Skip to content

Het “vrije zicht” van Martin Sommer

5 maart 2017

______________________________________________

Zaterdag was het weer eens raak in de Volkskrant. Martin Sommer, mocht in zijn rubriek Vrij zicht, weer zijn ei leggen. [1] Dit keer over het Herverdelingsmechanisme naar aanleiding van het SCP rapport Profijt van de overheid. [2]

Nu zou je natuurlijk allereerst kunnen opmerken dat er niet zoveel herverdelingsmechanismes nodig zouden zijn als de primaire inkomens wat gelijkmatiger verdeeld waren en als de staat eens belasting ging heffen volgens een wat intelligenter belastingsysteem. Maar die opmerking mis ik in het artikel. [3]

In deze bijdrage behandelen we aantal onderwerpen uit het artikel.

______________________________________________

(1) Vermogensverdeling

De eerste stelling luidt:

Als we de miljonairs er aftrekken valt het met de vermogensverdeling beslist mee. Nederland is niet het Piketty-land van Jesse Klaver. Ook jammer voor de VVD, want na jaren liberaal bewind is radicale gelijkheid nog altijd Nederlands geestesmerk.

Als je het over eeuwen i.p.v. jaren liberaal beleid hebt, kan ik wel met Sommer meevoelen. Of de vermogensverdeling na aftrek van de miljonairs beslist meevalt kan de lezer aan de hand van onderstaande grafiek zelf beoordelen [3]:

17_016_100

(1) Het verschil in- of exclusief miljonairs is verwaarloosbaar. Het 10e vermogensdeciel heeft zonder eigen woning en zonder miljonairs nog steeds 50% van het vermogen in handen. Voor het 9e vermogensdeciel is dat 12,5 % van het vermogen en het 8e deciel haalt zijn fair share niet eens (9,1%). Pas na het 5e vermogensdeciel begint de vermogensvorming.

(2) Overigens is de kwaliteit van de CBS-vermogensstatistiek dusdanig bedroevend dat over de vermogensverdeling nauwelijks een zinnige conclusie valt te trekken anders dat dat zij fors scheef is. [4]

Dat Klaver misschien toch een tikkeltje gelijk heeft en Sommer in het geheel niet blijkt ook uit de volgende tabel:

17_016_101

(2) Zorgkosten

In Nederland kennen we een Sovjet-economie voor de woningmarkt en voor de zorg. Beide systemen zijn producten van de eerder genoemde liberale economie. De eerste betreft de HRA, die als hij niet bestond volgens de VVD moest worden uitgevonden, de tweede de zogenaamde marktwerking in de zorg die er voor gezorgd heeft dat een ieder nu in een soort ziekenfonds zit, terwijl ik zelf toch sinds 1970 nog steeds bij dezelfde zorgverzekering zit en met vergelijkbare wachtlijsten te maken heb.

Zorgkosten in het artikel:

{a} ” De inkomensafhankelijk premie kan flink oplopen, maar die zien we niet omdat de werkgever de rekening betaalt.”

{b} ” De zorgpremie wordt aan de onderkant grotendeels gecompenseerd door de zorgtoeslag”

{c} “Inmiddels heeft 80% van de gemeenten een potje om het eigen risico voor kwetsbare groepen als bejaarden en gehandicapten te betalen”

Ad {2a} Zoals bekend mag worden verondersteld worden alle sociale lasten van de werkgever betaald door de werknemer.  Die kosten zijn namelijk gewoon onderdeel van de loonruimte en onderdeel van de loononderhandelingen.

Ad {2b} Aangezien de hoogte van de zorgtoeslag afhankelijk is van het verzamelinkomen helpen de HRA, de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling ook bij het omhoog krikken van de zorgtoeslag. Het 10e inkomensdeciel ontvangt om onbegrijpelijke redenen nog steeds € 197 mln zorgtoeslag in 2014.

Ad (2c} Als je er voor zorgt dat de sociale voorzieningen te laag worden vastgesteld, moet je niet zeuren dat een ingewikkelde omwegproductie, met per gemeente verschillende regelingen, in de vorm van reparatiemaatregelen nodig is. Het eigen risico dient als “remgeld” en is dus een honorabele overweging om de patiënt bewust te maken van zijn kolossale zorgkosten. De beter gesitueerde leest de Volkskrant en heeft dat bewustzijnsproces dan ook niet nodig, in het ongunstigste geval is die € 385 slechts een etentje met wat vrienden.

(3) De bovenste 10% betaalt de helft van de inkomstenbelasting en 26% van de AOW. 

(1) Ik citeer:

“De inkomstenbelasting – zonder inbegrip van aow-premies en premies in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (awbz), die we verrekenen als onderdeel van de gezondheidszorg –, is zeer scheef verdeeld: circa 50% hiervan wordt afgedragen door het tiende deciel van de primaire- en secundaire-inkomensverdeling. Dit is uiteraard het gevolg van de schijfstructuur in de inkomstenbelasting en wordt nog versterkt door het feit dat de uitsluiting van eerdergenoemde premies het verschil tussen het tweede- en derde-schijftarief sterk uitvergroot. Tegenover deze scheve verdeling van de inkomstenbelasting staan de aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek en de giftenaftrek, waarvan het profijt voor het grootste deel eveneens in de hogere inkomensdecielen belandt. Deze verdeling is echter beduidend minder scheef dan die van de inkomstenbelasting en betreft slechts een fractie van het totale bedrag dat aan belasting afgedragen wordt.”  [2, blz 12]

Uiteraard zijn we er dan nog niet want al deze cijfers zijn gebaseerd op het fiscale inkomensbegrip dat voor de hoge inkomens onder de ondernemers een “glijbaan naar de belastingvrijdom” vormt. [3]

(2) Het is knap dat Somers kan vertellen hoeveel AOW-premie we betalen omdat het sinds 2001 helemaal niet mogelijk is om te bepalen hoeveel AOW-premie we feitelijk betalen. De staat pikt eerst een substantieel deel van die premie volksverzekeringen in en geeft dat door in de vorm van kortingen door om vervolgens de “tekorten” in de “te lage” AOW-premieinkomsten te “suppleren”.

(4) Of de alles overheersende inkomenspolitiek gerechtvaardigd is

Die vraag heeft volgens Sommer in navolging van het SCP vooral betrekking op de middeninkomens (5e, 6e en 7e inkomensdeciel). Het gaat dan met name om zorglast, wonen (geen huurtoeslag, geen eigen woning HRA met vrijstelling vermogensrendmentsheffing), en kosten onderwijs kinderen. Ik citeer nogmaals het SCP:

“Wanneer we de secundaire middeninkomens bezien, is het uiteindelijk de vraag of het erg is dat deze groep in de tertiaire sfeer minder profijt van de overheid heeft. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van het gezichtspunt dat we innemen en van de sector die we bespreken. Zo speelt het rechtvaardigheidsmotief een belangrijke rol op de woningmarkt: huishoudens met een laag inkomen zouden zonder overheidsingrijpen een beperkte toegang tot de woningmarkt genieten, hetgeen overheidsingrijpen wenselijk maakt. Vanuit dit motief gezien is het niet vreemd dat lage inkomens relatief gezien meer profijt hebben van wonen dan lage middeninkomens, maar natuurlijk wel dat hoge inkomens relatief gezien meer profijt hebben. Simpel gesteld betekent dit immers dat lage middeninkomens per eenheid woongenot meer betalen dan hoge inkomens, wat vanuit een rechtvaardigheidsmotief moeilijk te verantwoorden is. Echter, dat de positie van de middengroep op de woningmarkt aandacht van het beleid verdient, betekent echter niet automatisch dat de middengroep zelf haar positie op de woningmarkt als problematisch ervaart. Hier kunnen we, bij gebrek aan gegevens, geen empirische uitspraken over doen.”

Over de laatste opmerking zou ik willen zeggen dat op basis van een eenvoudig rekensommetje toch wel een empirische uitspraak te doen is. De overheid hoeft niet voor de middeninkomens nog eens sinterklaas te gaan spelen, voldoende is dat de hoge inkomens de privileges (de geluksmachine van de hoogste klasse) wordt ontnomen en dat geld als belastingverlaging aan een ieder wordt doorgegeven.  De opsomming in VI privileges uit het afscheidsoratie van Rijkers is daarbij nog steeds actueel. [3]

Voor het overige geldt dat hoge inkomens relatief gezien meer profijt hebben vooral is gelegen in ons belastingstelsel dat hoge inkomens onevenredig bevoordeeld, met name op het gebied van ondernemers- en aanmerkelijk belang inkomen en inkomen uit vermogen. [3] Inkomen dat niet in de statistieken wordt verantwoord en dus ook niet in de belastingdruk tot uitdrukking komt.

(5) Studiekosten

Het profijt van het onderwijs slaat niet noodzakelijkerwijs neer “bij de betere verdieners” [2] maar ook bij de maatschappij. Je zou, ik geef toe het vereist voor sommige economen wel erg veel fantasie, zo maar met een heel goede opleiding een baan kunnen kiezen die niet direct het grote geld binnen brengt. Bij een echte verzorgingsmaatschappij die niet vergeven is van het profijtbeginsel hoort het onderwijs gratis te zijn. Dit zorgt ook voor draagvlak van die verzorgingsstaat en maakt dat de burgers geen ja-knikkers worden om de studieschuld en niet te vergeten de hypotheekschuld te kunnen aflossen. (Het zorgt natuurlijk wel voor een stabiel kiezersbestand en dat is nooit weg, met een leugentje om bestwil voor en van de gekozene)

Het SCP bakt ze met dit citaat wel erg bruin:

“Met betrekking tot onderwijs is de problematiek voor het beleid minder eenduidig. Aan de ene kant kan het feit dat middeninkomens oververtegenwoordigd zijn in het middelbaar onderwijs en ondervertegenwoordigd in het hoger onderwijs, leiden tot een minder mondige, minder participerende en minder gezonde bevolking (zie hoofdstuk 6). Aan de andere kant is het maar de vraag of de arbeidsmarkt gebaat zou zijn bij een grote groei van het aantal hoogopgeleide arbeidskrachten ten koste van de middelbare beroepsbevolking. Daarnaast is het bij onderwijs natuurlijk de vraag waarom de middengroep ondervertegenwoordigd is. Als dit het gevolg is van persoonlijke voorkeuren of vaardigheden, moet nog maar bezien worden of dit een probleem is waar de overheid iets aan kan of zou moeten doen. Echter, als de beperkte deelname het gevolg is van financiële beperkingen, is er mogelijk wel een rol voor de overheid weggelegd. Nader onderzoek zou dit uit moeten wijzen.”

Sommers wijst dan ook terecht op het gevoel van onrecht over de toegankelijkheid van het onderwijs voor de middengroepen en het is veelzeggend dat we dit antwoord niet kennen en wel een studiefinanciering in het leven roepen.

___________

Laatst bijgewerkt 4 maart 2017

[1]Martin Sommer, “Herverdelingsmachine – Roemer hoor je nooit over de enorme overdrachten in de zorg”, VK 3-3-2017.

[2] SCP, “Voorzieningen verdeeld”, https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2017/Voorzieningen_verdeeld

[3] Bijdragen en literatuur

[3a] Belasting op kapitaalinkomen volgens Jacobs

[3b] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

[3c] Koen Caminada, “De tragiek van gefaalde ambities en gemiste kansen rond belastinghervorming”, Me Judice, 23 september 2015., http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-tragiek-van-gefaalde-ambities-en-gemiste-kansen-rond-belastinghervorming

[4] Zie de volgende bijdragen en literatuur

(4a) Inkomen uit vermogen als onderdeel besteedbaar inkomen

(4b) Topvermogens 31-12-2014 “2015”

[4c] De makke van de CBS-vermogensstatistiek

[4d] Wiemer Salverda, “Vermogensongelijkheid op recordhoogte”, Me Judice, 13 april 2015. http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogensongelijkheid-op-recordhoogte

[4e] http://www.wbs.nl/system/files/wiemer_salverda_-_de_cijfers_ongelijkheid_ook_in_nederland.pdf

 

Advertenties

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: