Skip to content

Pensioenfondsen

24 september 2017

______________________________________________________

Nu de 2016 toezichtgegevens door het DNB gepubliceerd zijn kunnen we de gegevens van de pensioenfondsen actualiseren. [1]

In deze bijdrage behandelen we uitsluitend het pensioenvermogen van de Nederlandse pensioenfondsen. Dit pensioenvermogen is eind juni 2017 ca 79% van het totale pensioenvermogen en bedraagt € 1.297 mld. Het totaalplaatje van het pensioenvermogen vindt u in de bijdrage Pensioenvermogen.

Het pensioenvermogen pensioenfondsen steeg in 2016 met € 115.3 mld. (2015: € 16,7 mld.) Het netto beleggingsrendement bedroeg in 2016 €  118,9 mld. (2015: € 15,9 mld.) Aan pensioenpremie werd in 2016 € 29 mld. ontvangen (2015: € 28,8 mld.) en  € 28,9 mld. uitgekeerd. (2015: €  27,9 mld.)

Aangezien de pensioendeelnemers werknemers zijn geeft de arbeidsinkomensquote een vertekend beeld van het werkelijke inkomen van die werknemers. Het gaat daarbij niet om de postzegelkas. Omdat de staat voor ca 35% meedeelt in de toename van het pensioenvermogen, geldt dat ook voor de staat der Nederlanden.

______________________________________________________

§1 Inleiding

In Nederland kennen we drie pensioenpijlers: (1) de AOW, (2) de aanvullende pensioenregeling tussen werkgevers en werknemers (veelal in pensioenfondsen), (3) de individuele fiscaal gefaciliteerde pensioenfaciliteiten, zoals b.v. lijfrenten, FOR en pensioen in eigen beheer, pensioensparen, etc. In deze bijdrage behandelen we uitsluitend de financiële gegevens van de pensioenfondsen.

Benaderde gegevens van het totale pensioenvermogen zijn in de bijdrage Pensioenvermogen opgenomen en dit vermogen bedraagt 2017K2 € 1.649 mld. De recente Kwartaalgegevens van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen vindt u hier.

§2 Pensioenvermogen pensioenfondsen

Tabel 1 Pensioenvermogen pensioenfondsen 2006 – 2017K2

(click op tabel om te vergroten)

(1) Voor de bronnen zie [1].

(2) Het pensioenvermogen pensioenfondsen bedraagt eind juni 2017 € 1.297 mld. Sinds 2006 is het pensioenvermogen met € 625 mld. toegenomen of 6,5 % per jaar. De staat prikt een aardig vorkje mee. (35%)

De ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad van de pensioenfondsen valt als volgt weer te geven:

Grafiek 1 Actuele dekkingsgraad pensioenfondsen 1987 – 2017K2

(1) De dekkingsgraad is de ratio Pensioenvermogen/Pensioenverplichtingen. Het is met de huidige parameters een weinig zeggende grootheid waaraan onevenredig aandacht moet worden besteed door de uiterst stompzinnige bepalingen in het Financieel ToetsingsKader (FTK). Stompzinnig om twee redenen:

(a) de dekkingsraad is gebaseerd op een uiterst discutabele extrapolatie van de overigens volstrekt irrelevante risicovrije rekenrente;

(b) Het FTK staat, om die onzin van (a) te corrigeren, toe dat je een herstelplan schrijft waarbij je de aannames terugdraait door in dat herstelplan te mogen rekenen met gedateerde rendementsparameters over een periode van 10 jaar . Zo komt Jan Splinter door de winter en hoef je dan weer niet tot afstempeling over te gaan. Tevens wordt zo het zogenaamde gedempte premietekort aangezuiverd. In elk geval schuif je elke vorm van indexering voor je uit maar wat in het vat zit verzuurt niet.

Voor een uiterst kritische kanttekening bij de hele rekenrente systematiek zie het artikel van Van Praag en Hemmers op de Mejudice site. [2] Het geheel leidt ertoe dat niemand krijgt wat hem toekomt zolang niet wordt overgegaan tot individuele toerekening van de pensioenpot. Voor het effect van de daling van de rekenrente op de verdeling van de pensioenverplichtingen naar leeftijdscategorie zie deze bijdrage.

(2) Uit deze grafiek valt volgens sommige zelfbenoemde jongere pensioendeskundigen af te lezen dat de ouderen in het verleden veel te weinig pensioenpremie betaald zouden hebben.

 §4 Groei pensioenvermogen pensioenfondsen

Grafiek 2 Ontwikkeling pensioenvermogen en bbp 1987 – 2017K2

(1) Het bbp is m.i.v. 1995 door een stelselwijziging met ca 6,6 % verhoogd.

(2) De jaarlijkse stijging in de periode 1988 – 2017K2 van het pensioenvermogen bedraagt voor de pensioenfondsen 7,4% en is derhalve fors hoger dan de toename (groei + inflatie) van het bbp (4,1%) in diezelfde periode. Met die groei van het pensioenvermogen is dus niks mis, met ons FTK-pensioenstelsel des te meer.

In de periode 1988 – 2006 steeg het pensioenvermogen met 7,9 % per jaar (bbp: 5,2% p.j.) en in de periode 2007 – 2017K2 met 6,5 % per jaar (bbp: 2,1% p.j.).

§5 Beleggingsopbrengsten pensioenfondsen

Het verloop van de beleggingsopbrengsten 1997-2016 is als volgt:

Grafiek 4 rendement 1997-2016 pensioenfondsen

(1)  Het totale bruto rendement 1997-2016 bedraagt € 828,5 mld., hiervan is 43% direct en 57% indirect. Het pensioenvermogen nam in die periode met € 1.126 mld. toe.

De beleggingsresultaten kunnen voor de periode 2007 -2016 als volgt nader worden gespecificeerd [1]:

Tabel 5 Beleggingsopbrengsten pensioenfondsen 2007-2016

(click op tabel of CTRL+ om te vergroten)

(1) De beleggingsopbrengsten maken dus in de periode 2007-2016 cumulatief 94,1% van de toename pensioenvermogen uit en fluctueren van jaar tot jaar aanzienlijk. Dit inkomen van pensioendeelnemers (= werknemers) en de staat komt in de inkomensstatistieken niet voor.

De splitsing directe en indirecte bruto beleggingsresultaten kan grafisch als volgt worden weergegeven:

(1) Indirecte beleggingsresultaten op vastrentende waarden gaan door het ontstane agio ten laste van toekomstige renteopbrengsten en drukken dus het toekomstig resultaat door de amortisatie van het agio. Helaas wordt deze informatie nooit verstrekt door de pensioenfondsen. Ook de kwartaalberichten zijn van een bedroevende kwaliteit onder het kennelijk loensend oog van de toezichthouders.

§6 Pensioenpremies en uitkeringen

De ontwikkeling van de pensioenpremies en de uitkeringen van de pensioenfondsen valt als volgt grafisch weer te geven:

(1) De pensioenpremies zijn veelal gedempte premies, waar de herstelplannen voor opdraaien, en de uitkeringen zijn door indexatie-achterstanden veelal nog te laag.

(2) Cumulatief bedragen de pensioenpremies in de periode 1997-2016 € 454 mld. en de uitkeringen € 388 mld. Per saldo draagt dit dus € 66 mld. bij aan de toename van het pensioenvermogen.

___________________

Laatst bijgewerkt 24 september 2017

{Geen belanghebbende in pensioenproblematiek}

Bronnen:

[1] DNB statistieken pensioenfondsen, Macro-economische statistiek pensioenfondsen & Toezichtgegevens pensioenfondsen

https://www.dnb.nl/statistiek/statistieken-dnb/financiele-instellingen/pensioenfondsen/index.jsp

[2] Praag, B.M.S. van, en H. Hemmers, 2016, Is de rentetermijnstructuur wel een goede basis voor onze pensioenberekeningen?, working paper, Amsterdam.

http://www.mejudice.nl/docs/default-source/bronmaterialen/rapport-rentetermijnstuctuur.pdf

zie ook, maar nu met Han de Jong:

Bernard van Praag en Han de Jong., “DNB rekent zich arm met onze pensioenen”

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/13/dnb-rekent-zich-arm-met-onze-pensioenen-12986361-a1573354

Advertenties

From → 0. Permanent

2 reacties
  1. “Het beleid van de Europese Centrale Bank om de rente zeer laag te houden, hebben grote schade aangericht in het vertrouwen in ons pensioen.”

    Volgens mij heeft het op de handen zitten en het niet aanpassen van het FTK van de opeenvolgende regeringen Balkenende en Rutte met coalitiepartners en gedogers aanzienlijk grotere schade aangericht. Door de politiek vastgestelde onzinnig lage rekenrente is in tien jaar tijd ca € 87 mld. pensioenvermogen van de ouderen naar de jongeren verschoven.

    De zelfstandigenaftrek en winstvrijstelling wordt bij de lagere inkomens in belangrijke mate afgeroomd door de opdrachtgever. Daarbij wordt ook de wet op het minimumloon stelselmatig ontdoken. Dat geld is dus in het geheel niet beschikbaar voor echt pensioen en dekking voor arbeidsongeschiktheid en overlijden zoals Omzigt ten onrechte stelt. De collega‘s van Omtzigt’s partijgenoot Hans de Boer maken als het zo uitkomt graag misbruik van de Nederlandse verzorgingsstaat en laat de Nederlandse belastingbetaler graag t.z.t. voor oplossing van de zo ontstane problemen opdraaien. Après nous, le déluge, zoals goed rentmeesterschap betaamd.

    Uiteraard zegt Omtzigt ook niet hoe het pensioenvermogen naar individuele deelnemers moet worden verbijzonderd. Dat probleem hebben alle politici, SER met sociale partners jaren voor zich uitgeschoven.

    Het risicoprofiel voor de beleggingen van jongeren moet helemaal niet veel hoger te liggen. Als je in het begin veel risico neemt, loop je het risico dat je kostbare lang renderende premiereserves verjubelt en die verjubeling valt later moeilijk goed te maken. Het blijft dus gewoon casino kapitalisme.

    Overigens gaat de heer Omtzigt er aan voorbij dat de aandelenkoersen/obligatiekoersen door het QE-programma van Draghi aardig werden ondersteund en daar profiteren de Nederlandse pensioenfondsen ook flink van. (2014) Omdat Omtzigt meent dat hij goed kan rekenen en overal verstand van heeft, zie ik graag een berekening van hem tegemoet.

  2. Dhr JC Kortekaas permalink

    Het Nederlandse pensioenvermogen is verreweg het grootste van de eurozone en werkt zo ontwrichtend op de stabiliteit van de euro.

    “Aangezien de Nederlandse pensioenfondsen meer dan de helft van al het pensioenvermogen in de eurozone bezitten wordt juist ons land het hardst getroffen”

    CDA redeneert omgekeerd.

    Was getekend Pieter O.

    https://www.cda.nl/standpunten/pensioenen/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: