Skip to content

Inkomen uit vermogen

17 maart 2017

_____________________________________________________________________________

In deze bijdrage behandelen we het inkomen uit vermogen 2014 zoals dat onlangs door het CBS is gepubliceerd. Daarbij leggen wij tevens de relatie met de bijbehorende vermogenscomponenten.

Het door het CBS opgevoerde inkomen uit vermogen als onderdeel van het besteedbaar inkomen van de huishoudens (2014: € -4,4 mld.) is volstrekt onvolledig. Gegeven een huishoudvermogen eind 2014 van netto € 2.044 mld. (excl. ondernemingsvermogen) leert een grove cijferbeoordeling al dat dit cijfer veel te laag moet zijn. Op basis van Wiebes zijn VRH-rendementsnormen komen we immers al uit op een inkomen uit vermogen van bruto € 111 mld., waarvan het merendeel onbelast is. [7] Een reële schatting valt op grond van het krakkemikkige cijfermateriaal voor 2014 echter nauwelijks te maken.

Het primair inkomen voor 2014 bedroeg € 339 mld. en het besteedbaar inkomen 264 mld. Een correctie van zo’n € 100 mld. op het inkomen uit vermogen (grotendeels onbelast (de VRH is al betaald) is dus uiterst materieel. In §9 maken we aannemelijk dat het inkomen uit vermogen ruwweg € 106 mld. hoger uitvalt dan het CBS opgeeft. (€ -4,4 mld.) Hiervan heeft € 78,8 mld. betrekking op het rendement op de eigen woning (§3) en het pensioenvermogen (§4) Een niet onbelangrijk deel van die € 106 mld. blijft op basis van het huidige belasting-“stelsel” buiten de belastingheffing.[8]

De cijfers bruto-inkomen [2], primair inkomen, besteedbaar inkomen en niet te vergeten de koopkrachtplaatjes zijn allemaal mede gebaseerd op het inkomen uit vermogen cijfer van het CBS, dat eigenlijk nergens op slaat. Het heeft daarom nauwelijks zin om de inkomensverdeling en vermogensverdeling per deciel nader te bekijken.

Ook kun je wel stellig beweren dat je bij het adresseren van de inkomensongelijkheid in Nederland van een mug een olifant maakt. Maar als je inkomensstatistieken niet op orde zijn is zo’n conclusie natuurlijk nergens op gebaseerd.

_____________________________________________________________________________

§1 inleiding

Het besteedbaar inkomen kan als volgt worden gespecificeerd [1c]:

Tabel 1 Besteedbaar inkomen 2001 – 2014 in € mld.

(click op de tabel of Ctrl + om te vergroten)

(1) Om alles even in perspectief te plaatsen: de inflatie bedroeg in de periode 2001-2014 1,87% per jaar. De arbeidsproductiviteit steeg volgens het CBS in de periode 2002 t/m 2014 met 13%, dat is volgens Bartjens met 1,0 % per jaar.

(2) In deze bijdragen behandelen we uitsluitend het inkomen uit vermogen zoals inkomen eigen woning, dividend aanmerkelijk belang, pensioenen en overig inkomen uit vermogen.

(3) Het CBS komt voor 2014 op een besteedbaar inkomen van € 264.170 mln. Indien je het pensioenparen en de eigen woning uit tabel 1 elimineert, wordt het te besteden bedrag € 277.574 mln. of 5 % hoger. Daarmee wordt het inkomen dat te besteden is beter onderling vergelijkbaar. Daar komt echter nog bij dat het inkomen uit vermogen aanzienlijk hoger is dan het CBS voorstelt, zoals in §2 nader wordt uiteengezet.

Het begrip besteedbaar inkomen is als volgt gedefinieerd:

“Het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen.”

Het besteedbaar inkomen is tevens de basis voor de koopkrachtplaatjes. Als je het besteedbaar inkomen niet voor allerlei groepen onderling vergelijkbaar vaststelt, kun je de einduitkomst direct door de shredder halen. {werkelijk reëel inkomen uit onderneming en aanmerkelijk belang, indirect inkomen uit aandelen en effecten, ongelijke behandeling huurder / eigen woning bezitter, de onjuiste behandeling van het inkomen uit pensioenvermogen, etc.}

§2 Het “inkomen” uit vermogen volgens het CBS

Het primair inkomen uit vermogen zoals deze in de statistiek is opgenomen luidt als volgt [1a]:

Tabel 2 Primair inkomen uit vermogen 

17_014_100

(1) Dat het inkomen uit vermogen in Nederland negatief uitpakt, komt mede door het HRA-infuus met een negatief inkomen van € 18,1 mld. Het inkomen uit eigen woning wordt door het CBS fictief te laag bepaald en bijgeteld onder inkomen uit vermogen. Het bedrag dat wordt bijgeteld (€ 13,3 mld.) is echter al fors lager dan de betaalde hypotheekrente (€ 31,5 mld.) zodat die bijtelling geheel losgeslagen is van de werkelijkheid. (§3).

(2) Het pensioenvermogen in Nederland bedraagt inmiddels € 1,7 biljoen, waarvan € 600 mld. van de staat in de vorm van een belastingclaim en € 1,1 biljoen netto voor de pensioendeelnemers. Het CBS erkent dit pensioen-vermogen niet als vermogen van huishoudens en het rendement maakt dan ook geen onderdeel uit van het (besteedbaar) inkomen. (zie §4)

(3) Inkomen uit vermogen is het saldo van inkomsten uit bezittingen en betaalde rente op schulden. Deze inkomsten zijn praktisch op kasbasis en de vermogensaanwas valt daar dus buiten. (zie §6)

(4) Het CBS is net een struisvogel, wat het bureau niet wil/kan zien, kent het bureau ook niet. Daarvoor heldere voorbehouden maken bij het cijfermateriaal past ook niet binnen het beleid. Zo maakt b.v. ook het rendement op kapitaal – en levensverzekeringen nauwelijks onderdeel uit van het (besteedbaar) inkomen. (zie §4)

We kunnen het inkomen uit vermogen ook per inkomensdeciel weergeven:

Tabel 3 Inkomen uit vermogen 2014 per inkomensdeciel

(1) Het 10e inkomensdeciel neemt dus, exclusief eigen woning, 78 % van het inkomen uit vermogen voor zijn rekening. Ook dit vermogenscijfer is overigens, zoals we nog zullen zien, op uiterst gebrekkig cijfermateriaal gebaseerd.

(2) Aan de hand van tabel 3 is straks te herleiden in welk deciel correcties op dat inkomen met name neerslaan.

§3 De eigen woning.

De Inkomsten uit eigen woning is:

de toegerekende huuropbrengst van de eigen woning. De economische huurwaarde is een raming van het bedrag dat de woning bij verhuur zou hebben opgeleverd. Periodieke betalingen voor erfpacht en dergelijke zijn in mindering gebracht.

We zullen het inkomen uit eigen woning aan de hand van tabel 4 nader behandelen.

Tabel 4 Inkomen eigen woning

(1) Het zal zonder meer duidelijk zijn dat de door het CBS gehanteerde fictief inkomen van € 13.344 mln. voor 2014 een vriendenprijsje is voor de eigen woningbezitter. De fiscus is overigens nog veel vriendelijker want die telt maar € 6.744 mln. bij. (€ 2.900 mln EWF / 43% belasting). Dit terwijl de HRA alleen al € 31.468 bedraagt voor 2014. Eind 2014 stond er immers een bedrag van € 532,2 mld. aan hypotheken uit op een totaal woningbezit van € 1.015,3 mld. (52,4%)

(2) Gaan we uit van een reële huur van 4,5% van de WOZ-waarde dan zou de bijtelling € 45.689 bedragen of € 32.345 mln. hoger dan het CBS opvoert.

(3) De wijze waarop het inkomen van de huurder (huurtoeslag € 2.718 mln) en het inkomen van de eigen woningbezitter ( HRA € 31.468 mln. en bijtelling € 13.344 mln.) in het besteedbaar inkomen zijn opgenomen wijken dus sterk van elkaar af. De huurder moet zijn huur (incl. interestlast) volledig uit het besteedbaar inkomen betalen.

(4) De eigen woning is een consumptiegoed en geen kapitaalgoed. Draaien we de CBS hanky-panky exercise terug dan ontstaat het volgende beeld:

Tabel 5 Eliminatie effect eigen woning op besteedbaar inkomen

(1) Het eigen woningforfait voor 2014 bedraagt € 2,9 mld. (CPB).[4] Tegen een gemiddeld belastingtarief van 43% is dat bruto € 6.744 mln. De bijtelling van het CBS vat dus € 6.600 hoger uit, maar is nog steeds € 45,7mld. – € 6,7 mld. of € 39 mld. te laag.

(2) Het besteedbaar inkomen voor de eigen woning bezitter en de huurder is nu vergelijkbaar: beiden betalen nu de woonkosten uit hun besteedbaar inkomen. De huurder strijkt zijn deel van de belastingteruggave op en zal in de toekomst ook minder huur betalen door de daling van de huizenprijzen. Door die daling van de huizenprijzen kan ook de huurtoeslag omlaag en wordt een einde gemaakt aan de sowjet-economie in de woningsector.

§4 Inkomen uit pensioenvermogen

De pensioenpremie [2] is economisch gezien het bruto sparen van inkomen dat de overheid faciliteert door bij uitkering ca 17% minder belasting in te houden. (gemiddeld 35% i.p.v. 52%) en door vrijstelling van vermogensrendementsheffing. Bij uitkering ontvangt de belastingdienst zijn aandeel in de pensioenpot en ontvangt de pensioendeelnemer netto zijn spaargeld terug. Het inkomen voor de pensioendeelnemer is het rendement op zijn netto pensioenvermogen. Dat rendement is vrijgesteld van vermogensrendementsheffing.

De presentatie van het CBS is volstrekt anders: de pensioenuitkering bestaat uit inkomen en belastingen, de pensioenpremie is een last. De belasting wordt gepresenteerd over de uitkering en niet over het inkomen. Het rendement wordt niet als inkomen verantwoord. De belasting over het inkomen (d.i. de gestorte pensioenpremie) gaat als bruto premie de pensioenpot in.

Door pensioenvermogen niet als vermogen op te vatten wordt het vermogen van de burgers en de staat systematisch te laag voorgesteld. In vergelijkingen met het buitenland wordt dit vermogen soms wel onderkend, maar uiteraard weer niet als we het over het Stabiliteits- en Groeipact hebben.

Het effect op het besteedbaar inkomen kan grofweg als volgt worden benaderd:

Tabel 6 Rendement pensioenvermogen

(1) Het pensioenvermogen is inclusief 3e pijler pensioenen, waarvan de omvang grotendeels onbekend is.[6] De schatting is gebaseerd op de bijdrage Pensioenen 2016.

(2) We gaan uit van een rendement op het pensioenvermogen van 5,8% gemiddeld. (zie §6) Het werkelijke rendement fluctueert van jaar tot jaar aanzienlijk zoals we aan tabel 6 kolom rendement alleen pensioenfondsen kunnen zien. Het rendement voor 2014 op basis van de 5,8% bedraagt voor de pensioendeelnemers € 51,2 mld., na aftrek aandeel staat. In werkelijkheid was dat voor 2014 voor de pensioenfondsdeelnemers alleen al 65% van € 175,4 mld. of € 114 mld. Als het FTK ooit weer eens de werkelijkheid reflecteert, ontvangen de deelnemers dat aandeel t.z.t. ook werkelijk.

§5 Aanmerkelijk belang

Het inkomen uit aanmerkelijk belang bepaal je natuurlijk op een grote stappen, gauw thuis methode aan de hand van het uitgekeerde dividend.

De bij elkaar geharkte cijfers voor het aanmerkelijk belang zijn als volgt:

Tabel 7 Aanmerkelijk belang

17_014_125

(1) Het inkomen uit aanmerkelijk is fiscaal gedreven en elke gelijkenis met het werkelijke inkomen berust op zuiver toeval. Alleen het inkomen dat als dividend wordt uitgekeerd wordt door het CBS als inkomen aangemerkt en dat dividend is mede afhankelijk van het belastingtarief van dat jaar. In 2014 ging het tarief weer eens van 25% naar 22% over de eerste € 250.000 om de economie te stimuleren zodat de ondernemer dan meer zou gaan investeren. Een normale ondernemer doet dat echter in zijn B.V. en niet daarbuiten. Nogal wat van die ab-“ondernemers” zijn gewoon vrije beroepers. De partijen gingen ervan uit dat ondernemers door de belastingverlaging bijna € 5 miljard extra zullen uitkeren aan hun aanmerkelijkbelanghouders. Hiermee zou de fiscus dan € 1 miljard aan extra inkomsten ontvangen (maar er toch € 150 mln. (3%) bij inschieten). Die aanname is dus uitgekomen zoals uit de cijfers blijkt. Voor een vergelijking van het fiscal ab-regime met de belasting voor ondernemers zie [13]

(2) Voor normale jaren is het dividend (≠ winst) ca 2,1% van het vermogen en daar komt een beetje ondernemer zijn bed niet vooruit.

(3) “Loon van directeur-grootaandeelhouder die niet verzekerd is voor werknemersverzekeringen. Betreft loon, salaris, tantième, spaarloon van directeuren-grootaandeelhouders die niet verzekerd zijn voor werknemersverzekeringen” (CBS)

De ontwikkeling van het loon van de grootaandeelhouder kan als volgt worden weergegeven [1a]

Tabel 8 Dividend aanmerkelijk belang

(a) Eind 2014 hadden 157.1000 ab-aandeelhouders een AB-vermogen van € 161,8 mld. Als de ontwikkeling in de tijd bekijkt van het aantal ab-aandeelhouders met ab-vermogen, dan fluctueren de aantallen nogal.

(4) Het 10e vermogensdeciel heeft 94,4% van het aanmerkelijk belang vermogen in handen.

§6 Overig vermogen

Tabel 9 Overig vermogen

17_014_130

Ook voor deze posten geldt dat het inkomen fiscaal bepaald is, waarbij vermogensaanwas niet wordt meegenomen. [3] Voor pensioenfondsen was in 2014 de directe opbrengst voor effecten € 27 mld. en de indirecte opbrengst 150,6 mld. Als je dus alleen de directe opbrengt meeneemt zoals het CBS doet dan wordt het inkomen uit effecten voor de huishoudens volstrekt onjuist weergegeven. Voor het aandeel van het 10e vermogensdeciel zie de bijdrage Topvermogens 31-12-2014 (“2015”).

Nu kun je met rendementen door cherry picking van de data bijna alles bewijzen. Toch kunnen we aan de hand van CPB-data nog wel wat verder komen [10]:

Tabel 10 Aansluiting rendement CBS en CPB

(1) De cijfers van het CPB, hoewel gedeeltelijk ontleend aan het CBS wijken weer eens licht af.

(2) De koerswinst cijfers zijn door het CPB over zowel aandelen als obligaties (“niet te splitsen” – sic) als volgt berekend:

“We hebben gekozen voor de MSCI-index, omdat deze een internationaal beeld geeft van de ontwikkeling van aandelen. Uit data van De Nederlandsche Bank blijkt dat een groot deel van het vermogen van Nederlandse huishoudens in het buitenland wordt belegd.” [10]

Nu kunnen wij, net als Wiebes, natuurlijk ook cijfers bij elkaar harken en komen dan op de volgende rendementen (MSCI Wikipedia):

Tabel 11 Rendement grote pensioenfondsen

(1) Het berekende meetkundig rendement voor de periode 2006-2016 laat zich uit de tabel globaal aflezen. Ook de pensioenfondsen beleggen zo’n 86% van hun vermogen in het buitenland.

(2) Bij een rendement van gemiddeld 5,8% leveren de effecten van ca € 112 mld. eind 2012 dus € 6,5 mld. rendement op i.p.v. de € 2,8 mld. van het CBS.

§7 Ondernemingsvermogen

Tabel 12 Onderneminsgvermogen

17_014_135

Het inkomen uit onderneming en het ondernemingsvermogen worden blijkens mededeling van het CBS uit de fiscale aangifte overgepend, met alle gebreken die aan het fiscale winstbegrip verbonden zijn. [8] Het inkomen uit onderneming is inclusief arbeidsinkomen van de ondernemer en de ontwikkeling is als volgt [1a]:

Table 13 Inkomen en vermogen onderneming

(a) Ter vergelijking is ook het aantal ondernemers met ondernemingsvermogen opgenomen. De aantallen wijken nogal af van de aantal huishouden met ondernemingsinkomen. Uit het ABVA-KABO rapport weten we dat de fiscus niet al te scherp controleert op het gerechtigd zijn tot ondernemingsfaciliteiten, maar het verschil is in sommige jaren wel erg groot.

§8 Belastingen

De gesignaleerde verhogingen van het inkomen uit vermogen zullen in het algemeen niet tot hogere belastinginkomsten aanleiding geven om dat het belasting-“stelsel” gatenkaas is en de burger voorlopig niet op belastinghervorming hoeft te rekenen. [8] We kunnen de gegevens uit [1a] als volgt samenvatten:

Tabel 14 belastingen

(1) De pensioenpremie wordt in het traject bruto-inkomen – besteedbaar inkomen afgetrokken. De CBS forfaitaire bijtelling eigen woning (onderdeel primair inkomen – inkomen uit vermogen) van € 13,3 mld. is onbelast en veel te laag.

(2) Bij het bezien van de belastingpercentages moet je gezien het onjuiste inkomen uit vermogen de zoutpot hanteren.

(3) Een belasting op het werkelijk inkomen uit vermogens, onder teruggave van de extra belasting, zal tot een flinke herverdeling van de belastinglast aanleiding geven. Gaan we uit van zo’n 100 mld. meer inkomen dan hebben we het over € grofweg € 30 mld. potentieel extra belasting op een huidige heffing van van ca € 50 mld. De vrijstelling van de heffing van belasting op vermogen moet dan echter wel fors omhoog.

(4) In onze bananenrepubliek zijn onze Staatssecretarissen van Financiën zo incompetent dat ze een splitsing in box 1 en box 3 belastingopbrengst niet kunnen opleveren. [11]

Voor nadere belastingvoorstellen zie [12].

§9 Conclusie

Het door het CBS opgevoerde inkomen uit vermogen (2014: € -4,4 mld.) is uiterst incompleet en daarmee volstrekt misleidend. Het heeft dus nauwelijks zin om de inkomensverdeling en vermogensverdeling per deciel nader te bekijken.

Aan kwantificering van de schaduweconomie doet het CBS, in nauwe samenwerking met het CPB, niet. Voor een indicatie zie de bijdrage De makke van de CBS vermogensstatistiek.

In §3 eigen woning en §4 inkomen pensioenvermogen gaven we een indicatie van de aanpassing op de CBS cijfers die we voor de jaren 2007 – 2014 als volgt grafisch kunnen weergeven:

Hiermee hebben we al een substantieel deel van de totale aanpassing te pakken. De vrijstelling van vermogensrendementsheffing mag er ook wezen.

In de inleiding gaven we op basis van Wiebes zijn 5,5% rendement een zeer ruwe schatting van het totale inkomen uit vermogen van € 111 mld., zonder ondernemingsinkomen en ab-inkomen. Als we die schatting wat verfijnen voor zover dat met het cijfermateriaal mogelijk is komen we op:

Tabel 15 Schatting werkelijk rendement vermogen

(1) We gaan uit van het gemiddelde vermogen 2013/2014 en de MSCI-index 2006-2016.

(2) We komen dan uit op een bruto-inkomen van 130 mld. versus een CBS cijfer van 24,5 (eerder CBS € -4,4 mld. + CBS ondernemersinkomen 2014 € 28,9 – overig inclusief arbeidsinkomen). Dat is dus € 106 mld. hoger dan het CBS meeneemt.

(3) Delen van dit additionele inkomen zijn niet besteedbaar omdat het inkomen gespaard wordt en niet voor consumptie beschikbaar is. Maar wat de één zo spaart moet de ander uit zijn besteedbaar inkomen onttrekken om een zelfde oudedagsvoorziening op te bouwen.

(4) Als in de kabinetsformatie wat geld wordt uitgetrokken voor betere CBS-statistieken weten we eindelijk waar we het over moeten hebben. Wedden dat daar met de op handen zijnde coalitie niets terecht komt? Het zou anders zo maar tot een forse belastinghervorming kunnen leiden. [12]

_______________

Laatst bijgewerkt 12 april 2017

[1] Bronnen

[1a] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70991ned&D1=2&D2=30-43,58,103-105&D3=0,123-124&D4=a&HDR=G3,T,G2&STB=G1&VW=T

[1b] http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=81702NED&LA=NL

]1c] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70991ned&D1=2&D2=16-125&D3=0,123-124&D4=l&HDR=G3,T,G2&STB=G1&VW=T

[1d] Statistieken pensioenfondsen DNB

[1d1] Staat baten en lasten https://www.dnb.nl/binaries/t8.4ny_tcm46-330819.xls?2017022815

[1d2] Balans https://www.dnb.nl/binaries/t8.1nk_tcm46-330813.xls?2017022815

[1d3] Vermogen huishoudens http://www.dnb.nl/binaries/t11.1nk_tcm46-330565.xls?2017022815

[2] Definities

[2a] Het bruto-inkomen bestaat uit het primair inkomen (inkomen uit arbeid, onderneming en vermogen) verhoogd met

-uitkeringen inkomensverzekering voor werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, pensioen en nabestaandenpensioen. Dit zijn uitkeringen zoals uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW/nWW), de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Algemene Ouderdomswet (AOW), uitkeringen sociale voorziening zoals de algemene bijstandsuitkering, (Abw, vanaf 2004 WWB), gebonden overdrachten voor wonen en studie zoals huursubsidie (vanaf 2006 huurtoeslag) en tegemoetkoming studiekosten, en -ontvangen inkomensoverdrachten zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e). Het weergegeven bedrag is inclusief de bijdragen van werknemers, werkgevers, uitkeringsontvangers en uitkeringsinstanties in de premies voor de sociale verzekeringen.

[2b] Pensioenen

“(Aanvullende) pensioenen en lijfrenten. Omvat ook pensioenuitkeringen die vanuit het buitenland betaald zijn. Een onderscheid tussen pensioenuitkeringen uit sociale en particuliere verzekeringen kan op grond van de gehanteerde bronnen niet aangebracht worden. Het oorlogs- en verzetspensioen is opgenomen onder uitkering sociale voorziening.” [1a]

[3] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2016/09/30/bijlage-1-antwoorden-kamervragen-miljoenennota-2017/bijlage-1-antwoorden-kamervragen-miljoenennota-2017.pdf

Vraag 14
In hoeverre wordt inkomen uit vermogen gemeten in Nederland?

Antwoord op vraag 14
Verschillende inkomens uit vermogens worden gemeten. Inkomen uit vermogen is gebaseerd op verschillende bronnen, afhankelijk van het soort vermogen gaat het om:
♦ Rente op banktegoeden en inkomsten uit obligaties worden door financiële instellingen verstrekt aan de Belastingdienst.

♦ Dividend uit aanmerkelijk belang wordt opgegeven in de aangifte inkomstenbelasting. {de commerciële winst, met aansluiting commercieel/fiscaal vermogen wordt ook opgegeven, maar daar doet het CBS niets mee, net zo als het pensioenvermogen in eigen beheer}

♦ Overige dividenden worden door financiële instellingen verstrekt aan de Belastingdienst. Daarnaast wordt dividend gedeeltelijk herleid uit de opgegeven ingehouden dividendbelasting in de aangifte inkomstenbelasting.

♦ Inkomsten uit de eigen woning zijn de toegerekende huuropbrengst van de eigen woning. Deze economische huurwaarde is een raming van het bedrag dat de woning bij verhuur zou hebben opgeleverd, gebaseerd op de waargenomen WOZ-waarde. Periodieke betalingen voor erfpacht en dergelijke (opgave in inkomstenbelasting) zijn in mindering gebracht. { kan het CBS aan de minister voor volkshuisvesting doorgeven dat de economische huurwaarde maar ca 1,3%-1,1% van de WOZ-waarde bedraagt. Dat bedrag is veel te laag [5]} 

♦ Van de inkomsten uit overig onroerend goed worden inkomsten uit tijdelijke verhuur van de eigen woning waargenomen [als hij opgegeven wordt} in de aangifte inkomstenbelasting. In de statistiek wordt dit ten dienste van de volgtijdelijke vergelijkbaarheid aangevuld met een schatting van overige inkomsten op basis van waardegegevens in box 3 van de inkomstenbelasting.

♦ Inkomsten uit overige bezittingen bestaan uit inkomsten uit buitenlandse beleggingen (waarneming inkomstenbelasting), winst uit medegerechtigdheid (waarneming inkomstenbelasting). In de statistiek wordt dit ten dienste van de volgtijdelijke vergelijkbaarheid aangevuld met een schatting van overige inkomsten op basis van waardegegevens in box 3 van de inkomstenbelasting.  Betaalde hypotheekrente wordt waargenomen in de aangifte inkomstenbelasting.

♦ Betaalde rente op overige schulden wordt geïmputeerd op basis van historische gegevens. In de zeer nabije toekomst wordt betaalde rente gebaseerd op nieuwe actuele waarneming: rente op studieschulden op basis van gegevens van de DUO, rente op leenproducten en roodstand op bankrekeningen op basis van gegevens van financiële instellingen die aan de Belastingdienst worden verstrekt. Betaalde rente bij kopen op afbetaling of via kredietkaarten wordt niet waargenomen.

♦ Waardeveranderingen van vermogenscomponenten worden niet tot het inkomensbegrip gerekend.

[4] http://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Achtergronddocument-30juni2016-Politiek-economische-analyse-van-groei-en-beperking-hypotheekrenteaftrek.pdf

[5a] http://www.asre.nl/media/pdf/ASRE-research-paper2015-02-vermindering-fiscaliteit-bestaande-koopwoningen.pdf

[5b] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2010/04/01/4-wonen/4-wonen.pdf

[6] Zo moest staatssecretaris Wiebes het recent bij de behandeling van pensioenen in eigen beheer doen met € 73 mld. commercieel pensioenvermogen in eigen beheer voor 2009. Recentere cijfers, toen er weer eens belastinggeld moest worden weggegeven aan zijn clientèle, waren niet aanwezig op Financiën het gaat tenslotte maar om de postzegelkas en waarom zou je de ontwikkeling ook volgen?

https://www.rijksoverheid.nl/regering/inhoud/bewindspersonen/eric-wiebes/documenten/brieven/2016/10/25/nota-naar-aanleiding-van-het-verslag

[7] Forfaitair rendement :=banken 1,63% * 287,1 + rest 5,39% * 1.974,9 = € 111,1 mld.

[8] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

[9] Marike Knoef, Jim Been, Koen Caminada, Kees Goudswaard en Jason Rhuggenaath, “De toereikendheid van pensioenopbouw na de crisis en pensioenhervormingen”,

https://www.netspar.nl/publicatie/toereikendheid-pensioenopbouw-crisis-en-pensioenhervormingen/

Deze studie gaat wat al te gemakkelijk over de waarderingsproblematiek van de diverse vermogenscomponenten heen en ook over het verschil huur/eigen woning wordt wat al te gemakkelijk heengelopen. Bij de hoge inkomens/vermogens zal veelal sprake zijn van een waarderingssurplus op hun vermogen en een hoger rendement dat hoger ligt dan 1% reëel.

Als het CPB zijn werk deed had het de 4,5% van de WOZ-waarde voor marktconfome huur allang eens geactualiseerd. Maar ja, in de houdbaarheidssaldo sommetjes wordt ook nog steeds met 3% reëel en 2% inflatie gerekend. (v.a. 2010) Zie ook [9] nlz 140-145.

[9] SCP, “Voorzieningen verdeeld”, https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2017/Voorzieningen_verdeeld

In welke mate de 1,5% – 2% jaarlijkse stijging van de WOZ-waarde in de berekening zit, is dan nog de vraag. De berekening start met een ratio brutomarkthuur/WOZ-waarde van 5,6%. [blz. 143]

Ook hier duikt de CPB-formule € 6.000 euro, plus 1,9% van de WOZ-waarde op, maar tegelijk wordt aangegeven dat de markt door allerlei susbsidieregelingen zo verstoord is dat je er eigenlijk geen peil op kan trekken.

[10] https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-achtergronddocument-16mrt2015-het-financieel-vermogen-box3-verdeling-en-belasting.pdf

[11] VRH box 3

Antwoorden op Kamervragen miljoennota 2015 internet bijlagen – vraag 3 internetbijlagen – tweede reeks antwoorden,

http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/09/22/antwoorden-op-kamervragen-miljoenennota-2015/antwoorden-op-kamervragen-miljoenennota-2015.pdf

Waarom zijn de opbrengsten van box 2 en box 3 van de inkomstenbelasting niet opgenomen in tabellen 11.2.1 en 11.2.2? Bent u bereid deze voortaan in de internetbijlagen bij de Miljoenennota op te nemen?

De nadruk bij de Belastingdienst ligt bij het correct vastleggen van de te betalen belasting zoals volgt uit de aanslagen respectievelijk aangifte en de juistheid van de maandelijkse kasontvangsten. Deze kasontvangsten worden op het niveau van de individuele belastingsoort vastgelegd. Toedeling naar onderdelen zoals box 2 en box 3 zou alleen met enige vertraging uit de aangiften kunnen worden geschat. Complicerende factoren hierbij zijn onder andere de van elkaar afwijkende ontvangstpatronen van de diverse onderdelen en de onderlinge samenhang, zoals bijvoorbeeld de persoonsgebonden aftrek. In tegenstelling tot de totale kasontvangsten per belastingsoort betreft een toedeling naar onderliggende onderdelen altijd een schatting . Op dit moment kunnen deze schattingen tot en met het jaar 2011 worden gemaakt, zoals de antwoorden op de vragen 5, 6 en 7 bij de Internetbijlage laat zien. Opname in de reguliere verantwoording van ramingen en realisaties van box 2 en box 3 is derhalve niet mogelijk.”

Zoals IT’ers op Justitie best een bonnetje kunnen vinden als ze daarom gevraagd worden, kunnen de IT’ers bij de belastingdienst fluitend een downloadje opleveren van het totale aangegeven vermogen in box 3 en de vrijstelling. We moeten dus aannemen dat de staatssecretaris daar gewoon te belazerd voor was en de Tweede Kamer hem daarmee liet wegkomen. Het gaat natuurlijk om de brutobedragen. Sinds 2001 is de toerekening van de kortingen toch niet meer te maken.

[12] C.A. de Kam en C.L.J. Caminada, “Belastingen als instrument voor inkomenspolitiek”, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

Jacobs, Bas (2015), “Belastingen op Kapitaalinkomen in Nederland”, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 47, (1), 24-48, http://people.few.eur.nl/bjacobs/

vergelijk met een eerder epistel: l http://people.few.eur.nl/bjacobs/studiecommissie_belastingstelsel_finaal.pdf

en recenter Koen Caminada, http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-tragiek-van-gefaalde-ambities-en-gemiste-kansen-rond-belastinghervorming

(13) https://www.eerstekamer.nl/id/vi6tfkqhz4hw/document_extern/notitiefindga/f=/vi6tfl3vqahi.doc

[14] Bram van Dijk, Daan van der Linde, “Inkomensongelijkheid in Nederland: van een mug een olifant maken“, 

https://esb.nu/esb/20025695/inkomensongelijkheid-in-nederland-van-een-mug-een-olifant-maken

Ook is het gemak waarmee de inkomensverdeling in de VS losjes vergeleken wordt met de CBS-cijfers tenenkrommend. Ongetwijfeld heeft het cijfermateriaal van de VS weer andere makke waar je alleen achter komt als je het cijfermateriaal diepgaand analyseert. ESB moet kennelijk opgeleukt worden.

Advertenties

From → 0. Permanent

One Comment
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    Tja het vermogen van de Nederlandse huishoudens.
    Box 3 geeft een veel te zwart beeld van het vermogen, ook de minder-vermogenden mogen nog heel wat buiten box 3 houden. De goederen die zijn verzekerd op de inboedel-polis en de eigen automobiel.
    —————–
    Een aantal bezittingen zijn vrijgesteld in box 3. Dit betekent dat u deze bezittingen niet opgeeft in box 3.

    Vrijgestelde bezittingen zijn:
    •landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet 1928
    De gebouwde eigendommen op deze landgoederen moet u wel aangeven in box 3.
    •bossen
    •natuurterreinen
    •voorwerpen van kunst en wetenschap, behalve als u deze vooral als belegging hebt
    •bepaalde vorderingen op basis van een erfenis
    •sommige kapitaalverzekeringen
    •roerende zaken voor eigen gebruik of voor gebruik binnen het gezin
    Bijvoorbeeld uw eigen auto of de inboedel van uw woning.
    •het gespaarde bedrag van uw levensloopregeling

    https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/vermogen_en_aanmerkelijk_belang/vermogen/wat_zijn_uw_bezittingen_en_schulden/uw_bezittingen/welke_bezittingen_geeft_u_niet_aan_in_box_3/welke_bezittingen_zijn_vrijgesteld

    ——————-

    Zo is de struisvogel wat eerder klaar met zijn kop in het zand steken.
    Wat niet telt bestaat niet.

    En de pensioenvermogens, tja die zijn buiten-categorie.
    Wel de lasten niet de lusten.

    De keiharde tegenstelling tussen Calvijn en Rome.

    De vrede in 1648 bepaalt nog steeds onze staatkundige grondhouding.

    Pikzwart.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: