Skip to content

Belasting en premielast 2015 in % bbp

28 november 2016
_____________________________________________________________________

In deze bijdrage gaan we nader in op de ontwikkeling van de belasting- en premiedruk zoals die door het CBS wordt gepresenteerd.[2]

Het CBS relateert die druk aan het bbp., maar gezien de ontwikkeling van het bbp sinds 2009 is het maar de vraag of deze maatstaf daar wel zo geschikt voor is.

Op grond van de CBS-Statline cijfers kunenen we concluderen dat het bbp en de belastingen en premies in de periode 1995-2015 beide met 3,7% stegen. De gepresenteerde grafieken spreken veelal voor zichzelf en ik zal er dus nauwelijks commentaar bij leveren.

____________________________________________________________________

1 inleiding

Volgens het CBS nam de belasting- en premiedruk de laatste jaren toe en kwam deze eind 2015 uit op 37,8% bbp. Dat percentage is gebaseerd op de Eurostat systematiek [1] op basis van de CBS-Statline cijfers zelf is dat percentage 37,3% bbp.[2]

De grafiek van het CBS op basis van Eurostat cijfers luidt als volgt:

251_1

De CBS-conclusie luidt:

“De belasting- en premiedruk neemt de laatste jaren toe en kwam in 2015 uit op 37,8 procent van het bbp. (CM: Statline 37,2%) Hoewel de lastendruk niet eerder deze eeuw zo hoog was, ligt deze nog altijd onder het niveau van midden jaren negentig.”  (CM: 1995: Eurostat 38,3%; Statline 37,3%)

De belasting- en premiedruk laat zich natuurlijk alleen goed meten aan de hand van de belastinggrondslag. Bovendien is er sinds 2008 nogal het een en ander met ons bbp gebeurd en dat zorgt erop zich al voor dat de ratio belastingen en premie t.o.v. het bbp mank gaat. [4] Bas Jacobs heeft er op gewezen dat de afname van de groei van het bbp in de periode 2011-2017 ongeveer 5,2% is geweest. Voor zover de belastingen en premies een dergelijk ontwikkeling niet hebben gevolgd zal dat invloed hebben op het belasting- en premiedruk cijfer en moet je dat effect natuurlijk afzonderlijk kwantificeren als je zo’n vergelijking al wil maken.

Het benaderde effect op de geringere stijging van het bbp is als volgt:

251_4

(1) De premielast volgt al jaren de ontwikkeling van het bbp niet meer. Ook de belastinglast geeft voor de jaren 2010 – 2014 een flinke dip.

(2) Het CBS stelt:

“Deze druk nam in 2015 voor het vierde opeenvolgende jaar toe en ligt ruim twee procentpunt hoger dan in 2009. In dat jaar was de lastendruk op het laagste punt in de periode 1995-2015.

Dat de druk in 2015 ruim twee punten hoger ligt dan in 2009 hoeft niet te verbazen.  Als we naar bovenstaande grafiek kijken zijn we een nogal ongewoon dipje in het bbp in 2009.

We kunnen er natuurlijk veel tekst aan wijden, we kunnen ook even een tabelletje geven voor het verloop in het jaar 2009:

251_7

(1) Als we de gegevens in bovenstaande tabel op ons in laten werken, kunnen we de logica, om het jaar 2009 als basisjaar te kiezen om de ontwikkeling van de belasting- en premiedruk t.o.v. 2015 te duiden, toch moeilijk volgen.

We halen we nog even een grafiek uit de kast die meer vertroebelt dan verduidelijkt, maar in elk geval laat zien dat elke relatie met het bbp niet al te zinvol is:

251_6

We kunnen het verloop voor de periode 2008-2015 nog uitvergroten:

251_18

Een vergelijking met het verloop van het bbp is dus as useful as an ashtray on a motorbike. We zullen de belastingdruk als percentage van het bbp verder laten rusten en gaan nog even nader in op enkele belastinggegevens uit Statline. [1b en 1c]

2 Presentatie cijfermateriaal

2.1. Totaal overzicht

We beginnen met een totaaloverzicht voor de periode 1995-2015. Hierbij is een periode-indeling gemaakt op basis van de vereenvoudiging van het belastingstelsel in 2001 en de bankencrisis in 2008:

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten of clicken en even uitprinten in landscape)

251_8

(1) Gegeven de vele wijzigingen in de periode 1995 t/m 2015 is een toelichting op de afwijkingen ondoenlijk. Zowel het ondernemingsinkomen als de vennootschapsbelasting kennen een achterwaartse en voorwaartse verliescompensatie, waarvan het regime vele malen gewijzigd is. [5]

(2) De inkomstenbelasting is veelal negatief door HRA en de pensioenaftrek derde pensioenpijler en fluctueert daarnaast sterk door het ondernemersinkomen.

251_12

(1) In 2007 is de MKB-winstvrijstelling ingevoerd. Naast de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek onstond zo een fiscaal Walhalla t.o.v. de werknemer.

Het aandeel van de loonbelasting, inkomstenbelasting en vermogensbelasting in de totale belastingen is als volgt:

251_15

(1) We nemen de oude vermogensbelasting mee omdat de inkomstenbelasting incl. box 3 wordt vermeld. Het aandeel 2015 is dus praktisch gelijk aan het aandeel 1995.

2.2. Loon- en inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, dividendbelasting en vermogensbelasting.

251_9

(1) Vanaf 2001 is de box 3 belasting begrepen in de inkomstenbelasting. De vermogensbelasting voor 2001 is dus bij de rode lijn meegenomen.

(2) Het aandeel van de vennootschapsbelasting in de belastingopbrengst is als volgt:

251_14

2.3 Belasting BTW, accijns, milieu, motor- + BPM, onroerend zaak en overdracht.

251_10

Het aandeel BTW in de totale belasting is als volgt:

251_16

3.4 Bankenbelasting en verhuurdersheffing

251_11

(1) Deze twee belastingen vormden in 2015 met € 2,3 mld. of 1,5 % van de belastingopbrengst. (2014: € 2,7 mld.; 1,8%)

(2) Deze belastingen zijn een vorm van gelegenheidswetgeving. Voor de voorspelbare gevolgen van de verhuurdersheffing zie [5], voor de bezwaren tegen de bankenbelasting, een soort aflaatbrief, zie [6]. De buitenlandse bankenbelasting en de US expropriatie boetes zitten niet in deze cijfers.

3.5 Sociale premies en zorgverzekeringsfonds

251_13

In 2015 bestede de overheid €34,8 mld. aan het zorgverzekeringsfonds (36,1 % van de sociale premies). In 2009 was dat bedrag € 24,9 mld. ( 32,8 %). Het geld hoopt zich onnodig op in de verplichte reserves bij de zorgverzekeringsmaatschappijen omdat de facto sprake is van een omslagstelsel.

3.6 BPM en motorrijtuigenbelasting

251_17

3 Slotopmerkingen

(1) Belastingen moet je natuurlijk aan de belastinggrondslag relateren. Vervolgens moet je het traject dat voor het vaststellen van de belastinggrondslag ligt nader analyseren om te zien wat, gegeven de systematiek, buiten de heffing valt.  Doordat de CBS-statistieken nogal eens de belastinggrondslag volgen, valt die analyse nogal eens niet te maken. Het CBS krijgt overigens vaak onvoldoende middelen om de leemtes in de statistiek snel te dichten en wijzigen in de fiscale systematiek zorgt voor breuken in de datagegevens.

Ons belastingstelsel kent een aantal anomalieën, die niet geheel toevallig, hoofdzakelijk op het inkomen uit (bepaalde) vermogenscomponenten betrekking hebben:

(a) De behandeling van het eigen huis  en de pensioenpremie is zeer particularistisch. Het eigen huis wordt fors gesubsidieerd en de belasting op de pensioenpremie wordt vele jaren uitgesteld en later tegen een veelal lager tarief belast, terwijl het inkomen al wel in het bbp zit.  De huidige pensioenuitkeringen zijn geen inkomen maar betreffen het opnemen van geld uit de pensioenspaarpot. Het rendement op die pot zit niet in het inkomen van de burgers en de staat.

(b) Het inkomen uit ondernemingsvermogen en aanmerkelijk belang vermogen wordt bepaald met fiscale ficties die weinig uitstaande hebben met de economische realiteit.

(3) Ook het inkomen uit het box 3 deel van het vermogen is forfaitair. Voor de lage vermogens is dat forfait veel te hoog, voor de hogere vermogens hangt dat van de werkelijke beleggingsmix af. De indirecte beleggingsopbrengsten zijn niet in het inkomen begrepen. Belangrijke vermogenscomponenten vallen geheel of ten dele buiten de box 3 heffing.

Als een belastingdruk, in welke vorm dan ook, berekend wordt dient met deze anomalieën rekening te worden gehouden en in elk geval zou je kanttekeningen moeten plaatsen als je niet als his master’s voice wilt optreden.

___________

[1a] Eurostat – Government finance statistics

“De belasting- en premiedruk is de totale opbrengst van belastingen en sociale premies uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Bij de sociale premies gaat het om premies wettelijke sociale verzekering. Hieronder worden ook de premies voor de verplichte basiszorgverzekering gerekend, maar niet die voor de aanvullende (vrijwillige) verzekeringen. Om de internationale vergelijking mogelijk te maken, is de belasting- en premiedruk gebaseerd op de cijfers van Eurostat. Door een andere berekeningswijze wijken deze cijfers licht af van de cijfers die CBS normaliter publiceert. De belasting- en premiedruk volgens de definitie van Eurostat ligt, afhankelijk van het jaar, tussen de 0,5 en 1 procentpunt hoger.”

Nu ken ik maar één bedrag voor belasting en sociale premie en wel al het geld dat op de bankrekening van de schatkist bij ING binnenkomt. Wij zullen ons dus tot de cijfers van CBS Statline beperken:

[1b] StatLine – Overheid; ontvangen belastingen

[1c] StatLine – Overheid; ontvangen sociale premies

Toelichting spreadsheet Statline:

“Deze tabel bevat gegevens over de ontvangsten van sociale premies door de sector socialezekerheidsfondsen. Dit is een subsector van de sector overheid. De gebruikte begrippen sluiten aan bij de Nationale rekeningen. De Nationale rekeningen zijn gebaseerd op de internationale definities van het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010). Om de toegankelijkheid van de tabel te verhogen, worden in sommige gevallen gangbare omschrijvingen van inkomsten- en uitgavencategorieën gebruikt in plaats van de termen uit de Nationale rekeningen. De betreffende Nationale rekeningen-term wordt dan in de toelichting vermeld. De gepresenteerde gegevens sluiten aan bij de publicaties over de Nationale rekeningen.”

De gegevens zijn hier opgenomen om aansluiting te houden met de CBS publicatie [2]. De fondsen hebben deels een artificieel karakter door de wijze waarop heffingskorting en arbeidskorting in de statistieken worden verantwoord. Volgens mijn opvatting zijn die kortingen gewoon tax credits en feitelijk zijn de volksverzekeringen ook gewoon belastingen, zeker na het gesjoemel met de AOW.

[2] CBS, “Belasting- en premiedruk neemt toe”, https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/47/belasting-en-premiedruk-neemt-toe

[3] https://basjacobs.wordpress.com/2016/09/17/ing-heeft-gelijk-overheidsbeleid-in-de-periode-2011-2017-kostte-volgens-het-cpb-ongeveer-365-000-banen/

[4] Op basis van een regressie berekening is het verband tussen belasting- en premielast (y) en bbp (x)  als volgt: y = 3,47358+ 0,353845x. Als we de uitkomsten van deze vergelijking naast de werkelijke uitkomsten leggen dan krijgen we het volgende verloop van de residuwaarden in % bbp:

251_3

 [5] http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/vennootschapsbelasting/verrekenen_van_verliezen/

http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/inkomstenbelasting/inkomstenbelasting_voor_ondernemers/verlies_uit_onderneming

[5] https://www.woonbond.nl/nieuws/forse-kritiek-tijdens-hoorzitting-tweede-kamer-verhuurderheffing

[6] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2016/03/23/bijlage-verslag-evaluatie-bankenbelasting/bijlage-verslag-evaluatie-bankenbelasting.pdf

J.A.G. van der Geld, “Bankenbelasting, de foute oplossing voor een echt probleem”, https://books.google.nl/books/about/Rijkers_bundel.html?id=EG9AoAEACAAJ&redir_esc=y

Advertenties

From → 0. Permanent

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: