Skip to content

Besteedbaar inkomen 2014

28 maart 2017

______________________________________________________________

Het besteedbaar inkomen zoals dat door het CBS wordt bepaald is een grootheid die met de nodige reserveringen moet worden bekeken. In de bijdrage Inkomen uit vermogen toonden we aan dat het besteedbaar inkomen 2014 groot € 264,2 mld. ruwweg € 106 mld. te laag wordt voorgesteld.

Het besteedbaar inkomen volgens het CBS steeg in de periode 2001-2014 met 2,6% % per jaar. Gegeven een inflatie van 1,87% en een productiviteitsstijging van 1% per jaar is dat niet om over naar huis te schrijven.

Om te weten hoeveel het besteedbaar inkomen echt gestegen is moet je duidelijk niet bij het CBS zijn, hoewel onze media die onzin van het CBS graag overpennen.[4] Daarvoor moet je beschikken over behoorlijke statistieken, die mede door ons krakkemikkige belastingstelsel, dat de echte vermogens op grote schaal ontziet, niet beschikbaar zijn. [5]

Het inkomen uit vermogen is schattenderwijs ca € 106 mld. te laag in de CBS statistiek, waarvan € 78,8 mld. door te laag inkomen uit eigen woning en pensioenvermogen. Een belastingstelsel dat een dergelijk inkomen uit vermogen wel adequaat belast zou er toe leiden dat de belasting op arbeid aanzienlijk kan worden verlaagd. Gaan we uit van een tarief van 30% dan hebben we het over € 30 mld. belastingen op een totale belastinglast van € 49,4 mld. De vrijstelling van de heffing van belasting op vermogen moet dan echter wel fors omhoog.

____________________________________________________________________
§1 Inleiding

Het besteedbaar inkomen 2001 – 2014 laat zich als volgt samenvatten [1a]:

Deze presentatie volgt de CBS-indeling. Zelf geef ik de voorkeur aan een meer organische indeling die in §4 is opgenomen.

(1) Om alles even in perspectief te plaatsen: de inflatie bedroeg in de periode 2001-2014 1,87% per jaar. De arbeidsproductiviteit steeg volgens het CBS in de periode 2002 t/m 2014 met 13%, dat is volgens Bartjens met 1,0 % per jaar.

(2) De belangrijkste kostenstijgingen per jaar zijn premies zvw 10,4% (2.1.2), pensioenpremie 4,8%, de toeslagen 5,3%, de hypotheekrente 4,3%, ondanks de rentedaling en de belastingen met 4,1 %.

(3) Om het besteedbaar inkomen beter vergelijkbaar te maken hebben we de pensioenpremie en het netto-inkomen uit de eigen woning onder de streep gezet.  Huishoudens die op andere wijze voor hun pensioensparen en geen eigen woning bezitten hebben dan dezelfde uitgangspositie.

Voor de eigen woning valt dit effect als volgt samen te vatten:

(a) Het eigenwoningforfait levert ongeveer 2,9 mld. belasting op hetgeen ongeveer overeenkomt met een bijtelling EWF van € 6,7 mld.

Voor het inkomen uit pensioenvermogen dit effect als volgt samen te vatten:

(a) Het rendement op het pensioenvermogen is dus voor 2014 € 46,5 mld. hoger.

(3) Het inkomen uit vermogen is schattenderwijs ca € 106 mld. te laag in de CBS statistiek, waarvan € 78,8 mld. door te laag inkomen uit eigen woning en pensioenvermogen, zoals in bovenstaande tabellen aangegeven. Voor een verdere toelichting zie de bijdrage Inkomen uit vermogen.

§2 Inkomen
2.1. Inkomen algemeen

Gedurende de periode 2001-2014 steeg het gemiddeld loon van de werknemer met 1,6%, van de ambtenaar met 2,0%, van de ondernemer met 1,1%, van de DGA met 1,2% en tot slot in de bijstand met 1,7% . (Ter herinnering inflatie 1,87% en stijging arbeidsproductiviteit 1% per jaar)

 

(a) M.u.z. van de ambtenaren wordt cumulatief de inflatie niet bijgehouden.

2.1.1 Arbeidsinkomen

(1) Het inkomen van de werknemer houdt niet eens de inflatie bij en van de arbeidsproductiviteitsstijging ziet hij helemaal niet terug.

(2) Maar het onbehagen in de maatschappij wordt uiteraard ingegeven door identiteitsproblemen. De daling van de arbeidsinkomenquote sinds 1970 laat het volgende beeld zien, mogelijk heeft dat er ook iets mee te maken [1c]:

Eind 2001 bedroeg de arbeidsinkomensquote volgens het CPB nog 83,8% en eind 2014 78,7%. In 1981 was de AIQ op z’n top met 95,6%, de laagste stand was in 2015: 77,1%.

Het wachten is echter op de nieuwe cijferreeks van het CBS (06/2017) i.vm. de zelfstandigenproblematiek, zodat ik hier verder voorlopig geen werk aan doe. [1d]

2.1.2 Ziektekosten

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(1) In een normale economie betaalde je de particuliere ziektekostenverzekering in de jaren 2001-2005 gewoon uit je besteedbaar inkomen. Voor de vergelijkbaarheid is bovenstaande presentatie echter wel handig.

(2) Bovenstaand staatje is geenszins compleet. De totale zorglasten voor 2014 bedroegen € 81,9 mld. (2006: € 58,9 mld.) Dit was een stijging van 4,2% per jaar. [2]

(3) Voor chronisch zieken is het besteedbaar inkomen dus lager dan het CBS doet voorkomen.

 2.1.3 Toeslagen

(a) Onze “sociaal”-liberale yuppies willen bij voorkeur alle toeslagen opheffen en overgaan op een vlaktaks. Hoe de lagere inkomensdecielen dan nog bereikt kunnen worden vertelt het verhaal er niet bij. (zie Van Dijkhuizen II en [4])

(b) Tevens zijn ter informatie de toeslagen voor het 10e inkomensdeciel opgenomen. De maatschappelijk wenselijkheid van al die toeslagen laat zich aan de hand van onderstaande grafiek aflezen. Vanaf het 6e deciel kan e.e.a. doelmatiger via het belastingtarief worden geregeld:

2.1.4 Bijstand

(1) In [3] is een waslijst met regelingen opgenomen. In het kader van de bezigheidstherapie voor ambtenaren worden alle regelingen simultaan in de lucht gehouden i.p.v. tot één uniforme inkomenssuppletie regeling over te gaan. Hoe alle gemeentelijke hobbies in de CBS-cijfers zitten is ook nog maar de vraag.

2.1.5 AOW-uitkering

2.1.6 Pensioenpremie

3.1. Inkomen 10e inkomensdeciel

(1) het verschil van het 10e inkomensdeciel met de totale loonontwikkeling per huishouden is als volgt:

Een hoger loonstijging van  0,6 % per jaar is in 13 jaar tijd toch 8% meer salaris.

De ontwikkeling van de index laat zich als volgt aflezen:

§4 Alternatieve indeling besteedbaar inkomen 2006-2014

(1) In de laatste kolom is de meetkundige stijging per jaar weergegeven.

(2) De toeslagen zijn een correctie op de belastingheffing of indien nauwelijks belasting wordt geheven een vorm van basisinkomen. Dat beleid kan echter aanzienlijk effectiever. [6]

(3) De suggestie dat de staat de AOW maar ook de andere volksverzkeringen suppleert moet met klem worden afgewezen. Sinds 2001 brengt de staat de belastingkortingen pro rata in mindering op de premie volksverzekeringen en speelt vervolgens mooi weer met de suppletie.

(4) De sociale verzekeringen lopen via de sociale fondsen. Dat inkomsten en uitgaven elkaar in evenwicht houden is iets dat de belastingbetaler zorgvuldig in de gaten moet houden. Het MvF gebruikt die fondsen als een speeltje.

(5) (4) Geldt ook voor de ziektekostenverzekering. De verzekeraars moeten van DNB als verzekeraar een buffer aanhouden, terwijl in feite materieel sprake is van een omslagstelsel, zeker als er tekorten dreigen.

(6) Onder de streep heb ik de eigen woning opgenomen. De bijdtelling inkomen uit eigen woning van het CBS is aantoonbaar veel te laag.

(7) Alle mutaties in het pensioenvermogen zijn vermogensmutaties in de spaarpot. Onder streep heb ik de pensioenpremie (= verplicht sparen uit besteedbaar inkomen) en de pensioenuitkering ( = opnemen van de vordering op de pensioenspaarpot) opgenomen. Het rendement op het pensioenvermogen (omvang zie onderste regel in tabel) wordt helemaal niet in de CBS cijfers vermeld. Dat vermogen nam in 2006-2014 met € 419 mld. toe of met 7,5% per jaar. ( ruwweg premie + rendement -/- uitkeringen)  Het getoonde pensioenvermogen is inclusief schatting 3e pensioenpijler. De jaarlijkse pensioenpremie incl. 3e pensioenpijler is ca € 43 mld. per jaar. (vs € 35,8 mld. in tabel)

(8) De belastinglast is met 4,2% per jaar gestegen. Die last is echter moeizaam te analyseren doordat grote delen van het primaire inkomen uit vermogen niet belast worden en b.v. de pensioenuitkering pas bij uitbetaling wordt belast, waarbij de overheid ook nog eens 17% belasting op de pensioenpremie schenkt.

Om de gedachten te bepalen:

________________

Laatst bijgewerkt 27 maart 2017

[1a] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70991ned&D1=2&D2=16-125&D3=0&D4=a&HDR=G3,T,G2&STB=G1&VW=T

[1b] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=83131ned&D1=0&D2=0&D3=12,25,38,51,64,77,90,103,116,129,142,155,168,181,194,207,220,233,246,259,272&HDR=T&STB=G1,G2&VW=T

[1c] CPB CEP’s en Notitie 10 maart 2001 Cijfers betreffende arbeidsinkomensquote en winstquote van de marktsector.

https://www.cpb.nl/publicatie/cijfers-betreffende-arbeidsinkomensquote-en-winstquote-van-de-marktsector

zie ook:

https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=6a5d6b5d-a864-4895-9085-eddf793b1fee&title=Position%20paper%20UU%20t.b.v.%20hoorzitting%2Frondetafelgesprek%20Loonontwikkeling%20en%20arbeidsinkomensquote%20(AIQ)%20d.d.%2014%20september%202016%20.pdf

[1d] htps://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2016/41/cbs_position_paper_arbeidsinkomensquote.pdf

{“Als zelfstandigen dezelfde beloning per arbeidsjaar krijgen toegerekend als werknemers, is hun toegerekende beloning van arbeid structureel hoger dan hun totale inkomen. Om toch aan te sluiten bij hun (gemeten) totale inkomen, moeten de beloning van kapitaal en de winsten van zelfstandigen in dit geval structureel negatief zijn.”

Toen ik nog werkte adviseerde ik dit soort ondernemers om de tent dan maar te te sluiten. Het CBS kalkt kritiekloos de cijfers over en blijft het niet renderende onderneminsgvermogen als vermogen opvoeren}

(2) Zorgkosten

https://www.cbs.nl/-/media/imported/documents/2015/51/2015dne07-ontwikkeling-en-financiering-van-de-zorglasten-sinds-2006.pdf

Hieraan ontlenen we de volgende tabel (blz. 9):

Zoals bekend zijn de rijksbijdragen AWBZ door de wijziging in de belastingwetgeving van 2001 een vorm Chinees boekhouden.

Ik heb maar geen moeite gedaan om de cijfers aan te sluiten. Ook in de zorg hebben we sinds de privatisering een Sovjet-economie.

[3] Uitkering bijstand (Toelichting CBS)

6.1.1 Uitkering in het kader van de Algemene bijstandswet (Abw), vanaf 2004 Wet Werk en Bijstand (WWB). Ook de uitkering volgens de Wet investeren in jongeren (WIJ) is hierin meegeteld. Het weergegeven bedrag is inclusief de bijdrage van uitkeringsontvangers, maar exclusief de bijdrage van uitkeringsinstanties in de premies voor de sociale verzekeringen (Ziekenfondswet, vanaf 2006 Zorgverzekeringswet).

6.1.2 Bijstandsgerelateerde uitkering

Uitkering in het kader van bijstandsgerelateerde sociale voorzieningen zoals:

– Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW),

– Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ),

– Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong),

– Oorlogs- en verzetspensioen,

– Besluit bijstandverlening zelfstandigen (BBZ),

– Inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW, vanaf 2010)

– Wet koopkrachttegemoetkoming lage inkomens (eenmalig in 2014).

Uitkeringen in het kader van de Toeslagenwet (TW) zijn bij uitkeringen inkomensverzekering opgenomen. Doordat ze niet afzonderlijk zijn waargenomen, konden deze toeslagen niet bij de bijstandsgerelateerde uitkering worden geteld.

Vanaf 2009 krijgen personen die meer dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn een tegemoetkoming in de ziektekosten (Wet tegemoetkoming chronische zieken en gehandicapten). Dit bedrag is in de bruto uitkering Wajong opgenomen.

Het weergegeven bedrag van de bijstandsgerelateerde uitkering is inclusief de bijdrage van uitkeringsontvangers, maar exclusief de bijdrage van uitkeringsinstanties in de premies voor de sociale verzekeringen (Ziekenfondswet, vanaf 2006 Zorgverzekeringswet).

[4] https://www.nrc.nl/nieuws/2015/09/07/koopkracht-stijgt-voor-het-eerst-in-vier-jaar-tijd-a1413371

https://www.nrc.nl/nieuws/2013/03/29/besteedbaar-inkomen-daalt-sterkst-in-meer-dan-twintig-jaar-32-procent-a1436022 (pensioenfondsen hebben er helemaal niets mee te maken, dat bedrag komt in de CBS vermogensboeken niet voor)

http://www.volkskrant.nl/politiek/ging-het-inkomen-van-rijksten-omhoog-en-de-rest-van-nederland-omlaag~a4457752/ De Gotspe is:

“We leggen de aanpassingen voor aan Wim Bos van het CBS. Volgens Bos zijn ‘houtje-touwtje-methoden’ gebruikt om inkomensgroepen uit verschillende perioden met elkaar te kunnen vergelijken.”

Laat nu het CBS zelf grossieren in  ‘houtje-touwtje’ – statistieken, die nauw aansluiten bij ons ‘houtje-touwtje’ -belastingstelsel.[6]

[5]  Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf blz 29 e.v.

[6]https://www.divosa.nl/sites/default/files/sprank_bestanden/sprank_juli2013_armoedebeleid_kan_effectiever.pdf

Advertenties

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: