Skip to content

Opdoeken die omkeerregel pensioenen!

9 mei 2016

_____________________________________________________

Alle pensioenbobo’s zijn warm voorstander van de omkeerregel pensioenen als smeermiddel voor de pensioenplicht.[1] Wie zou er immers anders thans nog vrijwillig geld in een nauwelijks renderende pensioenpot stoppen? In deze bijdrage zullen we uiteenzetten waarom we deze belastingfaciliteit zo snel mogelijk moeten opdoeken.

Opheffing van de omkeerregel pensioenen heeft de volgende significante voordelen:

♦ Met de inning van de belastingclaim wordt € 560 mld. binnengehaald, waarvan € 442 mld. wordt gebuikt om de overheidsschuld af te lossen en de rest € 118 mld. na incassering ter vrije beschikking staat. (§1; zie ook §3.4) Omdat de overheidsschuld tegen marktwaarde moet worden ingekocht zullen we een groot deel van die € 118 mld. nodig hebben. Vlotte inning van een substantieel deel van de belastingclaim is een eitje. (§3.8)

♦ De vrijgekomen interest van € 7,8 mld. en de hogere belastingopbrengst in box 1 van € 10,4 mld. levert de schatkist in totaal jaarlijks € 18,2 mld. op.(§3.11)

CaptureHet Stability and Growth Pact (SGP) kan de papiervernipperaar in. (§3.14)

CaptureDe overheid kan van die meeropbrengst een forse belastingverlaging in box 1 doorvoeren (€ 18,2 mld. op loon- en inkomensheffing (miljoenennota 2016) van € 90,9 mld. = 20%), waarmee het besteedbaar inkomen flink toeneemt.

♦ Als daarnaast een vermogensrendementsheffing (VRH) op het pensioenvermogen wordt ingevoerd levert dat nog eens ruim € 10 mld. op. Hiervan moet nog wel een aanzienlijk verhoogde VRH-vrijstelling vanaf. (§ 3.6) De opbrengst kan alleen worden gerealiseerd en ingeboekt als het pensioenvermogen eindelijk per deelnemer is toegerekend.

________________________________________________________

§1 Cijfermateriaal

Zonder cijfers ben je nergens, dus we beginnen met het bij elkaar gesprokkelde cijfermateriaal:

217_2

(a) Twee gegevens zijn daarbij uiterst relevant: de pensioenpremie incl. derde pensioenpijler na aanpassing Witteveen kader (het paarse lijntje) van ca € 45 mld. [5] en de wel betaalde interest (rode lijn) op de niet bestaande overheidsschuld voor 2016 € 7,8 mld.

(b) De pensioenpremie bedrijven zal in 2021 volgens de CPB middellange termijnverkenning ca € 36,3 mld. bedragen. Het 2014 cijfer van € 32,7 mld. is blijkens navraag bij het CPB inclusief rechtsreekse pensioenpremie aan verzekeringsmaatschappijen. De overheid betaalde via het ABP en PFZW gezamenlijk € 12,1 mld. pensioenpremie in 2014, zodat de pensioenpremies bedrijven en overheid samen al op € 44,8 mld. uitkomen. Voor rest van de derde pijler pensioenpremies blijft dan niets over.

(c) Met die € 45 mld. pensioenpremie ziet de overheid initieeel af van 52% (€ 23,4 mld.) heffing belastingen (46%) en sociale lasten (6%).[3;5] Bij de pensioenuitkering wordt alsnog, veelal vele jaren later, 35% (€ 15,8 mld.) geïncasseerd. De overheid derft dus 17% (€ 7,6 mld.) om de pensioenregeling te faciliteren.[3] In de tussentijd wordt op die € 15,8 door de staat wel rendement gemaakt als onderdeel van het pensioenvermogen.

(d) De overheidsschuld bedraagt eind 2015 € 442,7 mld. Daar staat tegenover dat het pensioenvermogen, inclusief derde pensioenpijler, ca € 1.600 mld. bedraagt. Hierop heeft de staat een (latente) belastingclaim van 35% of € 560 mld. Uiteraard moet je dit pensioenvermogen cijfer ook zelf bij elkaar harken. De overheid heeft er immers volstrekt geen belang bij met deze cijfers te koop te lopen: structurele hervormingen, een eufemisme voor “progressieve” afbraak van de verzorgingsstaat, kan je immers zonder kennis van deze cijfers veel gemakkelijker afdwingen. Onze media helpen daar graag bij.

§2 Inleiding

De omkeerregel pensioen houdt in dat pensioenpremies zonder belastingheffing en heffing volksverzekeringen/sociale premies aan een pensioenlichaam kunnen worden afgedragen binnen het zogenaamde fiscale Witteveen kader. Er is een scala aan mogelijkheden om pensioen op te bouwen naast AOW (1e pijler) en de voor veel werknemers verplichte deelname aan een pensioenregeling bij een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij (tweede pijler) kennen we ook de derde pensioenpijler. Ondernemers kunnen een pensioen reserveren met de Fiscale OudedagsVoorziening (FOR-faciliteit) of een pensioen opbouwen in eigen beheer. Daarnaast kan men nog een lijfrente afsluiten binnen het fiscale kader. De omvang van het onbekende deel van de derde pijler is statistisch gezien een black box, maar niet onbelangrijk: eind 2012 bedroeg die ca € 181 mld. (30% bbp_2012).[2] Aan die derde pensioenpijler hebben we ook de door de financiële maffia, onder het wakend oog van de toezichthouders, ontwikkelde 7 miljoen woekerpolissen te danken.

De staat maakte jaarlijks een rendement op de belastingclaim (2000 – 2014 6,38%) die de rente op de overheidsschuld overtreft. Het pensioenvermogen, en daarmee de belastingclaim, groeide de afgelopen 20 jaar met 7,8% per jaar (CPB: fiftyfifty premie en beleggingsresultaat) exclusief de derde pensioenpijler. Het ABP maakte de laatste 23 jaar een meetkundig gemiddeld rendement van 7,3%, en toch blijft men op het internet mekkeren over de slechte performance.

Materieel is de overheidsschuld belegd in het pensioenvermogen. De staat heeft nauwelijks iets te zeggen over het beleggingsbeleid en loopt een aanzienlijk oncontroleerbaar risico over dat vermogen. Daarnaast is er een mismatch tussen de looptijd van de staatsleningen en de realisatie van de belastingclaim op de pensioenuitkeringen en wordt er dus renterisico en rendementsrisico gelopen. Dat risico is dus substantieel anders en hoger dan Dijsselbloem met zijn adviseurs ons en de Tweede Kamer voorschotelden. [7]

Bij storting van de pensioenpremie ziet de staat af van gemiddeld ca 52% belasting en sociale premies, de pensioenuitkering wordt t.z.t. tegen ca 35% belast. De staat derft dus ca 17% opbrengsten op elke gestorte euro premie (werknemers en “werkgevers”- deel). Werkgever staat hier tussen aanhalingstekens, want zijn premie wordt natuurlijk betaald uit de loonruimte van de werknemer. Die gederfde belasting en sociale lasten moet toch worden opgebracht en de huidige generatie betaalt dus twee keer belasting: één keer om de belastingderving nù op te vangen en één keer bij de pensioenuitkering. Het enige dat dus feitelijk wordt omgekeerd is de portemonnee van de belastingbetaler.

Een uitzondering op de laatste regel is de vrijstelling van het pensioenvermogen van de vermogensrendementsheffing (VRH). Geheel los van de omkeerregel moet als het pensioenvermogen eens naar pensioendeelnemer verbijzonderd is een vermogensbelasting op dat pensioenvermogen geheven worden, uiteraard met een nader te bepalen vrijstelling. Ook dat brengt minsten enkele miljarden in het laatje van de staat. Complicatie daarbij is dit de pensioenuitkeringen verlaagt en dus ook de 35% belastingopbrengst op de uitkeringen.[1e] Ook zullen pensioengerechtigden bij de huidige dekkingsgraad, waarbij de nominale pensioenen niet eens gewaarborgd zijn, niet blij zijn met een vermindering van hun pensioen. De politieke moed zal dan ook wel ontbreken.

Bij de verdere uitwerking gaan we ervan uit dat de huidige pensioenregeling van kracht blijft. Er is echter geen enkele reden om de huidige voorschriften met een opbouwpercentage van b.v. 1,875% per jaar over de pensioengrondslag te handhaven en zo in 40 jaar 75% van het gemiddeld salaris na aftrek van de AOW-franchise van b.v. nu € 12.500 op te bouwen. Een verplicht pensioen tot b.v. maximaal netto € 20.000 boven de AOW zou ook volstaan. Daarboven mag men het dan lekker geheel zelf uitzoeken. Men zou zelfs kunnen stellen dat een verplicht pensioen nu dat van een rekenrente van 1,2% uitgaat bij een inflatie van 1,8% in 2021 in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het EVRM.

§3 Argumenten voor afschaffing omkeerregel pensioenen

(1) De overheid heeft zich niet paternalistisch te bemoeien met de wijze waarop de burgers sparen en de belastingheffing met economisch neutraal opereren, waardoor de burger zelf een optimale spaarmix (eigen huis, pensioen, beleggingen, kapitaalverzekeringen, lijfrenten en overige spaarvormen) kan kiezen. Om een na ons de zonsvloed mentaliteit te adresseren kan een sociaal minimum pensioen verplicht worden gesteld (ook voor zzp’ers) te financieren uit het netto beschikbaar inkomen.

(2) Bij de belastingheffing dient de overheid uit te gaan van het matching principle: inkomen wordt belast als het verdiend is en de prestatie wordt geleverd. Het werkgevers- en werknemersdeel van de pensioenpremie is verdiend loon dat direct in de belastingheffing moet worden betrokken tegen het progressieve tarief in box 1.

(3) Het argument dat het uitstellen van de belastingheffing in de toekomst tot hogere belastinginkomsten zal leiden om de zorgkosten te betalen snijdt geen hout. In de toekomst wordt immers ook weer pensioenpremie afgetrokken die berekend wordt over een hopelijk hoger loon. Per saldo zal het pensioenvermogen alleen maar oplopen en daarmee ook de belastingclaim, geld dat de overheid laat liggen.[4] De contante waarde van een belastingclaim die je eigenlijk nooit in handen krijgt, is bedrijfseconomisch gezien nihil. Eigenlijk is dus sprake van een gigantische kapitaalvernietiging. De pensioenpot is een zwart gat, waaraan het belastingeld, net als het licht, nooit ontsnapt. In (8) zullen we aangeven hoe de overheid dit bedrag toch redelijk snel in handen kan krijgen.

(4) In de periode 2000-2015 betaalde het Nederlandse volk volstrekt onnodig ca € 170 mld. van de totaal € 203 mld. aan rente over de materieel niet bestaande of veel geringere overheidsschuld. Dat geld verdween in feite in de pensioenpot als onderdeel van het rendement op de belastingclaim die met € 318 mld. tot € 479 mld. toenam, exclusief derde pijler. Ook hebben we de afgelopen jaren deels onnodig bezuinigingen (een eufemisme voor een belastingverhoging als daar geringere overheidsdiensten tegenover staan) doorgevoerd. Het besteedbaar inkomen heeft daarmee onnodig onder druk gestaan met uiteraard consequenties voor de binnenlandse vraag en de groei. Zonder de omkeerregel pensioenen was dat niet nodig geweest. In 2014 nam de belastingclaim op het pensioenvermogen met € 77 mld. toe en in 2012 met € 47 mld., maar dat waren bijzonder goede jaren.

Stelling: Van het geld dat overblijft na aflossing van de overheidsschuld (ca € 118 mld.) zou de huidige generatie met name moeten profiteren gezien de in het verleden ten onrechte te veel betaalde rente op de overheidsschuld. De jongere generatie wordt al genoeg gematst doordat geen overheidsschuld wordt nagelaten.

(5) De omkeerregel pensioenen zou nodig zijn om de begrotingsdiscipline te handhaven.(DNB) Zonder omkeerregel hadden we zelfs op EMU-papier noch een overheidsschuld noch een overheidstekort. Uiteraard kun je na aflossing als overheid de burger niet meer voorliegen en bang maken om structurele hervormingen af te dwingen. Omdat ik een integere overheid voorsta, is dit nog een reden om die regel af te schaffen.

(6) Het pensioen kan netto gespaard worden en hoort net als andere vermogenscomponenten onder de vermogensbelasting te vallen. [9] Het Witteveen kader kan vervallen. De vrijstelling vermogensrendementsheffing moet dan wel aanzienlijk omhoog, zeker als we en passant de eigen woning ook in de VRH betrekken.

De vermogensheffing is van toepassing op 65% van het pensioenvermogen, die andere 35% is immers al van de staat. De vraag is welk rendementspercentage moet worden toegepast. Onze golden wonderboy Wiebes zal ongetwijfeld kunnen aantonen dat gezien de omvang van het vermogen en de expertise van de beleggingsspecialisten een rendementspercentage van 5,5% te rechtvaardigen valt. De staat mist dan 1,65% van ruwweg € 1.000 mld. of € 16,5 mld., zonder aanpassing van de VRH-vrijstelling. Daar moet je dan wel 35% VRH-derving box 1 van aftrekken zodat 10,7 mld. netto VRH overblijft. [6] Overigens zou ik de heer Wiebes willen vragen of hij dat rendementspercentage nog wel even aan mevrouw Kleinsma en al die pensioenfondsbestuurders kan komen uitleggen. Die kunnen er dan mooi hun voordeel mee doen.

Het laat zich berekenen dat een net ingegaan pensioen zelfs bij een VRH van 1,2% bruto al zo’n 13% lager uitvalt. Als je de opbouwfase meeneemt is het gat nog groter. Er moet dus een flinke vrijstelling komen wil je van een klein pensioen nog wat overhouden. Ten onrechte gaat Jacobs aan de pensioenverlaging voorbij en laat hij de vrijstelling vermogensbelasting, geheel waardevrij, maar wel onpraktisch, aan de politiek over.[11, blz 41] Laat ik maar een voorzet geven: belasting van vermogen tegen werkelijk rendement met een vrijstelling van totaal € 350.000 per huishouden lijkt mij een reëel uitgangspunt. Die € 350.000 is opgebouwd uit € 150.000 pensioen, € 150.000 eigen woning en € 50.000 overig. De samenstelling van het vrijgestelde vermogen is aan de belastingplichtige zelf. De vrijstelling wordt dan bij 4% rendement € 4.200 met een veel ruimere grondslag tegen nu € 586. Een huurder met € 20.000 spaargeld kan € 330.000 vrijstelling voor zijn pensioenvermogen aanwenden. (op 67-jarige leeftijd met de huidige lage rente een levenslang pensioen van slechts € 19.200 – economen beschikken altijd makkelijk over een andermans portemonnee)

(7) De omkeerregel pensioenen verlaagt het belastbaar inkomen en daarmee het toetsingsinkomen voor de toeslagen. Die regeling moet dus worden aangepast. Het kan geen kwaad om daarbij ook de ondernemersfaciliteiten en de HRA te betrekken die met de pensioenpremie geheel ten onrechte dat toetsingsinkomen substantieel drukken. Huurders en werknemers worden zo benadeeld.

Door de afschaffing van de omkeerregel gaat de staat ook meer premies volksverzekeringen en Zvw innen. Thans is sprake van een vermindering van die premieopbrengsten (zie ook “Fiscalisering AOW”) en kan de staat mooi weer spelen met de suppletie in de sociale fondsen.

(8) Omdat de pensioenvermogens niet per deelnemer verbijzonderd zijn, zou het opheffen van de omkeerregel uiterst problematisch zijn en moeten we die regel wel handhaven is een vaak gehanteerde redenering pour les besoins de la cause. We zullen een oplossing aan de hand doen om dit probleem tijdelijk op te lossen tot het pensioenvermogen per deelnemer verbijzonderd is. Als het aan de politiek ligt is dat overigens met sint-juttemis. Daarbij blijft de progressieve belasting in box 1 van de uitkering in tact.

Interim oplossing:

(a) Alle pensioenvermogens bij de pensioenlichamen worden eenmalig belast met 30% voorbelasting, vergelijkbaar met de dividendbelasting;

(b) Op gestorte pensioenpremies wordt door het pensioenlichaam 30% voorbelasting ingehouden;

(c) Rendementen worden door vermogensvergelijking voorbelast tegen 30%.

(d) bij de pensioenuitkering wordt de 30% voorbelasting verrekend, voor de lage uitkeringen kan dat betekenen dat de staat de te veel ingehouden belasting moet aanvullen. De progressie blijft dus gehandhaafd.

(e) Op deze wijze worden alle mutaties in het pensioenvermogen voorbelast. Per saldo ontvangt de overheid nog gemiddeld 5% bij de pensioenuitkering.

Uitgaande van € 1,6 biljoen pensioenvermogen levert dat direct € 480 mld. belasting op, waarmee de overheidsschuld kan worden afgebouwd en geen rente meer verschuldigd is. We moeten er daarbij wel rekening meehouden dat de leningen tegen marktwaarde moeten worden ingekocht. Uiteraard moet die € 480 mld. geleidelijk worden geïnd om de pensioenfondsen in staat te stellen hun beleggingen gefaseerd af te bouwen. De staat kan dan rente/rendement ontvangen over zijn vordering.

Tot het pensioenvermogen verbijzonderd is kan deze regeling gehandhaafd blijven. Na de toerekening kan het toekomstige pensioen belastingvrij gespaard worden. Er worden dan twee rekeningen bij het pensioenfonds aangehouden: één voor de oude regeling en één waarbij de pensioenpremie netto wordt afgestort. Bij een eventuele belastinghervorming kunnen de twee regelingen op termijn worden samengevoegd.

(9) De staat loopt geen risico meer over de belastingclaim. Zo verloor Dijsselbloem in 2015 € 37 mld. aan belastinggeld door afname van het pensioenvermogen na het eerste kwartaal 2015.

(10) Bij elke procent (toekomstige) belastingverlaging wordt door onze politici – als de spreekwoordelijke kip zonder kop – ook 1% van het pensioenvermogen of € 16 mld. aan belasting weggesmeten. Zo raakten we in 2016 1,6% belasting kwijt in twee belastingschijven die bij continuering de belastingclaim onmiddellijk verlagen.[1g]

(11) Het wordt nu tijd om, zo goed en zo kwaad als dat gaat, de rekening op te maken. We hoeven geen rente op de overheidsschuld meer te betalen, dat scheelt € 7,8 mld. aan rente per jaar. Het rendement op het overschot (€ 118 mld.) van belastingclaim minus schuld mag de staat tijdelijk houden tot het overschot geïnd wordt. De staat int het progressievoordeel van 17% op de pensioenpremie van € 45 mld. of € 7,6 mld. De staat int ook 35% van de pensioenpremie door afschaffing van de omkeerregel. Hier staat tegenover dat belastingopbrengst op de uitkeringen wegvalt. De ratio pensioenpremie/uitkeringen was in 2014 voor de pensioenfondsen alleen 100/86 (zie grafiek), zodat de staat schattenderwijs bij € 45 mld. pensioenpremie de belasting over ca € 38,5 mld. uitkeringen misloopt. De staat ontvangt nog extra 35% van € 6,5 mld. of € 2,8 mld.

Tellen we de meeropbrengst voor de staat bij elkaar dan komen we op € 18,2 mld. per jaar door afschaffing van de omkeerregel. Daaruit moeten nog wel de EMU-tekorten van 2017 en 2018 van totaal € 11,3 mld. nog bestreden worden, maar dan is het geld beschikbaar voor een tariefsverlaging in box 1 met zo’n 4,3 %.[12]

P.M. wijzen we nog even op de VRH onder (6) van € 10,7 mld. voor aftrek vrijstelling. Het geld klotst over de plinten.

(12) We moeten ons wel realiseren dat de staat het rendement op de belastingclaim op het pensioenvermogen kwijt raakt. Dat bedrag is aanzienlijk hoger dan de betaalde rente op de overheidsschuld. Dat rendement werd overigens nooit geboekt en onttrok zich, mede dankzij het CPB en CBS, ook volledig aan onze waarneming. We zullen het derhalve niet echt missen.

(13) Volgens de CPB mltv 2017-2021 hebben we eind 2040 een overheidsschuld van € -5 mld., bij ongewijzigd reeds ingezet beleid. We bouwen in de periode 2015-2040 € 442 mld. schuld af en houden nog € 5 mld. over. De vraag dringt zich op wat we met al dat geld gaan doen, als we die schuld niet meer hebben. Maar eerst moet het CPB de gewijzigde situatie maar eens doorrekenen en nagaan hoe het wegvallen van de belastingopbrengst op de uitkeringen en de interestlast en het belasten van de pensioenpremie doorwerken op basis van ordentelijk boekhouden. Wij willen dan ook de geprognotiseerde ontwikkeling van het pensioenvermogen ook weten, zodat wij e.e.a. in perspectief kunnen plaatsen. De politiek zal daar toch snel een antwoord op moeten geven. Met de huidige politici gaat dat, getuige de pensioenproblematiek, echt niet lukken.

(14) Zo lang we EU-bobo’s hebben die nodig een elementaire basiscursus balanslezen moeten volgen (zou bij Griekenland ook handig zijn geweest) en een regering die te incompetent is om de werkelijk uiterst gezonde toestand van Rijks’ financiën diplomatiek over het voetlicht te brengen, is het zaak onze schuld af te bouwen en de omkeerregel met de grootst mogelijke spoed af te schaffen. Nu we een EMU-tekort onder de 3% hebben, wordt het zgn. structurele begrotingstekort, een arbitraire rekenexercitie, uit de kast gehaald en wordt Nederland indien niet verder wordt bezuinigd een boete opgelegd.[8]

Weg omkeerregel! := Weg schuld! := Weg rente := Weg stabiliteitspact! is daarop het enig juiste antwoord desnoods met een pitchfork.[10]

§4 Slot

We hebben na opheffing van de omkeerregel ook op officieel EMU-papier geen schuld en overheidstekort meer en dat moeten we vooral zo houden. Een dynamische econoom, die van wanten weet, zou natuurlijk wel overheidsinvesteringen kunnen vinden die bij 0,361% rente (10 jaars staatslening) uitstekend renderen. Maar dat kan je van een historicus en een landbouweconoom eigenlijk niet verwachten.

Als de meeropbrengst als belastingverlaging wordt teruggegeven, zal dit een aanzienlijke bestedingsimpuls geven en helpen de lack of growth in a time of plenty voor Nederland aan te pakken.

We hebben natuurlijk wel te maken met een notoir onbetrouwbare overheid (zie het motto van deze site) dus het blijft de vraag of de staat in de toekomst met zijn handen van de netto pensioenen kan afblijven, getuige de pensioenroof in de jaren tachtig, zal dat moeilijk vallen. [1d]

We hebben in elk geval niets meer met het Stabiliteitspact te maken. Misschien kan iemand aan die EU-bobo’s vragen waarom ze meenden ons steeds ad nauseam te moeten lastig vallen met ons zogenaamde EMU-begrotingstekort? Konden Juncker en Rehn soms ook geen balans lezen?

________________

Laatst bijgewerkt 4 juli 2016

Disclosure: Ik heb gelukkig materieel geen pensioen en ben dus geen belanghebbende in de pensioendiscussie. Ik hecht wel aan een evenwichtige belasting op het vermogen.

In deze bijdrage wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de gegevens in de bijdragen Pensioenvermogen 31-12-2015, Overheidsschuld, De luchtfietserij van het CPB , waarnaar in deze tekst dus niet telkens naar wordt verwezen.

Bronnen:

[1a] DNB, De vermogensopbouw van huishoudens: is het beleid in balans?,http://www.dnb.nl/binaries/De%20vermogensopbouw%20van%20huishoudens%20is%20het%20beleid%20in%20balans_tcm46-319011.pdf

[1b] ] https://www.ser.nl/nl/publicaties/adviezen/2010-2019/2015/toekomst-pensioenstelsel.aspx

[1c] http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

[1d] http://www.cpb.nl/publicatie/fiscale-behandeling-van-pensioenbesparingen-discussie

“Wel is het de vraag of het afzien van heffen op pensioenuitkeringen geloofwaardig is. Dit geldt met name wanneer de pensioenfondsen onverwacht hoge rendementen boeken of wanneer de overheid er bij het schrappen van de omkeerregel onvoldoende in slaagt om haar besparingen voldoende te verhogen om zich in te dekken tegen het wegvallen van de belastingopbrengsten op uitkeringen.”

[1e]http://edwesterhout.nl/index.php/omkeerregel-weg-ermee/

“Initieel is de pensioenpremie 17,5%, maar effectief, dat wil zeggen rekening houdend met de belastingkorting vanwege de aftrekbaarheid voor de IB, is de premie 8,7%. Afschaffing van de omkeerregel doet de effectieve pensioenpremie stijgen van 8,7 naar 18,6%, meer dan een verdubbeling dus.”

Hij sluit af met:

“No brainer
Van een meer dan verdubbeling van de pensioenpremie gaat niemand dood. En het is wellicht niet het belangrijkste effect van afschaffing van de omkeerregel. Maar het laat zien dat afschaffing van de omkeerregel beslist geen no brainer is.”

Kijk, die eerste alinea zou ik nu een echte no brainer willen noemen, maar dan wel om een heel andere reden. De heer Westerhoud doceert aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde – Sectie Macro & Internationale Economie aan de UvA en dan nog wel vergrijzing, pensioenen en economie. Het valt voor de studenten te hopen dat hij daar dergelijke onzin niet debiteert.

We kunnen de effecten van het omkeerregel regime eenvoudig aan de hand van een lijfrente laten zien. Als een ondernemer van zijn ruim uitgevallen FOR van € 400.000 een lijfrente koopt van € 82.400 voor 5 jaar, dan ontvangt hij onder de omkeerregel bruto € 82.400 lijfrente en netto na belasting en Zvw-premie, met daarnaast alleen AOW, ca € 44.400 (46,1 % belasting en sociale premies). Zonder omkeerregel moet hij 52% belasting over € 400.000 betalen en ontvangt netto € 192.000. Daarvoor kan hij een netto lijfrente van € 39.552 kopen. Merk op dat het belastingtarief bij uitbetaling dan geen rol meer speelt. Er is dus wel een verschil maar bij lange na geen twee keer. Onder de omkeerregel krijgt hij door het tariefverschil € 4.848 gedurende 5 jaar meer. Maar hij kan met dat geld (€ 192.000) ook zijn hypotheek aflossen en dat brengt, na HRA, meer geld op dan de 1% rendement die zijn verzekeringsmaatschappij geeft. Zie ook punt (11) boven voor een eventuele belastingverlaging.

Uiteraard kun je het progressie-effect nog verhogen door een levenslange lijfrente te nemen van € 23.600. Onder de omkeerregel krijg je dan een levenslang pensioen van bruto € 23.600 per jaar of netto € 16.410. (30,5% belasting en sociale premies) Zonder omkeerregel is het netto pensioen € 11.328. Dat geldt voor een 67-jarige en dat voor ca 16,7 jaar. Dus nog steeds “meer dan een verdubbeling dus”?, no way.

Het box 1 tarief voor belastingen en premies van een AOW’er is voor 2016 als volgt:

217_1

Hierbij moet je uiteraard eerst nog met de ontvangen AOW rekening houden. Ik begrijp eigenlijk niet waarom bij een  schijventabel altijd alleen de groene rijen worden gepresenteerd.

[1f] http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html, blz 147.

[1g] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2012/10/16/interimrapport-commissie-inkomstenbelasting-en-toeslagen, blz 6 – te mooi om niet te citeren:

“Inzake de pensioenen, die voor ca. veertien miljard euro gefacilieerd worden, is de commissie van oordeel dat de zogenoemde omkeerregel een groot goed vormt in ons pensioenstelsel. Die omkeerregel leidt er toe dat over afdrachten voor een later pensioen nu geen belasting hoeft te worden betaald maar dat dat pas gebeurt over de uitgekeerde pensioenen. In zijn algemeenheid adviseert de commissie die regel dan ook te handhaven. Daarmee worden belastingopbrengsten ook in de toekomst veilig gesteld.”

Opmerking:

Dat moet dus zijn 17% van € 45 mld. of € 7,6 mld. Toen het belastingtarief in box 1 voor twee schijven voor AOW’ers in 2016 met 1,6% daalde van respectievelijk 24,1% en 42% naar 22,5% en 40,4%, heb ik van een “veiligstelling van belastingopbrengsten ook in toekomst,” niets gemerkt. Ook het CPB bleef akelig stil over het effect bij continuering op de belastingclaim op het pensioenvermogen.

[2] Zie de bijdrage Mogen we de echte pensioenreserve-cijfers weten?

[3] Bas Jacobs, “Pensioenen worden gesubsidieerd met 17 cent per gespaarde euro”, https://basjacobs.wordpress.com/2014/05/31/pensioenen-worden-gesubsidieerd-met-17-cent-per-gespaarde-euro/

[4] Uiteraard zou ik dit graag met cijfers onderbouwen. Helaas krijg je die cijfers als burger niet boven tafel.

Het ABP heeft in het kader van de discussie rond de lege pensioenpotten een prognose gemaakt van ontwikkeling van zijn pensioenpot in de komende 20 jaar (basis 2012) die we als volgt kunnen weergeven:

136 table 1

Bron ABP Nieuwsbrief 14 december 2012. (Het brondocument is niet meer te vinden, door te Googlen vind u deze cijfers wel terug)

Het CPB zou deze cijfers, die het i.v.m. zijn mltv 2017-2021 beschikbaar heeft (pensioenpremies, pensioenuitkeringen en rendementen) beschikbaar kunnen stellen, maar doet dat lekker niet. We weten in elk geval dat de overheidsschuld eind 2040 € – 5 mld. zal bedragen en eind 2060 € -31 mld. , daar hoeven we dus niet meer voor te sparen.

[5] “Het bedrag aan pensioenpremies in de tweede en derde pijler loopt volgens het CPB op van 43,4 miljard euro in 2013 naar 48,3 miljard euro in 2017. De budgettaire derving die optreedt als gevolg van deze premies loopt op van 20,0 miljard euro in 2013 naar 21,8 miljard euro in 2017. Uiteraard betreft het hier een partieel budgettair effect: tegenover de kosten van aftrek van pensioenpremies in 2013-2017 staan de belastingopbrengsten over de pensioenuitkeringen. Circa 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent. “

Antwoorden op Kamervragen Miljoenennota 2013, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/09/28/beantwoording-schriftelijke-vragen-miljoenennota-2013.html

N.B. deze cijfers zijn voor de wetswijziging met aftopping maximum pensioen en aanpassing opbouwpercentages in het aangepaste Witteveen kader. In de grafiek in de inleiding zijn die correcties meegenomen. Het belastingpercentage waartegen de pensioenpremie wordt afgetrokken is 46%, dit laat 6% voor de sociale lasten om op de 52% van het CPB uit te komen.

[6] Studiecommissie herziening belastingstelsel, pg 34 : “Voor 2010 ontstaat hierdoor een belastingderving van € 11,6 mld. als wordt uitgegaan van het belasten van de aangroei van het pensioenvermogen in box 3. ” Rapport studiecommissie belastingstelsel,http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html

De commissie ging kennelijk uit van 11,6/1,2% of € 967 mld. pensioenvermogen en elimineerde het aandeel van de staat in dat vermogen kennelijk niet. Eind 2009 was het pensioenvermogen zonder derde pijler € 790 mld. De commissie repte niet over het feit dat de VRH die aan het pensioenvermogen wordt onttrokken ook de 35% box 1 belasting kost en dat daarmee uiteraard ook de pensioenuitkeringen naar beneden gaan. Aan een mogelijk noodzakelijk verhoging van de vrijstelling VRH ging de commissie, zo te zien, ook voorbij.

[7] http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2015/06/19/kamerbrief-beleidsdoorlichting-risicomanagement-staatsschuld.html

[8] Björn Giesbergen, Maartje Wijffelaars, “Gebrekkige begrotingsregels dwingen Nederland tot bezuinigingen”, Me Judice, 10 mei 2016, http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/gebrekkige-begrotingsregels-dwingen-nederland-tot-bezuinigingen

[9] Daarvoor zijn o.a. de volgende redenen aan te wijzen:

(a) Uit het rapport van de commissie Van Weeghel [6]

“De commissie meent echter wel dat er op dit moment sprake is van een bovenmatige pensioenopbouw die zou moeten worden afgetopt. De pensioenopbouw is in voorkomende gevallen zodanig groot dat deze niet meer als hoofddoel het bieden van een oudedagsvoorziening heeft, maar er veel meer sprake is van vermogensopbouw.”

(b) “Circa 41 procent van de pensioenpremies wordt afgetrokken tegen een tarief van 52 procent.”[5] Dat 52% tarief is van toepassing op 7%/8% van de bevolking, die van de VRH-vrijstelling pensioenvermogen bovenmatig profiteren.

(c) Door de VRH-vrijstelling pensioenvermogen te blijven faciliteren worden de bovenmatige pensioenopbouwers, om VRH te ontgaan, blijvend beloond.

[10]TED, Nick Hanauer, “Beware fellow plutocrats, the pitchforks are coming”,https://www.ted.com/talks/nick_hanauer_beware_fellow_plutocrats_the_pitchforks_are_coming

[11] Jacobs, Bas (2015), “Belastingen op Kapitaalinkomen in Nederland”, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 47, (1), 24-48, http://wimdreesstichting.nl/page/downloads/TvOF__jaargang_47_2015-nummer_1-3.pdf, blz 41.

[12] Koen Caminada, “De tragiek van gefaalde ambities en gemiste kansen rond belastinghervorming”, Me Judice, 23 september 2015., http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-tragiek-van-gefaalde-ambities-en-gemiste-kansen-rond-belastinghervorming

Caminada komt op een aanpassing 1ste, 2de, 3de schijf tot 30,2% voor € 42,4 mld. en voor de 4e schijf tot 40,2% voor € 7,7 mld. samen € 50 mld. → dat 18,2 mld. belastingen ongeveer overeenkomt met zo’n 11,8/50 x 11,8% of 4,3%

Advertenties
2 reacties
  1. Wiel Janssen permalink

    Beste meneer Mol, Jammer dat U er even mee stopt. Uw op feiten en cijfers gebaseerde beschouwingen vormen voor mij een welkom en broodnodig tegenwicht tegen de prevalerende leugenachtigheid, domheid, en bangmakerij. Namens – neem ik aan – meerdere volgers met een eigen verstand groet ik U. Wiel Janssen, Soest.

  2. Dhr JC Kortekaas permalink

    Mijn laatste Wikipedia bijdrage. Boek als taboe. Geschrapt door Wikipedia. Einde van mijn Wikipedia-tijdperk.

    Een rijk land moet rijk leven is een boek van Martin ten Cate, bankier bij ABN AMRO. Deze afgestudeerde bedrijfseconoom (micro-econoom) schrijft dat hij zich genoodzaakt voelde een boek te schrijven op het vakgebied van de macro-economie. Het boek werd op 5 maart 2015 gepresenteerd en gevolgd door een forumdiscussie in het auditorium van het hoofdkantoor van ABN AMRO in Amsterdam.[1]

    De panelleden waren:
    Lex Hoogduin, Hoogleraar complexiteit en onzekerheid, RU Groningen
    Jaap van Duijn, Econoom en oud-topman Robeco
    Peter Borgdorff, Directeur Pensioenfonds Zorg en Welzijn
    Wouter Koolmees, Tweede Kamerlid D66

    Inhoud

    • 1 Doelstelling

    • 2 Originele invalshoek

    • 3 Samenvatting

    • 4 Hoe komt Nederland volgens de auteur aan een oplopend exportoverschot van 60 miljard per jaar?

    Doelstelling Het voorwoord van de auteur geeft in de laatste zin het doel van het boek aan:

    “De doelstelling van dit boek is het starten van een breed nationaal debat over de (on)zin van ons enorme spaaroverschot.”

    Originele invalshoek De auteur stelt als eerste de samenhang te onderzoeken tussen de Nederlandse hypotheekschuld, pensioenfondsen en staatsschuld. Wel is er al veel geschreven over deze drie grootheden op zich. Het jaarlijks verplicht fiscaal gunstig pensioensparen heeft ervoor gezorgd dat de pensioenfondsen meer geld bezitten dan onze hypotheekschuld en staatsschuld tezamen. Tevens blijken de pensioenpremies een drijvende kracht achter ons decennialange toenemende exportoverschot.

    Samenvatting De auteur toont aan dat Nederland een rijk calvinistisch land is, dat niet naar zijn financiële mogelijkheden leeft. Daarmee berokkenen we onszelf en onze omgeving schade. Calvinisme is onze nationale economische identiteit voor zowel gelovigen als ongelovigen. De titel van het boek is tevens de laatste zin van het boek. De auteur noemt het daar een wenkend perspectief.

    Hoe komt Nederland volgens de auteur aan een oplopend exportoverschot van 60 miljard per jaar?

    • Via het systeem van verplicht sparen in de tweede pijler voor het pensioen, wordt jaarlijks 30 miljard[2] euro aan pensioenpremies verplicht collectief bespaard. Kapitaaldekkingingsstelsel. 18 maart 2016 http://fd.nl/opinie/1144019/schaf-kapitaaldekking-voor-pensioenen-af , auteur Martin ten Cate.

    • Het overschot op de lopende rekening was in Nederland voor de invoering van de euro al 30 miljard op jaarbasis. De laatste jaren is dat overschot opgelopen tot 60 miljard.[3] Met een percentage van ruim 10% ligt dat fors hoger dan de maximaal toegestane 6% door de Europese Commissie in het kader van haar Macro Imbalance Procedure(MIP).[4]

    • In de vorige eeuw belegde Nederlandse pensioenfondsen nog voor 90% binnen Nederland. Inmiddels is dat percentage gedaald naar 14%.[5] De vorderingen op het buitenland van de pensioenfondsen zijn zo opgelopen tot boven de 1000 miljard euro. Dat levert een constante geldstroom richting Nederland op.

    • Jaarlijks wordt 30 miljard[6] aan pensioenpremie geheven en 25 miljard aan pensioenen uitbetaald. Anno 2015 zou een omslagstelsel nog steeds goedkoper zijn. De opgespaarde pensioenpot van 1200 miljard valt dan vrij. Dit bedrag is groter dan de staatsschuld en de hypotheekschuld tezamen.[7]

    • Het enorme spaaroverschot bij de pensioenfondsen zorgt voor lagere rentes op de kapitaalmarkt. Het gevolg is dat de pensioenpremies actuarieel moeten worden verhoogd wegens de lagere dekkingsgraad en de rente nog verder daalt. Het systeem van sparen voor je pensioen (= kapitaaldekkingsstelsel) leidt tot een gigantisch geldpakhuis dat andere eurolanden ontberen.

    • Het boek gaat naar het eind toe steeds meer over tot de beschrijving van het luxeprobleem. Het geld van de pensioenfondsen hebben we bij omschakeling naar een omslagstelsel over. 1200 miljard en het wordt elk jaar meer. Bijna 80.000 euro per Nederlander. De Nederlandse staat kan van dit bedrag een 409 miljard[8] claimen als uitgestelde belastingheffing, waarmee onze staatsschuld negatief wordt.[1]

    • Nederland lijdt derhalve aan een gigantisch onderbesteding van circa 60 miljard per jaar. Het boek eindigt dan ook met zijn titel.

    Bronnen, noten en/of referenties

    1. Omhoog ↑ Een rijk land moet rijk leven | Nederland op zoek naar balans – See more at: http://www.dialogueshouse.nl/een-rijk-land-moet-rijk-leven-nederland-op-zoek-naar-balans/#sthash.Tkuo9COC.dpuf 2. Omhoog ↑ Te laag geschat door de auteur: ‘In 2013 werd 41 mrd aan pensioenpremie geheven, meldt het ministerie van Financiën 3. Omhoog ↑ CBS: Nederland heeft zevende handelsoverschot in de wereld 4. Omhoog ↑ Onevenwichtigheden in de EU vereisen aanpak 5. Omhoog ↑ Investeringen door pensioenfondsen in Nederland 6. Omhoog ↑ Aan de lage kant. Cijfer voor 2013 is 41 miljard. 7. Omhoog ↑ Totale pensioenaanspraken van Nederland in beeld 8. Omhoog ↑ Nederland: aanzienlijke belastingclaim op pensioenvermogen

    Overgenomen van “https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Een_rijk_land_moet_rijk_leven:_Nederland_op_zoek_naar_balans&oldid=45217571” Categorieën: • Wikipedia:Verwijderbverte verwijderenaar/29 • Wikipedia:Pagina weg • Non-fictieboek

    Bronnen, noten en/of referenties
    1.Omhoog ↑ Op 1 april 2016 bepleit in het FD ook hoogleraar Jean Frijns voor een omslagstelsel. http

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: