Skip to content

Topvermogens 31-12-2014 “2015”

16 februari 2017

________________________________________________________________________

De tegeltjeswijsheid van vicepremier Asscher: “Het kabinet ziet op dit moment dan ook geen indicaties om te veronderstellen dat de vermogensverdeling onevenwichtig is.” [2]

In deze bijdrage behandelen we de topvermogens in het 10e vermogensdeciel en vermogens > € 1.000.000 aan de hand van de CBS vermogensstatistieken. De makke van deze statistieken zijn in een afzonderlijke bijdrage uiteengezet. In 2014 was 0,08% van het vermogen in handen van het 1e t/m het 7e vermogensdeciel zodat we in deze bijdrage materieel een zeer substantieel deel van het hele vermogen behandelen. De eerder geciteerde Asscher komt voor die lage vermogens kennelijk alleen op in verkiezingstijd.

In de bijdrage Vermogens huishoudens 31-12-2014 “2015” behandelen we hele vermogensverdeling.

Het CBS-vermogen wijkt door het niet meenemen van pensioenvermogen en kapitaal- en levensverzekeringen dermate af van de werkelijkheid dat je wel van een alternatief feit kunt spreken. Het vermogen in 2014 is in werkelijkheid ca € 1.200 mld. hoger of 113% dan het CBS aangeeft. Het aandeel van de topvermogens hierin is onbekend. Conclusies over de vermogensontwikkeling per vermogensdeciel zijn dan ook op basis van de CBS-cijfers niet te trekken.

Het CBS vermogen exclusief eigen woning nam in 2014 slechts met € 4,6 mld. toe, Voor het 10e vermogensdeciel was dat € 2,1 mld. en voor de huishoudens met een vermogen > 1 mln was dat € 4,2 mld. Het totale vermogen nam in de periode 2006 – 2014 met € 161,7 mld af, terwijl het 10e vermogensdeciel met € 39,6 mld. toenam en het miljonairsvermogen met € 89,9 mld. Zonder eigen woning waren deze mutaties respectievelijk € 65,9 mld, € 91,8 mld. en € 102,8 mld. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat de aantallen huishoudens eind 2014 respectievelijk 7.551.000, 755.500 en 155.100 huishoudens waren.
________________________________________________________________________

§1 Inleiding

Door de nieuwe vermogenscijfers eind 2014 te vergelijken met de cijfers eind 2006 krijgen we direct inzicht in de vermogensontwikkeling van de vermogensdecielen met een vermogen met enige importantie:

(click op tabel of Ctrl + om te vergroten)

17_009_100

(1) In 2014 heeft het 10e vermogensdeciel 68,3% (2006: 56,1%) van het totale vermogen in handen. Exclusief eigen woning is dat 74,7% (2006: 68%) van het vermogen zonder eigen woning. Voor de rest moet u de tabel zelf maar doornemen.

(3) De gegevens van de pensioenen, levens- en kapitaalverzekeringen zijn ontleend aan en worden nader toegelicht in de bijdrage De makke van de CBS-vermogensstatistiek. Een toerekening per vermogensdeciel is niet mogelijk.

De CBS-vermogensverdeling 2014 (46,9% van het totale vermogen) kan als volgt worden weergegeven:

17_009_101

(1) De “evenwichtige” verdeling van het vermogen valt uit de grafiek af te lezen voor het totaal, ondernemingsvermogen, eigen woning en het restant. Onderstaande tabel verduidelijkt dat nog eens en geeft ook de ontwikkeling weer:

17_009_103

(1) Bij de inkomensverdeling geeft een vergelijking tussen de top 20% en de laagste 20% redelijk inzicht in de scheefheid van de verdeling. De vermogens zijn echter zo scheef verdeeld dat je bij het vijfde vermogensdeciel net komt kijken. Het feit dat 87,1% van het top 20% vermogen exclusief eigen woning in handen is van het 10e vermogensdeciel benadrukt dat nog eens.

Recent zijn de gegevens door het CBS aangepast waardoor het totale vermogen in 2013 met € 94,3 mld. afnam:

17_009_102

(1) De toename van het pensioenvermogen in 2014 van 151,7 mld. springt er uit. De pensioengerechtigden zijn dus flink rijker geworden. (18,8%)

(2) Voor een nadere toelichting op de aanpassing in 2013 zie de bijdrage De makke van de CBS-vermogensstatistiek. Van de 755.500 huishoudens in het 10e vermogensdeciel zijn 155.100 huishoudens miljonair. De waarde van de eigen woning heeft zijn eigen dynamiek (zie ook § 7.2) en de waardeontwikkeling van deze vermogenscomponent is voor de lagere vermogens belangrijk omdat ze buiten de eigen woning nauwelijks iets bezitten. Dat bezit moet je niet verwarren met eigendom gezien de hoogte van de hypotheek:

17_009_104

(2) Uit de tabel blijkt duidelijk dat de cumulatieve groei van het vermogen 2006-2014 voor het 10e vermogensdeciel en de miljonairs de groei van het totale vermogen overtreft.

(3) Het ondernemingsvermogen (incl. aanmerkelijk belang) maakt 31,1% van het totale vermogen excl. eigen woning uit. Voor het 10e vermogensdeciel is dat 38,3%. Het 10e vermogensdeciel heeft 92,2% van het totale ondernemingsvermogen in handen. Een reële waardering van dit vermogen is dus belangrijk om de ontwikkeling van het vermogen en het daaraan gerelateerde inkomen te kunnen volgen. Gezien de wijze van waardering van dit ondernemingsvermogen is elke uitspraak over de vermogensontwikkeling en de vermogensverdeling in het topsegment illusoir.

§2 Ontwikkeling vermogens 10e vermogensdeciel

Tabel 2.1 Historische ontwikkeling van het aandeel 10e vermogensdeciel in het vermogen naar samenstelling:

17_010_107

(1) Voor de toename in het aanmerkelijk belang vermogen zie §5.

§3 Ontwikkeling vermogens > € 1.000.000

Tabel 3.1. Samenstelling vermogens > € 1 mln. met aandeel in totaal vermogen

17_010_108

(1) In totaal nam het vermogen van de huishoudens met een vermogen > € 1 mln. in de periode 2006-2014 met € 80,9 mld. toe (totaal € -161,7 mld.). Exclusief eigen woning was de toename € 102,8 mld. (totaal € 65,9 mld.) Een belangrijke component van die toename is het aanmerkelijk belang vermogen, waarvan gevoegelijk kan worden aangenomen dat de werkelijke toename groter is dan het CBS verantwoordt en waarvan deze groep 84,3 % in handen heeft. [2]

Tabel 3.2. Vermogens > € 1 mln. per bestedingsdeciel met aantal huishoudens x 1000 en gemiddeld en mediaan vermogen.

9

(1) In totaal hebben de 155.100 huishoudens met een vermogen > € 1 mln. en 37% van het vermogen in handen. Het aandeel van het 10e bestedingsdeciel met 83.500 huishoudens bedraagt zelfs 66%.

(2) In het eerste bestedingsdeciel hebben we te maken met een aantal miljonairs die kennelijk door ons fiscale stelsel van de lucht leven (een bijzonder specimen windhapper) en nauwelijks iets te besteden hebben.

§5 Aanmerkelijk belang vermogen (ab)

Op revisiebasis is het aanmerkelijk belang vermogen nu opgenomen tegen zichtbaar eigen vermogen volgens de fiscale balans, waarbij het onroerend goed is aangepast naar de WOZ-waarde. Het verschil tussen de nieuwe en oude voorstelling van zaken is als volgt grafisch weer te geven voor het gehele ab-vermogen:

17_009_400

(1) De grafiek laat zien dat de aanpassingen t.o.v. de vorig jaar cijfers substantieel zijn, vermoedelijk mede door de aanpassing WOZ-waarde. In de toelichting van het CBS is hiervan kwantitatief niets terug te vinden.

Het effect in tabelvorm voor het 10e deciel van de aanpassing is dan als volgt:

17_010_109

(1) Elke gelijkenis met de oude cijfers berust dus op zuiver toeval, ook qua aantallen. In 2010 is overgegaan op volledige waarneming i.p.v. panelonderzoek. Hierdoor nam het 10e deciel vermogen in totaal met 19,3 mld. toe, waarvan € 8,2 mld. ab-vermogen. Het totale vermogen nam in 2010 nieuw met € 22,8 mld. toe. In 2016 werd het 2010 cijfer nog eens met € 11,7 mld. naar boven bijgesteld.

 §6 Quote 500

Een belangrijke correctie op het ab-vermogen is natuurlijk de jaarlijkse Quote 500 waaraan een afzonderlijke bijdrage is geweid op basis van meer gedetailleerde CBS-vermogenscijfers 31-12-2013.

Op basis van de huidige gegevens komen we niet verder dan:

17_010_104

(1) Omdat de aantallen nogal fluctueren met je voor het rechterdeel naar het gemiddeld vermogen per huishouden kijken.

(2) De Quote cijfers zijn natuurlijk ten dele spielerei, maar van de CBS-cijfers kun je met evenveel recht het zelfde stellen.

 §7 Belasting op vermogen

Een substantieel deel van het vermogen wordt helemaal niet of zelfs negatief (eigen woning met Wet Hillen) belast. De vermogensrendementsheffing is slechts voor ca 22% van het totale vermogen (€ 2.262 mld.). Daarvan vrijsteld zijn o.a. pensioenvermogen, eigen woning, kapitaal- en levensverzekeringen terwijl ondernemingsvermogen afzonderlijk wordt belast. Het huidige forfaitaire tarief is echter losgezongen van de werkelijkheid gezien de inflatie van 1,7 % (01/2017) en de lage rentestand. Het fiscale winstbegrip heeft eerder het karakter van een glijbaan naar belastingvrijdom. [3] In het algemeen kan gesteld worden dat de belasting op kapitaalinkomen in Nederland uiterst laag is en door het HRA-infuus zelfs negatief.

___________________

Laatst bijgewerkt 8 maart 2017

[1] Bronnen

[1a] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/06/vermogen-van-huishoudens-in-2015-gestegen

[1b] Samenstelling vermogen; particuliere huishoudens naar kenmerken

[1c] Vermogensklasse; particuliere huishoudens naar kenmerken

[1d] Vermogen; particuliere huishoudens, kenmerken en regio

[1d] http://www.dnb.nl/statistiek/statistieken-dnb/huishoudens/

[2] http://www.mejudice.nl/docs/default-source/bronmaterialen/kamervragen-naar-aanleiding-mj-stuk.pdf , blz 3 van 7.

[3] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

Advertenties

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: