Skip to content

Fransman’s politieke compromis

20 mei 2018

___________________________________________________________________________________________________________________________________________

Het Nederlandse pensioenstelsel heeft veel overeenkomst met de Hotel California song (1976) van de Eagles:

“You can check out any time you like
But you can never leave!”

Fransman heeft aanvankelijk in ESB en later op de Mejudice site herhaald, een belangwekkend artikel geschreven over zijn gewenste pensioenhervorming. De discussie daarover komt nog steeds tergend langzaam op gang.

Voor zover mij dat mogelijk valt, zal ik in deze bijdrage nader ingaan op zijn voorstel. Daarbij zal ik proberen het voorgestelde scenario zo goed en zo kwaad als dat gaat te volgen. Tevens zullen we nagaan welke “forse voordelen” met zijn plan te behalen zijn.

Met Fransman’s voorstel kunnen de toppers zich ten dele ontworstelen aan het FTK door wat losgeld te betalen aan de basis pensioendeelnemers. Deze deelnemers zitten nog steeds opgescheept met de oude regeling, waar materieel nauwelijks iets aan verandert. Echte vooruitgang is er dus alleen voor de toppers. De basispensioendeelnemers hebben te maken met een rekenrente voor premie en het pensioenvermogen die niet eens de inflatie afdekt. Onder een dergelijk regeling is het asociaal om deelname verplicht te stellen.

De beste oplossing  is misschien wel dat het oude stelsel een sterfhuisconstructie wordt en dat een nieuw vel op de tekentafel wordt gelegd om geheel opnieuw te beginnen met de pensioeninleg vanaf heden. De oude pensioendeelnemers hebben het immers geheel aan zichzelf te wijten dat het zover is gekomen: hadden ze hun stemrecht maar beter moeten gebruiken.

___________________________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Het voorstel

Voorafgaand Fransman’s artikel lezen wordt ten zeerste aanbevolen. [1] De belangrijkste uitgangspunten zijn:

1) De tweede pensioenpijler opsplitsen in 2a) een pensioen tot een aftoppingsgrens van ca € 27.000, dus ca € 10.000 per jaar ( ca 70% van de pensioendeelnemers) ; 2b) het overige pensioen voor de toppers tot de huidige fiscale grens (ca 30% van de pensioendeelnemers).

2) Voor 2a) blijft het oude regime in stand met de doorsneeproblematiek, betere rechten voor hogere inkomens en vrouwen, rekenrente, indexatie of eerder geen indexatie. Wel wordt de premie meer kostendekkend door een hoger premiedekkingsgraad van minimaal 90% en de AOW-franchise gestandaardiseerd i.p.v. het huidige ratjetoe. Het beleggingsbeleid is conservatief en zou overwegend moeten bestaan uit obligaties {zie [4] voor detaillering}, hetgeen nogal afwijkt van de bestaande situatie. Kortom reden genoeg voor de pensioendeelnemers om te blijven demonstreren.

Onze toppers hebben in de nieuwe opzet, als ik het goed begrijp, drie pensioenpotjes: 2a), 2b1): oud collectief, en 2b2) de nieuwe individuele pensioenpot op basis van de nieuwe premie. Simpeler wordt er het in elk geval niet op. Als het vermogen van groep 2b onder het oude FTK blijft vallen verandert er voor dat deel van het pensioenvermogen ook niets.

Mocht daar dispensatie voor komen dan kan dat pensioenvermogen ook risicovol worden belegd en kan ook met 4,5% rekenrente worden gerekend. {update zie echter [4]} Een tekort is toch voor eigen rekening. Eigenlijk is die hele rekenrente dan je reinste flauwekul. Als de rente voor die premie ook op 4,5% wordt gesteld, wel zo logisch, dan kan de premie flink dalen en kan de schatkist eerder incasseren.

3) De toppers doen tot € 27.000 inkomen mee met 2a) en voor de rest met 2b). Zij krijgen  een eigen pensioenpotje voor de nieuwe opbouw dat bij overlijden voor pensioendatum overerfbaar is. Een nabestaanden pensioen tijdens de opbouw en een arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn optioneel. (voor 2a) verplicht)

De mazzel die de toppers in de schoot geworpen krijgen is dat het juk van de FTK-rekenrente -de zogenoemd risicovrije rente- materieel vervalt:

“De nominale garantie (CM: hoezo?) vervalt en daarom kan de rekenrente hier dan ook hoger zijn. Daarvoor worden de waarden van de commissie parameters gebruikt, of een langdurig voortschrijdend gemiddelde van historische rendementen met een afslag van 25 procent. Dat komt in beide gevallen uit op circa 4,5 procent. Het beleggingsbeleid is offensiever: naar verwachting zal de portefeuille overwegend bestaan uit zakelijke waarden.” (CM: zie ook [4])

4) Voor beide groepen blijft het langleven risico (binnen de groep) gedeeld. Dit houdt in dat de 2a) groep niet langer hoeft mee te delen in het langleven risico van een substantieel deel van het pensioen van de 2b) groep.

5) Om de pil voor 2a) te vergulden  wordt het volgende breinbrekertje voorgesteld:

“Het splitsen van het bestaande stelsel in combinatie met het hanteren van een hogere rekenrente voor inkomens die die risico’s ook daadwerkelijk kunnen dragen heeft natuurlijk het grote voordeel van een hogere dekkingsgraad. Die hogere dekkingsgraad kan het beste verdeeld worden over de twee nieuwe stelsels. Dat wordt zodanig verdeeld dat de dekkingsgraden na verdeling weer exact gelijk zijn aan elkaar. Daardoor wordt niemand beter of slechter van de splitsing.”

Voor deze splitsing worden een zestal scenario’s gegeven, waarvan we er de eerste uitlichten:

Tabel 1 politiek compromis

(a) De berekening (verdeling surplus door rekerente) van Fransman is voor mij, als leek op pensioengebied, helaas niet te volgen, maar kennelijk wordt 2a) er qua algemene reserve 10 wijzer van (toename activa 80 – 70; pensioenvermogen ongewijzigd 70 +10 blijft 80) en groep 2b weer volgens Fransman niet slechter (pensioenvermogen 17,25 +2,55 = 19,8, dus wel 10,2 kwijt t.o.v. 30). Meestal is het ook zo dat als er twee ruilen er één moet huilen. In elk geval moet de som van de bezittingen voor en na verdeling gelijk bijven.

(b) In het onderste deel van de tabel is door mij berekend wat de dekkingsraad wordt als de uitkering gelijk blijft en de rekenrente van 1,5% naar 4,5% gaat bij een duration van 19 jaar voor het keuze pensioen. Was dit voor het hele pensioenvermogen gebeurd dan was de dekkingsgraad 126,7% geworden.  Groep 2a) moet echter terug in zijn hok en krijgt dus, zonder uiterst arbitraire herverdeling, weer een dekkingsgraad van 100% en indexatie met sint-juttemis. Bij een reëlere rekenrente van 3% zou de dekkingsgraad op 113 zijn uitgekomen.

De allocatie van het surplus zoals Fransman die voorstelt heb ik onderaan de tabel aangegeven. Ik kom echter tot een andere uitkomst (106,7 vs 115). Overigens ontgaat mij de logica van die verdeling. Groep 2a) heeft immers tegen 4,5% rekenrente nog steeds het zelfde potentieel als onder de bestaande regeling.

(c) Indexatie keuzepensioen vindt pas vanaf 120% onder het FTK van Fransman plaats en dan ook nog geleidelijk, met 10% van het surplus per jaar. [4] Dus zelfs met 4,5% rekenrente mag je met de huidige stand niet indexeren. Althans als je het voorstel tot verdeling van het surplus tussen groep 1) en 2) volgt. Je weet dus bij voorbaat dat je geld nalaat voor de overige deelnemers tenzij die 20% buffer opgaat aan langlevenrisico.

Fransman meent dat hij met zijn voorstel de volgende problemen oplost:

(1) Indexering kan voor groep 2a) sneller plaats vinden, ten dele door premieverhoging.

(2) Opheffing van de doorsneepremie voor groep 2b) maakt dat een substantieel deel van het tekort van zo’n € 100 mljard onder tafel verdwijnt. Voor 2a) en 2b1) blijft de problematiek gehandhaafd. 2b2) krijgt de rechten waarvoor hij betaalt, naar een eventuele claim uit het verleden kan hij fluiten.

(3) Fransman laat de mogelijkheid open de € 27.000-grens op te trekken naar het modale inkomen. Dat modale inkomen ontwikkelde zich de afgelopen jaren als volgt:

(a) Met vallen en opstaan met een grove afronding was de groei dus 1,8% per jaar. De inflatie in de periode (2002-2017) was 1,67% per jaar. Als voor het basispensioen de modale inkomensgrens wordt aangehouden is het deelnemersbestand redelijk constant.

§2 Kanttekeningen

(1) De verdeling 70%-30% zal afhankelijk zijn van het fonds. Aangezien tot voor kort 73% van de pensioenpremie van de belasting werd afgetrokken door 30% van de pensioenhuishoudens zou ik dat nog wel eens goed gecheckt willen hebben:

(2) De doorsneepremieproblematiek is dus helemaal niet opgelost, hoogstens onder tafel geschoven.

(3) De 2a) groep kan voorlopig naar indexering fluiten ondanks de behaalde rendementen in de afgelopen tien jaar. Binnenkort geldt voor de grote groep 2a) en 2b1) dat men ernstig aan aan afstempeling van rechten moet gaan denken.

(4) De rechten gerelateerd aan het 2b1) vermogen blijven in het voorstel uiterst vaag. Ik neem aan dat zij delen in het “hoge” rendement maar het aandeel van de deelnemers daarin in de loop van de tijd blijft in nevelen gehuld, zoals onder het oude stelsel.

(5) Zo’n 181 pensioenfondsen hebben te maken met een herstelplan.  Een doelbewuste vergroting van het risico is in zo’n situatie niet toegestaan. (art. 16 lid 4 FTK). Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke vergroting van het risicio impliciet begrepen is in het voorstel de rekenrente voor het keuzepensioen (2b1 ?) en 2b2) te verhogen. Ik denk dan ook niet dat DNB hier blij mee zal zijn.

(6) De aanname dat de belegging in obligaties conservatief is, lijkt een wat boute uitspraak. Het risico is  zeker onder de huidige omstandigheden niet gering. [5] De beleggingsresultaten van de grote pensioenfondsen waren zeker niet gehaald als deze pensioenfondsen Fransman’s voorstel in het verleden hadden moeten volgen. Om voor “overwegend” zakelijke waarden 4,5% te kiezen is zeker offensief te noemen.[4] Een rekenrente is sowieso  moeilijk te verenigen met een eigen pensioenpot. Onder aftrek van kosten en een verzekeringspremie voor langlevenrisico komt immers het rendement op beleggingen geheel de eigen pensioenpot toe en bij overlijden na pensionering de andere deelnemers.

(7) Het aantal examentrainingen voor de GL-kwetsbaarheidstest van 70-jarigen zal zeker toenemen als Fransman’s voorstel om de pensioenpot bij voortijdig sterven te laten erven doorgang vindt. [2]

(8) Voor de goede orde geven we nog even de rendementshistorie van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen weer:

Tabel 2 rendement vijf grote pensioenfondsen 2003-2017

Toch jammer als voor je basispensioen dergelijke rendementen door de neus geboord worden. [2;4] Er is dus helemaal niets mis met de rendementen van die pensioenfondsen, al willen sommige debielen op het internet ons anders doen geloven. Er is wel heel veel mis met het door de politiek opgelegde Financieel ToetsingsKader.

§3 Alternatieve beleggingsmogelijkheden

Fransman doet net of het pensioenstelsel zaligmakend is. Die toppers met hun keuze pensioen hadden natuurlijk ook gewoon kunnen beleggen als er geen sprake was van gedwongen winkelnering. Uiteraard betaal je dan wel vermogensrendementsheffing en forse beheerskosten. We pikken er twee ter indicatie uit: Robeco en Nationale Nederlanden en dan alleen omdat ik deze gegevens snel bij elkaar kon harken.

3.1. Robeco

Het resultaat van Robeco vanaf oktober 2012 is als volgt:

Grafisch kan het rendement als volgt worden weergegeven:

Het rendement bedraagt sinds de start tot en met 18 mei 2018 voor respectievelijk defensief, neutraal en offensief 4,31%, 5,69% en 7,19% per jaar.

De kosten zijn hier fors hoger dan de commissie parameters hanteert. [4] Voor aandelen is dat bv. maar 25 basispunten.

3.2 Nationale Nederlanden

“Alle kosten (?) waaronder 1% beheerkosten zijn hiervan afgetrokken.” – de kosten zijn dus hier in elk geval ook veel hoger dan de commissie parameters aanhoudt. Als ik toezichthouder bij de AFM zou ik Ralph Hamers als strafwerk 500 x de tekst “Ralph moet eindelijk eens transparant zijn” laten inleveren.

Sommige beleggingsfondsen zijn dus, ondanks de kosten, een reëel alternatief. Buiten het langleven risico en het nabestaanden pensioen is er dan ook geen enkele reden om voor de toppers het verplichte systeem in tact te houden. Als je partner een goede eigen pensioenregeling heeft is het nabestaandenpensioen ook volledig achterhaald.

§4 De hervorming kan een stuk steviger

(1) Het huidige pensioenvermogen is bovenmatig, er wordt onnodig opgepot en de omkeerregel pensioenen ontwricht de overheidshuishouding en leidt tot een onnodig hoge belastinglast voor de huidige generatie. Voor het nieuwe keuzepensioen kan de omkeerregel pensioenen onmiddellijk worden opgedoekt en het belastingnadeel als belastingverlaging worden teruggegeven. Elk nadeel heeft zijn voordeel krijgt zo weer inhoud. Het keuzepensioen wordt dus netto gespaard.

(2) Er is derhalve veel te zeggen voor het voorstel van Fransman om een verplichte pensioenregeling te beperken tot het modaal inkomen, ook voor zzp’ers, en het keuzepensioen een werkelijk vrije keuze te maken. De governance moet dan wel goed geregeld worden. Werkgevers en vakbonden moeten niets meer te zeggen over dat nieuwe pensioenfonds dat is een zaak van de deelnemers en de overheid door wetgeving om te bewaken dat het pensioengeld niet wordt verjubeld.

(3) Een logische organisatiestructuur voor een pensioenfonds lijkt een coöperatie. Die organisatievorm wordt dan verplicht voorgeschreven inclusief de governance.

(4) Er komt een staatscommissie die de knelpunten in de pensioenproblematiek adresseert. De samenstelling van die commissie is nogal problematisch omdat men enerzijds kennis moet hebben om de belangen te wegen en anderzijds zelf veelal in enige vorm een belang heeft. Die commissie kan ook met een dit keer praktisch rekenrente voorstel komen. Omdat de pensioenen geenszins zeker zijn, is de keuze van een risico vrije rente in elk geval van de pot gerukt.  De beleggingen worden ook niet risicovrij belegd, want dan zou al dat geld in een gefortificeerde kluis zijn opgeslagen met een flink leger ter bewaking. Overigens zou de overheid dankzij de inflatie dan nog een flink deel wegstelen.

(5) Werknemers brengen hun verplichte basispensioen onder bij het pensioenlichaam van hun keuze. Voor de overdracht komen regels. Uiteraard is die overdracht ook mogelijk als de dekkingsraad bij het overdragende fonds lager dan 100 wordt. Dat is immers misschien juist een reden om over te stappen. (Hotel California)

(6) Zo de markt niet komt met een acceptabele langlevenrisico verzekering is er een taak weggelegd voor de overheid met een maximum verzekerd bedrag van 2 x modaal. Het is voor mij de vraag of de markt dit überhaupt kan: de risico’s liggen immers eenzijdig bij de verzekeraar, tenzij een epidemie uitbreekt. Dan lijkt een collectieve Intergenerationele risicospreiding voor de hand.

(7) Het basispensioen blijft vrijgesteld van vermogensrendementsheffing anders is het pensioen gegeven de lage rendementen en niet te vergeten de inflatie helemaal uiterst onaantrekkelijk. Het gemaximeerde keuzepensioenpotje valt wel onder de vermogensrendementsheffing, als die ten minste eens op basis van werkelijk rendement wordt geheven. De grens voor de vermogensrendementsheffing wordt flink opgetrokken, waarbij ook de eigen woning en hypotheek wordt meegenomen. Men kan zelf een keuze maken of men zijn geld stopt in de pensioenpot of b.v. besteed aan het aflossen hypotheek of zo maar gewoon gaan potverteren. Het basispensioen is immers het vangnet om te voorkomen dat ten onrechte een beroep wordt gedaan op de verzorgingsstaat.

Het is goed dat Fransman de discussie weer heeft aangezwengeld. De politiek heeft er tot op heden bijzonder weinig van gebakken.

___________________

Laatste bijgewerkt 25 mei 2018

Disclosure: Ik ben geen belanghebbende in de pensioendiscussie.

[1] Robin Fransman, “Een politiek compromis over pensioenhervorming is haalbaar”, Me Judice, 17 mei 2018.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/een-politiek-compromis-over-pensioenhervorming-is-haalbaar

[2] Marcel Lever, “Reactie op het artikel Een politiek compromis voor pensioenhervorming is haalbaar””,

https://esb.nu/blog/20040998/reactie-op-het-artikel-een-politiek-compromis-voor-pensioenhervorming-is-haalbaar

[3a] https://www.robeco.nl/beleggen/beleggingsfondsen/fondsinformatieWT.jsp?isin=NL0010220810

[3b] https://www.nn.nl/Particulier/Beleggen/Beheerd-Beleggen/Rendement.htm

[4] Inmiddels verduidelijkt door:

Denk bijvoorbeeld aan 55% staatsobligaties, 25% vastrentend zakelijk, en 20% aandelen.  (conservatief)

en

15% staatsobligaties, 25% vastrentend zakelijk, en 60% aandelen. (dynamisch)

https://esb.nu/blog/20040998/reactie-op-het-artikel-een-politiek-compromis-voor-pensioenhervorming-is-haalbaar

Waarmee de percentages toch wat anders uitpakken:

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-308035.pdf

De rendementsuitkomsten voor het keuzepensioen komen dus lager uit op 3,84%. Dankzij 40% meer aandelen is het rendement dynamisch bruto 1,76% hoger dan conservatief.

Rekenend met de thans lagere rente op staatsleningen komen we voor conservatief en dynamisch na afslag zelfs uit op respectievelijk 1,6% en 3,4% rendement. Er valt dus 33% minder surplus te verdelen t.o.v. mijn oorspronkelijk 6,3 berekening.

[5] https://www.marketwatch.com/story/say-goodbye-to-the-golden-age-of-stock-and-bond-returns-2016-04-27

Advertenties

From → 1. Actueel

One Comment
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    Probleem van het huidige stelsel is de denkwijze van DNB.
    Binnen de eurozone is de risicovrije rente afhankelijk van het gevoerde beleid door het euroland.
    Landen met hoge tekorten betalen meer rente dan landen met lage rente.

    Zo krijg je het perverse sm-toezicht van DNB.

    Nederland heeft een lage eurorente dus een lage dekkingsgraad voor de pensioenen.

    Dat is opzettelijk, want dit stelsel moet weg van de beleidsmakers.

    Smerig.

    Zelfs een stabiele rente geeft DN B niet.

    Als je dan de risicovrije rente wilt gebruiken, neem dan het 120maandsgemiddelde.

    Dat geeft rust in pensioenland.

    En een dubbel zo hoge disconteringsrente anno mei 2018.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: