wijst op het risico van een rentestijging en ook de Koning [3] mocht het Nederlandse volk op gezag van een habitueel liegende Rutte [1] op een dwaalspoor zetten, zo niet voorjokken.

Het probleem van de rentelast is overigens niet zo groot, anders zou het niet de grootst mogelijke moeite kosten om een betrouwbare cijferreeks van de rentelast op onze staatsschuld boven tafel te krijgen. In de volgende grafiek laten we drie versies de revue passeren:

Grafiek 3 Kiest u maar – de interestlast op de staatsschuld 1995-2020 in € mld.

(a) We kunnen de rentelast aan de overheidsschuld relateren. In dat geval lijkt CBS’ “D41 Rente conform nationale rekeningen” een goede keuze (blauwe lijn in de grafiek). [2a1] Ook het CPB heeft zijn eigen opvattingen over de rentelast (rode lijn in de grafiek). [2b]

(b) We kunnen natuurlijk ook de rente-inkomsten [2a2] van de rentelast [2a1] aftrekken, tenslotte is die spliting van eigen makelei door de staat en willekeurig te sturen. Het gaat natuurlijk om de netto rentelast. (Groene lijn in de grafiek)

(c) Het Ministerie van Financiën heeft in antwoord op kamervragen in 2016 een specificatie van de rentelast op de EMU-overheidsschuld opgeleverd voor de jaren 2000-2020 (paarse lijn in de grafiek). [2c] Het heeft er de schijn van, hoewel niet toegelicht, dat het ministerie ook met netto interestcijfers werkt.

In 1995 bedroeg de bruto rentelast € 16,7 mld. of 5,1% bbp. Zouden we in 2017 dat zelfde percentage bbp aan interest hebben betaald dan was de interestlast in 2017 € 37,4 mld. geweest in plaats van werkelijk bruto € 7,3 mld.  (MvF gegoochel infograph: MN 2017: € 6,5 mld.; MN 2018 € 6 mld.) In 1995 betaalden we die interest onder Zalm fluitend, onze politieke watjes anno 2018 kunnen ons hier alleen maar bang mee maken.

De wedervraag zou natuurlijk ook kunnen luiden: wat gebeurt er met het rendement op de belastingclaim op het pensioenvermogen als de rente stijgt?  Maar die vraag wordt natuurlijk nooit gesteld door de media. De volgende tabel laat de importantie van die vraag zien:

Tabel 4 Benadering rendement belastingclaim

(a) Het rendement op het pensioenvermogen 2006-2016 is dus benaderd ca 728 mld., het aandeel van de staat bedraagt ca € 255 mld. De toename van de belastingclaim op het pensioenvermogen bedraagt 327 mld. De netto rentelast bedraagt € 85 mld. De door de overheid gepresenteerde cijfers over de overheidsfinanciën zijn dus primair volstrekt misleidend en subsidiair leugenachtig.

(b) Het rendement op het pensioenvermogen van de derde pensioenpijler en verzekeringsmaatschappijen is geschat op basis van 4%. De rente EMU-schuld is netto na aftrek D41 renteinkomsten. [2a2] Bruto was die rente op de overheidsschuld in de periode 2006-2016 totaal € 121,2 mld. De pensioenpremie is gebaseerd op de CBS besteedbaar inkomen statistiek en derhalve onvolledig en te laag. Momenteel bedraagt de pensioenpremie incl. derde pensioenpijler rond de € 45 mld. [5]

(c) Het zal op basis van deze tabel duidelijk zijn dat het rendement op het pensioenvermogen, dat voor 86% in het buitenland is belegd, een grote rol speelt bij een gezonde ontwikkeling van de overheidsfinanciën. Zolang de pensioenrechten niet worden afgestempeld blijft de belastingclaim in tact.

(d) Het blijft vreemd dat de staat materieel niets te vertellen heeft over het beleggingsbeleid inzake zijn belastingclaim van zo’n € 600 mld.: een democratisch deficit van de eerste orde.

(d) Het Ministerie van Financiën rekent intern juni 2017 in de appreciatie VNO-NCW vestigingsklimaat notitie met een pensioenvermogen van € 1.500 mld. en een belastingclaim van € 450 mld. (30%). [6] Dit bedrag is aanmerkelijk te laag, zoals we in tabel 1 zagen, voor zowel het pensioenvermogen als het gemiddelde belastingtarief.

(e) Grafisch valt het rendement op de belastingclaim en de netto rentelast op de staatsschuld als volgt weer te geven:

(a) Toch jammer dat het rendement door de staat nooit geboekt wordt: heel veel wakkere ochtendkrant- en Elsevierlezertjes zouden een stuk rustiger slapen.

Overigens kan die rente op de overheidsschuld best weer wat stijgen zonder dat de overheidsfinanciën in de knel komen zoals uit het historisch verloop van de rentelast in % bbp blijkt:

Grafiek 5 Rentelast in % bbp en rentepercentage staatsschuld 1815-2017 

Maar ja, de meeste mensen klagen altijd over hun geheugen en niet over hun verstand.

§4 Stabiliteits- en Groeipact (SGP)

Zoals bekend zijn de onzinnige SGP-eisen een overheidstekort van maximaal 3% bbp en een overheidsschuld van maximaal 60% bbp. Laten we eerst kijken naar de historische relevantie van die 60%-eis aan de hand van de volgende grafiek van de Nederlandse overheidsschuld in % bbp [1d]:

(Click op grafiek of Ctrl+ om te vergroten)

Grafiek 6 Overheidsschuld in % bbp 1814-2017 vs 60%-norm

Omdat Nederland slechts in 43 van de 204 jaar aan de 60% SGP norm voldeed mogen we wel van een door de EU invented tradition ( Eric John Ernest Hobsbawm & Terence Ranger) spreken. Het ligt dus niet zo voor hand om Nederland de 60%-norm op te leggen: er werd in het verleden ook nauwelijks aan voldaan. Het zal op basis van het voorgaande duidelijk zijn dat Nederland thans ruim aan die norm voldoet (netto een actief) als je tenminste ordentelijk boekhoudt (matching principle) en dat vermogen hebben macro-economen kennelijk niet van huis uit meegekregen.

Daarnaast heeft Nederland ook het pensioen van zijn overheidsdienaren volledig af gefinancierd. Het gaat hierbij om een netto bedrag van ca € 401 mld. eind juni 2018:

Tabel 5 Pensioenvermogen ABP en PFZW in € mld.

(a) Uiteraard hebben we onze belastingclaim op dat pensioenvermogen dan al in mindering gebracht om dubbeltellingen te voorkomen.

(b) Vraag aan de EU-commissie: kunt u één land in de EU aanwijzen wiens overheidsfinanciën er zo goed voor staan en waarom legde u eigenlijk Nederland de excessive deficit procedure indertijd op? Dat MP Rutte en de heren de Jager/ Dijsselbloem het niet goed konden uitleggen is natuurlijk geen geldige reden.

§5 Enkele misverstanden over de belastingclaim pensioenvermogen

Regelmatig worden mij in de discussie een aantal tegenwerpingen gemaakt die ik hier even kort behandel.

§5.1 Belastingclaim is nodig om toekomstige AOW- en zorgkosten te kunnen betalen

Om deze stelling op zijn waarde te kunnen inschatten moeten we natuurlijk eerst de ontwikkeling van die belastingclaim in de toekomst kennen. Die wordt ons door de politiek onthouden en moeten we dus zelf even zo goed en zo kwaad als dat gaat reconstrueren. Het verwachte verloop – met veel slagen om de arm – van die belastingclaim luidt als volgt:

Tabel 6 Het volgens het MvF verwachte pensioenvermogen tot 2060 in € mld.

De belastingclaim is dus gevangen in het zwarte gat dat pensioenvermogen heet en die claim loopt alleen maar op, netto komt dat geld dus niet uit de pensioenpot en kan derhalve ook niet bijdragen aan de opvang van de vergrijzingskosten. De toekomstige generatie stort immers ook pensioenpremie over een hopelijk hoger inkomen. De zorgkosten stijgen overigens niet alleen door de vergrijzing maar ook door technologische ontwikkelingen en ook de jongeren zorgen voor een aardige kostenstijging. [Zie bijdrage Grijsgedraaide grammofoonplaat].

§5.2 Geen schuld nalaten aan volgende generatie?

De vraag die eerst beantwoord moet worden is welke generatie eerder zo gek was om ons geen schuld na te laten. De grafiek in §4 gaf daarop al het antwoord.

Uitgaande van een genormaliseerde overheidsschuld van 40% bbp, kunnen we eind 2017 dus € 475 mld. potverteren en de toekomstige generatie nog steeds, historisch gezien, een uiterst florissante overheidshuishouding nalaten. Het actief eind 2017 groot € 180 mld. kan zonder meer direct aan de huidige belastingbetalers worden teruggegeven. We laten dan geen schuld na en daarmee is de toekomstige generatie wel genoeg gematst.

§6 Conclusie

We hebben al vele jaren geen overheidsschuld en zullen door het rendement op de belastingclaim op het pensioenvermogen voorlopig ook wel in werkelijkheid een positief overheidssaldo hebben. De huidige belastingen zijn daarnaast onnodig hoog omdat de belastingderving (17%)  en het belastinguitstel (35%) veroorzaakt door de omkeerregel pensioenen moet worden opgevangen. Opdoeken die omkeerregel pensioenen!, die de overheidsfinanciën- althans op papier – volledig uit het lood slaat, blijft dus het motto.

Bovenstaand cijfermateriaal is in een aantal gevallen noodzakelijkerwijs gebaseerd op grove schattingen die ongetwijfeld onvolkomenheden zullen bevatten. Maar als je als burger door de overheid systematisch wordt voorgelogen, zal je wat moeten. Het wordt dan ook hoog tijd dat de overheid wel de juiste cijfers ophoest. De vraag alleen is wie dat moet doen: het CPB en CBS hebben zich immers voor deze taak, gezien hun past performance, volstrekt gediskwalificeerd. De politiek, onze grootste bron van nepnieuws, kun je dit kennelijk ook niet toevertrouwen. Over “onze” media doen we er maar verder het zwijgen toe.

P.S. De eerste versie van dit verhaal werd december 2011 aangeboden aan MeJudice, die het artikel vervolgens niet plaatste. Daarna ben ik in februari 2012 dit web gestart en de eerste versie op mijn web luidde als volgt: Staatsschuld veel kleiner dan veelal gedacht.

_________________

Noten

[1] Het leugenachtige karakter van Teflon Rutte blijkt uit onderstaande video die we op grond van de cijfers in 2008 moeten dateren. Eind 2008 was de officiële staatschuld 350 mld. In werkelijkheid was die schuld slechts 76 mld. Dat kwam dan alleen nog omdat de Nederlandse staat € 85 mld. in de banken had moeten stoppen aangezien het particulier initiatief zijn zaken weer eens niet op orde had. De Telderstichting, hoe kan het ook anders, schoof de schuld volledig in de schoenen van de toezichthouder en de overheid. Dat geld kwam overigens grotendeel terug zoals we in tabel 1 kunnen zien. Ook het rendement op het pensioenvermogen viel in 2008 wat tegen, maar dat grote verlies werd in 2009 al weer grotendeels goed gemaakt.

De VVD-staatsschuldmeter is dan ook op wonderbaarlijke wijze verdwenen, zoals dat ook om duidelijke reden met de VVD-poster Hypotheekrente staat als een huis het geval is. Bedoeld zal overigens zijn een huis in Groningen. Over het chronische geheugenverlies van de heer Rutte tijdens de dividenbelasting perikelen hebben we het dan maar even niet. Maar dit NRC-commentaar is te mooi om niet even te citeren:

“Zo nu en dan wordt in Den Haag het verhaal verteld over de ambtenaar die van zijn nerveuze minister de vraag kreeg wat deze moest antwoorden over een netelige kwestie. „Als u het eens probeert met de waarheid”, antwoordde de man. Wellicht is dit een idee voor premier Rutte.”

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/26/dividendbelasting-probeer-het-eens-een-keer-met-de-waarheid-premier-rutte-a1600953

zie ook: https://fd.nl/economie-politiek/1241805/rutte-liegen-is-geen-doodzonde

Voor de kwalijke rol van de media zie de bijdrage Onze staatsschuld – Mea Culpa?

[2] Bronnen

Algemeen – revisie

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/21/revisie-nationale-rekeningen

“Op 22 juni [2018] zijn de gereviseerde cijfers van de Nederlandse nationale rekeningen gepubliceerd voor 1995 tot en met 2015, inclusief nieuwe cijfers voor de jaren 2016 en 2017 die op de reeks na revisie aansluiten. De cijfers tot en met 2015 zijn gewijzigd als gevolg van de revisie, voor 2016 en verder zijn de cijfers ook aangepast door nieuwere brongegevens. De nationale rekeningen zijn onder andere de bron van veelgebruikte macro-economische variabelen als het bbp, het handels(export)saldo en ook het overheidstekort en de overheidsschuld. “

Omdat opendata de layout i.t.t. Statline niet vasthoudt in de link, heb ik voor een aantal gevallen de schermprint van de instellingen opgenomen.

[1a] Overheidsschuld mutaties 1995-2017 – sector overheid

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82565NED/table?ts=1520271585649

[1b] Overheidsschuld tegen marktwaarde

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82567NED/table?ts=1521490101162

[1c] CPB data 1814-2018

https://www.cpb.nl/cijfer/lange-tijdreeksen-overheidsfinancien

[1d] CPB juniraming 2018

https://www.cpb.nl/persbericht/groei-houdt-aan-politieke-risicos-toegenomen

[2] Bronnenmateriaal interestlast overheidsschuld:

De staat der Nederlanden strooit regelmatig andere cijferreeksen over onze interestlast rond en het valt niet mee om de “juiste” cijfers op tafel te krijgen. Het CPB helpt daarbij ook niet echt, want die doet hetzelfde met zijn lange termijnreeksen. Hopelijk is het ons toch gelukt.

Onderstaande publicatie laat zien dat het CBS de brutocijfers gebruikt. De cijfers zijn inmiddels weer achterhaald zie [2a]:

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2014/20/historisch-lage-rentelasten-voor-overheid-in-2013

[2a] CBS Rente-uitgaven

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84116NED/table?ts=1531514013579

[2b] CBS Rente-inkomen

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84115NED/table?ts=1531513557810

De splitsing tussen D41 inkomsten en D41 uitgaven valt natuurlijk te sturen en daarom zou het logisch zijn om de rentelast per saldo netto te nemen. In tabel 4 is dat nettor bedrag aangehouden.

[2b] CPB jaren 1814-2018

https://www.cpb.nl/cijfer/lange-tijdreeksen-overheidsfinancien

[2c] Het Ministerie van Financiën (toch ambtenaren zat) heeft noch een boodschap aan de cijfers van het CBS noch aan die van het CPB en geeft weer een eigen cijferreeks om de Tweede Kamer te informeren.

Antwoord vraag 32 door MvF – zie daarvoor vraag 24:

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/09/30/bijlage-1-antwoorden-kamervragen-miljoenennota-2017

[3] Onze Koning op voorspraak van Rutte en Dijsselbloem:

“Momenteel betalen alle Nederlanders samen – zelfs bij de huidige lage rentestand – 11 miljard euro per jaar aan rente over de overheidsschuld. Als de schuld groeit en de rente stijgt, gaat die rentelast steeds zwaarder drukken op economische groei, op betaalbaarheid van voorzieningen en op de inkomens van mensen.” {troonrede 2013}

De Koning had natuurlijk, geadviseerd door de Raad van State, even nagelaten om te vragen bij de heren Rutte en Dijsselbloem wat er eigenlijk zou gebeuren met het rendement op het pensioenvermogen onder die omstandigheden. Zelfs ons CPB had aan die vraag een hele kluif gehad gezien de wereldwijde spreiding van de beleggingen van die pensioenfondsen (86% in het buitenland belegd).

[4a]Laura van Geest , “Sound Public Finances Experience with Fiscal Institutions in the Netherlands “,

https://www.imf.org/external/np/seminars/eng/2015/capdr/pdf/lvangeest.pdf

Ik doel hierbij in het bijzonder op slide 7, een typisch voorbeeld van geschiedvervalsing.

[4b] De uitgebreide aandacht van het CPB voor Reinhart en Rogoff in het CEP 2009 (13 x) en de CPB-evaluatie 4 jaar later mag op zijn minst opmerkelijk genoemd worden in het licht van de uiterst rooskleurige stand van ’s Rijk financiën (tabel 1). De “reële” overheidsschuld van het CPB tijdens de “top”en het “dal” krijgt dan ook zijn eigen dimensie:

https://www.cpb.nl/sites/default/files/cep2013_kader_pag11.pdf

De graduate student Thomas Herndon haalde de heren Carmen Reinhart and Kenneth Rogoff onderuit en toonde aan dat er aan het peer review van het blad American Economic Review een steekje los zat:

http://www.peri.umass.edu/fileadmin/pdf/working_papers/working_papers_301-350/WP322.pdf

[5] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33400-4.pdf

“Het bedrag aan pensioenpremies in de tweede en derde pijler loopt volgens het CPB op van 43,4 miljard euro in 2013 naar 48,3 miljard euro in 2017. De budgettaire derving die optreedt als gevolg van deze premies loopt op van 20,0 miljard euro in 2013 naar 21,8 miljard euro in 2017. Uiteraard betreft het hier een partieel budgettair effect: tegenover de
kosten van aftrek van pensioenpremies in 2013–2017 staan de belastingopbrengsten
over de pensioenuitkeringen. Circa 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent.”

Uiteraard betreft het hier een partieel budgettair effect want die pensioenpremies die ten grondslag liggen aan de pensioenuitkeringen zijn in een eerder stadium al eens door die belastbetalers opgebracht. Uiteraard zwijgt het ministerie over de 17% belastingderving. Over de vermogensrendementsheffing beweert het MvF ook de grootst mogelijke onzin: het rendement begrepen in de pensioenuitkering wordt namenlijk gewoon belast tegen 35%.

[6] Notities 1-4 bij brief over dividendbelasting

In de onsamenhangende en renundante in elkaar geflanste informatieset pagina 73

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2018/04/24/notities-1-m-4-bij-brief-over-dividendbelating

Mijn commentaar op de notitie van het Ministerie van Financiën is dat zij intern juni 2017 bij het ministerie kennelijk rekenen met € 1.500 mld. aan pensioenvermogen en een belastingtarief van 30%. Daar klopt geen hout van – zie tabel 1.

[7] Dankzij Rutte I & II was Nederland door de lage groei naar de stand 2016 ook nog eens € 56 mld. aan bbp kwijt. Tegen een percentage van 37,5% valt er dan door de staat € 21 mld. per jaar minder te besteden.

Zie ook

Bas Jacobs, https://basjacobs.wordpress.com/2016/09/19/de-rekening-van-rutte/

 

 

Advertenties

From → 0. Permanent

One Comment
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    • Zie ook studie 2015 Rabobank

    • “Tegenover de schuld van de overheid staan ook bezittingen. Deze bestaan uit de publieke kapitaalgoederenvoorraad (zoals gebouwen en infrastructuur), de financiële activa (zoals het vermogen van De Nederlandse Bank) en de gasvoorraad. De omvang van dit vermogen is groter dan de staatsschuld (de Nederlandse overheid heeft een netto vermogenspositie);
    • De rente die de Nederlandse overheid betaalt op staatspapier is historisch laag (figuur 3). De rentelasten voor de overheid worden voor dit jaar geraamd op € 8,4 miljard, een gering deel van de totale uitgaven van € 260 miljard. De Nederlandse overheid geniet op de internationale financiële markten een veiligehavenstatus

    Conclusie: juist
    De stelling dat de overheid met het innen van de belastingclaim op pensioenen de staatsschuld grotendeels kan aflossen is waar. We hebben hierboven echter ook betoogd dat een dergelijke ingreep niet noodzakelijk is.”

    https://economie.rabobank.com/publicaties/2015/juni/nederland-aanzienlijke-belastingclaim-op-pensioenvermogen/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: