Skip to content

Van armoe rammelt alles

4 oktober 2016

________________________________________________________

Het SCP heeft recent het rapport Armoede in kaart 2016 uitgebracht dat bij nader inzien eerder Armoede in kaart 2014 had moeten heten, gegeven de actualiteit van de meeste data. We zullen enkele gegevens uit dit rapport behandelen, waarbij we zoveel mogelijke gebruik zullen maken van de meest recente cijfers. Het SCP onderkent twee pakketten het basispakket, voor de minimale uitgaven van een zelfstandig huishouden aan onvermijdbare, basale zaken en het niet-veel-maar-toereikend budget, met minimale kosten van ontspanning en sociale participatiedat we kortheidshalve het pretbudget zullen noemen.

In het SCP rapport laat de uitwerking van het bruto-netto traject en de aansluiting met de minimaal noodzakelijke kosten en kosten sociale participatie zeer te wensen over. We zullen hier met name aandacht aan besteden.

De conclusie die we kunnen trekken is dat het meer zin heeft om aan te sluiten bij het netto besteedbaar inkomen van de diverse sociale wetten en deze normen grondig te onderbouwen in plaats van een eigen set pretbudget- en basispakket-normen te fabriceren. Een zinvolle armoedekaart brengt vervolgens de afwijkingen in beeld, tracht die te verklaren en komt waar nodig met voorstellen om het armoedegat dat kennelijk ontstaat te dichten. Het armoedegat is dan het verschil van de normen voor de sociale wetten en het werkelijk besteedbaar inkomen, geschoond voor anomalieën (b.v HRA, MKB-regelingen, etc.) in die belastingwetgeving. Het SCP-rapport is dus een armzalig rapport, vandaar de kop in deze bijdrage.

Het woord schaduweconomie (Nederland 9,1% bbp), al of niet legaal, komt ten onrechte in de SCP-publicatie niet voor. Het woord windhapper (tienduizenden mensen die van de lucht leven) ook niet.

In totaal gaat het om 1.202.000 arme personen (7,6% bevolking), waarvan 68% het met minder dan € 1.063 netto per maand moet doen op basis van het referentiebudget voor een eenpersoonshuishouden. Alleen de woonkosten, inclusief een minimale huur van € 375, maken al € 465 (44%) van dat basisbudget uit.

________________________________________________________

§1 Inleiding

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) stelt jaarlijk, in samenwerking met het CBS en Nibud, een Armoedekaart op die inzicht geeft in de armoede onder de Nederlanders. [1] Die armoede wordt ‘objectief extern’ gedefinieerd, door wetenschappers en budgetdeskundigen. Als toetsing van die deskundigheid mag dienen dat een panel van wel acht ‘doorsneeburgers’, meer geld had Asscher niet beschikbaar, ook hun woordje mogen doen over “wat mensen minimaal nodig hebben aan goederen en voorzieningen om ‘net niet arm’ te zijn.” Zoals we nog zullen zien zijn die doorsneeburgers aanzienlijk scheutiger dan die van overheidswege geconsulteerde regelneven.

Internationaal (b.v. Eurostat) wordt gemeenlijk als armoedgrens 60% van het mediaan beschikbaar inkomen aangehouden.[§6] Het voordeel van deze benadering is dat de armoedegrens de welvaartsontwikkeling volgt en daarnaast niet afhankelijk is van het ‘wetenschappelijke en objectieve oordeel’ van een handjevol bobo’s.

Daarnaast hebben we natuurlijk ook wetgeving om de armoede zoveel mogelijk te bestrijden. We kunnen daarbij denken aan de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Algemene Bijstandswet, de Wet langdurige zorg (Wlz) en niet te vergeten de AOW, die een bodemvoorziening voor gepensioneerden vormt. Deze wetgeving wordt stiefmoederlijk behandeld in het rapport. De kennelijk door de meerderheid van de twee Kamers, en dus door het Nederlandse volk, gewenste minimumstandaard is immers in die wetten neergelegd en daar kunnen experts noch een panel tegenop. Het had dan ook voor de hand gelegen de netto-uitkeringen van die regelingen, inclusief fiscale faciliteiten en toeslagen, uitgebreid in de armoedekaart te betrekken.

In §2 gaan we nader in op het referentiebudget van het SCP/Nibud. In §3 laten we aan de hand van twee grafieken zien hoe het bruto-netto traject naar beste weten eruit ziet. Ik heb al die wettelijke regelingen niet bedacht, dus de opstellingen zijn S.E.O. In de appendix zijn twee rekenvoorbeelden nader uitgwerkt, waarvoor hetzelfde geldt. In §4 behandelen we enkele geselecteerde onderwerpen nader. In §5 geven wat nadere profielen van de arme bevolking. Een vergelijking met de internationale armoedenorm wordt in §6 behandeld.

 §2 SCP-budgetten

Het SCP kent twee referentiebudgetten:

“Het basisbehoeftenbudget omvat de minimale uitgaven van een zelfstandig huishouden aan onvermijdbare, basale zaken zoals voedsel, kleding en wonen. Ook de uitgaven aan enkele andere moeilijk te vermijden posten (bijvoorbeeld verzekeringen, niet-vergoede ziektekosten en persoonlijke verzorging) zijn meegeteld. Het tweede referentiebudget, het niet-veel-maar-toereikendbudget, is iets ruimer. Dat houdt ook rekening met de minimale kosten van ontspanning en sociale participatie, bijvoorbeeld een korte vakantie of het lidmaatschap van een sport- of hobbyclub. Deze zaken zijn niet strikt noodzakelijk, maar veel mensen beschouwen ze wel als zeer wenselijk.” [1]

Omdat het basisbudget niet toereikend is, gaan we van het pretbudget uit. Aangezien we volgens Rutte II en de meeste politieke partijen in een participatiemaatschappij leven, moet je dat natuurlijk wel mogelijk maken. Hierbij komt een panel van burgers verderop te hulp. Niet dat dit in de verdere publicatie van het SCP heeft mogen baten.

Het historisch verloop van die netto referentiebudgetten vanaf 2008 is als volgt:

243_4

(1) Primair wordt het maandbudget opgesteld voor alleenwonende en vervolgens met behulp van equivalentiefactoren aangepast voor tweepersoonshuishoudens zonder en met kinderen. De factoren zijn in de tabel vermeld. De in de tabel vermelde cijfers zijn herrekend naar jaartotalen. De cijfers zijn vanaf 2008 beschikbaar. Voor de jaren 2013-2008 zijn voor een consistente presentatie de equivalentiefactoren van 2014 aangehouden.

(2) In de tabel is de brutohuur opgenomen dus voor aftrek eventuele huurtoeslag, die men overigens alleen misloopt bij een vermogen groter dan €24.417 of het dubbele bij meerpersoonshuishoudens (2016) of indien men verzuimt de toeslag aan te vragen. De huurtoeslag wordt door het SCP bij het inkomen geteld. Hoeveel woningen met een bruto huur ≤ € 375 per maand in het sociale woningbestand voorkomen mag de lezer van de kaart zelf uitzoeken.

De betaalde ziektekostenpremie wordt niet bij de kosten geteld, maar wordt in de analyses van het inkomen afgetrokken. Op deze wijze wordt dus een particularistisch (CBS-/SCP-) inkomensbegrip gehanteerd. Nu volgen de ziektekostenpremie en de huur natuurlijk niet het prijsindexcijfer, omdat de kosten daarvan politiek worden bepaald.

(3) Het referentiebudget voor een alleenstaande kunnen we vergelijken met de ontwikkeling van het referentie-inkomen 2008 met inflatie en 60% van het gestandariseerd besteedbaar inkomen voor de leeftijdscategorieën 25-45, 45-65 en 65 jaar of ouder [4]:

243_5

(1) De experts komen dus hoger uit dan 60% van het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen.

(2) In welke mate het pakket voor de CPI representatief is voor de doelgroep is de vraag. In elk geval volgde het referentiebudget een aantal jaren niet het CPI. De ontwikkeling van de lonen blijft ook achter bij het referentiebudget. “Deze methode leidt er gewoonlijk toe dat de stijging van de grensbedragen groter is dan de inflatie maar kleiner dan de stijging van het gemiddelde inkomen”.[1] Oordeelt u zelf, zou ik zeggen.

(3) Een uiterst kleine focusgroepje van slechts acht “burgers” , meer geld had Asscher er kennelijk niet voor over, kwam aanzienlijker hoger uit dan de SCP-deskundigen. De verschillen zijn als volgt:

243_6

(a) Een alleenstaande heeft volgens het panel 37% per jaar of € 4.728 meer nodig (€ 394 per maand). Voor eenverdiener voor een gezin met twee kinderen zijn deze gegevens respectievelijk 23%, € 5.586 per jaar en € 464 per maand. Het gaat dus niet om de postzegelkas.

(b) Het burgerpanel is dus in totaal aanzienlijk genereuzer dan de experts, grotendeels omdat de woonlasten werden gebaseerd op de ‘Amsterdamse situatie’ en doordat het panel de armen wat meer lol in het leven gunt (vakantie en ontspanning) dan die Nibud-cijferfetisjisten. Als het Nibud de bijkomende woonkosten goed heeft ingeschat dan gaat het panel uit van een huur van € 610 in plaats van € 375. Waarom het SCP zelf de gebudgetteerde huur van het panel niet meedeelt mag Joost weten.

(c) Gezien de fluctuerende factoren in het panelbudget voor een gezinshuishouden is het verwonderlijk dat het SCP met één doorsnee equivalentiefactor werkt en niet de moeite neemt om gewoon een budget voor een gezin samen te stellen.

(d) Het verschil door de ziektekostenpremie is van de eigen tenenkrommende en aprofessionele makelij van het SCP [1, blz. 91] en is onder aan de telling opgenomen om aansluiting te houden met de SCP-kaart cijfers.

(e) Naast de huur, de ziekteverzekeringskosten doen gewoon niet mee, lijkt het overige verschil

vooral een ruimere opvatting onder de burgers (de scribent is kennelijk in militaire dienst geweest en zelf geen burgerover de mate van sociale participatie die bij een minimale levensstijl hoort. Zij reserveren duidelijk hogere bedragen voor zaken als bezoekjes aan familie, hobby’s en een (goedkope) vakantie dan het referentiebudget. “ [1, blz. 91]

Volgens mij zijn het deze kosten  waar die door het SCP geraadpleegde deskundigen zelf ongevraagd op bezuinigen en juist niet “de mensen die feitelijk in armoede leven”. [ibidem]

§3 Het bruto-netto traject

We volgen het bruto-netto traject voor een alleenverdienende werknemer als allenstaande en met een gezin met twee kleine kinderen. In het laaste geval gaan we uit van een bruto huur van € 500, nog steeds binnen het SCP budget als je met de equivalentiefacor rekening houdt. We weten inmiddels dat ca 12,5% van de huishoudens een bruto-inkomen lager dan € 19.000 heeft. [15]

(a) Een alleenstaande werknemer

Het grafisch verloop van het netto-inkomen na toeslagen en aftrek van € 1.200 jaarpremie ziektekostenverzekering, laat zich als volgt weergeven:

(Click op grafiek of Ctrl+om te vergroten) 

243_17

(1) Om aansluiting te houden met de budgetten wordt de SCP-systematiek gevolgd en de premie ziektekostenverzekering afgetrokken.  Het netto inkomen bij een minimumloon is aanzienlijk hoger dan het pretbudget.

(2) Het bestaan van de Wet op het minimumloon en minimumvakantiebijslag is het SCP kennelijk ontgaan (1/7/2016 : bruto € 19.922 per jaar, voor 2016: € 18.446,40). Het basisbudget is dus van elke realiteit ontbloot.

(3) We kunnen ook het totaal van de toeslagen en inhoudingen voor een alleenstaande in kaart brengen in relatie bruto-inkomen:

243_19

Met een bruto-inkomen van € 16.259 houden de toeslagen en inhoudingen elkaar in evenwicht Het netto-inkomen na aftrek ziektekostenpremie is dan € 15.060. Dat is dus ook een benadering van de armoedegrens voor een alleenstaande – zie onder (b). Bij dat inkomen betaal je nog wel ca € 1.805 aan indirecte belastingen.

(b) Een gezin met twee kinderen, waarvan slechts één partner als werknemer werkt.

Het grafisch verloop van het netto-inkomen na aftrek van € 2.400 jaarpremie ziektekostenverzekering laat zich als volgt weergeven:

(Click op grafiek of Ctrl+om te vergroten) 

243_18

(1) Tergend langzaam kruipt het netto-inkomen door afbouw van de toeslagen naar het pretbudget van € 24.041. Met veel moeite komt de kostwinner eindelijk met een netto-inkomen van € 35.335 daaraan toe. Bij een modaalinkomen (2016 € 36.500) bedraagt het netto-inkomen, na aftrek ziektekostenpremies € 25,229.

(2) De situatie wordt voor tweeverdieners of een alleenstaande met kinderen al snel beter, mede door de combinatiekorting van € 1.039 + 6,159% x (arbeidsinkomen – €4.881) met een maximum van € 2.769. De zzp’er kan die combinatiekorting al vanaf € 0 bruto-inkomen realiseren en strijkt dan om onduidelijke redenen € 1.033 meer op dan een werknemer.

(3) Het is mij volstrekt onduidelijk hoe je de budgetten van het SCP moet rijmen met de door de staat gevoerde inkomenspolitiek. Daar had het SCP best een hoofdstukje aan mogen wijden.

(4) In de media wordt inzake het toeslagensysteem nog al eens gesproken van het rondpompen van geld. Onderstaande grafiek laat, met de data uit de laatste grafiek zien dat voor het rechterdeel, gewoon door het ontbreken van geldtoevoer, niets valt rond te pompen:

243_20

(1) Pas bij een inkomen van ongeveer € 25.600 is van inkomenssubsidie geen sprake meer en zijn inhoudingen en toeslagen (€ 5.927) praktisch aan elkaar gelijk. Pas dan ga je eindelijk belasting betalen. Dat komt overeen met ca € 23.215 netto, na aftrek ziektekostenverzekeringen en dat bedrag zou je dus ook als een impliciete armoedegrens kunnen opvatten. Bij dat inkomen betaal je nog wel ca € 2.840 aan indirecte belastingen. De impliciete equivalentiefactor van een gezin met 2 kinderen t.o.v. de alleenstaande in (a) is dan laag: 1,43.

(2) Als brekebeen Frans Weekers, lid van de VVD-verkiezingsprogrammacommissie, in Zeker Nederland schrijft: “Wij willen dat in een nieuw belastingstelsel de toeslagen sterk worden vereenvoudigd. Op dit moment wordt er namelijk nog te veel belastinggeld onnodig rondgepompt.”, dan vraag ik mij af wat hij al die tijd op Financiën heeft uitgespookt. De klunzige ambtenarentop van de belastingsienst is jaren de hand boven het hoofd gehouden (heer Omtzigt: ook onder De Jager). [13] Weekers was toch diegene die het studierapport van Van Weeghel en van Van Dijkhuizen I & II (samen met Eric Wiebes) in een heel diepe bureaulade wegstopte? [14] Als ik aan rondpompen denk, komt bij mij eerder de HRA, die staat als een huis in Groningen, gebouwd door een Limburgse aannemer, in gedachte.

(2) Het woord toeslagen komt twee keer in de SCP-kaart voor en dan alleen nog in termen van:

Daarom is het in beginsel verstandig ervoor te zorgen dat de financiële prikkel voldoende sterk is om werken aantrekkelijk te maken. [1]

Omdopen naar Neo-Liberaal (Sociaal) Planbureau zou ik zeggen, als een soort His Master’s Voice. (zie ook § 5.3)

§4.1 Woonlasten

De netto-huur na aftrek huursubsidie voor de vier in de appendix behandelde casussen laat zich, door domweg de rekenhulp toeslagen van de belastingdienst te gebruiken, als volgt weergeven [8] :

243_7

De data is i.v.m. de bijna gelijke uitkomsten in een tabel i.p.v. grafisch weergegeven. Voor een nadere toelichting op de systematiek zie [niet doen 9]. Het gemiddelde slaat op het gemiddelde van de casussen en is dus niet representatief.

De verdeling naar huurhoogte van het corporatiewoningen bestand is als volgt [6]:

243_13

Het wordt dus dringen voor die 1.202.000 armen (het aantal huishoudens heb ik niet aangetroffen) om een woning te vinden die binnen het Nibud-referentiebudget past. Goedkoop en betaalbaar is kennelijk een maandhuur na aftrek huursubsidie van ca € 230 – 300 per maand.

De ontwikkeling van de huurprijzen is als volgt:

243_4-met-dank-independer

(1) De huurprijzen volgen dus geenszins de prijsontwikkeling, in de periode 2009 t/m 2015 stegen de huren,, ondanks de dalende rente, gemiddeld met 2,9 % p.j. Door de HRA zijn die huren ook fors te hoog (WOZ-waarde) omdat de huizenprijzen worden opgedreven. Nu moet natuurlijk wel een onderscheid worden gemaakt tussen het duurdere en goedkope segment. De huurtoewijzing is echter maar ten dele gebaseerd op inkomen en het aandeel “goedkope” huurwoningen loopt terug [6]:

243_8

Het aandeel goedkope woningen bedroeg in 2009 25,4 % en in 2014 14,8 %. Vanaf 2016 moeten corporaties aan minstens 95% van de huishoudens met recht op huurtoeslag een woning toewijzen met een huur onder de zogenoemde aftoppingsgrens (rond €600 per maand).

(2) 34% van de armen heeft een koopwoning, de globale vermogensverdeling van het eigen huis voor die groep is als volgt [1]:

243_7

Het “inkomen” wordt natuurlijk ook beïnvloed door het inkomensbegrip. Voor de eigenwoningbezitter is bij het besteedbaar inkomen een deel van de HRA-subsidie (betaalde hypotheekrente en het eigenwoningforfait) al meegerekend. Arm is voor deze groep, die systematisch wordt voorgetrokken, dus een rekbaar begrip. De Nationale hypotheek garantie, dus de belastingbetaler, dient als buffer.

§4.2 Zorgpremie

Voor de prijsontwikkeling van de gemiddelde zorgpremie maken we dankbaar gebruik van independer.[3]:

243_3-met-dank-independer

De zorgpremie steeg in de jaren 2009 t/m 2014 met maar 1,5 % per jaar, maar van 2009 t/m 2013 met 3,7% per jaar. De lage premie in 2014 kwam doordat verzekeraars inteerden op hun (onnodig) oplopende reserves, die zij als potje mede op verzoek van DNB aanhouden. Materieel hebben we natuurlijk een omslagstelsel en berust elke gelijkenis met een verzekering op zuiver toeval. De werkelijke zorgkosten per jaar zijn overigens ook een onbekende grootheid mede door de gigantische achterstanden in de facturatie door de ongelooflijk ingewikkelde en fraudegevoelige DBC-zorgproducten schema’s.

§5 Profiel armen
§5.1 De aantallen

243_8

In 2012 waren 666.000 mensen langdurig arm, 57% van de armen.

§5.2 Tekort arme huishoudens [1]

243_14

(1) Eigenlijk moet je dat netto tekort vanaf b.v. 2009 cumulatief nemen en het niveau van 2001 wordt nog steeds niet gehaald. In 2015 hadden ongeveer 1 à 1,5 miljoen huishoudens risicovolle of problematische schulden.[1]

(2) Het totaal tekort in 2014 bedraagt ca € 2,4 mld. Het inkomensbegrip dat daarbij gehanteerd wordt is toch wel bijzonder. [10] Gezien het door het SCP gebruikte referentiebudget zal het werkelijke tekort hoger uitvallen.

§5.3 Profiel armen

Helder rapporteren is het SCP niet gegeven. Zo goed en zo kwaad als dat gaat zijn uit het rapport enkele kenmerken van de armen bij elkaar geharkt:

243_9

(1) Veel arme zzp’ers zullen in feite werknemer zijn die dankzij de gebrekkige controle en zelfs collaboratie (b.v. PostNL) van de belastingdienst niet als werknemer worden aangemerkt.

(2) De passage van één van de “deskundige objectieve experts” wil ik niet onthouden:

Het aanvullen van inkomenstekorten brengt een aantal bezwaren met zich mee. Ten eerste neemt het de oorzaken van armoede (werkloosheid, ziekte, schulden) niet weg. Ook kan het ertoe leiden dat de armen minder moeite gaan doen om uit de armoede te ontsnappen. Bij de niet-armen kan het leiden tot een gevoel van onrechtvaardigheid (Vrooman 2015).[1, blz. 51]

Het enige wat ik hier aan te voegen heb, gezien bovenstaand profiel van die 1.202.000 armen, is de beginregel van een bekend liedje van Frans Halsema & Jenny Arean:

Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten hoe

Met een klein beetje permanente educatie is het laatst genoemde probleem van de heer Cok Vrooman, één van de auteurs van de kaart, die dus eigenlijk een vorm van zelfplagiaat pleegt, wel op te lossen.

§5.4 Voedselbanken

Om in aanmerking te komen voor ondersteuning voor maximaal 3 jaar door de voedselbank moet je aan de volgende criteria voldoen [11]:

243_15

De voedselbank is in 98% van de gemeenten actief. Het aantal klanten bedroeg in 2015 88.000 personen of 35.000 huishoudens. Er waren 10.500 vrijwilligers actief. ‘Met deze criteria konden de voedselbanken in 2015 minder dan 10% van de allerarmste huishoudens in Nederland helpen.’ [11]

§6 Armoede in EU-perspectief

Op basis van onderstaande tabel, in Eurostat-opmaak, kunnen we de positie van Nederland inschatten. [5] De grens voor armoede is gebaseerd op 60% van de mediaan.

243_10

“The at-risk-of-poverty rate is the share of people with an equivalised disposable income (after social transfer) below the at-risk-of-poverty threshold, which is set at 60 % of the national median equivalised disposable income after social transfers.

This indicator does not measure wealth or poverty, but low income in comparison to other residents in that country, which does not necessarily imply a low standard of living.” [2 glossery]

Het bedrag van € 12.535 in 2014 is min of meer vergelijkbaar met met het SCP-cijfer van € 11.852 /€ 12.756. De cijfers van met Nederland vergelijkbare landen is in de tabel af te lezen.

Gegeven de grote verschillen in de omvang van de schaduweconomie , oplopend tot wel 35%, tussen de landen onderling, dient deze publicatie voor de knoflooklanden met een flinke pot zout te worden geconsumeerd.

APPENDIX
Twee rekenvoorbeelden

Enkele wettelijke regelingen kunnen als volgt worden samengevat:

243_1

In deze paragraaf gaan we in op twee casussen:

(a) AOW voor een alleenstaande en met partner.

(b) Een gezin met minimuminkomen, waarvan één partner werkt met twee kinderen tussen 6 en 12 jaar oud.

We gaan uit van een minieme huur van € 4.500 per jaar voor casus (a) en in afwijking van het SCP een huur € 6.000 voor casus (b). De jaarlijkse pretbutgetten bedragen € 12.756 voor een alleenstaande, €17.472 voor een AOW-paar en € 24.041 netto voor het gezin.

2.1 AOW

De AOW bedraagt 70% van het netto minimumloon. We volgen de indeling van zorgkosten en zorgpremie van het SCP. Het bruto-netto traject voor de AOW kan als volgt worden weergegeven [12]:

243_2

(1) Met alleen AOW houdt een alleenstaande dus maandelijks € 177 over en een paar € 228 ten opzichte van het pretbudget.

(2) Onderaan de tabel is aangegeven hoeveel de AOW’ers jaarlijks aan ziektekosten op tafel leggen. Een alleenstaande betaalt dus € 221 en een paar € 339 per maand aan ziektekosten. De verrekening van de premie wlz door de heffings- en ouderdomskorting is in feite voor “arme” AOW’ers een negatieve belasting, die anders in andere vorm zal moeten worden verstrekt. Dit is de bekende truc van overheidswege om over de overheidsbijdrage aan het premietekort op de AOW-premie te spreken.

(3) De bruto huur bedraagt € 375 , na aftrek met partner met de huurtoeslag van €147, netto € 228 per maand. Dat is ca de minimum basishuur van € 232 per maand. Wordt de huur bruto € 500 per maand dan wordt de huurtoeslag € 240 en de netto-huur slechts € 12 per maand hoger. Dat verschil is dus minimaal ten opzichte van het toegenomen woongenot.

(4) Het eigen risico ziektekosten is volgens het SCP-budget – zie § 3.

(5) Voor het echtpaar is de ongebruikte heffings- en ouderdomskorting € 917.

(6) Dat AOW’ers nog “arm” kunnen zijn is met deze cijfers nauwelijks te geloven.

(7) De opbouw van AOW-rechten start om histerische redenen met je 15e jaar. Dat allochtone emigranten die later naar Nederland zijn gekomen een flink AOW-gat opbouwen is daarvan een gevolg. Het wordt dan ook hoog tijd dat de opbouwjaren meer realistisch worden vastgesteld.

§2.2 Echtpaar met 2 kinderen – minimumloon

We gaan uit van een gezin met twee kinderen jonger dan 12 jaar. De man is alleenverdiener  als werknemer bij de gemeente of zzp’er, waarbij de partner onbezoldigd hand- en spanddiensten verleend.

De berekening van het netto-inkomen is als volgt [12]:

243_3

(1) In deze casus houdt het gezin € 9  respectievelijk € 75 per maand over t.o.v. het pretbudget.

(2) De huur voor een echtpaar met twee kinderen stellen we meer realistisch op bruto € 500 per maand. dit valt binnen de SCP equivalentiefactor. De netto huur na aftrek van huursubsidie komt daarmee € 31 per maand hoger uit.

(3) We kunnen zien dat de minimumlijer van een zzp’er €1.882 aan aftrek belastingkortingen moet laten liggen.

(4) De werknemer spaart i.t.t de zzp’er wel voor zijn pensioen. Met die premiestorting van € 2.094 bouwt hij een bruto geïndexeerd pensioen op van ca € 105 per jaar.

Conclusie op basis onze casussen

In beide casussen is dus sprake van een overschot ten opzichte van het noodzakelijke kosten referentiebudget.

Het is aannemelijk dat het inkomen voor een alleenstaande met alleen bijstandsuitkering te laag is t.o.v. het referentiebudget, net als de maximumbijstand per huishouden. Maar door het oerwoud aan diverse decentrale regelingen is dat voor mij niet goed in te schatten. Het is immers ook maar de vraag of die bijstandgerechtigde een woning met een huur van bruto € 375 kan bemachtigen.

De casussen laten zien, zoals ook betoogd in Van Dijkhuizen II, dat je de lage inkomens alleen via toeslagen of een aanzienlijke tax credit kunt bereiken en dat je onder het huidige individuele belastingsysteem niet zonder toeslagen kunt. [14, blz. 81]

____________________

Laatst bijgwerkte 8 oktober 2016

Het is niet mijn dagelijkse hobby om me te verdiepen in allerlei wettelijke regelingen, waar ik gelukkig persoonlijk nauwelijks mee te maken heb. Ik sluit dus niet uit dat er fouten en omissies in de cijferopstellingen zijn gemaakt. Voor opmerkingen houd ik mij dan ook aanbevolen.

[1a] https://digitaal.scp.nl/armoedeinkaart2016/assets/pdf/armoede_in_kaart_2016-SCP.pdf

[1b] Ter vergelijking de vorige versie:

https://www.cbs.nl/-/media/imported/documents/2014/49/armoedesignalement-2014-pub.pdf

[2] http://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php/File:At-risk-of-poverty_rate_and_at-risk-of-poverty_threshold_(for_a_single_person),_2013_and_2014.png#file

[3] https://www.svb.nl/int/nl/kinderbijslag/tweemaal_kinderbijslag/extra_kinderbijslag/

[4] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70843ned&D1=6&D2=0-1,8-9,15,18&D3=0-4&D4=7-14&HDR=G1,G2,T&STB=G3&VW=T

[5] http://weblog.independer.nl/onderzoek/overzicht-premies-zorgverzekering-tussen-2006-en-2014/

[6] https://www.aedes.nl/feiten-en-cijfers/woning/hoe-ontwikkelt-het-bezit-van-corporaties-zich/hoe-ontwikkelt-het-bezit-van-corporaties-zich.html

[7] http://www.woningwet2015.nl/sites/www.woningwet2015.nl/files/documenten/bijlage_bij_brief_prioriteiten_volkshuisvesting_0.pdf

[8] http://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/toeslagen/

[9] https://www.woonbond.nl/beleid-belangen/huurtoeslag/normen-en-grenzen-huurtoeslag

[10] Onderstaande tekst valt moeilijk in te passen binnen het begrip besteedbaar inkomen:

Een klein deel van de arme huishoudens, tussen 5% en 10%, heeft een negatief jaarinkomen. Dit komt bijvoorbeeld door de aflossing van schulden of doordat de kosten van het eigen bedrijf hoger zijn dan de opbrengsten. Het mediane tekort van de huishoudens met een negatief inkomen bedraagt bijna €29.500 per jaar. In de voorgaande berekening is ervan uitgegaan dat deze huishoudens zelf verantwoordelijk zijn voor het negatieve inkomen. Daarom kregen zij niet hun volledige tekort aangevuld, maar alleen het bedrag vanaf €0 tot aan de armoedegrens. Ook na de aanvulling hebben ze dus een inkomen dat lager is dan de armoedegrens.[1]

[11] http://delft.voedselbankennederland.nl/bestanden/pdf/toekenningscriteria-voor-aanvraag-voedselpakket-per-1-7-201.pdf

Meer informatie

[12] http://www.raet.nl/bruto-netto-salaris-berekenen

[13] https://www.vvd.nl/partij/5/downloads/71/verkiezingsprogramma-s en

van de hand van Koen Caminada

http://media.leidenuniv.nl/legacy/2c-presentatie-eindrapport-cie-van-dijkhuizen.pdf

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-tragiek-van-gefaalde-ambities-en-gemiste-kansen-rond-belastinghervorming

[14] Verwijzing naar de drie raporten die in de bureaulade blven bij de heren Weekers en Wiebes:

Rapport studiecommissie belastingstelsel,  http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

“Naar een activerender belastingstelsel eindrapport”, http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/fin/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/06/18/eindrapport-commissie-inkomstenbelasting.html

[“Naar een activerender belastingstelsel interimrapport” ,http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/10/16/interimrapport-commissie-inkomstenbelasting-en-toeslagen.html,

[15] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2016/09/30/bijlage-1-antwoorden-kamervragen-miljoenennota-2017/bijlage-1-antwoorden-kamervragen-miljoenennota-2017.pdf ,vraag 46. Hierbij zijn de inkomens < 63% minimumloon uitgefilterd.

Advertenties

From → 1. Actueel

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: