Skip to content

Pensioenen 2016

13 september 2016

______________________________________________________

In deze bijdrage benaderen we het pensioenvermogen eind 2016 en geven nadere informatie over de ontwikkeling van dat pensioenvermogen. De beschikbare data is uiterst gebrekkig en we moeten dus volstaan met een benadering. Dat geldt met name voor het zgn. 3e pijler pensioenvermogen. We hadden deze bijdrage ook De vleespotten van Nederland anno 2016 kunnen noemen.

De aangetroffen data  laat zich als volgt kort samenvatten:

Het huidige pensioenstelsel legt een onverantwoord beslag op het besteedbaar inkomen. De omkeerregel pensioenen zorgt er immers voor dat we in het heden onnodig veel belasting betalen, terwijl het FTK de pensioenuitkeringen onnodig onder druk zet.[4]

______________________________________________________

§1 Inleiding

Hoewel het pensioenvermogen in CBS Statline met een jezuïtische redenering niet als huishoudvermogen wordt aanmerkt, kun je het 2e en 3e pijler pensioenvermogen toch moeilijk anders duiden.

De omkeerregel pensioenen maakt dat de pensioenpremie van het belastbaar inkomen tegen ca 52% mag worden afgetrokken en t.z.t. bij uitbetaling tegen gemiddeld 35% wordt belast. [3] Als het CBS en DNB, maar ook het CPB in een moment van verstandsverbijstering dat pensioenvermogen wel als vermogen aanmerken doen ze dat ook nog bruto, zonder rekening te houden met de 35% belastingclaim op dat pensioenvermogen van de staat. Op dat vermogen rust immers nog een belastingclaim van zo’n 35% (CPB) van de overheid en het pensioenvermogen van de pensioendeelnemers wordt daarmee fors te hoog en het vermogen van de staat veel te laag voorgesteld.

In Nederland kennen we drie pensioenpijlers: (1) de AOW, (2) de aanvullende pensioenregeling tussen werkgevers en werknemers, (3) de individuele fiscaal gefaciliteerde pensioenfaciliteiten, zoals b.v. lijfrenten, FOR en pensioen in eigen beheer, pensioensparen, etc. Zo goed en zo kwaad dat gaat zullen we een poging wagen (Appendix A) de daarmee gemoeide bedragen te kwantificeren.

§2 Pensioenvermogen

Tabel 1 Pensioenvermogen

(click op tabel om te vergroten)

(1) Voor de bronnen zie [1]. Opgenomen is ook een uiterst ruwe schatting van de 3e pijler pensioenen, die arbitrair wordt gesteld op 5/45 van de pensioenverplichtingen tweede pijler. [1G]

(2) Het pensioenvermogen bedraagt eind 2016 ca € 1.653 mld., een vooruitgang van € 151 mld. (10,1 %) t.o.v. 2015. Sinds 2006 is het pensioenvermogen in tien jaar tijd met € 828 mld. toegenomen of 7,1% per jaar. Daarvan profiteerde de staat met € 288 mld.

(3) Het zou natuurlijk aanzienlijk helpen als de overheid zijn pensioenstatistiek eindelijk eens op orde bracht. Dat de overheid daar geen belang bij heeft, mag duidelijk zijn, hoe kun je anders, als je immers zwemt in het geld ( belastingclaim € 579 mld., tegenover een overheidsschuld van € 436 mld.) nog bezuinigingen en ombuigingen afdwingen?

 §3 Dekkingsgraad pensioenfondsen

De ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad van de pensioenfondsen valt als volgt weer te geven:

240_4

Die dekkingsdraad is een weinig zeggende grootheid waaraan onevenredig aandacht moet worden besteed door de uiterst stompzinnige bepalingen in het Financieel ToetsingsKader (FTK). Stompzinnig om twee redenen:

(a) de dekkingsraad is gebaseerd op een uiterst discutabele extrapolatie van de overigens volstrekt irrelevante risicovrije rekenrente;

(b) Het FTK staat, om die onzin van (a) te corrigeren, toe dat je een herstelplan schrijft waarbij je de aannames terugdraait door in dat herstelplan te mogen rekenen met gedateerde rendementsparameters over een periode van 10 jaar . Zo komt Jan Splinter door de winter en hoef je dan weer niet tot afstempeling over te gaan en wordt tevens het gedempte premietekort aangezuiverd. In elk geval schuif je zo elke vorm van indexering voor je uit en wat in het vat zit verzuurt niet. Voor het effect van de daling van de rekenrente op de verdeling van de pensioenverplichtingen naar leeftijdscategorie zie deze bijdrage.

Voor een uiterst kritische kanttekening bij de hele rekenrente systematiek zie het artikel van Van Praag en Hemmers op de Mejudice site. [4] Het geheel leidt ertoe dat niemand krijgt wat hem toekomt zolang niet wordt overgegaan tot individuele toerekening van de pensioenpot.

Wat verder in de tijd terug wordt het beeld van de ontwikkeling van de dekkingsgraad voor de pensioenfondsen als volgt:

(1) Uit deze grafiek valt volgens sommige zelfbenoemde jongere pensioendeskundigen af te lezen dat de ouderen in het verleden veel te weinig pensioenpremie betaald zouden hebben.

 §4 Groei pensioenvermogen

In appendix A is de benaderde historie van de ontwikkeling van het pensioenvermogen opgenomen. Vergelijken we de daaraan ontleende cijfers met de ontwikkeling van het bbp dan ontstaat het volgende beeld:

(1) Voor de toelichting op de drie perioden (in verschillende lijnkleuren), veroorzaakt door leemtes in het cijfermateriaal zie appendix A. Het bbp is m.i.v. 1995 door een stelselwijziging met ca 6,6 % verhoogd.

(2) De jaarlijkse stijging van het pensioenvermogen bedraagt voor de pensioenfondsen alleen al ca. 7,5% en is derhalve fors hoger dan de toename (groei + inflatie) van het bbp (4,2%) in diezelfde periode. Dat geldt ook voor de belastingclaim op dat pensioenvermogen.

§5 Staat van baten en lasten 2007-2015

(1) Het effect van de funeste ontwikkeling van de rekenrente op de mutatie technische voorzieningen, de algemene reserve en daarmee de dekkingsgraad valt uit de tabel af te lezen.

De volgende samenvatting is dan mogelijk, voor zover de beschikbare gegevens dat mogelijk maken:

(1) Het pensioenvermogen is vrijgesteld van vermogensrendementsheffing. Als je het over derving van belastingopbrengsten van de staat hebt, moet je die derving eigenlijk nog meenemen. Uiteraard valt het effect niet te berekenen omdat als de beleggingsopbrengsten op het pensioenvermogen wel zouden worden belast er uiteraard een veel grotere vrijstelling zou moeten worden gegeven.

en voor 2016 afzonderlijk:

§5.1 Beleggingsopbrengsten

Het verloop van de rendementen 1997-2015 is als volgt:

(1)  Het totale rendement 1997-2015 bedraagt € 792,1 mld., na aftrek beleggingskosten. Bruto is het rendement € 808 mld., hiervan is 47% direct en 53% indirect.

De beleggingsresultaten kunnen voor de periode 2007 -2015 als volgt nader worden gespecificeerd [2a]:

(click op tabel om te vergroten)

De splitsing directe en indirecte resultaten kan grafisch als volgt worden weergegeven:

Indirecte beleggingsresultaten op vastrentende waarden gaan door het ontstane agio ten laste van toekomstige renteopbrengsten en drukken dan het toekomstig resultaat door de amortisatie van het agio. Helaas wordt deze informatie niet verstrekt in de kwartaalberichten.

§5.2 Pensioenpremies

Aan de hand van een tweetal bronnen geven we de pensioenpremiebedragen, zonder maar een flauw idee te hebben van het totale bedrag inclusief derde pijler. We kunnen de uitkomsten als volgt grafisch weergeven:

(1) De forse toename van de pensioenpremie met 8,1% per jaar heeft natuurlijk zijn tol geëist voor het besteedbaar inkomen en Rijk’s schatkist. De staat liet in de periode 1988 – 2016  ruwweg € 221 mld. (52%) aan belastingen over de pensioenpremie liggen, waarvan € 72 mld. (17%) permanent. Daarbij stelde de schatkist additioneel € 279 mld. (35%) aan belasting langdurig uit door overige toenames (voornamelijk rendement) van het pensioenvermogen. De niet pensioendeelnemers betaalden daar in die periode dus fors aan mee (totaal derving en uitstel € 500 mld.). De omkeerregel pensioenen is dus een uiterst dure Nederlandse hobby, die de bestedingen onnodig drukt.

(2) Het zal duidelijk zijn dat het verloop van de CBS cijfers op zijn minst opmerkelijk mag heten in vergelijking met de DNB pensioenfondscijfers. Toch zullen we nog even nader ingaan op de CBS-cijfers omdat het mogelijk een inkijkje geeft in de verdeling per inkomensdeciel van het pensioenvermogen van de werknemers.

Als we ervan uitgaan dat de gestorte pensioenpremies ook illustratief zijn voor de verdeling van het pensioenvermogen dan krijgen we de volgende inkomensverdeling:

(1) De pensioenvermogens van de werknemers per inkomensdeciel zijn dus aanzienlijk minder scheef verdeeld dan het vermogen per vermogensdeciel exclusief eigen woning en ondernemingsvermogen. Maar omdat het pensioenvermogen van de ondernemers en derde pijler pensioenen niet is meegenomen geeft dit niet het totaalbeeld. Bovendien moet je dan nog rekening houden met de progressieve belastingclaim op het vermogen want het gaat natuurlijk om het netto pensioenvermogen. [voor literatuur zie 5]

De pensioenpremies in deze paragraaf zijn zonder derde pijler pensioenen. Voor een indicatie van de pensioenpremie inclusief derde pensioenpijler zie de bijdrage Opdoeken die omkeerregel pensioenen!. (ca € 10 mld. hoger)

§6 Vergelijking met het buitenland [6]

Op basis van de 2015 publicatie van de 2013 OECD-cijfers kunnen we dus concluderen dat Nederland relatief één van de grootste pensioenreserves heeft. Het is alleen jammer dat deze cijfers bij de toetsing aan het Europese Stabliteitspact onder tafel verdwijnen. Dit klemt te meer daar we ook nog de ambtenarenpensioenen hebben afgefinancierd, daar moet je in het buitenland eens om komen. Netto, de belastingclaim hebben we al meegenomen, gaat het om:

———————————————————————————–

APENDIX A Een duik in het verleden

Zo goed of eerder zo kwaad als dat gaat zullen we ook een duik in het verleden nemen. We gaan daarbij terug tot 1987. Dat gaat moeizaam omdat ons CBS een bloedhekel heeft aan doorlopende cijferreeksen en ook niet erg behulpzaam is om deze informatie toegankelijk te maken.

We hebben de volgende informatie bij elkaar gescharreld aan de hand van DNB en CBS statistieken:

Tabel Samenvatting bepaling pensioenvermogen 20001 – 2016

(click op tabel of Ctrl+ om te vergroten)

(1) De gekleurde velden geven aan hoe het pensioenvermogen voor een bepaald jaar is samengesteld. De toelichting op de kolommen (ref) is in noot [1] opgenomen met verwijzing naar de bronnen.

(2) De derde pensioenpijler is herleid op basis van de eerder genoemde ratio 5/45 van het pensioenvermogen van de tweede pijler exclusief algemene reserve pensioenfondsen. Dit is uit pure armoede omdat betere gegevens ontbreken. Gegeven het cijfer van Knot voor 2012 van € 181 mld. lijkt dat cijfer conservatief.

 ___________________

Laatst bijgewerkt 12 maart 2017

Bronnen:

[1] Toelichting en bronnen tabel Appendix A

♦ (A) Het meest in aanmerking komende pensioenvermogen. (kleur geeft aan welke kolommen gebruikt)

♦ (B) De algemene reserve volgens pensioenfondsbalansen DNB.

DNB, https://www.statistics.dnb.nl/financieele-instellingen/pensioenfondsen/macro-economische-statistiek-pensioenfondsen/index.jsp

♦ (C) De pensioenverplichtingen volgens balans pensioenfondsen cf. (B)

♦ (D) Het pensioenvermogen volgens vermogensstatistiek DNB 31/12/2015 beëindigd. Hier moet je de algemene reserve pensioenfondsen nog bij optellen, die DNB ten onrechte niet meeneemt.

http://www.dnb.nl/statistiek/statistieken-dnb/huishoudens/

♦ (E) zie (D) zonder algemene reserve pensioenfondsen.

♦ (F) De pensioenverplichtingen van verzkeringsmaatschappijen

DNB, Verzekeringsmaatschappijen, “Balans van verzekeringsinstellingen” , T7.1 Jaar/Kwartaal (XLS), https://www.statistics.dnb.nl/financieele-instellingen/verzekeraars/macro-economische-statistiek-verzekeraars/index.jsp

♦ (G) Schatting derde pensioenpijler

Het pensioenvermogen derde pensioenpijler is in Nederland een goed bewaard geheim.

Het CBS stelt dat:

Van de totale pensioenaanspraken in 2005 zit de helft in de eerste pijler1), 45 procent in de tweede en 5 procent in de derde.

https://www.cbs.nl/nr/rdonlyres/40a155e9-15e5-469b-95fe-f504a904c1d7/0/2008p19p155art.pdf , blz 198.

en nog eens bevestigd in:

https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2010/45/pensioenaanspraken-geld-van-nu-voor-later

Op die wat oude basis (2010) kom ik tot een ratio van 5/45.

Voor 2012 hebben we nog de volgende informatie:

De heer Knot kwam voor 2012 in totaal op 212% bbp, het geen ca € 181 mld. voor de derde pijler overlaat. Dat is dus € 42 mld. hoger dan de 5/45 regel.

Klaas Knot, “De spaarzin en schuldenlast van de Familie NL”, http://www.dnb.nl/binaries/Speech%20afscheid%20Jan%20Hommen_tcm46-297055.pdf

Leen Preesman, “”, Onduidelijkheid over herkomst 300 miljard pensioenvermogen”, http://nederland.ipe.com/nederland-guest/onduidelijkheid-over-herkomst-300-miljard-nederlands-pensioenvermogen_58530.php#.UogKw8RWxcZ

Klaas Knot, “Stilstand op een hoog niveau”, http://www.dnb.nl/binaries/speech%20Klaas%20Knot%20-%20Stilstand%20%20op%20een%20hoog%20niveau_tcm46-297988.pdf , blz 5.

♦ (H) Totaal vermogen pensioenfondsen CBS zie (I) + (J)

♦ (I) CBS Pensioenverplichtingen pensioenfondsen

CBS, http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=7118shfo&D1=2,8-10,12-13,25-26,28&D2=0&D3=a&HDR=G1,G2&STB=T&VW=T

♦ (J) als (I)

♦ (K) = (L) = algemene reserve pensioenfondsen

♦ (L) Pensioenvermogen huishoudens – deze statistiek komt ook met ingang van 1/1/2016 in de plaats van de DNB statistiek vermogen huishoudens.

CBS, http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82594NED&D1=44-45&D2=0-3,8,13,18,23,28,33,38,43,48,53,58,63,68,73,78,83,88-90&HDR=G1&STB=T&VW=T

[2]  Overige bronnen data

[2a] DNB T8.4 http://www.dnb.nl/statistiek/statistieken-dnb/financiele-instellingen/pensioenfondsen/toezichtgegevens-pensioenfondsen/index.jsp

[3] https://basjacobs.wordpress.com/2014/05/31/pensioenen-worden-gesubsidieerd-met-17-cent-per-gespaarde-euro/

[4] Bernard van Praag, Henk Hemmers, “Nederlandse pensioentoezichthouder is te voorzichtig in berekening dekkingsgraad”, Me Judice, 8 september 2016,

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/nederlandse-pensioentoezichthouder-is-te-voorzichtig-in-berekening-dekkingsgraad

of uitgebreider:

http://www.mejudice.nl/docs/default-source/bronmaterialen/rapport-rentetermijnstuctuur.pdf

Met wel erg grote stappen snel thuis is het effect:

“Gegeven de huidige door DNB voorgeschreven rekenrente van 1% tot 1,3% zou dit leiden tot een verhoging van de dekkingsgraad met ca. (4%-1,3)* 12 procentpunten. Bij een huidige dekkingsgraad van ca. 100% zou dit leiden tot een verhoging met ca. 30% tot 35% procentpunten.”

[4] http://www.oecd.org/publications/oecd-pensions-at-a-glance-19991363.htm

[5] Nader over verdeling pensioenvermogen:

deze bijdrage als tegengas

en daarnaast op basis van voor het hogere inkomensn- en vermogenssegement notoir onbetrouwbare panelstudies:

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vermogen-in-nederland-gelijker-verdeeld-sinds-eind-negentiende-eeuw

https://www.netspar.nl/publicatie/vermogen-in-nederland-gelijker-verdeeld-sinds-eind-negentiende-eeuw/

Advertenties

From → 0. Permanent

3 reacties
  1. Dhr JC Kortekaas permalink

    Het was zuiver toeval.

    8 september verscheen het artikel in Me Judice.
    9 september stond ik op tegen Jort Kelder en zijn DNB-assenstelsel, waarmee hij de pensioenbestuurders frivool geselde.

    Eerder dit jaar was ik bij Bernard thuis, maar ik las zijn artikel pas na 9 september.
    Het had mijn inbreng in Het Spant niet veranderd.
    Zwitserland heeft Calvijn voortgebracht.
    Nederland gelooft niet meer in God, maar Calvijn regeert.

    En een VEV van 30%(dood geld) voor het ABP en de andere fondsen,
    En een rekenrendement van 1% in plaats van het 7%-gemiddelde tijdens de crisisjaren.
    Te veel Calvijn, te veel doemdenken.

    Het gezwel ettert door. Al het vermogen komt terecht via de omkeerregel in het grote Geldpakhuis, waar elk jaar 40 miljard premie in verdwijnt, 35 miljard wordt uitgekeerd en 100 miljard wordt verdiend met beleggen.

    Daar maakt Cees Grimbergen dan weer documentaires over.

    Zwarte Zwanen zijn beesten die echt bestaan en al het geld uit de samenleving zuigen.

    Amos W Steinhacker, bovenste bovenbaas, is anno 2016 toezichthouder op de pensioenfondsen van de Bovenste Tien. Secretaris Steenbreek legt Rommeldam uit dat de situatie somber is. Hij wordt daarvoor betaald. “Uit het hoofd” en “Noem me geen meneer!” aldus AWS.

  2. Geachte meneer Kortekaas

    Ik kan u dan ook het artikel van Van Praag en Hemmers op Mejudice van harte aanbevelen. De heren maken gehakt van het hele FTK en het sinds 2006 gevoerde beleid.

  3. Dhr JC Kortekaas permalink

    Afgelopen vrijdag in het jaarlijkse pensioenseminar van DNB in Het Spant zette dagleider Jort Kelder zijn kapiteinspet op en geselde de pensioenbestuurders met de DNB-dekkingsgraad-grafieken. “Houd Koers” was het dagthema.

    Een man stond op en stelde dat het assenstelsel niet klopt. Jort geloofde het niet maar de zaal beaamde de ingreep.

    Sinds de crisis groeien de pensioenvermogens met 100 miljard gemiddeld per jaar.
    Miljonairs worden afgerekend in dit land op 4% rendement, in 2017 zelfs op 5,55%.
    Miljardairs(pensioenfondsen) op een rekenrente van onder de 1%.
    DNB rekent de pensioenfondsen arm.

    Later op de dag stelde DNB nog wel dat in een nieuw pensioenstelsel een VEV van 30%(500 miljard dood geld) wel wat minder kan.

    Omdat het pensioenstelsel voorlopig niet verder wordt aangepakt groeit het pensioenfondsgeldgezwel gewoon door. Het geluksdubbeltje van de omkeerregel is de drijvende kracht. We werken 1 dag per week voor ons pensioen en het gemiddeld rendement is geen 1%(DNB) maar 7%.

    De Zwitsers hebben Calvijn gebaard, maar Nederland is zijn grootste fan.

    De Zwarte Zwanen van de filmende Cees Grimbergen zijn Zwarte Wanen geworden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: