Skip to content

Inkomen uit vermogen (revisited)

16 september 2017

 

________________________________________________________________

In de bijdrage inkomen uit vermogen maakten we al eens gehakt van de CBS statistieken inzake inkomen uit vermogen en daarmee van het primaire en besteedbaar inkomen in die statistieken. De makke in die statistieken was van een zodanige omvang dat nauwelijks conclusies vielen te trekken over de ontwikkeling van de inkomens- en vermogens van de huishoudens.

Recent [1] heeft het CBS zijn belofte ingelost om deze statistieken te verbeteren. [2] Ook na deze verbeteringen kunnen die statistieken echter, zoals we nog zullen zien niet echt bekoren. We behandelen alleen de “verbeteringen” , de overige makke in die statistieken zijn nog steeds actueel en worden hier niet herhaald.

Door de herziening wordt het inkomen uit vermogen in 2014 zo’n € 20,5 (was € -4,4 mld.) nog steeds ruim € 150 mld. te laag als we van reëlere uitgangspunten uitgaan (§5) en wel al het vermogen meenemen.

De meeste herzieningsposten hebben met name invloed op het inkomen uit vermogen van de hoogste vermogensdecielen.  Helaas verstrekt het CBS deze gegevens niet en constateert alleen loepzuiver dat de Gini-coëfficient 0,012 punt hoger (d.w.z. de verdeling wordt ongelijker) uitvalt door zijn herzieningen.

________________________________________________________________

§1 Inleiding

In de bijdrage inkomen uit vermogen maakten we aannemelijk dat je bij het inkomen uit vermogen eerder genormaliseerd aan een bedrag van € 106 mld. moest denken dan aan het bedrag van € -4,4 mld. zoals het CBS die in zijn statistieken opvoerde. Omdat dit bedrag onder het huidige belastingregime praktisch netto is, moet je de 2014 cijfers van het besteedbaar inkomen van € 264 mld. en het primair inkomen van € 339 mld. overeenkomstig corrigeren en met een grote silo zout hanteren.

In zijn revisie van heeft het CBS een aantal substantiële aanpassingen gemaakt waarvan de nieuwe gegevens helaas i.t.t. de oude cijfers niet per deciel worden weergegeven zodat het effect op de inkomensverdeling ondoorzichtig blijft.   Deze aanpassingen laten zich voor het besteedbaar inkomen als volgt samenvatten:

Tabel 1 Overzicht effecten CBS-herziening inkomen uit vermogen

(1) Het inkomen uit vermogen komt dus voor 2014 op ca € 20,5 mld. i.p.v het oude cijfer van € -4,4 mld., overigens nog steeds veel te laag. De herziening heeft zoals we nog zullen zien in belangrijke mate betrekking op het hogere vermogenssegment.

(2) .  “Alleen deze laatste (CM inkomenstenbelasting) ligt een stuk hoger in de
nieuwe reeks, doordat deze nu ook de belasting omvat die bepaald is over het afgeknotte deel van diverse inkomensbestanddelen.” Het is aannemelijk dat het dus om ca € 3 mld. belastbaar inkomen gaat.

We zullen achtereenvolgens de belangrijkste posten behandelen. In §5 actualiseren we ook een reëlere schatting van het werkelijke inkomen 2014 uit vermogen dat op ca € 200 mld. uitkomt i.p.v. de ca € 50 mld. die het CBS na herziening opvoert.

§2 Eigen woning

Het eigen huis is een consumptiegoed. Dit betekent dat het primair inkomen en het besteedbaar inkomen dusdanig moet worden weergegeven dat die inkomens vergelijkbaar zijn met de huurder. Fiscale faciliteiten van de eigen woning bezitter en de huurder moeten dan wel voor de vergelijking worden geëlimineerd. Uit het besteedbaar inkomen worden dan immers de huur, hypotheekrente en onderhoud betaald en zo hoort het ook. Het woongenot komt dan in de bestedingscijfers tot uitdrukking.

De cijfers laten zich als volgt samenvatten (CBS statline + 1b):

Tabel 2 Eigen woning

(1) Voor 2014 is de bijtelling eigen woning dus met € 16,6 mld. verhoogd, maar het inkomen uit vermogen eigen woning (€ 1.016 mld.) is onder de herziene systematiek nog steeds € 1,5 mld. negatief.

(2) Gaan we er vanuit dat het inkomen uit vermogen eigen woning minimaal gelijk is aan de hypotheekrente + 3% van het onbezwaarde deel van het woningbezit dan zou de bijtelling voor 2014 minimaal € 39,7 mld. moeten hebben bedragen. De huurders worden altijd lastig gevallen met het heilige getal 4,5%  van de WOZ-waarde of € 45,7 mld. De correctie van het CBS is dus ook na herziening veel te laag.

(3) Uit de verdeling per vermogensdeciel is duidelijk dat de verhoogde bijtelling met name de vermogensbezitters en daarmee hogere inkomens betreft.

§3 Aanmerkelijk belang inkomen

Het aanmerkelijk belang inkomen van de aanmerkelijk belang aandeelhouder bestaat uit zijn arbeidsbeloning en het inkomen uit aanmerkelijk belang. Dat inkomen wordt bepaald door het begin- en eindvermogen van enig jaar te vergelijken op basis van de waarde in het economisch verkeer na eliminatie van de onttrekkingen zoals dividenden. Nu kan het CBS dat niet, maar doe dan niet of je dat wel kan door een beetje te foefelen met de fiscale regeltjes en zo een volstrekt arbitrair inkomen op te voeren. Voor de beschrijving van de foefeltruc zie [1b §3.4]. Vermogensvergelijking op basis van zichtbaar eigen vermogen is toch het minste dat je van de het CBS mag verwachten en deze cijfers zijn ook bij de belastingen beschikbaar. Overigens geldt dat veel ab-aandeelhouders gewoon loonslaaf in een personal holding zijn, waarbij gebruik gemaakt wordt van de pensioenfaciliteiten, die dan ook nog onvoorzien verkeerd uitpakken door de fiscale regeltjes.

De beschikbare cijfers laten zich als volgt samenvatten (CBS statline + 1b):

Tabel 3 Aanmerkelijk belang

(1) Het zal duidelijk zijn dat op basis van deze cijfers geen zinnig woord te zeggen valt over het vermogen en inkomen van de aanmerkelijk belang aandeelhouder. De data is daarvoor te fiscaal gedreven en er sprake van een glijbaan naar belastingvrijdom zeker als je de erfbelasting nog meeneemt. (C.A. Rijkers).[4]

(2) Het aantal ab-aandeelhouders is altijd een breinbreker in de CBS-statistiek. Deze kunnen van jaar tot jaar niet zo sterk fluctueren: je hebt een ab-belang of je hebt het niet.

§4 Overig onroerend goed

Door het CBS is voor het bepalen van het inkomen uit dit vermogensbestanddeel aansluiting gezocht bij de netto huurwaarde van de eigen woning. Hierdoor is ca € 3 mld. meer inkomen “waargenomen”. [1b, blz 5]Voor buitenlands onroerend goed is deze wijze van benadering sowieso fragwürdig, voor de binnenlandse beleggingen echter ook. Gaan we uit van 5,5% rendement dan is dat inkomen nog € 5 mld. te laag.

De beschikbare cijfers laten zich als volgt samenvatten (CBS statline + 1b):

Tabel 4 Overig onroerend goed

§5 Door het CBS verwaarloosde posten.

Een aantal posten zijn bij de herziening bewust over het hoofd gezien. Het CBS krijgt overigens ook niet de middelen van de overheid om deze gegevens wel te verzamelen. [3] Of hierbij politieke opzet in het spel is valt moeilijk te bewijzen, maar het helpt natuurlijk wel om belastinghervormingen tot Sint-juttemis uit te stellen.

De belangrijkste post is natuurlijk het inkomen uit het pensioenvermogen (2017K2 € 1.649 mld.). Een schatting van het van jaar tot jaar sterk fluctuerende rendement op dat pensioenvermogen is in tabel 6 opgenomen.

De pensioenuitkeringen zijn geen inkomen maar betreffen gewoon het opnemen van spaargeld. De pensioenpremie verlaagt het inkomen, terwijl het gewoon een vorm van fiscaal gefaciliteerd sparen uit het genoten inkomen is. Het rendement van de pensioenfondsen (2014: € 175,4 mld.) en op de rest van het pensioenvermogen (2014: € 321 mld.) dus ca € 15 mld. wordt niet tot het inkomen gerekend. Hiervan komt 65% de pensioendeelnemer toe en 35% de Staat der Nederlanden, die hiervan uiteraard niets in zijn boeken verantwoord.

Als wij een schatting van het werkelijk inkomen uit vermogen over het buitengewoon goede jaar 2014 zouden willen maken komen wij op een bedrag aan inkomen op vermogen van zo’n € 200 mld. dat als volgt wordt geschat:

Tabel 5 Grove schatting werkelijk inkomen uit vermogen

(1) De CBS-cijfers vereisen dus ook na de herziening dus nogal wat aanpassingen, waarbij het rendement op het pensioenvermogen de allerbelangrijkste is. Dat pensioenrendement fluctueert overigens van jaar tot jaar aanzienlijk en 2014 was een uitzonderlijk goed jaar:

Tabel 6 Benaderd rendement pensioenvermogen

Door het rendement neemt het pensioenvermogen toe. Daarnaast vindt de toename van het pensioenvermogen o.a. plaats door het saldo van gestorte pensioenpremies en pensioenuitkeringen (alleen pensioenfondsen 2006-2015: netto € 51 mld.).

(2) Ook de arbeidsinkomensquote is door dat rendementscijfer pensioenen een nogal niets zeggende grootheid. Er wordt door de pensioendeelnemers namelijk flink verdiend op het pensioenvermogen. Dat zij daar momenteel weinig van in handen krijgen, moeten de werknemers en de belastingbetalers vooral de politiek en dus zichzelf verwijten.

(3) Het behoeft geen betoog dat de aanpassing op het primair inkomen (“Het primair inkomen bestaat uit de beloning van werknemers, rente, dividenden, en uit belastingen en subsidies op productie en invoer.”) substantieel is. Hoe substantieeel blijkt uit onderstaande tabel:

Tabel 7 Primair inkomen na herziening en aanpassing

Nu was 2014 zoals we al zagen een uitzonderlijk jaar. Gaan we uit van een gemiddeld rendement van 5% dan is het rendement op het huidige pensioenvermogen zo’n € 83 mld., waarvan aandeel staat € 29 mld. en aandeel pensioendeelnemers € 54 mld.

Gegeven de fiscale waardering van het ondernemingsvermogen, de slechte controle door de belastingdienst en de omvang van de schaduweconomie moet de hoogte van het inkomen uit onderneming ook met  de nodige reserveringen beschouwd worden. Deze reserveringen tref je bij het CBS en CPB nooit aan en deze instanties doen ook geen moer aan een poging tot kwantificering.

Aangezien tot voor kort de top 30% inkomens 78 % van de pensioenpremies aftrok, weet u waar het grootste deel van dit niet getoonde rendement pensioenvermogen uitgesteld terechtkomt. De upper middle class profiteert aanzienlijk van de vrijstelling vermogensrendementsheffing. Dat het pensioenvermogen de vermogensverdeling gelijkmatiger maakt, moet dus ook op een fabel berusten. In elk geval wordt zo volgens Bartjens de inkomensverdeling van het aangepaste primair inkomen een stuk schever dan het CBS initieel doet voorkomen.

Als we het belastingeffect op de verhoging van het primair inkomen meenemen dan krijgen we het volgende netto effect:

___________________

Laatst bijgewerkt 18 september 2017

[1a] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/37/inkomensongelijkheid-en-herverdeling-2001-2015

[1b] CBS Paper – Revisie inkomensstatistiek

[1c] ESB – Door crisis en vergrijzing stijgt ongelijkheid in primair inkomen 

[2]https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2016/09/30/bijlage-1-antwoorden-kamervragen-miljoenennota-2017/bijlage-1-antwoorden-kamervragen-miljoenennota-2017.pdf , vraag 14

[3]33752 Y Verslag van een schriftelijk overleg, Vergaderjaar 2014-2015, 3 februari 2015,

http://www.rijksbegroting.nl/2014/kamerstukken,2015/2/5/kst205221.html

[4] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

Advertenties

From → 0. Permanent

One Comment
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    Woord van de kabinetsformatie is het Houdbaarheidssaldo.
    Een beetje een pendant van de haalbaarheidstoets voor pensioenfondsen.
    Vizier 60 jaar vooruit zetten.

    Dan is het zinvol hier te melden dat middels de Zorgverzekeringswet naast de 35% IB, ook nog 5,4% premie moet worden voldaan.

    Al met al een Zorgverzekeringswetspaarpotje anno 2017 voor de overheid van 100 miljard euro.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: