Spring naar inhoud

Pensioenvermogen 2017

9 maart 2018

________________________________________________________________________________________________________________________

Laatst bijgewerkt 14 september 2018

Wie in Nederland wil weten hoe hoog het pensioenvermogen in werkelijkheid is, komt van een koude kermis thuis. Op basis van de van overheidswege verstrekte cijfers valt er geen volledig plaatje op te stellen.

Het pensioenvermogen bedroeg eind maart 2018 ca € 1.715 mld. (234 % bbp) De staat heeft hierop een belastingclaim van ca 35% of € 600 mld. zodat voor de deelnemers € 1.115 mld. overblijft. CPB en CBS geven veelal de bruto pensioencijfers, zo ze al cijfers vermelden. Het pensioenvermogen nam in de periode 2007-2017 met 6,8 % per jaar toe. (bbp 2,1% p.j.) Het rendement op het pensioenvermogen en de daarmee corresponderende toename van de belastingclaim wordt niet in de CBS cijfers verantwoord omdat het pensioenvermogen geheel ten onrechte niet als vermogen wordt aangemerkt. Voor het uiterst substantiële effect op de EMU-overheidsschuld en het EMU-overheidstekort zie de bijdrage Overheidsschuld waarmee de door de overheid verstrekte EMU-cijfers volstrekt misleidend zijn. Het leugenachtige karakter van de overheid en onze huidige MP wordt hiermee weer eens bevestigd. [zie noot 1 bijdrage overheidsschuld]

Het ministerie van Financiën rekent intern juni 2017 met een pensioenvermogen van € 1.500 mld. en een belastingclaim van € 450 mld. (30%) zoals uit de onlangs gepubliceerde dividendbelasting papers blijkt. Deze cijfers zijn vermoedelijk exclusief de derde pensioenpijler en tegen een te laag belastingtarief.

In de bijdrage Pensioenfondsen vindt u meer in detail pensioengegevens van de pensioenfondsen.

In de appendixen A en B zijn wat historische gegegevens opgenomen.

____________________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Het Nederlandse pensioenvermogen is relatief, in relatie tot het bbp, een van de hoogste in de wereld (2017:  233 % bbp_2017). [zie §7] Als we net als het CPB in zijn houdbaarheidsstudies uitgaan van een gemiddeld rendement van 5% per jaar op het pensioenvermogen dan verdient de staat jaarlijks zo’n € 30 mld. en de pensioendeelnemers € 56 mld. aan dat vermogen. Van dat rendement vindt u niets terug in boekhouding van de staat en dat inkomen van de pensioendeelnemers loopt ook niet mee in de inkomens- en vermogenstatistieken van het CBS. Het CBS beschouwt het pensioen-“vermogen” immers volgens een  een jezuïtische redenering niet als vermogen en diverse politieke partijen (w.o. PvdA, en SP) delen deze lachwekkende opvatting zoals weer eens bleek bij de Piketty discussie in de Tweede Kamer. [2]

Het pensioenvermogen bestaat naast het pensioenvermogen van de pensioenfondsen uit het pensioenvermogen verzekeringsmaatschappijen en een geschat pensioenvermogen derde pijler. De derde pensioenpijler bestaat o.a. uit lijfrenten, pensioenen in eigen beheer en FOR ( Fiscale oudedagsreserve). De omvang van die reserves is nauwelijks bekend en wordt hier grof geschat. [3] De tweede en derde pensioenpijler worden gefaciliteerd door de omkeerregel pensioen.

§2 Pensioenvermogen 2006 – 2019

Tabel 1 Pensioenvermogen 2006-2019 in € mld.

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(1) De pensioenvermogen cijfers zijn t/m 2017 ontleend aan de DNB statistieken.[1a en 1b] met een schatting van de derde pensioenpijler.[3]

(2) Het pensioenvermogen eind 2018 – 2019 is geschat op basis van een 5% toename per jaar. De aanname is dan verder dat de pensioenpremies ongeveer gelijk zijn aan de pensioenuitkeringen.

(3) Op grond van de in het verleden betaalde pensioenpremie is in § 4 een uiterst grove inschatting gemaakt over der verdeling per inkomensdeciel van het pensioenvermogen.

(4) De rendementen op het pensioenvermogen fluctueren aanzienlijk van jaar tot jaar. Het Minsterie van Financiën leutert in zijn jaarlijkse riscioanalyse wel over het renterisico op de staatsschuld maar besteed geen aandacht aan dit veel grotere risico.

De toename van het pensioenvermogen 2002-2019 laat zich als volgt grafisch weergeven:

of in relatie tot de ontwikkeling van het bbp:

(1) Voor een toelichting op de (onvolledige – zie ↓ grafiek) historische cijferreeks zie appendix A. De grafiek geeft voor de periode 1995-2017 van het totale pensioenvermogenl, het pensioenvermogen voor de pensioenfondsen en de bbp-cijfers (zie tabel 3).

(2) De toename van het pensioenvermogen in de periode 2006-2017  bedroeg ca € 1.005 mld. (7,6 % per jaar), terwijl het bbp in die periode met slechts € 188 mld. (2,1 % per jaar) steeg.

(3) Het gros van de in het verleden behaalde rendementen moet worden opgepot van DNB en de politiek (FTK), want zoals een oud hollands spreekwoord luidt “wat in het vat zit, verzuurt niet“.

De vraag is natuurlijk wel welke generatie al die centen t.z.t. gaat opstrijken. Dat antwoord is deels te vinden in de bijdragen Door FTK geautoriseerde diefstal en Verschuiving pensioenvermogen door daling rekenrente

(4) Als het CBS en CPB het pensioenvermogen terloops al eens vermelden dan  doen zij dit ten onrechte altijd bruto en suggeren daarmee dat het hele bedrag aan de pensioendeelnemers toekomt. Over het aandeel van de staat hebben ze het om hun moverende redenen nooit.

§3 De pensioenpotten in 2040 en 2060

Het zal duidelijk zijn dat het prognotiseren van het toekomstige pensioenvermogen geen sinicure is, zelfs onder constante arrangementen. Het geringste  probleem is de eis van constante arrangementen: de politiek doet al zo’n tien jaar zijn uiterste best om op zijn handen te blijven zitten. Problemen zijn natuurlijk het toekomstig rendement (CPB 5%), juiste toepassing van de FTK-regeltjes, inclusief (na-)indexatie en de daarbij behorende rekenrente (CPB ?). Over de laatste grootheid tasten we volstrekt in het duister.

Het Ministerie van Financiën was zo scheutig om het pensioenvermogen in % bbp voor de jaren 2010 t/m 2060 per tiende jaar bekend te maken. [3] Helaas tasten we in het duister omtrent de daarbij behorende bbp-cijfers. Uitgaande van 1,7% groei en een inflatie van 1,8% komen we daar echter wel uit. Iets anders is natuurlijk de vraag aan onze politici hoe de stijgende belastingclaim in 2060 groot € 1.823 mld. kan bijdragen aan de zorgkosten en AOW-uitkeringen zoals ons altijd wordt voorgehouden:

Tabel 2 Ontwikkeling pensioenvermogen 2010 – 2060 in € mld.

(1) De vleespotten zijn in de toekomst dus geenszins leeg en het pensioenvermogen blijft toenemen, zoals we ook reeds van een ABP-publicatie wisten.  In relatie tot het bbp neemt het pensioenvermogen wel af door de demografische samenstelling van de bevolking.

(2) Het cry wolf duo Gradus en Beetsma probeert traditiegetrouw het Nederlandse volk de put in te praten. Ik weet ook niet “welk signaal van deze cijfers uitgaat”, maar in elk geval komt het mij voor dat Rupsje Nooitgenoeg voldoende aan zijn trekken is gekomen. De neoliberale Priet Prat van dit duo luidt als volgt [5]:

“Wij hopen dat een nieuw kabinet van christelijk-liberale snit vooral de voorwaarden wil scheppen om de private sector te laten gedijen. Het is immers de private sector waar uiteindelijk al onze uitgaven worden verdiend.” [zie noot 5 voor voorbeeld]

En dan moet je ook nog een studieschuld aangaan om deze onzin aan de VU/UvA te mogen studeren. Een broerdere investering lijkt mij nauwelijks denkbaar.

§4 De verdeling van het pensioenvermogen naar inkomensdeciel

Er zijn nog al wat macro-economen die beweren dat de vermogensverdeling nadat het pensioenvermogen in aanmerking wordt genomen aanzienlijk minder scheef wordt. Dat is uiteraard het geval als je de uiterst scheve vermogensverdeling van een overigens incompleet vermogensplaatje telt bij een nog steeds uiterst scheve verdeling van het inkomen, een soort homeopatische verdunning onder economen. Maar die “politieke economen” die daaraan refereren vinden die Nederlandse inkomensverdeling dan veelal ook helemaal niet scheef.

Op basis van de gestorte pensioenpremie 2001 – 2014 per inkomensdeciel  ben ik zo vrij dat te betwijfelen, zoals uit onderstaand overzicht blijkt:

Tabel 3 Pensioenpremie 2001-2014 naar inkomensdeciel

(1) 73% van de pensioenpremie 2001-2014 groot € 411 mld. wordt gestort door het 8e t/m het 10e inkomensdeciel, dus 30% van de huishoudens.  Dat zal ongetwijfeld zijn neerslag vinden in het behaalde rendement op het pensioenvermogen en daarmee de verdeling van de pensioenreserves.

(2) Dat rendement is ook nog eens vrijgesteld van vermogensrendementsheffing in box 1, maar men moet zich wel realiseren dat het rendement begrepen in de pensioenuitkering wel tegen 35% wordt belast in box 1.

(3) Om de stelling van die macro-economen te nuanceren is de grafische voorstelling van de tabel in combinatie met de vermogensverdeling per inkomens- en vermogensdeciel verhelderend:

(1) Voor de weging het pensioenvermogen huishoudens is hier € 977 mld. (na aftrek 35% belastingen) en het vermogen huishoudens € 1.157 mld. (31/12/2015) gebruikt. Uiteraard drukt echter op dat pensioenvermogen wel een progressieve belastingclaim die voor de inkomensdecielen redelijk ongelijk uitvalt. Het werkelijke beeld is dus aanzienlijk gecompliceerder.

(2)   De verdeling van het pensioenvermogen is aanzienlijk ongelijker dan de vermogensverdeling per inkomensdeciel m.u.z. van met name het 10e inkomensdeciel. (effect ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen). Gezien het spaarkarakter van de pensioenvorming voor de hogere inkomens (Commissie van Weeghel) hoeft dat niet te verbazen. [8, blz 74]

(3) Overigens moet men zich wel realiseren dat het inkomen volgens het CBS exclusief het rendement op pensioenvermogen is, en dat scheelt weer een fles op een borrel. Het zal duidelijk zijn dat de volstrekt misleidende inkomen uit vermogenstatistieken er voor zorgen dat de vermogensverdeling per inkomensdeciel nogal afwijkt van de verdeling per vermogensdeciel: inkomen dat je niet verantwoordt, verstoort immers het beeld.

§5 Rendement pensioenvermogen 2007-2016

In deze paragraaf zullen we pogen het rendement op het pensioenvermogen voor de jaren 2007 – 2016 te benaderen. Het rendement 2017 komt 20/9/2018 beschikbaar.

(a) Aangenomen is dat op het niet-pensioenfondsvermogen een rendement van 4% wordt gemaakt.

(b) In totaal maakte de staat dus een rendement van zo’n € 235 mld., waarvan m.u.z. van het rendement begrepen in de pensioenuitkering, niets in de boeken van de staat werd verantwoord. De toename van de belastingclaim was in die periode € 285,2 mld.

(c) De pensioendeelnemers maakten een rendement van ca € 436 mld. In hun inkomenstatistieken komen de pensioen gerelateerde inkomens voor als pensioenuitkeringen, terwijl de pensioenpremie van het inkomen worden afgetrokken. Het behaalde indirecte en directe rendement verdwijnt in de CBS statistieken van het bruto-inkomen en besteedbaar inkomen jaarlijks onder tafel.

Grafisch valt het benaderde rendement pensioenvermogen als volgt weer te geven:

(a) Het belang van het indirecte beleggingsresultaat lijkt duidelijk. Voor vastrentende beleggingen kan het agio door rentedaling snel verdampen terwijl dat agio natuurlijk ook nog eens moet worden geamortiseerd over de looptijd van de belegging. Dit drukt dan het toekomstig rendement, afgezien van een eventuele indekking van het renterisico, die overigens niet gratis is. Achteraf weten de vele stuurlui aan de wal welk beleggingsbeleid in het verleden gevoerd had moeten worden.

Voor een nader inzicht in het niet onsuccesvolle behaalde rendement van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen, die 57% van het pensioenvermogen pensioenfondsen uitmaken, zie deze bijdrage. Niet dat dit er binnen het huidige onzinnige FTK iets toe doet.

§6  Budgettair belang pensioenen in de miljoenennota 2018

(a) De suggestie die het MvF wil wekken dat bovenstaande cijfers het budgetaire beslag van de omkeerregel pensioenen en de vrijstelling vermogensrendementsheffing weergeeft. De veronderstellingen die aan deze berekening te grondslag liggen zullen wel in een memo vastleggen dat niet onder de WOB-procedure valt: ik heb dan ook geen poging gedaan.

(b) De vrijstelling vermogensrendementsheffing volgens het MvF is dus berekend over een forfaitair rendement van € 24,8 mld. (7.427/0,3) voor 2018. In het licht van §5 slaat dat forfaitaire rendementbedrag helemaal nergens op.

(c) De aftrek pensioenpremie van 19,6 mld. tegen een tarief van ca 43% (mvF data) maakt dat de premie waarmee het MvF rekent dus ca € 45,8 mld. bedraagt. De derving sociale premies “vergeet” het MvF even. Dat een deel afstel en een deel uitstel van belastingen en premies is, moet de lezer zelf bedenken.

(d) Maar wat is nu het reële plaatje van de derving belastingen en premies en het uitstel?

{i} Het pensioenvermogen eind 2017 bedraagt € 1.718 mld. Tegen 4% forfaitair rendement en 30% belasting (het gemiddelde onder de nieuwe VRH blijft ongeveer gelijk aan de oude regeling) is de belastinderving ogenschijnlijk € 20,6 mld. Dit is natuurlijk een onzinnig bedrag omdat bij het belastbaar stellen van dit inkomen uit pensioenvermogen de vrijstelling ongetwijfeld fors omhoog gaat. (Q.E.D. voor het onzinnige MvF-cijfer) . Tevens vergeten Jacobs en de commissie van Weeghel ([8, blz 34] 2010: € 11,6 mld.) dat het rendement begrepen in de pensioenuitkering wel belast wordt tegen gemiddeld 35%. Per saldo wordt het rendement pensioenvermogen dus hoger belast onder de omkeerregel pensioenen dan onder het VRH regime,.

{ii} De pensioenpremie 2018 bedraagt kennelijk ca € 45,8 mld. Uitgaande van de ons bekende 17%/35% regel is het afstel belastingen dus ca € 7,8 mld. en het uitstel belastingen en premies ca € 16,0 mld.

(e) Overigens geldt natuurlijk dat het storten van pensioenpremie bruto sparen is en het ontvangen van een pensioenuitkering het bruto opnemen van spaargeld is. Door de omkeerregel pensioen zit de belastingdienst daartussen. Met inkomen heeft dat allemaal niets te maken: het inkomen werd genoten toen de prestatie voor dat inkomen geleverd werd gedurende het werkzame leven.

§7 Vergelijking met het buitenland [6]

Als we alleen naar de pensioenfondsen kijken wordt het beeld als volgt:

Grafiek 1 Relatieve belang pensioenvermogen geselecteerde landen

Op basis van de OECD-cijfers kunnen we dus concluderen dat Nederland relatief één van de grootste pensioenreserves heeft. Het is alleen jammer dat deze cijfers bij de toetsing aan het Europese Groei- en Stabliteitspact onder tafel verdwijnen. Dit klemt te meer daar we ook nog de ambtenarenpensioenen hebben afgefinancierd, daar moet je in het buitenland eens om komen. Netto, na aftrek van de al meegenomen 35% belastingclaim, gaat het  31/3/2018 om afgerond € 391 mld. [link]:

APENDIX A Een duik in het verleden

Zo goed of eerder zo kwaad als dat gaat zullen we ook een duik in het verleden nemen. We gaan daarbij terug tot 1987. Dat gaat moeizaam omdat ons CBS een bloedhekel heeft aan doorlopende cijferreeksen en ook niet erg behulpzaam is om deze informatie toegankelijk te maken.

We hebben de volgende informatie bij elkaar gescharreld aan de hand van DNB en CBS statistieken:

Tabel Samenvatting bepaling pensioenvermogen 1987 – 2017

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Tabel 3 Historie pensioenvermogen 1987-2017 in € mld. 

(1) De gekleurde velden geven aan hoe het pensioenvermogen voor een bepaald jaar door mij is samengesteld. Deze cijferreeksen zijn dus tamelijk onvolledig en zijn hier voor de derde pensioenpijler grof geschat.

(2) De derde pensioenpijler is herleid op basis van de ratio 5/45 van het pensioenvermogen van de tweede pijler exclusief algemene reserve pensioenfondsen. Dit is uit pure armoede omdat betere gegevens ontbreken. Gegeven het cijfer van Knot voor 2012 van € 181 mld. lijkt dat cijfer conservatief.[3]

Al met al zorgt die forse stijging van het pensioenvermogen voor een flinke drain in de belastinginkomsten van de overheid en het besteedbaar inkomen van de pensioendeelnemers Daarnaast mogen alle belastingbetalers die additioneel benodigde belasting die hierdoor extra nodig is nu ophoesten. Voor een uitgebreide uiteenzetting zie de bijdrage Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

(b) Voor de leemtes in het pensioenvermogen cijfermateriaal tot 2006 zie tabel 3.

APENDIX B Het pensioenvermogen volgens het CPB 11 september 2018

Recent heeft het CPB ook een duit in het zakje gedaan in zijn publicatie Indicatoren vermogensongelijkheid [7] waarbij het pensioenvermogen werd opgevoerd aan de hand van bedragen die ergens diep uit de krochten van CBS-Statline werden opgediept.[8] Ik wil u deze cijfers niet onthouden:

(a) Ten onrechte voert het CPB het pensioenvermogen als vermogen huishoudens weer eens bruto op zonder met de belastingclaim rekening te houden. In welke mate levensverzekeringen en lijfrentes hier belastingvrij zijn is niet bekend. Voor een toelichting op de CBS-begrippen zie ook [8[

(b) Eind 2017 rekent het CPB met een collectief pensioenvermogen inclusief levensverzekeringen en lijfrenten van € 1.586 mld.. Dat is dus ten onrechte exclusief de algemene reserve pensioenfondsen (€ 115,7 mld.) en de derde pensioenpijler (van ruwweg € 160 mld.) of totaal zo’n € 275,7 mld. [8] Dat scheelt dus een slok op een borrel en dat zonder enige toelichting!  Daar staat tegenover dat het CPB het pensioenvermogen ten onrechte bruto, zonder aftrek van de verschuldigde belasting box 1 belasting, weergeeft.

_________________

[1] Bronnen

[1a] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-pensioenfondsen-jaar-breukvrij/dataset/7f1c8359-f083-43e0-ac59-762e84c40bdf/resource/5d1bf2b2-48d5-4c4e-924b-836a6f25bd70

[1b] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/balans-van-verzekeringsinstellingen-jaar/dataset/0d7365b8-1f9d-45d4-9836-5949d3df784a/resource/997b00c2-2155-4ffd-9dce-96ae3cf0251b

[1c] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82594NED&D1=44-45&D2=0-3,8,13,18,23,28,33,38,43,48,53,58,63,68,73,78,83,88,93-94&HDR=G1&STB=T&VW=T

[1d] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=7118shfo&D1=2,8-10,12-13,25-26,28&D2=0&D3=a&HDR=G1,G2&STB=T&VW=T

[1e] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83835NED/table?ts=1520583920215

[2] Volgens een jezuïtische redenering van het CBS is pensioenvermogen geen vermogen omdat het geen bezit is dat “op korte of middellange termijn kan worden omgezet worden in consumptieve bestedingen of leidt tot inkomsten die deel uitmaken van het inkomensbegrip besteedbaar inkomen.  ”Pensioenfondsen zijn “ageing giants”: meer dan 60% van het totale pensioenvermogen is bestemd voor pensioenen, die al zijn ingegaan of die binnen 10 jaar zullen ingaan.” , aldus commissie Frijns 2010. Dat pensioenvermogen komt in elk geval “beschikbaar” voor een aantal ondernemers als hun pensioenafspraak in eigen beheer in de (pensioen-)BV niet voor verwezenlijking vatbaar is door een negatief vermogen en ook kan dat pensioenvermogen gewoon worden geërfd. De FOR kan je naar believen laten vrijvallen, maar dat vermogen kent het CBS niet eens. De laatst bekende gegevens over het pensioen in eigen beheer dateren uit 2009 moest Wiebes onlangs aan de Tweede Kamer bekennen.

[3] Grove schatting 3e pensioenpijler

Het pensioenvermogen derde pensioenpijler is in Nederland een goed bewaard geheim.

Het CBS stelt dat:

Van de totale pensioenaanspraken in 2005 zit de helft in de eerste pijler1), 45 procent in de tweede en 5 procent in de derde.

https://www.cbs.nl/nr/rdonlyres/40a155e9-15e5-469b-95fe-f504a904c1d7/0/2008p19p155art.pdf , blz 198.

en nog eens bevestigd in:

https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2010/45/pensioenaanspraken-geld-van-nu-voor-later

Op die wat oude basis (2010) kom ik tot een ratio van 5/45.

Voor 2012 hebben we nog de volgende informatie:

De heer Knot kwam voor 2012 in totaal op 212% bbp, het geen ca € 181 mld. voor de derde pijler overlaat. Dat is dus € 42 mld. hoger dan de 5/45 regel.

Klaas Knot, “De spaarzin en schuldenlast van de Familie NL”, http://www.dnb.nl/binaries/Speech%20afscheid%20Jan%20Hommen_tcm46-297055.pdf

Leen Preesman, “”, Onduidelijkheid over herkomst 300 miljard pensioenvermogen”, http://nederland.ipe.com/nederland-guest/onduidelijkheid-over-herkomst-300-miljard-nederlands-pensioenvermogen_58530.php#.UogKw8RWxcZ

Klaas Knot, “Stilstand op een hoog niveau”, http://www.dnb.nl/binaries/speech%20Klaas%20Knot%20-%20Stilstand%20%20op%20een%20hoog%20niveau_tcm46-297988.pdf , blz 5.

[3]  Weggemoffeld (tabel 5.1) in Kamerstukken, “Stabiliteisprogramma Nederland april 2017”,

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2017/04/13/bijlage-1-stabiliteitsprogramma-2017/bijlage-1-stabiliteitsprogramma-2017.pdf .

[4] https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-boek-21-middellangetermijnverkenning-2018-2021.pdf ,blz. 45

[5] Raymond Gradus, Roel Beetsma, “Houdbaarheidssaldo uitstekend kompas voor begrotingsbeleid”, Me Judice, 5 september 2017.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/houdbaarheidssaldo-uitstekend-kompas-voor-begrotingsbeleid

Voor de zorgkosten is deze passage illustratief voor het denkpatroon van deze heren:

Volgens een recent pleidooi van Van Wensveen (2017) is de berekening van toekomstige zorguitgaven te somber, omdat de CPB-berekeningen ‘niet vatbaar zijn voor beleidsombuigingen’. Ook dit standpunt delen wij niet. Het CPB hanteert in zijn houdbaarheidssommen namelijk de veronderstelling dat de overheidsarrangementen constant blijven en dit betekent dus dat de stijging van de zorguitgaven vooral is terug te voeren op de vergrijzing. Studies van het IMF geven echter aan dat twee derde van de zorgkostenstijging in geavanceerde economieën in de afgelopen twee decennia voorkomt uit kosten die niet direct aan de vergrijzing zijn gerelateerd, zoals technologische innovatie. Het CPB realiseert zich dit maar al te goed, want ‘vooral van de zorguitgaven is het goed denkbaar dat ze meer stijgen dan nu wordt verondersteld’ (CPB, 2014).

Persoonlijk denk ik dat die zorgkosten zo hoog uitvallen omdat het door deze CDA-economen zo aanbeden kwaadaardig sadistische Opperwezen de mensheid met een aantal volstrekt onnodige verschrikkelijke ziektes heeft opgescheept. Binnen diezelfde CDA-kringen wordt dit ook wel als intelligent design aangeduid. Dat design mogen onze medici tegen forse zorgkosten dan weer rechtbreien. Deze medici zijn overigens veelal niet werkzaam in het door deze twee heren aanbeden gouden kalf van de private sector.

[6] OECD,”Private pensions and public pension reserve funds”

http://www.keepeek.com/Digital-Asset-Management/oecd/social-issues-migration-health/pensions-at-a-glance-2017/assets-in-private-pension-plans-and-public-pension-reserve-funds_pension_glance-2017-35-en#page1

[7] Notities 1-4 bij brief over dividendbelasting

In de onsamenhangende en renundante in elkaar geflanste informatieset pagina 73

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2018/04/24/notities-1-m-4-bij-brief-over-dividendbelating

[8] Aangezien de Rijksoverheid, als een kip zonder kop, continue zijn website aanpast, waardoor er nooit iets te vinden valt:

van Weeghel, S.; Heineken, K.A.; Hoekjan, I.J.A.; Wijntje, P.J.; de Mooij, R.A.; Kaatee, C.; van Opstal, R.M.; Sweers, P.M.; Vording, H.; Langejan, T.W.; Berg, A.; Vijlbrief, J.A.; Borst, J.R.; van Arendonk, H.P.H.M.,

Continuïteit en vernieuwing: een visie op het belastingstelsel,

https://dare.uva.nl/search?identifier=7d16b63e-1198-4bec-baa5-c6a439d2e127

[8] De CPB publicatie is:

CPB, “Indicatoren vermogensongelijkheid”,

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-11sept2018-Indicatoren-vermogensongelijkheid.pdf

De plek waar het CBS die cijfers heeft weggemoffeld mag wel weer brilliant genoemd worden:

http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82596NED

zonder het CPB had ik daar nooit gekeken.

De door CBS gehanteerde bergippen zijn:

Levensverzekerings- en lijfrenterechten

Levensverzekerings- en lijfrenterechten zijn financiële aanspraken van levensverzekeringspolishouders en begunstigden van een lijfrente op vennootschappen die levensverzekeringen aanbieden.

Pensioenrechten

Deze omvatten financiële aanspraken van huidige en voormalige werknemers op:

  1. a) hun werkgevers;
  2. b) een pensioenfonds;
  3. c) een levensverzekeraar (collectieve contracten).

Bij deze post gaat het om de zogenaamde tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel, m.a.w. de door werknemers opgebouwde aanvullende pensioenen en niet om de AOW. Onder deze post worden de pensioenaanspraken geboekt, en niet de totale waarde van de beleggingen. De pensioenaanspraken kunnen afwijken van de waarde van de beleggingen. Als de dekkingsgraad bijvoorbeeld 110 procent bedraagt, zijn de beleggingen 10 procent meer waard dan de pensioenaanspraken.

Opmerking die 10% in dit voorbeeld betreft derhalve ook vermogen van de pensioendeelnemers.  De algemene reserve pensioenfondsen wordt dus geheel ten onrechte door het CBS en daarmee het CPB buiten beschouwing gelaten.

Advertenties

From → 0. Permanent

3 reacties
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    Met het oog op de zogenaamde vergrijzing is het goed te beseffen dat ook de Zorgverzekeringswet een afgescheiden ruimte in het Geldpakhuis heeft.

    5% moet bij uitbetaling afgetikt worden als zorgverzekeringswetpremie.

    Sinds 2016 daalt de levensverwachting in het Noordelijk Koninkrijk hard door griep&euthanasie.

    CPB houdt nooit rekening met een kerende trend.

    https://www.rivm.nl/Onderwerpen/M/Monitoring_sterftecijfers_Nederland

    Niet de zwarte dood maar de zwarte lijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: