Skip to content

Pensioenvermogen

10 september 2017

_______________________________________________________________________________

Het pensioenvermogen per juni 2017 bedraagt ca € 1.649 mld., een uiterst geringe stijging van € 2 mld. t.o.v. 31-12-2016. Het CBS en het CPB rekenen dit pensioenvermogen altijd graag geheel toe aan de huishoudens omdat er anders geen jankverhalen vallen te houden over de stand van Rijk’s financiën. [zie ook 5] Toch heeft de staat een ca 35% belastingclaim (€ 577 mld.) op dat pensioenvermogen, die ook nog eens kinderlijk eenvoudig valt te innen.

Door het slechte rendement op het pensioenvermogen van de pensioenfondsen in het 1e halfjaar 2017 valt het houdbaarheidssaldo al zo’n  1,7 % bbp_2021 lager uit (€ 14,4 mld.) dan het CPB ons voorrekende. In het licht van het geneuzel rond het huidige 0,2% houdbaarheidssaldo is een dergelijke post materieel. De staat is met zijn belastingclaim stille vennoot in dat pensioenvermogen (35%). Stil omdat je daar van het CPB en CBS nooit iets over verneemt.

In §4 gaan we nader in op het pensioenvermogen per inkomensdeciel. In §5 vergelijken we de Nederlandse pensioenpot voor pensioenfondsen met het buitenland.

_______________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Het pensioenvermogen per eind juni 2017 is het belangrijkste actief van de huidhoudens (65% of € 1.072 mld.). Voor de staat is dat de belastingclaim van zo’n 35% of € 577 mld., en dus meer dan de hele staatsschuld (2017K1 € 422 mld.). Volgens een jezuïtische redenering van het CBS is het pensioenvermogen geen vermogen. Om die reden hoef je natuurlijk ook geen behoorlijke integrale statistieken van dat vermogen bij te houden. Voor een weerlegging van deze kulredenering, die ook door de meeste politieke partijen wordt gevolgd, zie de bijdrage De makke van de CBS-vermogensstatistiek Inkomen uit dat pensioenvermogen wordt om dezelfde reden buiten de statistieken gehouden.

Volgens de houdbaarheidssommetjes van het CPB is dat rendement op het pensioenvermogen sinds 2010 toch zo’n 5% per jaar of voor heel 2017 € 82 mld. Dat inkomen verdwijnt in de pensioenpot en in de CBS-inkomensstatistieken vind je hier dan ook niets van terug. Zoals we nog zullen zien is het rendement in het 1e halfjaar 2017 echter praktisch nihil.

Het pensioenvermogen 30-6-2017 bestaat naast het pensioenvermogen van de pensioenfondsen (€ 1.297 mld.) uit het pensioenvermogen verzekeringsmaatschappijen (€ 195 mld. ) en een grof geschat pensioenvermogen derde pijler van € 157 mld. De derde pensioenpijler bestaat o.a. uit lijfrenten, pensioenen in eigen beheer en FOR ( Fiscale oudedagsreserve). De omvang van die reserves is nauwelijks bekend en hier grof geschat. [2]

§2 Bepaling pensioenvermogen 2006 – 2017K2

Tabel 1 Pensioenvermogen 2006-2017K2 in € mld.

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(1) In de periode 2006 – 2017K2 steeg het pensioenvermogen pensioenfondsen met 6,5 % per jaar en het pensioenvermogen verzekeringsmaatschappijen met zo’n 7,4 % per jaar. Totaal komt de stijging uit op 6,8 % per jaar.

(2) Zoals op grond van de resultaten van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen in het eerste halfjaar 2017 te verwachten viel, is het pensioenvermogen in 2017 nauwelijks gestegen (€ 2 mld.). Deze uiterst geringe stijging van het pensioenvermogen maakt dat het CPB in zijn houdbaarheidssommetjes zo al ca € 14,4 mld. rendement pensioenvermogen door het putje ziet verwijnen (1,7 % bbp_2021). In totaal gaat het om een rendementsderving van ca € 41 mld. voor het eerste halfjaar 2017.

(3) Voor een indicatie van het pensioenvermogen per inkomensdeciel – zie §4.

§3 De pensioenpotten in 2040 en 2060

Op grond van de publicatie Kamerstukken het “Stabiliteisprogramma Nederland april 2017” valt de volgende tabel op te stellen omtrent de prognose van het pensioenvermogen [3]:

Tabel 2 Ontwikkeling pensioenvermogen 2010 – 2060 in € mld.

(1) De vleespotten zijn in de toekomst dus geenszins leeg en het pensioenvermogen blijft toenemen, zoals we ook reeds van een ABP-publicatie wisten.  In relatie tot het bbp neemt het pensioenvermogen wel af door de demografische samenstelling van de bevolking.

(2) Als we dan ook nog weten dat de overheidsschuld eind 2040 -5 % bbp  € -81 mld.) en eind 2060 -31 % bbp (€ -1.024 mld.) bedraagt dan begrijpt u dat de toekomstige generatie binnenkort helemaal binnenloopt met een overschot eind 2060 van zo’n 88% bbp_2060 of € 2.910 mld. (+1.024 +1.886). [4] Nu is het grote voordeel van contant maken dat je elk bedrag klein kan krijgen of eerder klein kann reden: de contante waarde van € 2.910 mld. in 2060 tegen 5% interest is echter nog altijd € 348 mld. per heden.

(3) Het cry wolf duo Gradus en Beetsma probeert traditiegetrouw het Nederlandse volk de put in te praten. Ik weet ook niet “welk signaal van deze cijfers uitgaat”, maar in elk geval komt het mij voor dat Rupsje Nooitgenoeg voldoende aan zijn trekken is gekomen. De neoliberale Priet Prat van dit duo luidt als volgt [5]:

“Wij hopen dat een nieuw kabinet van christelijk-liberale snit vooral de voorwaarden wil scheppen om de private sector te laten gedijen. Het is immers de private sector waar uiteindelijk al onze uitgaven worden verdiend.” [zie noot 5 voor voorbeeld]

En dan moet je ook nog een studieschuld aangaan om deze onzin aan de VU/UvA te mogen studeren. Een broerdere investering is nauwelijks denkbaar.

§4 De verdeling van het pensioenvermogen naar inkomensdeciel

Er zijn nog al wat macro-economen die beweren dat de vermogensverdeling nadat het pensioenvermogen in aanmerking wordt genomen aanzienlijk minder scheef wordt. Op basis van de gestorte pensioenpremie 2001 – 2014 per inkomensdeciel  ben ik zo vrij dat te betwijfelen, zoals uit onderstaand overzicht blijkt:

Tabel 3 Pensioenpremie 2001-2014 naar inkomensdeciel

(1) 73% van de pensioenpremie 2001-2014 groot € 411 mld. wordt gestort door het 8e t/m het 10e inkomensdeciel, dus 30% van de huishoudens.  Dat zal ongetwijfeld zijn neerslag vinden in het behaalde rendement op het pensioenvermogen en daarmee de verdeling van de pensioenreserves. Dat rendement is ook nog eens vrijgesteld van vermogensrendementsheffing.

(2) Om de stelling van die macro-economen te nuanceren is de grafische voorstelling van de tabel in combinatie met de vermogensverdeling per inkomens- en vermogensdeciel verhelderend:

(click op grafiek om te vergroten)

(1) Voor de weging het pensioenvermogen huishoudens is hier € 958 mld. (na aftrek 35% belastingen) en het vermogen huishoudens € 1.189 mld.

(2)   De verdeling van het pensioenvermogen is aanzienlijk ongelijker dan de vermogensverdeling per inkomensdeciel m.u.z. van met name het 10e inkomensdeciel. (effect ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen). Gezien het spaarkarakter van de pensioenvorming voor de hogere inkomens (Commissie van Weeghel) hoeft dat niet te verbazen.

(3) Overigens moet men zich wel realiseren dat het inkomen volgens het CBS exclusief het rendement op pensioenvermogen is, en dat scheelt wel een fles op een borrel. Het zal duidelijk zijn dat de volstrekt misleidende inkomen uit vermogen statistieken er voor zorgen dat de vermogensverdeling per inkomensdeciel nogal afwijkt van de verdeling per vermogensdeciel: inkomen dat je niet verantwoordt, verstoort het beeld. 

§5 Vergelijking met het buitenland [6]

Als we alleen naar de pensioenfondsen kijken wordt het beeld als volgt:

Grafiek 1 Relatieve belang pensioenvermogen geselecteerde landen

(1) Volgens tabel 1 bedroeg het pensioenvermogen pensioenfondsen eind 2013 149,6 % bbp_2013. Dat beeld is niet compleeet. Het totale pensioenvermogen bedroeg voor Nederland ca 190 % bbp_2013 (tabel 1) en bedraagt inmiddels 230% bbp_2017K2.

(2) Op basis van de 2015 publicatie van de 2013 OECD-cijfers kunnen we dus concluderen dat Nederland relatief één van de grootste pensioenreserves heeft. Het is alleen jammer dat deze cijfers bij de toetsing aan het Europese Groei- en Stabliteitspact onder tafel verdwijnen. Dit klemt te meer daar we ook nog de ambtenarenpensioenen hebben afgefinancierd, daar moet je in het buitenland eens om komen. Netto, na aftrek van de al meegenomen 35% belastingclaim, gaat het om afgerond € 375 mld.:

APENDIX A Een duik in het verleden

Zo goed of eerder zo kwaad als dat gaat zullen we ook een duik in het verleden nemen. We gaan daarbij terug tot 1987. Dat gaat moeizaam omdat ons CBS een bloedhekel heeft aan doorlopende cijferreeksen en ook niet erg behulpzaam is om deze informatie toegankelijk te maken.

We hebben de volgende informatie bij elkaar gescharreld aan de hand van DNB en CBS statistieken:

Tabel Samenvatting bepaling pensioenvermogen 1987 – 2016

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Tabel 3 Historie pensioenvermogen 1987-2016 in € mld. 

(1) De gekleurde velden geven aan hoe het pensioenvermogen voor een bepaald jaar is samengesteld.

(2) De derde pensioenpijler is herleid op basis van de ratio 5/45 van het pensioenvermogen van de tweede pijler exclusief algemene reserve pensioenfondsen. Dit is uit pure armoede omdat betere gegevens ontbreken. Gegeven het cijfer van Knot voor 2012 van € 181 mld. lijkt dat cijfer conservatief.[2]

(3) De relatieve groei van het pensioenvermogen t.o.v. het bbp is dan als volgt:

Grafiek 2 Ontwikkeling pensioenvermogen 1987 – 2016 in € mld.

(a) Al met al zorgt die forse stijging van het pensioenvermogen voor een flinke drain in de belastinginkomsten van de overheid en het besteedbaar inkomen van de pensioendeelnemers Daarnaast mogen alle belastingbetalers die additioneel benodigde belasting die hierdoor extra nodig is nu ophoesten. Voor een uitgebreide uiteenzetting zie de bijdrage Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

(b) Voor de leemtes in het pensioenvermogen cijfermateriaal tot 2006 zie tabel 3.

_________________

Laatst bijgewerkt 6 oktober 2017

[1] Bronnen

[1a] https://www.dnb.nl/binaries/t8.1nk_tcm46-330813.xls?2017091016

[1b] https://www.dnb.nl/binaries/t7.1nk_tcm46-330769.xls?2017091016

[1c] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82594NED&D1=44-45&D2=0-3,8,13,18,23,28,33,38,43,48,53,58,63,68,73,78,83,88,93-94&HDR=G1&STB=T&VW=T

[1d] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=7118shfo&D1=2,8-10,12-13,25-26,28&D2=0&D3=a&HDR=G1,G2&STB=T&VW=T

[1e] http://www.dnb.nl/statistiek/statistieken-dnb/huishoudens/

[2] Grove schatting 3e pensioenpijler

Het pensioenvermogen derde pensioenpijler is in Nederland een goed bewaard geheim.

Het CBS stelt dat:

Van de totale pensioenaanspraken in 2005 zit de helft in de eerste pijler1), 45 procent in de tweede en 5 procent in de derde.

https://www.cbs.nl/nr/rdonlyres/40a155e9-15e5-469b-95fe-f504a904c1d7/0/2008p19p155art.pdf , blz 198.

en nog eens bevestigd in:

https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2010/45/pensioenaanspraken-geld-van-nu-voor-later

Op die wat oude basis (2010) kom ik tot een ratio van 5/45.

Voor 2012 hebben we nog de volgende informatie:

De heer Knot kwam voor 2012 in totaal op 212% bbp, het geen ca € 181 mld. voor de derde pijler overlaat. Dat is dus € 42 mld. hoger dan de 5/45 regel.

Klaas Knot, “De spaarzin en schuldenlast van de Familie NL”, http://www.dnb.nl/binaries/Speech%20afscheid%20Jan%20Hommen_tcm46-297055.pdf

Leen Preesman, “”, Onduidelijkheid over herkomst 300 miljard pensioenvermogen”, http://nederland.ipe.com/nederland-guest/onduidelijkheid-over-herkomst-300-miljard-nederlands-pensioenvermogen_58530.php#.UogKw8RWxcZ

Klaas Knot, “Stilstand op een hoog niveau”, http://www.dnb.nl/binaries/speech%20Klaas%20Knot%20-%20Stilstand%20%20op%20een%20hoog%20niveau_tcm46-297988.pdf , blz 5.

[3]  Weggemoffeld (tabel 5.1) in Kamerstukken, “Stabiliteisprogramma Nederland april 2017”,

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2017/04/13/bijlage-1-stabiliteitsprogramma-2017/bijlage-1-stabiliteitsprogramma-2017.pdf .

[4] https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-boek-21-middellangetermijnverkenning-2018-2021.pdf ,blz. 45

[5] Raymond Gradus, Roel Beetsma, “Houdbaarheidssaldo uitstekend kompas voor begrotingsbeleid”, Me Judice, 5 september 2017.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/houdbaarheidssaldo-uitstekend-kompas-voor-begrotingsbeleid

Voor de zorgkosten is deze passage illustratief voor het denkpatroon van deze heren:

Volgens een recent pleidooi van Van Wensveen (2017) is de berekening van toekomstige zorguitgaven te somber, omdat de CPB-berekeningen ‘niet vatbaar zijn voor beleidsombuigingen’. Ook dit standpunt delen wij niet. Het CPB hanteert in zijn houdbaarheidssommen namelijk de veronderstelling dat de overheidsarrangementen constant blijven en dit betekent dus dat de stijging van de zorguitgaven vooral is terug te voeren op de vergrijzing. Studies van het IMF geven echter aan dat twee derde van de zorgkostenstijging in geavanceerde economieën in de afgelopen twee decennia voorkomt uit kosten die niet direct aan de vergrijzing zijn gerelateerd, zoals technologische innovatie. Het CPB realiseert zich dit maar al te goed, want ‘vooral van de zorguitgaven is het goed denkbaar dat ze meer stijgen dan nu wordt verondersteld’ (CPB, 2014).

Persoonlijk denk ik dat die zorgkosten zo hoog uitvallen omdat het door deze CDA-economen aanbeden kwaadaardig sadistische Opperwezen de mensheid met een aantal volstrekt onnodige verschrikkelijke ziektes heeft opgescheept. Binnen diezelfde CDA-kringen wordt dit ook wel als intelligent design aangeduid. Dat design mogen onze medici tegen forse zorgkosten dan weer rechtbreien. Deze medici zijn overigens veelal niet werkzaam in het door deze twee heren aanbeden gouden kalf van de private sector.

[6] OECD, http://www.oecd.org/publications/oecd-pensions-at-a-glance-19991363.htm

Advertenties

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: