Skip to content

Pensioenvermogen

10 september 2017

_______________________________________________________________________________

Wie in Nederland wil weten hoe hoog het pensioenvermogen in werkelijkheid is, komt van een koude kermis thuis. Op basis van de van overheidswege verstrekte cijfers valt er geen volledig plaatje op te stellen.

De overheid heeft er als oom Dagobert ook geen belang bij omdat hij zelf grootaandeelhouder is met een aandeel van 35% in dat pensioenvermogen. Inzicht in de juiste cijfers zou er immers toe kunnen leiden dat er in geen jaren bezuinigingen of ombuigingen meer vallen af te dwingen en die optie moet je natuurlijk altijd wel  openhouden. Sterker: de conclusie zou wel eens kunnen zijn dat we door Balkenende IV en Rutte I en II, met Dijsselbloem, in het ootje genomen zijn over de stand van de overheidsfinanciën.  In elk geval hebben de media daaraan hun portie bijgedragen.

In de bijdrage Pensioenfondsen vindt u meer in detail pensioengegevens van de pensioenfondsen.

_______________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Het Nederlandse pensioenvermogen is relatief, in relatie tot het bbp, een van de hoogste in de wereld (2016:  231% bbp). [zie §5] Dat pensioenvermogen bedraagt eind 2017 zo’n € 1,7 biljoen, waarvan € 0,6 biljoen (35% belastingclaim) aan de staat toekomt en € 1,1 biljoen (65%) aan de pensioendeelnemers. Als we net als het CPB in zijn houdbaarheidsstudies uitgaan van een gemiddeld rendement van 5% per jaar dan verdient de staat jaarlijks zo’n € 30 mld. en de pensioendeelnemers € 55 mld. aan dat vermogen. Van dat rendement vindt u jaarlijks niets terug in boekhouding van de staat en dat inkomen van de pensioendeelnemers loopt ook niet mee in de inkomens- en vermogenstatistieken van het CBS. Het CBS beschouwt het pensioen-“vermogen” immers volgens een  een jezuïtische redenering niet als vermogen en diverse politieke partijen (w.o. PvdA, en SP) delen deze lachwekkende opvatting zoals recent weer eens bleek bij de Piketty discussie in de Tweede Kamer. [2]

Het pensioenvermogen bestaat naast het pensioenvermogen van de pensioenfondsen uit het pensioenvermogen verzekeringsmaatschappijen en een grof geschat pensioenvermogen derde pijler. De derde pensioenpijler bestaat o.a. uit lijfrenten, pensioenen in eigen beheer en FOR ( Fiscale oudedagsreserve). De omvang van die reserves is nauwelijks bekend en wordt hier grof geschat. [3]

§2 Pensioenvermogen 2006 – 2018

Tabel 1 Pensioenvermogen 2006-2018 in € mld.

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(1) De pensioenvermogen cijfers zijn t/m het derde kwartaal 2017 ontleend aan de DNB statistieken.[1a en 1b] met een schatting van de derde pensioenpijler.[3]

(2) Het pensioenvermogen 4e kwartaal 2017 en eind 2018 en is geschat op basis van 5% rendement per jaar. De aanname is dan verder dat de pensioen- uitkeringen ongeveer gelijk zijn aan de pensioenuitkeringen.

(3) Op grond van de in het verleden betaalde pensioenpremie is in § 4 een uiterst grove inschatting gemaakt over der verdeling per inkomensdeciel van het pensioenvermogen.

De toename van het pensioenvermogen 1987-2018 laat zich als volgt grafisch weergeven:

(1) Voor een toelichting op de (onvolledige) historische cijferreeks zie appendix A.

(2) De toename van het pensioenvermogen in de periode 2006-2016 bedroeg ca € 777 mld. (7.9% per jaar) De beleggingsresultaten  van de pensioenfondsen in die periode bedroegen alleen al € 645 mld.

(3) Het zal u duidelijk zijn dat deze uiterst magere groei van het pensioenvermogen met 7,9% per jaar strikt noodzakelijk is om aan de toekomstige pensioenverplichtingen tegen die volstrekt reële FTK- rekenrente te voldoen. Alle in het verleden behaalde rendementen moeten immers voor dit doel worden opgepot van DNB en de politiek, want zoals een oud hollands spreekwoord luidt “wat in het vat zit, verzuurt niet“. De vraag is natuurlijk wel welke generatie al die centen t.z.t. gaat opstrijken.

(4) Als het CBS en CPB het pensioenvermogen terloops al eens vermelden dan  doen zij dit ten onrechte altijd bruto en suggeren daarmee dat het hele bedrag aan de pensioendeelnemers toekomt.

§3 De pensioenpotten in 2040 en 2060

Op grond van de publicatie Kamerstukken het “Stabiliteisprogramma Nederland april 2017” valt de volgende tabel op te stellen omtrent de prognose van het pensioenvermogen [3]:

Tabel 2 Ontwikkeling pensioenvermogen 2010 – 2060 in € mld.

(1) De vleespotten zijn in de toekomst dus geenszins leeg en het pensioenvermogen blijft toenemen, zoals we ook reeds van een ABP-publicatie wisten.  In relatie tot het bbp neemt het pensioenvermogen wel af door de demografische samenstelling van de bevolking.

(2) Als we dan ook nog weten dat de overheidsschuld eind 2040 -5 % bbp  € -81 mld.) en eind 2060 -31 % bbp (€ -1.024 mld.) bedraagt dan begrijpt u dat de toekomstige generatie binnenkort helemaal binnenloopt met een overschot eind 2060 van zo’n 88% bbp_2060 of € 2.910 mld. (+1.024 +1.886). [4] Nu is het grote voordeel van contant maken dat je elk bedrag klein kan krijgen of eerder klein kann reden: de contante waarde van € 2.910 mld. in 2060 tegen 5% interest is echter nog altijd € 348 mld. per heden.

(3) Het cry wolf duo Gradus en Beetsma probeert traditiegetrouw het Nederlandse volk de put in te praten. Ik weet ook niet “welk signaal van deze cijfers uitgaat”, maar in elk geval komt het mij voor dat Rupsje Nooitgenoeg voldoende aan zijn trekken is gekomen. De neoliberale Priet Prat van dit duo luidt als volgt [5]:

“Wij hopen dat een nieuw kabinet van christelijk-liberale snit vooral de voorwaarden wil scheppen om de private sector te laten gedijen. Het is immers de private sector waar uiteindelijk al onze uitgaven worden verdiend.” [zie noot 5 voor voorbeeld]

En dan moet je ook nog een studieschuld aangaan om deze onzin aan de VU/UvA te mogen studeren. Een broerdere investering lijkt mij nauwelijks denkbaar.

§4 De verdeling van het pensioenvermogen naar inkomensdeciel

Er zijn nog al wat macro-economen die beweren dat de vermogensverdeling nadat het pensioenvermogen in aanmerking wordt genomen aanzienlijk minder scheef wordt. Dat is uiteraard het geval als je de uiterst scheve vermogensverdeling van een overigens incompleet vermogensplaatje telt bij een nog steeds uiterst scheve verdeling van het inkomen, een soort homeopatische verdunning onder economen. Maar die “politieke” “economen” die daaraan refereren vinden die Nederlandse inkomensverdeling dan veelal ook helemaal niet scheef.

Op basis van de gestorte pensioenpremie 2001 – 2014 per inkomensdeciel  ben ik zo vrij dat te betwijfelen, zoals uit onderstaand overzicht blijkt:

Tabel 3 Pensioenpremie 2001-2014 naar inkomensdeciel

(1) 73% van de pensioenpremie 2001-2014 groot € 411 mld. wordt gestort door het 8e t/m het 10e inkomensdeciel, dus 30% van de huishoudens.  Dat zal ongetwijfeld zijn neerslag vinden in het behaalde rendement op het pensioenvermogen en daarmee de verdeling van de pensioenreserves. Dat rendement is ook nog eens vrijgesteld van vermogensrendementsheffing.

(2) Om de stelling van die macro-economen te nuanceren is de grafische voorstelling van de tabel in combinatie met de vermogensverdeling per inkomens- en vermogensdeciel verhelderend:

(click op grafiek om te vergroten)

(1) Voor de weging het pensioenvermogen huishoudens is hier € 958 mld. (na aftrek 35% belastingen) en het vermogen huishoudens € 1.189 mld. (2014) Uiteraard drukt echter op het pensioenvermogen wel een progressieve belastingclaim die voor de inkomensdecielen redelijk ongelijk uitvalt. Het werkelijke beeld is dus aanzienlijk gecompliceerder.

(2)   De verdeling van het pensioenvermogen is aanzienlijk ongelijker dan de vermogensverdeling per inkomensdeciel m.u.z. van met name het 10e inkomensdeciel. (effect ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen). Gezien het spaarkarakter van de pensioenvorming voor de hogere inkomens (Commissie van Weeghel) hoeft dat niet te verbazen.

(3) Overigens moet men zich wel realiseren dat het inkomen volgens het CBS exclusief het rendement op pensioenvermogen is, en dat scheelt weer een fles op een borrel. Het zal duidelijk zijn dat de volstrekt misleidende inkomen uit vermogen statistieken er voor zorgen dat de vermogensverdeling per inkomensdeciel nogal afwijkt van de verdeling per vermogensdeciel: inkomen dat je niet verantwoordt, verstoort immers het beeld.

§5 Vergelijking met het buitenland [6]

Als we alleen naar de pensioenfondsen kijken wordt het beeld als volgt:

Grafiek 1 Relatieve belang pensioenvermogen geselecteerde landen

Op basis van de OECD-cijfers kunnen we dus concluderen dat Nederland relatief één van de grootste pensioenreserves heeft. Het is alleen jammer dat deze cijfers bij de toetsing aan het Europese Groei- en Stabliteitspact onder tafel verdwijnen. Dit klemt te meer daar we ook nog de ambtenarenpensioenen hebben afgefinancierd, daar moet je in het buitenland eens om komen. Netto, na aftrek van de al meegenomen 35% belastingclaim, gaat het om afgerond € 381 mld. [link]:

APENDIX A Een duik in het verleden

Zo goed of eerder zo kwaad als dat gaat zullen we ook een duik in het verleden nemen. We gaan daarbij terug tot 1987. Dat gaat moeizaam omdat ons CBS een bloedhekel heeft aan doorlopende cijferreeksen en ook niet erg behulpzaam is om deze informatie toegankelijk te maken.

We hebben de volgende informatie bij elkaar gescharreld aan de hand van DNB en CBS statistieken:

Tabel Samenvatting bepaling pensioenvermogen 1987 – 2016

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

Tabel 3 Historie pensioenvermogen 1987-2016 in € mld. 

(1) De gekleurde velden geven aan hoe het pensioenvermogen voor een bepaald jaar is samengesteld.

(2) De derde pensioenpijler is herleid op basis van de ratio 5/45 van het pensioenvermogen van de tweede pijler exclusief algemene reserve pensioenfondsen. Dit is uit pure armoede omdat betere gegevens ontbreken. Gegeven het cijfer van Knot voor 2012 van € 181 mld. lijkt dat cijfer conservatief.[3]

Al met al zorgt die forse stijging van het pensioenvermogen voor een flinke drain in de belastinginkomsten van de overheid en het besteedbaar inkomen van de pensioendeelnemers Daarnaast mogen alle belastingbetalers die additioneel benodigde belasting die hierdoor extra nodig is nu ophoesten. Voor een uitgebreide uiteenzetting zie de bijdrage Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

(b) Voor de leemtes in het pensioenvermogen cijfermateriaal tot 2006 zie tabel 3.

_________________

Laatst bijgewerkt 5 februari 2018

[1] Bronnen

[1a] https://www.dnb.nl/binaries/t8.1nk_tcm46-330813.xls?2017091016

[1b] https://www.dnb.nl/binaries/t7.1nk_tcm46-330769.xls?2017091016

[1c] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82594NED&D1=44-45&D2=0-3,8,13,18,23,28,33,38,43,48,53,58,63,68,73,78,83,88,93-94&HDR=G1&STB=T&VW=T

[1d] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=7118shfo&D1=2,8-10,12-13,25-26,28&D2=0&D3=a&HDR=G1,G2&STB=T&VW=T

[1e] http://www.dnb.nl/statistiek/statistieken-dnb/huishoudens/

[2] Volgens een jezuïtische redenering van het CBS is pensioenvermogen geen vermogen omdat het geen bezit is dat “op korte of middellange termijn kan worden omgezet worden in consumptieve bestedingen of leidt tot inkomsten die deel uitmaken van het inkomensbegrip besteedbaar inkomen.  ”Pensioenfondsen zijn “ageing giants”: meer dan 60% van het totale pensioenvermogen is bestemd voor pensioenen, die al zijn ingegaan of die binnen 10 jaar zullen ingaan.” , aldus commissie Frijns 2010. Dat pensioenvermogen komt in elk geval “beschikbaar” voor een aantal ondernemers als hun pensioenafspraak in eigen beheer in de (pensioen-)BV niet voor verwezenlijking vatbaar is door een negatief vermogen en ook kan dat pensioenvermogen gewoon worden geërfd. De FOR kan je naar believen laten vrijvallen, maar dat vermogen kent het CBS niet eens. De laatst bekende gegevens over het pensioen in eigen beheer dateren uit 2009 moest Wiebes onlangs aan de Tweede Kamer bekennen.

[3] Grove schatting 3e pensioenpijler

Het pensioenvermogen derde pensioenpijler is in Nederland een goed bewaard geheim.

Het CBS stelt dat:

Van de totale pensioenaanspraken in 2005 zit de helft in de eerste pijler1), 45 procent in de tweede en 5 procent in de derde.

https://www.cbs.nl/nr/rdonlyres/40a155e9-15e5-469b-95fe-f504a904c1d7/0/2008p19p155art.pdf , blz 198.

en nog eens bevestigd in:

https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2010/45/pensioenaanspraken-geld-van-nu-voor-later

Op die wat oude basis (2010) kom ik tot een ratio van 5/45.

Voor 2012 hebben we nog de volgende informatie:

De heer Knot kwam voor 2012 in totaal op 212% bbp, het geen ca € 181 mld. voor de derde pijler overlaat. Dat is dus € 42 mld. hoger dan de 5/45 regel.

Klaas Knot, “De spaarzin en schuldenlast van de Familie NL”, http://www.dnb.nl/binaries/Speech%20afscheid%20Jan%20Hommen_tcm46-297055.pdf

Leen Preesman, “”, Onduidelijkheid over herkomst 300 miljard pensioenvermogen”, http://nederland.ipe.com/nederland-guest/onduidelijkheid-over-herkomst-300-miljard-nederlands-pensioenvermogen_58530.php#.UogKw8RWxcZ

Klaas Knot, “Stilstand op een hoog niveau”, http://www.dnb.nl/binaries/speech%20Klaas%20Knot%20-%20Stilstand%20%20op%20een%20hoog%20niveau_tcm46-297988.pdf , blz 5.

[3]  Weggemoffeld (tabel 5.1) in Kamerstukken, “Stabiliteisprogramma Nederland april 2017”,

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2017/04/13/bijlage-1-stabiliteitsprogramma-2017/bijlage-1-stabiliteitsprogramma-2017.pdf .

[4] https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-boek-21-middellangetermijnverkenning-2018-2021.pdf ,blz. 45

[5] Raymond Gradus, Roel Beetsma, “Houdbaarheidssaldo uitstekend kompas voor begrotingsbeleid”, Me Judice, 5 september 2017.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/houdbaarheidssaldo-uitstekend-kompas-voor-begrotingsbeleid

Voor de zorgkosten is deze passage illustratief voor het denkpatroon van deze heren:

Volgens een recent pleidooi van Van Wensveen (2017) is de berekening van toekomstige zorguitgaven te somber, omdat de CPB-berekeningen ‘niet vatbaar zijn voor beleidsombuigingen’. Ook dit standpunt delen wij niet. Het CPB hanteert in zijn houdbaarheidssommen namelijk de veronderstelling dat de overheidsarrangementen constant blijven en dit betekent dus dat de stijging van de zorguitgaven vooral is terug te voeren op de vergrijzing. Studies van het IMF geven echter aan dat twee derde van de zorgkostenstijging in geavanceerde economieën in de afgelopen twee decennia voorkomt uit kosten die niet direct aan de vergrijzing zijn gerelateerd, zoals technologische innovatie. Het CPB realiseert zich dit maar al te goed, want ‘vooral van de zorguitgaven is het goed denkbaar dat ze meer stijgen dan nu wordt verondersteld’ (CPB, 2014).

Persoonlijk denk ik dat die zorgkosten zo hoog uitvallen omdat het door deze CDA-economen aanbeden kwaadaardig sadistische Opperwezen de mensheid met een aantal volstrekt onnodige verschrikkelijke ziektes heeft opgescheept. Binnen diezelfde CDA-kringen wordt dit ook wel als intelligent design aangeduid. Dat design mogen onze medici tegen forse zorgkosten dan weer rechtbreien. Deze medici zijn overigens veelal niet werkzaam in het door deze twee heren aanbeden gouden kalf van de private sector.

[6] OECD,”Private pensions and public pension reserve funds”

http://www.keepeek.com/Digital-Asset-Management/oecd/social-issues-migration-health/pensions-at-a-glance-2017/assets-in-private-pension-plans-and-public-pension-reserve-funds_pension_glance-2017-35-en#page1

 

Advertenties

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: