Skip to content

Dashboard ABP, PFZW,PMT, PME & bpfBOUW Q2 2017

25 juli 2017

_______________________________________________________________________________________________________________________

Traditiegetrouw hierbij weer het dashboard van het meest recente kwartaalbericht 2017K2 van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen.

In het tweede kwartaal waren de rendementen van de vijf grote bedrijfspensioenfondsen uitermate teleurstellend. Alleen de rede van Draghi zorgde aan het eind van het tweede kwartaal voor een verhoging van de rente, waardoor de actuele dekkingsraad toch nog licht kon stijgen.

_______________________________________________________________________________________________________________________

§1 Inleiding

De AFM en DNB houden toezicht op de pensioenfondsen in de ruimste zin des woords voor alle werkzaamheden van de pensioenuitvoerders en de informatie die deze aan de consumenten geven. Zo deze instellingen al naar de tussentijdse kwartaal berichten van de bedrijfspensioenfondsen kijken, wat gezien hun eigen taakomschrijving het geval zou moeten zijn, reikt het gezichtsvermogen van de toezichtorganen niet verder dan die om zijn vermaarde kippigheid bekende Mr. Magoo. [1]

Het is redelijk gebruikelijk om bij kwartaalberichten o.a. een verkorte balans en resultatenrekening te overleggen met een toelichting die relevante gebeurtenissen na de meest recente jaarrekening behandelen. Ook is het te doen gebruikelijk om systematisch vergelijkende cijfers te geven. De onspreekwoordelijke transparantie van pensioenfondsen is nog steeds in de tussentijdse berichten terug te vinden. Ook de toezichthouders kunnen deze jachtige tijd kennelijk niet bijbenen en steken zo te zien geen poot uit om een adequate tussentijdse verslaglegging af te dwingen. De pensioendeelnemer krijgt zo af en toe een afgekloven botje als informatie toegeworpen.

Het relatieve belang van de vijf grote bedrijspensioenfondsen kan als volgt worden weergegeven

(1) De kwartaalcijfers van de grote vijf zijn dus een goede indicatie voor de hele groep pensioenfondsen. Op die basis valt het pensioenvmogen van alle pensioenfondsen eind juni 2017 te schatten op € 1.296 mld. tegen eind 2016 € 1.282 mld., derhalve historische gezien een uiterst kleine toename. { Update: In werkelijkheid werd het pensioenvermogen cijfer 2017K2 € 1296,8 mld.}

§2 Kwartaalcijfers

De kwartaaloverzichten van ABP, PFZW, PMT, PME en bpfBOUW zijn traditiegetrouw weer in het volgende iets aangepaste Dashboard overzicht samen te vatten:

(1) Pensioenfondsen moeten het vooralsnog hebben van behaalde rendementen en met de huidige QE-politiek van Draghi niet van een eventuele stijging van de rekenrente. Zoals we eerder schreven kunnen de herstelplannen van de pensioenfondsen door het FTK linea directa de stortkoker in. De fondsen besteden er dan ook nauwelijks aandacht aan (PFZW doet dat materieel ook niet). Voor zover het agio op vastrentende waarden als rendement wordt gerekend, gaat dat ook ten koste van toekomstige rendendementen door de amortisatie van dat agio.

(2) De algemene reserves namen in het tweede kwartaal met € 10,3 mld. toe. Omdat de pensioenfondsen kennelijk vrijgesteld zijn van het publiceren van een interim resultatenrekening laat deze toename zich niet aan de hand van de resultatenrekening analyseren.

(3) Wel weten we dat het ABP € 7,4 mld. rendement maakte en daarnaast zijn verplichtingen met bijna € 7 mld. zag verminderen door de rentestijging eind tweede kwartaal. Dit leidde echter slechts tot een stijging van de algemene reserves van het ABP met € 7 mld. (?) De  rendementen van de andere vier fondsen zijn per saldo verwaarloosbaar en de actuele dekkingsraad van die fondsen steeg dus voornamelijk door de rentestijging.

(4) Het rendement in het tweede kwartaal was dus allerbelabberst en het eerste kwartaal was ook niet om over naar huis te schrijven. Toch waren onze pensioenfondsbestuurders weer (gematigd) positief over het herstel. Dat “herstel” kwam dan ook voornamelijk door de minieme stijging van de rekenrente t.o.v. 2016, zodat je nauwelijks van “een stijgende lijn” kunt spreken. De pensioenfondsen werden gered door de gong: Draghi  hield 27/6/2017 een speech en hup daar ging de rente omhoog en de pensioenfondsbestuurders begonnen weer praatjes te krijgen.[3]

(5) De toename van het pensioenvermogen in het eerste halfjaar is slechts 0,6% op jaarbasis, dat is ver onder wat te doen gebruikelijk is. (6% – 7%van het pensioenvermogen 1/1)

De pensioenbobo’s kloppen zich graag op de borst op grond van het behaalde langetermijnrendement, maar vergeten erbij te vertellen dat na het toprendement in 2014 het totaal gemiddeld rendement sinds 2003 met zo’n 1% is afgenomen:

(5) De beleidsdekkingsgraad is lager dan de actuele dekkingsgraad. Dit betekent dat bij een stijgende rente zonder beleggingsresultaat of andere tegenvallers (b.v. technisch resultaat) het fondsbestuur in zijn handen kan wrijven over de stijging van de beleidsdekkingsgraad die vanzelf naar de actuele dekkingsgraad “toekruipt”.

 

§3 Faits divers

Onderstaand enkele citaten, die de lezer zelf kan toetsen aan de hand van bovenstaande data, voorzien van enig commentaar mijnerzijds.

3.1 ABP

Door de gestegen rente namen de verplichtingen af met € 7 mld. (effect op actuele dekkingsgraad + 1,8% als de € 7 mld. volledig aan rekenrente wordt toegerekend) De rekenrente nam, evenals in het 1e kwartaal, in het 2e kwartaal 2017 met 0,1% toe.

“Met de huidige stand verwacht ABP dat verhoging van pensioen de komende vijf jaar niet of nauwelijks aan de orde zal zijn. De kans dat ABP de pensioenen in 2018 of volgende jaren moet verlagen blijft aanwezig. Dat moet gebeuren als eind 2017 de actuele dekkingsgraad onder de kritische grens (±88%) zakt of als de beleidsdekkingsgraad tot en met 2020 onder het vereiste niveau van 104,2% blijft. Waardeoverdracht kan pas plaatsvinden vanaf een beleidsdekkingsgraad van minimaal 100%.”

3.2 PFZW

Peter Borgdorff, directeur van PFZW: “Het herstel van de financiële positie van PFZW ontwikkelt zich in het eerste half jaar van 2017 gestaag. Ten opzichte van het eerder dit jaar ingediende herstelplan lopen we iets voor op de geplande verbetering van de dekkingsgraad. We hebben echter nog een lange weg te gaan en we weten één ding zeker: het pad naar volledig herstel zal hobbelig zijn.

Die verbetering is vermoedelijk alleen toe te schrijven aan de verbetering van de rekenrene met 0,11% t.o.v. het eerst kwartaal 2017 en 0,21% t.o.v. eind 2016, volstrekt vergelijkbaar met het ABP. Het herstelplan heeft hier helemaal geen boodschap aan, want ik neem niet aan dat die rentestijging in het herstelplan zat.

Ik weet niet welke cijfers de heer Borghoff in zijn handen had toen hij zijn tekst opschreef. Over de PFZW-cijfers van de eerste twee kwartalen 2017 gaat zijn tekst in elk geval niet. (-0,3% rendement  1e halfjaar 2017) Het zal wel een voorval van spinnin’ pipe dreams zijn geweest. Voor de 2,7 miljoen deelnemers is het dan ook te hopen dat de Raad van Toezicht en de toezichthouders weldra hun verantwooordelijkheid nemen.

3, PMT

 “We zitten nu op een actuele dekkingsgraad van 100,7% en een beleidsdekkingsgraad van 96,6%. Dat is een mooie ontwikkeling, maar we zijn er nog lang niet”, zeggen Jan Berghuis en Benne van Popta, werknemers- en werkgeversvoorzitter van PMT. “We zijn nog ver verwijderd van de 104,3% die we aan het einde van 2019 nodig hebben om verlaging van pensioenen te voorkomen.”

3,4 PME

Voorzitter uitvoerend bestuur Eric Uijen: “We zitten nu op 95,9%. Dat is weer een stap vooruit. Eind 2019 hebben we een beleidsdekkingsgraad nodig van 104,3%. Daar zitten we nog ruim onder. De kans op een verlaging van de pensioenen in 2020 is dus nog steeds reëel.”

3.5 bpf BOUW

Mieke van Veldhuizen, bestuursvoorzitter van bpfBOUW: “We geloven dat we een duidelijke maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben die past bij het regelen van een goed pensioen voor onze deelnemers en gepensioneerden. Onze beleggers beoordelen bedrijven daarom niet alleen op financiële rendementen, risico’s en kosten, maar ook hoe zij omgaan met mensen en milieu en of ze goed worden bestuurd. We zijn ambitieus als het gaat om verantwoord beleggen. In 2016 hebben we al forse stappen gezet en in 2017 zullen we de stijgende lijn vasthouden.”

_____________________

Laatst  bijgewerkt 24 juli 2017

[1a] Toezicht AFM en DNB

“Waar houdt de AFM toezicht op? {als je de door het vervangt heb je al een deel van het antwoord}

Wij houden toezicht op het gedrag van pensioenuitvoerders. Wij controleren of u zich aan de wetten en regels houdt die gaan over de volgende onderwerpen.

  • De informatie die u volgens de wet aan deelnemers móet geven;
  • De zorgplicht die u hebt voor deelnemers die met beleggingen individueel pensioen opbouwen.

Daarnaast vallen pensioenuitvoerders ook onder het effectentypisch gedragstoezicht, dat toeziet op het omgaan met voorwetenschap en privé transacties, en het beheersen van belangenverstrengeling. Ook hier houdt de AFM toezicht op.

Waarom houdt de AFM hier toezicht op?

Wij houden toezicht op het gedrag van pensioenuitvoerders om consumenten te beschermen.Consumenten moeten een weloverwogen keuze kunnen maken over hun pensioen. Iedereen die nu of later pensioen krijgt, moet kunnen begrijpen hoe dat pensioen in elkaar zit. Daarom houden wij toezicht op de informatie die u aan de consumenten geeft.

Toezicht DNB op pensioenuitvoerders

Ook de Nederlandsche Bank (DNB) houdt toezicht op pensioenuitvoerders. Zij zijn verantwoordelijk voor het toezicht op:

  • de financiële situatie van pensioenuitvoerders (prudentieel toezicht);
  • hoe de pensioenuitvoerders hun bedrijf runnen (materieel toezicht). DNB controleert bijvoorbeeld of bestuurders wel deskundig en betrouwbaar zijn.

Samen met de AFM houdt DNB toezicht op alle werkzaamheden van de pensioenuitvoerders.”

https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/doelgroepen/pensioenuitvoerders/toezicht

[2] Kwartaalberichten ABP, PFZW, PMT. PME en bpf BOUW.

[3] https://www.nrc.nl/nieuws/2017/07/01/zenuwen-alom-om-hogere-rentes-11371075-a1565213

zie ook https://www.ecb.europa.eu/press/key/date/2017/html/ecb.sp170627.en.html

Advertenties

From → 1. Actueel

One Comment
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    De pensioenpremies in Nederland zijn 50% te hoog en de uitkeringen 50% te laag.
    Dit allemaal door het te prudente beleid van DNB.

    Overal waar -te- voorstaat zei mijn moeder is verkeerd, behalve -tevreden-.

    In dit Kafka-gezelschapspe;l van analyse van de pensioenresultaten is fictie koning.

    DNB gaat in haar rentetermijnstructuur voor de eerste 3 jaren uit van een NEGATIEF rendement voor alle pensioenfondsen.

    4% zou prudent zijn waar de argeloze burger 5.37% fiscaal moet aftikken voor zin miljoentjes.

    Dit zijn miljardairs met een fictief negatief rendement.!?

    Noemergekte bij DNB.

    https://www.dnb.nl/binaries/t1.3.1nm_tcm46-330554.xls

    Lees de cijfers en huiver.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: