Spring naar inhoud

Vermogen huishoudens 31-12-2015 (“2016”)

8 februari 2018

__________________________________________________________________________________

In deze bijdrage behandelen we het huishoudvermogen per 31-12-2015 (“2016”) n.a.v. de CBS publicatie met de prikkelende maar toch wel wat verhullende kop: “Vermogen huishoudens bijna 10 procent hoger in 2016” [1a; zie ook [8]]

Het vermogen huishoudens bedroeg 1/1/2016 eerder € 2.283 mld. dan het CBS-cijfer van € 1.157 mld.. Het CBS inkomen uit vermogen 2014 bedroeg na CBS-revisie € 21,2 in plaats van de eerder opgevoerde € -4,4 mld., terwijl dit toch eerder aan zo’n € 165 mld. gedacht moet worden. Voor Wat er feitelijk gebeurt, moet je dus niet altijd bij het CBS zijn.[3] Een blind paard zou overigens kunnen zien dat het inkomen uit vermogen zoals het CBS dat bepaalde nergens op slaat, zelfs gezien de omvang van het door het CBS bepaalde vermogen, laat staan het werkelijke vermogen.

Data over het vermogen worden grotendeels betrokken uit de fiscale aangiften, met de daarbij horende beperkingen. Gegevens die niet relevant zijn voor de belastingheffing worden daarbij niet verzameld (b.v. kapitaalverzekeringen). [1a2;5;7] Omdat de belasting op vermogen en kapitaalinkomen een ondergeschoven kindje zijn, ontbreken er nogal wat gegevens, terwijl de fiscale waardering weinig te maken heeft met de aanzienlijk relevantere waarde in het economisch verkeer. Dit geldt in het bijzonder voor ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen die niet geheel toevallig grotendeels gehouden worden door de hogere inkomens en vermogensbezitters.

In deze bijdrage gaan we nader in op het vermogen huishoudens, de verdeling van dat vermogen naar inkomens- en vermogendeciel, de verdeling van het pensioenvermogen naar inkomensdeciel en de miljonairs.

Naast het vermogen van de huishoudens bezitten de burgers van Nederland ook nog het staatsvermogen. Als we beide cijfers samenvoegen ontstaat het volgende beeld:

De Nederlandse burger staat er dus al vele jaren uitstekend voor, al zou je dat op grond van de uitlatingen in het verleden van onze kennelijk met een bipolaire stoornis behepte politici (himmelhoch jauchzend zum Tode betrübt) niet zeggen. Hoewel  onze economen, de toezichthouder DNB en natuurlijk onze media blijven zeuren over de torenhoge schulden van de Nederlandse burgers is de samengevoegde schulden/activa ratio toch maar 30%. Er zijn weinig landen die zich hiermee kunnen meten. De hoge hypotheekschuld is immers ook maar betrekkelijk: een huurder in de vrije sector heeft materieel een overeenkomstige hoge schuld, als hij niet bij het Leger des Heils wil gaan wonen, bouwt geen vermogen op en strijkt geen HRA-infuus op.

__________________________________________________________________________________

§1 inleiding

1.1. Samenvatting ontwikkeling

Die ontwikkeling van het huishoudvermogen kan als volgt worden weergegeven:

Tabel 1 Samenvatting ontwikkeling vermogen huishoudens in € mld.

(1) De ontwikkelingen laten zich van de tabel aflezen. Significante posten zijn geel gemarkeerd. Ter vergelijking is het aandeel van het 9e en 10e vernmogensdeciel opgenomen en idem in totalen per inkomensdeciel. Op de afwijking tussen die twee verdelingen komen we verderop terug.

(2) Het pensioenvermogen (65%) en de levensverzekeringen zijn ontleend aan de bijdrage Pensioenvermogen. Voor de kapitaalverzekeringen: start in 2012 met € 80 mld. oplopend tot € 135 mld. in 2018 [2].

(3) De hcip-inflatie 2005-2015 bedroeg 18,6 % of meetkundig gemiddeld 1,6% per jaar.[1d]

1.2 Vermogensverdeling

Asscher zei namens het kabinet Rutte II: “Het kabinet ziet op dit moment dan ook geen indicaties om te veronderstellen dat de vermogensverdeling onevenwichtig is”. We zullen hier dan ook nader op die uiterst evenwichtige vermogensverdeling ingaan.

Vermogen waardeer je natuurlijk om een juist beeld te geven op de waarde in het economisch verkeer, meestal de markt. Het inkomen uit dat vermogen is dan de toename van de waarde in het economisch verkeer minus de onttrekkingen. Daarvan is in de CBS-statistieken in veel gevallen geen sprake en dat geldt met name voor het ondernemingsvermogen, waarvan het aandeel van het 9e en 10e vermogensdeciel 96% is.

Het inkomen uit vermogen (€ 1.157 mld.) werd door het CBS aanvankelijk gesteld op € -4,4 mld. voor 2014, terwijl we toch eerder aan een vermogen van € 2.283 mld. moeten denken met een 2014 inkomen uit vermogen van € 164 mld. , waarvan € 117,5 mld. (geactualiseerd € 120,7 mld.) rendement pensioenvermogen. Die vermogensstatistiek per inkomensdeciel kan dus eigenlijk direct de stortkoker in.

Om toch even het CBS-plaatje te geven van de vermogensverdeling kun je kijken naar het vermogen per vermogensdeciel en per inkomensdeciel.

Tabel 2 Vermogensverdeling naar inkomens- en vermogensdeciel 1/1/2016

Of Grafisch:

(a) Het 8e t/m het 10e deciel neemt dus 96% (vermogensdeciel) of 62% (inkomensdeciel) van het vermogen voor zijn rekening, kortom: de evenwichtige verdeling van Asscher. De groene stippellijn geeft de evenredige verdeling weer.

(b) Op de vermogensverdeling naar inkomensdeciel gaan we, gegeven de makken in de CBS-statistieken  m.u.z. van het pensioenvermogen (§ 3) in deze bijdrage verder maar niet meer in.

Voor de belasting op het vermogen zie de bijdrage Belasting box 3 2014.

(3) De vermogensverdeling per vermogensdeciel van het huishoudvermogen per 1/1/2016 kan als volgt worden weergegeven:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(a) Voor de onderste helft van de vermogensverdeling is dus alleen het pensioenvermogen relevant.  Omdat die 50%-groep slechts 8,3% van de pensioenpremie 2001-2014 voor zijn rekening nam, moet u zich van dat aandeel ook niet al te veel voorstellen, al willen sommige economen u anders doen geloven. [4]

(b) Voor de verdeling van het pensioenvermogen per inkomensdeciel zie §3

§2 Het huishoudvermogen 1 januari 2005- 2016 [1b].

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(1) Het ondernemingsvermogen bestaat uit het aanmerkelijk belang vermogen en het ondernemingsvermogen.

(2) Het overig vermogen is inclusief overige schulden (€ 97,9 mld en de inmiddels mede dankzij die sociaal liberale politici oplopende studieschulden (€ 13,9 mld.)

§3 Pensioenvermogen

De forse toename van het pensioenvermogen leidt niet alleen bij de huishoudens tot een toename van het vermogen, ook de overheid hamstert flink mee, hetgeen leidt tot een onverantwoorde druk op het besteedbaar inkomen. Dit klemt te meer daar de derving/uitstel belastingheffing door de omkeerregel pensioenen door alle burgers moet worden opgebracht, De volgende grafiek maakt dit duidelijk:

(a) De toename van het pensioenvermogen is dus met name na de bankencrisis buitensporig. Dat komt natuurlijk niet door de rekenrente maar mede door de behaalde rendementen van in totaal € 804 mld. in de periode 2006-2017.

(b) Voor het besteedbaar inkomen zie de bijdragen Besteedbaar inkomen 2014 en Inkomen uit vermogen 2011-2014.

Over de verdeling van het pensioenvermogen kunnen we op basis van de gestorte pensioenpremie 2001-2014 toch nog het een en ander zeggen:

(a) Het bruto pensioenvermogen lijkt in elk geval ongelijker verdeeld dan het inkomen zelf.

(b) De verdeling van het pensioenvermogen naar inkomensdeciel is een grove benadering – zie de bijdrage pensioenvermogen. Hierbij is gerekend met een netto pensioenvermogen na aftrek van een doorsnee belasting- en sociale premie- tarief van 35%. In werkelijkheid hebben we natuurlijk te maken met een progressief belastingtarief bij uitkering. Aangezien 41% van de pensioenpremie wordt afgetrokken tegen het toptarief in box 1 geldt dit met name voor de topinkomens.

Als je de verdeling van het pensioenvermogen bij de vermogensverdeling naar vermogen telt wordt de laatste verdeling natuurlijk wel gelijker, maar wat bewijst dat eigenlijk? Bovendien moet je dat natuurlijk dan wel goed doen en het pensioenvermogen netto aan de burgers toerekenen en dan wel tegen het progresiieve belastingtarief.[4]

§3 Enkele gegevens inzake de vermogensverdeling

In de inleiding zagen we dat de vermogensverdeling per vermogensdeciel uiterst scheef verdeeld was. Als we die vermogenverdeling per vermogencomponent binnen de totale vermogensverdeling bezien dat blijkt dat het ondernemingsvermogen daarbinnen het meest scheef verdeeld is:

(a) Het ondernemingsvermogen inclusief aanmerkelijk belang vermogen is dus het meest scheef verdeeld en de bank- en spaartegoeden het minst scheef verdeeld binnen de totale vermogensverdeling per vermogensdeciel. Let wel de verdeling is op basis van het totaal vermogen en de verdeling pers vermogenscomponent binnen die totaalverdeling.

Tabel 3.2 verdeling vermogen per vermogensdeciel 2006-2016

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Tabel 3.2 verdeling vermogen per vermogensklasse 2006-2016

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(1) De Quote 500 ging voor 2015 uit van een vermogen van € 91,9 mld. (2014: € 83,3 mld.) voor wat dat getal waard is.

(2) Nadere gegevens van de miljonairs zijn als volgt samen te vatten:

(a) Zie ook de bijdrage Het CBS-onderzoek Miljonairs 2016

________________________

Laatst bijgewerkt 3 januari 2019

[1a] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/06/vermogen-huishoudens-bijna-10-procent-hoger-in-2016

[1a2] Toelichting op waardering van het vermogen door het CBS.

https://www.cbs.nl/-/media/cbs%20op%20maat/microdatabestanden/documents/2018/06/vehtab.pdf

“Vanaf 2007 wordt de waarde van het aanmerkelijk belang vastgesteld op basis van het vennootschapsvermogen {uit de vennootschapsbelasting [ CM: n.b. – bij navraag CBS – dit is het fiscaal vermogen en dus niet het commerciële vermogen, dat natuurlijk ook in de aangifte staat]} en de verdeling van het aandelenbezit over verschillende (directeur-) grootaandeelhouders. Het aanmerkelijk belang wordt vastgesteld door per bedrijf het fiscale ondernemingsvermogen te verdelen over de aanmerkelijk-belang-houders. Deze verdeling gebeurt conform het opgegeven aandelenbezit in de vennootschapsbelasting of de gegevens van de Kamers van Koophandel. Als het aandelenbezit niet bekend is, dan wordt bij besloten vennootschappen ervan uitgegaan dat het hele vermogen gelijk is verdeeld over de aanmerkelijk-belang-houders. Het onroerend goed in de vennootschap wordt gewaardeerd volgens de actuele WOZ-waarde.”

“Voor de bepaling van de hoogte van het ondernemingsvermogen wordt gebruik gemaakt van de winstaangiftegegevens van ondernemers. Het ondernemingsvermogen wordt opgenomen vanuit de vermogensvergelijking, die is opgenomen in deze winstaangifte. [ CM: n.b. dit is het fiscaal vermogen en dus niet het commerciële vermogen] Globaal wordt de winst aan de hand van deze gegevens als volgt bepaald: winst is gelijk aan de waarde van de onderneming aan het einde van het jaar plus privé stortingen minus privé onttrekkingen minus de waarde van de onderneming aan het begin van het jaar. Vanaf 2007 wordt het onroerend goed binnen het ondernemingsvermogen gewaardeerd volgens de actuele WOZ-waarde”

[1b] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83834NED/table?ts=1518009496921

[1c] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82567ned&D1=0&D2=0&D3=a&D4=83,88-89,93,l&HDR=G3,G1&STB=T,G2&VW=T

[1d] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=83131ned&D1=0-1,4-5&D2=0&D3=129,247-286&HDR=T&STB=G1,G2&VW=T

Index 2005: 84,88 en 2015 100. Derhalve per jaar (100/84,88)^0,1-1.

[2] Als het CBS zijn werk niet goed kan doen doordat het rijk onvoldoende middelen ter beschikking stelt, zul je je als burger moeten behelpen:

Salverda,  https://www.wimdreesfonds.nl/uimg/wds/b51992_att-tvof-editie-jaargang-46-2014-nummer-3.pdf , blz 85

“Ten tweede wordt een belangrijke vorm van vermogen niet waargenomen, doordat ze buiten de heffing van de inkomstenbelasting valt. Dat geldt met name voor de depots van spaarhypotheken. Het daarin opgespaarde bedrag is onlangs geschat op 80 miljard euro aan het eind van 2012, en groeit naar verwachting tot 135 miljard euro in 2018”

Bij gebrek aan beter deze cijfers aangehouden. Specifiek aan de eigen woning gekoppeld gaat het om:

“Op basis van een eerdere uitvraag onder verzekeraars, raamt DNB dat er op dit
moment 32 tot 37 miljard euro aan kapitaal is opgebouwd in KEW-polissen. ”

en

” De waarde van deze polissen zal volgens ramingen van het Verbond gedurende de looptijd oplopen tot 200 miljard. Ongeveer 20% van de KEW-polissen betreft beleggingshypotheken. De overige 80% betreft (een combinatie van) spaar- en levenshypotheken. “

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-192774.pdf

[3] CBS LOGO: Voor wat er feitelijk gebeurt 

[4] http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogen-in-nederland-gelijker-verdeeld-sinds-eind-negentiende-eeuw

Nog eens uitvoerig geciteerd in:

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2014/09/16/kamerbrief-over-de-nederlandse-vermogensverdeling/kamerbrief-over-de-nederlandse-vermogensverdeling.pdf

Zie blz. 10.  Zoals bekend is de contante waarde van geld dat door het FTK nooit tot uitkering komt overigens nihil. (geen belanghebbende)

Het pensioenvermogen 2012 wordt hier gesteld op 49% van € 2.587 mld. of € 1.268 mld. (tabel 2, blz. 10). Natuurlijk is dat weer eens bruto en is het aandeel van de staat hier niet vanaf getrokken, zodat slechts 65% of € 824 mld. overblijft. Dat is € 153 mld. lager dan ik voor dat jaar opvoer, maar het CBS heeft natuurlijk weer geen rekening gehouden met de derde pensioenpijler, door Knot voor dat jaar overigens gesteld op € 181 mld. 

Dat de regering 100% van het pensioenvermogen toerekent aan de burgers is consistent met het motto van deze site en volstrekt misleidend.

[5] Bas jacobs, “Fundamentele herziening van belastingen op kapitaalinkomen”, ESB  Jaargang 102 (4753) 7 september 2017

https://esb-binary-external-prod.imgix.net/hBbetx0KhFK5-BJhYJ5g8mlzSTY.pdf?dl=Jacobs%20(2017)%20Fundamentele%20herziening%20van%20belasting%20op%20kapitaalinkomen%20ESB4753%20416-419.pdf

[6] http://www.rijksbegroting.nl/2018/kamerstukken,2017/9/20/kst237146_2.html

[7] Koen Caminada, “De tragiek van gefaalde ambities en gemiste kansen rond belastinghervorming”, Me Judice, 23 september 2015.

Caminada komt daarbij op € 18,3 mld. voor de eigenwoning, € 7,3 mld. voor de huurwoning, € 9,5 mld. voor het opdoeken van ondoelmatige aftrekposten en slechts € 3,8 mld. voor pensioensparen. De overige posten moet u zelf maar nalezen.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-tragiek-van-gefaalde-ambities-en-gemiste-kansen-rond-belastinghervorming

[8] Wiemer Salverda, “Vermogensongelijkheid op recordhoogte”, Me Judice, 13 april 2015.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogensongelijkheid-op-recordhoogte

Advertenties

From → 0. Permanent

2 reacties
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    Aandeel overheid in pensioenvermogen is 40%.
    35% IB 5% Zorgverzekeringswet.

    Pensioenfondsen zijn zo ook een Zorgfondsgeldpakhuis in opbouw.
    Het grote geldpakhuis is dus onderverdeeld in 3 afdelingen:
    Burgers 60% Fiscus 35% Zorgfonds 5%
    De percentages 35 en 5 ontbreken in de overheidsstukken. Fake News in het jargon.

    Groei
    2016 +12%
    2017 +6%

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: