Skip to content

La propriété c’est le vol

26 november 2017

______________________________________________________________________________

In deze bijdrage laten we zien hoe de linkse coalitie, onder de bezielende leiding van de heren Klaver, Roemer en Asscher een uitspraak van Proudhon (1809-1865) in praktijk brengen met hun ondoordachte voorstel om naast de vermogensrendementsheffing een vermogensbelasting in te voeren en zelf op diefstal uit te gaan. [1]

De maatregel is mede ingegeven door het bekende boek van Piketty, die in hoofdstuk 15 een uiterst vaag en slordig uitgewerkt voorstel doet om het door hem gesignaleerde probleem (r >g) op Europese basis aan te pakken. [2] Dat probleem bestaat in Nederland alleen voor het ondernemingsvermogen en het aanmerkelijk belang vermogen zoals uit de tabel die in noot [2] is toegevoegd duidelijk blijkt. Klaver moet die tabel nog maar eens goed bekijken voor hij weer onzin uitkraamt. Ook partijleider Asscher, van die linkse splinterpartij, kan er zijn voordeel meedoen. In een vorig politiek leven als minister van sociale zaken kreeg hij immers in de Piketty discussie in de Tweede Kamer de volgende passage over zijn lippen:

 “Het kabinet ziet op dit moment dan ook geen indicaties om te veronderstellen dat de vermogensverdeling onevenwichtig is.”

Ascher kan dus mooi in de oppositie aan zijn permanente educatie gaan werken. De adviescommissie kandidaatstelling kan dan voor de volgende verkiezingen een tentamen afnemen.

______________________________________________________________________________

§1 Het voorstel

Regelmatige lezers van deze site weten dat de belasting op kapitaalinkomen in Nederland een ondergeschoven kindje is doordat een substantieel deel van dat inkomen (2014 ca € 200 mld.) nauwelijks belast wordt. Er is dus alle reden om dit probleem eens goed systematisch aan te pakken. Maar zo’n aanpak vereist studie en zweetdruppeltjes van politici. Zoals bekend is dit laatste een uiterst  schaars goed, vooral als daarmee de politici hun clientèle, die zij met voorrang vertegenwoordigen, de Upper Middle Class, getroffen wordt.

Verkiezingsprogramma’s zijn in Nederland gegelegenheidsdocumenten  waaraan je je na de verkiezingen zo weinig mogelijk gelegen moet laten liggen.  De plannen zijn met opzet vaag en worden noodgedwongen iets meer geconcretiseerd door de CPB-doorrekening, als het CPB ten minste oplet. De kiezer maakt uit dat cafetariasysteem een keuze en hoopt dat de partij van zijn keuze zijn afspraken enigszins nakomt. Coalitiebesprekingen zorgen voor de nodige verwatering zodat die  Upper Middle Class meestal goed weg komt.  De ambtenaren toveren na de verkiezingen allerlei alternatieve plannetjes uit hun hoge hoed, waaraan die partijen voor de verkiezingen kennelijk nooit gedacht hebben, en anders heeft de informateur nog zijn geheel eigen inbreng om zijn bedrijfsleven te bevoordelen. Dit hele proces is uitermate behulpzaam bij het uithollen van de democratie.

Nu is bij de linkse samenwerking kennelijk ook sprake van coalitiebesprekingen geweest. Het is daarom goed om even kennis te nemen van de standpunten in de verkiezingsprogramma’s van die individuele partijen om te zien hoe hun gezamenlijk standpunt tot stand is gekomen. Deze kunnen, met voornamelijk dank aan het CPB, als volgt worden samengevat [3]:

(1) Het heeft er dus alle schijn van dat de SP een succesje heeft geboekt en GL en PvdA voor hun voorstel tot vermogensbelasting heeft kunnen winnen. Het CPB kent bij de nieuwe doorrekening een additionele bonus toe van € 0,2 mld extra opbrengst t.o.v een eerdere doorrekening van het verkiezingsprogramma.

Tijdens de algemene beschouwingen kwamen Groenlinks, SP en PvdA met een het volgende gezamenlijke standpunt om naast de vermogensrendementsheffing een vermogensbelasting in te voeren [1]:

Er wordt een vermogensbelasting ingevoerd voor huishoudvermogens van 1 mln euro of hoger. Deze heffing vervangt de vermogensrendementsheffing niet, maar is een parallelle heffing in box 3. Voor huishoudvermogens tussen de één en twee miljoen euro geldt een tarief van 1%, en voor huishoudvermogens vanaf twee miljoen euro geldt een tarief van 2%. Dit is een lastenverzwaring van 1,4 mld euro in 2021. (DLP_113)

Grafisch kan dit voorstel als volgt worden weergegeven:

(1) We gaan er vanuit dat het forfaitaire VRH-rendement het werkelijk bruto rendement benadert, hoewel daar forse kanttekeningen bij te plaatsen zijn.

(2) De beoogde progressie van de samengevoegde VRH & vermogensbelasting blijkt duidelijk. Merk op dat links de lage vermogens wel in de kou laat staan. Zoals bekend geldt grote stelen en kleine stelen en de staat en de grote stelen usantieel het meest.

(3) Als dit forfaitair rendement ook voor het Financieel Toetsingskader gebruikt zou worden zou het Nederlandse pensioenstelsel aardig opknappen en zijn geen herstelplannen meer nodig.

Het effect voor een huishoudvermogen van een echtpaar met een vermogen van € 3.000.000 laat zich als volgt weergeven:

(1) De VRH voor het echtpaar bedraagt € 41.741. Na invoering van de vermogensbelasting is dus  sprake van een toename met 72%.

(2) Het belastingtarief van de VRH bedraagt 30% van het fictief rendement. Fiscalisten claimen altijd dat dit percentage zo laag is omdat de wetgever rekening houdt met de inflatie. Nu ben ik tijdens mijn werkzaam leven bijna geen fiscalist tegengekomen die wel kan rekenen, dus dat ligt, zoals we nog zullen zien, toch even anders.

In elk geval maakt bovenstaand voorstel van het linkse trio dat de kans van slagen om bij de rechter je recht te halen aanzienlijk wordt vergroot zoals het Tweede Kamerlid H. Nijboer bij nader inzien ongetwijfeld zal moeten beamen:

[1] Voor een werkelijk rendement van 2-4% is het linkse voorstel toch redelijk confiscatoir en in strijd met met het eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. [4]

(2) De mensen met alleen spaargeld worden al vele jaren door de overheid bestolen zonder dat de opeenvolgende kneuzen van staatssecretarissen van financiën ( de Jager, Weekers en Wiebes) er een poot naar uitstaken door het belastingstelsel te hervormen en eindelijk van werkelijk behaalde rendementen uit te gaan, iets wat mijn private banker met één vinger in zijn neus doet.

§2 Hoe kom je aan € 3 mld. vermogen?

Nu is het natuurlijk zo dat men in linkse kringen niet zo vertrouwd is met het verwerven van zoveel vermogen. Ik zal daarom enkele mogelijke posten aan de hand doen, die mogelijk aan hun aandacht zijn ontsnapt.

(1) Het kan natuurlijk zijn dat de ouders van de oude generatie in loondienst redelijk (onnodig) spaarzaam waren, snel hun hypotheek hadden afgelost en niet het geld over de balk gooiden aan nieuwe keukens, verbouwingen en andere onzin. Dat geld lieten ze na een flinke aderlating aan de fiscus na aan de kinderen.

(2) Omdat ons echtpaar geen pensioenregeling heeft zoals al die ambtenaren die de politiek ingaan, maken zij geen gebruik van de VRH-vrijstelling en moet het echtpaar met spaargeld zelf hun pensioen opbouwen. Met een beetje pensioen met twee inkomens moet je een fors vermogen opbouwen. Kennisname van de uw- lijfrente-komt-vrij sites leert dat hier best wat geld mee gemoeid is. Als je je geen oor wil laten aannaaien door die financiële maffia zal je daar dus zelf goed voor moeten zorgen. Over al dat inkomen waarmee het vermogen is opgebouwd, werd in het verleden gewoon 72%, 60% en 52% belasting box 1 afgedragen.

(3) Als je om dat pensioen op te bouwen b.v. € 1.200.000 5,5% obligaties in 2000 tegen 90,15% kocht,  zijn die krengen nu zo’n € 600.000 meer “waard” dan nominaal door de daling van de rente. Die € 600.000 is echter gewoon renteloos agio, dat als sneeuw voor de zon verdwijnt tot 2028, waar je wel al die tijd VRH over betaalt.  Je betaalt dus over € 1.800.000 VRH en op voorstel van die linkse rakkers ook nog eens vermogensbelasting.

(4) Nu kan je van een onderwijzer en een overigens uiterst talentvolle VMBO’er niet verwachten dat hij veel van dergelijke financiële finesses begrijpt en dus voor de Bühne maar wat aanrotzooien. Maar van de heer Henk Nijboer die in Leiden heeft gestudeerd had ik, kennelijk ten onrechte, meer brains verwacht.

(5) Gelukkig is er voor ons echtpaar een relatief eenvoudige oplossing om aan de grijparmen van de linkse heren te ontkomen: de beleggingsportefeuille naar box 2 overhevelen geeft een aanzienlijke verlichting, waarbij simultaan het agio in de portefeuille door switchen kan worden verlaagd. Het belastingtarief op de fiscale winst wordt dan onder het 2021 regime 16 % vennootschapsbelasting en 28,5% box 2 belasting in totaal dus 39,94% belasting.

(6) De glijbaan naar belastingvrijdom van C.A. Rijkers is immers nog steeds in volle glorie aanwezig en daar gebeurt geen ruk aan. [5] Ik begrijp dat het tegenwoordig van de sociaaldemocratie te veel gevraagd is om met een redelijk evenwichtig belastingstelsel te komen. Ja, de tijden van Roemers en Vondeling c.s.met degelijke studies: das war einmal.

______________________

Laatste bewerkt 27 november 2017

Zoals u uit de tekst kunt opmaken ben ik dit keer wel belanghebbende.

[1] CPB, “Analyse economische en budgettaire effecten van pakket wijzigingsvoorstellen van GroenLinks, SP en PvdA op het Regeerakkoord”,

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-8nov2017-Analyse-wijzigingsvoorstellen-GroenLinks-SP-PvdA-op-Regeerakkoord.pdf

[2] Thomas Piketty, Kapitaal in de 21e eeuw, “Blauwdruk voor een Europese vermogensbelasting”, blz 630-633

De Nederlandse CBS-vermogensstatistieken zijn uiterst gebrekkig en het vermogen en inkomen uit vermogen wordt systematisch te laag voorgesteld. Als we die statistieken toch gebruiken ontstaat voor de periode 2007-2014 het volgende incomplete beeld:

(1) Met uitzondering van het ondernemingsvermogen (ondenemingsvermogen + aanmerkelijk belang vermogen) is er van een reële toename van het vermogen geen sprake. Dat vermogen valt onder box I, vennootschapsbelasting en box 2 en niet onder de vermogensrendementsheffing. Voor bevoordeling van box 2, inclusief erfrecht, zie noot [5]. Het ondernemingsvermogen wordt fiscaal gewaardeerd en elke gelijkenis met de werkelijke waarde in het economisch verkeer berust op zuiver toeval. Het CBS klooit ook maar wat aan om cijfers in hun statistieken te kunnen opvoeren. Dat geldt zowel voor het inkomen als voor het vermogen.

[3] De uiterst vage passages in de verkiezingsprogramma’s luiden als volgt:

GroenLinks:

Er komt een Piketty-belasting: een progressieve belasting op vermogen op basis van reëel rendement. Wie veel vermogen heeft gaat meer betalen; mensen met enkel wat spaargeld betalen minder.

Met behulp van het CPB is deze wazige tekst veranderd in:

GroenLinks vervangt de huidige vermogensrendementsheffing in box 3 door een vermogensaanwasbelasting en kiest daarbij voor een heffingsvrije voet van 1000 euro. Daarnaast introduceert GroenLinks een progressief tarief in box 3. Voor een vermogensaanwas van 1000 tot en met 20.000 euro geldt een tarief van 35%; voor een aanwas van 20.000 tot en met 60.000 euro geldt een tarief van 42% en voor een aanwas van meer dan 60.000 geldt een tarief van 52%. Tezamen resulteren deze maatregelen in een lastenverzwaring van 0,7 mld euro in 2021. (GL_204)

SP:

We voeren een miljonairsbelasting in. Door de vermogens eerlijker te belasten, is de gewone spaarder beter af. De opbrengsten hieruit kunnen worden besteed aan het verlagen van de lasten voor mensen met een middeninkomen en lager inkomen.

Bij het CPB werd dit:

De SP voert een vermogensbelasting in van 1% voor huishoudvermogens tussen de één en twee miljoen euro, en voor huishoudvermogens vanaf twee miljoen euro geldt een tarief van 2%. Dit is een lastenverzwaring van 1,2 mld euro in 2021. (SP_173)

{In de nieuwe berekening van het CPB levert dat ineens 0,2 mld. meer op}

De SP voert per 2021 een vermogensaanwasbelasting in met een heffingsvrije voet van 200 euro en een tarief van 40%. Dit is een lastenverzwaring van 1,9 mld euro in 2021. (SP_174)

PvdA:

Wij willen dat mensen met vermogen niet langer betalen over hun fictieve rendement in box 3, maar over het werkelijk behaalde rendement over hun spaargelden en beleggingen. Kleine spaarders gaan dan minder betalen, zeer vermogenden meer. Voor vermogens boven de 1 miljoen gaat het tarief in box 3 van 30 procent naar 40 procent.

Bij het CPB werd dit en valt deze post niet terug te vinden:

De PvdA voert een vermogensaanwasbelasting met progressief tarief in per 2021. Voor een vermogensaanwas tot 9250 euro geldt een tarief van 30% en voor vermogensaanwas vanaf 9250 euro geldt een tarief van 40%. Dit is een lastenverzwaring van 0,5 mld euro. Structureel is er sprake van een lastenverzwaring van 0,6 mld euro. (PvdA_237, 238)

[4] “Gezien de rechtspraak van het EHRM meen ik dat een vermogensheffing – inhoudende een inkomstenbelasting en/of vermogens(aanwas)belasting – confiscatoir is wanneer deze van zodanige omvang is dat zij niet kan worden voldaan uit de inkomsten en de al dan niet gerealiseerde waardestijging van het belaste vermogen van de belastingplichtige.”

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:PHR:2016:41

[5] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

Advertenties

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: