Skip to content

De makke van de CBS-vermogensstatistiek

13 februari 2017

________________________________________________________________________ 

Volgens de regering (Asscher) valt er op de CBS-statistieken niet veel aan te merken gezien “het brede gebruik van deze cijfers in academische kringen”.[2] Nu maakt Asscher niet echt duidelijk welke cijfers die academische kringen anders zouden kunnen gebruiken gezien het monopolie van het CBS en CPB. Diezelfde academische kringen gebruiken trouwens die CBS-cijfers veelal terecht met de nodige aanpassingen.[4] We zullen in deze bijdrage de makke in die statistieken proberen aan te geven en waar mogelijk de effecten kwantificeren.

Voor het meest recente overzicht van het vermogen van de staat en zijn burgers zie de bijdrage Vermogen burgers 31-12-2014 (“2015”). Volgens die cijfers is “ons” vermogen aanzienlijk hoger dan de regering ons via het CBS en CPB doet voorkomen. (€ 3.113 mld. versus € 1.338 mld.) Toevallig komt dat deze regering goed uit want hoe zou je anders de bezuinigen en ombuigingen (een Rutte I &II pleonasme) anders hebben kunnen verdedigen, Dat beleid leidde ertoe dat we in 2015 het bbp zo’n € 57 mld. te laag uitviel. Dat verlies is voorlopig nog niet ingehaald, zo we het ooit goedmaken.

________________________________________________________________________

§1 inleiding

Regelmatig worden we in de media geconfronteerd met boute beweringen over de inkomens- en vermogensontwikkeling, die veelal op gebrekkige CBS-statistieken zijn gebaseerd. Elke lezer die het motto van deze site kent, weet welke waarde we aan overheidsinformatie (b.v. onze overheidsschuld) moeten toekennen. Die gebreken in de vermogensstatistieken zijn veelal een gevolg van het slaafs volgen van fiscale data en deze data zijn weer gebaseerd op gebrekkige fiscale wetgeving, waarbij het vermogen en het inkomen uit dat vermogen uiterst krakkemikkig en onvolledig wordt belast. [1j] Ook worden onvoldoende middelen beschikbaar gesteld om de leemtes in deze statistieken aan te pakken. [2]

De eis die je aan de vermogensstatistiek mag stellen is dat de cijfers volledig, juist en betrouwbaar zijn. Onder juist verstaan we dat de vermogenscomponenten op een reële wijze zijn gewaardeerd. Aanknoping bij de fiscale dataset maakt in elk geval dat de waardering niet reëel is en dat de cijfers daarnaast ook nog eens niet volledig zijn. Er worden immers alleen gegevens verzameld voor zover dat voor de huidige krakkemikkige belastingheffing relevant is. De fiscale regels maken dat de activa uiterst voorzichtig mogen worden gewaardeerd en de belastingplichtige heeft daar alle belang bij. Zoals we eerder schreven is de Nederlandse belastingdienst een bordeel, zoals recent nog eens werd bevestigd door onderzoekjournalisten [3]

De omvang van de schaduweconomie is ook niet bekend en het CBS en CPB zitten kennelijk op hun handen. Het is volstrekt begrijpelijk dat de Tweede Kamer hier genoegen mee neemt, anders moeten zelfs onze rechtse politici dit immers aanpakken en aan dat soort werkwoorden hebben ze een hekel, zeker als dat hun clientèle benadeelt. (Weekers – op zijn Limburgs: “als je uiteindelijk niet wilt  dat achter elke boom een belastinginspecteur staat”. Nu heeft de VVD niets met bomen en ook niet met belastinginspecteurs.)

§2 De aanpassingen van de CBS-vermogensstatistieken.

In de periode 2006-2014 zijn de vermogensstatistieken in de jaren 2011 (2010) en 2016 (2006-2014) aangepast. De eerste aanpassing was een overgang van een panelbenadering naar integrale waarneming, de tweede aanpassing had mede betrekking op de WOZ-waarde aanpassing van onroerend goed in het ondernemingsvermogen (ondernemingsvermogen en het aanmerkelijk belang vermogen “ab-vermogen”) en een aanpassing van het ab-vermogen. [1h4]

De effecten van die aanpassingen kunnen in totaal, voor het 10e vermogensdeciel en voor onze miljonairs als volgt worden samengevat:

17_010_100

(1) Voor 2013 nam het vermogen met € 94,3 mld. (-8,4%) af,  voor het 10e vermogensdeciel was dat € 42,8 mld. (-5,7%) en voor de vermogens > € 1 mln. zelfs € 39,5 mld. (-9,3%). Voor “2010 nieuwer” was de toename respectievelijk € 22,7 mld, € 19,5 mld. en € 18,1 mld. door integrale waarneming. De effecten van die aanpassingen zijn dus substantieel en vonden met name voor de hoge vermogens plaats. Voor zover dat veroorzaakt wordt door de overgang van een panelonderzoek naar integrale waarneming  is dat logisch want panelonderzoeken zijn notoir onbetrouwbaar voor kleine deelgroepen. Tevens geldt natuurlijk dat als je geen vermogen hebt, er ook niets valt te corrigeren.

(2) Zo te zien ontbreekt een kwantitatieve analyse van de oorzaak van de verschillen voor de 2016 aanpassingen, ik heb deze in elk geval niet kunnen lokaliseren.

§3 Bekende leemtes in de statistieken

3.1. Leemtes waarvan de omvang te kwantificeren is

Het CBS heeft zelf aangegeven dat het pensioenen (tweede en derde pensioenpijler) , kapitaalverzekeringen en levensverzekeringen in zijn vermogensopstelling ontbreken, zonder zelf tot enige vorm van kwantificering over te gaan.

Het gaat hierbij om de volgende posten:

(click op tabel of Ctrl + om te vergroten)

17_009_302

(1) Het pensioenvermogen is ontleend aan de bijdrage Pensioenen 2016. Het gaat daarbij om het aandeel van de burgers van 65%, na aftrek van het 35% aandeel van de staat. Volgens een jezuïtische redenering van het CBS is pensioenvermogen geen vermogen omdat het geen de bezit is dat “op korte of middellange termijn kan worden omgezet worden in consumptieve bestedingen of leidt tot inkomsten die deel uitmaken van het inkomensbegrip besteedbaar inkomen”. [zie ook [2c]} Pensioenfondsen zijn “ageing giants”: meer dan 60% van het totale pensioenvermogen is bestemd voor pensioenen, die al zijn ingegaan of die binnen 10 jaar zullen ingaan. (commissie Frijns 2010). Dat pensioenvermogen “komt in elk geval beschikbaar” voor een aantal ondernemers als hun pensioenafspraak in eigen beheer in de (pensioen-)BV niet voor verwezenlijking vatbaar is door een negatief vermogen en ook kan dat pensioenvermogen gewoon worden geërfd. De FOR kan je naar believen laten vrijvallen, maar dat vermogen kent het CBS niet eens. De laatst bekende gegevens over het pensioen in eigen beheer dateren uit 2009.[9]

Als het CBS of CPB wel eens per ongeluk het pensioenvermogen als vermogen opvoert, gebeurt dat altijd bruto en wordt voor het gemak het aandeel van de staat in de vorm van een belastingclaim aan de burgers toebedeeld. Overigens steeg het totale pensioenvermogen van 143% bbp_2006 naar 241% bbp_2016K3 , dat spaart toch lekker weg voor de staat en zijn burgers, weliswaar zonder vermogensvorming volgens het CBS en niet te vergeten “ons” CPB.

Het behoort tot de bon ton om te stellen dat de vermogensverdeling als je het pensioenvermogen in aanmerking neemt veel gelijkmatiger is verdeeld. [5;6] Deze stelling roept in elk geval vraagtekens op als je weet dat tot voor kort (1/1/2015) 41% van de pensioenpremie door 7-8% van de bevolking tegen het 52% belastingtarief werd afgetrokken. De belastingstudie van Van Weeghel c.s. concludeerde dan ook dat het pensioenstelsel voor de hoge inkomens het karakter van vermogensvorming had, mede omdat dat vermogen is vrijgesteld van vermogensrendementsheffing. [5] Die hoge inkomens kunnen de pensioenvroming ook veel beter sturen (eigen beheer, afkoopregelingen als pensioen, pensioentekort, etc.)

In de bijdrage Huishoudvermogens 31-12-2014 “2015” is een grove benadering van de verdeling van het pensioenvermogen per inkomensdeciel voor de factor arbeid opgenomen.

Het pensioenvermogen in eigen beheer van ab-aandeelhouder bedraagt volgens de meest recente data uit 2009 (sic!) € 31 mld., terwijl de commerciële waardering van de voorziening ca € 73 mld. bedraagt. [9] Als het CBS dus anno heden de fiscale waardering van het AB-belang vermogen aanhoudt, waardeert het impliciet een deel van de commerciële pensioenvoorziening mee omdat het vermogen dan te hoog wordt voorgesteld. Dat verschil zal anno 2014 hoger zijn.

(2) De levensverzekering gegevens zijn ontleend aan de inmiddels per 1/1/2016 afgeschafte DNB vermogensstatistiek huishoudvermogens. [4b]

(3) De waarde van de kapitaalverzekeringen is ontleend aan een studie van Laura Oudman. [11]

3.2 Overige niet te kwantificeren leemtes

De toelichting op de waarderingsgrondslagen zoals die worden gehanteerd is volstrekt ontoereikend en enige vorm van indicatie van mogelijk stille reserves en onder- en overwaarderingen ontbreekt.

(a) Ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belangvermogen worden gewaardeerd op fiscale basis. Alleen het onroerend goed wordt tegen WOZ-waarde opgenomen. De waarde van dat vermogen is natuurlijk eerder de contante waarde van de toekomstige cash flow gecorrigeerd voor het relatieve belang en verhandelbaarheid. Nu kan het CBS daar natuurlijk niets mee, maar een stevig voorbehoud was wel op zijn plaats geweest. In de bijdrage Quote 500 laten we zien hoe de Quote vermogenscijfers afwijken van de CBS vermogenscijfers voor het 0,1% vermogensdeciel, deze cijfers zijn voor 2014 nog niet beschikbaar.

(b) Schaduweconomie

De schaduweconomie gaat volstrekt aan het CBS waarnemingsvermogen voorbij, een blinde vlek die ook het CPB bezit. Een uiterst ruwe schatting van de schaduweconomie van Nederlands is 9% bbp. [7] Kwantificering van de omvang van de schaduweconomie is geen prioriteit voor de Nederlandse overheid.

Op basis van een recent artikel in de Volkskrant weten we dat in de periode 2009-2015 een bedrag van bruto 9,1 mld. aan zwart spaargeld boven tafel kwam. [8] Voor de periode 2009-2013 was dat € 4,5 mld. [8] Als die VK-cijfers door het CBS in de juiste periode als vermogen zijn meegenomen dan zijn de cijfers als volgt:

225_3

Deze bedragen moet je dus corrigeren bij de bepaling van de werkelijke stijging van het vermogen. De Volkskrant suggereert dat er nog steeds 50 mld. aan zwart geld over de grens geparkeerd staat en dat bedrag is ongetwijfeld in het geheel niet in de CBS-cijfers begrepen.

(c) Erfenissen

Erfenissen moeten worden aangegeven tegen de waarde in het economische verkeer (de vrije verkoopwaarde). Een uitstekende gelegenheid voor het CBS om die waarde eens te vergelijken met de waarde zoals die in de laatst bekende vermogensstatistiek voorkwam. Door deze gegevens jaarlijks te vergelijken weten de academische kringen van Asscher ook welke waarde ze aan de CBS-vermogensstatistieken kunnen toekennen. Voor de meest recente gegevens inzake erfenissen zie [10]

(d) Topsegment

Volgen de Quote 500 bedraagt het vermogen van die groep in 2014 € 83,3 mld. een volstrekt onduidelijke daling van € 29,8 mld. t.o.v. 2013 (€ 113,1 mld.). Voor de 84.500 miljonairs in het 10e bestedingsdeciel, dichter bij de top kan je met de 2014 CBS-cijfers niet komen,  bedroeg voor 2014 het vermogen € 259,4 mld. of gemiddeld € 3.069 dzd. met een mediaan van € 1.754,6 dzd. Voor 2013 was het bedrag voor 81.200 miljonairs € 247,3 mld., zodat van een stijging van € 7,9 mld. sprake was. Een conclusie zou ik hier voor 2014 niet aan willen verbinden zolang de 0,1% aandeel vermogenscijfers niet beschikbaar zijn. In 2013 bleef er voor de rest van de toppers wel erg weinig over.

(e) Waarde eigenwoning

De waarde van de eigen woning op basis van WOZ-waarde fluctueert nogal in de tijd en wordt door het effect van het HRA-infuus systematisch (ca 20%) te hoog voorgesteld. Bedrijfseconomisch gezien is de waarde van de eigenwoning de som van de contante waarde van de uitgespaarde huurpenningen en de waardestijging gedurende het aanhouden van de eigenwoning. Bij een lage rentestand zal die waarde hoger zijn. De huurpenningen zijn weer afhankelijk van het woningmarktbeleid. Afschaffing van de HRA zal de waarde van de eigen woning aanvankelijk sterk doen dalen. Zolang je in je eigenwoning blijft wonen is de waarde-ontwikkeling van de eigen woning volstrekt irrelevant al willen de media ons bijna dagelijks anders doen geloven.

_______________

Laatst bijgewerkt 13 februari 2017

[1] Bronnen

[1a] CBS, “Vermogen van huishoudens in 2015 gestegen”,

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/06/vermogen-van-huishoudens-in-2015-gestegen

[1b] CBS, “Stijging huizenprijzen verkleint vermogensongelijkheid in 2015”,

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/06/stijging-huizenprijzen-verkleint-vermogensongelijkheid-in-2015

[1c] Maatwerk – Maatwerk – Samenstelling vermogen; particuliere huishoudens naar kenmerken

[1d] Maatwerk – Vermogensklasse; particuliere huishoudens naar kenmerken 

[1e] Maatwerk – Vermogen; particuliere huishoudens, kenmerken en regio

[1f] Inkomensongelijkheid; particuliere huishoudens naar diverse kenmerken

[1g] Vermogens- en inkomensongelijkheid

[1h] Methoden

[1h1] https://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/4C4D8662-DB6F-46E9-BE64-51C7A699267C/0/integraalvermogensbestandmicrodata.pdf , 5 januari 2016.

[1h2] https://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/2B191D77-5314-42B2-9B19-0A98EF7AF642/0/2014onderzoeksbeschrijvingvermogensstatistiek.pdf , 18 april 2014.

[1h3] CBS, Jack Claessen, “Procesbeschrijving statistiek Vermogens huishoudens – Vermogensstatistiek”, 6-1-2010, http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/6454E2F2-073E-4301-9575-88FFF76A6BE8/0/2010procesbeschrijvingvermogenshuishoudensart.pdf

[1h4] CBS, Noortje Pouwels-Urlings, https://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/2B191D77-5314-42B2-9B19-0A98EF7AF642/0/2014onderzoeksbeschrijvingvermogensstatistiek.pdf

“Bij de vermogensstatistiek dient bedacht te worden dat de gegevens niet alleen sterk afhankelijk zijn van de financiële markten (denk aan de kredietcrisis van oktober 2008) maar ook van de fiscale wetgeving in dit kader. Dit maakt dat er zich schoksgewijze wijzigingen kunnen voordoen. Hierbij dient steeds nagegaan te worden of deze het gevolg zijn van de (normale) financiële ontwikkelingen of dat een gewijzigde fiscaal kader hiervoor mede oorzaak is.”

[1h5] Aanpassingen in de loop van de tijd volgens CBS:

Bij vergelijking in de tijd moet rekening gehouden worden met wijzigingen, waaronder (de jaren zijn per 1/1 van enig jaar):

♦ vanaf 2011 is een revisie doorgevoerd waardoor er veranderingen hebben plaats gevonden in de vaststelling van het vermogen en enkele indelingen.

♦ vanaf 2011 is er completere informatie van bank- en spaartegoeden en effecten beschikbaar. Alle kleine tegoeden worden vanaf dat moment ook waargenomen. Hierdoor zijn er meer huishoudens met deze vermogensbestanddelen.

♦ vanaf 2011 is er completere informatie van de schulden beschikbaar. Studieschulden en leningen bij banken worden vanaf dat moment volledig waargenomen. Studieschulden zijn de schulden volgens de Wet studiefinanciering (WSF).

♦ De andere schulden betreffen schulden voor consumptieve doeleinden, de financieringen van aandelen, obligaties of rechten op periodieke uitkeringen, financiering schulden voor de tweede woning of ander onroerend goed en rood staan.

♦ In de waarneming van schulden ontbreken creditcardschulden, betalingsachterstanden en de schulden bij (web)winkels. Tot en met 2010 is de waarneming van de schulden onvolledig. Deze informatie was alleen beschikbaar voor huishoudens met belastbaar inkomen in box 3.

♦ vanaf 2007 wordt de waarde van het aanmerkelijk belang vastgesteld op basis van het vennootschapsvermogen en de verdeling van het aandelenbezit over verschillende (directeur-) grootaandeelhouders. Het onroerend goed in de vennootschap wordt hierbij gewaardeerd volgens de actuele WOZ-waarde. {CM opmerking: het blijft natuurlijk te betreuren dat het CBS niet direct het pensioenvermogen in eigen beheer van de ab-aandeelhouder meegenomen heeft.}

♦ vanaf 2007 wordt voor zelfstandig ondernemers het onroerend goed binnen het ondernemersvermogen gewaardeerd volgens de actuele WOZ-waarde. {CM opmerking: het blijft natuurlijk te betreuren dat het CBS niet direct de FOR meegenomen heeft.}

♦ vanaf 2007 is de statistiek gebaseerd op integrale waarneming.

♦ de gepubliceerde cijfers betreffen voorlopige cijfers.

Het effect van de 2016-aanpassing leidt tot een lagere waardering voor het ondernemings- en aanmerkelijk belang vermogen, kennelijk door de WOZ-waarde aanpassing.

[1i] Gebruik in academische kring:

[1i1] Wiemer Salverda, “Ongelijkheid in en na de financiele crisis”, Tijdschrift voor Openbare Financien, 2014, nummer 3, http://wimdreesstichting.nl/page/downloads/TvOF_2014_3_6_aangepast.pdf

Wiemer Salverda, http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogensongelijkheid-op-recordhoogte

[1i2] Aldert Boonen , Vermogen maakt verschil De verdeling van vermogen en de gevolgen ervan, 2015, http://www.deburcht.nl/userfiles/file/Vermogen%20maakt%20verschil%282%29.pdf,

[1i3] “Bas van Bavel reageert in diverse kranten op Piketty’s ideeën”, http://www.uu.nl/nieuws/bas-van-bavel-reageert-in-diverse-kranten-op-pikettys-ideeen

[1i4] http://www.mejudice.nl/docs/default-source/bronmaterialen/kamervragen-naar-aanleiding-mj-stuk.pdf

[1i5[ https://www.wrr.nl/publicaties/publicaties/2014/06/04/hoe-ongelijk-is-nederland

[1j] Arie C. Rijkers, “Een inkomensbegrip voor de 21e eeuw”, https://www.tilburguniversity.edu/upload/6dfcaed5-d0de-4c63-9527-efd6d16ca07c_130562_oratie_A_Rijkers.pdf

[2] 33752 Y Verslag van een schriftelijk overleg, Vergaderjaar 2014-2015, 3 februari 2015,

http://www.rijksbegroting.nl/2014/kamerstukken,2015/2/5/kst205221.html

Enkele passages die in de tekst nader aan de orde komen (blauwe markering toegevoegd):

CBS: Aanmerkelijk belang:

In de huidige vermogensstatistiek wordt het aantal directeuren en grootaandeelhouders (DGA’s) onderschat en daarmee ook hun aanmerkelijk belang in vennootschappen. Daardoor is er misclassificatie in de hoogte van het vermogen dat door ondernemers in een onderneming is opgebouwd. Dit heeft een versluierende weerslag op (vooral) de bovenkant van de vermogensverdeling. Inmiddels zijn werkzaamheden opgestart voor de ontwikkeling van een nieuwe, zogeheten, DGA-datasatelliet waarin DGA’s en hun aanmerkelijk belang in vennootschappen correct en met teruglegging tot 2007 zijn vastgelegd. Aldus zal eind 2016 een op dit vlak verbeterde reeks vermogensstatistieken beschikbaar komen.{zie 1h5} Om deze verbeteringen mogelijk te maken heeft het CBS een financiële bijdrage gekregen van het Ministerie van Economische Zaken.

[2b] CBS: Spaar en beleggingshypotheken

“Verder is het opgebouwde vermogen in spaar- en beleggingshypotheken niet bekend waardoor de netto hypotheekschulden volgens de huidige vermogensstatistiek worden overschat. Het CBS heeft nog geen toegang kunnen krijgen tot de noodzakelijke brongegevens om deze informatie beschikbaar te krijgen.”

[2c] Pensioenvermogen ≠ huishoudvermogen

De waandenkbeelden:

PvdA: “Overigens zijn pensioenrechten niet overdraagbaar, niet liquide te maken en niet overerfbaar, dus géén privaat vermogen.”

SP: “Maar voor de laatsten is dit geen vermogen. Geen vermogen omdat men er niet vrij over kan beschikken. Geen vermogen omdat het niet overdraagbaar is of in nalatenschap kan gaan. Wat is het wel: een onzekere claim op toekomstig inkomen; onzeker omdat de omvang van de uitkering niet vast staat en omdat de duur van de uitkering niet vaststaat (afhankelijk van individuele levensduur). Terecht wordt er geen belasting geheven over toekomstig inkomen en a fortiori niet over onzeker toekomstig inkomen. Iedereen is volgens deze leden uiteraard vrij om zijn eigen hersenspinsels te creëren over wat hij vindt dat vermogen is, maar omdat toekomstig inkomen niet belastbaar is, hoort het niet thuis in discussies over de belastingheffing en daar gaat het politiek om.”

Laat de prestatie voor dat inkomen allang geleverd zijn en het inkomen, dat aangewend werd om als pensioenpremie te sparen, allang genoten zijn zonder belastingheffing. Laat die spaarpot nu ook nog vrijgesteld zijn van vermogensrendementsheffing, terwijl de pensioenfondsen best een aardig rendement maken en de spaarder niet.

[3] De bijdragen

Het datamijnenveld bij de belastingdienst

De belastingdienst is een bordeel

en

Investico, Karlijn Kuijpers & Femke Awater, “Blind vertrouwen in bedrijven nekt Belastingdienst”, http://www.platform-investico.nl/artikel/de-puinhopen-van-de-belastingdienst/

Voor de witwas operatie door de Algemene Rekenkamer zie

[4a] DNB, https://www.dnb.nl/binaries/t8.4ny_tcm46-330819.xls?2017021213

[4b] DNB, http://www.dnb.nl/statistiek/statistieken-dnb/huishoudens/

[5] Het VNO en MKB Nederland stellen in de in de persoon van de heren Bernard Wientjes en Michaël van Straalen::

“De WRR pleit in rapport dat deze week verschijnt voor hogere belastingen op vermogens, erfenissen en schenkingen. Tien procent van de meest vermogende huishoudens zou 61 procent van het totale netto vermogen bezitten. Volgens Wientjes van Van Straalen slaat de WRR hierbij de plank mis. Als de inkomensgroepen correct worden vergeleken, blijkt dat de 10 procent hoogste inkomens iets meer dan 30 procent van het netto vermogen bezit.

Zij wijzen er verder op dat de WRR het bezit van vermogen in familiebedrijven meerekent. Die zijn goed voor de helft van de werkgelegenheid in Nederland. Extra belasten zou ten koste gaan van de werkgelegenheid. De WRR laat bovendien het collectieve pensioenvermogen buiten beschouwing. Wordt dat wel meegewogen, dan wordt het beeld nog gelijkmatiger, aangezien ondernemers in de hoogste groep niet delen in dat pensioenvermogen.”

http://www.vno-ncw.nl/Publicaties/Nieuws/Pages/Nederland_heeft_groeiprobleem_geen_ongelijkheidsprobleem_2820.aspx?source=%2fPages%2fDefault.aspx#.U5ADJ_mSwpo

Het oordeel hierover kun je na lezing van deze bijdrage rustig aan de lezer overlaten. Ik blijf wel met de $ 64.000 Question zitten: zou je van deze heren een tweedehands auto kopen?

Overigens zei de heer Prof.dr.mr. M.A.P. Bovens in Nieuwsuur dat de heren het rapport niet kenden omdat het nog niet uit was toen het artikel in het FD verscheen. Met de overbekende Haagse ingangen van Wientjes is dat kennelijk geen enkel probleem.

Zie ook de CDA-lobby:

NRC, Roel Beetsma, Raymond Gradus , “Valt mee, die ongelijkheid in inkomen en vermogen”. http://digitaleeditie.nrc.nl/digitaleeditie/NH/2014/5/20140625___/1_16/article2.html

Dat “het pensioenvermogen dus voor een zeer groot deel moet worden toegerekend aan de midden- en lagere “inkomens.” is baarlijke nonsens tenzij zeer groot deel natuurlijk betrekking heeft op aantallen.

zie ook Rapport studiecommissie belastingstelsel (Van Weeghel) ,http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

” De pensioenopbouw is in voorkomende gevallen zodanig groot dat deze niet meer als hoofddoel het bieden van een oudedagsvoorziening heeft, maar er veel meer sprake is van vermogensopbouw” [blz 79]

[6] Aangezien 78% van de pensioenpremie door de top 30% inkomens en zelfs 40 % door de top 10% inkomens wordt afgetrokken zal de verdeling van het pensioenvermogen niet echt leiden tot een vermindering van de vemogensongelijkheid. Het aandeel is vermoedelijk nog hoger als je de derde pensioenpijler (bv. pensioen in eigen beheer) meeneemt. Het aandeel wordt weer gemitigeerd door de hogere belastingclaim op dat vermogen.

In een artikel gepubliceerd in me Judice waarin aan de hand van een panelonderzoek het bruto pensioenvermogen wordt toegerekend aan de vermogensdecielen. Daaruit blijkt dat de allocatie van het bruto pensioenvermogen de Ginicoëfficiënt verkleint van 0,80 naar 0,68. Het aandeel van de top 1% daalt van 25% naar 17% en van de top 10% van 61% naar 50%.

Koen Caminada, Kees Goudswaard, Marike Knoef, “Vermogen in Nederland gelijker verdeeld sinds eind negentiende eeuw”,Me Judice, 27 juni 2014.

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogen-in-nederland-gelijker-verdeeld-sinds-eind-negentiende-eeuw

Bij dit artikel zijn de volgende kanttekeningen te plaatsen:

(a) panelonderzoeken voor de topinkomens zijn notoir onbetrouwbaar zie CBS aanpassing vermogen 2011.

(b) De pensioenvermogens zijn bruto gerekend inclusief derde pijler. Op welk pensioenvermogen men dan uitkomt wordt uit het artikel niet duidelijk. Gegeven de Knot discussie is dat niet onbelangrijk ter toetsing.

(c) De auteurs stellen dat :

“Zowel op privaat vermogen als op aanvullende pensioenrechten rust een belastingclaim, zij het in verschillende mate (mede afhankelijk van de precieze samenstelling van het private vermogen). Het is niet op voorhand duidelijk welk effect (uitgestelde) belastingheffing zou kunnen hebben op de mate van scheefheid van de vermogensverdeling.”

Voor de inkomstenbelasting zijn er ten minste twee effecten: (1) door met bruto pensioenvermogen te rekenen weegt het pensioenvermogen te zwaar mee t.o.v. het overig vermogen (ca 35% is van de staat) 2) de hoge pensioenvermogens zullen ongetwijfeld meer belasting over dat pensioenvermogen betalen. Waarom dat belastingeffect niet is doorgerekend in de CBS IPO en CBS microdata is mij niet duidelijk, maar er zullen ongetwijfeld goede redenen voor zijn.

(d) Ook beweren ze dat:

“Door rekening te houden met aanvullende pensioenrechten valt op dat veel minder huishoudens een negatief vermogen hebben. Wanneer de huishoudens worden gerangschikt van laag naar hoog vermogen, heeft nu nog maar 35 procent van de huishoudens tezamen een vermogen van 0 euro, terwijl dit snijpunt met de x-as bij louter private vermogens bij het 60ste percentiel ligt.”

Het zal op grond van (c) duidelijk zijn dat de auteurs het pensioenvermogen aanzienlijk te hoog voorstellen. Derhalve zijn deze cijfers onjuist.

[7] Friedrich Schneider , “Size and Development of the Shadow Economy of 31 European and 5 other OECD Countries from 2003 to 2015: Different Developments “,

http://www.econ.jku.at/members/Schneider/files/publications/2015/ShadEcEurope31.pdf , blz 6 of 8

[8] Robert Giebels, “Zwartspaarders met spijt betaalt voortaan boete die echt pijn doet”, VK 1 juli 2016, pagina 24.

[9] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2014/06/02/pensioen-in-eigen-beheer

“Alle directeuren-grootaandeelhouders samen hadden op basis van cijfers uit 2009 een pensioenvoorziening in eigen beheer van circa € 31 miljard op basis van de fiscale waarde. De totale pensioenvoorziening op basis van de commerciële waarde bedroeg circa € 73 miljard.”

Op grond van het verschil tussen fiscale en commerciële waardering staan nogal wat BV vermogens “onder water”.

Als het CBS het fiscale vermogen “overpent” voor zijn vermogensstatistiek , waardeert het dus per saldo een deel van het commerciële pensioen in eigen beheer mee, geheel tegen de eigen definitie van vermogen in.

[10] CBS, “Minder vermogen nagelaten in 2014”, https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/05/minder-vermogen-nagelaten-in-2014 en  Nalatenschappen, 2011-2014

[11] Wiemer Salverda, “Ongelijkheid in en na de financiele crisis”, Tijdschrift voor Openbare Financien, 2014, nummer 3, http://wimdreesstichting.nl/page/downloads/TvOF_2014_3_6_aangepast.pdf en

Gebaseerd op Laura Oudman, “Netto hypotheekschuld positie (Bank)spaar- en beleggingsdepots” met een bedrag van € 79,3 mld. (conclusie), met overigens een aantal slagen om de arm en gebaseerd op een extrapolatie.

http://files.smart.pr/cd/6f1a90f07411e38a7609587973a212/Onderzoek-netto-hypotheekschuld-positie.pdf

Advertenties

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: