Skip to content

VRH op basis van werkelijk rendement?

20 februari 2017

______________________________________________________

Ons is min of meer toegezegd dat we op termijn (2020) een vermogensrendementsheffing (“VRH”) zouden krijgen op basis van het werkelijk behaalde rendement.[2] Het Nederlandse volk is immers de afgelopen jaren, voor zover zij het vermogen in spaargeld aanhielden, flink bestolen door de opeenvolgende kabinetten door aan een 4% forfaitair rendement vast te houden. Voor het verloop van de spaarrente zie b.v. [6].

De Nederlandse banken kunnen fluitend het rendement op de beleggingsportefeuille opleveren, de private banking afdeling van de bank zou met onmiddellijke ingang de tent kunnen sluiten als ze dat niet zouden kunnen. Hopelijk zijn de ambtenaren bij de belastingdienst die zich met dit onderwerp ledig hielden inmiddels dankzij de voortreffelijk afvloeiingsregeling opgestapt zodat de belastingdienst dit onderwerp eindelijk voortvarend ter hand kan nemen.

Het CPB is bij zijn doorrekening van de verkiezingsprogramma’s nogal losjes omgesprongen met de overgang naar een min of meer reëel rendement. Uiteraard kost dat de fiscus die bij de nieuwe VRH nogal naar zich heeft toegerekend geld (“budgettair neutraal”). In de CPB-doorrekening vind je daarvan niets terug.

We zullen de voorstellen even op individuele basis doorrekenen voor zover dat mogelijk is. We gebruiken daarbij een gestileerde casus van een wat ruim uitgevallen vermogen van een pensionado die geen pensioenregeling heeft en die zich ook niet heeft laten uitbenen door de financiële maffia. Zijn inkomen bestaat dus uit een inkomen uit vermogen met daarnaast uitsluitend AOW.

______________________________________________________

§1 VRH 2016

Met een vermogen van € 2.045.555 en een inflatie van 0,3% wordt het effectieve belastingtarief 25,5%:

17_012_100

(1) We gaan uit van een werkelijk gemiddeld rendement van 4,89% volgens de 2017 forfaitaire rendementen – zie §2 voor dit vermogen. De veronderstellingen die aan dat rendement ten grondslag liggen zijn gebaseerd op cherry picking exercise van het Ministerie van Financiën.

(2) Het CPB heeft in een eerdere publicatie wat alternatieven aangedragen voor de huidige VRH . [4] Volgens de optimale belastingtheorie komt Jacobs op een percentage van maximaal ca 35% op het vermogen.

(3) Historisch was 4% rendement ten tijde van de introductie van de VRH een rendementspercentage dat je moeiteloos haalde, de inflatie was in 2002 ca 3,3%. (2001 zelfs 4,15%) De compensatie voor inflatie zat volgens de fiscalisten van Financiën, die meestal niet zo goed kunnen rekenen, verdisconteerd in het belastingpercentage van 30%. In 2001 was het effectieve belastingtarief echter 149%, om over 2001 maar helemaal te zwijgen. [5]

(5) Een systeem dat enige consistentie zou hebben binnen ons belastingstelsel zou als volgt kunnen luiden:

(a) De vermogensaanwas in enig jaar, gecorrigeerd voor inflatie, wordt toegevoegd aan box 1 inkomen en overeenkomstig belast. De vrijstelling in box 1 zijn van toepassing en worden overeenkomstig fiscaal neutraal aangepast.

(b) De vermogensaanwas wordt bepaald op basis van werkelijk behaald rendement (gerealiseerd + ongerealiseerd) De relatiebeheerders bij de bank kunnen Wiebes uitleggen hoe dat werkt. Ik ben bang dat dit voor Rutte een brug te ver is, maar misschien kan maatje Jort hem daarbij helpen.

(c(i)) Vermogenscomponenten waarvoor de financiële gegevens door de banken kunnen worden opgeleverd geldt (b)

(c (ii)) Voor overige componenten geldt een forfaitair rendement. Dat forfaitair rendement wordt verrekend bij vervreemding van de vermogenscomponent. Dit vereist enige administratie en transitie bij invoering.

(d) De progressie wordt op deze wijze voor het hele box 1 en box 3 inkomen toegepast. Box 2 is een verhaal apart. [3]

(e) Als De Jager, Weekers en Wiebes niet al te lamlendig waren geweest hadden ze (3a) en een deel van (3b) allang kunnen invoeren maar dat paste niet binnen het clientèlisme van die partijen. De kleine vermogens die bijna uitsluitend spaarrekeningen en een kleine effectenportefeuilles aanhielden moesten daarvoor jaren bloeden, zoals uit onderstaande grafiek met effectieve belastingpercentages gegeven een behaald rendement blijkt:

17_012_105

Die 30% is dus een uiterst misleidend percentage om roof te verhullen. (voor 2% en 1% heb ik maar geen grafiek gemaakt want dan wordt de rest onleesbaar.

(f) Bovenstaande aanpak is volstrekt in strijd met de optimale belastingtheorie , optimaal slaat in dit geval op theorie, die stelt dat inkomen uit kapitaal lager moet worden belast dan inkomen uit arbeid o.a. i.v.m. kapitaalvlucht. Als de Nederlandse werknemers wat mobieler waren, zou de Nederlandse belasting op arbeid ook niet zo hoog zijn. Volgens diezelfde wankele theorie had echter al het kapitaal Nederland, gezien de grafiek, allang hebben moeten verlaten. Dat geldt natuurlijk niet voor het pensioenvermogen dat vrijgesteld is van VRH en toch al voor meer dan 50% in het buitenland wordt belegd, en dat alleen door die belachelijke rekenrente van het FTK voor grote groepen pensioendeelnemers zo slecht rendeert.

§2 De 2017 VRH

In 2017 is de VRH systematiek aangepast door voor vermogensintervallen van een beleggingsmix uit te gaan en daarover een benaderd fictief rendement te berekenen.

Het tarief voor 2017 luidt als volgt:

17_012_110

Belastingdienst:

Het percentage van 1,63% is berekend door het gemiddelde te nemen van het landelijke rendement op spaargeld over 5 jaar. Het percentage van 5,39% is berekend door het gemiddelde landelijke lange termijn rendement te nemen op aandelen, obligaties en onroerende zaken over 15 jaar.

De keuze van de jaren is dusdanig dat de uitkomst goed uitkomt voor de schatkist. (financial engineering met een spreadsheetje). Als de rente stijgt zal de fiscus de berekeningswijze wel weer aanpassen. (win-win)

De werkelijke verdeling van de vermogens voor zover relevant voor de VRH is 1/1/2015 als volgt:

(click op de tabel of Ctrl+ om te vergroten)

17_012_115

Terloops: Aan de hand van bovenstaande tabel kunt u zien dat de studieschuld fors oploopt, met dank aan VVD, PvdA, D66 en GroenLinks. Een uitstekende ontwikkeling die de acceptatie van onze verzorgingsstaat op termijn nog verder ondergraaft.

Aan de hand van bovenstaande tabel kun je zien wie er met name met de aanname van de forfaitaire rendementen gepakt worden.

In de casus gaan we uit van een inkomen uit vermogen van € 100.000. Als je het door de belastingdienst berekende forfaitaire rendement maakt, moet je een vermogen van € 2.045.555 bezitten, Met 1,7% inflatie wordt het netto reëel rendement als volgt:

17_012_120

Het verschil met de VRH 2016 is als volgt:

17_012_1250

§3 Voorstellen politieke partijen inzake VRH

We zullen nu voor een aantal politieke partijen de voorstellen aan de hand van de gegevens in §2 uitwerken. We beginnen met de voorstellen van partijen die de welgestelden goed gezind zijn. Partijen wier programma niet meer dan de omvang van een postzegel heeft of die minder dan 10 zetels lijken te halen slaan we over.

De resultaten kunnen als volgt worden samengevat:

17_012_129

3.1. VVD

Het voorstel in het verkiezingsprogramma luidt:

“Ook de belasting op spaargeld en erfenissen moet omlaag. Voor jouw spaargeld heb je hard gewerkt en over het geld dat je op je spaarrekening kan zetten, heb je ook al belasting betaald. Tegelijkertijd is de huidige rente erg laag, terwijl de overheid nog steeds uitgaat van fictieve rendementen die al lang niet meer worden behaald. Daarom moet de vermogensrendementsheffing worden verlaagd. In een nieuw belastingstelsel moet deze belasting bovendien gericht zijn op de rente die je daadwerkelijk hebt ontvangen (reëel rendement), in plaats van de fictieve rente die de overheid denkt dat je hebt ontvangen (forfaitair rendement). Hiermee wordt ook recht gedaan aan de uitspraak van de Hoge Raad over de huidige vermogensrendementsheffing (blz. 99)”

Een redelijk warrig verhaal, dat slechts voor een deel van de bevolking opgaat.  Over effecten, aandelen en de tweede (vakantie)-woning, zo belangrijk voor het hogere segment in de VVD-achterban, wordt met geen woord gerept. Over box 2 zullen we maar helemaal zwijgen. De door mij rood gemarkeerde passage is aantoonbaar onjuist gegeven ons belastingstelsel. [3] De VVD zou toch, als geen ander, moeten weten hoe het vermogen en het inkomen uit dat vermogen is samengesteld.

In de CPB doorrekening wordt de vrijstelling opgehoogd naar € 35.000. Van de rest van de tekst vindt u daar verder niets terug. Het effect is een verlaging van de VRH in 2021 met € 323. (20.0005,39%30%). (De vrijstelling gaat altijd tegen het hoogste percentage VRH.)

17_012_130

3.2. D66

Het voorstel in het verkiezingsprogramma luidt:

“D66 wil naar een vermogensrendementsheffing die aansluit bij de werkelijke rendementen, waarbij kleine spaarders meer worden ontzien en van vermogenden juist iets extra wordt gevraagd. “

De uitwerking in de CPB-doorrekening is als volgt:

“D66 verhoogt het heffingsvrije vermogen naar 35.000 euro. In 2021, als D66 een variant op de vermogensaanwasbelasting introduceert, vertaalt deze verhoging zich in een hogere heffingsvrije voet. In de variant op de vermogensaanwasbelasting van D66 worden voor de berekening van de vermogensaanwas uit aandelen en obligaties niet de werkelijke, maar de forfaitaire rendementen uit de huidige vermogensrendementsheffing gebruikt. Voor de berekening van de aanwas uit overige vermogensbestanddelen (voornamelijk bank- en spaartegoeden) wordt wel het werkelijk rendement gebruikt. Tezamen resulteren deze wijzigingen in box 3 in een lastenverlichting van 0,2 mld euro in 2021. Structureel is er sprake van een lastenverlichting van 0,3 mld euro. (D66_259)”

Er is dus sprake van een hybride systeem, waarbij aandelen en effecten forfaitair wordt bepaald (dat geldt waarschijnlijk ook voor het onroerend goed en de overige activa). [1] Zelfs Wiebes kon al het werkelijk rendement op effecten bepalen.[2]

Het effect is een verlaging van de VRH met € 323. (20.0005,39%30%). De overige effecten laten zich door mij niet kwalificeren. Het CPB komt op een lagere belasting door voor banken met de echte rendementen te rekenen: goed om in de aangifte rekening mee te houden ( zie ook noot[5]).

17_012_135

3.3. CDA

“Mensen die wel sparen krijgen van de belastingdienst een aanslag gebaseerd op een fictief rendement dat hoger is dan een bank op dit moment uitkeert. Dat klopt niet. We gaan daarom het reële rendement belasten. Daarop vooruitlopend verlagen wij de belasting op spaargeld.” (Blz. 97-98)

Dat het niet klopt wist De Jager al, al zal Omtzigt (de tabula rasa in de Nederlandse politiek) hierover ongetwijfeld vragen gesteld hebben c.q. stellen.

Aan het CPB is dit als volgt verkocht

“Het CDA verhoogt het heffingsvrije vermogen in box 3 naar 30.000 euro in 2021. Dit is een lastenverlichting van 0,2 mld euro in 2021. (CDA_181)”

Het kruideniersachtige effect van de aanpassing heffingsvrij vermogen is dus de helft van de aanpassing van VVD en D66.

17_012_140

3.4 50Plus (als joker)

Deze partij is al stevig aan het dementeren en kennelijk in slaap gesukkeld gezien deze passage in het programma :

“4% belasting op vermogen (in box 3), zoals al jaren gebeurt, is diefstal. Belasting heffen op werkelijk genoten rendement. Structurele verhoging van de ouderenkorting.”

Van sommige opstellers kan het geestelijke vermogen echter nauwelijks achteruitgaan (Dat geldt in het bijzonder voor Sjuul Paradijs en Willem Vermeend en buiten mededinging de lijsttrekker zelf.)

Gelukkig hoef ik net als het CPB niets door te rekenen.

3.5 Groenlinks

“Geld wordt nu met geld verdiend. Vermogen maakt vermogen. Een almaar toenemende vermogensongelijkheid vergroot de kansenongelijkheid. We gaan vermogens eerlijker belasten: mensen met weinig spaargeld gaan minder betalen, mensen met veel kapitaal meer. Mensen met problematische schulden gaan we helpen, zo nodig met kwijtschelding.” [blz. 16]

Dit vertaalt zich naar het CPB toe als volgt:

GroenLinks vervangt de huidige vermogensrendementsheffing in box 3 door een vermogensaanwasbelasting en kiest daarbij voor een heffingsvrije voet van 1000 euro. Daarnaast introduceert GroenLinks een progressief tarief in box 3. Voor een vermogensaanwas van 1000 tot en met 20.000 euro geldt een tarief van 35%; voor een aanwas van 20.000 tot en met 60.000 euro geldt een tarief van 42% en voor een aanwas van meer dan 60.000 geldt een tarief van 52%. Tezamen resulteren deze maatregelen in een lastenverzwaring van 0,7 mld euro in 2021. (GL_204)

Voor onze casus wordt de belastingverhoging in box 3:

17_012_145

3.6 PvdA

In het verkiezingsprogramma staat:

“Wij willen de grondslag voor de volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke ZVW verbreden. Vermogenden (box 3)

Wij willen dat mensen met vermogen niet langer betalen over hun fictieve rendement in box 3, maar over het werkelijk behaalde rendement over hun spaargelden en beleggingen. Kleine spaarders gaan dan minder betalen, zeer vermogenden meer. Voor vermogens boven de 1 miljoen gaat het tarief in box 3 van 30 procent naar 40 procent.”

Bij het CPB heeft het programma de volgende transformatie ondergaan, elke overeenkomst met het verkiezingsprogramma rust op zuiver toeval:

De PvdA voert een vermogensaanwasbelasting met progressief tarief in per 2021. Voor een vermogensaanwas tot 9250 euro geldt een tarief van 30% en voor vermogensaanwas vanaf 9250 euro geldt een tarief van 40%. Dit is een lastenverzwaring van 0,5 mld euro. Structureel is er sprake van een lastenverzwaring van 0,6 mld euro. (PvdA_237, 238)

Vanaf 2019 voert de PvdA in dat premies (CM Volksverzekeringen + Zvw) worden geheven over het verzamelinkomen (CM inkomen box 1, 2 &3 minus PGA). Dit is een lastenverzwaring van 0,5 mld euro in 2021. (PvdA_234)

Voor onze casus heeft dit de volgende effecten:

17_012_150

3.7 SP

Eindelijk een politieke partij die onze doelgroep rechtsstreeks adressert en hoog aanslaat, in plaats van alleen maar over die armzalige spaarders, die de politiek overigens intussen al jaren bestolen heeft, te praten:

“We voeren een miljonairsbelasting in. Door de vermogens eerlijker te belasten, is de gewone spaarder beter af. De opbrengsten hieruit kunnen worden besteed aan het verlagen van de lasten voor mensen met een middeninkomen en lager inkomen”(blz 17)

Bij het CPB vinden we dat als volgt terug:

“De SP voert per 2021 een vermogensaanwasbelasting in met een heffingsvrije voet van 200 euro en een tarief van 40%. Dit is een lastenverzwaring van 1,9 mld euro in 2021. (SP_174)”

De SP voert een vermogensbelasting in van 1% voor huishoudvermogens tussen de één en twee miljoen euro, en voor huishoudvermogens vanaf twee miljoen euro geldt een tarief van 2%. Dit is een lastenverzwaring van 1,2 mld euro in 2021. (SP_173)

De SP fietst op deze wijze € 3,1 mld. extra belasting binnen. We hebben de volgorde van de SP_posten omgedraaid om het geheel wat begrijpelijker te maken:

17_012_155

Het effectieve belastingpercentage wordt 77,2%. Vroeger was er in combinatie met de inkomstenbelasting een restrictie op de belasting op het inkomen van maximaal 80%. Van € 100.000 rendement wordt na inflatiecorrectie netto € 14.976 overgehouden.

____________________

Laatst bijgewerkt 19 februari 2017

Disclosure: Voor de VRH ben ik belanghebbende gezien de omvang van mijn vermogen.

[1] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2016/09/20/kamerbrief-over-box-3/kamerbrief-over-box-3.pdf

[2 https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/vermogen_en_aanmerkelijk_belang/vermogen/wat_zijn_uw_bezittingen_en_schulden/uw_bezittingen/wat_zijn_uw_bezittingen

[3] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

[4] https://www.cpb.nl/persbericht/3215603/centraal-economisch-plan-2015-gepubliceerd , met alternatieven voor VRH.

[5] Berekening effectief tarief

17_012_800

[6] https://blog.spaarrente.nl/gemiddelde-rente-spaarrekening

Grafiek van deze site

17_012_801

Voor 2017 is de gemiddelde rente over 2011 tot en met 2015 bepalend. Zolang de rente blijft dalen daalt het gemiddelde rendement, zodra hij gaat stijgen eilt de stijging na. Het rendement op het beleggingsdeel is het meetkundig gemiddelde met het laatste jaar voor een vijftiende deel.

Die termijnen zijn zo gekozen om de belastingopbrengst te stabiliseren en heeft dus niets te maken met een poging het werkelijk behaalde rendement te benaderen. In tegendeel. Het is een koud kunstje om de rendementscijfers in januari voor het voorgaande jaar te bepalen.

 

 

 

Advertenties

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: